Posts tonen met het label Lachmising Karin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lachmising Karin. Alle posts tonen

zaterdag 22 februari 2014

Internationale Workshop Creatief Schrijven

Op woensdag 12 maart is er in Tori Oso in Paramaribo een bijzonder interessante workshop over creatief schrijven vanuit een bepaald engagement.  De inleidsters van deze workshop zijn Ming Holden (USA), Karin Lachmising (Suriname ) en Carry-Ann Tjong-Ayong (Sunriname/Nederland).

Ming Holden is een award-winning schrijfster en ontwikkelingswerker. Haar  non-fictieve debuut, The survival girls,  over een groep vrouwen in een vluchtelingenkamp in Nairobi, heeft veel belangstelling getrokken. Zij is als vrijwilligster actief geweest in Mongolië, Rusland, Ecuador, Bolivia en de USA. Schrijven over mensen in humanitaire nood is voor haar een goede manier om de aandacht op deze problematiek te vestigen. Momenteel probeert zij met een crowd-funding project fondsen te generaliseren om meer bekendheid te geven aan de situatie van Syrische vluchtelingen in Turkije.  

Karin Lachmising debuteerde vorig jaar met haar poëziebundel Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt. De bundel kreeg lovende kritieken in De Ware Tijd Literair. Met gevoelige poëzie toont Karin haar engagement met de milieuproblematiek van ons land, die vooral binnenlandbewoners in een pijnlijke positie manoeuvreert.

Carry Tjong Ayong werd in Nederland bekend als activiste. Zij vertegenwoordigde de politieke partij GroenLinks in de provinciale Staten. Als gevolg van een hersenbloeding werd zij in 2000 halfzijdig verlamd. Dat maakte haar niet minder geëngageerd. Zij zet zich in voor binnenlandbewoners in Suriname, houdt voordrachten, schrijft poëzie en kinderboeken.

De workshop duurt van 18.00 – 21.00u en is bestemd voor participanten met enige ervaring in creatief schrijven. Deelname is vrij, maar in verband met het beperkte aantal plaatsen, moet men zich wel registreren. Dit kan via schrijversgroep77@gmail.com of telefonisch 520513, 8784120 of 8912005. De workshop wordt gesponsord door de Amerikaanse Ambassade.  

maandag 27 januari 2014

Srefidensi in de literatuur

van de redactie van De Ware Tijd Literair

Op woensdag 15 januari 2014 waren drie redactieleden van dWTL aanwezig bij de zesde Trefossa-lezing van de Henri Frans de Ziel Stichting. De lezing met als titel: ‘Levenslust is ’t heenstappen over kleine dingen’ Trefossa en taal’ werd gehouden door Lila Gobardhan-Rambocus. Elders op deze pagina gaan we nader op deze lezing in.

Voor Lila Gobardhan de beurt kreeg, waren er verschillende inleidende sprekers, betrokkenen bij de stichting, onder wie Hein Eersel (die zelf de Trefossa-lezing van 2009 heeft gehouden  over ‘Canon, Cultuur en vertaling’). Hij wenste nu het publiek een ‘goed literair jaar’ toe. Wat houdt dat in? De voorzitter van de stichting, Johan Roozer, wees ons erop dat er in het afgelopen jaar weinig literair werk is verschenen, dat er weinig gebeurd is op literair gebied.  Zou Roozer hiemee bedoelen dat er geen romans of gedichtenbudels zijn verschenen van hoge literaire kwaliteit, zoals in 1957 de gedichtenbuindel , Trotji, van Trefossa?
Er is wél veel verschenen het afgelopen jaar. De ontwikkeling van de Surinaamse leeswereld gaat steeds meer de richting op van ‘literaire srefidensi’. Zo is er de Clark Accord Foundation (CAF) die in mei 2013 de bundel met verhalen van jonge schrijvers, Ston Oso, het resultaat van een schrijfwedstrijd publiceerde met de bedoeling om  jongeren liefde voor schrijven en literatuur bij te brengen. Het titelverhaal is van de eerste-prijs-winnares Hetty Amatodja (schrijversnaam Hetty Amat). Dit succes heeft deze jonge schrijfster geïnspireerd om door te gaan; er is al een kinderboekje van haar verschenen, Bruno de zwervershond en binnenkort komt er een verhalenbundel van haar met fantasievolle verhalen die ook in de realiteit wortelen, op de markt. Andere jeugdboekenschrijvers durven taboes te doorbreken  en maatschappelijke problemen  te behandelen. Het boek Laat me niet alleen van Indra Hu over het hiv-aids-probleem is een pakkend voorbeeld.

En dan de kinderboekenfestivals die nu al tien jaar gehouden worden  op verschillende plaatsen in het land. Op  creatieve manieren wordt er veel gedaan aan leesbevordering. Op ieder festival verschijnen er weer nieuwe boeken, geschreven vanuit Surinaamse situaties, in Surinaams Nederlands en met herkenbare beeldende illustraties.  Wij van dWTL besteden er veel aandacht aan en hebben zelfs een jeugdredactie.

En dan is er de Schrijversvakschool onder leiding van Ruth San A Jong die zelf een bundel met verhalen over de dood heeft uitgebracht, De laatste parade,  mooi gedaan en een gedurfd onderwerp. Onlangs zijn er drie studenten afgestudeerd aan de Schrijversvakschool, onder andere Karin Lachmising die kort daarna bij In de Knipscheer uitkwam met een dichtbundel, Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt, met bijzondere gedichten, van hoge kwaliteit. Belangrijk is ook de in 2013  uitgegeven grammatica van het Sranan Taki Sranantongo bun door Eddy van der Hilst. Geen literair boek, maar wel een ondersteuning voor degenen die in het Sranantongo willen schrijven of dichten.  Van binnen uit, vanuit Suriname, zijn er dus activiteiten om jonge schrijvers te motiveren en verder te helpen en verschijnen er veel goede kinderboeken voor alle leeftijdsgroepen, van kleuters tot en met adolescenten. Wie vroeg begint te lezen en er plezier in heeft, blijft het doen! Suriname is niet alleen Paramaribo,  en het leespubliek bestaat niet alleen uit elite en intellectuelen. In de districten en het binnenland wordt ook veel gedaan aan leesbevordering.

In 2011 was er bij de Henri Frans de Ziel Stichting wél aandacht voor literaire diversiteit die te maken heeft met de Surinaamse culturen. Ismene Krishnadath, schrijfster en voorzitter van de Schrijversgroep 77 kreeg toen de Henri Frans de Ziel Literatuur- en cultuurprijs, vanwege haar schrijverschap, maar ook in verband met activiteiten in verband met leesbevordering  op scholen. In haar dankwoord zei Ismene toen: ‘Bij S77 propageren we al jarenlang het idee van ‘Diversity is power’. We helpen de wereld alleen vooruit wanneer wij inclusief denken, alleen een plaats en een eigen waarde geven binnen het spectrum van het bestaan. Dit geldt ook voor literatuur. Er is een overvloed aan literaire vormen waar het gewone volk prima mee uit de voeten kan, maar waar wij, van de zogenaamde literaire scène, te weinig mee doen’.

Diversity is power


Onze conclusie is: het Surinaamse literaire leven is aan het veranderen. Literatuur is niet meer het kunstgebied voor de elite, maar het leesplezier van ‘gewone mensen’ neemt toe door tal van projecten.  De Henri Frans de Ziel Stichting kan in deze een voorbeeld nemen aan hun eigen Trefossa, die de volkstaal, het Sranan, opwaardeerde door zijn prachtige gedichten in die taal, beeldend van klank en ritmisch, die onderwijzer was en leraar en ….. een bescheiden mens, de uitvinder van het woord ‘Srefidensi’!


woensdag 18 december 2013

Cultuur Top Vijf 2013 Werkgroep (4)

Het eind van het volle jaar 2013 zit er bijna op. Caraïbisch Uitzicht vroeg alle leden van het Bestuur, de Adviesraad van de Werkgroep Caraïbische Letteren en de mensen die dit jaar een opdracht kregen om hun top-vijf van culturele evenementen die zij het afgelopen jaar hebben bijgewoond of de beste boeken die zij lazen. Vandaag de vierde aflevering: verhalenstrijfster, directeur van de Schrijversvakschool Paramaribo en Adviesraadslid Ruth San A Jong.

Michael Slory bij Ruth San A Jong aan huis

1.
Het voorrecht Michael Slory in m’n huiskamer te hebben bij de lancering van zijn dichtbundel Torent een man hoog met zijn poëzie (uitgegeven door In de Knipscheer) op 23 september 2012 (het jaar 2013 duurde lang…) bij de Vereniging Ons Suriname te Amsterdam, live via skype.

2.
Ook het boek van Shrinivási, de pionier in de dichtkunst, Hecht en sterk (In de Knipscheer), te mogen verkopen en er iets mee doen samen met Geert Koefoed die het nawoord deed en een hele tournee rond het boek in Nickerie en Paramaribo verzorgde. Shrini woont op Curaçao en is niet meer in staat te reizen.

3.
André Loor
De laatste uitgave van Suriname’s nationale historicus: André Loor vertelt (VACO).

4.
De opening van de Faculteit Humaniora van de Anton de Kom Universiteit van Suriname in december 2010 (jaja, het jaar 2013 wordt nog langer).

5.
Shrinivási en Karin Lachmising op Curaçao
De literaire avond van de Schrijversvakschool, de enige in het Nederlandstalig Caribisch gebied bij gelegenheid van de viering van haar vijfjarig bestaan, met het sterke debuut van Karin Lachmising, Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt (In de Knipscheer), en het afstuderen van twee veelbelovende student-auteurs Iraida van Dijk-Ooft en Sakoentela Hoebba. Ook de start van een jeugdproject waar kinderen in de leeftijdscategorie 9-14 creatief leren schrijven. 

maandag 25 november 2013

Karin Lachmising ten voeten uit!

Tropical root. Foto © Ladigue99

door Nicolaas Porter

Karin Lachmising was de eerste student die in november 2012 afstudeerde aan de schrijversvakschool te Paramaribo. Felicitaties voor haar en voor de school zijn op hun plaats. Nu is er een poëziebundel van haar verschenen met als titel: Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt. Op de achterkant van het omslag staat deze tekst: ‘Karin Lachmising beschrijft op voorbeeldige wijze de connectie tussen mens en natuur. In het titelgedicht komt de lezer erachter dat hij niet ver van de boom staat. ... “Waar water haar verlaten heeft/ noch zaden haar voeden./ Nergens groeit die boom.” Zonder onze wortels, zonder onze voorouders zijn wij nergens.’
Ik wil in geen enkel opzicht de schrijver van deze opmerking te kort doen, maar na lezing van deze fascinerende bundel kon ik mij niet aan de indruk onttrekken dat deze tamelijk platte benadering het werk van Karin tekortdoet. Er is meer aan de hand. Veel meer. Al lezend moest ik denken aan mijn tandtechnicus die nu al een maand bezig is mijn aangezicht weer enigszins toonbaar te maken (zie foto). 

Opmerkelijk is daarbij dat hij dat doet met blote voeten. Stevige mooi gevormde, enigszins breed uitlopende voeten die stevig op de aarde staan. Al werkend aan de ‘kruin’ vormen zijn voeten de basis voor een stevige verticale lijn tussen de aarde en de hemel. Hoe anders lijkt dat het geval te zijn met de voeten van Karin. Op veel plaatsen in haar werk vinden wij een beschrijving van haar soms moeizame relatie met de (natte, vloeibare) grond, haar voeten en wortels. In het gedicht ‘Hoe lang nog?’ (p. 19) vinden we de volgende zin: ‘Hoe lang nog,/ voor de grond/ onder de voeten/ verdwijnt.’ In het gedicht ‘Voelen’ (p. 46) kunnen wij ervaren hoezeer zij op zoek is naar een verbinding met de aarde. Een verbinding die haar in staat zou moeten stellen om dat wat zich in haar licht en luchtwezen bevindt, adequaat uit te drukken. De gecompliceerde aard van haar verbinding met de grond maakt haar soms sprakeloos. Alsof zij zonder haar wortels (nog) niet kan of wil beleven.

Voelen

Ik vroeg hem waarom hij schoenen voor mij bracht, waardoor
ik de grond
niet meer zou kunnen voelen.
Hij zei me dat het zo hoort en het mij zou beschermen.
Ik vroeg hem hoe ik mij zou kunnen beschermen als ik niet
meer zou kunnen voelen.
Hij gaf mij papieren met dansende cijfers tussen lussen en
bogen. Ik vroeg hem waar mijn dieren waren, waar de zon,
waar de maan, waar de plek van mijn jacht.
Hij keek mij slechts verwonderd aan.
Mijn hand richtte zich op naar de drijvende lucht, maar hij
droeg een dak
dat zijn beeld beschermde.
Ik vroeg hem de aarde te voelen, maar zijn voeten zaten
opgesloten
in stevig zwart leer met veters, die hem afhielden van de bron
van leven.

In dit gedicht gaat Lachmising een dialoog aan met een mannelijke rationele kant die zij ongetwijfeld ook in zichzelf ervaart. De papieren met dansende cijfers, de zwart leren schoenen met beknellende veters staan in schril contrast met de ‘hoge hakken op een gerafelde mat’ die voorkomen in het gedicht ‘Masker’ (p. 42). Er is ook een horizontale lijn te ontdekken in het werk van Karin. In de schaarse momenten dat de dichter een dialoog probeert te hebben met de mensen om haar heen (buiten de troostende relatie die zij probeert op te bouwen met de natuur) vinden we vaak een gevoel van onmacht, onvermogen en op zijn best beloftes voor iets wat tot stand zou ‘kunnen’ komen. In een toekomst die nog niet is aangebroken.

Mijn tijd

Ik leg mijn hand op de plek
waar ik jouw hand bedenk.
In mijn hoofd ben ik de nacht van de dag
reeds ingegaan.
Mijn lippen vormen jouw naam,
die zich in stofdeeltjes naast mij neerlegt.

Ik draai mij om, streel je alvast,
voor het beeld
in ongeduld
wegglipt.
Ik verzoek een vergadering van de sterren
voor een andere datum, één
die mij dichter bij jou zal brengen


In deze veelbelovende bundel is er sprake van een doorvoelde gelaagdheid die verrassend is en als aangenaam beleefd kan worden. Ik heb het sterke vermoeden dat Karin Lachmising zich bewust is van deze gelaagdheid. Hopelijk is Karin moedig genoeg om haar schoenen te laten voor wat zij zijn zodat de vochtige warmte van modder en gras vrij spel heeft tussen haar tenen en haar woorden als vanzelf geaard raken in de grond van haar voorouders en in de liefde van haar tijdgenoten. De natuur zal haar daarvoor dankbaar zijn en wij ook!

Karin Lachmising: Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt. Haarlem: In de Knipscheer, 2013. ISBN 978-90-6265-840- 4


zaterdag 23 november 2013

Publishing Services en In de Knipscheer

Publishing Services Suriname (PUBSES) en de Nederlandse uitgeverij In de Knipscheer zijn een samenwerking aangegaan. De Surinaams/Antilliaanse boeken van In de Knipscheer zijn nu in Suriname bij PUBSES te betrekken.

Momenteel zijn in voorraad:
Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt van Karin Lachmising. (srd 60,-)
Bouwen op drijfzand van Ronny Lobo (srd 80,-)
Gentleman in slavernij van Janny de Heer (srd 85,-)
Bloemies. Een prachtig vormgegeven kinderboek met verhaaltjes, versjes en liedjes incl. cd. Met o.a. Gerda Havertong, Frank Ong A Lok, Hakim en Ronald Snijders. (Srd 85,-)

Aan de Waterkant. Een documentaire op cd van gesprekken met Michael Slory, doorspekt met gedichten en muziek. (40 srd)

vrijdag 22 november 2013

Vijf jaar Schrijversvakschool Paramaribo



V.l.n.r. Karin Lachmising, Iraida van Dijk-Ooft, Shakoentela Hoebba

De Schrijversvakschool Paramaribo bestaat vijf jaar. Het begon in 2007 met voorbereidingen van Ruth San A Jong, oprichter en huidige directeur. Docenten trainen, fondsen werven, studenten interesseren om lessen in creatief schrijven te volgen. Gesprekken met partners van scholen overzee, programma's en ideeën. Wat zou, gezien de omstandigheden, wel in de Surinaamse samenleving passen en wat niet? Zou zo een school wel relevant zijn voor Suriname? We geven een korte terugblik op ons vijfjarig bestaan.
Sakoentela Hoebba

Donderdag 28 november a.s. zal dat gebeuren in het Jeugdtheater ON STAGE. Op deze avond zullen ook twee van onze vierdejaarsstudenten hun eindpresentaties houden.

Iraida van Dijk en Sakoentela Hoebba hebben de vierjarige opleiding afgerond en zullen beiden afstuderen in het genre Proza. Zij zullen hun bevindingen en enkele teksten uit hun manuscript aan ons voorhouden en verder praten over de rol die de Schrijversvakschool heeft gespeeld in hun groei naar auteurschap. Studeren aan een Schrijversvakschool is nog geen garantie voor auteurschap; een goed boek uitgeven ook niet.
Iraida van Dijk-Ooft

Onze eerste afgestudeerde, Karin Lachmising, zal haar debuutbundel presenteren. Deze is in Nederland gepubliceerd door Uitgeverij In de Knipscheer. Het boek zal te koop worden aangeboden en gesigneerd worden, indien gewenst. U bent van harte uitgenodigd om deze bijzondere literaire dag met ons te vieren. Wilt u vooraf uw aanwezigheid aangeven, zodat wij een plek voor u kunnen reserveren. Wij zien u graag!

Datum: donderdag 28 november 2013
Tijd: 19.30 uur
Inloop: 19.00 uur
Locatie: Jeugdtheater On Stage, Mgr. Wulfinghstraat
Rsvp: info@schrijversvakschool.org - 856 3674
Karin Lachmising

donderdag 7 november 2013

Schrijversvakschool levert twee afgestudeerden af: ‘Het is altijd de bedoeling dat zij internationaal doorbreken’

door Euritha Tjan A Way


Paramaribo - Dat ze er plezier aan hebben beleefd, is van hun gezicht af te lezen. Iraida van Dijk en Sakoentela Hoebba hebben de vierjarige opleiding aan de Schrijversvakschool Paramaribo nagenoeg afgerond en hebben naar eigen zeggen van elk moment genoten. “We hebben de eerste drie jaren de tools gehad om ons verhaal interessant en begrijpelijk voor de buitenwereld neer te pennen. In het laatste jaar is er vrijwel geen begeleiding en dan kom je erachter: ‘ben ik schrijver of niet?’”, legt Van Dijk uit. Beide dames studeren deze maand af en hebben gekozen voor het genre proza. Ze hebben beide geput uit hun eigen omgeving om inhoud te geven aan hun verhaal. “Ik heb een lang verhaal geschreven waarin centraal staat dat wat een mens is, eigenlijk het resultaat is van wat hij heeft meegekregen van familieleden die hem voor zijn gegaan”, legt Van Dijk uit. Hoebba heeft gekozen voor elf korte verhalen. “Eén daarvan gaat over een gezin dat ontdekt dat hun zoon homoseksueel is. Hindoestanen hebben het namelijk sterk dat ze altijd denken aan wat de buitenwacht gaat denken.”

Iraida van Dijk (l) en Sakoentela Hoebba (r) vertellen met veel plezier over de vierjarige opleiding aan de Schrijversvakschool Paramaribo die zij net achter de rug hebben. Foto:  Irvin Ngariman.

Publicabel
In het eerste jaar van de Schrijversvakschool Paramaribo worden de cursisten breed opgeleid. In het tweede jaar doet verdieping zijn intrede en in het derde jaar moeten de studenten weten welk genre hen ligt en hoe ze de aangeleerde technieken kunnen toepassen op hun teksten. Jaar vier bestaat voornamelijk uit manuscriptbegeleiding. Schrijfdocenten, redacteurs van uitgeverijen helpen de studenten bij het publicabel maken van het manuscript.

Puzzel
Beide studenten waren, voordat ze hun opleiding aan de Schrijversvakschool Paramaribo aanvingen, al bezig met schrijven. "Ik had veel dieren om me heen en ik schreef vaker verhalen over hen. Maar nu kan ik terugkijken op die verhalen en besef ik dat ik heel veel geleerd heb", legt Hoebba uit. Voor Van Dijk leek het alsof de stukken als een puzzel in elkaar vielen. "Ik volgde eerste een korte workshop schrijven met mijn dochter en zag daarna plotseling een advertentie voor de opleiding van de Schrijversvakschool Paramaribo én ik heb altijd al goede reacties gehad op stukken die ik schreef. Dus de opleiding leek mij een logische stap."

Niet makkelijk
De dames zijn begonnen met zes studenten in een groep en behoren tot de tweede lichting van de opleiding. In 2008 begon de eerst groep, die bestond uit acht personen. Van die acht is Karin Lachmising de enige die vorig jaar afstudeerde. "Nee, het is niet makkelijk", bevestigt Ruth San AJong, directeur van de opleiding. "De mensen worden onderwezen in de vijf genres en de subonderdelen daarvan. De opleiding duurt bovendien vier jaren. Maar Karin Lachmising bijvoorbeeld is wel internationaal doorgebroken. Haar boek is uitgegeven door uitgeverij In de Knipscheer en zij heeft een lans gebroken voor de anderen." Volgens San A Jong is het altijd de bedoeling dat studenten internationaal doorbreken. "Maar afstuderen is daar geen garantie voor", meldt zij.

Van Dijk en Hoebba zullen eind november hun afstudeerpresentatie houden. De Schrijversvakschool doet ook aan manuscriptbegeleiding van mensen die de opleiding niet gevolgd hebben. Verder is de opleiding nu bezig met een project waarbij kinderen op speelse wijze de kneepjes van het vak leren waar inmiddels een website van online is.

[uit de Ware Tijd, 07/11/2013]


dinsdag 22 oktober 2013

Lachmising in Haarlem

In het maandelijkse schrijversprogramma ‘Letterij’ op woensdagavond 23 oktober leest Karin Lachmising  uit haar debuutbundel Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt. Ze wordt daarbij begeleid door gitarist Frank Ong-Alok.

Karin Lachmising woont en werkt in Suriname. In 2008 debuteerde zij met het jeugdverhaal ‘Eva’ in een uitgave van Buku Tori. Vanaf mei 2012 is ze essayist bij het maandelijks opinieblad Parbode Magazine. Zij schreef mee aan het cabaretstuk Spokendans (2010) van Thea Doelwijt. Zij was de eerste student die, in november 2012, afstudeerde aan de Schrijversvakschool Paramaribo. Zij schreef in 2013 een toneeltekst, een monoloog, uitgevoerd ter herdenking van de Surinaamse componist Helstone. Karin Lachmising is deze maand in Nederland vanwege het verschijnen van haar poëziedebuut Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt.

Voor de pauze wordt een videoportret vertoond van de Curaçaose schrijver Boeli van Leeuwen, dat nimmer op televisie is uitgezonden.
Locatie: De Pletterij, Haarlem

Datum: woensdag 23 oktober 2013, aanvang 20.00 uur


woensdag 11 september 2013

“Een droom die ik heb”

Testament
Ik ben geen fervente kerkganger, maar zou meneer de pastoor toch nog wat woorden kwijt willen aan mijn graf, zeg hem dan dat ik zei, dat hij aan alle aanwezigen aangeeft, dat ze minder moeten zeuren en meer van elkaar moeten houden.



Caraïbisch boekenprogramma met voordrachten, interviews, beeld en muziek

Onder de titel ‘Een droom die ik heb’ organiseert Uitgeverij In de Knipscheer op 13 oktober een gevarieerd boekenprogramma met schrijvers uit of over de Antillen. Eric de Brabander komt over uit Curaçao en presenteert zijn derde roman De supermarkt van Vieira. Van Nydia Ecury, geboren op Aruba in 1926 en in 2012 overleden op Curaçao, verschijnt haar eerste nog door haarzelf samengestelde Nederlandstalige gedichtenbundel Een droom die ik heb. Over het 19de eeuwse Suriname publiceert Janny de Heer haar grote historische roman Gentleman in slavernij. Karin Lachmising komt speciaal uit Suriname voor de lancering van haar debuut, de gedichtenbundel Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt.

Michael Slory. Foto © Ruth San A Jong
Rogeria Burgers houdt haar documentaire cd Aan de waterkant ten doop met een bijzonder interview met de grote Surinaamse dichter Michael Slory.

Dit alles wordt muzikaal omlijst door de groep FTTP (Flower to the People) van de (van Surinaamse komaf zijnde) gitarist/componist Frank Ong-Alok. Van hem verschijnt dan het prentenboek-met-cd Bloemies.


Datum: zondagmiddag 13 oktober 2013, zaal open 14.30 uur; programma 15.00 tot 17.15 uur

Locatie: Theater van ‘t Woord OBA (Openbare Bibliotheek Amsterdam) Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam
 
Frank Ong-Alok. Foto © Wim Stad
Presentatie Franc Knipscheer, interviews Peter de Rijk
Reserveren kan uitsluitend door overmaking van € 5,00 op ING bank 3647173 t.n.v. Uitgeverij In de Knipscheer o.v.v. uw e-mailadres.
Na afloop signeren de auteurs voor belangstellenden hun boeken.


Uw kaarten liggen voor u klaar op zondag 13 oktober vanaf 14.00 uur bij Theater van ’t Woord (7de etage)


donderdag 29 augustus 2013

No-Madzz onwrikbaar geplant in harten theaterliefhebbers

door Donovan Mijnals

Paramaribo - Carifesta XI zat boordevol formidabele verrassingen. Activiteiten waarvan vooraf geen idee bestond hoe ze er uiteindelijk uit zouden zien. Eén zo een activiteit is het theaterstuk Breadfruit is The New Bread Baby. Het stuk is een maatschappij kritische musical van Jamaicaanse afkomst, waar het brood de broodvrucht tegenkomt en er goede muziek en acteerwerk een ontmoetingsplek vinden. Overigens vormen de musici los van hun acteerwerk ook een groep: The No-Madzz. “Ze zijn mijn nieuwe favoriete band”, laat de Surinaamse meesterdrummer Greg Kranenburg zich over hen ontvallen.


Drie van de vier acteurs die het stuk Breadfruit is The New Bread Baby opvoeren. Het stuk is een maatschappij kritische musical van Jamaicaanse afkomst. Foto © Stefano Tull.


Eigen identiteit
In het stuk zijn de hoofdrolspelers niet bang om verschillende onderwerpen op tafel te leggen en te voorzien van een flinke dosis humor. Kritiek op de politie, religie en de politiek, maar ook op de wereldwijde blanke overheersing is de rode draad die niet uit het oog verloren wordt. Soms worden bedoelingen verhuld tot uiting gebracht. Zo wordt een grote zware zak met 'white flour' met veel vertoon in het toilet gesmeten. Gaat de musical nou echt over broodvrucht? Nee, het is een poging om de Caribische identiteit voorop te stellen en broodvrucht komt in die regio veel voor. "Zie het zo: aan de ene kant heb je brood en aan de andere kant broodvrucht. Welke van die twee ben jij?", verduidelijken de vier leden van No-Madzz na de voorstelling.

On Stage
"Ik vond het artistiek geweldig goed. Het was gewoon theater op zijn best", reageert Karin Lachmising na de presentatie. De nieuwe directeur van Jeugtheaterschool On Stage knikt tevreden. Ze kon heel erg waarderen dat elke beweging gedaan werd op een podium manier dat die bij het optreden hoorde. Ook wanneer iets niet goed werkte, zoals het draadloos systeem van de gitarist, werd dat naadloos in het stuk verwerkt. "Ze zijn vanaf het puntje van hun dreadlocks tot aan hun teennagels met theater bezig." Ze ziet het bovendien als een uitdaging om ook in Suriname verschillende podiumkunsten met elkaar te combineren.

[uit de Ware Tijd, 26/08/2013]

De artistieke kleur van Karin Lachmising

On Stage Theaterfestival 2013



door Evy van der Sanden

Paramaribo - Karin Lachmising bruist van de energie. Dat is ook wel nodig, want als nieuwe manager van jeugdtheaterschool On Stage rusten allerlei taken op haar schouders. Van het nieuwe jaar inluiden tot ervoor zorgen dat alles soepel verloopt; Lachmising moet het doen. De vakantie duurt nog ruim een maand en dat betekent aanpakken. Met een verleden als leidster van een communicatiebureau is de schrijfster daar niet vies van. Zij vindt zichzelf capabel genoeg om het aan te kunnen. De balans opmaken na drie maanden leiding geven vindt ze lastig, omdat de lessen nog niet zijn begonnen. Een voorschot nemen op de toekomst kan ze wel. In principe voert schrijfster Lachmising weinig wijzigingen door. Haar doel en visie zijn hetzelfde als die van Helen Kamperveen. Zang, dans en theater voeren zoals altijd de boventoon en On Stage is nog steeds een plek waar talent zich kan ontwikkelen. “Dit is een belangrijke missie”, meent de kersverse manager.

Anders dan Kamperveen
Karin Lachmising

De uitvoering van alle te regelen zaken kan daarentegen verschillen van het vorige beleid. Aan het einde van elk jaar vindt een evaluatie plaats. "Vanuit die evaluatie en gezien het veranderde management leek het ons goed om een introductieweek te organiseren. Kinderen leren ons kennen en wij hen. Ook presenteren we het lesprogramma en wat ze kunnen verwachten.Op 7 oktober starten de lessen." Het is niet de enige verandering. "Helen had schrijvers nodig omdat zij regisseuse is. Bij mij is dat andersom." Bovendien wijzigt het thema van het jaar. "Elk jaar heeft een andere artistieke kleur. Dat is nu ook zo. Vorig jaar was het thema 'Familie'. Wat dat nu wordt, valt nog niet te zeggen."

Dat Lachmising schrijfster is, ziet ze als een voordeel voor de school. "Het is de bedoeling dat we voor het nieuwe jaar een stuk schrijven met de input van kinderen en docenten. Dat is al langer het idee, maar door mijn achtergrond, is dat makkelijker." Daarnaast wil ze bekijken of bepaalde organisaties interesse hebben in trainingen waarbij via rollenspellen gezocht wordt naar oplossingen voor problemen binnen het desbetreffende bedrijf. Die oplossingen moeten bijvoorbeeld helpen om de communicatie te verbeteren of de dienstverlening te optimaliseren. "De kennis van On Stage en de acteurs van de productieklas kunnen we daarbij inzetten."
Helen Kamperveen

Toekomstige samenwerking
Al vanaf de oprichting van de theaterschool in 2007 volgden de kinderen van Lachmising er lessen. Op die manier kwam ze in aanraking met Kamperveen, die haar na een tijdje vroeg om een monoloog te schrijven. Zo ging het balletje rollen; de twee startten een samenwerking. De schrijfster bewerkte onder meer 'Romeo en Julia'. Lachmising hoopt dat een dergelijke samenwerking in de toekomst wederom plaatsvindt. "Het is heerlijk werken met Helen. Ik zou best nog een stuk willen doen. Maar dat zit er wel in.".

[tekst uit de Ware Tijd, 29/08/2013] 


donderdag 8 augustus 2013

Space in the Caribbean: Idee of ideologie?

door Karin Lachmising


‘Als we echt Caribisch zijn, moeten we onze eigen omgeving dan niet beter leren waarderen?’, vraagt Karin Lachmising zich af.

Billboards in Paramaribo en langs de verbindingsweg van het vliegveld Zanderij naar de hoofdstad kondigden het al weken van tevoren aan: Suriname is het gastland voor Carifesta XI. Deze maand zijn we beland in zichtbare Caribische sferen dankzij dit elfde festival of creative arts. Een evenement dat de verbondenheid van de regio door middel van kunst tentoonstelt, althans dat is een van de vele doelen. Zullen deze twee weken vol vibes ons bewustzijn vergroten over de hechte connecties tussen de Caribische landen, of worden we slechts meegesleept in een tijdelijk enthousiasme van ons ‘Caribisch’-zijn om daarna weer terug te keren naar de dingen van de dag die ons eerder dichter bij Nederland, Amerika en zelfs China brengen, dan bij een eiland enkele honderden kilometers voor onze kust?



Space in the Caribbean ‘Space’
Die vraag werd ook gesteld op de multidisciplinaire conferentie van de Associatie voor Caribische Studies in Grenada. Suriname kan zich, net als de wereld buiten onze regio, vaak moeilijk het imago van een Caribisch land aanmeten. Want wie denkt eraan Suriname als het over witte stranden, blauwwater en beach life gaat? Ook wij zelf lijken dit uiterlijke toeristische imago te verwarren met de onderliggende verbinding, die er wel degelijk is. Juist daarom kan een kunst- en cultuuruitwisseling misschien wel van betekenis zijn. Carifesta kan ruimte bieden aan artiesten die hun beleving van de samenleving uiten op podia, in kunsthallen, ballrooms en meer. Een samenzijn dat een gezonde dialoog over onze eigen ontwikkeling tot stand kan brengen. In de openingsspeech van Eudine Barriteau op de conferentie in Grenada werd dit samenzijn een ‘ruimte van creatieve coalities ’genoemd. De professor in Gender and Public Policy aan de University of the West Indies te Barbados gaf in een zeer wervelende toespraak weer, dat zij als uitgesproken gender-voorvechtster ervaren heeft dat ‘je case’ niet binnenskamers bij gelijkgezinden mag blijven. Haar zaak, een betere positie voor vrouwen, bereik je niet door mogelijke oplossingen in eigen groep te laten circuleren. Je moet die ruimte vergroten, jouw visie en jouw aanpak onder de aandacht brengen buiten jouw groep. Onze indigenous frameworks, de structuren van onze samenleving, moeten meegenomen worden in de internationale discussies over de ontwikkeling van ons gebied. We zijn hier niet alleen om te kijken en naar elkaar en te luisteren, niet alleen om ons gebied te bestuderen, maar om alles wat hier tot stand komt ook naar de tafels te brengen waar de besluiten worden genomen over onze regio, over onze gebieden en over ons eigen vorm van leven. Het woordje ‘space’ werd ongewild en onbedoeld de rode draad van de conferentie.

Foto © Charl Danoe


Invloed
Ruimte bleek in verschillende presentaties overal voor nodig. Er zijn magazines nodig die ‘space’, dus ruimte creëren voor uitwisseling van creatieve ideeën. Zoals het Caribisch kunsttijdschrift ARC. Er zijn pleinen nodig waar de massa bijeen kan komen, terwijl die bijvoorbeeld in Puerto Rico in beslag worden genomen door gebouwen, waardoor letterlijk ruimte ontbreekt. Tijdens de presentaties bleek ruimte een oplossing voor uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken .In de vele jaren dat we als Caribische gemeenschap zowel in de kunst als op andereo ntwikkelingsgebieden bij elkaar komen, werd de regio vooral gebruikt als onderzoeksmateriaal, podium, tentoonstellingsruimte of tijdelijk verblijf. Op de conferentie leek het echter alsof een ieder tijdens de voorbereiding van zijn presentatie stil was blijven staan bij het toekennen van waarde aan het léven in de Caribbean. De aandacht was verschoven van de gedachte ‘wij hebben oplossingen nodig’ naar een andere invulling van de ‘idee’ ontwikkeling. Filmmaker Miguel Coyala geeft in zijn film Memorias de desarello (Herinneringen aan onderontwikkeling) een indringend en confronterend beeld van hoe ‘ideeën’ en concepten verward raken wanneer deze ‘geplakt’ worden in een andere omgeving. Zijn film vertelt het verhaal van een intellectueel die na de Cubaanse revolutie denkt in de Verenigde Staten een nieuw leven, ver van onderontwikkeling, op te bouwen. De collageachtige manier van filmen versterkt de boodschap van de vervreemding die je voelt wanneer jouw wereldbeeld niet meer klopt met de omgeving waarin je leeft. In mijn eigen presentatie bracht ik de connectie van mens en omgeving naar voren, de invloed daarvan op onze kennis en ervaring en welke plek deze kennis inneemt binnen het denken over ontwikkeling en het aandragen van oplossingen.

Barbados. Foto © Barbapress


Ditzelfde onderwerp werd aangesneden in een paneldiscussie over ontwikkeling in het Caribisch gebied met de uit Puerto Rico afkomstige José Buscaglia Salgado en de zeer gepassioneerde spreker Tyehimba Salandy uit Trinidad. Ze stelden: ‘We moeten kritisch zijn wanneer we praten over ontwikkeling en de begrippen die we daarbij klakkeloos overnemen, want te vaak merken we dat de realiteit genegeerd wordt.’ In onze regio zitten we in een gecompliceerde ruimte, zou je kunnen zeggen. De ruimte wordt bepaald door dominante ontwikkelingsvisies die geen rekeninghouden met onze realiteit: met onze jongeren die in Europa of de Verenigde Staten studeren, onze omgevingservaring en traditionele kennis. Het Caribisch gebied kent een andere benadering van duurzame ontwikkeling dan het Westen. Daar is de discussie over duurzame ontwikkeling ontstaan vanuit rampen die hebben plaatsgevonden. In het Westen is het een ideologie die voorschrijft hoe de wereld eruit zou moeten zien, in plaats van een idee, een set mogelijke stappen die vanuit de werkelijkheid genomen kunnen worden. Als wij ontwikkeling als een idee benaderen, vraagt het van ons vooral een kritische houding ten opzichte van strategieën die de kennis en ervaring vanuit de regio negeren.

In een discussie na de presentatie over dit onderwerp werd de kritische vraag gesteld in hoeverre wij daartoe in staat zijn, als wij ons richten op het vieren en tentoonstellen wat we hebben, zonder een podium te creëren voor kritisch gedachtegoed dat zal leiden tot een model van aanpak voor ‘life in the Caribbean’.

Bonaire. Foto © Enrique Alpeñes Miralles


Kritische massa
We hebben meer media in het Caribisch gebied nodig die een visie uitdragen, een podium biede nvoor de verhalen en ervaringen van eigen bodem, onze kennis vergroten over onszelf, wat bij ons speelt, door ons gemaakt wordt, onze aanpak, onze ideeën. Publicaties die een kritische massa kweken en ruimte bieden voor het uitwisselen van kennis. Omdat nagenoeg alle Caribische landen in dezelfde fase van ontwikkeling zijn en daarbij verreweg dezelfde uitdagingen een rol spelen ,kan het Caribisch platform een inspiratiebronzijn voor een succesvolle ontwikkeling van ons gebied. Onderwerpen als natievorming, identiteit, klimaatverandering, gemeenschapsontwikkeling, duurzame ontwikkeling, kunst, cultuur, literatuur en ga zo maar door, kunnen daar heel anders benaderd worden. We bewegen ons dan in een ruimte van gelijkwaardige discussies en vergelijkbare oplossingen in plaats van de exotische ruimte die ons te vaak toebedeeld wordt. Misschien moeten we leren waarderen wat onze omgeving ons biedt, kijken naar onszelf in plaats van buiten onszelf, leren oog te hebben voor wat nodig is in de omgeving waarin wijzelf leven.
De publicatie Ster in de stad, behorende bij de gelijknamige tentoonstelling over Bombay van het kindermuseum Villa Zapakara, is een goed voorbeeld van het respecteren en waarderen van je omgeving. Geen boekje over hoe zielig de inwoners van Bombay zijn, zoals je zou denken bij een tentoonstelling over een miljoenenstad met meer dan honderd sloppenwijken, maar een boek over de verhalen, ervaringen en capaciteiten van mensen binnen de context van hun eigen omgeving. Het definiëren van onze capaciteiten betekent het plaatsen van de voor anderen vaak onbekende ervaringen in het grote rgeheel. Een plek waar je geen vreemde bent en je land niet constant vraagtekens oproept.

Regenwoud. Foto © Hedevia

Tijdens de conferentie was mijn Amazoneregenwoud net zo gewoon als het witte strand met palmbomen. Dat kan ik niet kan zeggen wanneer ik met studenten in dialoog ga op de campus van de Universiteit van Amsterdam of op andere Europese podia. Op de campus van St. George’s University te Grenada vervalt het vreemde van het zogenaamd exotische. Voor de regio is het alleen daarom al belangrijk om in deze space aanwezig te zijn. Het valt op dat onze diaspora in vergelijking met die van andere Caribische landen nog weinig bijdraagt aan de discussies over ontwikkeling in samenhang met de plek waar wij werken, wonen en leven. En gezien het grote aantal goed opgeleide Surinamers in diaspora, zou het helpen om wat meer de vruchten te proeven van deze intellectual cruising, het reizende Surinaams intellect. Carifesta zal misschien in staat zijn om voor even de aandacht te vestigen op de samenhang tussen Suriname en het Caribisch gebied, hopelijk los van een exotisch karakter en met meer aandacht voor de inzichten die achter de creaties van dit festival liggen. Of we vervolgens die Caribische ruimte ook daadwerkelijk kunnen bereiken om de creatieve coalities aan te gaan, zal afhangen van de vruchten van deze ‘creatieve en intellectuele Caribbean cruising’.

Surinamerivier. Foto © M. Janson


Schrijver en publicist Karin Lachmising opereert in het maatschappelijk middenveld als ‘communicatiestrateeg met een filosofische inslag’.

[uit Parbode, 1 augustus 2013]

dinsdag 30 juli 2013

Afscheid Helen Kamperveen met humor in achteruitkijkspiegel

Helen Kamperveen

door Donovan Mijnals

Paramaribo - De verrassing wacht met een geduld dat zelfs Job jaloers zou maken, op het einde van de avond. Want voor dat moment hebben de leerlingen van ‘tante’ Helen Kamperveen een waardig afscheid in elkaar gezet met een blik op de achteruitkijkspiegel. Zaterdag deed Kamperveen officieel een stap terug van haar ‘baby’ Jeugdtheaterschool OnStage. “Ik draag de sleutel aan je over”, kondigde ze al aan het begin van de avond aan, terwijl ze Karin Lachmising het podium optrok. En hoewel het niet meteen tranen met tuiten regende, klonk de emotie toch nog in de ietwat trillende stem door toen de initiatiefneemster daarna tot aan de schoonmaakster bedankte voor de steun.

Helen Kamperveen (in het groen) met naast haar Damaru en tweede van links Karin Lachmising


Afscheid
Op dat moment kon Kamperveen echter nog niet weten dat haar leerlingen een heel ander afscheid in gedachten hadden. Aan het einde van de verschillende voorstellingen werd ze pontificaal op een stoel voor het podium geplaatst, en kon ze zichzelf aanschouwen door de bril van pupillen gezien. Ze presenteerden namelijk een sketch van theaterstukken die de afgelopen jaren op de planken zijn gezet bij OnStage. Maar wat zou zo een sketch zijn zonder de hoofdpersoon: Helen Kamperveen. Ze werd op voortreffelijke wijze uitgebeeld door Geoffri Bell, die met een karakteristiek Kamperveenlachje, voor grote hilariteit zorgde. Even daarvoor had hij ook al een overtuigend optreden in het hoofdtoneelstuk Romeo en Julia.

Drama op drama bij de uitbeelding van het stuk van Renate Galdey over hoe de familie van zowel slavenmeester als slaaf eruit zag tijdens slavernij. Foto: Irvin Ngariman.


Theater
Ook de stukken van de laatste avond van het theaterfestival waren zeer goed in elkaar gezet. Het thema 'Familie' werd op verschillende manieren uitgebeeld. Eerst met een stuk van jonge kinderen over de situatie thuis, het vroeg opstaan om naar school te gaan en een familiediner waar lang niet eenieder op elkaar gestemd is. Daarna volgde een wat langere uitbeelding van familie in de slavenperiode, waarin het tragedie van de slavernij werd afgewisseld met geestigheid. Niettemin eindigde dat stuk, gebaseerd op Hoe Duur Was De Suiker van schrijfster Cynthia Mc Leod evenals het boek in drama. Een slavin moest het zelfs met de dood bekopen.



[uit de Ware Tijd, 29/07/2013]

zondag 23 december 2012

Brasa of houdgreep?

door Karin Lachmising

We zijn ons niet altijd bewust van onze angst. Het is immers een gevoel dat je vaak een andere draai kunt geven. Je bent niet angstig, maar slechts voorzichtig bijvoorbeeld. Misschien ook wel realistisch, zoals een mevrouw in Info Act, die het had over kettingdieven. Die angst is vrij concreet. Maar wat te doen met de angst die veel dieper ligt, die het leven van mensen in de ban heeft?
Het was in de tijd dat ik op zoek was naar een geschikte woning, dat ik me daar bewust van werd. Terwijl ik aan vrienden en familie honderduit vertelde over de lichtval op de zachtgele muren van het huis, of de prachtige groenhartboom op het grote erf, moest ik vragen beantwoorden als ‘heeft het dievenijzer’, ‘hebben ze een alarm geplaatst’ of ‘je moet je buren wel kunnen zien hoor’. Dat ik me druk maakte over een boom op mijn erf deed er niet zoveel toe, mijn verlangen om vooral niet de douche van de buren te horen evenmin. Ik werd overspoeld met goedbedoelde adviezen, die allemaal gericht waren op het uitsluiten van alles wat angstige gevoelens in waarheid zou kunnen omzetten.



Onnatuurlijk
Angst lijkt het leven in Suriname voor een substantieel deel te beheersen. De enorme ruimte en de overdosis aan groen waar ons land rijk aan is, blijken reden genoeg voor een bijna onnatuurlijke angst. Het voelt als een beklemmende omhelzing, geen brasa maar een houdgreep.
De eerste twaalf jaar van mijn leven had ik in Nederland op een heel andere manier last van een beklemmende sfeer, dan hier wandelend door Paramaribo. Voor mij was het logisch dat op elkaar gestapelde woningen het straatbeeld bepalen. Mijn vader zei altijd ‘je moet wel ziek worden hier, als je de hele dag opgesloten bent tussen vier muren en geen enkele muur van jou is ’, zoals in het appartement waarin wij toen woonden.
Niet zo vreemd dat in die tijd yogacentra een steeds sterkere aantrekkingskracht uitoefenden op de ingekapselde westerse mens. Het werd duidelijk dat vrijheid een groot goed was. Hoe kon je dat beter ervaren dan door ergens midden in de natuur tot rust komen. Vertaald betekende dat: verstoken van alle westerse gemakken, maar een gezond geheel van lichaam en geest volgens de leer van de meesters uit het Oosten. Nog steeds reizen westerse beklemde geesten af naar Indiase ashrams om aura’s in balans te brengen, angst om te zetten in een liefdesstroom die helend werkt en je geest vrij maakt.


Repressie
Of het afreizen naar Suriname werkelijk een tocht is naar vrijheid? Misschien voor degenen die weer teruggaan na drie weken, of voor bezoekers zonder wortels in dit land. Die prachtige natuur geeft, misschien tot verbazing van de toerist, alles behalve het ‘vrije’ gevoel van een angstloos bestaan.
De natuur is voor velen die hier wonen een ver-van-mijn-bed-show. We komen nog net de savanne in, maar alles wat daar achter schuilt is beangstigend. Dichte bossen zijn angstaanjagend, watergeesten kunnen ons naar beneden trekken, bosgeesten moeten tevreden gestemd worden, om maar niet te spreken over de verschrikkelijke gedierten die het tropisch regenwoud angstaanjagend maken.
Een bakru is ook zo’n welbekende gedaante die ons angst moet inboezemen. Het korte mannetje met het grote hoofd is de ultieme bangmaker om kleine kinderen te dwingen om te baden, te slapen of het eten op te eten dat ze waarschijnlijk vanwege groente of een ander onaantrekkelijk deel uit de voedselschijf met geen mogelijkheid naar binnen kunnen krijgen. “De lange man” (daarmee bedoel ik toch echt een abnormaal lange man, nog langer dan een hoge neutenwoning) en yorka’s worden er ook vaak genoeg bijgehaald.
Angst wordt wereldwijd gehanteerd als middel om mensen in bedwang te houden en in het ergste geval te onderdrukken. Echter blijkt dit handelen vaak een probaat middel tegen confrontatie met de eigen angst. Die eigen angst is een aantasting van het gevoel van macht, en dat is knap lastig. De angst erkennen zou betekenen dat men de eigen beperkingen van de geest onder ogen moet zien. Zou de tegenhanger van angst, de liefdesstroom, wel makkelijker omarmd kunnen worden en net zo een reikwijdte kunnen hebben als angst dat heeft?

Foto @ W. Djidjaman

Geknecht
De ruimte, de natuur en de privacy die grote erven en verre buren met zich meebrengen, zou ik volgens velen maar beter kunnen inleveren. Nog nooit werd ik zoveel geconfronteerd met angst. Er heerst angst voor het bos, voor de dieren, voor de mensen. Het ene deel van het volk heeft angst voor het andere deel. Het leven zit aan elkaar met draden van angst. Hoe kan een land dat zich vastzet in zo’n web, groeien? Over de gehele wereld kennen we geknechte samenlevingen. Uit hun midden staan er helden op. Maar hoe vaak biedt die knechting niet de juiste sfeer voor de verrijzenis van de foute held?
Mij valt die geknechte samenleving niet alleen op door de met alles rekening houdende, voorzichtige communicatie binnen onze samenleving. De sfeer die het fysieke Suriname oproept, beneemt me vaak de adem; de huizen van Paramaribo die zich in een te strakke omhelzing geforceerd afschermen van alle ruimte.

Ster
Tijdens mijn vele reizen naar het binnenland valt mij het tegengestelde op. Daar is de traditionele architectuur van inheemse huizen afgestemd op de omgeving. Uit het boek Wapono pakoro, over traditionele inheemse bouwstijlen in het zuiden van Suriname, blijkt dat de omgeving de bouwstijl van de woning bepaalt, in functionele verhouding tot het leven in de natuur. In het dorp Kwamalasamutu liep ik eens samen met een van de bewoners ‘s avonds laat het donkere pad af richting mijn eigen slaapplek. Toen ik hem vroeg of hij nooit angst voelt voor het bos, of wat daaruit zou kunnen stappen, keek hij omhoog en vervolgens mijn richting op. “Als het dier verschijnt, zal ik er naar kijken.” Hij wees me daarop een ster aan, die terstond achter de bomen verdween. Angst in de ogen aankijken, vereist waarschijnlijk een natuurlijke eenheid van de mens en zijn omgeving, een pure liefde voor de grond waarop hij woont en de natuur die het verlengde van hemzelf is; zoals de inheemsen die aan deze grond verbonden zijn dat ervaren.

Triomf
Als angst het tegenovergestelde van liefde is, dan ontbreekt er in Suriname veel liefde. ‘Liefde overwint’, is een bekend spreekwoord, maar vanuit een angstpositie liefde ontwikkelen, blijkt een moeilijke opgave te zijn. Zal het lukken om iets te vinden dat zwaarder weegt dan angst?
In De Dikke Van Dale staat angst omschreven als een gevoelstoestand van beklemming, onzekerheid en vertwijfeling. Heeft die beklemming iets te maken met de natuur, of met de mensen die hier geen eenheid voelen met de grond waarop zij wonen? Hebben wij niet onze eigen townships gecreëerd, een leven in een leven waarin durf streng beveiligd wordt?
Ahmed Kathrada, strijder in Zuid-Afrika tegen apartheid, verwoordt de overwinning van angst als volgt: ‘Wij zijn geen slachtoffers. Wij staan voor de triomf van de menselijke kracht, van wijsheid van karakter en geest tegenover het beperkte verstand en de kleingeestigheid. De triomf van moed en vastberadenheid boven menselijke breekbaarheid en zwakheid.’ De tekst staat gekerfd in een zuil die de toegang tot de steiger voor de tocht naar Robbeneiland bewaakt.
Essentieel is dus de vraag of onze samenleving er één is van groots karakter en een sterke geest. Het zou van moed getuigen indien we uit de houdgreep durven los te breken om onze grond en de natuur een warme brasa te geven. Misschien dat we dan in staat zullen zijn onze verwarrende kunstmatige structuren los te laten en de natuurlijke tekens te voelen en te volgen. Die triomf heeft geen helden nodig die je dat vertellen, behalve de held in jezelf, die tegen zichzelf kan zeggen ‘welkom thuis’. Brasa!

[uit Parbode, 1 juli 2012]

De stille strijd van de Caribische vrouw

door Karin Lachmising

Hongerstakingen en spandoekleuzen zijn geen geëigende middelen voor de Caribische vrouw om tegen onrecht op te komen, betoogt Karin Lachmising. Aan de vooravond van de dertiende conferentie van de Associatie van Vrouwelijke Caribische Schrijvers en Studenten (ACWWS) neemt zij de pen ter hand. “Wat men niet ziet, is de strijd die in stilte wordt gevoerd.”
Albert Roessingh - Zie de mens

Nog voor mijn tienerjaren las ik alle verslagen van Amnesty International en kon ik nachten niet slapen van ongeloof over zoveel onrecht van mensen tegen mensen. Ik woonde toen nog in Nederland en was ervan overtuigd dat ik later, ‘als ik groot zou zijn’, iets zou doen dat te maken had met de strijd tegen onrecht en onderdrukking.
Dat ik me zo begaan voelde met dit onderwerp kwam door mijn oma, die zich inzette voor het vrij krijgen van politieke gevangenen. Ze was een doortastende, zachte vrouw met warme ogen en grijs haar dat was opgestoken in een altijd warrig uitziende bol. Ze werkte voor Amnesty International. Dat betekende dat er vanuit verschillende uithoeken van de wereld de meest kleurrijke figuren bij haar over de vloer kwamen. Ex-politieke gevangenen uit Kenia, een Fosterparentskind uit Guatemala en vooral jonge Noord-Ierse mannen en vrouwen.

Dwaas
Sean was zo’n Ierse jongen. Hij was gevangen genomen door het Engelse leger om zijn vermeende banden met het verboden Ierse verzetsleger, de Irish Republican Army (IRA). Sean had zijn mond open gedaan, gedemonstreerd en was daarvoor gevangengenomen en mishandeld.
Jaren later, toen ik in Suriname woonde, vroeg ik me af wat de invloed van onze leefomgeving is op de keuzes die we maken om uit onderdrukte posities te ontsnappen. Heeft elk grondgebied niet zijn eigen effectieve manier van strijd voeren?

Albert Roessingh - Hou je mond

De Associatie van vrouwelijke Caribische schrijvers en studenten (ACWWS), houdt voor de dertiende maal haar conferentie, dit keer in Suriname. Een steeds terugkerend thema in panels en presentaties tijdens dit literaire evenement, is de onderdrukking van de vrouw, haar rechten en haar strijd tegen fysieke en verbale mishandeling.
Met het woord strijd verschijnt er bijna automatisch een beeld van massabewegingen en spandoeken; vrouwen die in groten getale op straat gaan. In Argentinië werden zij de dwaze moeders genoemd, de Vereniging van Moeders van het Meiplein. Niet omdat zij dwaas waren. Het leek slechts dwaas om dertig jaar zwijgend met foto’s van hun vermiste kinderen over een plein te lopen, omdat de Argentijnse regering geen opheldering gaf over deze jonge mannen en vrouwen. Dit was hun kracht om een maatschappij te bewegen waarin van alles mis ging; hun manier om hun gevoel van onmacht te uiten, waardoor zij krachtiger werden en daarmee ook hun strijd.

Albert Roessingh - De gift

Theekransje
Maar is de ‘De strijd strijden’ pas een daad tegen onderdrukking in de vorm van een zichtbare beweging op straat? Betekent het dat we actiegroepen moeten vormen om iets gedaan te krijgen, daders aan de schandpaal moeten nagelen, met borden met leuzen, megafoon in de hand, roepend op grote podia? Of zullen we in hongerstaking moeten gaan tegen onrecht? Of wordt dat dan net zo’n verhaal als dat van ex-minister Herrenberg, eens een eenzame hongerstaker onder de mamaboom. Over hem wordt verteld dat hij ‘s avonds zijn portie bami toegediend kreeg.
Actiegroepen en petities in ons land hebben niet hetzelfde effect als in andere landen. Toch gebruiken we deze methoden, zonder ons af te vragen of het past bij onze samenleving. Vaak leiden ze juist de aandacht af, zijn ze zelfs een nog beter middel om niet te hoeven zien wat er werkelijk gaande is. Het onderwerp van protest wordt gebagatelliseerd, en daardoor ook de ernst ervan.
Ik zie voor me hoe vrouwen zich met spandoeken verzamelen bij ons nieuwe vlaggenplein. Men zal er lachend langs rijden, of misschien opkijken, met een opmerking over die ene daar in korte broek en dan roepen: ‘hey schat, geef me je ping’, met op de achtergrond de tonen van een ingehuurde dj. Ik ken immers de start van de strijdvaardige verenigingen, waarvan bijeenkomsten uiteindelijk ontaarden in theekransjes, waar de bak loempia’s en ‘wie heeft deze heerlijke sambal gemaakt’ meer onderdeel van gesprek werden dan het edele doel waarvoor de beweging was opgericht.

Albert Roessingh - Gang

Koel
Wie in Suriname woont en werkt, weet dat in de publieke opinie vormen van onrecht vaak weggehoond worden met misplaatste opmerkingen. Naar aanleiding van bijvoorbeeld nieuws over de zoveelste verkrachting, krijg je de meest verbazingwekkende, om niet te spreken van misselijkmakende discussies, gevoerd door zowel mannen als vrouwen. ‘Hmm, ze moet wel wat aankunnen hoor, als ze door drie van die grote penissen verkracht is.’ Ik kan me nog goed herinneren dat ik koud en stil in theater Thalia bij de film Rwanda zat, terwijl een rij voor mij in een lachsalvo uitbrak bij het beeld van een auto die niet vooruit kwam. De hoofdrolspeler in de film, die probeerde levens te redden, had niet door dat hij reed over duizenden lijken, Rwandese broeders in koelen bloede vermoord.
Te gemakkelijk denkt men in Suriname dat het tij wel zal keren, maar men vergeet dat na een etmaal weer de oude waterstand is bereikt. Een strijd tegen onrecht moet daarom in deze tijd, hier op Surinaamse bodem misschien op een andere manier gevoerd worden. Sean was op zijn grondgebied bereid zijn leven te geven tegen onderdrukking. In het systeem van zijn land was dat de manier om gehoord te worden. Maar hier wonen vele stille vrouwen, die hun energie moeten verdelen tussen hun strijd om te overleven en hun strijd tegen het onrecht dat ervaren wordt.

Albert Roessingh - Nachtmerrie

Woorden
Die laatste wordt in stilte gevoerd. Want geeft het land, de omgeving waarin wij wonen, aan vrouwen wel genoeg mogelijkheden om op straat en in bewegingen actie te voeren? En voor wie voert zij die dan? Wordt zij er zelf sterker door, of juist kwetsbaar, omdat ze haar energie kwijtraakt door anderen te overtuigen van de ernst van het onrecht?
Eintou Pearl Springer, een dichter wonend in Trinidad en Tobago, schreef in haar gedicht Dialogue with a Sister:

    ‘I can’t stand the fingers
    Pointed at me,
    exposing my private misery;
    the harsh reality
    that numbs me

Caribische schrijfsters zoals Eintou Pearl Springer geven vrouwen in onderdrukte posities een stem. De stilte waarin vele vrouwen leven spreekt zich uit in haar woorden. Haar leed in woorden omzetten is misschien wel een van de sterkste middelen van de Caribische vrouw. Vele werken van schrijfsters, zoals ook Satyem van Ismene Krishnadath, beschrijven een combinatie van onderdrukking en fysiek geweld. Niet-fysieke onderdrukking en onrechtvaardigheid hullen zich vaak in stilte. Die onzichtbaarheid van dit onrecht is misschien wel de grootste onrechtvaardigheid.

Albert Roessingh - Stirb und werde

Vruchtbaar

Op ons vruchtbare grondgebied is het planten van woorden wellicht doeltreffender dan ze te schreeuwen; geen spandoekleuzen, maar een stille strijd tegen het bagatelliseren van een onderwerp dat onterecht overwoekerd wordt door een oerwoud van ongeloof; ongeloof dat een mens in staat is een ander mens onrecht aan te doen.

Het is daarom logisch dat een conferentie die zich volledig richt op het leven en het werk van de Caribische vrouw, in Suriname gehouden wordt. Vier dagen lang zal tijdens deze dertiende ACWWS conferentie een uitwisseling van en over Caribische schrijfsters plaatsvinden. Aandacht wordt gegeven aan hun thema’s. De stilte waarin zij vrijheid creëren wordt daardoor belicht, hier in Suriname, in een omgeving waar zoveel vrouwen hun eigen stille strijd voeren.

Zonder dat de meeste mensen notie hadden van de daden van vrijheid die er zich afspeelden, was mijn oma’s huis het meest besproken huis in de omgeving. Wat zij creëerde aan haar grote mahoniehouten tafel, volledig bedekt met brieven en enveloppen met exotische postzegels, was een nieuw leven voor de eens onderdrukte mannen en vrouwen die zij vrij kreeg. Wanneer aan de ronde tafel van de conferentie de stille strijd van de Caribische vrouw besproken wordt, zal ik denken aan de mahoniehouten tafel van mijn oma, aan die vele postzegels en woorden die het mogelijk maakten dat wat in stilte tot stand kwam, uiteindelijk zichtbaar werd, gelijk de krachtige stille spandoeken van alle Caribische vrouwen die blijven schrijven.

De dertiende ACWS-conferentie, ‘Women’s efforts, women’s lives’, is gehouden van 8 tot en met 11 mei 2012 in Hotel Krasnapolsky.

Schrijver en publicist Karin Lachmising opereert in het maatschappelijk middenveld als ‘communicatiestrateeg met een filosofisch inslag’.

[uit Parbode, 1 mei 2012]