Posts tonen met het label opera. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opera. Alle posts tonen

zaterdag 17 mei 2014

Doro, een Opera Fatu in 14 Bewegingen

door Alida Neslo

Directe aanleiding voor Doro is het 175-jarig jubileum van het Surinaamse Toneelgenootschap Thalia (het oudste van de Caraïben). Ter gelegenheid van dit heuglijke feit wilde het bestuur graag iets voor- of door jongeren organiseren. Het is geworden vóór jongeren. Met name voor de vaak vergeten jeugddelinquenten in het Jeugd Opvoedingsgesticht van de Penitentiaire Inrichting Santo Boma, die een betere accommodatie verdienen, ver weg van volwassen criminelen.

Alida Neslo met Zebra van Roddney Tjon Poen Gie in Galerie Readytex. Foto © Ada Korbee


Het libretto werd geschreven door de Surinaamse theatermaakster Alida Neslo. Het thema van Doro is vrijheid, een onderwerp waarmee Alida Neslo indringend geconfronteerd werd na haar (resocialisatie-)werk met jeugdige delinquenten. Voor de muziek werden enkele beginnende en bekende componisten gevraagd. De spelers/zangers komen uit Nederland, Suriname en Duitsland.

Doro is een eigentijdse, meertalige opera die is gebaseerd op situaties die in Suriname veelvuldig voorkomen. De muziek- en spelstijl zijn deels bekend, (voor Suriname) deels experimenteel, in een poging om het Surinaamse publiek kennis te laten maken met een andere vorm van theater, naast volkstoneel, cabaret en musical. Analoog aan de Opera Buffa, die uit de oorspronkelijke Opera Seria in Italië ontstond onder invloed van de Commedia Dell'Arte, is het idee van een Opera Fatu (spreek uit: fáááhtu, op z'n 'Italiaans' dus) ontstaan.
Scène uit een opera buffa: Don Giovanni van Opera Laika, België

Surinamers zijn 'mooie-verhaaltjes-vertellers', liefst in de eigen omgeving. Zo is daar onder andere het verschijnsel van de 'bangi': een haastig ineengetimmerde bank van restmateriaal, die men vooral in de straten van de volkswijken in Suriname aantreft, waar de plaatselijke bevolking in de late middag bijeenkomt voor het uitwisselen van weetjes, roddels, politiek, sport en andere actualiteiten de buurt betreffende.
Dit verschijnsel is voor 't eerst opgepikt door de kunstenaar Roberto Tjon A Meeuw die de bank als kunstwerk op de markt bracht onder de naam 'Fatu Bangi' (een bank waarop men 'fatu's': smakelijke verhalen, vertelt). Een Opera Fatu wordt dus verteld/ gezongen/gespeeld vanaf twee Fatu Bangi's. Maar het is tegelijkertijd ook een 'fatu' op een opera: de opera wordt als het ware 'tongue in cheek' gespeeld; er wordt een loopje mee genomen.

Doro is op te vatten als 'een onderzoek naar-': een zoektocht met als eindpunt een doel dat verder in de tijd ligt: een operastijl die de Surinaamse zanger/speler op het lijf geschreven is. Doro is inhoudelijk gezien de in een dramatische vorm gegoten neerslag van een jaar werken met jeugddelinquenten (pupillen) in de Penitentiaire Inrichting Santo Boma. Jongeren die zich in de schaduw van de actualiteit bevinden, maar die er recht op hebben om gehoord te worden, niet in het minst in het kader van hun resocialisatie.

De 14 staties van de kruisweg in de kerk van OL Vrouw van Altijddurende Bijstand, Kunrade

Doro bestaat uit 14 'Bewegingen', geïnspireerd door de 14 Staties van de Kruisweg van Jezus Christus. Bij elke Beweging hoort een psalm, die als inspiratiebron dient voor de uiteindelijke tekst. Het libretto is voor een groot deel gebaseerd op waargebeurde feiten en voor een groot deel samengesteld uit teksten die de pupillen schreven tijdens het 1 jaar durende Resocialisatieproject. Toegevoegd aan het libretto zijn teksten van 'bijbelse wetenschappers' als Ignatius van Loyola, teksten uit de Stabat Mater en van de Westafrikaanse schrijver/filosoof A. Hampate B.


Doro Draaiboerk / Volledig libretto met regieaanwijzingen, lichtcuelijst en lichtplan

Klik hier om het draaiboek in .PDF-formaat te downloaden / Bestandsgrootte: 364 KB / 28 pagina's / A4-formaat / © 2012, Alida Neslo/Thalia, Paramaribo

[Enigszins ingekort, omdat sommige alinea's ook in onderstaand bericht staan - red. CU]

Doro, oftewel De prijs van Vrijheid

Op zaterdagavond 31 mei 2014 presenteert ocw: de exclusieve, eenmalige videoprojectie van de Surinaamse opera fatu Doro, oftewel De prijs van Vrijheid met een informatief randprogramma.

Het Doro-decor in theater Thalia, Paramaribo. Foto @ Arnold Schalks.



Over Doro
Ruim twee jaar geleden, op 27 april 2012, vierde het oudste Surinaamse toneelgezelschap Thalia haar 175e verjaardag. De Surinaamse theatermaakster Alida Neslo werd gevraagd voor deze gelegenheid een passend stuk te schrijven en te regisseren. Het resultaat is Doro, een op het operagenre geïnspireerd theaterstuk met een eigen Surinaams karakter. Arnold Schalks was bij die productie betrokken als decorbouwer en lichtontwerper. Apintie TV maakte een televisieregistratie van de voorstelling van vrijdag 4 mei 2012, die pas in maart 2013 op de Surinaamse buis te zien was. Doro is nu ook eenmalig in Rotterdam te zien.

De prijs van de vrijheid
Verhaal
In Doro wordt het verhaal verteld van een net vrijgekomen jeugdige delinquent, een 'first offender', die het maar moeilijk vindt om zijn weg terug in de schoot van de gemeenschap te vinden. Hij wordt bevangen door schaamte, twijfel en een (ver)laag(d) zelfbewustzijn. De gezinssituatie waar hij uit afkomstig is, is niet rooskleurig: moeder alleenstaand, vader - die hem niet wil 'kennen' - een notoire dronkaard en veelvuldig opgepakt individu, dat alleen maar oog heeft voor zijn eigen belang. De vrienden van de jongen proberen hem uit zijn deprimerende situatie te halen, evenals een aalmoezenier (vertegenwoordiger van de kerk), zijn moeder (die hem niet meer herkent) en een vriendin (stagiaire), die hij via internet gevonden heeft. De zoon is echter door geen van hen echt te overtuigen, hij vindt het gewoon 'niet makkelijk om 'vrij te zijn'.

Doro bestaat uit 14 'bewegingen', geïnspireerd door de veertien staties van de kruisweg van Jezus Christus. Het is een eigentijdse, meertalige opera die is gebaseerd op situaties die in Suriname veelvuldig voorkomen. Het thema van de opera fatu is: vrijheid, een onderwerp waarmee Alida indringend geconfronteerd werd na haar (resocialisatie-)werk met jeugdige delinquenten in de penitentiaire inrichting Santo Boma. Het door haar geschreven libretto is voor een groot deel gebaseerd op ware gebeurtenissen en bestaat mede uit teksten van die jeugdige delinquenten. Voor de muziek werden enkele beginnende en bekende componisten gevraagd. De spelers/zangers komen uit Nederland, Suriname en Duitsland. Er zijn invloeden uit alle Surinaamse culturen: inheems (sambura), hindoe (ritmes en taal), creools (loge/vrijmetselaars), winti, christendom (taal), javaans (kostuums, beweging, taal), chinees (invloeden uit de chinese opera, klassiek en modern), westers, oosters, zuiders, dus, net zoals de Caraïbische gemeenschap, die door Alida wordt beschouwd als de 'pilot gemeenschap' van de wereld.
Clinton Kaersenhout

Met: Wilgo Baarn: doroman/deurman / Sandra Goedhoop: de moeder / Guy Sonnen: de vader / Clinton Kaersenhout: de zoon/ogriboi / Cora Schmeiser: stagiaire / Darell Geldorp & Harvey Klas: mati / José Parami: aalmoezenier / Tolin Alexander: schaduw / koor/de buren: Mavis Noordwijk (koorleiding), Denise Telting, Simone Bardan, José Parami, Varna Peters, Chiquita Vyent
Regie, libretto & beweging: Alida Neslo

Composities: Marcha Reumel, Liesbeth Perotie, Gregory Kranenburg, Pablo Nahar, Cora Schmeiser
 Aanvang van het programma 20:30 uur. Inloop met koffie/thee vanaf 20:00 uur. Om 20:30 uur wordt de voordeur van het pand gesloten en is toegang niet meer mogelijk, gelieve daarmee rekening te houden. Duur van het programma: circa 2,5 uur. Met het oog op het beperkte aantal zitplaatsen (33) dien je vooraf een plek reserveren via arnosch@wxs.nl_reserveringen worden door middel van een e-mailbericht bevestigd. De toegang is gratis.
ocw / podium voor kleinschaligheden / osseweistraat 35 / lokaal 11 / 3023 db rotterdam


Klik hier voor uitgebreide informatie

zaterdag 12 april 2014

Kameropera René Samson in première


De Surinaams-Nederlandse componist René Samson schreef een opera, die nu in een bezetting als kameropera, op 4 mei zijn première zal beloeven en vervolgens nog drie maal zal worden opgevoerd in de Amsterdamse Uilenburger syngagoge.

Het Ware Geweld is een opera over politieke verleiding en verzet. Een land is in chaos en ontreddering. Een nieuwe partij met een krachtige leider biedt een makkelijke en aantrekkelijke uitweg. Waar dat toe leidt, beleven we aan de hand van het relaas van twee mannen die aanvankelijk allebei medestanders van de partij zijn. De een wordt steeds fanatieker, de ander gaat twijfelen en pleegt uiteindelijk een aanslag op de leider. Zij komen tegenover elkaar te staan als rechter en beklaagde. Na het doodvonnis en de executie van de laatste, vragen we ons vertwijfeld af, hoe wij zouden hebben gehandeld. 

Het Ware Geweld daagt toeschouwers uit keuzes te maken in tijden van politieke chaos. Persoonlijke ervaringen van librettist Olaf Mulder als kind, bronnenonderzoek en ontroerende gesprekken met overlevenden in Duitsland vormen de basis van het libretto. Componist René Samson heeft spannende muziek gecomponeerd, soms verleidelijk, soms onheilspellend, in lijn met het dramatische gegeven.
 
René Samson
Foto © Jean van Lingen
Het Ware Geweld wordt semi-scenisch en als kameropera opgevoerd door:
Marijke Beversluis, regie en spel
Een instrumentaal ensemble, bestaande uit:                        
Gerben Houba, tenor
Jacobien Rozemond, viool
Michel Poels, bariton
Doris Hochscheid, cello
Frans van Ruth, piano
Niels Meliefste, slagwerk
Instudering: Henry Kelder

Voorstellingen in de Uilenburger Synagoge, Nieuwe Uilenburgerstraat 91 in Amsterdam, op
Zondag 4 mei in het kader van Theater Na De Dam, om 21.00 uur
Zondag 11 mei, matinee, om 15.00 uur
Maandag 12 mei in het kader van de Leo Smit Stichting, om 20.15 uur
Woensdag 14 mei om 20.15 uur

Een gefilmd vraaggesprek met Nelleke Noordervliet vormt de basis voor een facultatieve nabespreking.

Kaarten à € 20,00 te bestellen via website: www.operahetwaregeweld.nl
of vóór aanvang aan de zaal.
Er zijn enkel nog kaarten beschikbaar voor maandag 12 mei!!

Scène uit Cultuurtuin kawina van René Samson op teksten van Slory en Ashetu
 bij de lustrumviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Foto © Jean van Lingen


René Samson
René Samson (1948) stamt uit een oude Surinaams-Joodse familie waarin hij opgroeide tussen muziek (klassiek en jazz), dans, toneel en literatuur. Hij studeerde scheikunde en was vele jaren werkzaam als chemicus. Hij bleef wel actief musiceren: als fluitist had hij les van Hans van de Weyer en Eleonore Pameijer en speelde hij in verschillende orkesten. Op zijn veertigste begon hij te componeren. Daartoe nam hij lessen bij Leo Samama en Klaas de Vries. Vanaf 1998 wordt zijn werk regelmatig uitgevoerd. Hij ontving in 2013 een opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren bij gelegenheid van het eerste lustrum van de Werkgroep.

Olaf Mulder
Olaf Mulder
Olaf Mulder houdt zich vanaf 1995 bezig met muziektheater als librettist en dramaturg. Zijn opleiding als psychoanalyticus vormt hierbij de basis van zijn werk. Naast het ontwerpen van originele libretti, bewerkte hij oratoria tot opera’s en klassieke opera’s tot eigentijds muziektheater. Hij werkt als dramaturg samen met verschillende regisseurs. Daarbij schrijft hij vertalingen, dramaturgische verhandelingen en teksten in proza en poëzie.

vrijdag 28 maart 2014

Arubaanse operazangeres in Amsterdam

Imara Thomas
Op zondag 30 maart is de Arubaanse operazangeres Imara Thomas uitgenodigd als solist voor het voorjaarsconcert met het Amsterdams Opera Koor in De Duif te Amsterdam.


De Duif is één van de mooiste kerken van de stad, met een bijzonder interieur. Een cultuurcentrum van naam, geliefd bij muziekliefhebbers om zijn fraaie akoestiek. Op zondagmiddag 30 maart vindt er een gevarieerd operaconcert vol muzikale verrassingen plaats. Op initiatief van het Amsterdams Opera Koor brengen een mannenkoor en een vrouwenkoor, samen met de sopraan Imara Thomas en de bariton Ago Verdonschot, hoogtepunten uit de mooiste en beroemdste operacomposities van grootmeesters als Donizetti, Bellini en Verdi. De zangers worden op een concertvleugel begeleid door Kimball Huigens. Algehele leiding: Ago Verdonschot.

Aanvang: 15.00 uur, zaal open 14.30 uur. Het concert duurt ca. vijf kwartier (er is geen pauze). Adres: Prinsengracht 756 (tegenover het Amstelveld) Toegangsprijs: € 15,- (inclusief een consumptie); € 2,50 korting voor donateurs, Stadspas, CJP en 65+. Kaarten zijn verkrijgbaar via deze site www.operakoor.nlwww.operakoor.nl of via het e-mailadres:  aok.kaartverkoop@gmail.com of voor aanvang van het concert aan de ingang van de kerk.


[Bron: OCAN redactie.]

dinsdag 7 januari 2014

Tania Kross & het Nederlands Symfonieorkest


Een nieuwe theatershow gemaakt en gezongen door mezzosopraan Tania & het Nederlands Symfonieorkest. De ultieme Krossover van pop naar klassiek, kunst naar toneel, dans naar mode, opera naar beeldende kunst. Met muziek van Tania's nieuwe album aangevuld met de allergrootste klassieke hits aller tijden. Tania: Waarom ik dit doe? 'Mijn missie is iedereen kennis te laten maken met de schoonheid van (klassieke) muziek. 

Er is maar een beperkt aantal voorstellingen en alleen in januari.



dinsdag 16 juli 2013

Repetities Katibu di Shon

In 1988 publiceerde Carel de Haseth de Papiamentstalige novelle Katibu di shon. Op verzoek van operazangeres Tania Kross schreef de Curaçaose auteur het libretto Katibu di Shon, terwijl Randal Corsen de muziek verzorgde. Hiermee werd de basis gelegd voor de eerste Papiamentstalige opera. Die ging op 1 juli 2013 in première in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Van de repetities op 29 juni zijn foto's beschikbaar, klik hier.


Ter gelegenheid van de opera verscheen bij uitgeverij In de Knipscheer een tweetalige editie Meester en slaaf / Katibu di shon.

vrijdag 5 juli 2013

Katibu di Shon: nog enkele persstemmen

Foto © Marco Borggreve, De Nationale Reisopera




NRC Handelsblad
(Door Kasper Jansen, 1 juli 2013)
“De opera, de eerste in het Papiaments, is een initiatief van mezzosopraan Tania Kross, die ook een hoofdrol zingt. Het verhaal van liefde en dood speelt tijdens de slavenopstand in 1795 op Curaçao waar Kross zelf vandaan komt.
“De zwarte Britse bariton Peter Brathwaite geeft (slaaf) Luis de allure van een mythische strijder, uiteindelijk vergevingsgezind. De als (slavin) Anita geheel overtuigende Tania Kross beëindigt de opera met een visioen van vrijheid.
Het zeventig minuten durende geheel, geënsceneerd door Monique Wagemakers in een macaber decor met doodskoppen van John Otto [NB Beeldende vormgeving/kostuums door Jolanta Izabela Pawlak – red. Reisopera] , blijft met te veel westerse operaconventies steken in goede bedoelingen.”


Foto © Marco Borggreve, De Nationale Reisopera


www.operamagazine.nl
(Door Basia Jaworski, 2 juli 2013)
“Ik snapte wel – en verwachtte eigenlijk niet anders – dat de muziek eclectisch zou zijn . Daar vraagt de geschiedenis van de Antillen zonder meer om. En een compilatie van verschillende stijlen kan soms juist verhelderend werken en komt de spanning ten goede.”
“Vandaar dat ik u ook kan vertellen dat het Nationaal Opera en Concert Koor het werkelijk fantastisch deed – ieder woord was te verstaan. BRAVO!”
“Jeroen de Vaal (slaveneigenaar Wilmu) had meer hulp van de regisseur mogen hebben, maar zijn
personage kwam toch het beste naar voren.”
“De opera verdient een tweede kans, want er zit echt muziek in . Een driehoeksverhouding doet het altijd goed, zeker als de twee mannen niet alleen rivalen, maar ook beste vrienden zijn.
Ik denk oprecht dat er een fantastische musical in zit en al grote musicalliefhebster ben ik er vrijwel van overtuigd dat het in die vorm een overlevingskans heeft. Sterker nog, het kan een regelrechte hit worden."


Foto © Marco Borggreve, De Nationale Reisopera


De Volkskrant
(Door Guido van Oorschot, 3 juli 2013)
“De vraag of het Papiaments zich leent voor opera, kan sinds maandag met een krachtig ‘ja’ worden beantwoord. […] Dat Papiaments wortelt in het Portugese woord voor ‘brabbelen’, viel nergens te horen. Integendeel: met z’n mediterrane flair en vloeiende medeklinkers streeft het Papiaments als operataal het Nederlands vlot voorbij.
“De premiere was meteen de ‘derniere’, al broedt men op een tour naar de Caraïben.

Succes op de Benedenwindse Eilanden lijkt verzekerd: Corsens muziek is toegankelijk, het toneelbeeld spreekt aan en het verhaal draait om slavernij en liefde."

Voor een filmpje klik hier

donderdag 4 juli 2013

Katibu di Shon ontroert

door Otti Thomas

Een eervolle vermelding als eerste opera in het Papiaments is voldoende voor het krijgen van een groot publiek en media-aandacht, maar geen garantie voor succes. Passie en talent geven die garantie wel. Tania Kross, Randal Corsen en Carel de Haseth brengen met de opera Katibu di Shon, die afgelopen maandag in Amsterdam in première ging, een voorstelling die van het begin tot het eind boeit.

Foto © Marco Borggreve, De Nationale Reisopera


Katibu di Shon blijft trouw aan de traditie van opera als een dramatische vertelling met uitvergrote emoties, die door de muziek nog eens extra worden benadrukt. Het verhaal van Carel de Haseth over liefde, vriendschap, macht en frustratie, leent zich daar bij uitstek voor. Jeugdvrienden Wilmu (Jeroen de Vaal) en Luis (Peter Brathwaite) zijn beiden verliefd op slavin Anita (Tania Kross). Maar slaaf Luis treurt over de voorkeur die Anita lijkt te hebben voor Wilmu, die op zijn beurt worstelt met zijn rol als slaveneigenaar. Beiden reageren hun frustraties af op Anita. Het liefdesverhaal komt tot een ontknoping tijdens de slavenopstand op plantage Knip.

De Haseth bewerkte zijn oorspronkelijke boek tot een Papiamentstalig libretto, dat blijk geeft van zijn ervaring als dichter en de rijkdom van het Papiaments. Een voorbeeld is de alliteratie in Nos libertat nos ke i nada mas (Wij willen onze vrijheid en niets meer), die met een extra nadruk op de letter ‘n’ door het indrukwekkende operakoor nog eens wordt versterkt.

De vertaling in het Nederlands en Engels, zoals gebruikelijk bij opera’s weergegeven in lichtbalken boven het podium, is voor niet-Papiamentstalige toeschouwers misschien nodig voor het volgen van het verhaal. Maar ook zij proeven ongetwijfeld de sterke drang naar vrijheid in deze woorden.

Peter Brathwaite. Foto © Marco Borggreve


Emotie
Het kost sowieso weinig moeite om de getoonde emoties te kunnen delen. Kross, De Vaal en Brathwaite gebruiken naast hun stem hun hele lichaam om woede, verdriet of liefde uit te beelden. Kross straalt van verliefdheid, Brathwaite werpt zich op de grond van verdriet, terwijl De Vaal rusteloos rondloopt en zich afvraagt waar het misging.

Zo nu en dan schort het aan hun uitspraak van het Papiaments, maar niet in die mate dat het hinderlijk is. Met de korte scène waarin Brathwaite en De Vaal als jeugdvrienden Luis en Wilmu hun herinneringen aan vroeger ophalen, wordt eenvoudig maar treffend de vriendschap tussen de twee mannen weergegeven. Ook de grote foto’s die geprojecteerd worden op de achtergrond maken duidelijk dat de drie hoofdkarakters ooit betere tijden hebben meegemaakt, terwijl afbeeldingen van geboeide handen en voeten confronteren met de realiteit.

De foto’s, de maskers die de koorleden omhoog houden als eerbetoon aan de slaven en de gestileerde rots met gezichten geven een extra verdieping aan de opera. Decor-ontwerper John Otto en de Poolse kunstenares Jolanta Pawlak, jarenlang woonachtig op Curaçao, leveren daarmee een belangrijke bijdrage, overigens net als lichtman Uri Rapaport met zijn originele keuze voor zachte kleuren, bijna zwart-wit, in tegenstelling tot de bonte kleuren die gebruikelijk zijn voor het Caribisch gebied.

De muziek van Randal Corsen is bij dit alles onmisbaar. Met strijkers bereidt hij de toeschouwer voor op de problemen die gaan komen. Hij geeft krekels aan de nacht en ondersteunt de slaven met bijna-kerkelijke muziek als ze God om hulp vragen. Onmiskenbaar is de invloed van de Caribische muziekcultuur. Een Curaçaose wals is subtiel aanwezig op de momenten dat de liefde wordt bezongen. Katibu di Shon is meer dan alleen de eerste opera in het Papiaments. Het is een belangrijke en verfrissende aanvulling op de vele opera’s die al generaties lang worden opgevoerd. Het is een prachtig verband tussen de slavernijgeschiedenis en een klassieke kunstvorm, die tot ontwikkeling kwam in de hoogtijdagen van de trans-Atlantische slavernij. En bovenal is het een prachtige en ontroerende voorstelling waarmee Tania Kross, Randal Corsen en Carel de Haseth een extra dimensie geven aan het Papiaments, de Caribische cultuur en muziek en de geschiedenis.

[uit Amigoe, 3 juli 2013]

Katibu di shon is an unmistakable enrichment of our cultural heritage

by Jairo Lobo

Katibu di Shon, opera, seen on the Opening Night, July 1st 2013 at the Stadsschouwburg Amsterdam




Foto © Marco Borggreve, De Nationale Reisopera


When I go watch a performance, I like to use the degree to which it manages to trigger my emotional involvement as an indicator of how I should position my professional analysis of the piece. I call it my Chicken Skin Meter. ‘Chicken skin’ being the Dutch equivalent of goose bumps. Another famous Dutch saying is: ‘the monkey comes out of the sleeve’, which is an expression used when an inevitable truth finds a way to come out, even when the odds are against it. That is exactly what Tania Kross, Carel de Haseth and Randal Corsen did when they created Katibu di Shon, the first opera ever written in Papiamentu, the native language of Curaçao. This opera is in many ways ‘the monkey that came out of the sleeve’. It is a testimony of the power of a language spoken by less than half a million people worldwide, in conveying emotions in an art form that is considered by many to be the greatest of all the performing arts, due to the almost impossible combination of talent, diligence and craftsmanship it requires to fully master it: the opera.


Foto © Marco Borggreve, De Nationale Reisopera




Katibu di Shon tells the story of a friendship between slave owner Wilmu and his slave Luis and their shared love for a slave by the name of Anita. The two men were born on the same day and they grew up as though they were brothers. Anita loves both men, but chooses for Luis. Their love triangle ultimately leads to a confrontation between the two men and they both deflect their anger and frustration on Anita, who becomes the catalyst in this conflict. This story of impossible love is set against the backdrop of the Great Slave Revolt of Curaçao on August 17th, 1795.

Being a ‘Yu di Kòrsou’, a child of Curaçao, from the moment the ensemble of the National Opera and Concert Choir came onto the stage and sang the first notes of the composition by Randal Corsen, my ‘chicken skin meter’ went off the charts. Hearing twenty professional classical voices sing words in a language native to me but foreign to them, in a style that is alien to the common cultural frame of reference associated with this language, has something magical to it that is difficult to explain. Opera is known for being a powerful and emotional form of theatre that will usually touch you, even if you don’t understand all the words. With Katibu di Shon, for the first time, I did not only feel the power of the music, but I actually understood every single word. I believe I got a brief feel of what an Italian must be experiencing when he witnesses Verdi’s La Traviata performed in his native language. In my view, Papiamentu lends itself perfectly to be sung in opera, due to its melodic nature and the decisive use of vowels in short and clearly enunciated syllables. While some would think that Papiamentu could never be a language for the opera, one can’t help but recognize that it does an outstanding job at it. In no way inferior to Italian or French, Papiamentu seems to feel very much at home as the newcomer among the great Roman languages of the opera.

The fact that the entire ensemble is made up of white singers enacting black slaves makes that paradox even more noticeable. This unintended dramatic symbolism is so strong that it could hardly be created if you would try to do it intentionally. The neutral colored costumes they are wearing and the black & white visual imagery, both designed by Jolanta Pawlak, create a calm and solemn atmosphere, drawing all the attention to the colorful composition by Randal Corsen. Adding further to the dramatic contrast of the opera, the composition is surprisingly light and uplifting for the painful theme of the piece. This is to a great extent thanks to the use of traditional local rhythms and melodic styles, which Corsen brilliantly intertwines in a strong classical composition to allow the actors ample room to perform their craft, but also enough grasp of the local musical elements to convey emotions that probably come close to what our ancestors must have felt. The local styles, such as the waltz, dansa and even a hint of tambú, make this opera one of the most engaging I have seen. Every time I drifted off in thought, suddenly there would be ‘a little musical present’ that drew me right back into the show. Who would have thought that the tambú, slave music that was expressly forbidden in the sophisticated salons of the Dutch elite in the eighteenth century, would ever find its way into an opera, performed amidst the gold-plated ornaments and chandeliers of the prestigious Stadsschouwburg of Amsterdam.


Jeroen de Vaal en Tania Kross. Foto © Marco Borggreve

The libretto by Carel de Haseth, based on his own novel by the same name, is simple yet effective. The story starts off rather flat, with the dialogues being seemingly over illustrative, yet as the opera progresses, that element does become somewhat Shakespearean in nature, with added poetic verses, mainly in the monologues of the lead characters. Just before the top of the tension arch of the show, the choir of slaves gives a vivacious reflection on their fate, in a beautiful metaphorical comparison that de Haseth makes to the relentless waves of the ocean crashing against the rocky shore of the island. I’m not sure if it is entirely true to the spirit of that time and I have a hard time believing this much reflective ability and poetic eloquence of the slaves in the midst of a bloody revolt, but then again, I secretly think that is just my own shortcoming, influenced by my rather conservative western education.


Of the three lead actors, Tania Kross clearly feels most at home in the language, adding perfect nuances, not only to the longer lines she delivers, but even to individual words and the intonation of syllables, giving a unique personal touch to her interpretation of the strong and loyal Anita. Considering the amount of time the cast had to master the language, Peter Brathwaite’s performance of slave Luis was outstanding. If not for some slight nuance discrepancies in the language, I would have believed he was a Curaçao native. Jeroen de Vaal is the least convincing of the three. In the role of slave owner ‘shon’ Wilmu he lacks the typical composure of superiority when he rapes Anita who is waiting for Luis in the dark, but also the power of command and persuasion when he tries to beat down the revolt of his slaves. I believe this is owed in part to the clear fragile timbre of his tenor voice, which oddly enough is also the element that actually carries the opera to its climax in the most touching scene of all. When the revolt is beaten down and Luis is arrested and sentenced to death, Wilmu visits him in prison, as he awaits his execution. The two men stand head to head in an impossible confrontation, when they literally collapse next to each other, leaning up against the rugged rock face of the island, reminiscing their childhood. Slave and master, side by side like two little boys, partners in crime and with a brotherly love that should overcome all odds. And perhaps in a way, in the dramatic denouement at the end, it actually does.

[from jairosays.wordpress.com]

woensdag 3 juli 2013

Katibu di Shon: Prachtige aria's maar geen opera


door Oswin Schneeweisz

Eigenlijk was het een thuiswedstrijd voor Tania Kross en de Nationale Reisopera in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Een thuiswedstrijd voor een publiek dat de sopraan en haar slavenopera Katibu di shon per definitie al had omarmd voordat er nog maar één noot was gezongen. Een publiek ook dat voor een groot deel bestond uit politici, bestuurders en betrokkenen bij de nationale slavernijherdenking. Een publiek dat het liefst excuses van de koning had gehoord, maar genoegen nam met de ‘diepe spijt’ van minister Asscher en na afloop van de opera de handen rood klapte voor Kross.

Scène uit de opera. Foto © Marco Borggreve

Ze heeft het toch maar mooi voor elkaar gekregen. Jaren was ze bezig om de opera naar het boek Slaaf en meester van Carel de Haseth te realiseren, maar door geldgebrek had ze de moed al opgegeven. Tot de Reisopera en de Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013 plotseling de handen ineen sloegen. In drie maanden werd Katibu di shon gemaakt: een liefdestragedie over een slavin die moet kiezen tussen haar liefde voor een meester en een slaaf, en de eerste opera in het Papiaments. Een taal die zich vanwege de Spaanse klank prachtig leent om gezongen te worden.

De gehele voorstelling speelt zich af op en rond een dodenrots. Tegen de achterwand worden zwart-wit foto’s geprojecteerd. Het is een sober, doch doeltreffend toneelbeeld. De muziek van jazzpianist Randal Corsen is bij vlagen van een lichtvoetige schoonheid, maar helt regelmatig ook iets teveel over naar het muzikale cliché. Er zijn prachtige aria’s (leunend op musical, jazz, klassiek, experimentele muziek en traditionals), maar Corsen is geen operacomponist. Een zeventig minuten lange voorstelling heeft meer ‘vlees op de botten’ nodig. Vraagt om meer spanningsopbouw, lijn en structuur. Zowel in de partituur als in de regie. Het geheel liet een nogal fragmentarische indruk na en regisseuse Monique Wagemakers grossierde ook niet in verrassende regieconcepten.

Misschien was dat de oorzaak van die latente saaiheid die, ondanks de prachtige stemmen van Jeroen de Vaal, Peter Brathwaite en Kross, voortdurend de kop op stak. Binnen in de Stadsschouwburg was het na afloop in de foyers nog lang gezellig en werd Kross geroemd om het feit dat ze op deze wijze het thema slavernij op de kaart heeft gezet. Buiten, op het Leidseplein, ging die discussie snel verloren in het geluid van een paar swingende Antilliaanse straatmuzikanten die met hun gedachten elders waren.

[uit Theaterkrant, gezien 1 juli 2013]

Katibu di Shon: Tania Kross excelleert!

Peter Brathwaite en Tania Kross in  een scène uit Katibu di shon. Foto @ Marco Borggreve

door Rudy Henriquez

Gelukkig, want het was 'against all odds'. Er was namelijk een uitputtend voorprogramma. Nadat een fotowedstrijd over slavernij voor middelbare scholieren was gepresenteerd en de drie winnaars het podium weer verlieten, kwam Joan Ferrier, voorzitter van de Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013, tevoorschijn. De jongeren moesten terug, riep spreekstalmeester Noraly Beyer, want Joan moest met ze op de foto. Maar een fotograaf moest nog worden opgetrommeld.
Toen dat alsnog geregeld was, begon Ferrier aan een eindeloze speech waarin ze niet alleen een terugblik gaf op de herdenking van de afschaffing van de slavernij - die wij allemaal al hadden bijgewoond of op de televisie hadden kunnen volgen - maar ook alle (en dan bedoel ik ALLE) sponsors wilde bedanken. Vermoeide reacties uit de zaal hielpen niet. Wat doe je mensen aan?
Het publiek, dat een kaartje had gekocht om de EERSTE Papiamentstalige opera van Tania Kross, Carel de Haseth en Randal Corsen bij te wonen, had daarvoor al een ruim 20 minuten durend hoogdravend college van de Amerikaanse dichteres Elizabeth Alexander beluisterd.
Toch lukte het de cast het publiek uiteindelijk zodanig te boeien dat hen een ruim 10 minuten durende STAANDE OVATIE te beurt viel. Go Tania go!


[van Facebook]

zondag 30 juni 2013

Katibu di Shon, de eerste Curaçaose opera én een universeel verhaal

door Henri Drost

Zijn betovergrootvader schreef het eerste gedicht in het Papiaments en won zo een weddenschap. Randal Corsen schreef de muziek voor de eerste Curaçaose opera. “Het is een klein eiland,” lacht de componist, maar dan, bewogen: “Verbijsterend om te bedenken hoe kort geleden dit allemaal is.”

Randal Corsen en Tania Kross. Foto © Eddy Westveer

Lange tijd werd er buitengewoon neerbuigend over het Papiaments gesproken. De eerste gouvernementsonderwijzer van de kolonie Curaçao schreef in 1818: “Het papiament (van pappiar, spreken) bestaat uit bedorven Spaansch, Indiaansch en Hollandsch, arm in woorden, zonder buiging, voeging of geslacht onderscheiden, maar rijk in hevig door de keel uitgesproken wordende schelle klanken, en vooral in scheldwoorden. Onverdragelijk is dit gekakel voor het fijnere oor van den Europeaan bij zijne eerste aankomst, en moeijelijk kan men aan dit kalkoenen geluid gewennen.”
Joseph Sickman Corsen

Tot aan het begin van de twintigste eeuw was dit de gangbare opvatting, zelfs al werd het Papiaments door alle lagen van de bevolking gesproken. “Maar poëzie in het Papiaments, dat zou onmogelijk zijn. Mijn betovergrootvader Joseph Corsen ging een weddenschap aan en schreef in 1905 ‘Atardi’ – nog altijd een beroemd gedicht op Curaçao – en bewees daarmee het tegendeel. Veel later ontdekte ik dat hij ook componeerde en op opmerkelijk hoog niveau. Ik besloot een aantal van zijn pianowerken op te nemen.”

In de mazurka’s en walsen van Randals betovergrootvader worden Zuid-Amerikaanse elementen toegevoegd aan de Europese traditie. Randal zelf vertrok van Curaçao naar Nederland, aanvankelijk om er bouwkunde te studeren, maar verruilde die studie al snel voor het conservatorium. Vooral als jazzmuzikant maakte hij furore, maar hij werkte ook met het Nederlands Blazers Ensemble en mezzosopraan Tania Kross.

Een Curaçaose opera

“Ik ken Tania al heel lang, nog van voor het conservatorium. Het lezen van de novelle Katibu di Shon van Carel de Haseth bracht haar op het idee voor een Curaçaose opera, in het Papiaments, en gebaseerd op onze eigen muzikale traditie. We waren al een tijd bezig met de opera, toen Tania ontdekte dat haar voorouders op dezelfde plantage woonden als die van Carel – als slaven en meesters. Het is puur toeval, of misschien juist het lot, dat Carel en Tania deze geschiedenis delen.”

De novelle waarop de opera is gebaseerd, vertelt over de vriendschap tussen slaveneigenaar shon (meester) Wilmu en zijn slaaf Luis en hun gemeenschappelijke liefde voor de slavin Anita. Het loopt uit op een dramatische confrontatie, tegen de achtergrond van de slavenopstand die op 17 augustus 1795 op Curaçao uitbrak en die met veel geweld werd neergeslagen. “Daarom hebben we het koor, de slaven, een grote rol in de opera gegeven.”

Van de novelle naar de uiteindelijke opera bleek een lang proces. “Allereerst moest de novelle die uit zes monologen bestaat omgezet worden naar een sprekend verhaal. Carel en ik hebben geen opera-achtergrond, dus dat ging gepaard met veel trial and error. Uiteindelijk moet je gewoon gaan zitten en aftasten. Ik ontdekte gaandeweg dat ik bij het componeren juist veel meer vrijheid had dan in het schrijven voor jazzensemble, waarbij je meestal met vaste vormen en beperkt aantal maten werkt. Omdat ik nu voor klassiek getrainde stemmen schreef, kon ik in mijn notenkeus heel ver gaan met veel complexere harmonieën. Daarbij sturen klank, cadans, kleur en accenten van het Papiaments de muziek.”
Riffort Curaçao. Foto © Gh. Neenman

Ook liet Corsen zich inspireren door het eiland zelf. “Ik ken het fort in Willemstad waar ooit de slaven werden opgesloten goed. Ze konden niets zien, louter het gebeuk van de golven op de muren horen. Dat heb ik gebruikt voor de prelude van de zee waarmee de vierde akte begint.”

De eerste scène van de opera staat in 12/8e, nou niet bepaald het meest voorkomend in opera’s. “Het is een maatsoort die in veel Curaçaose ritmes terug is te vinden. Maar swing schrijf je niet uit, maar interpreteer je. Het is een ritmische benadering die niet goed vast te leggen is notenschrift.”

Universeel

Corsen koos bewust niet voor een Antilliaanse instrumentatie. “Dat ligt te veel voor de hand. Ik wil de essentie en het bijzondere van de Antilliaanse muziek uitdragen. Die muziek gaat veel dieper dan exotische instrumentatie. Daarom is de opera geschreven voor universele instrumenten: dubbel strijkkwintet, klassiek slagwerk, klarinet, piano en (elektrische) bas.”
Carel de Haseth. Foto © In de Knipscheer

Het universele van de opera is zeer duidelijk in het libretto aanwezig. Niet alleen in de opbouw, met grote koorscènes, een liefdesduet en zelfs een heuse aria furioso, maar bovenal door de inhoud. Hoewel de première plaatsvindt in het kader van de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij, is de opera geen aanklacht. “Nee, zeker niet. De opera is onlosmakelijk verbonden met Curaçao, maar vertelt tegelijkertijd een universeel verhaal. Er zijn veel meer landen en eilanden met een vergelijkbare geschiedenis. Zoals Carel het zegt: ‘De opera vertelt het verhaal van mensen in een onmenselijke omgeving van slavernij, maar ook dat van de menselijke verhoudingen die dwars door alle sociale tegenstellingen heen lopen. De muziek en de taal laten zien dat juist uit het contact tussen mensen van heel verschillende afkomst iets moois kan ontstaan.’ Dat zou genoeg moeten zijn.”


Randal Corsen en Carel de Haseth - Katibu di Shon, Stadsschouwburg Amsterdam, 30 juni en 1 juli (première).

zaterdag 22 juni 2013

Geen liefde zonder vrijheid

Het Volksoperahuis neemt je, 150 jaar na de afschaffing van de slavernij, mee naar het Curaçao van die tijd. Mosa Nena is het mooiste slavenmeisje van een Nederlandse plantage. Ze wordt stapelverliefd op Buchi Fil: een indrukwekkende man die ondanks zweepslagen weigert om te buigen. Als hij ook voor Nena kiest, heeft dit dramatische consequenties. Immers: geen liefde zonder vrijheid. Verteld door Jörgen Raymann of Raymi Sambo, voortgestuwd door zangeres Izaline Calister en het Dudok Strijkkwartet.

Foto Jochem Jurgens. beeld Bas Sparnaaij

Rotterdam 20 t/m 23 juni
Den Haag 5 t/m 8 juli
Utrecht 27 t/m 29 juli
Amsterdam 19 t/m 21 augustus

Idee: Izaline Calister
Regie: Kees Scholten
Tekst: Jef Hofmeister
Muziek: Izaline Calister en Jef Hofmeister
Verteller: Jörgen Raymann/Raymi Sambo
Zang en spel: Izaline Calister en Kees Scholten
Strijkarrangementen: Marc Bischoff
Muzikanten: Roël Calister (percussie), Vernon Chatlein (percussie), het Dudok Kwartet (strijkers), Ed Verhoeff (gitaar)
Dans: Untold Empowerment

www.volksoperahuis.nl

www.izalinecalister.com

Katibu di Shon: uitzending De Halve Maan - 17 mei 2013

Fragment uit de uitzending van De Halve Maan (NTR, Ned 2) van vrijdag 17 mei 2013. Mezzo Tania Kross vertelt over Katibu di Shon, de eerste opera in het Papiaments die door de Reisopera wordt geproduceerd op initiatief van Tania Kross. De première op 1 juli, 20.30 uur, in de Stadsschouwburg Amsterdam is onderdeel van de herdenking 150 jaar afschaffing van de slavernij door Nederland.
Muziek: Randal Corsen
Muzikale leiding: Ed Spanjaard
Regie: Monique Wagemakers
M.m.v Tania Kross, Peter Brathwaite, Jeroen de Vaal
M.m.v. Het Matangi Quartet
M.m.v. Stichting Nationaal Opera en Concert Koor

Ook voor de openbare repetitie op zondag 30 juni, 20.00 uur, zijn toegangskaarten te koop: Meer info: www.ssba.nl en www.reisopera.nl

maandag 13 mei 2013

Wereldpremière Katibu di Shon op 1 juli 2013

De opera Katibu di Shon is gebaseerd op de novelle Slaaf en Meester, een ‘histoire parfumée’, van Carel de Haseth. De opera vertelt het verhaal van slaveneigenaar Wilmu en slaaf Luis, twee jongens die samen opgroeiden en hun grote liefde voor slavin Anita. Deze driehoeksverhouding mondt uit in een confrontatie tussen de twee jongens, tussen de slaaf en meester. Anita houdt van beide mannen, maar kiest uiteindelijk voor een liefdesrelatie met Luis. De mannen komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Anita is de katalysator in dit conflict, liefde kent geen kleur. Deze strijd van macht en onmacht; van verstoorde menselijke relaties, wordt uitvergroot in de “Grote Slavenopstand” van 17 augustus 1795 op Curaçao. Het verzet van slaaf Luis en Anita wordt parallel verteld in het aanzwellende roep om vrijheid. De opstand wordt neergeslagen. Luis wordt ter dood veroordeeld en gevangen gezet in het Fort Amsterdam. In een dramatische ontknoping komen de mannen nog tijdig tot elkaar als mens.

Mezzosopraan Tania Kross werkte al jaren aan de voorbereidingen om het verhaal Slaaf en Meester te nemen als basis voor de eerste opera in het Papiaments. Bovendien deelt zij een opmerkelijke geschiedenis met Carel de Haseth, de schrijver en tevens librettist van Katibu di Shon. Hun beide voorouders komen van dezelfde plantage. De voorouders van Tania als slaaf en die van Carel als meester. Het werk van componist Randal Corsen wortelt diep in de Curaçaose traditie. De schoonheid van de Antilliaanse muziek in combinatie met alle facetten die aan bod komen bij een opera maakt Katibu di Shon een indringende voorstelling van deze dramatische gebeurtenis uit onze gezamenlijke geschiedenis.
Carel de Haseth. Foto © Michiel van Kempen

Dirigent Ed Spanjaard
Regisseur Monique Wagemakers
Set Design John Otto
Art Design Jolanta Pawlak
Light Designer Uri Rapaport
m.m.v. Tania Kross, Peter Brathwaite en Jeroen de Vaal
m.m.v het Matangi Quartet
m.m.v. Stichting Nationaal Opera en Concert Koor

Kaarten bestellen, klik hier

dinsdag 8 mei 2012

Tania Kross: "Antilliaanse opera gaat (voorlopig) niet door"

Dinsdag 8 mei 2012

Beste relatie,

Als het goed is heeft u onlangs bericht gekregen dat wij de begroting van de opera Katibu di Shon / Slaaf en meester niet dekkend krijgen. Dit heeft geresulteerd in het moeten afzeggen van de productie. U zult zeker begrijpen dat dit een enorme teleurstelling voor mij is. Echter voor degenen de mij heel goed kennen weten ze dat ik niet zo snel mijn droom deze opera te realiseren opgeef.

Ik mail u op dit moment vanuit de bron, Curaçao, mijn geboorte-eiland. Ik heb besloten, nadat ik met een aantal zakenpartners op het eiland heb gesproken, de opera in een kameroperaversie op Curaçao over een jaar (april 2013) in première te laten gaan. Ik heb gelukkig een solide achterban op de Antillen en ben ontroerd hoeveel animo gecombineerd met harde afspraken ik de afgelopen dagen heb gekregen.

U begrijpt het, ik ga door.

Ik wil u ook bedanken voor alle steun en advies en voor in het geloven in deze opera. U wordt, als u het op prijs stelt, op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen.

Natuurlijk hoop ik in de toekomst, als de timing goed is Katibu di Shon in Nederland op de planken te krijgen maar tot die tijd is een vakantie Curaçao gecombineerd met een operavoorstelling voor u ook geen slechte optie.

Saludo i sonrisa (groet en glimlach)

Tania Kross

zondag 6 mei 2012

Aria van de stervende moeder

Ik zie alles
Wanneer ik niets meer zie

Ik hoor alles
Wanneer ik niets meer hoor

Ik ben alles
Wanneer ik niets meer ben

Is dit nu vrijheid?

[uit de opera Fatu Doro, beweging XII]



Foto: @ Charl Damoe

Thalia 175 jaar: Opera Fatu Doro, ‘De prijs van Vrijheid’

door Els Moor

Thalia, midden 19de eeuw

Op 27 april 1837 werd het Toneelgezelschap Thalia opgericht. De eerste voorzitter was N.G. Vlier. Er waren vier bestuursleden, belangrijke heren in de koloniale maatschappij van toen. Doel was dan ook: ‘de uitbreiding van beschaving en verlichting’. Thalia is genoemd naar de Griekse godin Thaleia, de Muze van het blijspel. In 1840 was het theatergebouw gereed, een houten gebouw. Er konden 700 mensen in de zaal. Tussen toen en nu zijn er vaak verbouwingen geweest. Het gebouw was soms zo verwaarloosd dat men overwoog het af te breken. Maar Thalia bestaat nog, is een aan de eisen van deze tijd aangepast toneelgebouw en vierde de afgelopen week haar jubileum met Opera Fatu Doro De prijs van Vrijheid.

In de 19de eeuw werden er soms echt Italiaanse opera’s opgevoerd in Thalia. Toen was het repertoire Nederlands en Europees en het publiek wit of lichtgekleurd. Geen kinderen, geen slaven.

In de 20ste eeuw ging dat allemaal veranderen en na 1950 dekoloniseerde ook Thalia. Het publiek werd steeds breder en het repertoire Surinaamser. Een bijzondere opvoering was, al in 1956, Watra Mama, een bewerking in het Surinaams-Nederlands door Albert Helman van een Engelstalig stuk. Vanaf 1972 trad het Doe Theater van Thea Doelwijt en Henk Tjon regelmatig op. Thalia heeft een geschiedenis van vallen en opstaan, maar is rechtovereind gebleven en biedt nu voor ‘elck wat wils’. Het jubileumstuk De prijs van Vrijheid - libretto en regie: Alida Neslo - mag best een topper genoemd worden, een eigentijdse volksopera, wel geïnspireerd door de echt Italiaanse opera, maar tegelijkertijd wordt daarmee de spot gedreven.

Op het toneel staan ‘fatu banyi’, zoals de van restmateriaal in elkaar getimmerde banken, die men in volkswijken aantreft en waar de bewoners elkaar de laatste roddels en andere zaken uit de buurt vertellen. Vanaf twee zulke fatu banyi wordt de Opera Fatu Doro verteld en gezongen. Dat is een prachtige vondst: iets elitairs wordt volks gemaakt.

 De thematiek is gericht op de jonge mens. ‘Maar het is niet makkelijk om vrij te zijn’, zegt de hoofdfiguur Ogriboi vaak, nadat hij na opsluiting in de gevangenis de vrijheid gekregen heeft. Oudere en jonge mensen spelen in het stuk. Wilgo Baarn en Mavis Noordwijk, kopstukken op het gebied van cultuur, volkstoneel en film (Wilgo Baarn) en muziek (Mavis Noordwijk) en de superactieve Nederlandse acteur Guy Sonnen spelen samen met acteurs en musici van verschillende leeftijden. Jongeren vormen de meerderheid. Het vakmanschap van Clinton Kaersenhout die de rol van Ogriboi vertolkt is groot, maar ook alle anderen vervullen hun rol bewonderenswaardig en met veel enthousiasme. Het geheel is een moksi patu van toneel, muziek, beweging en beeldende kunst, met veel herkenbare symboliek.



De ‘Opera Fatu Doro’ bestaat uit veertien ‘Bewegingen’, gebaseerd op de veertien staties van de kruisweg. Een rake symboliek! Ogriboi ziet het leven in vrijheid immers alsof hij iets zwaars moet torsen. Bij elke ‘Beweging’ hoort een psalm die als inspiratiebron dient van de uiteindelijke tekst. Die is voor een groot deel gebaseerd op waar gebeurde feiten. Jongeren, pupillen van Santo Boma, die deelnamen aan het een jaar durende Resocialisatieproject, schreven teksten over hun problemen en daar komt veel tekst uit deze voorstelling vandaan. Ook vinden we in de teksten invloeden van Surinaamse culturen en situaties.

In de eerste ‘Beweging’ komt ‘Deurman’ van de gevangenis op. Met zijn gigantische sleutel is hij de enige die de deur mag openen, zodat de ‘vrijen’ de wereld weer kunnen betreden. Hij begint met: ‘Een nieuwe dag/ zoals alle andere/ Voor mij geldt alleen: Vandáág/ Gisteren is voorgoed verdwenen/ Voorbij/ Morgen bestaat niet’. Dit doet me denken aan de kinderen van de vijfde klas van de school in een inheems dorp in het verre binnenland, aan wie ik de tijden van het werkwoord zou uitleggen. ‘Verleden’ en ‘toekomst’ zijn lege begrippen voor hen; ze kennen alleen ‘vandaag’. Zelfs de woorden ‘gisteren’ en ‘morgen’ zeggen hun niks.

De tekst wordt onderbroken door percussie en zang terwijl Deurman danst met zijn sleutel. ‘Een deurman is een vroedvrouw die je veilig van de ene naar de andere wereld helpt.’


Santo Boma


Ook de vader van Ogriboi wordt bevrijd uit de gevangenis. Pa en zoon proberen te communiceren, maar het wordt niets. Pa is een egocentrische grappenmaker met veel bombarie. ‘Voor mij is het te laat/ Ik ben een soldaat van het kwaad/ Denk aan mijn eigen belang.’ Boi heeft niets aan hem en wil naar zijn moeder, maar eerst ‘skypt’ hij met een Hollandse meid, die ook nog eens ‘Stagaire’ heet!

Mati van Ogriboi komen dansend en zingend op. Ze willen hem helpen met veel godsdienstige dyugudyugu, met ook nog een aalmoezenier erbij, maar Boi wil dat niet. Hij wil concrete zaken, werk en de liefde van een vrouw... dan ziet hij zijn moeder (met veel gevoel gespeeld door Sandra Goedhoop) die in opera-achtige aria’s tot hem zingt. Het wordt allemaal niks: vader en moeder maken ruzie (om geld), moeder is emotioneel en sterft ten slotte. Ogriboi is alleen, met zijn vader aan wie hij helemaal niets heeft. De enige in het stuk die met de vrijheid kan omgaan is Deurman met zijn enorme sleutel.

En dan sluipt ‘Schaduw’ tussen alles door (Tolin Alexander), die helemaal behangen is met stropdassen - symbool van de dood - die kwaad is, maar ook goed, en van de tijd. Voordat de mens er was, was hij er al. Deze figuur geeft aanknopingspunten met een Afrikaanse cultuur.


Stagiaires


Het einde is een filmbeeld: Schiphol: De stagiaire zal het vliegtuig naar Suriname nemen. Loopt het goed af met haar en Ogriboi? We weten het niet... er blijft twijfel... En het koor zingt, alsof het uit de verte komt: ‘Te wan doro e tapu/ Wan fensre e opo.’

Thalia, de oude Muze, geeft ons een mooi jubileumcadeau met dit stuk dat het doel van 1837 - ‘beschaving en verlichting’ - een modern  jasje geeft. Een oude Muze kiest voor de jeugd van nu, laat zien hoe problematisch het kan zijn om als jongere je ‘vrijheid’ te krijgen. Is dat wel vrijheid? Hebben jongeren geen werkelijke steun nodig? Een actueel thema, ook als we Ogriboi zien als symbool voor ons land. Zogenaamd ‘vrij’, onafhankelijk. Maar kan het land dat aan? Pa is egocentrisch, ma gaat dood, de godsdienst helpt niet echt... Zo kun je overal symboliek in zien als kunst daarvoor open staat. De prijs van Vrijheid is onbetaalbaar!

maandag 30 april 2012

Opera Fatu Doro


door Carry-Ann Tjong-Ayong

Thalia brengt ter gelegenheid van haar 175ste verjaardag een opera. De regie, het libretto zijn in handen van de getalenteerde Alida Neslo. De perfect uitgevoerde muziek is van Pablo Nahar, Liesbeth Peroti en Marcia Reumel. Er is ook een fragment uit de Sroto Symfonia van Herman Snijders te horen.

Alida Neslo heeft hiermee bewezen dat Thalia en Suriname toe zijn aan nieuwe artistieke uitdagingen. De eerste Surinaamse opera  gebaseerd op een maatschappelijk probleem, de vrijlating van een criminele jongere en zijn vader uit de Santo Boma gevangenis en de moeizame terugkeer naar de maatschappij.

In 14 Bewegingen die parallel lopen met de 14 Kruiswegstaties van Jezus  wordt het verhaal van Ogri Boy weergegeven. Voor het libretto werd gebruikgemaakt van waargebeurde feiten, die werden opgeschreven door jongeren van het Resocialisatieproces te Santo Boma. Herkenbaar voor de toeschouwer, zoals de 300 seniore burgers die de generale repetitie bijwoonden opmerkten.

Het complexe stuk vraagt er eigenlijk om meerdere malen te gaan kijken en luisteren. Dan vallen pas de teksten op die als inspratiebron psalmen hebben, de toegevoegde teksten van Ignatius de Loyola, de Stabat Mater en de Westafrikaanse schrijver-filosoof A. Hampate B. Uit alle Surinaamse culturen zijn de invloeden merkbaar.

De hoofdrollen worden vertolkt door de speciaal uit Nederland overgevlogen Guy Sonnen (De Vader); Clinton Kaersenhout (De Zoon); Sandra Goedhoop (De Moeder). Tolin Alexander heeft een intrigerende rol als De Schaduw, die alle 14 Bewegingen met elkaar verbindt. Het koor, geleid door Mavis Noordwijk, zingt prachtig.

Alida Neslo laat zien hoe je met een minimum aan middelen decor en costuums overtuigend kan waar maken. De muziek ondersteunt het geheel volkomen.



Cat 29/4 2012

zondag 22 januari 2012

Kross vertelt verhalen met haar stem

door Tascha Samuel - Aveloo

Paramaribo - Meeslepend, intrigerend en een sprankelende aanwezigheid waren enkele van de woorden die men gebruikte om mezzosopraan Tania Kross te prijzen. We voegen er nog een paar bij. Briljant, imposant en een stem die onuitwisbaar in je geheugen blijft gegrift.

Elke spier, de lichaamstaal, haar vurige ogen die dramatisch boos of verleidelijk verliefd lonken, complementeerden haar indrukwekkende stem. De pianovirtuoos Jan-Paul Grijpink paste als een handschoen bij Kross. Zijn soms teder dan weer vurig pianospel was adembenemend.




De mezzosopraan Tania Kross wist met haar stem en lichaamstaal het publiek in beroering te brengen. (Foto: Cedric Cooman)

In de volledig gevulde Royal Ballroom van hotel Torarica gaf Kross gisteren haar eerste benefietconcert ter ondersteuning van het Conservatorium van Suriname. Onder de vlotte tong van MC Odette de Miranda werd de uit drie delen bestaande avond aan elkaar gesproken. Toen zij bij de eerste pauze aangaf dat de aanwezigen in de foyer rozen konden kopen voor Kross om aan het eind te gebruiken als lofoffer en bij het vragen van toegiften, stroomde men enthousiast naar buiten en kwam men minimaal met twee stuks de man terug. Na haast elk optreden sprong het publiek enthousiast op en applaudisseerde en floot luid. “Het is fijn dat we eindelijk wat kwaliteit te horen krijgen van internationale allure”. “Ik hoop dat ze weer komt”. “Ongelooflijk, ik wist niet dat iemand zo kon zingen”. Dat waren slechts enkele van de vele vleiende woorden vanuit het publiek.

Volledig
Heel bijzonder was het dat Kross zong zonder microfoon zong, maar de zaal toch volledig vulde met elke toon uit haar keel. Het enige ‘mindere’ was dat enkelen toch wel hadden verwacht dat Kross zou komen opdagen in een imposante galajurk, om het gevoel van ‘bijna in de opera’ te versterken. Maar dat mocht de pret niet drukken. Uitstekende belichting en met logistieke hulp van de Conservatoriumstudenten, verliep de avond op rolletjes en startte precies om 20.00 uur. Het kan dus wel! Aria’s uit opera’s van Monteverdi, Henry Purcell, Mozart, Rossini, Massenet en Georges Bizet passeerden de revue van barok tot de romantiek.

Verhaal
MC de Miranda vertelde elke keer weer waarover de aria’s gingen. Hoewel er gezongen werd in het Italiaans, Frans en Spaans was elk verhaal duidelijk. Muziek is werkelijk universeel want middels de dramatiek, het timbre van Kross haar stem, haar lichaamstaal wist zij elk verhaal tot leven te brengen. “Ik versta er niks van en toen ik werd uitgenodigd voor deze opera, dacht ik van bah! Maar ik ben echt onder de indruk. Ze vertelt gewoon verhalen met haar stem”, vond Richard die onophoudelijk applaudisseerde. Aan het eind van de avond, welke werd afgesloten met de bekende ‘Habanera’ uit de opera Carmen en enkele toegiften, ging iedereen in ieder geval met een interessante muziekervaring rijker naar huis.

[Dit is een bewerking van een bespreking, getiteld "Kross verteld verhalen met haar stem" in de Ware Tijd, 21/01/2012]