Posts tonen met het label Grenada. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Grenada. Alle posts tonen

zaterdag 11 januari 2014

Oonya Kempadoo over de uitdaging van het schrijven

Oonya Kempadoo. Foto © Bags End
door Desiree Seebaran

De Guyanese schrijfster Oonya Kempadoo woont in Grenada. Ze vertelt in dit interview waarom het schrijven van haar derde roman All Decent Animals zoveel tijd in beslag nam, en over haar passie voor maatschappelijk ontwikkelingswerk. Oonya groeit op in een ‘alternatief’ gezin: haar ouders waren een soort hippie-socialisten die hun kinderen thuis zelf onderwijs gaven, met een internationaal curriculum. Daardoor werd ze iemand die de wereld wil onderzoeken, die probeert te zien wat niet gezien mag worden, zegt ze zelf.

‘Ik ben mijn ouders echt dankbaar voor het internationale perspectief dat ze ons hebben bijgebracht. Dat geeft mij het gevoel dat ik overal kan wonen, dat ik overal naar toe kan gaan en dat ik alles kan doen wat ik maar zou willen. Ik denk ook dat het me een innerlijke verplichting heeft gegeven om bij te dragen aan de samenleving, ongeacht waar ik ben.’

In Buxton Spice speelt seksualiteit een belangrijke rol. In die periode zocht Kempadoo naar literatuur over hedendaagse Caraïbische vraagstukken en ongeromantiseerde levens. ‘Praten over seksualiteit is iets dat we in het Caraïbisch Gebied enorm omzeilen. Maar ik schreef er niet over om een statement te maken. Eerder om trouw te willen blijven aan de stem van het kind en aan delen van mijn eigen achtergrond - in mijn opvoeding werden we aangemoedigd om te discussiëren en te debatteren, en om op een heel liberale en experimentele manier over dingen te praten. Ik denk dat sinds het verschijnen van Buxton Spice seks in fictie meer is verkend en onderzocht, maar dan in een meer politiek correcte taal.

Mijn tweede boek, Tide Running, kwam uit in 2001. Ik werkte toen al aan All Decent Animals, maar dat liet ik liggen want ik voelde dat het een groter boek was dan ik kon schrijven als een derde roman. Maar ik denk vooral omdat ik schrijven toen nog als tamelijk vanzelfsprekend beschouwde. Misschien had ik er ook niet voldoende respect voor. Ik wilde op een directere manier bijdragen aan de Caraïbische samenleving en ik begon met maatschappelijke ontwikkelingsprojecten. Daarbij was ik ook nog steeds bezig een balans te krijgen tussen de druk van een parallelle carrière om daar een inkomen uit te krijgen en het schrijven. Want elke carrière vraagt een bepaalde hoeveelheid toewijding om het goed te kunnen doen. Met mijn consultancywerk kwam ik op een punt waar ik voelde dat ik moest kiezen tussen schrijven en maatschappelijk onderzoekswerk. En de keuze was schrijven, hoewel dat mijn leven wel moeilijker maakt.

St. George's, Grenada
Uiteindelijk, in 2010, legde ik al het andere werk neer en keerde terug naar All Decent Animals om het af te maken. Ik heb geaccepteerd dat ik altijd zal blijven schrijven - omdat ik ook blijf schrijven wanneer ik probeer om het niet te doen. Dus ik ga door met het zoeken naar creatieve manieren om het schrijven van fictie te verbinden met sociale ontwikkeling. Waar ik echt naar toe wil is grotere betrokkenheid bij het onderwijs en als beleidsmaker voor sociale ontwikkeling. Deze forums betrekken gewoonlijk geen kunstenaars. De maatschappij ziet schrijvers als kunstenaars en kunstenaars worden vaak alleen maar als entertainment beschouwd, niet als wetenschappers die van invloed kunnen zijn op besluiten die zijn gebaseerd op de realiteit. Maar multitasken kan ik niet. In elk geval niet in combinatie met het schrijven van fictie, nee. Alleen maar om weer terug te komen in de personages vraagt al zo enorm veel hoofdruimte. Ik schrijf nog steeds op de ouderwetse manier, met pen en papier. Typen is de eerste ronde van redactie. Ik wil zo waarheidsgetrouw zijn als ik maar kan met de personages, met hun omgeving, met details, met beelden, geluiden, aanrakingen, smaken.

Welk boek het moeilijkst was om te schrijven? Elk nieuw werk is iets op zichzelf, dus er is geen antwoord op die vraag. Ik denk dat dat de uitdaging is van het schrijven: gaandeweg verruim en verleg je je grenzen. Je duwt jezelf en je verbeeldingsvermogen echt naar nieuwe plekken’.

[uit Caribbean Airlines, May/June 2013. Vertaling/ bewerking: Chandra van Binnendijk]

zondag 5 januari 2014

Steve McQueen: my hidden shame

Steve McQueen en Madonna bij de New Yorkse première van 12 Years a slave. Foto @ Rex

by Decca Aitkenhead

His new film 12 Years A Slave is an unflinching look at human brutality. But director Steve McQueen's childhood contains a painful secret he has never confronted

Steve McQueen: 'To me, it's all about the work. It's the only thing one can do.' Photograph: Giles Price for the Guardian. Click on image for full portrait
Steve McQueen has known about slavery for as long as he can remember. To the son of West Indian parents, slavery's history is the story of his very existence: "So there is a weight on your chest, on your back, from a very early age." Yet he cannot recall having ever felt angry about it.

"Angry?" He looks puzzled. "No. You feel hurt that someone did such things, but angry? No." To McQueen, the notion sounds as bizarre as finding slavery funny. "Painful, sure. Hurt, absolutely. I don't know if that can be seen as anger. Not to say that I'm not angry with injustice, of course – and slavery is a huge injustice. But thinking about it that way? No." From his baffled expression, you might think him literally unaware that anger is quite a common response.

[further reading click here]

12 Years a Slave
Production year: 2013
Countries: Rest of the world, USA
Runtime: 133 mins
Director: Steve McQueen
Cast: Benedict Cumberbatch, Brad Pitt, Chiwetel Ejiofor, Michael Fassbender, Paul Dano

[from The Guardian, Saturday 4 January 2014]



vrijdag 13 juli 2012

Ter ere van de Afrikaanse voorouders op de bodem van de Atlantische Oceaan


Onderwatersculpturen nabij Grenada van Jason deCaires Taylor, om al de mensen te eren die tijdens de overtocht uit Afrika in de slaventijd het leven lieten toen zij overboord werden gezet. Meer opnamen op de website van Jason deCaires Taylor, klik hier.






woensdag 18 januari 2012

Batik op Grenada



Op Grenada staan ambacht en vakmanschap nog hoog in het vaandel. Niet bedorven door de overgewaaide Amerikaanse malls, die als eenheidsworsten overal in de wereld neerstrijken, is het pittoreske centrum van St.George een heerlijk plaatsje om op ontdekkingstocht te gaan naar leuke soeveniertjes. In Young Street bijvoorbeeld, stap je door een grote houten deur zo in een andere wereld.



Hier, bij Art Fabrik Grenada, hangen handgemaakte batik doeken en batik kleding tegen een oude, versleten stenen muur. Het contrast tussen oud, versleten en fris en kleurrijk kan niet groter. Alles wat je hier ziet hangen lijkt draagbare kunst. De exotische en tropische kleuren bezorgen me een levendig en fris gevoel. Batikken is een oude kunstvorm. Meer dan 2000 jaar geleden deden de mensen het al in het Midden-Oosten en Azie.

Naast kleding vind je bij de Art Fabrik Grenada, sieraden en accessoires. Je kunt er ook een kijkje nemen in de studio en de werkplaats, die zich pal naast de boutique bevinden. Hier wordt alles handgemaakt. Een minitour krijgen achter de schermen van het vervaardigen van de batik, is ook mogelijk op aanvraag.

Openingstijden: ma, di, woe en vrijdag: 9-13 uur en 14 -17 uur.
Donderdag en zaterdag: 9-13 uur.



Batik aan lijnen in de 300 jaar oude binnenplaats van de fabriek

zondag 10 oktober 2010

Grenada Spice World Festival

Van 19-24 oktober wordt in Grenada voor de eerste maal hetSpice World Festival and Book Fair georganiseerd door het departement van Cultuur van minister Arley Gill. Het festival staat in het teken van Poëzie en Theater. “This is where we hope to display all of the books, all of the published materials since we are inviting publishers to the book fair as well,” zei Gill. De Grenadiaanse overheid wil een platform bieden an artiesten uit Grenada, Carriacou en Petit Martinique. Het evenement wordt afgesloten met een groot concert op zondag 24 oktober in het atletiekstadion, met glansrollen voor drie schrijvers uit Grenada: Clyde Belfon, David Franklyn en Merle Collins, en met als gasten de dichter Mutabaruka (Allan Hope) van Jamaica en Brother Resistance van Trinidad & Tobago.
.