door Karin Lachmising
We zijn ons niet altijd bewust van onze angst. Het is
immers een gevoel dat je vaak een andere draai kunt geven. Je bent niet
angstig, maar slechts voorzichtig bijvoorbeeld. Misschien ook wel
realistisch, zoals een mevrouw in Info Act, die het had over kettingdieven.
Die angst is vrij concreet. Maar wat te doen met de angst die veel dieper
ligt, die het leven van mensen in de ban heeft?
Het was in de tijd dat ik op zoek was naar een geschikte woning, dat ik me
daar bewust van werd. Terwijl ik aan vrienden en familie honderduit vertelde
over de lichtval op de zachtgele muren van het huis, of de prachtige
groenhartboom op het grote erf, moest ik vragen beantwoorden als ‘heeft het
dievenijzer’, ‘hebben ze een alarm geplaatst’ of ‘je moet je buren wel kunnen
zien hoor’. Dat ik me druk maakte over een boom op mijn erf deed er niet
zoveel toe, mijn verlangen om vooral niet de douche van de buren te horen
evenmin. Ik werd overspoeld met goedbedoelde adviezen, die allemaal gericht
waren op het uitsluiten van alles wat angstige gevoelens in waarheid zou
kunnen omzetten.
Onnatuurlijk
Angst lijkt het leven in Suriname voor een substantieel deel te beheersen. De
enorme ruimte en de overdosis aan groen waar ons land rijk aan is, blijken
reden genoeg voor een bijna onnatuurlijke angst. Het voelt als een
beklemmende omhelzing, geen brasa maar een houdgreep.
De eerste twaalf jaar van mijn leven had ik in Nederland op een heel andere
manier last van een beklemmende sfeer, dan hier wandelend door Paramaribo.
Voor mij was het logisch dat op elkaar gestapelde woningen het straatbeeld
bepalen. Mijn vader zei altijd ‘je moet wel ziek worden hier, als je de hele
dag opgesloten bent tussen vier muren en geen enkele muur van jou is ’, zoals
in het appartement waarin wij toen woonden.
Niet zo vreemd dat in die tijd yogacentra een steeds sterkere
aantrekkingskracht uitoefenden op de ingekapselde westerse mens. Het werd
duidelijk dat vrijheid een groot goed was. Hoe kon je dat beter ervaren dan
door ergens midden in de natuur tot rust komen. Vertaald betekende dat:
verstoken van alle westerse gemakken, maar een gezond geheel van lichaam en
geest volgens de leer van de meesters uit het Oosten. Nog steeds reizen
westerse beklemde geesten af naar Indiase ashrams om aura’s in balans te
brengen, angst om te zetten in een liefdesstroom die helend werkt en je geest
vrij maakt.
Repressie
Of het afreizen naar Suriname werkelijk een tocht is naar vrijheid? Misschien
voor degenen die weer teruggaan na drie weken, of voor bezoekers zonder
wortels in dit land. Die prachtige natuur geeft, misschien tot verbazing van
de toerist, alles behalve het ‘vrije’ gevoel van een angstloos bestaan.
De natuur is voor velen die hier wonen een ver-van-mijn-bed-show. We komen
nog net de savanne in, maar alles wat daar achter schuilt is beangstigend.
Dichte bossen zijn angstaanjagend, watergeesten kunnen ons naar beneden
trekken, bosgeesten moeten tevreden gestemd worden, om maar niet te spreken
over de verschrikkelijke gedierten die het tropisch regenwoud angstaanjagend
maken.
Een bakru is ook zo’n welbekende gedaante die ons angst moet inboezemen. Het
korte mannetje met het grote hoofd is de ultieme bangmaker om kleine kinderen
te dwingen om te baden, te slapen of het eten op te eten dat ze
waarschijnlijk vanwege groente of een ander onaantrekkelijk deel uit de
voedselschijf met geen mogelijkheid naar binnen kunnen krijgen. “De lange
man” (daarmee bedoel ik toch echt een abnormaal lange man, nog langer dan een
hoge neutenwoning) en yorka’s worden er ook vaak genoeg bijgehaald.
Angst wordt wereldwijd gehanteerd als middel om mensen in bedwang te houden
en in het ergste geval te onderdrukken. Echter blijkt dit handelen vaak een
probaat middel tegen confrontatie met de eigen angst. Die eigen angst is een
aantasting van het gevoel van macht, en dat is knap lastig. De angst erkennen
zou betekenen dat men de eigen beperkingen van de geest onder ogen moet zien.
Zou de tegenhanger van angst, de liefdesstroom, wel makkelijker omarmd kunnen
worden en net zo een reikwijdte kunnen hebben als angst dat heeft?
 |
| Foto @ W. Djidjaman |
Geknecht
De ruimte, de natuur en de privacy die grote erven en verre buren met zich
meebrengen, zou ik volgens velen maar beter kunnen inleveren. Nog nooit werd
ik zoveel geconfronteerd met angst. Er heerst angst voor het bos, voor de
dieren, voor de mensen. Het ene deel van het volk heeft angst voor het andere
deel. Het leven zit aan elkaar met draden van angst. Hoe kan een land dat
zich vastzet in zo’n web, groeien? Over de gehele wereld kennen we geknechte
samenlevingen. Uit hun midden staan er helden op. Maar hoe vaak biedt die
knechting niet de juiste sfeer voor de verrijzenis van de foute held?
Mij valt die geknechte samenleving niet alleen op door de met alles rekening
houdende, voorzichtige communicatie binnen onze samenleving. De sfeer die het
fysieke Suriname oproept, beneemt me vaak de adem; de huizen van Paramaribo
die zich in een te strakke omhelzing geforceerd afschermen van alle ruimte.
Ster
Tijdens mijn vele reizen naar het binnenland valt mij het tegengestelde op.
Daar is de traditionele architectuur van inheemse huizen afgestemd op de
omgeving. Uit het boek
Wapono pakoro,
over traditionele inheemse bouwstijlen in het zuiden van Suriname, blijkt dat
de omgeving de bouwstijl van de woning bepaalt, in functionele verhouding tot
het leven in de natuur. In het dorp Kwamalasamutu liep ik eens samen met een
van de bewoners ‘s avonds laat het donkere pad af richting mijn eigen
slaapplek. Toen ik hem vroeg of hij nooit angst voelt voor het bos, of wat
daaruit zou kunnen stappen, keek hij omhoog en vervolgens mijn richting op.
“Als het dier verschijnt, zal ik er naar kijken.” Hij wees me daarop een ster
aan, die terstond achter de bomen verdween. Angst in de ogen aankijken,
vereist waarschijnlijk een natuurlijke eenheid van de mens en zijn omgeving,
een pure liefde voor de grond waarop hij woont en de natuur die het verlengde
van hemzelf is; zoals de inheemsen die aan deze grond verbonden zijn dat
ervaren.
Triomf
Als angst het tegenovergestelde van liefde is, dan ontbreekt er in Suriname
veel liefde. ‘Liefde overwint’, is een bekend spreekwoord, maar vanuit een
angstpositie liefde ontwikkelen, blijkt een moeilijke opgave te zijn. Zal het
lukken om iets te vinden dat zwaarder weegt dan angst?
In De Dikke Van Dale staat angst omschreven als een gevoelstoestand van
beklemming, onzekerheid en vertwijfeling. Heeft die beklemming iets te maken
met de natuur, of met de mensen die hier geen eenheid voelen met de grond
waarop zij wonen? Hebben wij niet onze eigen townships gecreëerd, een leven
in een leven waarin durf streng beveiligd wordt?
Ahmed Kathrada, strijder in Zuid-Afrika tegen apartheid, verwoordt de
overwinning van angst als volgt: ‘Wij zijn geen slachtoffers. Wij staan voor
de triomf van de menselijke kracht, van wijsheid van karakter en geest
tegenover het beperkte verstand en de kleingeestigheid. De triomf van moed en
vastberadenheid boven menselijke breekbaarheid en zwakheid.’ De tekst staat
gekerfd in een zuil die de toegang tot de steiger voor de tocht naar
Robbeneiland bewaakt.
Essentieel is dus de vraag of onze samenleving er één is van groots karakter
en een sterke geest. Het zou van moed getuigen indien we uit de houdgreep
durven los te breken om onze grond en de natuur een warme brasa te geven.
Misschien dat we dan in staat zullen zijn onze verwarrende kunstmatige
structuren los te laten en de natuurlijke tekens te voelen en te volgen. Die
triomf heeft geen helden nodig die je dat vertellen, behalve de held in
jezelf, die tegen zichzelf kan zeggen ‘welkom thuis’. Brasa!
[uit Parbode, 1 juli 2012]