Presentatie en discussie: het boek Bouterse aan de macht in reisboekhandel De Evenaar, Amsterdam, donderdag 31 januari a.s., vanaf 17.30 uur.
Bouterse is in de ogen van sommigen een moordenaar, voor anderen is hij een geliefd leider: duik met de auteurs Ivo Evers & Pieter van Maele in de recente Surinaamse geschiedenis. Huiver mee, juich mee, wanhoop mee, dans mee in de straten van Paramaribo. Bouterse aan de macht is een gedetailleerd boek over de turbulente Surinaamse politiek. Het laat je niet onberoerd. Kom naar Evenaar en praat mee! Alle vragen mogen gesteld! Evers is aanwezig om de discussie aan te gaan.
Reserveren svp via info@evenaar.net; Reisboekhandel Evenaar, Singel 348, 1016 AG Amsterdam
Ivo Evers werkte anderhalf jaar in Suriname, bij De Ware Tijd en als correspondent voor Trouw; Pieter van Maele is correspondent in Paramaribo voor o.a. Het Parool en De Morgen, ook hij werkte bij De Ware Tijd.
Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
Posts tonen met het label Maele Pieter Van. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maele Pieter Van. Alle posts tonen
donderdag 10 januari 2013
Ter discussie: Bouterse aan de macht
Labels:
boekpresentatie,
Bouterse Desi,
Evers Ivo,
Maele Pieter Van
woensdag 26 december 2012
Hijn Bijnen: Ik eis mijn prijs!
![]() |
| Hijn Bijnen. Foto © Hijn Bijnen |
Een hoogtijdag voor een journalist: de uitreiking van de jaarlijkse
Journalistenprijs, ook als je die prijs met iemand anders moet delen. Zo voel ik dat althans. Al ben ik dan fotojournalist,
het blijft de waardering voor de beste journalistieke productie van het
jaar. Iets om trots op te zijn.
Raar is dat: je kijkt ‘s morgens op internet, leest dat jouw productie over de zoektocht naar fort Boekoe de beste was maar jouw naam wordt helemaal niet genoemd. Er was nog de avond tevoren een feestelijke uitreiking, maar ik wist van niets.
De Journalistenprijs is een prijs die jaarlijks wordt uitgereikt voor de beste publicatie of productie. Ik wist niet dat ons artikel was ingestuurd voor de prijs. Waardering is belangrijk, maar waarom
uitsluitend voor de schrijver van het artikel? Was ik daarvoor dagenlang, in de voetsporen van John Stedman door de zwamp getrokken, tot de schouders door de prut? Had ik mij daarvoor zo uitgeput dat uiteindelijk door dehydratie mijn bloed zo dik werd dat het ging klonteren en het hart niet goed meer functioneerde? Werden daarvoor alle instanties in de stad benaderd om de kosten voor vacuatie per helikopter te dragen? De Stichting Wetenschappelijke Informatie, de Nederlandse Ambassade en uiteindelijk het kabinet van de President dat zich garant stelde voor de kosten? (Iedereen alsnog nogmaals hartelijk bedankt.)
Ben ik daarvoor onder alle omstandigheden doorgegaan met fotograferen, in de zwamp, in het kampje met uitputtingsverschijnselen, vanuit de helikopter, in de ambulance, in het ziekenhuis
met zes cardiologen om het bed….? Ben ik daarvoor financieel als freelancer aan de grond geraakt en lichamelijk nog steeds niet de oude?
Ik ben mee geweest voor eigen rekening. Ik ben dol op dit soort avontuur. John Pel , de organisator vroeg me om mee te gaan om de expeditie en evt. resultaten daarvan fotografisch vast te leggen maar had geen budget daarvoor. Er ging ook een archaeoloog, prof.Menno Hoogland (what’s in a name?) mee. Mijn tegenprestatie naar de organisator van de expeditie was het kosteloos beschikbaar stellen van mijn foto’s voor wetenschappelijke doeleinden. Maar ook ik kan niet
van de wind leven: ik ging er wel van uit dat ik de foto’s nog wel op een andere manier te gelde kon maken.
Raar is dat: je kijkt ‘s morgens op internet, leest dat jouw productie over de zoektocht naar fort Boekoe de beste was maar jouw naam wordt helemaal niet genoemd. Er was nog de avond tevoren een feestelijke uitreiking, maar ik wist van niets.
De Journalistenprijs is een prijs die jaarlijks wordt uitgereikt voor de beste publicatie of productie. Ik wist niet dat ons artikel was ingestuurd voor de prijs. Waardering is belangrijk, maar waarom
uitsluitend voor de schrijver van het artikel? Was ik daarvoor dagenlang, in de voetsporen van John Stedman door de zwamp getrokken, tot de schouders door de prut? Had ik mij daarvoor zo uitgeput dat uiteindelijk door dehydratie mijn bloed zo dik werd dat het ging klonteren en het hart niet goed meer functioneerde? Werden daarvoor alle instanties in de stad benaderd om de kosten voor vacuatie per helikopter te dragen? De Stichting Wetenschappelijke Informatie, de Nederlandse Ambassade en uiteindelijk het kabinet van de President dat zich garant stelde voor de kosten? (Iedereen alsnog nogmaals hartelijk bedankt.)
Ben ik daarvoor onder alle omstandigheden doorgegaan met fotograferen, in de zwamp, in het kampje met uitputtingsverschijnselen, vanuit de helikopter, in de ambulance, in het ziekenhuis
met zes cardiologen om het bed….? Ben ik daarvoor financieel als freelancer aan de grond geraakt en lichamelijk nog steeds niet de oude?
Ik ben mee geweest voor eigen rekening. Ik ben dol op dit soort avontuur. John Pel , de organisator vroeg me om mee te gaan om de expeditie en evt. resultaten daarvan fotografisch vast te leggen maar had geen budget daarvoor. Er ging ook een archaeoloog, prof.Menno Hoogland (what’s in a name?) mee. Mijn tegenprestatie naar de organisator van de expeditie was het kosteloos beschikbaar stellen van mijn foto’s voor wetenschappelijke doeleinden. Maar ook ik kan niet
van de wind leven: ik ging er wel van uit dat ik de foto’s nog wel op een andere manier te gelde kon maken.
![]() |
| V.l.n.r. John Pel, Hijn Bijnen, Harmen Boerboom. Foto Tom van Moll |
Begrijp mij goed, ik zeg niet dat ik die prijs moet krijgen vanwege de ontberingen en de ellende, het is een prijs voor het resultaat dat het heeft opgeleverd, al staat het wel in schril contrast tot het
bureauwerk waartoe vaste kracht Tom van Moll zich heeft kunnen beperken. Tom heeft goed werk afgeleverd, waarvoor ik hem ook heb gefeliciteerd. Tom feliciteerde mij ook, vanuit het buitenland. Maar toen realiseerde hij zich misschien nog niet dat hem dat de helft van de geldprijs (SRD 7500,-) zou kunnen kosten.
Wat is nu eigenlijk het probleem? Parbode heeft het artikel ingestuurd met als maker Tom van Moll en mijn naam niet genoemd. Waarom? Hoofdredacteur Iwan Brave: ‘niet aan gedacht’, in de haast erdoor geslopen…. Iwan heeft via Facebook al zijn excuses naar mij gemaakt. Maar Iwan zijn handen zijn gebonden. Tom van Moll is ook om zijn mening gevraagd, toekomstig hoofdredacteur Armand Snijders ook en last but not least de nu in Nederland verblijvende eigenaar Jaap Hoogendam. En daar kwam de volgende jezuïtische renenering uit: Parbode had slechts de tekst ingediend, niet de hele publicatie. Alsof je van een televisieproductie alleen het geluid indient.
De vraag is: Wat heeft de jury beoordeeld? De tekst of de journalistieke productie?
![]() |
| V.l.n.r. John Pel, Harmen Boerboom, Tom van Moll, Peter Van Maele en de motorist; foto Hijn Bijnen |
Dan nog wat: Hoe moet dat met mijn medewerking aan Parbode? Ik leverde graag aan hen, want ik vind het best een goed blad. Vraag is of na dit verhaal eigenaar Jaap Hoogendam nog wel met mij in zee wil. Maar ik heb nog een ander probleem. Er kleeft namelijk een zware smet aan Parbode. Parbode heeft namelijk onlangs excuses aangeboden voor publicatie van een foto die zou tonen hoe scholieren zich zouden prostitueren voor smartphones. Mensen op die foto hebben zichzelf herkend en dit ontkend. Deze misleiding van de lezer is ernstig en tast de geloofwaardigheid van het blad, en daarmee van haar medewerkers aan. Ik zou zoiets nooit doen, omdat ik als fotojournalist mij gebonden acht aan dezelfde ethische normen als schrijvende journalisten. Voor ik bij Parbode verder ga zal er dan toch wel eerst een goed gesprek plaats moeten vinden.
Tot slot
Die prijs komt mij minstens voor de helft toe. De grani helemaal, want die hoef je niet te delen. Het is ook een smet op de Journalistenprijs als degeen die de prijs toekomt hem niet krijgt.
Hijn Bijnen, fotojournalist
![]() |
| Stedman: Het leger van Fourgoud op zoek naar Fort Boekoe |
Jaap
Hoogendam, uitgever van de Parbode heeft
gereageerd op dit persbericht:
Hijn Bijnen verdient zeker geen prijs
Hijn Bijnen verdient zeker geen prijs
Dat is mijn conclusie na lezing van zijn Facebook- en persberichten, die niet
netjes zijn en getuigen van slordig denken. Bijnen wil een prijs - voor
omgangsvormen krijgt hij deze alvast niet. Als hij vindt dat hij ook recht
heeft op de prijs van Tom vanMoll, dan had hij meteen contact moeten opnemen
met de prijswinnaar, de redactie of de uitgever van Parbode om dat kenbaar te maken. Hij koos er echter voor eerst
publiciteit te zoeken via Facebook en een persbericht, daarbij niet nalatend Parbode (-medewerkers) zwart te maken.
Onze hoofdredacteur heeft de fotograaf vervolgens persoonlijk geschreven, zoals
het hoort, maar een ontevreden Bijnen antwoordde met een persbericht. Zo ga je
niet met collega’s om en het getuigt van ondoordacht en onvolwassen handelen.
Dan weten de media nu dat je door deze fotograaf onder druk gezet wordt via
Facebook als hem iets niet bevalt.
Geen prijs voor omgangsvormen en zeker geen prijs voor journalistiek, dat legt Bijnen in het laatste persbericht gelukkig haarfijn uit. Zeldzaam hoe iemand zijn eigen verhaal ondergraaft. Eerst rondbazuinen dat het prijswinnende artikel zijn coproductie met Parbode was, nu beschrijft hij uitvoerig dat het helemaal anders zat. Dat hij deze foto’s maakte in een coproductie met expeditieleider John Pel, met wie hij op pad was naar Fort Boekoe. Bijnen had een deal met Pel, niet met ons. Hij vervolgt onbekommerd dat hij daarna deze klus te gelde wilde maken door foto’s te koop te zetten. En zo ging het. Hij kwam langs en we kochten een paar, dat doen we elk nummer, van zoveel fotografen. Verder had Bijnen geen bemoeienis met, of invloed op, het artikel in Parbode. Een leverancier is nog geen producent.
Samengevat: de feiten worden door Bijnen zelf naar voren gebracht. Maar dan moet hij daaraan wel de juiste conclusies verbinden : hij was coproducent bij John Pel en ging de boer op met wat foto’s. Waar ik aan toevoeg: hij deed verder niets voor Parbode, maar hij wil desondanks ‘tenminste’ de helft van 7500 SRD. Inderdaad een jaloersmakend bedrag, maar laat die gevoelens niet zo blijken.
Het is bij ons wel een coproductie geweest, zoals altijd. Van de winnaar Tom van Moll, met de hoofdredacteur, de eindredacteur, de corrector, de opmaker en de kantoormanager. Een prachtig team, waarmee we straks een feestje vieren, als Tom terug is.
Geen prijs voor omgangsvormen en zeker geen prijs voor journalistiek, dat legt Bijnen in het laatste persbericht gelukkig haarfijn uit. Zeldzaam hoe iemand zijn eigen verhaal ondergraaft. Eerst rondbazuinen dat het prijswinnende artikel zijn coproductie met Parbode was, nu beschrijft hij uitvoerig dat het helemaal anders zat. Dat hij deze foto’s maakte in een coproductie met expeditieleider John Pel, met wie hij op pad was naar Fort Boekoe. Bijnen had een deal met Pel, niet met ons. Hij vervolgt onbekommerd dat hij daarna deze klus te gelde wilde maken door foto’s te koop te zetten. En zo ging het. Hij kwam langs en we kochten een paar, dat doen we elk nummer, van zoveel fotografen. Verder had Bijnen geen bemoeienis met, of invloed op, het artikel in Parbode. Een leverancier is nog geen producent.
Samengevat: de feiten worden door Bijnen zelf naar voren gebracht. Maar dan moet hij daaraan wel de juiste conclusies verbinden : hij was coproducent bij John Pel en ging de boer op met wat foto’s. Waar ik aan toevoeg: hij deed verder niets voor Parbode, maar hij wil desondanks ‘tenminste’ de helft van 7500 SRD. Inderdaad een jaloersmakend bedrag, maar laat die gevoelens niet zo blijken.
Het is bij ons wel een coproductie geweest, zoals altijd. Van de winnaar Tom van Moll, met de hoofdredacteur, de eindredacteur, de corrector, de opmaker en de kantoormanager. Een prachtig team, waarmee we straks een feestje vieren, als Tom terug is.
“Parbode, best een goed blad.” Dank voor het compliment, Bijnen.
Groeten, Jaap Hoogendam, uitgever
Nieuwkomers beschrijven Bouterse aan de macht
![]() |
| De Surinaamse politiek |
door Walter Lotens
Op 25 mei 2010
ging ongeveer zeventig procent van de Surinaamse kiezers in een feestelijke
sfeer naar de stembus. Dat moet voor Paramaribo zeker meer dan tachtig procent
geweest zijn omdat door de grote afstanden de opkomst in het verre binnenland veel
lager lag. Die zeer hoge opkomst is waarschijnlijk een wereldrecord. De
Surinaamse kiezers mogen dus zeker gefeliciteerd worden, maar de politici zijn
jammer genoeg niet eerbiedig omgesprongen met zoveel enthousiaste burgerzin.
Toen bleek dat de Megacombinatie, en dan vooral de NDP van Desi Bouterse, een
ruime overwinning had behaald, dacht iedereen dat de kaarten geschud waren.
President Venetiaan (NPS) en het Nieuw Front werden na tien jaar onophoudelijk
regeren teruggefloten en dus was het logisch dat de NDP aan zet kwam voor de
nieuwe regeringssamenstelling. De politici van een aantal partijen dachten er
echter anders over. In achterkamers en via allerlei geheime afspraken ontstond
een politieke koehandel van jewelste waardoor in eerste instantie Bouterse en
de NDP uit het machtscentrum werden gehouden. Na een weinig smakelijke
vertoning waarin woordbreuk en verdachtmakingen hoogtij vierden, vonden de drie
onverzoenlijke vijanden Desi Bouterse, Ronnie Brunswijk van de Marronpartijen
en Paul Somohardjo van de Volksalliantie elkaar. Na een stevig partijtje arm
worstelen om ministersposten en andere hoge functies kwamen zij tot een
vergelijk. Op die manier kwam de noodzakelijke twee derde meerderheid tot stand
die nodig was voor de verkiezing van de nieuwe Surinaamse president. Bouterse
die zich tot dan toe min of meer op de achtergrond had gehouden, zag zijn kans
schoon en zei dat hij ready was voor
het presidentschap.
De
sergeant die met een aantal kompanen in 1980 een militaire staatsgreep pleegde
en uitgroeide tot ‘Bevel’ en die einde 1982 vijftien vooraanstaande opposanten
van het militaire regime liet ombrengen, de man die als drugssmokkelaar
veroordeeld werd door de Nederlandse justitie en die in Suriname terecht stond
voor de decembermoorden werd president van zijn land. Hoe heeft hij dat
aangepakt?
Iets meer
dan twee jaar later verschijnt Bouterse aan de macht. Het is een kanjer van
een boek geworden, geschreven door twee jonge journalisten - een Nederlander en
een Belg - die proberen antwoord te geven op de vraag waarom Desi Bouterse,
ondanks zijn verleden, in Suriname nog steeds zo populair is en hoe hij het er
als president vanaf brengt. Ivo Evers (1983) en Pieter Van Maele (1986) zijn
relatief nieuwkomers in Suriname. Evers werkte anderhalf jaar in Suriname onder
andere bij de Ware Tijd en als
correspondent van Trouw. Van Maele is op dit ogenblik correspondent in
Paramaribo voor onder meer Radio Nederland Wereldomroep, Het Parool, De Morgen
en Trouw. Ook hij werkte voor de Ware
Tijd. Met hun eerder geringe staat van dienst slagen zij erin een
uitstekend boek te schrijven over twee van de meest controversiële jaren in de
recente Surinaamse geschiedenis. Zij doen dat met heel veel lef, deskundigheid,
kritische zin én overgave, en daarmee slagen zij erin niet alleen hun Surinaamse,
maar ook hun Nederlandse collega’s de loef af te steken. Van Surinaamse kant kan
je op dit ogenblik geen journalistieke hoogstandjes verwachten - de slechte
verloning en het eerder dociele karakter van de pers zijn daar niet vreemd aan
-, maar Nederland beschikt wél over Surinamekenners in de persoon van Hans
Buddingh’, Gerard van Westerloo, Jan Janssen van Galen, Jeroen Trommelen, Ellen
De Vries, Joost Oranje en Harmen
Boerboom, die dat waarschijnlijk zouden kunnen. Ik vermoed dat Nederland, en
misschien ook deze heren en dame zich na de machtsovername door Bouterse minder
zijn gaan inlaten met Suriname. Suriname is al lang geen ‘binnenlands nieuws’
meer.
![]() |
| De Ware Tijd. Foto @ Herman Dulder |
De ‘nieuwkomers’
Evers en Van Maele zijn in dat gat gesprongen en hebben zich vastgebeten in een
Suriname dat almaar meer uit de Nederlandse kranten dreigt te verdwijnen. Zij
hebben waarschijnlijk het voordeel dat zij minder bezoedeld zijn door het
verleden - zeker de Belg Van Maele - waardoor zij gemakkelijker toegang hebben
gevonden tot hun Surinaamse gesprekspartners. Het resultaat is een genuanceerd,
maar kritisch beeld van twee jaar regering-Bouterse, geschreven door goed
geïnformeerde outsiders die ook van binnenuit die periode op de voet gevolgd
hebben.
Het lijvige
boek bestaat uit niet minder dan dertig hoofdstukken. Ongeveer de helft ervan
behandelen de aanloop naar de verkiezingen van 2010, de formatie en de eerste
dagen van Bouterses presidentschap. Welke partijen streden mee om de gunst van
de kiezer? Hoe verliep de regeringsformatie? Welke cruciale momenten waren er
vooraleer Bouterse werd geïnstalleerd? Aan de orde komt ook de belangrijke
vraag hoe de Nederlandse oud-kolonie er
sinds de onafhankelijkheid van 1975 politiek, sociaal-maatschappelijk en
economisch voorstaat. In de tweede helft van het boek wordt voornamelijk
ingezoomd op de grote verkiezingsbeloftes die niet of nauwelijks worden
waargemaakt, op de relatie met Nederland die almaar meer onderkoeld raakt en op
de interne ruzies van de Bouterse-regering.
De auteurs
beschrijven zeer uitvoerig hoe Bouterse steeds meer macht naar zich toe begint
te trekken ten koste van het parlement
en de eigen ministers en na anderhalf jaar is het voor hen duidelijk dat oude
gewoontes weer bij hem bovenkomen. Zo weet de president een omstreden
amnestiewet voor de Decembermoorden door het parlement te jagen.
![]() |
| Vrouwe Justitia |
De twee
auteurs noemen Bouterse op het einde van hun inleiding ‘de man die onder de
schaduw vaan zijn eigen verleden uit wil komen’, maar dat doet hij op een niet
zo fraaie manier schrijven zij in een epiloog: “De president herschrijft
momenteel zijn eigen geschiedenis, hij zet de gebeurtenissen op Fort Zeelandia
naar zijn hand, hij censureert hem onwelgevallige schoolboeken en richt musea
in die zijn versie van het verhaal vertellen. Daarin zijn de Decembermoorden
een pijnlijke, doch noodzakelijke voetnoot en is de staatsgreep een waarachtige
revolutie. Maar die zelfgeschreven historie is slechts tijdelijk en ruim
interpreteerbaar. Net als er zijn die hem verafgoden, zullen veel Surinamers
hem herinneren als de persoon die een staatsgreep pleegde, verantwoordelijk was
voor de moord op vijftien tegenstanders en vervolgens als democratisch gekozen
president niet in staat was het land bijeen te brengen, maar zichzelf wel
vrijwaarde van een gerechtelijk vonnis.” (p. 421)
Het boek
gaat voornamelijk over de laatste twee jaar, maar doet eigenlijk veel meer: naast
de zeer levendige journalistieke benadering waarmee de twee auteur bijna van
dag op dag beschrijven wat er onder
Bouterse gebeurt, reconstrueren ze ook, en
passant, een stuk Surinaamse geschiedenis zodat de lezer niet alleen twee
jaar Bouterse, maar op een drafje ook een heel land en haar geschiedenis
gepresenteerd krijgt. De auteurs slagen erin om naadloos over te springen van
de dagelijkse politieke realiteit naar boeiende expliciterende passages, zoals
het grensconflict met Guyana en met Frans-Guyana dat al dateert uit de
negentiende eeuw. Vooral in die passages bewijzen zij dat ze veel meer dan
oppervlakkige waarnemers van de actualiteit zijn. Hun voetnotenapparaat en
literatuurverwijzingen illustreren dat trouwens. Het boek geeft ook een zeer
goed inzicht – het is bij momenten zelfs gênant om te lezen hoe figuren als
Somohardjo en Brunswijk aan politiek pro domo doen – in het hoge gehalte van
dorpspolitiek die in Suriname bedreven wordt.
De twee auteurs zijn kritisch in hun benadering,
maar niet blind zoals sommige Nederlanders en Surinamers die Bouterse rauw
lusten. Zij constateren en vermelden dat na één jaar Bouterse het internationale
isolement verder weg is dan ooit. “Er gebeurt iets in het voorheen doodse
Paramaribo”. Zowel de Amerikaanse als de Franse ambassadeur hebben lovende
woorden over voor de regering-Bouterse, voornamelijk dan voor het
internationale optreden. Het is maar zeer de vraag of ze dat ook vinden van de
binnenlandse politiek van Bouterse. De auteurs schrijven: “Intern gekrakeel en
hoog oplopende partijruzies maken
Bouterses regering instabiel. Halverwege zijn termijn stuurde Bouterse al zeven
ministers de laan uit. Bovendien worden net als onder de vorige president
Venetiaan op de vele ministeries aan de lopende band ambtenaren ontslagen om
plaats te maken voor regeringsgetrouwen.” (p. 415). Er doet zich een NDP-isatie
voor. Uit zeer goede bron weet ik dat niet-partijpolitieke bewegingen van
onderuit, zoals in het district Para bijvoorbeeld, monddood worden gemaakt. Dat is jammer en onbegrijpelijk, te meer
omdat de grondwet van 1987, geschreven door NDP’ers, participatief
democratische principes vooropstelde.
In hun
besluit drukken de twee auteurs uit dat Bouterse pas uit de politieke arena zal
verdwijnen op het moment dat hij zijn laatste adem uitblaast – en dan laat hij
naar verwachting een loodzware erfenis na. Ik vrees dat zij gelijk hebben.
Bouterses aanwezigheid drijft een wig doorheen de Surinaamse samenleving. Hij is
nu 67 jaar …
![]() |
| Nieuwe leiders voor Suriname? |
Hoe moet
het nu verder volgens hen met Suriname? “Er moet een leider opstaan die
tegelijk het paternalisme, het cliëntelisme en het nepotisme doorbreekt en een
streep trekt onder de jaren tachtig. Een leider die erin slaagt het ambtelijk
apparaat af te slanken, het onderwijs te vernieuwen en een bloeiende industrie
te creëren. Maar alleen al het voornemen om af te rekenen met het accommoderen
van partijgetrouwen staat in Suriname gelijk aan politieke zelfmoord. Bovendien
vertrok de afgelopen decennia zo goed als het complete intellectuele kader uit
het land, ligt het onderwijs op apegapen en lijdt de rechtsstaat onder dezelfde
groeipijnen als waarmee andere jonge democratieën te kampen hebben.”
Een
pessimistisch besluit? Ja en nee, zeggen de auteurs. “Suriname is verre van een
failed state, zoals Haïti of Congo
dat zijn. De Surinamer heeft het stukken beter dan een inwoner van Guyana,
Bolivia, Cuba of Jamaica. Maar de grondstoffen zijn eindig. En wat dan? Maar liefst 60 procent van de bevolking werkt
bij de overheid of in semi-overheidsbedrijven. De braindrain blijft hoog.”
De laatste
zin is tekenend voor de houding van beide auteurs: “In ons rommelt de wanhoop maar
we zetten tegelijkertijd een monter gezicht op, uit onwil en onvermogen
volslagen pessimistisch te zijn. We zien zo’n prachtig land met zulke prachtige
mensen liever niet naar de verdoemenis gaan.”
“Bouterse
aan de macht” is een goed én belangrijk boek. Ik hoop dat het een ruim
lezerspubliek mag vinden, zowel in Nederland als in Suriname, en vooral dat het
gelezen mag worden zoals het bedoeld is: als een genuanceerd kritische schets
van een periode en een figuur waarvoor de meeste journalisten zich wegstopten,
deels omdat zij (de Surinamers dan) vinden dat je op een eerbiedige manier moet
omspringen met de machtshebbers van welke origine ze ook zijn, deels omdat zij
(de Nederlanders dan) menen dat Suriname onder Bouterse een vogel voor de kat
is. Beide auteurs hebben een ‘derde weg’ proberen te bewandelen en dat lijkt
mij de enig valabele.
Ivo Evers en Pieter Van Maele, Bouterse aan de macht, De Bezige Bij, Amsterdam, 2012, 464 blz., ISBN 9789023472933
Labels:
Bouterse Desi,
Evers Ivo,
Lotens Walter,
Maele Pieter Van,
politiek,
recensie,
Somohardjo Paul,
Venetiaan Ronald
maandag 26 november 2012
Jadnanansing in de slag met Evers & Van Maele
Evers & Van Maele
door Rolf van der Marck
De gepensioneerd notaris en rechtskundige Carlo Jadnanansing is ongetwijfeld een veelzijdig scribent, want behalve rechtskundige verhandelingen in vaktijdschriften, dikwijls ook in de krant maar dan in begrijpelijke taal, zien wij – sinds hij er de tijd voor heeft – ook veel muziekrecensies van hem in de krant. Nu heeft hij vriend en vijand verrast met twee volle pagina’s boekrecensie van het boek Bouterse aan de macht van de journalisten Evers & Van Maele in Dagblad Suriname, echter hinderlijk verdeeld over twee dagen (23 en 24 november), zodat je ergens aan begint waarvan je niet weet hoe het afloopt. Zou dat opzettelijk zijn omdat hij ook nog niet wist hoe het zou aflopen?
Dat vond ik al irritant, evenals de veel te lange en ingewikkelde kop, die luidt: “Reflecties naar aanleiding van: ‘Bouterse aan de macht’ | Pleidooi (contrecoeur) voor ons staatshoofd? (deel 1).” Wat ik me afvroeg voor ik eraan begon, bleek achteraf juist, Jadnanansing komt er evenals de auteurs van Bouterse aan de macht niet uit, vandaar waarschijnlijk dat hij het ‘reflecties’ noemt. Jadnanasing volgt als het ware met instemming de benadering van Evers & Van Maele in hun boek, een soort golfbeweging van nauwelijks verholen bewondering voor de ‘good guy’, zo hier en daar onderbroken door de ‘bad guy’, de drugsveroordeelde en van meervoudige moord verdachte couppleger, waar ze uiteraard niet omheen kunnen.
Aan het slot verschuilt Jadnansing zich echter achter de auteurs van het boek waar hij zegt: “Het lijkt erop dat de auteurs aan het einde van hun verhaal gekomen zijnde, beseffen dat de redelijk positieve toon ervan met betrekking tot ons staatshoofd weleens in hun nadeel zou kunnen uitvallen. (…) Vandaar dat de slotzin in mineur geschreven moest worden, teneinde de verkoopbaarheid van het boek niet negatief te beïnvloeden.” Met andere woorden, ook het slot van het boek had in feite redelijk positief van toon moeten zijn. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Jadnanansing daarin volledig meegaat. Hoe dan ook, we komen niet te weten of het een pleidooi is of een pleidooi?.
![]() |
| Carlo Jadnanansing |
Jadnanansing besluit met twee door de auteurs genoemde gevleugelde Surinaamse zegswijzen te citeren, waarvan ik deze wil aanhalen: “Het ondenkbare is in Suriname denkbaar”. Waarom realiseren Evers & Van Maele zich dat al op pagina 28 (volgens Jadnanansing) van hun boek, zonder daar consequenties uit te trekken? Want dat Bouterse president werd, was ondenkbaar. Waarom hebben zij niet gereflecteerd op dat ondenkbare gegeven? En, hoe het ondenkbare weer denkbaar te maken? Ook vanwege de verkoopcijfers?
zaterdag 3 november 2012
Ze blijven bezig met Bouterse
door Christine F. Samsom
![]() |
| Bezige bijen |
Bijen moeten constant bezig blijven: de honing- en wasproductie
op peil houden, zodat het bijenvolk overleeft, dat zit in hun aard. Ook
uitgeverij ‘de Bezige Bij’ blijft bezig, deze keer met de productie van Bouterse aan de Macht. Als het over de ex-couppleger, veroordeelde
drugshandelaar, hoofdverdachte van mensenrechtenschendingen en huidige president
van Suriname gaat, schijnt het in Nederland blijkbaar nog steeds de moeite
waard te zijn om te scoren met het ter consumptie aanbieden van het zoveelste
spannende boek over DeeDeeBee, in hapklare brokken met een duidelijk
badinerende ondertoon, lekker stoer van: ‘Kijk ons jonge, dappere journalisten
eens!’
Kan dat wel: een dik boek schrijven van ruim 400 pagina’s
met nieuwe ‘verrassende’ inzichten over leiders en volk van een in
wereld-perspectief onbeduidend, maar wel ingewikkeld land, terwijl je daar maar
korte tijd hebt rondgekeken?
![]() |
| Desire Delano Bouterse |
Af en toe word je er moe van en vraag je je af: wanneer
staat er een Surinaamse geschiedschrijver op die met meer respect, begrip en
liefde voor land en volk met de recente geschiedenis van dit land omgaat, voor zover
het mogelijk is daarover te schrijven? ‘De vraag is of nu al een afgewogen
oordeel over 1980- 2010 kan worden geschreven’, schreef Jerry Egger onlangs op
deze pagina bij de bespreking van het boek De geschiedenis van Suriname door Hans
Buddingh’.
Voor de duidelijkheid: als je, geboren aan de Noordzee, maar
al ruim 40 jaar getogen in Suriname, na de onafhankelijkheid opteerde voor de
Surinaamse nationaliteit, je kinderen opvoedde met het idee het land te helpen
opbouwen, dan val je in een diep gat als de lievelingsoom van die kinderen op 8
december 1982 wordt vermoord en dan zie je ze na de middelbare school (waar ze
in de tachtiger jaren door militairen van DDB in elkaar zijn getimmerd) met
lede ogen naar het buitenland vertrekken, ook al omdat de universiteit constant
geplaagd wordt door stakingen en tekort aan gekwalificeerde docenten. Met hen en
hun jaargenoten verliest Suriname een hele generatie jonge intellectuelen. Toch
erger je je aan de onbehoorlijke, betweterige, superieure toon die in Nederland
door veel politici en journalisten wordt gebruikt om hun ex-kolonie en alles
wat daar gebeurt te typeren.
Dit gezegd zijnde, zien we dat in de inleiding van Bouterse
aan de Macht te lezen is, waarom Ivo Evers (*Nederland, 1983) en Pieter Van
Maele (*België, 1986) het boek geschreven hebben. Zij geven ‘een antwoord op de
vraag, waarom Desi Bouterse, ondanks zijn verleden, in Suriname nog steeds zo
populair is en hoe hij het er als president vanaf brengt’ (p. 14). Die vragen wekken
verwachtingen van een diepgravende studie en daarin wordt althans de in
Suriname wonende lezer teleurgesteld. Vragen zijn nou eenmaal veel makkelijker
te stellen dan te beantwoorden. Het journalistenpaar begint met een smeuïge
impressie van de herdenking van dertig jaar revolutie op 25 februari 2010,
precies drie maanden vóór de verkiezingen. Daarna komt in het tweede hoofdstuk
al direct een statement waarmee veel lezers moeite zullen hebben: ‘Suriname is
voor de snelle passant een vredelievend, vriendelijk en optimistisch land. Maar
achter de vrolijke muziek, de lachende gezichten en de gastvrijheid gaat de
zware erfenis schuil die de jonge republiek met zich meetorst: die van het
recente verleden. De gevolgen van de donkere jaren tachtig en de beginjaren
negentig (...) zijn tot de dag van vandaag voelbaar’ (p. 29 ). Is die zware
erfenis niet veel groter? De donkere jaren tachtig en negentig zijn niet uit de
lucht komen vallen, maar voortgekomen uit een veel donkerder tijd, de koloniale
tijd, waarin de vernederingen, de hoogmoed van de kolonisatoren, en in hun
kielzog, van de nieuwe elite, hun sporen tot heden hebben achtergelaten. Van
wie hebben wij in Suriname geleerd om braaf te geloven in de goede bedoelingen
van de baas? Dat Nederlanders intussen hebben geleerd om vraagtekens te zetten
achter het machtsstreven van politici, doet daaraan niets af.
![]() |
| Kathedraal Paramaribo; foto J. Evers |
De kolonisator bracht ook een soort religie naar Suriname, die
onderdrukte mensen, slaven, armen, zieken, leerde dat alles wat in je leven
gebeurt, de wil van de Almachtige is en je dus tevreden moet zijn met je lot.
Hangt de meerderheid van de Nederlandse bevolking dit geloof niet meer aan, in
Suriname heeft de president zijn hoogstpersoonlijke en door de belastingbetaler
gefinancierde bisschop, die weer een hoogstpersoonlijke, draadloze
Wifi-verbinding heeft met de Almachtige, zodat wij precies weten wie
staatsvijanden zijn. Het trauma van de kolonisatie, de slaven- en
contractarbeiderstijd is veel groter en beïnvloedt het leven van alle dag veel
meer dan de jonge schrijvers in de gaten hebben. Is het misschien makkelijker
om die ‘zware erfenis’ van de ex-kolonie in de schoenen van Bouta te schuiven in
plaats van die veel breder te wijten aan de koloniale tijd, zonder overigens in
een slachtofferrol te vervallen?
![]() |
| Surinamerivier met Wijdenboschbrug |
Tussen inleiding en epiloog telt het boek dertig
hoofdstukken. De schrijvers laten er geen gras over groeien, hebben heel wat
speurwerk verricht, te zien aan de totaal 352 noten achterin het boek. Voor de
eerste hoofdstukken wordt vooral geput uit boeken van het bekende rijtje
auteurs Hoogbergen & Kruijt, Boerboom & Oranje, H. Buddingh’, en Ellen de
Vries. Daarnaast wordt er druk geciteerd uit krantenartikelen, vooral van de
Ware Tijd, berichten van Starnieuws en Radio Nederland en uit Nederlandse
dag- en weekbladen. Ook nemen ze een aantal interviews af, onder anderen van
Badrissein Sital, Chas Mijnals, Siegfried Gilds, Michael Miskin, Hans Breeveld,
het WWF, Lothar Boksteen, Paul Somohardjo en bisschop De Bekker, maar daar zijn
slechts kleine delen van opgenomen in het boek. De hoofdpersoon is helaas niet
geïnterviewd. Hebben ze dat wel geprobeerd? Kennelijk niet. Dat zou het boek
pas echt interessant hebben gemaakt: zijn vertrouwen winnen en hem dan uithoren
over zijn beweegredenen. Maar dat is wel veel moeilijker.
![]() |
| Maurice Bishop |
In de eerste hoofdstukken gaat het vooral om een aanloop
naar het eerste hoogtepunt in hoofdstuk negen: de verkiezingen van 25 mei 2010
dat als titel ‘D-day’ draagt, een term die meestal bij militaire operaties
wordt gebruikt en die bevrijding aanduidt! Verschillende gebeurtenissen zijn
dan de revue al gepasseerd: de coup, die aanvankelijk door het volk met gejuich
wordt begroet, de jaren tachtig met alle ellende van perscensuur, avondklok,
vergaderverbod, tegencoup, bezoek van Bishop uit Grenada, de schok van de
vijftien doden. Als een akelige film trekt alles voor de zoveelste keer aan je
voorbij: Binnenlandse Oorlog, Moiwana, arrestatie Boerenveen, referendum
grondwet, owru-ssu-verkiezingen 1987, regering Shankar, telefooncoup, weer
verkiezingen, SAP-regering Venetiaan... teveel om op te noemen, alles komt aan
de orde.
Bijna onverholen is de kritiek op Vene naast het plezier om
de slimme tactieken van Bouta. Als Venetiaan de kieswet overtreedt door dc
Strijk en andere hoofdstembureaus opdracht te geven na de officiële
sluitingstijd toch even open te blijven om laatkomers van AC nog een kans te
geven hun kandidatenlijsten in te dienen, is dat haast een doodzonde. Als Bouta
de kieswet overtreedt door nog campagne te voeren op de dag vóór de
verkiezingen, wordt dat door de schrijvers ‘onopzettelijk’ genoemd (p. 133). Meten
met twee maten?
De schok aan de ene en de vreugde aan de andere kant zijn
groot, die avond van 25 mei 2010. Via de volgende hoofdstukken komt alle
dyugudyugu in DNA en daarbuiten weer helder voor de geest: partijen zwalken
heen en weer tussen loyaliteit aan het Nieuw Front en de Megacombinatie; het
wordt door de schrijvers grappenderwijs Formatiesoap genoemd. Zo zijn er nog
andere leuke titels van hoofdstukken: Met ‘Een droom wordt werkelijkheid’, een
jingle uit de Lotto-wereld, wordt de inauguratie in de Anthony Nesty Sporthal
van Desi Delano Bouterse als negende president van de Republiek Suriname
getypeerd, overigens tot zijn teleurstelling zonder de aanwezigheid van een
buitenlands staatshoofd.
En dan moet de Grote Verzoening beginnen. ‘De
Decembermoorden (...) zijn pijnlijke fouten uit vervlogen tijden (...).
Daarnaar terugkijken, dat is volgens Bouterse zinloos; het draait om het heden
en - belangrijker nog - de toekomst’ (p. 244). Kun je de belofte van een heel
nieuwe toekomst waar maken met oudgedienden, onder wie medeverdachten in het 8
december-proces (‘oude wijn in nieuwe zakken’)? Veel onderwerpen komen aan de
orde: van de goede relatie met China tot de verslechterde relatie met Nederland,
van de lege staatskas van de regering Venetiaan tot de devaluatie van de
Surinaamse dollar, van de afbrokkelende coalitie (AC valt uit elkaar en Nieuw
Suriname doet ook niet meer mee) tot reshuffeling van ministers.
Dan volgt ten slotte het tweede hoogtepunt: de aanname van
de omstreden gewijzigde amnestiewet. De rol van Irvin Kanhai - de advocaat van
Bouterse - daarin, wordt in tegenstelling tot wat advertenties en besprekingen
van het boek in de media beloven, maar even genoemd. Eigenlijk vermoeden de
schrijvers zelf sterk dat ook de president zelf als voorzitter van de NDP zijn
assembleeleden zal hebben aangezet, temeer omdat Bouterse al in de jaren
tachtig en weer in de negentiger jaren bezig was met een wijziging van de
bestaande amnestiewet.
![]() |
| Katwijkkoffie... Foto @ Raul Neijhorst |
Antwoorden op de vragen die de schrijvers aan het begin van
het boek formuleerden, heb ik niet gevonden. Daarvoor zullen schrijvers over
Suriname veel dieper moeten graven!
Het lijkt me belangrijk om uitgeverij De Bezige Bij erop te
attenderen dat het bij een volgende uitgave geen gek idee zou zijn naast de
eigen redacteur ook een Surinaamse redacteur te raadplegen. Dan zouden heel wat
vergissingen en regelrechte fouten zijn opgemerkt. Het ministerie dat door de
‘Femme fatale’ Alice Amafo wordt beheerd, heet Sociale Zaken en
Volkshuisvesting (pp. 19, 74, 401), 25 februari was al eerder een vrije dag,
onder andere onder de Bosje-regering, de Volkspartij bestond al vóór de
onafhankelijkheid, de term boslandcreools is allang afgeschaft, Surinaamse Katwijk-koffie
is in alle supermarkten te koop, ruwe rietsuiker uit Nieuw Gastel, dat zal toch
wel bietsuiker moeten zijn, Zanderij heette het vliegveld voordat de schrijvers
geboren waren, en vrijwel geen scholen in het binnenland (p. 66)? Dan ben je
daar niet geweest. Fyo-fyo is geen bijgeloof, maar hoort thuis in de
levensbeschouwelijke opvattingen van Afro-Surinamers. Of hebben deze jonge
journalisten toch nog last van witte superioriteitsideeën?
Bouterse aan de Macht is te koop in Surinaamse
boekhandels, blijkt uit een advertentie in de Ware Tijd van 18 oktober met boven een
afbeelding van het boek de vetgedrukte, pakkende uitroep: ‘Nederland wil hem
hebben!’
Ivo Evers & Pieter Van Maele: Bouterse aan de Macht.
Amsterdam: De Bezige Bij, 2012. ISBN 978 90 234 7293 3
[uit de Ware Tijd Literair, 27 oktober 2012]
Labels:
Bouterse Desi,
Evers Ivo,
Maele Pieter Van,
politiek,
recensie,
Samsom Christine
dinsdag 25 september 2012
Evers & Van Maele oogsten complimenten van Van der San, maar moeten ze daar blij mee zijn?
![]() |
| Bouterse begroet – na aanname in tweede instantie van de Amnestiewet – van heinde en verre aangevoerde NDP-aanhangers op het Onafhankelijkheidsplein, foto @ Reuters Ranu Abhelakh |
door Joshua Taytelbaum
Eugène van der San, directeur Bestuurs- en Administratieve Aangelegenheden van het Kabinet van de President, heeft groot gelijk dat de waarheid een keer gezegd moet worden, alleen is hij de laatste die over waarheid mag spreken sinds hij die bruut heeft verkracht in zijn historisch exposé van 2011: “Geschiedkundige aantekeningen ten dienste van de staatsgreep van 25 februari 1980”. Desalniettemin heeft hij naar aanleiding van het boek van Evers & Van Maele Bouterse aan de macht een ingezonden stuk geschreven in de Ware Tijd van 24 september met als titel “De waarheid moet maar eens gezegd worden!” Daar leest u dus níet de waarheid, maar de visie van Van der San (voor wat die dan ook waard is).
In wezen is zijn hele verhaal een oratio pro domo, want niet Kanhai zoals Evers en Van Maele beweren, maar hij, Eugène van de San, is de regisseur van de ingediende Amnestiewet. Al in 2004 heeft hij in het programma Waakhond (weet u wel, van regeringsvoorlichter Cliff Limburg) erop gewezen “waarom het onoverkomelijk zou zijn om geen amnestie te verlenen voor de tragische gebeurtenissen van december 1982. (…) De gedachte hierachter was gebaseerd op het feit dat aan de Jungle Commandoleden die in 1986 in opstand kwamen tegen het wettig gezag amnestie werd verleend, terwijl de tragische 8 december 1982 gebeurtenissen in relatie stonden met de feitelijke situatie in ons land ten tijde van het gebeurde.” Voelt u de fijne nuance: het Jungle Commando kwam in opstand tegen het wettig gezag (!).
Van der San wijst er ook nog op dat reeds in 2008 een initiatiefvoorstel tot wijziging van de Amnestiewet is ingediend door toenmalig NDP-fractieleider Kenneth Moenne, maar dat “door de plotseling gewijzigde opstelling van toenmalig parlementsvoorzitter Somohardjo dit voorstel niet meer in de DNA in behandeling is genomen”. Hier moet duidelijk Van der San’s geheugen worden opgefrist, want in 2008 was Somohardjo nog een verklaard tegenstander van Bouterse, Somo’s “plotseling gewijzigde opstelling” dateert eerst van het duivelspact dat Bouterse vrij snel na de verkiezingen van 2010 met Brunswijk en Somohardjo heeft gesloten.
Tot slot mag Van der San’s kijk op de Binnenlandse Oorlog niet onweersproken blijven. Het staat als een paal boven water dat er nooit een Binnenlandse Oorlog (zoals Van der San zegt: “de gruwelijke oorlog in de jaren 1986 en 1987 die tenminste 500 slachtoffers heeft geëist”) zou zijn geweest als Bouterse er niet was geweest. Het was heel ordinair een drugs- en/of prestige-oorlog tussen Baas Bouterse en knecht Brunswijk, die – behalve de genoemde 500 slachtoffers – alle verhoudingen in het binnenland op zijn kop heeft gezet en verziekt.
Dat Van der San besluit met Evers & Van Maele te complimenteren met de door hen aan de dag gelegde durf, lijkt mij een veeg teken voor hun boek, ik zou tenminste niet gelukkig zijn met dit compliment!
Labels:
Bouterse Desi,
Evers Ivo,
Maele Pieter Van,
politiek
dinsdag 18 september 2012
Bouterse aan de macht
Op woensdag 19 september vindt in Spui25 in Amsterdam de presentatie plaats van Bouterse aan de macht. Wil Hansen interviewt journalisten Ivo Evers en
Pieter Van Maele over hun nieuwe boek Bouterse aan de macht, waarin
zij de nieuwste geschiedenis van Suriname beschrijven.
Journalisten Ivo Evers en Pieter Van Maele geven een beeld van de nieuwste geschiedenis van Suriname. Ze spraken met de spilfiguren, raadpleegden unieke bronnen en proefden de sfeer in het land. Ze doen niet alleen nauwgezet verslag van de verkiezingsstrijd, maar geven een algemene stand van zaken. Hoe staat het land ervoor, met welk verleden rekent het af en welke toekomst wacht er? Ivo Evers werkte anderhalf jaar in Suriname en is nu verbonden aan EenVandaag; Pieter Van Maele is correspondent in Paramaribo voor onder meer Algemeen Dagblad, Radio Nederland Wereldomroep, Het Parool, De Morgen en Trouw.
Pieter Van Maele (1986) is freelance journalist. Hij studeerde journalistiek en politicologie in Gent en liep in 2007 stage bij het Surinaamse ochtendblad de Ware Tijd. In 2010 keerde hij terug naar Paramaribo, om er tijdens de verkiezingen te werken als politiek verslaggever voor de Ware Tijd. Sinds 2011 werkt(e) hij als freelancer voor onder meer Radio Nederland Wereldomroep, Trouw, Algemeen Dagblad, Het Parool, de Morgen en het opinieblad Parbode.
Wil Hansen is vertaler en redacteur bij Uitgeverij De Bezige Bij.
In samenwerking met uitgeverij De Bezige Bij.
![]() |
| Desi Bouterse. Foto © nieuwslog.nl |
Op 25 mei 2010 wint Desi Bouterse de
Surinaamse parlementsverkiezingen. Drie maanden later legt hij de
presidentiële eed af – met dank aan zijn voormalige aartsrivalen Paul
Somohardjo en Ronnie Brunswijk, die na een bloedstollende formatie mee
in zijn regering stappen. Suriname viert feest – Den Haag is met
stomheid geslagen. Hoe is het mogelijk dat het volk vertrouwt op een man
die het land na de staatsgreep in de jaren tachtig aan de rand van de
afgrond heeft gebracht, hoofdverdachte is in de Decembermoorden en
veroordeeld is voor drugshandel?
Bouterse is vastberaden om zich te ontpoppen als vader van alle Surinamers: hij wil zijn land bevrijden van de ‘oude etnische politiek’ en het corrupte cliëntelisme, dat al decennialang bestaat. Hij schiet veelbelovend uit de startblokken, maar uiteindelijk loopt het mis. Als in april 2012 in het parlement een amnestiewet wordt aangenomen die hem moet vrijwaren van een veroordeling voor de Decembermoorden, komen eigenschappen van de militaire dictatuur uit de jaren tachtig weer aan de oppervlakte. Langzaam wordt Suriname een democratische machtsstaat, à la het Venezuela van Hugo Chávez.
Bouterse is vastberaden om zich te ontpoppen als vader van alle Surinamers: hij wil zijn land bevrijden van de ‘oude etnische politiek’ en het corrupte cliëntelisme, dat al decennialang bestaat. Hij schiet veelbelovend uit de startblokken, maar uiteindelijk loopt het mis. Als in april 2012 in het parlement een amnestiewet wordt aangenomen die hem moet vrijwaren van een veroordeling voor de Decembermoorden, komen eigenschappen van de militaire dictatuur uit de jaren tachtig weer aan de oppervlakte. Langzaam wordt Suriname een democratische machtsstaat, à la het Venezuela van Hugo Chávez.
![]() |
| Ronnie Brunswijk. Foto © Nicolaas Porter |
Journalisten Ivo Evers en Pieter Van Maele geven een beeld van de nieuwste geschiedenis van Suriname. Ze spraken met de spilfiguren, raadpleegden unieke bronnen en proefden de sfeer in het land. Ze doen niet alleen nauwgezet verslag van de verkiezingsstrijd, maar geven een algemene stand van zaken. Hoe staat het land ervoor, met welk verleden rekent het af en welke toekomst wacht er? Ivo Evers werkte anderhalf jaar in Suriname en is nu verbonden aan EenVandaag; Pieter Van Maele is correspondent in Paramaribo voor onder meer Algemeen Dagblad, Radio Nederland Wereldomroep, Het Parool, De Morgen en Trouw.
De sprekers
Ivo Evers (1983) is journalist en schrijver. Hij studeerde journalistiek in Tilburg en volgde onder meer een project aan de Marmara-universiteit in Istanbul en een stage in het Zuid-Afrikaanse Port Elizabeth.Tussen 2008 en 2009 werkte hij als verslaggever bij het Eindhovens Dagblad. In 2010 begon hij bij het Surinaamse dagblad de Ware Tijd in Paramaribo, om daarna verder te gaan als correspondent en freelancer voor onder meer Trouw en Parbode. Sinds zijn terugkeer in Nederland werkt hij bij het actualiteitenprogramma EenVandaag.Pieter Van Maele (1986) is freelance journalist. Hij studeerde journalistiek en politicologie in Gent en liep in 2007 stage bij het Surinaamse ochtendblad de Ware Tijd. In 2010 keerde hij terug naar Paramaribo, om er tijdens de verkiezingen te werken als politiek verslaggever voor de Ware Tijd. Sinds 2011 werkt(e) hij als freelancer voor onder meer Radio Nederland Wereldomroep, Trouw, Algemeen Dagblad, Het Parool, de Morgen en het opinieblad Parbode.
Wil Hansen is vertaler en redacteur bij Uitgeverij De Bezige Bij.
Aanmelden
Toegang tot de activiteiten van SPUI25 is gratis. U dient zich wel van tevoren in te schrijven via deze link.In samenwerking met uitgeverij De Bezige Bij.
Labels:
boekpresentatie,
Bouterse Desi,
Brunswijk Ronnie,
Evers Ivo,
Maele Pieter Van,
politiek,
Porter Nicolaas
Abonneren op:
Posts (Atom)


















.jpg)








