Posts tonen met het label erfgoed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label erfgoed. Alle posts tonen

zondag 11 mei 2014

'Maatregelen ter bescherming cultuurerfgoed'

Architecturaal erfgoed in Paramaribo in verval
Foto © Michiel van Kempen

Paramaribo - Door de minister van Onderwijs en Volksontwikkeling is er een commissie ingesteld die tot taak heeft de Wet van 7 februari 1952, houdende bepalingen tot behoud van voorwerpen die historische, culturele en wetenschappelijke waarde hebben, te herzien. Deze commissie wil maatregelen treffen ter bescherming van ons erfgoed nadat zij bij het uitvoeren van haar werkzaamheden tot de bevinding is gekomen dat het dringend noodzakelijk is om legislatief, organisatorisch, administratief en technisch deze maatregelen te treffen. Vrijdag werd door deze commissie een open consultatie gehouden in het Lalla Rookh gebouw.
 
Mag dit erfgoed het land uit?
Met de consultatie wil de commissie bij representanten uit de kunst- en cultuursector advies inwinnen over de voorgenomen wijzigingen in de bovengenoemde wet. Het gaat hier onder meer om de definiëring van wat onder Surinaams Erfgoed wordt verstaan, de definiëring van wat verstaan moet worden onder Surinaamse Cultuurgoederen (definities die de UNESCO hanteert en het uitgangspunt), alsmede de wettelijke regeling van de registratie van cultuurgoederen.

De open consultatie werd ingeleid door drs. Mildred Caprino, erfgoeddeskundige, waarbij zij heeft gesproken over het Surinaams erfgoed en de Surinaamse cultuurgoederen. De omschrijving van cultureel erfgoed geeft al aan waarom deze materie van belang wordt geacht. Het draagt bij aan het historisch bewustzijn. Naast een grote culturele waarde hebben cultuurgoederen meestal ook een financiële waarde. Deze waarde is belangrijk voor de handel en is vaak de oorzaak van diefstallen uit musea en kerken of plunderingen van archeologische vindplaatsen.
Aankoop van deze beschermde culturele voorwerpen kan een samenleving schaden. Een deel van de culturele identiteit kan verloren gaan evenals historische gegevens die zo belangrijk zijn voor toekomstige generaties. In- en invoer van cultuurgoederen moeten ook duidelijk geformuleerd worden. Het toezicht op de in- en uitvoer van cultuurgoederen is niet alleen een aangelegenheid van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling, maar ook van de Belastingsdienst/ douane van het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Defensie belast met immigratie.
 
Mag dit erfgoed het land verlaten?
Om te kunnen vaststellen of voorwerpen die bij grenscontroles worden aangetroffen cultuurgoederen zijn, is het nodig dat er een catalogus van Surinaamse Cultuurgoederen wordt vervaardigd, evenals een administratief systeem voor de afhandeling van de uitvoervergunning voor cultuurgoederen vanuit Suriname. In Suriname wordt er nauwelijks of geen toezicht gehouden op het behoud en beheer van het cultureel erfgoed.

Er is vrijwel geen controle, waardoor het mogelijk is dat beschermd cultureel erfgoed onopgemerkt vervoerd, meegenomen of verhandeld wordt. Suriname heeft recentelijk stappen ondernomen om de mondiaal geldende regelgeving, conform het UNESCO-verdrag 1970, te adapteren. Deze regelgeving en de daaruit voortvloeiende afspraken moeten het verlies van cultuurgoederen voorkómen.

Tot slot werd door de commissie aangestipt dat het ontwikkelen van deskundigheid om voorwerpen te beoordelen op aspecten zoals herkomst, ouderdom, authenticiteit en cultuurhistorische waarde ook van eminent belang is.


[van nospang.com, 10 mei 2014]

Het duidelijkst zichtbare verval van erfgoed: de houten binnenstad van Paramaribo
Foto © Michiel van Kempen

woensdag 26 februari 2014

Kwame Dandillo - Paramaribo

Heerenstrraat Paramaribo met links de YWCA, ca. 1940


Verloren loop ik langs
je mooie straten
en zie de krotten
als een reeks van gaten
in een blinkend wit gebit

De mensen schuiven transpirerend
in alverzengend zonlicht rond
en vraag mij vreemd verwonderd af
waarom men lacht
waar vinden zij de kracht
te gaan te staan
terwijl de hitte stijgt
en elk levend wezen hijgt

Ik voel de drang naar vrijheid
wurgend om mij heen

Vergeef mij als ik
in mijn wanhoop meen
dat oog om oog en tand om tand
de wet moet zijn van elk land
waar scharen armen eindloos paraderen
tussen limousines van
de nieuwe heren



[uit Palito, 1970]

Paramaribo 2014

zondag 23 februari 2014

Curaçao verwaarloost werelderfgoed

Girvin Eustatia voor het monument dat hij heeft gerestaureerd. Hij kreeg het op
 zijn naam dankzij een nieuwe wet. Foto 
© Jeannette van Ditzhuijzen. 


door Jeannette van Ditzhuijzen


Curaçao dreigt zijn belangrijkste toeristische product te verliezen: de karakteristieke, kleurrijke huizen van de oude binnenstad raken steeds meer in verval. Oorzaak? Een lakse overheid.

 Na jarenlang touwtrekken werden de monumenten van Curaçao vanaf 1993 officieel beschermd. Met een zak geld uit Nederland werd een Monumentenfonds opgericht, waaruit monumenteneigenaren subsidie kregen voor het opknappen van hun huizen. In rap tempo werden zo'n 200 monumenten in de oude binnenstad opgeknapt en werden hele buurten weer begaanbaar. In 1997 volgde plaatsing op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Maar de historische panden dreigen opnieuw te verloederen. De restauratie stagneert en reeds gerestaureerde monumenten worden soms niet onderhouden, zodat hernieuwd verval dreigt. Na een paar stevige regenbuien stortten onlangs alweer een paar daken in.


Controleorgaan
De diverse organisaties die zich bekommeren om de monumenten maken zich grote zorgen en zijn bang dat de binnenstad wegens wanbeleid van de Werelderfgoedlijst wordt gehaald. Dennis Klaus van de Fundashon Pro Monumento: "Het controleorgaan van de overheid, een Monumentenbureau, bestaat niet meer. En controle is een van de voorwaarden van Unesco."

Hij wijst erop dat Curaçao voor Unesco onder Nederland valt en dat behoud van de monumenten daarmee ook een Nederlandse aangelegenheid is. "Als het moet, stappen we zelf naar Unesco om zo de overheid tot actie te dwingen."

De organisaties wijzen op buureiland Aruba, waar ze wel snappen dat een verzorgde binnenstad aantrekkelijk is voor toeristen. Hoewel toerisme een belangrijke economische pijler is voor Curaçao, doet het land volgens hen weinig om de monumenten en de binnenstad voor toeristen uitnodigend te maken.

George Schmit, directeur van de Stichting Monumentenzorg Curaçao, wijst erop dat de Curaçaose overheid heeft besloten om diverse kantoren uit het centrum naar elders te verhuizen. "Dat heeft zijn weerslag op winkels en horeca, die ook verdwijnen, waardoor steeds meer panden aan verval zijn overgeleverd." De overheid heeft de plicht, vindt Schmit, om de binnenstadsmonumenten te benutten voor overheidsdiensten.

Verkrotting
"Ook het vergunningenbeleid van de overheid stimuleert de trek uit de stad", zegt Klaus. "Buiten de binnenstad schieten de kleine winkelcentra als paddenstoelen uit de grond, waardoor er minder publiek naar de binnenstad komt. Dat moet de overheid beter reguleren."
 
De verkrotting maakt de buurt onveiliger. Drugsdealers en prostituees trekken
 in de ruïnes en bewoners vluchten weg. Foto © Johan Depoortere


"Wij hebben gelukkig wel enige invloed", zegt Gabi Da Costa Gomez van Federashon Otrobanda. "Door lobby van alle organisaties in Otrobanda zijn het ziekenhuis en het bevolkingsbureau voor de wijk behouden gebleven. Maar we zijn er nog niet. Want de verkrotting maakt de buurt onveiliger. Drugsdealers en prostituees trekken in de ruïnes en bewoners vluchten weg."

Het steekt de monumentenorganisaties dat minister Balborda niet heeft gereageerd op de Erfgoednota die de monumentenraad hem ruim een jaar geleden aanbood. In de nota doet de raad voorstellen voor aanpassingen van het beleid, waardoor de overheid panden kan onteigenen wanneer de eigenaar na herhaalde aanschrijvingen niet betaalt voor noodherstel. Klaus: "Maar dan moet je wel een monumentenbureau hebben dat de eigenaars op hun tekortkoming wijst."

Foto © Christopher A. Dominic
Sterke band geeft recht op vervallen monument
De Curaçaose overheid is misschien laks, Girvin Eustatia heeft zich juist tot het uiterste ingespannen om een verkrot huis in Otrobanda te redden. "Het huis is sinds 1895 in de familie en tot 2002 woonden er afstammelingen van mijn betovergrootvader in. Daarna is het in rap tempo vervallen, en de buurt gebruikte de tuin als vuilstort. Veel nazaten waren niet te vinden, dus kon niemand iets doen."

"Gelukkig is sinds kort de wet zo veranderd, dat de rechter een pand kan toewijzen aan degene die er het meest mee verbonden is. Omdat ik al veel had gedaan, onder andere een noodrestauratie had laten plegen, kreeg ik vorig jaar het huis toegewezen - met toestemming van de wél bekende nazaten." Inmiddels is het huis in oude glorie gerestaureerd en wordt het verhuurd.


"Ik was de eerste op Curaçao die van dit nieuwe wetsartikel gebruik maakte voor het op naam krijgen van een monument. Via de pers heb ik er veel bekendheid aan gegeven. Want langdurig onverdeelde boedels zijn een groot probleem in Otrobanda. Ook daardoor beginnen veel particuliere huizen te vervallen."

[uit Trouw, 21 februari 2014]

zondag 2 februari 2014

Rastafari's claimen historische bergtop Jamaica

De overblijfselen van de nederzetting van de Jamaicaanse rastafarigrondlegger
 Leonard P. Howell, meer dan zeventig jaar geleden opgezet. Rastafari's vechten nu tegen bouwwerkzaamheden op de voor hun heilige bergtop. (Foto: AP / David McFadden)



Kingston - Zo'n honderd Rastafari's hebben donderdag in de hoofdstad van Jamaica geprotesteerd tegen de bouwwerkzaamheden van een aannemer op bergtop “Pinnacle”. Het is de plek waar één van de grondleggers van de spirituele beweging rond 1940 een bloeiende samenleving neerzette, voor het werd vernietigd door de Britse koloniale overheid.

De actievoerders waren gekleed in de traditionele kleuren rood, groen en geel en brachten gedichten ten gehore, rookten marijuana en bespraken de pogingen om de aannemer te stoppen.

Leonard P. Howell is de grondlegger van de nederzetting van de groep rastafari's meer dan zeventig jaar geleden. De bergtop Pinnacle ligt in St. Catharina, een heilige plek voor deze groep. Ongeveer 4500 mensen vormden de samenleving totdat het werd opgeheven in 1954. De opheffing zorgde voor een achtervolging van de rastagroep door de staat. Tientallen jaren lang werden de rasta's als tweederangsburger beschouwd in Jamaica en andere Caribische landen. Het huis van Howell werd vorig jaar uitgeroepen tot nationaal erfgoed in Jamaica, maar gerechtshoven van andere eilanden geven aan dat grote delen van hetzelfde landgoed eigendom zijn van St. Jago Hills Development Ltd.

Donisha Prendergast. Foto Facebook

Drie rastafarigroepen hebben het dispuut de afgelopen week met ondernemers en vertegenwoordigers van de overheid besproken. Het Ministerie van Jeugd en Cultuur zegt dat de ondernemer heeft beloofd voorlopig geen werkzaamheden te verrichten en dat hij openstaat voor verdere onderhandelingen. Donisha Prendergast, de oudste kleindochter van reggae icoon Bob Marley, zegt dat Pinnacle essentieel is voor de rastafaricultuur en dat onderhandelingen met de overheid de goede kant opgaan, maar zoals vele anderen blijft zij een oog in het zeil houden. (AP)


[uit de Ware Tijd, 02/02/2014]


vrijdag 31 januari 2014

Raad van Ministers keurt noodplan goed behoud monumentale panden centrum Paramaribo



Plan klaar binnen door UNESCO gestelde termijn

Een noodplan en een beheersplan voor het behoud van de koloniale gebouwen in Paramaribo is goedgekeurd. Volgens de Ware Tijd van donderdag 30 januari 2014 is het door VN-organisatie UNESCO voorgeschreven ultimatum nipt gehaald.
UNESCO had gedreigd het stadscentrum te schrappen van de culturele werelderfgoedlijst.
Het noodplan, dat de ministerraad nu heeft goedgekeurd, moet voor februari bij de de VN-organisatie liggen. Waarschijnlijk lukt dat.
‘Dit is een belangrijke stap vooruit. We zijn ermee ingenomen, dat beide documenten nu een officiële status hebben’, zegt Stephen Fokké, directeur van Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname, SGES. Het is nu nog wachten op de financiering.
Dat kan een ander bureaucratische barrière worden. Suriname heeft weinig gedaan aan behoud van zijn gebouwd erfgoed uit de koloniale periode. Dit wordt vooral geweten aan bureaucratie.
Het oude deel van Paramaribo inschrijven op de werelderfgoedlijst, bracht de verplichting tot onderhoud. Sindsdien is er niets van geworden. Aan pleidooien en smeekbeden van SGES heeft het niet gelegen. Volgens de plannen krijgt de stichting meer macht als toezichthouder.

[van Obsession, 30 januari 2014]


zaterdag 25 januari 2014

Eerste rapport van de Commissie behoud Cultureel Erfgoed Suriname



Excellentie,

Blablabla blablabla bla bla bla
Cultureel erfgoed is belangrijk voor onze natie.
Blablabla blablabla bla bla bla
Cultureel erfgoed is bijzonder belangrijk voor onze natie.
Blablabla blablabla bla bla bla
Cultureel erfgoed is cruciaal voor onze natie.
Blablabla blablabla bla bla bla
Cultureel erfgoed is zeer cruciaal voor onze natie.
Evenwel…
Blablabla blablabla bla bla bla
Cultureel erfgoed is van eminent belang voor onze natie.

En daarom blablabla blabla blabla blablabla etc. enz. perpetuum mobile

w.g.
Paramaribo, 25 januari 2014



Commissie moet cultureel erfgoed beschermen


Minister Ashwin Adhin (Minov) met leden van de
 commissie behoud Surinaams erfgoed.
 (Foto: Minov)
Surinaams cultureel erfgoed wordt ernstig bedreigd door het feit dat er onvoldoende besef is van de waarde van het culturele erfgoed en de afwezigheid van de toepasselijke wetten. Om deze situatie te veranderen heeft de minister van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov), Ashwin Adhin, donderdag een commissie ingesteld die verantwoordelijk is voor het behoud van Suriname's cultureel erfgoed op eigen bodem, zegt de Minov-voorlichting.

De commissie wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Minov en zal aan de Minov-minister rapporteren. Afgevaardigden van de ministeries die onder meer verantwoordelijk zijn voor de culturele aangelegenheden, handhaving van de verordening van 7 Februari 1952 (G.B. 1952 no.14) en internationale betrekkingen, hebben zitting in de groep.

De commissie bestaat uit A. Tjojosemito (Buitenlandse Zaken), S. Ponit (Defensie), A. Amirullah-Moeniralam (Justitie en Politie), J.Moestro (Financiën) en de voorzitter is J.Roozer (Minov/Directoraat Cultuur).

Wereldwijd zijn er steeds meer landen die nationale wetgeving maken tot bescherming en behoud van hun cultureel erfgoed. Deze wetgeving richt zich ter voorkoming van het verlies van voorwerpen van bijzondere cultuur historische en wetenschappelijke waarde. Op 7 februari 1952 is de laatste aanzet gegeven tot het behoud van Surinaams cultureel erfgoed. De voorlichting van Minov geeft aan dat de wet die toen in werking trad, sindsdien nooit is aangepast en niet voldoet aan de huidige internationale inzichten ten aanzien van het tegengaan van illegale handel en uitvoer van cultuurgoederen.


[uit Starnieuws, 24 januari 2014]

dinsdag 14 januari 2014

Werelderfgoed en de Nederlandse cultuurpolitiek

Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam. Foto © Mireille Heersma

door Benjamin S. Mitrasingh

Met alle sympathie voor de Stichting Gebouwd Erfgoed kan de directeur ervan, Stephen Fokké hemel en aarde bewegen om Unesco ervan te overtuigen dat het niet de schuld is van zijn stichting dat Suriname onvoldoende aandacht heeft besteed aan zijn twee (monumenten en de natuur) Werelderfgoed-projecten. Dat kon ook niet anders, want het cultuurbeleid van Suriname bevindt zich sinds mensenheugenis in de politieke lappenmand. Geen probleem voor veel ontwikkelde burgers van Suriname, omdat vooral deze hebben geleerd dat ’s lands belang andere prioriteiten kent. De twee en een halve ministers van Financiën hebben dat ook geweten. Dat waren drie Surinaamse academici die ook hart hadden en nog steeds hebben voor de Surinaamse zaak, maar dat stemde niet overeen met het belang van de politieke leiders.
Het Surinaamse cultuurbeleid

In Suriname moeten politici altijd scoren bij het grote publiek, de bekende zogenaamde achterban. Vakbondsleiders kennen dit fenomeen ook maar al te goed; ze mochten nog zo populair bij hun leden zijn, maar als het op stemmen aankomt in de politiek, haalden zij het nooit. Zij werden omhoog getrokken door hun coalitiepartners.

Modderbank 
Dit lot is het Surinaamse cultuurbeleid ook beschoren. Het publiek geniet van alle pracht en praal van de cultuuruitingen van Suriname, maar draagt er zelf nul centen bij. De makers van het monument van Baba en Mai en nu nog steeds de bestuurders van het Lalla Rookh-complex, kennen dit ook maar al te goed; er worden door grote ondernemers en succesvolle bedrijven gouden bergen beloofd maar als het op betalen aankomt, ontdek je dat we eigenlijk nog steeds vastzitten op een modderbank; een culturele modderbank wel te verstaan.

In de cultuursociologie zeggen we dan dat het milieu van de ‘sponsors’ nog niet zo goed ontwikkeld is om culturele projecten te financieren. Het hele Surinaamse cultuurbeleid lijdt hieronder. Al gauw bleek ook dat gestudeerde mensen geen goede culturele bagage hebben en daarom mislukken ook vele leuke culturele projecten.

Nederlandse cultuurpolitiek 
Een slecht voorbeeld is de Nederlandse cultuurpolitiek in het buitenland. In alle gevallen ging het eerst om het Nederlandse belang en dat moeten Surinamers ook nog leren, bij alle buitenlandse hulp moet het belang van de gever altijd zijn gediend. In het september nummer van de Nederlandse National Geographic wordt in een aparte bijlage ‘Werelderfgoed van morgen’ aandacht besteed aan het Nederlandse erfgoed. Suriname en Indonesië worden in de bijlage wijselijk verzwegen, blijkbaar vanwege hun ‘politieke’ onafhankelijkheid. Maar in de bijlage staat al in de intro een pleidooi voor het plantagesysteem van West-Curaçao, het Marine Park op Bonaire en de Mount Scenery op het eiland Saba, die moeten worden geplaatst op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco.
Saba

Tijdens de ICOM-conferentie in Rio de Janeiro in 2013, waar Suriname ook aanwezig was, hadden de ontwikkelingslanden wederom hun misnoegen geuit over de dominante rol van de rijke landen. In zijn eindverslag heeft de Surinaamse vertegenwoordiger [= Benjamin Mitrasingh, de schrijver van dit artikel – red. CU] dit ongenoegen ook tot uiting gebracht in de zin van, wij vertegenwoordigen weliswaar een arm land als Suriname maar wij – gesponsord door Unesco - komen niet op zulke belangrijke museumconferenties van de Unesco om naar’ kinderverhalen’ te luisteren over het moderne museumwezen van de rijke landen.

Erfgoed: oud Indianenhuis. Foto © Sasha Dees


Want wat zouden de rijke landen ervan vinden als wij een project van de leeggeplunderde suikerfabriek van Mariënburg zouden sturen naar bijvoorbeeld de World Monuments Fund in Washington? Dan was er toch weer onmiddellijk ruzie tussen ons en de Nederlandse politiek, maar hopelijk niet tussen ons en de doorsnee Nederlandse burgers, zoals Janneke Braamburg uit Enschede. Zij bekritiseert het Werelderfgoed in de rubriek Forum in het november nummer van de Nederlandse NatGeo. Daarin vraagt zij, waarom er geen aandacht wordt geschonken aan de 445.000 levend aangekomen slaven in Suriname en Curaçao die een zeer grote bijdrage hebben geleverd aan de Nederlandse economie in de zeventiende eeuw (de gouden eeuw). ‘Nakomelingen hiervan worden elke keer gekwetst wanneer wij bij het enthousiasme over wat wij hebben bereikt, hun bijdrage niet genoemd wordt.’
Misschien zou het goed zijn wanneer de Surinaamse burger die in Nederland heeft gestudeerd en ook daar heeft gewerkt, vaker rechtstreekse contacten onderhoudt met zijn oude vrienden in Nederland. 

Architecturaal erfgoed op Barbados. Foto © Leon Jaspaert


Na het grote sociologisch onderzoek: Een nationaal onderzoek voor een cultuurbeleid in Suriname onder 3.161 scholieren en 675 volwassenen, een Unesco-project 00 SUR 602, uitgevoerd door twee Surinaamse academici (B.S. M[itrasingh] en C.R. B[adal]) werd in het eindverslag (van 50 bladzijden) in februari 2002, een kleurenpagina opgenomen met foto’s en de bijpassende tekst: ‘Als wij dit alles hebben beschermd, gered en verzorgd, blijft de culturele vorming van onze medemens nog altijd ons aller zorg. Daar gaat u ons toch ook mee helpen?’
Toen en tot nu, twaalf jaar later, heeft niemand erop gereageerd. Helaas!

[uit Starnieuws, 13 januari 2014]

zaterdag 16 november 2013

Trainingen voor behoud inheemse cultuur

Foto © Ertugrul Kilic

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - Behoud van de inheemse cultuur en het voorkomen van hangjongeren. Dat is waar de stichting Wit Santi Educatief Centrum naar streeft. De organisatie start zaterdag met een pilotproject pottenbakken voor jongeren tussen negen en veertien jaar en voor volwassenen geeft de organisatie vanaf zondag een cursus Kalina (inheemse taal).
"We beginnen eerst met de jongeren van Wit Santi. Het zijn pupillen die we in een ander verband ook helpen met hun schoolwerk tijdens de naschoolse opvang in het dorp. We verwachten ongeveer tien tot vijftien jongeren", legt Bryan Swedo, de voorzitter van de organisatie uit. De bedoeling is dat de doelgroep inzicht krijgt in de verschillende aspecten van de inheemse cultuur. "We moeten bij jongeren beginnen om de belangstelling aan te wakkeren, zodat zij nieuwsgierig worden en door willen gaan.

Braziliaans inheems vrouwenkoor


Toeristen
Maar de stichting laat het niet bij de kleinen. "De bedoeling is om in een later stadium met ouderen aan de slag te gaan. Kijk, we krijgen binnenkort een nieuwe highway hier achter Wit Santi. Verder zijn we heel dichtbij de luchthaven. Dat zijn zaken die het dorp nog onvoldoende benut worden. Als de volwassenen de kennis hebben en producten van hoge kwaliteit kunnen leveren, kunnen we de inkomsten van de mensen verhogen door aan toeristen te verkopen", beredeneert Swedo.

Uitsterven
Hoewel met de training pottenbakken een duidelijk economisch voordeel nagestreefd wordt, is dat met de training in de Kalinataal net iets anders. "De taal wordt met uitsterven bedreigd. Als ik in het dorp loop, is er vrijwel niemand die het nog spreekt. De ouderen schijnen zich te schamen voor hun eigen taal. Maar aangezien we bij de jongeren merken dat er toch wel belangstelling is, hebben we het initiatief genomen om te starten met een training. "Zowel de training pottenbakken als de training Kalina wordt verzorgd door inheemsen buiten Wit Santi.
Basisgrondstoffen voor een inheemse beha

Swedo geeft aan dat de stichting die al anderhalf jaar bestaat al enkele succesvolle initiatieven heeft ondernomen. "De mensen doen nu veel meer aan handwerken. We vervaardigen sieraden en snuisterijen met de zaden van de mauritiuspalm, verder maken we lingeriesetjes. Allemaal projecten met als doel economisch voordeel te halen uit de inheemse cultuur die zeer rijk is."
Hoewel de trainingen initieel alleen bedoeld zijn voor inwoners van Wit Santi, sluit Swedo niet uit dat ze in de toekomst toegankelijk zullen zijn voor buitenstaanders. "Want hoe meer mensen die kennis hebben, hoe groter de kans dat de cultuur behouden wordt."


[uit de Ware Tijd, 16/11/2013]


Bouw oorlogsmonument doorgedrukt: 'Het is powerplay van Herrenberg'

door Audry Wajwakana

Paramaribo - “Met de voortzetting van de bouw van het oorlogsmonument aan de Waterkant worden bestaande wetten overtreden”, reageert Johan Roozer, secretaris van Commissie Monumentenzorg Suriname furieus. Volgens Roozer heeft de commissie ‘Monument van de gesneuvelde militairen 1986-1992’ niet de juiste instanties bewandeld en is het stuk, om het monument te bouwen, wild geoccupeerd.

Aan de Waterkant werken arbeiders aan het 'Monument van de gesneuvelde militairen 1986-1992'. Het nieuwe monument ligt op enkele meters afstand van het Monument der Gevallenen.  Foto: Stefano Tull.


Slaan figuur
Hij geeft aan dat de Waterkant valt onder de Werelderfgoedlijst van Unesco die door Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname wordt beheerd. Bij eventuele veranderingen, ook het plaatsen van monumenten, moet de beheerder eerst op de hoogte gesteld worden. Die koppelt terug met de Unesco. "Gesneuvelde militairen in de binnenlandse oorlog en de Waterkant hebben totaal niets met elkaar te maken. Internationaal slaan wij weer een modderfiguur en wordt hiermee bewezen dat effectief communiceren nog altijd een slecht ontwikkelde eigenschap is van bepaalde Surinamers", zegt hij fel. "Ik heb geen moeite met geen enkele monument, maar laten we nu eindelijk volgens de geldende regels werken. Dit is powerplay van Herrenberg", zegt Roozer.

Brieven
In een brief naar directeur Stanley Sidoel van het Directoraat Cultuur en het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling wees Monumentenzorg eind vorige maand op het effect van dergelijke handelingen op de positie van Suriname op de Unesco Werelderfgoedlijst. Het ministerie van Openbare Werken (OW), die voor de bouw van het monument zorgt, staakte vorige week zaterdag dientengevolge de bouwwerkzaamheden. Per brief liet OW-directeur Mark Rommy de commissie 'Monument van de gesneuvelde militairen 1986-1992' toen weten dat er geen toestemming is verleend van instanties voor de bouw. Henk Herrenberg heeft de toestemming uiteindelijk bij het Kabinet van de President gekregen, waarna OW donderdag de werkzaamheden hervatte. Deze handeling komt op het moment dat Suriname op de vingers is getikt door de Unesco over het uitblijven van maatregelen om zijn plaats op de Werelderfgoedlijst te behouden.

Henk Herrenberg

Actoren
Minister Ashwin Adhin van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling waaronder het Directoraat Cultuur valt, blijft op de vlakte over het onderwerp. Volgens hem is het nog onduidelijk wie toestemming moet geven. "We gaan dit na met de verschillende actoren en kijken welke afspraken gemaakt zijn", geeft hij aan. Directeur Stephen Fokke van Stichting Gebouwd Erfgoed die de beheerder is van de Werelderfgoedsite, is met verlof en heeft via zijn secretaresse laten weten voorlopig niet in de publiciteit te treden. In een eerder interview gaf hij echter aan dat de overheid voldoende bewust is van de impact van zulke handelingen op de kwaliteit van de Werelderfgoedsite. Maar "de overheid speelt don man met ons". Alle veranderingen van het Onafhankelijkheidsplein en de Waterkant dienen met Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname opgenomen te worden. Hoewel minister Soewarto Moestadja leden van de Commissie Monument Gesneuvelde Militairen en Burgers tijdens de Binnenlandse Oorlog woensdag heeft geïnstalleerd, is de bouw van het monument maandag 28 oktober aangevangen.

[uit de Ware Tijd, 16/11/2013]

donderdag 7 november 2013

Suriname en de reprimande van Unesco


“Ik ben het natuurlijk oneens met jullie stelling van de dag. Het cultureel erfgoed is een nalatenschap van onze voorouders en daar moeten we zuinig mee omgaan” zegt de directeur van de Stichting Gebouwd erfgoed van Suriname (SGES), Stephen Fokké. “Je belandt op de lijst vanwege je unieke karakter. Wanneer je er op staat komen er vanzelf meer toeristen. Ze komen echt niet voor lelijke moderne gebouwen!”
In het jaar 2002 is onze historische binnenstad op voordracht van de Republiek Suriname geplaatst op de Werelderfgoed lijst van de United Nations Educational Scientific and Cultural Organization, (UNESCO). De Stichting Gebouwd erfgoed van Suriname is ingesteld als de Surinaamse monumentenzorg. Enkele doelstellingen zijn: het leveren van een bijdrage aan de monumentenzorg in Suriname, optimaliseren van het monumentenbeheer en advies geven voor wet en regelgeving. Volgens Steven Fokké zou de Stichting meer bevoegdheid moeten krijgen: “Op papier zijn we de waakhond maar zoals het nu is zijn we meer een papieren tijger.”

Reden
“Het is een misvatting om te denken dat de veranderingen van de waterkant de enige reden is waarom UNESCO dreigt om Suriname van de lijst te halen,” geeft de directeur aan. Er zijn strenge regels voor toelating tot de lijst en als je eenmaal ben toegelaten moet je eraan committeren. “Ik denk dat voor de organisatie dingen spelen zoals: de slechte staat van de gebouwen, wet- en regelgeving die grotendeels ontbreekt en de stadsplanning waar nauwelijks over wordt nagedacht. Het gaat om structurele zaken die al heel lang niet zijn aangepakt,” zegt hij.
Bij onze toetreding tot de internationale lijst heeft Suriname zich gecommitteerd aan regels die nageleefd moeten worden. “Ook het feit dat de gebouwen een te zware kantoorfunctie hebben werkt tegen ons,” denkt Fokké. “Wat we nu zien is dat er aan de gebouwen wordt bijgebouwd om meer kantoren te accommoderen. Na werkuren is het een spookstad die niet aantrekkelijk is voor toeristen want er zijn geen activiteiten meer. De stad is dan dood,” zegt hij.

Suriname
De kranten stonden er bol van, het nieuws dat wij mogelijk van de lijst worden afgevoerd. Ook de directeur Cultuur op het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (MINOV) , Stanley Sidoel geeft zijn mening. Hij vindt dat Suriname er alles aan moet doen om te voorkomen dat Paramaribo de bijzondere status kwijtraakt. Hij is van mening dat betrokkenen meer moeten communiceren om te voorkomen dat zaken plaatsvinden die in strijd zijn met de Monumentenwet. Volgens de krantenberichten vertrekt de minister van Minov over twee weken naar de UNESCO-vergadering en zal daar pleiten dat Suriname alles zal doen om op de lijst te blijven.

Fokké deelt Sidoel’s mening dat de communicatie heel slecht is. “ Veranderingen aan monumenten worden op het laatste moment bekendgemaakt, maar dan is het al te laat.” Daar moeten we voor waken zegt hij: “Als wij veranderingen aanbrengen starten wij een onomkeerbaar proces. Als we de gebouwen eenmaal vernietigen dan is het ‘Einde Verhaal’!”

[overgenomen van boks.sr]


vrijdag 25 oktober 2013

Deel bibliotheek Tropeninstituut blijft behouden

De leeszaal van het KIT

De bibliotheekcollectie van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam zal gedeeltelijk behouden blijven. De Universiteit Leiden zal een deel van de titels onder de vleugels nemen. Een ander deel van de collectie gaat naar Urk en het Vredespaleis in Den Haag. Dat meldde minister Jet Bussemaker (Cultuur) donderdag in antwoord op Kamervragen. Het deel van de boeken dat naar Leiden gaat, is volgens haar van bijzondere cultuurhistorische waarde. Volgens de minister heeft ze een publieke zorgplicht voor dit deel van de collectie en handelt ze daar ook naar.
Het KIT heeft daarnaast geregeld dat het medische deel van de collectie naar het Kennis- en Documentatiecentrum voor Medische Geschiedenis in Urk gaat. Nog eens 4000 boeken over vrede en veiligheid gaan naar het Vredespaleis.



Zorgvuldig afbouwen
Bibliothecaris Hans van Hartevelt van het KIT liet desgevraagd weten dat hij blij is met de oplossing voor een deel van de collectie. Maar tegelijkertijd zijn er nog wel 700.000 titels die de prullenbak in moeten aan het eind van deze maand. ''We kunnen daar wel een oplossing voor zoeken, maar daar hebben we meer tijd voor nodig." Van Hartevelt vindt dat Bussemaker het advies van een onderzoekscommissie slechts gedeeltelijk opvolgt door enkel het koloniaal erfgoed te beschermen. ''De commissie zegt ook dat de collectie zorgvuldig afgebouwd moet worden en daarvan is nu geen sprake." Hij vreest dat de collectie 'zomaar' wordt weggegooid, terwijl er unieke stukken tussen zitten. Van Hartevelt pleit ervoor de collectie tijdelijk op te slaan en in kaart brengen waar delen van de collectie bij andere partijen ondergebracht kunnen worden.

De bibliotheek van het instituut, met ruim 1 miljoen titels, moet voor 1 januari 2014 sluiten. Dat komt doordat de structurele overheidssubsidie wordt stopgezet.


[ANP]

donderdag 15 augustus 2013

Boekenwereld Themanummer: Slavernij Verbeeld

Het tijdschrift Boekenwereld heeft een speciaal nummer gewijd aan het thema slavernij. Dit themanummer is prachtig verzorgd uitgegeven met veel full-colour afbeeldingen uit de Bijzondere Collecties en particuliere verzamelingen.


In dit themanummer vindt u een uitgebreid artikel over de tentoonstelling Slavernij Verbeeld die op dit moment te zien is bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam (Oude Turfmarkt 129, Amsterdam: http://www.bijzonderecollecties.uva.nl). U leest over hoe Jörgen Raymann  en zijn dochter Melody betrokken raakten bij deze bijzondere tentoonstelling. 

Verder een interview met de grootste particuliere verzamelaar rond dit thema (Suriname, West-Indië, Slavernij) Kenneth Boumann. Uit deze museale collectie zijn veel objecten, prenten en boeken in bruikleen gegeven voor de tentoonstelling van de Bijzondere Collecties van de UvA. Ook de Buku - Bibliotheca Surinamica collectie komt ook uitgebreid aan bod.




Ook wordt in een artikel stilgestaan bij het 'andere perspectief'. Door onderzoek komen er ook steeds meer bronnen aan het licht die juist vanuit het perspectief van tot slaaf gemaakten zijn geschreven. Wat vertellen auteurs als Olaudah Equiano, Ignatius Sancho of de Surinaamse planter Egbert Jacobus Bartelink (1834-1919) over het het dagelijks leven in hun tijd? 





Tenslotte mogen de fantastische afbeeldingen van Surinamica, slavernij-erfgoed en prachtige zeldzame prenten, kaarten en boeken niet onvermeld blijven. U vindt er een paginagrote afbeelding van Joanna, de geliefde van kapitein Stedman; de eerste Afro-Amerikaanse dichteres Phillis Wheatly die in 1773 een bundel publiceerde; afbeeldingen uit Benoit en bijvoorbeeld de litho's van Théodore Bray.




Dit nummer van Boekenwereld in een must-see voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de slavernij en Suriname.

U kunt het themanummer bestellen bij Buku voor slechts eur12,50 (verzendkosten binnen Nederland eur3,50). Stuurt u dan een mailtje met uw naam en adres en het gewenste aantal exemplaren naar surinamica@gmail.com


Het tijdschrift is ook verkrijgbaar in de museumwinkel van de Bijzondere Collectie van de UvA.

www.deboekenwereld.nl/

www.buku.nl 

donderdag 1 augustus 2013

Legacy of Slavery and Indentured Labour, Past, Present and the Future: verslag van een conferentie


Welk verband bestaat er tussen slavernij, contractarbeid, migratie en hedendaagse maatschappelijke fenomenen?

door Rose Mary Allen

Deze vraag stond centraal tijdens de vijfdaagse conferentie Legacy of Slavery and Indentured Labour die begin juni in Suriname plaatsvond in het kader van de herdenking van 140 jaar Hindoestaanse immigratie, 150 jaar afschaffing slavernij en 160 jaar Chinese immigratie.

De conferentie was het resultaat van een samenwerking tussen verschillende Surinaamse organisaties actief op gebieden als cultuur, erfgoed en onderwijs, zoals het Institute for Graduate Studies and Research (IGSR), het IMWO, het Nationaal Archief Suriname, de Feydrasi fu Afrikan Srananman, NAKS, de Commissie 10 oktober, de Culturele Unie Suriname, Nationaal Stichting Hindostaanse Immigratie (NSHI), Sila en de opleiding Geschiedenis van het Instituut Leraren Opleiding (IOL) . De coördinatie hiervan was in handen van Maurits Hassankhan, Surinaamse historicus.. Met de conferentie wilde men een link leggen tussen enerzijds slavernij, contractarbeid en (vrije en gedwongen) migratie als historische gebeurtenissen en anderzijds hedendaagse verschijnselen en vraagstukken als mondialisering, identiteitsvorming, nationalisme en transnationalisme. Vergelijkend onderzoek met als doel nieuwe kennis en inzichten te verkrijgen was een van belangrijke speerpunten van de conferentie.

Gravure uit Verscheyde Voyagien, Zee- en Land-togten (1706)


Er waren twee keynote speakers. Prof. Stephen Small, bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden aan de Universiteit van Amsterdam, sprak over de hedendaagse erfenis van dat verleden. Hij pleitte voor het creëren van nieuwe kennis en het ontwikkelen van nieuwe perspectieven binnen de  historische wetenschap, o.a. op basis van meer internationaal vergelijkend onderzoek. Daarbij kunnen de Nederlandse Cariben volgens hem een prominente rol spelen. Dit taalgebied is zeer onderbelicht binnen de historische wetenschap, terwijl het veel te bieden heeft, zoals informatie over slavenwerk op zoutplantages, slavenverzet en marronsamenlevingen (samenlevingen van gevluchte slaven) die aan belangrijke nieuwe inzichten kan bijdragen.

Kaart van Mauritius door Johannes van Keulen, 1753


De tweede keynote spreker was Vijayalakshmi Teelock, hoofd van de afdeling Geschiedenis en Politieke wetenschappen van de Universiteit van Mauritius, die over de Truth and Justice Commission in Mauritius sprak. Deze in 2008 ingestelde commissie had als taak het opstellen van een integraal rapport over de slavernij en contractarbeid tijdens de koloniale periode en over de wijze waarop men hedentendage hiermee dient om te gaan. Mauritius, vernoemd naar de Nederlandse prins Maurits en later door de Fransen gekoloniseerd, was een kolonie gebaseerd op de slavernij van mensen uit Afrika, India en Maleisië. Na de afschaffing van slavernij werden er ongeveer 450.000 contractarbeiders uit het toenmalige Brits-Indië gehaald om op de suikerplantages te werken.Ter vergelijking: naar Suriname zijn er 35.000 contractarbeiders gebracht. In de afgelopen decennia heeft Mauritius zich in rap tempo van suikereconomie naar moderne diensteneconomie ontwikkeld. Door instelling van de commissie wilde  de regering vormgeven aan een nationale identiteit binnen een multiculturele samenleving en een snel groeiende economie.  De commissie heeft een uitgebreide studie verricht over de geschiedenis van Mauritius en heeft in december 2011 haar (lijfig) rapport uitgebracht. Voor meer informatie raadplege men http://pmo.gov.mu/English/Documents/TJC_Vol1.pdf. De organisatoren van de conferentie menen dat Suriname en andere landen iets zouden kunnen leren van de ervaringen van Mauritius.

Britse karikatuur op de afschaffing van de slavenhandel


De inleiders van de conferentie waren uit verschillende delen van de wereld afkomstig, waaronder Mauritius, Nederland, Engeland, Suriname, Guyana, Trinidad, Jamaica, Canada, de V.S. en Curaçao. Er waren 180 deelnemers en maar liefst ongeveer 100 inleidingen, waardoor er parallelsessies moesten plaatsvinden. Naast de inleiders waren er ook toehoorders, voor het grootste deel afkomstig uit Suriname.

De sessies gingen over onderwerpen als identiteit en integratie; nieuwe benaderingen in de historiografie van slavernij en contractarbeid; slavernij, contractarbeid en gezondheid;verwaarloosde onderwerpen in de slavenhistoriografie; religie; marronsamenlevingen; nabestaanden van Brits-Indische contractarbeiders; etniciteit, nationalisme en democratie in plurale samenlevingen; en terugkeer van migranten naar het land van herkomst.

Contractarbeid: contract uit 1738

Een greep uit de vele interessante inleidingen:

·         Rewriting the Narrative: Historical Archaeology and Colonial Suriname (Cheryl White)
·         Mapping the History of Slavery and Abolition: Slave-ownership andCompensation in Suriname and the Netherlands around 1863 (Dienke Hondius )
·         Meeting-grounds of Amerindians and Dutchmen: The Amazon Region and Suriname between 1595 and 1688 (Eric Jagdew en Jerry  Egger)
·         God at the Fore Deck and at the After Deck (Joop Vernooij)
·         East Indian Education in Nineteenth-Century Trinidad: Social Exclusion – Integration (Vashti Singh)
·         San-Fan-Con, the Potent Chinese Saint and His Journey to Africa via Cuba: The Impact of Chinese Indentured Immigrants on Afro-Cuban Religion (Martin Tsang)
·         Elderly Surinamese Hindustanis in the Netherlands (Nirmala Birjmohan)
·         Gender-specific Problems among Surinamese Hindustani: Suicide and Alcoholism (Indra Boedjarath)
·         Emotional Loss among Hindustani Migrants in the Netherlands (Rahina Hassankhan)
·         Socializing for Educational Success (Anita Nanhoe)
·         Space and Place for black women in the Christian religion in Suriname (Mildred Caprino):
·         The Future of Afro Surinamese religion (Rosie Zamuel- Rotgans),
·         Perspectives of Javanese Immigrants in Suriname on Return Migration to the Homeland: Why Did a Thousand Javanese Return to Indonesia in 1954? (Rosemarijn Hoefte)
·         Jakarta and Paramaribo Calling: New Challenges for the Surinamese-Javanese Diaspora?(Peter Meel)
·         Integration Styles in the Indentured Indian Diapora (Chan Choenni)
·         Mental Well-being and Cultural Identity of the Afro-Surinamese: A Slavery-informed Answer to Living in the 21stCentury (Aminata Cario)
·         Indian Muslims in Suriname:religion, traditions and globalization (Maurits S. Hassankhan / Robbert Bipat and Alie Abdoel).

Su Girigori
De twee inleiders uit Curaçao waren Su Girigori en Rose Mary Allen. Girigori sprak in haar inleiding Commemorating 150 years of legal abolition of slavery. The Process of
emancipation in a new country,
over emancipatie als een continu proces van bewustwording van de eigen geschiedenis, waarbij ook de verantwoordelijkheid wordt genomen voor het (her)schrijven van die geschiedenis. Zij behandelde de sociale gevolgen van een opgelegde afhankelijkheidsstructuur op Curaçao, die het emancipatieproces verhinderen.

Rose Mary Allen
Rose Mary Allen beschreef  in haar paper Crafting citizenship in post-Emancipation Curaçao: The experience of the formerly enslaved after Abolition, de afschaffing van de slavernij als het begin van een proces waarin een bepaalde groep mensen, die voordien als producten werden beschouwd,weliswaar burgerrechten kregen maar waarvan de  invulling in de praktijk veel complexer en moeilijker bleek te zijn. Het tot stand brengen van een nationale burgerzin is op Curaçao volgens Allen nog steeds gaande.

Al met al kan worden teruggekeken op een nuttige conferentie die ook de gelegenheid tot netwerken bood. Eén resultaat hiervan was het opstarten van de  International Association for the Study of Indenture and Migration  (IASIM). De verschillende inleidingen en aangedragen oplossingen zullen worden gebundeld en gepubliceerd.


Juni 2013


[eerder verschenen in het Antilliaans Dagblad]

vrijdag 28 juni 2013

Verbeelding Nederlandse slavernijgeschiedenis

Tentoonstelling bij Bijzondere Collecties UvA

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat in de Nederlandse koloniën de slavernij werd afgeschaft. Met de tentoonstelling Slavernij verbeeld sluiten de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam aan bij de officiële herdenking van het Nederlandse slavernijverleden. De tentoonstelling schetst een historisch beeld van de slavernij in West-Indië, met name in de voormalige kolonie Suriname.

De tentoonstelling geeft een indrukwekkend beeld van de slavernij in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw in Nederland en Suriname. De geschiedenis van de slavernij wordt zichtbaar aan de hand van unieke kaarten, boeken, manuscripten, documenten, prenten en andere objecten uit de Bijzondere Collecties van de UvA. Dit materiaal maakt deel uit van de omvangrijke collectie over de geschiedenis van Suriname en West-Indië van de UvA. Het is aangevuld met belangrijke bruiklenen uit andere openbare en particuliere verzamelingen.

Vrije 'zwarten' (Benoit, 1839)


Uit de rijke particuliere collectie van Kenneth Boumann komen onder meer een schitterend exemplaar van de beroemde Voyage à Surinam (1839) van Pierre Jacques Benoit en een ivoren beeldje van een bevrijde slaaf met verbroken ketenen, door Boumann ‘Sjorie’ (George) genoemd. Een pronkstuk uit de Bijzondere Collecties is de Algemeene kaart van de Colonie of Provintie van Suriname uit 1737, waarop de honderden plantages langs de rivieren zichtbaar zijn. Aansprekend is ook het schilderij van het fort Elmina, voor de kust van het huidige Ghana, afkomstig uit het bezit van de laatste gouverneur van deze Nederlandse kolonie. Het schrikwekkende beeld dat de beroemde Engelse graveur William Blake van de behandeling van Surinaamse slaven schetste is te zien in fel-realistische etsen.


                                   
Ivoren beeldje van een bevrijde slaaf met gebroken ketenen, door Kenneth Boumann ‘Sjorie’ (George) genoemd. Mogelijk gebruikt als knop op een wandelstok, vermoedelijk eerste helft negentiende eeuw. Collectie Boumann.


De tentoonstelling, mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Mondriaan Fonds, is samengesteld door de gastconservatoren Carl Haarnack, particulier verzamelaar en bekend van zijn blog Buku – Bibliotheca Surinamica, Elmer Kolfin, kunsthistoricus bij de Universiteit van Amsterdam, en historicus Dirk J. Tang.

Raymanns keuze
Een bijzondere bijdrage aan de expositie leveren Jörgen Raymann en zijn dochter Melody, studente geschiedenis aan de UvA. Zij presenteren Raymanns keuze: een selectie van tien spraakmakende objecten uit de tentoonstelling die in een compilatie van video-interviews worden toegelicht. Daarvoor bezochten zij de verzameling van Kenneth Boumann. Ook gingen zij de straat op om Amsterdammers te bevragen over hun kennis over het slavernijverleden.

Publicaties
Bij de tentoonstelling verschijnt de publicatie Slavernij. Een geschiedenis (Walburg Pers) van de hand van Dirk J. Tang. Hij schetst de lange wordingsgeschiedenis van slavernij en slavenhandel, hoe deze zich over de wereld verspreidden en uiteindelijk moeizaam verdwenen.
Ook verschijnt een themanummer van het tijdschrift De Boekenwereld (Vantilt / Bijzondere Collecties UvA), met onder meer bijdragen van Kenneth Boumann en Carl Haarnack.

Banierententoonstelling
Parallel aan de expositie bij de Bijzondere Collecties is in de Amsterdamse Openbare Bibliotheek een banierententoonstelling te zien, die daarna op reis gaat langs een aantal grote openbare bibliotheken in Nederland. In tien banieren wordt een beknopt historisch overzicht geboden van de geschiedenis van de slavernij. Een tweede reeks banieren toont Raymanns keuze, met persoonlijke teksten van Melody Raymann. Op www.bibliotheek.nl wordt een ‘digitale etalage’ ingericht met aanvullende informatie over het slavernijverleden.

‘Ik ben bijzonder gelukkig met de steun die we hebben gekregen van het Sector Instituut Openbare Bibliotheken en van NBD Biblion om met deze banierententoonstelling ook een jonger en breder publiek aan te spreken’, zegt Garrelt Verhoeven, hoofdconservator Bijzondere Collecties. ‘Het papieren erfgoed van het slavernijverleden dat wij beheren weerspiegelt een belangrijk deel van onze geschiedenis; het vertelt een verhaal dat iedereen moet kennen.’

Tentoonstelling Slavernij verbeeld
16 juni t/m 22 september 2013

Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam
Oude Turfmarkt 129 (Rokin)
Open: di–vr 10–17 uur en za–zo 13–17 uur

www.bijzonderecollecties.uva.nl

Publicatie Slavernij. Een geschiedenis
Dirk J. Tang
224 pagina’s, genaaid gebonden, rijk geïllustreerd in kleur, € 34,50
Walburg Pers, ISBN 978-90-5730-905-2
verkrijgbaar in de boekwinkel van de Bijzondere Collecties en via de webwinkel op: https://bijzonderecollecties.hexspoorwms.nl


Aanstaande maandag 1 juli een bijzondere Keti Koti: het is dan precies 150 jaar geleden dat de slavernij in de Nederlandse kolonien werd afgeschaft. Voor die gelegenheid is de tentoonstelling Slavernij Verbeeld bij Bijzondere Collecties de hele dag (10 - 17 uur) geopend én gratis toegankelijk.

Om 13 uur verzorgd Dirk Tang, een van de samenstellers, een rondleiding op de tentoonstelling. I
Iedereen welkom dus aan de Oude Turfmarkt 129!