Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen

donderdag 8 mei 2014

Journalist Van Maele: 'Uitlatingen Cheung rare actie'

door Shanavon Gefferie
Noreen Cheung. Foto © dWT Archief  

Paramaribo - “Ik vind het een beetje een rare actie van haar.” Zo reageert freelance journalist Pieter Van Maele op uitlatingen van NDP-parlementariër Noreen Cheung over het interview dat hij van haar afnam voor maandblad Parbode. Cheung uitte haar misnoegen maandag in de DNA tijdens de begrotingsbehandeling. Ze maakte Van Maele uit voor 'riooljournalist'.

Het verbaast hem dat Cheung stelde niet blij te zijn met de wijze waarop het artikel is geschreven, maar inhoudelijk niet kon aangeven wat er fout aan was. "We kunnen ook niks rectificeren. Alles is geschreven zoals zij het heeft gezegd. Ik denk dat ze zich daarom zo heeft uitgelaten", zegt Van Maele. "Als er echt leugens in het artikel zaten, had ze meteen een rechtszaak gespannen."
Van Maele zou dat laatste overigens goed vinden. "Dan kunnen we aangeven dat niks in het artikel verkeerd is geschreven." Hij hoopt dat ze doorgaat, zodat Parbode haar bewijzen kan tonen. "Ik denk dat haar collega's kwaad op haar zijn en zij zo een zondebok probeert te zoeken", aldus Van Maele.

Op 1 april liet Cheung op haar Facebook-pagina weten dat ze zeer ontstemd was over het artikel. "Het verdraaien van mijn woorden, onjuiste weergave en het met opzet in een ander context plaatsen is een criminele daad van een zekere journalist van Parbode! Mensen volgen jullie mij strak komende dagen, want dit laat ik niet zo!" aldus een passage op haar Facebook-pagina.

Parbode heeft woensdag via de media een 'open brief' aan Cheung gericht. Zij wordt verzocht "publiekelijk de gedane ernstige beschuldigingen terug te nemen" en zich "in de toekomst te onthouden van het uiten van valse lasterpraatjes jegens Parbode en haar redactiemedewerkers". De originele audio van het complete interview is op de redactie van Parbode ter beschikking van alle media en andere belangstellenden.
Cheung wenst niet te reageren hierop, omdat zij alles via de procureur-generaal wil laten lopen.

 [uit de Ware Tijd, 07/05/2014]

Noreen Cheung eist rectificatie van Parbode

NDP-parlementariër Noreen Cheung eist een rectificatie van het maandblad Parbode. Tijdens haar bijdrage in het parlement eerder deze week zei Cheung naar de rechter te zullen stappen.

Armand Snijders, hoofdredacteur bij Parbode, zegt dat de redactie niet in de fout is gegaan. In een editie van Parbode is een interview van Cheung afgenomen over de Amnestiewet. Cheung vindt dat haar woorden zijn verdraaid.

In een brief aan Cheung zegt Snijders naar aanleiding van de uitlatingen in De Nationale Assemblee tijdens de vergadering van afgelopen maandag, het volgende:

“Allereerst: ik heb mij verbaasd dat u de begrotingsbehandeling gebruikt als podium om uw persoonlijk grieven naar Parbode en een Parbode-journalist toe te uiten. Uw ernstige en beledigende beschuldigingen, naar mijn mening een parlementariër onwaardig, zijn volledig misplaatst en ongefundeerd en hebben vooral naar de bewuste journalist toe veel weg van smaad. Terecht heeft Assembleevoorzitter mevrouw Simons u ten aanzien van enkele uitspraken publiekelijk op de vingers getikt.
Reeds direct na het verschijnen van het bewuste interview in de aprileditie van Parbode, heeft u via uw Facebook pagina ook al in niet mis te verstane bewoordingen blijk gegeven niet meer te staan achter datgene wat u heeft gezegd en dat de journalist van Parbode uw woorden zou hebben verdraaid.
Zoals ik u afgelopen vrijdag tijdens ons telefoongesprek heb gezegd, ben ik het, na het opnieuw beluisteren van de geluidsopname van het door u afgestane interview, op geen enkel punt met u eens. Dus ik ben niet van plan een rectificatie in Parbode op te nemen, zoals u heeft geëist. Eenvoudigweg omdat er niets te rectificeren valt: alle citaten van u in Parbode zijn door u letterlijk gedaan en staan ook op band.
Dat u achteraf spijt heeft van wat u heeft gezegd, en dat wellicht in uw naaste omgeving er mensen zijn die daar niet zo gelukkig mee waren, is niet onze verantwoordelijkheid. Om vervolgens een lastercampagne tegen Parbode te beginnen, is op z’n zachtst gezegd ongepast. In al die weken dat u op Parbode en de bewuste journalist uw gifpijlen heeft afgeschoten, heeft u uw beschuldigingen op geen enkele wijze onderbouwd, laat staan een voorbeeld of voorbeelden aangedragen van welke uitspraken we zouden hebben verdraaid.

Ik verzoek u publiekelijk de gedane ernstige beschuldigingen terug te nemen en u in de toekomst te onthouden van het uiten van valse lasterpraatjes jegens Parbode en haar redactiemedewerkers. Ik dring er verder bij u op aan om toch vooral en liefst zo snel mogelijk de procureur-generaal te vragen een ‘diepgaand onderzoek’ in te stellen naar Parbode en de medewerkers, zoals u dat maandag zelf stelde. Wij zien de uitkomst daarvan met alle vertrouwen tegemoet.
De originele audio van het complete interview is vanaf heden op de redactie van Parbode ter beschikking van alle media en andere belangstellenden, zodat zij zelf een mening kunnen vormen of uw beschuldigingen hout snijden of niet.
Tot slot: Parbode is een Surinaams maandblad met een redactie in Paramaribo die vrijwel volledig bestaat uit Surinaamse journalisten of journalisten die al jaren hier wonen en Suriname als hun thuisland beschouwen. Dat is u ook bekend; daarom begrijp ik niet dat u De Nationale Assemblee valselijk voorhield dat het om een buitenlands blad zou gaan”.

[van GFC Nieuws, 7 mei 2014]


vrijdag 11 april 2014

Bolo ta di pueblo (7 en slot)

Fred de Haas over Frantz Fanon

Geweld en ‘Nation Building’
Frantz Fanon was geen gewelddadig persoon, geen voorstander van geweld. De toon in Les damnés de la terre kan soms oorlogszuchtig klinken, maar we moeten begrijpen dat Fanon de eerste was die begreep dat een vorm van geweld genezend kan werken voor mensen die onderdrukt zijn.

De Franse filosoof Jean-Paul Sartre, die het Voorwoord schreef van  Les damnés de la Terre in de uitgave van 1961, drukte zich in dit opzicht wel heel fel uit:
‘Je moet doden: met het elimineren van een Europeaan sla je twee vliegen in één klap’.
Zo’n uitspraak is verontrustend. Fanon zelf maakte geen propaganda voor het gebruik van geweld en zag het hoogstens als een tussenstadium. Immers, Fanon leefde in een gekoloniseerde wereld waar mensen werden onderdrukt, vernederd, bedreigd, veracht, uitgebuit en dienstbaar gemaakt. De enige mogelijkheid die de gekoloniseerde had was in opstand te komen. Net zoals vroeger de slaven in opstand kwamen.

Tula - Edsel Selberie
Foto © Michiel van Kempen
Op Curaçao begon het met de opstand van Tula in 1795 en werd pas veel later voortgezet met de gewelddadigheden van 1969.

Ook de Curaçaose Partido Soberano heeft een periode gekend waarin gewelddadige taal aan de orde van de dag was. De leider van de partij, Helmin Magno Wiels, heeft dit soort taal vaak gebezigd, totdat hij, strateeg als hij was, besloot dat het genoeg was en tijd om zich meer als staatsman op te stellen. Het is zeker zijn bedoeling niet geweest dat zijn opvolgers weer hun toevlucht zouden nemen tot beledigende en bedreigende taal. Degenen die zich binnen de PS hier nog aan schuldig maken kunnen moeilijk worden beschouwd als waardige opvolgers van een leider die zijn leven heeft moeten geven in de strijd om zijn volk te verheffen en te bevrijden van kwalijke invloeden.

Curaçao is het stadium van politiek geweld voorbij. Ondanks allerlei misstanden is het land nog steeds democratisch en wordt er gestreden via het woord. En wie aperte leugens vertelt, kan er zeker van zijn dat hij/zij vandaag of morgen wordt ontmaskerd en aan de kant geschoven.

Fanon leefde in het door de Fransen gekoloniseerde Algerije en we weten allemaal dat de Fransen alleen met veel geweld uit de kolonie verdreven konden worden. Dat verklaart de felheid waarmee Sartre het kolonialisme met woorden bestreed en min of meer opriep tot het gebruik van geweld. Zo hebben Kaapverdië, Guinee-Bissau, Mozambique en Angola zich met geweld bevrijd van het Portugese kolonialisme dat van geen wijken wilde weten.

Obama ontvangt de Nobelprijs voor de Vrede.
Foto © Harry Wad
Toen de Amerikaanse President Obama in 2009 – een beetje vroeg -  de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, zei hij: ‘Het kwaad in de wereld bestaat. Een vredelievende beweging zou de legers van Hitler niet hebben kunnen tegenhouden. Geen enkele vorm van onderhandelen zou de leiders van Al-Qaida ervan kunnen overtuigen hun wapens neer te leggen. Zeggen dat oorlog noodzakelijk is, betekent nog niet dat je cynisch bent, maar het betekent veelal dat je inzicht hebt in de Geschiedenis, in de onvolmaaktheden van de mens en de grenzen van het verstand’. Zijn woorden zouden zonder meer ook van toepassing zijn geweest op het kolonialisme.

Er is moed voor nodig om af te rekenen met de resten van het kolonialisme. En niet alleen moed, maar ook verbeeldingskracht, overtuiging en zeker ook een grote mate van edelmoedigheid, een eigenschap waarvan de onlangs overleden Nelson Mandela de belichaming was. Hij heeft het voorbeeld gegeven hoe je op basis van gelijkwaardigheid met een oude kolonisator kon omgaan.

De politieke rol van ‘het volk’
We betreden nu een moeilijk terrein. We zijn het eens met Fanon als hij pleit voor een directe democratie waarbij de vertegenwoordigers van de politieke partij(en) – natuurlijk op basis van weldoordachte programma’s -  de uitvoerders zijn van de volkswil. Hoe beter een volk is opgeleid hoe beter het de consequenties van bepaalde beslissingen zou kunnen overzien. Hoe minder een volk is opgeleid des te vatbaarder is het voor politieke manipulatie en des te gevaarlijker is het om het volk beslissingen te laten nemen op belangrijke terreinen. De ene keer zal het een politieke partij goed uitkomen als er een referendum zou worden gehouden, maar een andere keer zou dat wel eens minder goed kunnen uitkomen, namelijk wanneer vermoed wordt dat de wens van het volk niet in overeenstemming is met wat een bepaalde politieke partij graag zou willen.

Voor Curaçao zou deze kwestie wel eens kunnen gaan spelen wanneer in 2015 de situatie van de afgelopen vijf jaar door de Rijksministerraad geëvalueerd gaat worden en er besluiten moeten worden genomen over de (consensus) Rijkswetten van het Koninkrijk. Het is hier niet de plaats om in te gaan op de wensen van de Curaçaose politieke partijen, maar het minste wat ik hen tegen die tijd zou willen toewensen is wijsheid en onbaatzuchtigheid waarbij het welzijn van het volk voorop zou moeten staan. De rijkdom van het land - de taart - mag niet worden opgegeten door graaiende bestuurders, nee, de taart is van het volk. In andere - Papiamentse -  woorden die ik hoorde in een van de uitzendingen van de Partido Soberano: ‘Bolo ta di pueblo’.

En de leden van de PS die dit niet zouden hebben begrepen zou ik willen verwijzen naar hun eigen site en naar de uitzending van hun eigen Ingrid Sánchez van 27-06-2013 getiteld ‘Palabra’.

De oude globalisering
Mentaliteitsverandering
De mentaliteit van de mensen wordt nu in hoge mate beïnvloed door een ander soort vervreemding dan die welke werd gecreëerd door het kolonialisme. Die andersoortige  vervreemding wordt in de hand gewerkt door de invloed van de globalisering en het Internet. De jeugd ziet wat er allemaal te koop is in de wereld aan luxe, pornografie, spelletjes en wat al niet meer. Logisch dat de gedachte bij hen opkomt dat dit het ideaal is waarnaar moet worden gestreefd. Die gedachte wordt nog gevoed door het spook van de werkloosheid, functioneel analfabetisme, gebrek aan sociale controle, gebrek aan scholing, de aanwezigheid van armoedige leefomstandigheden enz. Afleiding en valse zekerheden worden gezocht bij de telenovelas, de Zuid-Amerikaanse soaps die ervoor zorgen dat de kritische geest afgestompt raakt en niet in de gaten heeft dat het land op een incompetente manier wordt bestuurd. En bij gebrek aan werk wordt er do0r sommigen geld verdiend door het uitoefenen van misdadige praktijken.

Samenwerking, geen imitatie
Fanon heeft duidelijk aangegeven hoe dekoloniserende landen een nieuwe maatschappij zouden moeten inrichten. Dat moet een maatschappij zijn met eigen waarden en met behoud van zaken die goed zijn en hun nut hebben bewezen. Van belang is het streven naar goede sociale omstandigheden, verdraagzaamheid, solidariteit en democratie. Voor het bouwen aan een nieuwe maatschappij is intelligentie nodig, vernieuwend denken en zelfvertrouwen.

Er moet vooral niet worden geprobeerd om Europa of Amerika na te doen of een pathologische bewondering te koesteren voor een Europa dat zijn succes mede te danken heeft aan de schoffering van de gewoonste menselijke waarden. Denk daarbij aan de uitroeiing van de oorspronkelijke bevolking van de Amerika’s, de slavernij en de apartheid. Maar laten we, aldus Fanon, verder geen tijd daaraan besteden: ‘Kom op, broeders, we hebben veel te veel werk te doen om ons te amuseren met achterhoedespelletjes. Europa heeft gedaan wat het moest doen en achteraf beschouwd heeft Europa dat goed gedaan; laten we ophouden met Europa te beschuldigen maar wel duidelijk zeggen dat het moet stoppen met een grote mond op te zetten. We hoeven geen angst meer te hebben voor Europa en laten we ophouden met het te benijden (Les damnés de la terre, p. 231/232)’.

Stagiaire in het Surinaamse binnenland
Samenwerken met Europa c.q. Amerika kan altijd, maar dat mag nooit leiden tot neokolonialisme en het opdringen van Europese of Amerikaanse modellen. Het is beter om jezelf dwars door alle fouten en moeilijkheden heen te worstelen en te zoeken naar een eigen oplossing. Als je een Europese staat van je land wil maken kan je beter het lot van je land toevertrouwen aan Europeanen, want, zegt Fanon letterlijk: ‘die kunnen dat beter dan de meest begaafde onder jullie (Les damnés… p. 232)’. Natuurlijk mogen er best Europeanen in hun voormalige kolonie aanwezig zijn, maar wel op andere voorwaarden dan voorheen en zeker niet in de gedaante van superieure betweters.
Fanon laat overigens duidelijk merken dat er voor hem ook geen sprake kan zijn van het voortdurend terugkruipen en beschutting zoeken in een slachtofferrol of je terug te trekken  binnen de eigen – veilige – groep. Je moet de moed kunnen opbrengen om dat station achter je te laten en gewoon aan het werk te gaan.

Overigens moeten we wel een kanttekening maken bij de situatie van de mensen in de oude Afrikaanse koloniën. Als de bewoners van die arme landen zien hoe de eigen megalomane dictators en hun kliek zich verrijken ten koste van hun land, is het moeilijk voor hen om Europa niet te zien als het paradijs waar ze graag naartoe zouden gaan. Vandaar die al tientallen jaren durende  ‘illegale’ oversteek van Afrika naar Europa in wrakke bootjes, omgebouwde auto’s of zelfs achter het landingsgestel van een vliegtuig. Met de bekende, fatale gevolgen, waaronder het vluchtelingendrama van Lampedusa.

Afrikaanse vluchtelingen op een gammele boot voor de kust van Lampedusa.
Foto © Telegraph

Het is niet de bedoeling van Fanon dat de voormalige gekoloniseerde volken de Europeanen gaan haten: ‘Nee, de Derde Wereld verwacht dat ze de Derde Wereld helpen om de mens te rehabiliteren, om overal eens en voor al de mens te laten zegevieren (Les damnés… p. 230)’.

Laten we blijven luisteren naar Fanon. Aimé Césaire zei in een interview met Daniel Maximin in het tijdschrift Présence Africaine (no 126): ‘[…] teruggrijpen op Fanon is nuttig omdat dit uiteindelijk een teruggrijpen is naar de visie die veel verder ziet dan de gewone blik…’. Fanon was een humanist. Fanon was voor samenwerking en niet voor een zwart nationalisme of afrocentrisme. Het zou absurd zijn om onder de vlag van Fanon haatzaaiende redevoeringen te houden, oude wrokgevoelens op te poken of je terug te trekken op het gepasseerde station van een al te benauwde eigen identiteit. Dan zou je Fanon pas echt niet hebben begrepen.



Tenslotte
In bovenstaand betoog zijn genoeg elementen aanwezig die bouwstenen kunnen leveren voor het denken over een nieuwe samenleving voor de Benedenwindse eilanden. Er moet  in dit proces ook een belangrijke rol zijn weggelegd voor mensen die hebben gestudeerd en die in staat moeten worden geacht de vaardigheden die ze hebben verworven toe te passen in de praktijk. Ik heb het over de Curaçaose intellectuelen. Die zouden ervan moeten afzien hun kennis en kunde in dienst te stellen van regeringen die ondemocratisch zijn en voor een deel bestaan uit mensen die alleen hun eigen belang of een bepaald groepsbelang dienen in plaats van het landsbelang. Bursalen zouden moeten gaan studeren in het Caribisch gebied en door de regering van hun land verplicht worden om na hun studie voor vijf of tien jaar naar hun land terug te keren om mee te helpen aan de opbouw van de nieuwe samenleving.

IJsverkoper op Aruba
Niemand weet hoe de ABC (ei)landen er over 50 jaar uit zullen zien. Zal op Bonaire het eigen eilandsbestuur een doekje voor het bloeden zijn en zal het eiland (als het nog een bijzondere gemeente van Nederland is) alleen nog worden bestuurd door autochtone Nederlanders? Volgens Fanon zou dit laatste best het geval kunnen zijn. Als je van je eiland een Europees eiland wil maken kan je het bestuur volgens hem het beste aan Europeanen overlaten. Die weten hoe dat moet. En Aruba? Zal het nog zo hecht samenwerken met Nederland? Zal de Nederlandse taal nog zo worden beschermd en gecontinueerd omdat de Arubaanse jongeren in Nederland gaan studeren? Zullen er over 100 jaar nog wel Arubanen zijn? Als je de migrantenaantallen bekijkt en ziet hoeveel Latijns-Amerikanen er elk jaar definitief op het eiland achterblijven dan zouden er wel eens geen Arubanen meer kunnen zijn.

School op Curaçao
Curaçao zal, denk ik, een eigen koers gaan varen, in de geest van Fanon. Het land is gewikkeld in een langdurig proces dat zich uitstrekt over enkele decennia. Zolang duurt het voordat de kinderen van nu volwassen zijn. Drastische beslissingen lijken me in dit verband roekeloos en niet zinvol. Er is niets mis met het streven naar steeds grotere onafhankelijkheid van Nederland, maar daarvoor is het nodig om nog geruime tijd te werken aan de bewustwording van het volk, het inrichten van een op de mogelijkheden van het individu toegesneden onderwijssysteem met ruime aandacht voor het leren van een ambacht en de verbetering van de leef- en werkomstandigheden. Het land moet veilig zijn, een goedwerkend justitieel apparaat hebben met mensen die niet onder druk gezet kunnen worden of bedreigd, een politiekorps dat adequaat kan functioneren en een regering die bestaat uit intelligente, integere personen die door elke screening komen. Wanneer er op een gegeven ogenblik een voldoende groot aantal Curaçaoënaars te vinden is dat niet bang is om Procureur-Generaal of rechter te worden, is Curaçao al een stuk opgeschoten. Pas dan kan je echt spreken van een Dushi Kòrsou!

Het is ook van het grootste belang dat er definitief wordt gekozen voor een (wereld)taal waarin, behalve in de moedertaal, vervolgonderwijs moet worden gegeven.

Fanon is een moeilijke auteur, maar hij verdient het om gelezen en herlezen te worden door politici, leraren en elke geïnteresseerde. Hij was een jonge, briljante, non-conformistische denker die het welzijn van de mens centraal had staan en gekant was tegen elke vorm van duister nationalisme of weerzinwekkend blank of zwart racisme. Hij stond voor onderling respect, nadenken over jezelf in betrekking tot de Ander, solidariteit, het bestrijden van onderdrukking, manipulatie en anti-democratische krachten.

donderdag 10 april 2014

Bolo ta di pueblo (6)

Frantz Fanon
Fred de Haas over Frantz Fanon

Fanon tegen de ‘négritude’ en folklore als culturele basis
Fanon was tegen de ideeën van de ‘uitvinders’ en aanhangers van de ‘négritude’, de door de Martinikaanse schrijver Aimé Césaire gepropageerde beweging die – als reactie op de opgedrongen koloniale cultuur -  in bewondering wilde teruggrijpen op oude Afrikaanse beschavingen.
Natuurlijk, het was een alleszins begrijpelijke reactie op de leugenachtige opvattingen van de racistische kolonialen die van de zwarte mens een wezen zonder cultuur maakten, een mens zonder geschiedenis, een primitief verschijnsel. Maar Fanon verweet Césaire en de eerste president van Senegal, de dichter Léopold Sédar Senghor, dat ze teveel oog hadden voor de ‘zwarte identiteit’ van vóór de slavernij en het kolonialisme en te weinig voor de geestelijke bevrijding van het volk na die periode. Om zijn punt te illustreren gaf Fanon als voorbeeld de vroegere beschaving van de Afrikaanse Songhaï waar Césaire en Senghor graag naar verwezen. Fanon: ‘alle bewijzen die zouden kunnen worden geleverd voor het bestaan van een wonderbaarlijke Songhaï beschaving veranderen niets aan het feit dat de Songhaï van tegenwoordig ondervoed zijn en analfabeet’.

Fanon vond het een slecht idee om alle zwarten van de wereld te verenigen onder de vlag van een ‘zwarte’ of Afrikaanse cultuur. De zwarte bevolking van de Amerika’s had, vond hij, andere problemen dan de zwarte bevolking in Afrika. Het enige dat hen verbond was de discriminatie door de blanken. En dat was nu eenmaal niet voldoende om een nieuwe cultuur op te bouwen.

Curaçaose folklore: Grupo Serenada

Ook waarschuwt hij dat cultuur niet moet worden verward met folklore (zingen, dansen, verhalen vertellen, klederdrachten, enz.): ‘de nationale cultuur is niet de folklore waarin volgens een populaire opvatting de ‘werkelijkheid van het volk’ ligt besloten. Die werkelijkheid is niet hetzelfde als die hoop traditionele, loze folkloristische gebaren die je hoe langer hoe minder kan verbinden met de actuele werkelijkheid van het volk’ (Les damnés de la terre, p. 150). Folklore is verstarde cultuur.

Een nationale cultuur
Geen cultus van het verleden, dus, maar de blik gericht op de toekomst. Niet praten over een Afrikaanse of ‘zwarte’ cultuur, maar meer over een dynamische, nationale cultuur, dat wil zeggen een cultuur die echt wordt gevoeld en beleefd. En de strijd voor de nationale cultuur, de strijd voor de vooruitgang, betekent in de eerste plaats een strijd tegen de vervreemding en een strijd tegen de globalisering die – onder de machtige invloed van de Westerse culturen – van alle culturen een eenheidsworst probeert te maken. We worden immers gebombardeerd met beelden, klanken en kleding die alle mensen cultureel aan elkaar gelijk maken en de mensen gauw uit hun evenwicht brengen.  Via het Internet vindt er een vorm van herkolonisatie plaats en krijgen jongeren uit de Derde Wereld helden, heldinnen en ‘sterren’ voorgeschoteld met wie ze zich identificeren, maar die afkomstig zijn uit een totaal andere cultuur.
 
Curaçao. Foto © Mineke de Vries
Het is beter om een eigen weg te kiezen. Voor Curaçao betekent dit dat men het multiculturele ideaal zou moeten nastreven, een eigen multicultureel ideaal. Het land mag zich gelukkig prijzen met de aanwezigheid van inwoners die sterk verschillen van aard en cultuur, maar met elkaar verbonden zijn door hun liefde voor het land. Op Curaçao vind je Afro-Curaçaoënaars, al of niet op Curaçao geboren blanke Nederlanders, migranten uit Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, Protestanten, Katholieken, Sefardische en Asjkenazische Joden, blanke en zwarte mensen en alle kleuren daartussen, kortom genoeg elementen om een levensvatbare, krachtige samenleving op te bouwen. Op voorwaarde dat iedereen als gelijke wordt beschouwd en positief mee wil doen om iets van het land te maken.
Maar als je positief wil meewerken kan het geen kwaad als je eerst even over de grens kijkt en te weten probeert te komen hoe je een land NIET moet opbouwen.

Hoe het niet moet
Voor landen die de totale onafhankelijkheid nastreven is het raadzaam om kennis te nemen van ervaringen van andere landen die het machtsvacuüm na het vertrek van de koloniale machthebbers moesten opvullen. Hoe ging dat in de Afrikaanse staten?
Na de overdracht van het koloniale bestuur aan lokale Afrikaanse machthebbers zagen we hoe de lokale ‘bestuurders’ onmiddellijk de vrijgekomen banen innamen zonder zich te bekommeren om de nationale eenheid en zonder aan ‘nation building’ te doen. Ze dachten alleen aan zichzelf en aan manieren om zoveel mogelijk te profiteren van de macht en zichzelf te verrijken. De belangen van het volk deden er niet toe.
Het verblijf van Robert Mugabe (Zimbabwe)

Afrikaanse staatshoofden maakten zich meester van de opbrengsten uit de olie, cacao, hout, goud, diamanten en uranium en lieten fraaie herenhuizen voor zichzelf bouwen in Europa. In Nigeria deden de lokale machthebbers niets voor de bewoners van de Nigerdelta terwijl ze barstten van de oliedollars.

Omdat de landelijke bestuurders jammerlijk faalden ging het volk weer beschutting zoeken bij de eigen stam en legde op deze wijze de kiem voor de verwoestende stammenoorlogen waarvan de wereld getuige was en is. Regeringspersonen benoemden mensen van hun eigen stam en zelfs familieleden werden in hoge functies benoemd al waren ze zo stom als het achtereind van een varken. Zo kweekte men domme ministers, domme ambassadeurs en domme gedeputeerden. Fanon schreef hierover: ‘we hebben hier niet meer te maken met een burgerlijke dictatuur maar men een stammendictatuur’. Iedereen weet waar dat toe heeft geleid. Het voorbeeld van de genocide in Ruanda onder Hutu’s en Tutsi’s staan ons nog steeds voor ogen. Er was geen steek veranderd sinds de tijd van Fanon die al vroeg inzag wat er aan het gebeuren was. Hij voelde ‘[…] geen woede maar schaamte over die domheid, dat bedrog, die intellectuele en geestelijke ellende (Les damnés de la terre, p. 122).

Fanon schrijft dat het een heilige plicht had moeten zijn voor de lokale machthebbers om ‘het intellectuele en technische kapitaal dat ze aan de koloniale universiteiten hadden opgedaan ter beschikking te stellen van het volk (Les damnés de la terre, p. 96/97)’. Maar men ging gewoon op de oude, koloniale voet verder en daardoor komt het dat de meeste Afrikaanse landen nog dezelfde economische structuur hebben als in de koloniale tijd: inkomsten uit de export van grondstoffen.

Curaçao
Hoewel we op geen enkele wijze de gebeurtenissen in het Caribisch gebied gelijk kunnen stellen met wat er zich voltrok en voltrekt in de jonge Afrikaanse staten, zijn er toch bepaalde overeenkomsten met landen in het Caribisch gebied.
Curaçao schrok pas 15 jaar na het Statuut wakker, in 1969, toen de arbeiders van Wescar in opstand kwamen tegen hun onrechtvaardige behandeling door Shell Curaçao. De nieuwe volkspartij die uit die opstand ontstond, de Frente Obrero, begon onder leiding van Wilson (Papa) Godett tastend en onzeker aan een nieuw tijdvak waarin er eindelijk enige aandacht zou komen voor de onderklasse. Het stokje van de Frente is nu overgenomen door de Partido Soberano die de bewustwording, opvoeding en scholing van het (gewone) volk terecht hoog in het vaandel heeft staan. Het volk moet zodanig worden opgevoed dat het weet wie de uitbuiters en de profiteurs zijn, wie de politieke oplichters en dieven.

De PS is zich ervan bewust dat er nog een lange weg is te gaan en kan ook de sportiviteit opbrengen om gemaakte fouten te erkennen en hiervan te leren. In de partij bevinden zich mensen met grote vaardigheden, zoals de heer Sidney Provence die op intelligente en duidelijke wijze in het bewustmakingsprogramma van de partij, Konsenshi Sivil, uitlegt hoe het arbeidsrecht in elkaar zit en de arbeiders niet alleen wijst op hun rechten, maar ook op hun plichten. Ook de heer Leonora weet van wanten. En zo zijn er meer vrouwen en mannen die baanbrekend werk verrichten.
De partij heeft te maken met een achterban die voor een groot deel nog geschoold en ‘opgevoed’ moet worden en dat maakt het werk voor de leiders niet makkelijk. Ook heeft de partij leden en sprekers die het imago van de partij door hun met luide stem verkondigde niet door de feiten gesteunde opvattingen veel schade toebrengen.
Maar naarmate de tijd verstrijkt en de (geschoolde) kinderen groot worden zal de mentaliteit van de achterban veranderen en zullen de leiders van de partij beter in staat zijn een verstandige politiek door te voeren zonder concessies te hoeven doen aan mensen die het fijn vinden dat er vaak en hard wordt gescholden op individuen en bevolkingsgroepen.

[wordt vervolgd]

woensdag 9 april 2014

'Geen Amsterdamse fietsen naar Suriname vanwege Bouterse'


Paramaribo - De gemeente Amsterdam stuurt geen tweewielers meer naar Suriname wegens het regime van Desiré Bouterse. Dit meldt het Nederlandse medium 'Metro' maandag. De gemeente Amsterdam stuurt jaarlijks ruim 1500 fietsen uit het Fietsdepot naar het buitenland en één land staat sinds een aantal jaren op een zwarte lijst door toedoen van het regime. Sinds Bouterse aan ...

de macht is in Suriname gaan er namelijk geen tweewielers meer die kant op. "Het Fietsdepot krijgt veel aanvragen van stichtingen en projecten in het buitenland die fietsen naar het buitenland willen brengen", zegt manager Pieter Berkhout van het Fietsdepot.

"Voor zover mij bekend, worden er alleen naar Suriname geen fietsen opgestuurd." De gemeente stuurt binnenkort wel een partij van 400 fietsen naar Jordanië. Deze tweewielers zijn weggeknipt in de stad en niet opgehaald door de eigenaren. "Steeds meer Amsterdammers weten ons de afgelopen jaren overigens wel te vinden. Het aantal fietsers dat naar het Fietsdepot in het Westelijk Havengebied kwam om zijn eigendom op te halen, steeg van 20 naar 50 procent", stelt Berkhout.

Fietsen op een korjaal op de Surinamerivier.
Fotyo © www.reisverslagen.net


"Dat is sterk afhankelijk van waar ze worden weggeknipt. Als je na het boodschappen doen opeens geen fiets meer hebt, ben je sneller geneigd om die op te halen dan wanneer die ongebruikt voor de deur stond." De gemeente Amsterdam heeft overigens eind 2010 de beslissing genomen om geen nieuwe samenwerkingsprojecten meer met Suriname uit te voeren. Aanleiding was de beëdiging van Desiré Bouterse als president.

Ook werd besloten dat Amsterdamse bestuurders of hoge ambtenaren geen werkbezoeken meer aan Suriname zouden afleggen. Omgekeerd gold dat eveneens voor Surinaamse bestuurders en ambtenaren. De gemeente Amsterdam liet toen voorts weten dat een dertigtal hulpprojecten in Suriname onder de loep werd genomen naar aanleiding van de beëdiging van Bouterse. Amsterdam zou wel blijven doorgaan met een beperkt aantal projecten, waarbij humanitaire aspecten of de volksgezondheid een belangrijke rol spelen.


[van nospang.com, 9 april 2014]

dinsdag 8 april 2014

Nieuwsuur verkondigt wartaal over Suriname

Politiek analist Jan Gajentaan
door Jan Gajentaan

Het Nederlandse actualiteitenprogramma Nieuwsuur heeft veel verbazing gewekt met een tweedelige reportage over Suriname, die gepresenteerd werd door Eelco Bosch van Rosenthal. De reportage werd aangekondigd op de website van Nieuwsuur onder de titel “Suriname heeft weer zelfvertrouwen”.

Door Nieuwsuur wordt gesuggereerd dat Suriname zich de afgelopen jaren “uit de crisis heeft gevochten” en dankzij Bouterse “weer zelfvertrouwen heeft”. Dankzij het beleid van Bouterse zouden de investeerders “staan te trappelen”, aldus Nieuwsuur.



Na enkele minuten lang deze baarlijke nonsens aangehoord te hebben, kon ik het niet meer aanzien en heb mijn TV-toestel uitgeschakeld. Ik kan dus niet over de reportage als geheel oordelen. Als de redactie van Nieuwsuur de moeite had genomen om even op de website van de Centrale Bank van Suriname te kijken, hadden ze kunnen lezen dat Suriname al meer dan 10 jaar stabiele economische groeicijfers heeft van tussen de 4 en de 5%. In de periode 2007/2008 was het zelfs nog iets hoger, ik meen tussen de 5 en de 6%.
Deze mooie economische groeicijfers zijn te danken aan het stabiele monetaire en financiële beleid dat vanaf het jaar 2000 is ingezet door het tandem Telting (Governor CBvS) en Hildenberg (minFin). Tot op zekere hoogte is dit beleid voortgezet door de huidige regering met Hoefdraad als Governor CBvS. Het huidige financiële en monetaire beleid vertoont echter heel veel scheuren en gaten. Dit is ook de reden dat de huidige coalitie al drie ministers van Financiën heeft versleten.

Presidentieel paleis Paramaribo. Foto © H.J. Kleuters


De huidige regering zal vermoedelijk goede intenties hebben – daar ga ik altijd maar vanuit – maar is niet in staat geweest de uitgaven van de overheid onder controle te brengen. Integendeel, deze zijn in de periode 2010 – 2014 ongeveer verdubbeld. Normaliter leidt een dergelijke groei van de overheidsuitgaven tot een hoog inflatiecijfer.

Het feit dat de inflatie nog onder controle is kunnen we beschouwen als een prestatie van Hoefdraad, maar de grote vraag is, wat voor kunstgrepen hij daarvoor heeft moeten toepassen. Zo vindt er allerlei gegoochel plaats met de monetaire reserve van het land. En de overheid stelt het betalen van haar rekeningen steeds verder uit, waardoor voorkomen wordt dat er teveel geld ineens in het systeem wordt gebracht ( dus blijft de inflatie onder controle).

Juist vanwege dit minder stabiele beeld van de overheidsfinanciën, in combinatie met dalende grondstoffenprijzen, zien we nu dat veel grote investeerders aan het treuzelen zijn geslagen. Dezelfde investeerders stonden in 2009/2010 nog te trappelen om naar Suriname te komen.
Natuurlijk is het zo, dat delen van de Surinaamse maatschappij profiteren van het huidige beleid. De regering heeft duizenden ambtenaren aangenomen en de salarissen van bepaalde categorieën overheidsdienaren fors verhoogd door de implementatie van Fiso 2. Ook wordt er fors geïnvesteerd in bepaalde sociale projecten, zoals de Naschoolse Opvang. De vraag is echter, in hoeverre dit een houdbare zaak is, gezien het hoog oplopende overheidstekort.

Wat de crisis ons heeft geleerd, is dat een zeepbel door te hoge overheidsbestedingen levensgevaarlijk is voor een land. We hebben de ontsporing gezien van Griekenland. We zien het nu gebeuren in Venezuela. Als Suriname niet heel snel komt met een geloofwaardig herstelprogramma, zal het land waarschijnlijk ook in de gevarenzone raken. Een ieder die een beetje bij de tijd is kan dat zien, maar de redactie van Nieuwsuur zit kennelijk te slapen.

[van GFC Nieuws, 7 april 2014]


woensdag 2 april 2014

Presidentiële sjerp ontworpen door Surinaamse vrouw

Foto © Kabinet van de President
De sjerp die de president Desi Bouterse draagt, is niet uit China geïmporteerd. De Surinaamse Wilma Spong heeft de sjerp ontworpen. Minister Soewarto Moestadja van Binnenlandse Zaken(Biza) deelde dit vanmiddag mee aan het parlement.

Het parlement heeft vandaag de behandeling van het wetsontwerp ambtssymbool president voortgezet. Tot een aanname van de wet kwam het nog niet. De vergadering is verdaagd tot donderdag 3 april.

Andre Misiekaba, voorzitter van de commissie van de rapporteurs, was content met de beantwoording van de minister. Door informatie te geven over de ontwerper van de sjerp zijn heel wat insinuaties uit de wereld geholpen, zegt Misiekaba. De sjerp is ontworpen door Wilma's Original Fashion en Production Consultant in overleg met het kabinet van de president.

Misiekaba benadrukte vandaag tijdens de tweede ronde dat de president geen enkele wet heeft overtreden met het dragen van een sjerp. Dit, omdat de presidentiële ambtsketen geen wettelijke grondslag had. Hij bracht onder de aandacht van het college dat het ingediend wetsvoorstel als titel draagt: "Wet houdende het vaststellen van het door de president van de Republiek Suriname te dragen ambtssymbool".
Misiekeba legt de nadruk op het 'vaststellen'. "Wat we hier doen, is het vaststellen wat het ambtssymbool is, want er is geen wet. Nu pas gaan we komen tot het vaststellen van een wettelijke basis voor het presidentieel ambtssymbool. Al die tijd is er een ambtsketen gebruikt zonder een wettelijke grondslag".

[van www.edunet.sr]


zaterdag 29 maart 2014

Rutte zegt sorry voor uitspraak Zwarte Piet

Mark Rutte heeft zich tegen minister-president van Curaçao Ivar Asjes verontschuldigd voor zijn curieuze uitspraken over Zwarte Piet. Zijn opmerking dat zijn 'vrienden op de Nederlandse Antillen' blij zijn met het sinterklaasfeest 'omdat zij hun gezicht niet hoeven te schminken', is op de Antillen niet goed gevallen.
Krampus, de Zwarte Piet van Oostenrijk

'Als ik zelf Zwarte Piet moet spelen, dan ben ik dagen bezig om de verf van mijn gezicht te krijgen', zei Rutte zondag. Zijn 'vrienden op de Antillen' kenden dit ongemak tenminste niet.

'Niemand willen beledigen'
'Ik heb daar niemand mee willen beledigen', zei Rutte gisteren na afloop van de ministerraad. Hij heeft zelf met Asjes gebeld om uit te leggen dat het een ongelukkige opmerking was. Asjes zou de excuses van Rutte hebben geaccepteerd.

Het is niet de eerste keer dat Rutte zich mengt in de discussie over Zwarte Piet. Vorige jaar zei hij desgevraagd dat 'Zwarte Piet nu eenmaal zwart is'. 'Daar kan ik niets aan veranderen.'

Geheim overleg
Gisteren onthulde deze krant dat al maanden in het geheim overleg plaatsvindt over de toekomst van Zwarte Piet. Deze zomer willen voor- en tegenstanders een gezamenlijk plan presenteren, waarin ze uiteenzetten hoe het verder moet met de traditie van het sinterklaasfeest.

Vorig jaar liepen de gemoederen hoog op toen critici stelden dat Zwarte Piet een symbool is van racisme. Dit was tegen het zere been van de sinterklaasfans.

[uit Algemeen Dagblad, 29-3-14]


donderdag 27 maart 2014

Borstbeeld Sylvester onthuld zonder toestemming

door René Gompers

Fier en impossant is het borstbeeld van Hendrik 'Sylvo' Sylvester. Op sambura muziek werd het borstbeeld voorzichtig ontdaan van de lappen 'verpakking'. Het duurde even voordat 'Sylvo' van de knopen - de stevig gebonden witte, rode en zwarte doeken - ontdaan was. Het borstbeeld is dinsdagavond onthuld op de hoek van de Fred Derby- en de dokter Sophie Redmondstraat door vicepresident Robert Ameerali, vertegenwoordigers van vakbonden en de Surinaamse Partij van de Arbeid (SPA). 

Foto © Regilio Derby

Het kunstwerk is nog niet af. Er is ook nog geen toestemming verleend door betrokken instanties om het beeld te plaatsen deelde Ronald Hooghart, voorzitter van de Centrale van Landsdienaren Organisaties (CLO), de aanwezigen mee. "A no kaba ete en unu no kisi toestemming ete. Ma mi pot' a beeld. Het heeft al te lang geduurd. Mek' den kon pur' eng." Bij het overlijden van Sylvester in 1999 was beloofd dat er een standbeeld voor de vakbondsleider opgezet zou worden. De datum van onthulling is enkele malen verschoven door de onzekerheid veroorzaakt door bureaucratie, gaf Hooghart aan. Sylvester heeft zijn 'grani' gekregen op 25 maart, 15 jaren na zijn sterfdag.

Menige spreker haalde goede herinneringen op aan 'Sylvo'. Zijn rechtvaardigheid, zijn verdiensten op het arbeidersvlak, het fanatieke sporten, zijn vermogen om te luisteren en gebalanceerde oplossingen te vinden in conflicten, werden in elke toespraak geprezen. Opgemerkt werd dat er niet genoeg gedaan is "om deze grote zoon te eren."

Erkenning vakbonden 
Er is al eerder eer betoond aan Sylvester. Het centrum van de Surinaamse Onderwijzers Bond (SOB) waar hij ooit leiding aan gegeven heeft, is naar hem vernoemd. Daarnaast is een school op Balona en een bridge en troefcall-toernooi naar hem genoemd. Het borstbeeld is gemaakt van brons en staat ruim twee meter hoog op een betonnen stokkel. 'Sylvo' kijkt over de hoofden van de aanwezigen naar de overkant van de straat, recht in de ogen van vakbondsleider/politicus Fred Derby.

Het beeld is vervaardigd door Jules Brandflu. Het monument is in drie weken opgezet. Er komen nog wat delen en zitbanken bij deelde hij mee. Het project kost Euro 40.000 en wordt betaald door de regering. "Dit beeld is niet alleen een erkenning van de verdiensten van Sylvester" gaf Ameerali aan. "Dit is erkenning van het werk van alle vakbonden. De regering zal er ook werk van maken om enkele leiders te eren, terwijl ze nog in leven zijn."

[van Starnieuws, 26 maart 2014]

maandag 24 maart 2014

Ophef over Zwarte Piet-uitspraak Rutte

Den Haag — Een uitspraak van premier Mark Rutte over de Zwarte Piet-traditie heeft voor ophef gezorgd. De Nederlandse premier deed zijn uitspraak tijdens de persconferentie voor de nucleaire top, die vandaag en morgen in Den Haag wordt gehouden, en een dag na de landelijke anti-racismedemonstratie in Amsterdam.


“Het is een oude kindertraditie, Sinterklaas en Zwarte Piet, en daarin gaat het niet over een groene of bruine Piet. Ik kan alleen zeggen dat mijn vrienden op de Nederlandse Antillen heel blij zijn als het Sinterklaas is, omdat ze hun gezicht niet hoeven te schminken. En als ik zelf Zwarte Piet moet spelen dan ben ik dagen bezig om de verf van mijn gezicht te krijgen”, aldus Rutte.

De premier reageerde op een vraag van een Engelstalige journalist, die het verwarrend noemde dat Rutte enerzijds wel de uitspraken van PVV-leider Geert Wilders over Marokkanen veroordeelde, maar zich anderzijds niet wil mengen in de discussie over Zwarte Piet, terwijl die wel door internationale mensenrechtenorganisaties als racistisch is betiteld.

De uitspraak van Rutte is bij veel mensen in het verkeerde keelgat geschoten. Dichter Quinsy Gario, bekend als een van de initiators van de discussie rondom Zwarte Piet, reageerde op Facebook met: “Dankjewel Mark Rutte. Het racisme achter Zwarte Piet had niet beter vertaald kunnen worden.” Volgens Gario zorgt de uitspraak van Rutte voor een groter bewustzijn – ook bij inwoners uit het Caribisch gebied – dat er wel degelijk sprake is van racisme, ook als het gaat om Zwarte Piet.

“In de kern is het precies zoals je het zegt”, reageerde ook voorzitter Glenn Helberg van het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (Ocan). “Jij hoeft slechts je zwarte schmink eraf te doen om vervolgens weer van je witte privileges te genieten. Een zwart kind op school kan de zwarte kleur er niet afhalen om niet te worden beoordeeld op zijn of haar kleur”, aldus Helberg.

De uitspraak wordt door anderen ongenuanceerd, ontluisterend, shockerend en schandalig genoemd, zeker voor een premier die geschiedenis studeerde. Een enkeling merkt op dat het leuk zou zijn als de Amerikaanse president Barack Obama om opheldering over Zwarte Piet zou vragen.

Overigens zijn er ook mensen die het juist schandalig noemen dat er tijdens een persconferentie over de nucleaire top vragen werden gesteld over Zwarte Piet.


[uit Amigoe, 24 maart 2014]

dinsdag 18 maart 2014

Eerbetoon voor pionier ‘Tata’ De Lannoy-Willems

Eerste vrouw in de Staten: Angela Altagracia
 de Lannoy-Willems
Willemstad — Op donderdag 17 maart 1949 gingen vrouwen op het eiland voor het eerst naar de stembus. Dat gebeurde met de introductie van het algemeen kiesrecht op Curaçao, waardoor zowel mannen als vrouwen ouder dan 25 jaar een stem konden uitbrengen. Dit jubileum wordt vandaag gevierd met een eerbetoon aan Altagracia de Lannoy-Willems (1913-1983), de eerste vrouw die lid werd van de Staten.


Tijdens een plechtigheid bij de Katholieke Begraafplaats aan de Roodeweg werd vanochtend De Lannoy-Willems geëerd. Oud-premier Maria Liberia-Peters hield een toespraak, waarin zij inging op het belang van het algemeen kiesrecht voor Curaçao en de belangrijke rol die De Lannoy-Willems, die bekend stond onder de roepnaam ‘Tata’, vervulde in die jaren. De strijd voor het algemeen kiesrecht voor vrouwen was een rechtvaardige strijd, aldus Liberia-Peters. Zij verklaarde blij te zijn dat iedereen samen, los van elke politieke oriëntatie, een van de pioniers die de weg heeft geopend voor het algemeen kiesrecht op Curaçao, kan eren.
Liberia-Peters had een aantal lovende woorden voor De Lannoy-Willems. “Geen negatieve kritiek of beledigende karikatuur kon haar geest breken. Als politicus hebben wij de gewoonte om in de verdediging te gaan, wanneer wij het niet eens zijn met de geuite kritiek. Altagracia was iemand die altijd haar worden woog en er niet voor koos om op een twijfelachtige manier terug te slaan. Van personen die haar gekend hebben, heb ik gehoord dat zij in alle rust, zonder te beledigen, op een positieve manier iets negatiefs kon beantwoorden.” Een voorbeeld dat door Liberia-Peters werd aangehaald was toen De Lannoy-Willems in een karikatuurprent werd getekend als een naakte Lady Godiva op een ezel. De enige reactie van De Lannoy-Willems was: Als zij mij zo willen tekenen is dat goed, want zo heeft mijn moeder mij gebaard”, waarmee de kous af was.
Minister Irene Dick (Onderwijs, Wetenschap,
 Cultuur en Sport, PS) plaatst een bloem
 bij het graf van De Lannoy-Willems.
 Onder meer oud-premier Maria
 Liberia-Peters (tweede van rechts) kijkt toe.

In haar toespraak stond Liberia-Peters ook stil bij de kritiek van De Lannoy-Willems op het feit dat telkens wanneer er een nieuwe regering aantrad, deze alles van haar voorganger ging afbreken, om vervolgens alles weer van voren af aan op te bouwen, ‘omdat de ideeën en acties van een politieke tegenstander afkomstig waren’. “Zij betreurde de zucht naar wraak op het eiland en was van mening dat Nederland hierdoor in staat was om ons te manipuleren. Uit haar woorden kunnen wij halen dat wijsheid en kennis de elementen zijn om te voorkomen dat de zucht naar wraak nog groter wordt en schade aan het eiland wordt berokkend.”

De verkiezingen van 1949 waren de eersten waarbij het algemeen kiesrecht van kracht was. De eerste verkiezingen op Curaçao vonden plaats op 20 december 1937. Indertijd werden de eerste leden van het parlement van de Antillen gekozen. Aan deze verkiezingen mochten alleen mannen, ouder dan 23 jaar deelnemen, die belasting betaalden en over eigendommen beschikten, of een opleiding van minimaal zesde klas lagere school. Op 17 maart 1948 werd het algemeen kiesrecht op Curaçao van kracht. De grondleggers die hiervoor hebben gestreden waren onder meer Moises ‘Doktoor’ Da Costa Gomez, Adèle Rigaud, de toenmalige voorzitter van de vrouwenvleugel van de Katholieke Volkspartij (KVP) en de beroemde Damanan di Djarason, de vrouwenvleugel van de Nationale Volkspartij (NVP) onder leiding van Clarita da Costa Gomez, Mena Davelaar en Thelma da Costa Gomez. Vrouwen op Curaçao haalden 1013 handtekeningen op en stuurden brieven naar de Nederlandse Tweede Kamer om steun te verwerven voor vrouwenkiesrecht op Curaçao.

Curaçao, Westpunt, ca. 1950

Uit een publicatie van de politieke partij Pais blijkt dat in de verkiezingscampagne voor de verkiezingen van 1949 de thema’s katholicisme en autonomie een centrale rol speelden. De KvP was van mening dat politiek en godsdienst hand in hand moesten gaan en plaatste een priester op hun kandidatenlijst. De Curaçaose Onafhankelijke Partij (COP) riep haar kiezers op juist ver te blijven van katholieken en van de Pauselijke richtlijnen die de KvP het volk wilde opleggen. Aan de andere kant werd de COP door haar politieke tegenstanders omschreven als elitair en intellectueel, die ver van het volk afstond. De NVP en DP hielden zich niet bezig met aanvallen op de Katholieke Kerk. De NVP maakte zich sterk voor meer autonomie, terwijl de DP zich tegen de NVP afzetten omdat de rode partij van mening was dat de NVP zich te soft opstelde ten opzichte van Nederland.

Aan de verkiezingen van 1949 namen 37.688 mensen deel. 18.087 mannen en 19.601 vrouwen die voor het eerst een stem konden uitbrengen. Grote winnaar van de verkiezingen was de Nationale Volkspartij (de huidige PNP, red) met vier zetels. De Democratische Partij (DP) volgde op de tweede plaats met drie zetels, terwijl de KVP één zetel behaalde op verkiezingdag. De COP bleef op nul zetels steken. De grootste stemmentrekker was Doktoor Da Costa Gomez, die 12.834 persoonlijke stemmen behaalde.
De nieuwe Staten traden aan op 18 april 1949. Het zou nog tot 4 augustus duren voordat De Lannoy-Willems tot de Staten toetrad.

[uit Amigoe, 17 maart 2014]

maandag 17 maart 2014

Holi-uitzending OHM kleurt groen

Foto © Roel Wijnants

door Roy Khemradj

Ik ben geen fervent kijker van Studio Sport. Mijn Nederlandse buurman ook niet. In afwachting van het Achtuur- journaal zap ik en blijven we hangen bij een uitzending van de Organisatie Hindoe Media. Onder de weinig inspirerende titel 'Van modderfeest tot volksfeest' wordt op prime time aan Nederland uitgelegd dat Hindoes wereldwijd, holi vieren. Mijn buurman worstelt zich door de teksten en beelden en zegt halverwege ; " Ik begrijp er niet zoveel van. Is dit jullie Suikerfeest?" Ik ben opgelucht als de aftiteling in beeld komt.

Dan verschijnt als donderslag bij heldere hemel Desh Ramnath in beeld. Hij is lid van de programma-adviesraad van de OHM. Hij legt uit waar holi voor staat. "Nu pas begrijp ik het een beetje", zegt buurman. "Maar waarom zat hij niet in het programma?" "Tsja, buurman, je moet toevallig weten dat die meneer in beeld, kandidaat is voor het Christelijk Democratisch Appel in Den Haag. “Ooo..Hhh..Mmm.” Buurman: " En waarom hij alleen dan? Er zijn toch meer Hindoestaanse kandidaten? “Tsja buurman, er vindt niet voor niemendal onderzoek plaats naar de integriteit van het bestuur van OHM en de directeur. Ook ik had liever een mooi politiek debat gezien over de maatschappelijke betekenis van Holi i.p.v. een verkapte uitzending van een politieke partij."

[van Facebook]

zaterdag 15 maart 2014

Posters met verkiesbare ex-Miss Universekandidaat massaal gestolen

Verkiezingsposters met het portret van de PvdA-lijsttrekker in Barendrecht, ex-Miss Universekandidaat Reshma Roopram, worden opvallend vaak gestolen.
Ed Mol, de campagneleider van de PvdA in Barendrecht, denkt niet dat het de fraaie trekken van Reshma Roopram zijn die de posterdieven inspireren. Hij zoekt de boosdoeners onder politieke tegenstanders van zijn partij. "Je hebt hier een clubje ontevreden mensen, PVV- en Leefbaar-aanhangers," zegt hij.
Reshma Roopram (niet van de rotishop)
Foto © Toonen en Wientjes


Om te proberen de diefstal van de posters terug te dringen en in de hoop dat de posters daardoor meer verspreid worden, biedt de plaatselijke afdeling van de PvdA downloads in hoge resolutieaan.
De PvdA heeft vier zetels in Barendrecht, dat wordt bestuurd door een coalitie van VVD, CDA en CU-SGP.










maandag 10 maart 2014

Bosman-wet onder vuur


André Bosman verdedigt woensdag in de Tweede Kamer 'zijn' Bosman-wet. De wet stelt voorwaarden aan de vestiging in Nederland voor mensen uit Curaçao, Sint Maarten en Aruba. Iemand die langer dan zes maanden in Nederland wil verblijven moet voldoen aan één van deze vier voorwaarden: een baan of een eigen onderneming in Nederland hebben, in het eigen onderhoud kunnen voorzien met eigen middelen, een erkende opleiding in Nederland volgen of gezinslid zijn van een Nederlander. Tegen de wet is veel kritiek, omdat deze discriminerend zou zijn. Vanavond gaat Bosman hierover in debat met Quinsy Gario en Danitzah Jacobs in het programma Pauw & Witteman.

Rajen Budhu Lall geeft commentaar:

Vanavond gegarandeerd vuurwerk bij P&W! Laat ik deze wet uit de boezem van de VVD vanuit Surinaams perspectief bekijken. Je bezet een land van 1667-1975, ruim 300 jaar en geeft een fooi mee en laat vervolgens de relatie domineren door de relatie in de afgelopen 39 jaar. Van Curaçao lees ik dat het pas sinds 1791 een officiële Kolonie is van Nederland en samen met Aruba, St. Maarten en Nederland deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden. De wet komt van de VVD af en wil vestiging van " kansarme" Antillianen ontmoedigen. Ook hier constateer ik een eeuwenoude relatie die gedomineerd wordt door de relatie en ervaringen in de laatste 20-30 jaar. Hoe ASOCIAAL kan de VVD zijn door dit wetsvoorstel uit haar Fractie te ondersteunen? Hoe sociaal is de PvDA als regeringspartner? Lees de 15 bezwaren van het OCAN, verwoord door de voorzitter Glenn Helberg tegen dit initiatiefvoorstel en de opvattingen dat dit wetsvoorstel van de Liberale partij van de Premier in strijd is met Internationale Verdragen en Rechtsprincipes en het oordeel van de Commissie Meijers .Vandaag de Antillianen en morgen......? NEE tegen de VVD Bosman WET!

Campagneposter VVD wekt grote afschuw op

’De politiek moet dienstbaar zijn, de VVD bespeelt de onderbuik’

Foto © ANP/ inzet: AD.

door Marjolein Kooyman


Rotterdam - Een campagneposter van de VVD in Rotterdam wekt in heel Nederland grote verontwaardiging en afkeer op. De posters met de tekst 'In Rotterdam spreken we Nederlands' hangen sinds gisteren op verschillende plekken in de stad.

De oranje onderstreepte VVD-boodschap zorgde gisteren voor een storm verontwaardigde reacties, onder meer van cabaretier Jan Jaap van der Wal: 'In Rotterdam hebben we de betekenis het liberalisme even afgezonken in de Maas.' Ook uit eigen kring, van VVD'ers elders in het land, klonk kritiek op de tekst, die breed afgekeurd werd. 'In Wormerland is iedereen welkom,' tweette de plaatselijke VVD-lijsttrekker.

De VVD moet onmiddellijk ophouden met provoceren, stelt Aydin Peksert, de nummer twee op de kandidatenlijst van de moslimpartij Nida in Rotterdam. 'Uiteraard geniet Nederlands de voorkeur, maar gun mensen de ruimte om zich te uiten in de taal die hen het beste past. Dit is weer zo'n voorbeeld van oude politiek die burgers voorschrijft hoe zij zich moeten gedragen. De politiek moet dienstbaar zijn, de VVD bespeelt de onderbuik.'
 
Jeannette Baljeu
De Rotterdamse lijsttrekker van de VVD, Jeannette Baljeu, zei gisteravond geen spijt te hebben van de provocerende slogan. 'Wij hebben opzettelijk gekozen voor een prikkelende stelling om de discussie op gang te brengen. Dat is gelukt.'

De borden, die uit de koker van de Rotterdamse VVD-afdeling komen, blijven hangen tot de verkiezingen op 19 maart. 'Wij vinden dat mensen die zich hier vestigen Nederlands moeten spreken. Dat is niet alleen belangrijk voor henzelf, maar ook voor hun kinderen. Anders beginnen die met een hele grote leerachterstand op school.'

Op sociale media barstte gisteren vanuit heel het land een stroom verwijten los. De VVD kreeg op Twitter het verwijt dat de stelling 'onthutsend' is, zeker in een internationale stad als Rotterdam.

Expats welkom
Volgens lijsttrekker Baljeu is de tekst echter niet bedoeld voor de expats die zich in Rotterdam vestigen. 'Expats zijn hier zeer welkom, maar zij blijven hier nooit lang, anders zouden het Rotterdammers zijn. Als mensen hier blijven moeten ze echter Nederlands spreken.'

Al eerder wekte een campagne-uiting van de Rotterdamse liberalen weerstand op. Toen klonk kritiek omdat de tekst van een VVD-T-shirt wel erg leek op die van een Rotterdams tekstbureau.


­­

[uit AD/Rotterdams Dagblad, 7-3-14]