Posts tonen met het label Cuba. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cuba. Alle posts tonen

zaterdag 10 mei 2014

Woordkunstenaars naar Cuba

Stefanie Sewotaroeno
Foto @ Rash Photography
Jeffrey Quartier en Stefanie Sewotaroeno zijn na een selectieprocedure van S77 als jonge, talentvolle dichters uitgekozen om in Cuba mee te doen met het Festival del Fuego, dat van 3-9 juli 2014 in Santiago de Cuba wordt gehouden. S. Sombra is op verzoek van de organisatiecommissie van Buitenlandse Zaken ook als seniore dichter opgenomen in de dichtersdelegatie. Hilli Arduin is door het directoraat Cultuur benaderd om mee te doen als storyteller. Suriname is gastland op het festival, dat jaarlijks gehouden wordt en na Carifesta het grootste Caribische kunst- en cultuurfestival is. Op het festival komt er speciale aandacht voor Dobru, van wie een borstbeeld zal worden onthuld. De door S77 uitgekozen woordkunstenaars hebben allen genoeg kwaliteit om Suriname goed te vertegenwoordigen. Evenwel speelt het taalprobleem. S’77 dringt bij elke nationale afvaardiging van woordkunstenaars naar het buitenland aan op vertaalfaciliteiten. Tot nu toe heeft S’77 helaas geen gehoor gekregen. Wanneer zullen cultuurdeskundigen bij de overheid, die de promotie van Surinaamse cultuur in het buitenland moeten ondersteunen, begrijpen dat de meeste Surinaamse talen, en zeker het Nederlands, niet toegankelijk zijn voor onze regio?

[Mededeling van Schrijversgroep '77]

34ste Festival del Caribe gewijd aan Suriname


Het Cubaanse La Casa del Caribe verantwoordelijk voor de voorbereidingen en de organisatie van het Festival del Caribe/Fiesta del Fuego heeft samen met een Surinaamse afvaardiging van de Presidentiële Commissie die speciaal voor dit doel in het leven is geroepen, een aantal vergaderingen gehad die hebben gekeid tot dee lancering van de 34ste editie van dit festival dat dit jaar gewijd is aan Suriname. De lancering vond plaats op 15 april in een cultureel centrum in Havanna.

De avond begon met een cultureel optreden van Surinaamse studenten, alsmede met de participatie van vele hoogwaardigheidsbekleders uit Cuba, leden van het Corps Diplomatique en vertegenwoordigers van de lokale en internationale pers.
Directeur Stanley Sidoel van Cultuur ging in op de openingstoespraak van Directeur Verges van het organiserend comité en gaf in zijn toespraak een gedetailleerd overzicht van de culturele bijdrage van Suriname aan het welslagen van dit bijzonder festijn in de maand juli van dit jaar.
De avond werd afgesloten met het optreden van het Cubaanse orkest, Los Caribenos, dat in haar repertoire diverse Surinaams–Cubaanse nummers heeft opgenomen.

De lancering van de 34ste editie van het Festival del Caribe is geslaagd te noemen en de delegaties van beide landen zullen hun activiteiten voortzetten in de komen de dagen in Santiago de Cuba, alwaar het festival zal worden gehouden.


Website www.Fiestadelfuegosuriname.com
Er is ook een Facebook pagina.

zaterdag 12 april 2014

Kunstroof in Cuba

Carnaval Infantil van Eduardo Abela

Verzamelaar Ramón Cernuda was de eerste die de Cubaanse autoriteiten waarschuwde voor een mogelijke kunstroof. Twee weken geleden verkocht iemand aan de Cubaanse verzamelaar een schilderij in een kunstgalerij in Miami. Het werk was gestolen uit het Museum van Schone Kunsten in Havana. 

Luz Merino, de adjunct-directeur van het museum, zei dat niemand een roof had gemeld, maar dat ze zou kijken in de opslagruimte. Na een zoektocht van drie uur meldde ze Cernuda dat het schilderij dat hij had gekocht inderdaad uit het museum was gestolen. Door wie en wanneer was een raadsel. 

Nog erger was dat Merino verklaarde dat zo’n honderd kunstwerken met een geschatte waarde van duizenden dollars, waren verdwenen. Carnaval Infantil van de Cubaanse avant-garde schilder Eduardo Abela, die zijn bloeiperiode periode in de vroege jaren vijftig van de vorige eeuw, was het eerste werk dat Cernuda in februari in een galerie in Miami vond. Het kleine olieschilderij van 30 bij 20 cemtimeter werd verkocht voor 15.000 US$. 
“We ontdekten dat het was gestolen toen we het werk gingen catalogiseren en een reproductie ervan zagen in een boek over Abela, gepubliceerd in Sevilla, dat duidelijk vermeldde dat het origineel toebehoorde aan de collectie van het Nationale Museun”, aldus Cernuda. “We belden meteen het museum.” 

Cernuda is sinds 2000 eigenaar  van de Cernuda Kunstgalerie in Coral Gables, Florida en heeft in het verleden samengewerkt met speciale FBI-eenheden die zich bezighouden met gestolen kunst en antiek. Na Carnaval Infantil, kreeg Cernuda tien werken te zien van Leopoldo Romañach, die met een mes waren bewerkt. De dieven hadden de schilderijen losgesneden in plaats van de spijkers uit de lijst te halen. Ook deze werken waren gestolen uit het museum in Havana. 

Op 28 februari bevestigde de Cubaanse Nationale Raad van Cultureel Erfgoed dat “een belangrijke roof in het museum was ontdekt.” De meeste gestolen werken dateren uit de periode Arte Cubano, waarin een overgang plaatsvond van de academische naar de moderne school, waarvan Leopoldo Romañach een van de bekendste schilders was. 

Het Nationale Museum voor Schone Kunsten in Havana is in 1913 gesticht en herbergt de meest complete collectie van Cubaanse kunt tussen de zestiende en twintigste eeuw. Dit is niet de eerste maal dat er is gestolen, maar het is wel voor het eerst dat de Cubaanse overheid het heeft toegegeven. 

Carnaval Infantil is nu in handen van de FBI en zal tenslotte worden teruggegeven aan het museum in Havana. 


[van LA Chispa, 5 maart 2014; Bron: El País

maandag 24 februari 2014

Fear of a Black Nation by Jamaica’s David Austin wins Casa Award for Caribbean Literature

Lasana Sekou (at microphone) announcing the coveted Casa prize for Fear of a Black Nation – Race, Sex, and Security in Sixties Montreal by David Austin (Jamaica). Photo © Casa de las Americas.


Great Bay, St. Martin (February 18, 2014)—The winner of the Casa de las Américas Literary Award for Caribbean Literature (2014) is Fear of a Black Nation – Race, Sex, and Security in Sixties Montreal by David Austin from Jamaica.


The winning book was announced by the St. Martin publisher/author Lasana M. Sekou at the announcement ceremony for the 55th anniversary of the Casa de las Américas prize in Havana on January 30. Sekou was in Cuba as one of 22 jurors, invited by Casa to review and analyze some 380 books submitted by Caribbean and Latin American authors for the Casa prize competition of 2014.

The jurors for the “Caribbean Literature in English or Creole” category called Fear of a Black Nation “an authoritative introductory text that extends significantly into the 21st century, the complex notions and indivisible historical realities of ‘nuestro caribe,’ ‘la America nuestra,’ and the ‘Black Power’ movements to Canada.” The prose non-fiction book was further described as “original, with extensive, integrative scholarship, and reader-friendly.” Austin, based in Canada, is considered to be a preeminent scholar on Black Power and Black Canadian and Caribbean politics.

After ten days of deliberation in Cienfuegos and Havana, said Jorge Fornet at the announcement ceremony, the jury awarded the Casa de las Américas Literary Award in the categories of short fiction, theater, essay, Brazilian literature, Caribbean literature in English or Creole, and women’s studies. Fornet is the director of the Center for Literary Research at Casa de las Américas.

“The Cuban-based Casa prize is the oldest and most prestigious pan-Caribbean award for literary excellence and undeniably one of the oldest and most coveted prizes for Latin American literature,” said Sekou. The Caribbean Literature prize consists of $3,000 or its equivalent in the corresponding national currency. In addition, the book receiving the award will be translated into Spanish and up to 10,000 copies will be published by Casa, according to the cultural and research institution.

The winning titles in the six categories for the Casa de las Américas Award 2014 are: short fiction, Cosas peores by Margarita García Robayo (Colombia); theater, Blanco con sangre negra by Aejandro Román Bahena (Mexico); essay (artistic and/or literary theme), José Lezama Lima: estética e historiografía del arte en su obra crítica by Carlos Orlando Fino Gómez (Colombia);  Brazilian literature, Marighella: o guerrilheiro que incendiou o mundo by Mário Magalhães; Caribbean Literature in English or Creole, Fear of a Black Nation – Race, Sex, and Security in Sixties Montreal by David Austin (Jamaica); and women’s studies, La loca inconfirmable. Apropiaciones feministas de Manuela Sáenz (1944-1963) by Mariana Libertad Suárez (Venezuela).


Chilean author Alejandra Costamagna announcing the Casa award for Cosas peores by Margarita García Robayo (Colombia). (Photo: Casa de las Americas) 


Judges were able to grant a “mention” or “honorable mention” to non-awarded books that they felt should be acknowledged but “mention” books do not receive any reward from Casa de las Américas. However, the “mention” books were announced along with the Casa Award titles to the media and the some 200 guests at the announcement ceremony in the Che Guevara Hall of the iconic Casa building, said Sekou.
In the Caribbean literature category the honorable mention went to the prose fiction title The Night of the Rambler by Montague Kobbe (Anguilla). The Casa 2014 jurors came from Mexico, Panama, Costa Rica, Chile, Argentina, Brazil, Colombia, Venezuela, St. Martin, Puerto Rico, Dominican Rep., and Cuba.
Previous winners of the Casa literary prize include Kamau Brathwaite, Eduardo Hughes Galeano, Marion Bethel, Oonya Kempadoo, Roque Dalton, Jennifer Rahim, and Nicole Cage. Founded in 1959, “Casa de las Américas promotes, researches, supports, awards and publishes the work of writers, sculptures, musicians, and other artists and students of literature and the arts,” according to Wikipedia

dinsdag 18 februari 2014

How the Puerto Ricans saved Afro-Cuban Jazz

by Robin Lloyd


“If it wasn’t for the Puerto Rican community of Spanish Harlem, of the South Bronx, Afro Cuban music would never have survived in this country, and expanded to the heights that it has.”—Bobby Sanabria from the film “From Mambo to Hip Hop”

The extremely quotable drummer, percussionist, producer
 and educator Bobby Sanabria. 
Photo © Joe Conzo, Jr.

Cuban musicians came to New York in the 1940s and 1950s to play jazz, and they gave their African-influenced rhythms to the jazz world.  By the late 1950s and into the 1960s, however, the flow of these musicians slowed to a trickle and then stopped.  Revolution, political upheaval and tensions between the Cuban and US governments made it difficult, if not impossible, for them to leave the island.
The Puerto Ricans, who from the 1930s on had settled in the South Bronx, in Brooklyn, and in Spanish Harlem had a good working relationship with the Cubans, because they shared some ancestry, history and culture.  Notable Latin Jazz musicians like Tito Puente and Ray Barretto were of Puerto Rican descent.  The generation of New York-born Puerto Ricans, who came to call themselves Nuyoricans, also had close ties with the black community, particularly where music was concerned.

“A Nuyorican is a person from Puerto Rican descendants whose parents are from Puerto Rico, grows up in South Brooklyn, Spanish Harlem, El Barrio or the South Bronx, and grows up listening to Jazz, Afro-Cuban music, Funk, R&B, Rock, and has a Jewish sense of humor.”—Bobby Sanabria interview Fox News Latino 2012

The Nuyoricans picked up Afro Cuban music and mixed it with jazz and blues, then later with urban pop and dance music.  They made these mixtures into a uniquely American sound.

“It is Afro Cuban music, their rhythms, etc.  But in New York, the way we play it in New York is a whole different animal.  This music gets here and all of a sudden, boom, it advances even to a more rapid rate.  Afro Cuban jazz is a New York creation.  So, therefore, it’s just as American as apple pie, or Jimi Hendrix, or Aerosmith.”  --Bobby Sanabria, PBS series Latin Music USA

[van kplu.org]



*

dinsdag 11 februari 2014

Foto's Castro gemanipuleerd

Een van de bewerkte foto's van Fidel Castro. Estudios Revolucion

Het Amerikaanse persbureau AP heeft enkele recente foto's van Fidel Castro uit het archief gehaald omdat ze digitaal bewerkt zouden zijn. Volgens een woordvoerder is een gehoorapparaat van de Cubaanse oud-leider weggepoetst. De foto's werden genomen tijdens een bezoek van de Ecuadoraanse president Correa aan Havana op 29 januari. De foto's waren genomen door de zoon van Castro en verspreid door een Cubaans persbureau.

Twijfels
AP zegt dat de foto's werden overgenomen van de Cubaanse fotograaf omdat er geen onafhankelijke journalisten waren toegelaten bij het bezoek. Castro (87) verschijnt nog maar zelden in het openbaar vanwege zijn broze gezondheid. Als dat gebeurt, houdt de Cubaanse overheid streng de regie over wat er gemeld wordt. Toen de afbeeldingen later extra werden gecontroleerd, ontstonden er twijfels. Nadat AP de originele foto's had opgevraagd bij de zoon van Castro, bleek dat een dun draadje dat naar het oor van Fidel Castro leidde was weggewerkt. De fotograaf zegt dat hij niets wist van de manipulatie. De Cubaanse overheid heeft nog niet gereageerd.

Extra controle
Persbureau AP noemt de manipulatie een journalistieke doodzonde. "Onze foto's moeten de werkelijkheid weergeven en er mag niks worden verwijderd of toegevoegd zijn." AP gaat nu alle foto's die zijn vrijgegeven door Cuba extra controleren. Het gaat om zo'n 150 afbeeldingen.

[van NOS.nl, 11 februari 2014]


vrijdag 31 januari 2014

President Bouterse op bezoek bij Fidel Castro in rijtje wereld- en regeringsleiders

Tijdens zijn verblijf op Cuba, vanwege een bijeenkomst van de CELAC (de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten), heeft president Desi Bouterse, in bijzijn van minister Winston Lackin van Buitenlandse Zaken, gisteren, donderdag 30 januari 2014, een bezoek gebracht aan de oud-Cubaanse leider Fidel Castro.

Bouterse, derde van links, luistert naar Fidel Castro. Foto: Alex Castro

Het Nederlandse persbureau Novum schreef gisteren dat tien wereldleiders een bezoek hebben gebracht aan Fidel Castro. De een na de ander kwam langs om de 86-jarige Castro, die in 2006 de macht overdroeg na een bijna fatale ziekte, de hand te schudden en met hem op de foto te gaan.

Castro sprak met zijn gasten over geschiedenis, wereldpolitiek en haalde herinneringen op aan de vorig jaar overleden Venezolaanse president en vriend van Castro, Hugo Chavez. De Argentijnse president Cristina Fernandez, de Braziliaanse president Dilma Rousseff, de Mexicaanse president Enrique Peña Nieto en secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon kwamen langs. Net als de leiders van Bolivia, Ecuador, Nicaragua, Uruguay, Jamaica en Saint Lucia. In het rijtje landen wordt door Novum Suriname ‘vergeten’.

Cuba-deskundige Philip Peters zegt dat de bezoeken aantonen dat Castro een van de belangrijkste figuren van de twintigste eeuw is. ‘Of je hem nu mag of niet, hij is een grote figuur in de geschiedenis van Latijns-Amerika en daarom bezoeken ze hem. Geen van de bezoekers bestuurt een éénpartijstaat. Geen van hen droomt ervan zijn economische beleid over te nemen. Maar ze bewonderen hem waarschijnlijk allemaal, omdat hij zich vijftig jaar tegen de Verenigde Staten heeft verzet.’

[uit Obsesssion Magazine, 31 januari 2014]


zaterdag 4 januari 2014

Cubaans onderwijs verliest terrein aan privéspelers

Studenten communicatie aan de universiteit van Havana. Het openbaar onderwijs heeft te lijden onder de effecten van de aanhoudende economische crisis. Foto © Jorge Luis Baños/IPS


Havana, 31 december 2013 ( IPS ) — Het ooit zo geroemde Cubaanse onderwijs herstelt maar moeizaam van de crisis. Onder andere de katholieke kerk en privéleraren springen in het gat en geven kennis door die noodzakelijk is geworden door de economische hervormingen.

"Het gewone onderwijs volstaat niet langer. Soms kan een leerkracht niet tot de leerlingen doordringen of worden de lessen niet goed gegeven. Daarom riep ik de hulp in van privéleraren", vertelt Raiza Martínez, moeder van een dertienjarig meisje, aan IPS.

"In mijn tijd was het anders: toen was het staatsonderwijs nog erg goed. Nu zijn de materiële omstandigheden in de klaslokalen wel goed en krijgen de leerlingen alle geplande lessen, maar zijn er minder uitstekende leerkrachten (dan voor de crisis)", meent de 48-jarige Martínez uit Havana.
 
Cubaanse scholieren op weg naar school. Foto © Tom Bulley
Privéles Engels

Ania Porro helpt haar zoon met de meeste van zijn vakken. "Mijn hulp volstond omdat hij goede onderwijzers had in het basisonderwijs. Maar nu in het voortgezet onderwijs is er een gebrek aan consistentie en een tekort aan leraren. Ik moest privéles Engels en wiskunde voor hem zoeken."

Cuba's volledig kostenvrije staatsonderwijs heeft nooit meer de kwaliteit gehaald van voor het begin van de economische crisis in de jaren 1990. De infrastructuur is er geleidelijk aan op achteruit gegaan en heel wat leerkrachten gingen aan de slag in beter betaalde sectoren, zoals het toerisme.

De autoriteiten slagen er niet in om het openbare onderwijs zijn glans terug te geven, ondanks een strengere lerarenopleiding en een herverdeling van het beschikbare personeel. De nood is het hoogst in Havana, dat 3069 leerkrachten ging halen in andere provincies, vooral voor het basisonderwijs.


Zelfstandige activiteit

In provincies waar er geen tekort is kunnen leerkrachten die minder goed presteren zich fulltime laten bijscholen. "De resultaten van dit programma zijn nog niet helemaal zichtbaar. Zoiets verander je niet van de ene op de andere dag", aldus de minister van Onderwijs, Ena Elsa Velázquez.

In de tussentijd doen gezinnen die het zich kunnen permitteren, of die er veel voor over hebben, een beroep op een privéleraar. Sinds 2010 mogen Cubanen als zelfstandige activiteit privéles geven, al is het voor de gewone onderwijzer verboden om als privéleraar te werken. In oktober meldde de krant Granma dat veel leraren van openbare scholen echter hun diensten ook privé aanbieden.

De tarieven van een privéleraar schommelen tussen 10 en 50 Cubaanse peso (30 cent tot 1,5 euro) per les.  Ter vergelijking: het gemiddelde maandloon dat de grootste werkgever van het land (de staat dus) uitbetaalt, bedraagt 14 euro.

Gratis cursussen

Ook de Kerk springt in het gat. Religieuze scholen werden opgedoekt in 1961, twee jaar na de revolutie, wanneer de staat het onderwijs volledig in handen nam. Maar sinds het begin van de economische depressie geven kerken ook lessen over niet-religieuze onderwerpen, om aan de lokale noden te voldoen.

La Salle Centre in Havana bijvoorbeeld, dat wordt gerund door een katholieke orde, geeft al 15 jaar Engels voor jongeren en kinderen, computerles, maar ook management voor kleine en middelgrote ondernemingen. "We kunnen de vraag niet bijhouden", zegt directeur Aurelio Gómez.

De kostprijs is 25 Cubaanse peso (75 eurocent) per maand. "In de zomer organiseren we zelfs gratis cursussen voor de laagste inkomens van de gemeenschap", voegt hij eraan toe.

"De laatste tijd zien we dat alle bisdommen inspanningen doen op het vlak van onderwijs", aldus Orlando Márquez, woordvoerder van de aartsbisschop van Havana.

Het Christelijk Centrum voor Reflectie en dialoog in Cuba organiseert sinds 2011 workshops voor de groeiende privésector in Cuba. Het instituut heeft meer dan honderd ondernemers opgeleid in Cárdenas, in het westen van het eiland. Dit jaar kwamen er 1435 mensen les volgen over landbouw, milieu, gender, seksualiteit en het gezinsleven. Ruim een derde van hen was niet gelovig.

[overgenomen van Mondiaal Nieuws]

woensdag 27 november 2013

Documentaire Ida Does over Walcott in Spaans vertaald

De documentaire film van regisseur-producent Ida Does over Nobelprijswinnaar van de literatuur, dichter Derek Walcott uit St.Lucia, is in het Spaans vertaald en wordt in december vertoond op het Havana Film festival in Cuba. Het Havana Film Festival, officieel: Festival Internacional del Nuevo Cine Latinoamericano de La Habana, is een van de oudste en meest prestigieuze Film Festivals in het Caribische gebied en focust op de promotie van Latijns Amerikaanse filmmakers. Het Festival vindt jaarlijks plaats in december in Havana.

Derek Walcott en Ida Does


“Ik sta er weer van te kijken hoe elke taal een geheel eigen dimensie toevoegt. De titel klinkt in het Spaans zo heel anders dan in het Engels Poetry is an islandwordt La poesía es una isla. Prachtig vind ik dat, die eigen taalkleur", zegt Does.

Het filmisch portret van de dichter ging in september op het Trinidad & Tobago FilmFestival in wereldpremière, in aanwezigheid van de 83-jarige Walcott en zijn familie. “We zijn bezig de film ook in andere talen te vertalen en mikken op een wereldwijze tour langs Filmfestivals” vertelt Does, die in september ook persoonlijk aanwezig was in Port of Spain.

De film heeft inmiddels ook de aandacht getrokken van de Nederlandse nationale tv en wordt volgend jaar uitgezonden in het documentaire programma ‘Het Uur van de Wolf’. Does daarover:” Een mooie plek voor de documentaire in de Nederlandse documentaire wereld. Ik woon en werk voor een groot deel van het jaar in Nederland en ben blij met deze prominente tv programmering. Hierdoor kan een groot kijkerspubliek in Nederland een belangrijk Caribisch verhaal volgen. Want velen weten niets over Derek Walcott, die toch de eerste gekleurde schrijver uit het Caribisch gebied was die de hoogste onderscheiding kreeg voor zijn poëzie.”


[uit Starnieuws, 26 november 2013]

vrijdag 22 november 2013

Suriname moet inspelen op constante groei en spreiding Spaans

Cuba
De nationale instituten, beleidsmakers en burgers zouden moet inspelen op de constante groei en spreiding van de Spaanse taal die wereldwijd en in de regio merkbaar is. Dit kwam gisteravond naar voren bij de presentatie van Ike Antonius, ambassadeur voor Suriname in Cuba, die in het kader van de aanvang van de Masterstudie Spaans een openingscollege verzorgde voor het Institute for Graduate Studies & Research (IGRS). Landen als Aruba, Belize, Curaçao, Trinidad en Jamaica hebben het belang van het beheersen van het Spaans onderkend en deze taal een belangrijke plaats binnen het onderwijs gegeven.

[uit De West, 19-11-2013]

zaterdag 29 juni 2013

Trommelgeesten (4)

door Fred de Haas
Olurun

De Yoruba
De godsdienst van de Yoruba uit Nigeria behoort tot de meest ontwikkelde van West-Afrika. Omdat de Yoruba vrij laat in, bijvoorbeeld, Cuba en Brazilië zijn aangekomen, hebben hun tradities zich goed weten te handhaven in hun nieuwe ‘vaderlanden’.
Ook de Yoruba geloofden in een Opperwezen (OLURUN) dat in de praktijk alleen maar wordt benaderd  via de lagere goden (ORISHA). Olurun schiep de wereld en de mensen.
Elke Orisha heeft zijn eigen tempel, volgelingen en rituelen. Trommels zijn een onontbeerlijk onderdeel van de rituelen en elke Orisha heeft ook zijn eigen karakteristieke trommelritme.
Godheden die we kennen uit de Afro-Caribische godsdiensten zijn Yemanya (godheid van het water), Ogun (god van het ijzer) en Legba (bewaker van kruispunten, tempels en poorten van de stad). Zie You Tube / Papa Legba. Let op het offeren van de kip, het virtuoze spel op de ploegschaar en de trommel.

De Yoruba vragen vaak raad aan het orakel IFA dat wordt uitgelegd door de Babalao, de waarzegger en kenner van het orakel. Dat orakel wordt ook geraadpleegd in Cuba, waar de ‘priester’ ook ‘Babalao’ (= vader van de geesten) wordt genoemd.
Voor het IFA orakel heb je een ronde plank nodig en 16 Kolanoten. De priester laat de noten van de ene hand in de andere glijden. Naargelang het aantal noten dat in een hand achterblijft maakt hij streepjes op de plank. Er zijn talloze combinaties mogelijk en telkens na acht keer verschuiven van de noten geeft de priester zijn uitleg bij de streepjes, met dien verstande dat hij niet zelf de uitleg geeft maar - via hem - de godheid van de IFA. Zie ook You Tube /  The Ifa Divination System.

Yoruva trom in de vorm van een tijdglas

In de ‘tempels’ vind je alle elementen die nodig zijn voor de cultus: ‘heilige’ trommels, ‘magische’ kruiden, ‘heilig’ water, stenen, schelpen, noten, beeldjes enz.
Eens per jaar is er groot feest met gemaskerde dansers, trommelaars en komieken om geluk af te smeken en boze geesten te verdrijven.
‘Zwarte’ en ‘witte’ magie zijn wijdverbreid onder de Yoruba. Onder ‘witte’ magie verstaan we de rituelen die worden aangewend voor goede, sociale doelen zoals het maken van regen voor de gemeenschap. ‘Zwarte’ magie is anti-sociaal, duister en dient om schade toe te brengen. Hierbij neemt de zwarte magiër nooit de verantwoording voor de gevolgen van zijn zwarte kunsten. De verantwoordelijkheid berust altijd bij degene die van zijn diensten gebruik maakt.

De Bantu
De Bantu uit Angola en Congo kennen niet zo’n goed gestructureerd religieus systeem als de Yoruba. Vandaar dat er weinig van hun godsdiensten bewaard is gebleven in de Nieuwe Wereld.
Ook de Bantu geloofden in een Opperwezen, in reïncarnatie en zij vereerden hun voorouders. De Bantu deden ook aan witte en zwarte magie. De algemene naam die ze in hun taal (Kimbundu) gaven aan magische kruiden, poedertjes en vergif is ‘Wanga’, een naam die ook voorkomt op de Benedenwindse eilanden.
Een Bantu uit Gabon

Het feit dat de Bantu geen uitgesproken godheden kenden en geen gestructureerde mythologie hadden zou een verklaring kunnen zijn voor de afwezigheid van Afrikaanse religie op Curaçao. In het proefschrift van Han Jordaan (Slavernij en Vrijheid op Curaçao, 2012) lezen we in tabel 1.11 op bladzijde 276 (Slavenaanvoer Curaçao na 1730) dat de Middelburgse Commercie Compagnie van 1756 tot 1792 ongeveer 4000 Angolezen heeft aangevoerd. Dit feit kan ertoe hebben bijgedragen dat er geen gestructureerde Afrikaanse godsdienst is ontstaan op het eiland. Wat er nog aan Afrikaanse elementen over was is waarschijnlijk voor een groot deel onder invloed van de katholieke missie verdwenen.

We zullen nu bekijken hoe in bepaalde landen de Afrikaanse religies zich hebben gemanifesteerd en aangepast aan de officiële katholieke godsdienst en, in bepaalde gevallen, ook aan de inheemse. We zullen achtereenvolgens Cuba, de Franse Antillen, Haïti, Suriname, Venezuela en Brazilië aan een korte beschouwing onderwerpen. Tenslotte staan we uitgebreider stil bij de situatie op Curaçao.

Cuba
Omdat er in Cuba in de 19e eeuw nog sprake was aanvoer van slaven hebben originele Afrikaanse tradities zich daar nog beter weten te handhaven dan op Haïti, dat aan het begin van de 19e eeuw al een zelfstandige republiek was geworden en natuurlijk geen Afrikaanse slaven meer ontving.
Terwijl de meeste Afrikanen vóór 1800 uit Congo kwamen, waren het na 1800 vooral Yoruba (in Cuba noemde men ze ‘Lukumí’) die op het eiland werden ingevoerd. Het is daarom logisch dat het vooral de Yoruba zijn geweest die hun stempel hebben weten te drukken op de Afro-Cubaanse religieuze traditie en hun manier van ‘heiligenverering’ (Santería) hebben kunnen handhaven. Ook de Yoruba waarzeggerij via het IFA orakel dat rechtstreeks uit Nigeria komt is op Cuba gemeengoed geworden. Overigens heeft de religie van de Yoruba ook opgang gemaakt in de VS en het Caribisch gebied omdat talrijke priesters (Babalao) en hun assistenten om politieke redenen naar de VS zijn geëmigreerd. Miami is op die manier een centrum van Santería geworden. In de VS zijn veel leden van de blanke middenklasse volgelingen van de Santería. Zie You Tube Santeria en Miami. Ache Pa' Ti - II Parte – AméricaTevé.
Cubaanse zanger

Overigens begunstigde de communistische Fidel Castro de Afro-Cubaanse godsdienst om zo een tegenwicht te kunnen vormen tegen de katholieke kerk en ook omdat zijn politieke aanhangers vooral te vinden waren in de - zwarte -  mensen uit de lagere sociale klassen die voor het merendeel de Afro-Cubaanse godsdienst aanhingen.

In de koloniale tijd beijverde de katholieke kerk zich om religieuze gemeenschappen (cofradías) te stichten waar de verering van ‘heiligen’ werd geïntroduceerd. Dat deed de kerk in alle katholieke koloniën. De Afrikanen namen de heiligen graag over, vergaten het christelijke verhaal erachter en pasten ze naadloos in hun Afrikaanse traditie in.
Er zijn op Cuba ook enkele Bantu (Congolese) rites bewaard gebleven. De ‘priesters’ van deze cultus heten ‘mayomberos’. Ze zijn bekend om hun zwarte magie. De Santería kent dus twee stromingen: de Lukumí (Yoruba) en de Mayombe (Bantu). De Mayombe stroming heeft sterk spiritistische trekken, net als de Braziliaanse Umbanda. De geesten van de Mayombe zijn dol op alcohol en sigaren. De ‘mayomberos’ maken ook pakketjes die een magische kracht (= bilongo) hebben. Zie ook You Tube Palo Mayombe Documentario en You Tube PALO MAYOMBE 2-4.avi

Zoals we hierboven al zagen heeft ook de Santería trekken gemeen met het katholicisme. Er is één God (Olorun) en veel ‘godheden’ (‘heiligen’). Obatala is de helper van Olorun. Andere goden zijn Ochun (de Maagd van Cobre), Yemanya (de heerseres over de zee) en Legba (= Elegua), de god van de kruispunten. Hij verschijnt als een zwervende geest (anima sola = almasola).
De goden worden opgeroepen met zang en trommelspel. In totaal spelen er drie trommels. De priesteressen raken in trance en hun dansen zijn sterk seksueel geladen.

[vervolg, klik hier]



maandag 13 mei 2013

Pim de la Parra naar Cuba voor ‘hommage’

door Iwan Brave

Paramaribo - Pim de la Parra vertrekt donderdag naar Cuba voor het bijwonen van de Nederlandse filmweek in Havana. Op het festival is er een ‘hommage’ aan De la Parra. Zowel de gerestaureerde en gedigitaliseerde versie van Wan Pipel (Un Pueblo) als de documentaire Parradox wordt vertoond.

Opname van Wan Pipel in het binnenland in november 1975. Uiterst rechts regisseur Pim de la Parra en links de hoofdrolspelers Willeke van Ammelrooy en Borger Breeveld.  Foto: Olga Madsen.

Ook geeft De la Parra een voordracht aan Cubaanse filmstudenten met als thema 'Low budget film making in the Caribbean'.
"Ik vind het geweldig dat ik aan het einde van mijn filmcarrière naar Cuba mag", zegt De la Parra enthousiast tegenover de Ware Tijd. Het zal bovendien de eerste keer zijn dat Wan Pipel in de Spaanstalige regio wordt vertoond.

"Als student had ik een abonnement op Cine Cubano. De Cubaanse film stond destijds in hoog aanzien. Voor mij komen begin en eind hiermee bij elkaar."

Studenten van de Internationale Filmschool zijn ook uitgenodigd voor zijn lezing op maandag 20 mei. "Met studenten van overal, maar vooral uit Argentinië, Chili, Columbia en Peru", zegt De la Parra. Daarbij wordt Het geheim van de Saramaccarivier vertoond, maar ook zijn eerste minimal movie Lost in Amsterdam uit 1988. In beide speelt Kenneth Herdigein de hoofdrol. "Het is geen kattenpis om een film in elf dagen op te nemen. Aan de hand van vraag en antwoord zal ik in één uur de gehele trukendoos opendoen en de studenten de kneepjes van het vak bijbrengen."
De vierde Nederlandse Filmweek (4ta Semana de Cine Holandés) duurt van 17 tot en met 25 mei. Op het programma staan succesvolle speelfilms zoals Kauwboy,Taped, Rabat en Süskind. Er is speciale aandacht voor sportdocumentaires zoals Johan Cruijff, en un momento dado. De Filmweek wordt georganiseerd door het Cubaanse Filminstituut (ICAIC) in samenwerking met Cinemateca de Cuba, de Nederlandse Ambassade en EYE International.

[uit de Ware Tijd, 13/05/2013]

donderdag 2 mei 2013

In Cuba, tattoo artists make more than doctors and lawyers

Photo by Stacey Rupolo


by Jasper Craven

This year, a 52-year-old politician named Miguel Diaz-Canel was appointed vice president of the ruling Council of State in Cuba, making him a likely future leader of the country. Some Cubans hope he will lead their country into a new era. One reason: while he was governor of Villa Clara province, he sponsored a tattoo festival.

[read more here on Vice]

woensdag 17 april 2013

De Kom en Dobru onsterfelijk gemaakt op Cuba

door Donovan Mijnals

Paramaribo - Met gepaste trots vertelt Ike Antonius dat binnenkort maar liefst twee Surinaamse grootheden in Cuba worden vereeuwigd. Surinames ambassadeur op het Caribische eiland zegt dat twee afzonderlijke projecten erin hebben geresulteerd dat zowel Anton de Kom als Dobru een gezicht krijgt op het eiland.

Ambassadeur Ike Antonius bij de eerste aftastende gesprekken om een borstbeeld van Dobru bewerkstelligd te zien.  Foto © Surinaamse Ambassade in Cuba.

De Kom is in andere landen vaker uitgehouwen, maar de kritiek dat hij in eigen land niet genoeg wordt geëerd is niet uitgebleven. Wat Dobru betreft is het de eerste keer dat een beeld van hem wordt vervaardigd.

Anton de Kom voor het huis van zijn schoonmoeder met hond Alex, 1932


Wederzijdse interesse
"Het idee is ontstaan nadat ik de biografie van Cynthia Abrahams over Dobru had doorgenomen", zegt Antonius. Het verhaal van de patriottische dichter greep hem zo aan dat hij samen met de ambassade er meteen werk van maakte om te bewerkstelligen dat daar een Surinaamse held zou prijken. "Er volgden aftastende gesprekken met het ministerie van Cultuur en de provincie Santiago de Cuba." Daarbij kwam aan het licht dat de interesse om een beeld van Robin Raveles de echte naam van de dichter in Cuba op te zetten wederzijds was.

De keus voor Santiago de Cuba als standplaats van de sculptuur kwam niet zomaar. "Hij had een speciale band met de heldenstad en heeft er ook gedichten over geschreven", weet de ambassadeur. Raveles was tevens de grondlegger van het vriendschapscomité dat de banden tussen beide landen moest aanhalen. Bovendien hebben zijn ideeën over het Caribisch Gebied ervoor gezorgd dat de definitie daarvan een andere werd. "Het was een bijdrage van Dobru waardoor de niet Engelssprekende landen toegang kregen tot Carifesta", zegt de diplomaat.

Ambassadeur Ike Antonius overhandigt documentatie over Dobru aan autoriteiten in Santiago de Cuba

Het beeld wordt in juli volgend jaar onthuld. Er wordt gebruik van de gelegenheid gemaakt van het Festival de Fuego, dat in die zelfde periode gehouden wordt en aan Suriname gewijd is.

Yvonne Raveles-Resida is enthousiast dat het beeld er komt. "Ik vind het een mooie geste. Het is natuurlijk grappig dat de Surinaamse overheid dat nog niet heeft gedaan", luidt de ongezouten mening van Dobru zijn weduwe. Ze duidt op zijn verdiensten over onder meer het eenheidsbesef bij het Surinaamse volk. Zijn gedicht 'Wan' dat die gelijkheid uitbeeldt is bijzonder populair. Ook De Surinaamsche Bank heeft dat werk geadopteerd en deel gemaakt van haar identiteit. "Robin had er veel eerbied en respect voor hoe de Cubanen zich altijd wisten te redden in deze Cuba onvriendelijke wereld en heeft daar ook een heleboel vrienden gemaakt." Raveles Resida verzekert dat de familie er alles aan zal doen om aanwezig te zijn bij de onthulling. "Misschien niet met zijn allen, want de reis is wel duur." 

Cynthia Abrahams met haar proefschrift over Dobru. Foto © Sam Jones


Ook wordt gewerkt aan een Spaanse vertaling van de biografie over Dobru, die tijdens het 21e internationale boekenfestival van Havana (Feria Internacional del libro) in februari dit jaar werd gepresenteerd door schrijfster dr. Cynthia Abrahams.


[uit de Ware Tijd, 16/04/2013]

zondag 24 maart 2013

Asiento (12)


De slavernij van de Oudheid tot nu

door Fred de Haas

Afrikanen in Zuid-Amerika

Hoewel dit onderwerp eigenlijk te veelomvattend is om in het bestek van dit artikel te behandelen, is het toch interessant om de lezer een idee te geven van de invloed van miljoenen Afrikanen in het Caribisch gebied en de landen van Latijns-Amerika. We zullen een selectie maken van de gebieden waarin deze aanwezigheid in sociaal en cultureel opzicht nog steeds duidelijk aanwezig is. Vanuit het oogpunt van de Curaçaose geschiedenis ligt het voor de hand om de blik te richten op Spaanssprekende landen als Cuba, Venezuela, Colombia, Santo Domingo en Puerto Rico.



Cuba
Driekwart van de Afrikanen kwam in de eerste helft van de 19e eeuw naar Cuba. In totaal waren er in die tijd ongeveer 850.000, van wie er nog velen Afrikaanse talen spraken. Men duidde de Yoruba uit Nigeria aan met de term ‘Lukumí’. Ook de term ‘Carabalí’ kom je vaak tegen. Dat woord is afgeleid van ‘Calabar’, de Oostelijke kuststreek van het huidige Nigeria. Het is een naam die over heel Latijns-Amerika verspreid is, sinds de vroegste tijden. De Colombiaanse priester Sandóval merkte in 1627 het volgende over hen op: ‘los caravalíes son incontables y no se entienden unos a otros, ni hablan lenguas mutuamente inteligibles…’  (Vertaling: er zijn talloos veel Carabalí’s en ze verstaan elkaar niet en spreken ook geen onderling verstaanbare talen). Zie ook Pérez, Nancy e.a. El cabildo carabalí isuama, 1982, Santiago de Cuba.

Nog vager is de aanduiding ‘Mandinga’. Vanaf de vroegste tijden werd die term gebruikt om elke uit West-Afrika afkomstige ‘zwarte’ aan te duiden.
Nog zo’n onduidelijke term is ‘Congo’. In Cuba betrof het duidelijk Afrikanen die Bantoetalen spraken, voornamelijk Kikongo uit het Noordelijk deel van de Congo. Die taal is blijven voortbestaan in de religieuze rituelen en liederen van de Afrikaanse (met Europees-religieuze gebruiken doorspekte) rituelen die bekend staan onder de naam ‘Regla de Congo’, ‘Palo monte’ of ‘Mayombe’. Een verzamelnaam voor die religieuze fenomenen in Cuba is ‘Santería’.

In de negentiende eeuw was er veel sprake van arbeidsmigratie van de andere eilanden. Ook vanuit Aruba en Curaçao. Een zekere Gerardus Bosch had mensen in het Cubaanse Cienfuegos Papiaments horen praten (D.C. Hesseling, 1933, ‘Papiamento en Negerhollands’, Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde, 52/2). Ook kwam Papiaments in andere delen van Cuba voor. Cubanen noemden het  wel ‘español arañado’ (Spaans met krassen). De meeste arbeiders kwamen uit het nabijgelegen Haïti. Alejo Carpentier schreef over de ellendige omstandigheden van die mensen in zijn boek Ecue-Yamba-O.

[wordt vervolgd]

maandag 11 maart 2013

Hugo Chávez wordt nooit begraven

door Johan Donner


De Cubaanse leider Raúl Castro salueert. Links van hem applausisseert Nicolas Maduro

Paramaribo/Caracas – “El Commandante” Hugo Chávez wordt nooit begraven maar zal gebalsemd en aan het eind van een indrukwekkende afscheidsceremonie permanent tentoongesteld worden in een glazen lijkkist. Dat heeft waarnemend president Nicolas Maduro gisteren meegedeeld tijdens de plechtigheden, waar ook president Desi Bouterse aanwezig was. Maduro is gisteravond na afloop officieel ingezworen als waarnemend president van Venezuela. Volgens de Venezolaanse grondwet moet Maduro binnen 30 dagen nieuwe verkiezingen uitschrijven. Hij is ook naar voren geschoven als de presidentskandidaat van de socialistische partij van Chávez.

De Arubaanse premier Mike Eman (AVP)  reisde met collega-minister Mike de Meza en directeur Dienst Buitenlandse Betrekkingen, Andy Lee naar naar Caracas af. 

President Bouterse herinnert zich Chávez als “een grote vriend en beschermer van zijn land en volk tegen alles wat verkeerd ging”. Ons staatshoofd voegde zich gistermorgen bij het gezelschap van tal van wereldleiders die afscheid waren komen nemen in Caracas. Gisteren kondigde de Surinaamse regering ook een Nationale Dag van Rouw af in Suriname uit solidariteit met het Venezolaanse volk en het trouwe bondgenootschap tussen onze beide naties, die al decennia lang bestaat. President Hugo Chavez, nu wijlen heeft persoonlijk vrijwel gelijk na het aantreden van de huidige regering Bouterse/Ameerali de onderlinge ontwikkelingsrelatie tussen onze beide landen zelfs steviger aangehaald.

President Desi Bouterse neemt afscheid van de Venezolaanse president Hugo Chávez, nu wijlen. Foto: Reuters/Miraflores Palace/Handout.

Naast Suriname’s president Desi Bouterse tekenden onder meer ook de volgende regeringsleiders het rouwregister: premier Baldwin Spencer (Antigua and Barbuda), premier Michiel Godfried Eman (Aruba), president Alexander Lukashenko (Belarus), president Evo Morales (Bolivia), president Dilma Rousseff (Brazilië), president Sebastian Pinera (Chili), premier Daniel Hodge (Curacao), premier Roosevelt Skerrit (Dominica), president Danilo Medina (Dominicaanse Republic), president Rafael Correa (Ecuador), president Mauricio Funes (El Salvador), president Donald Ramotar (Guyana), president Michel Martelly (Haïti) en premier Laurent Lamothé (Haïti), president Porfirio Lobo (Honduras), president Mahmoud Ahmadinejad (Iran),
Kamla Persad Bissessar van T & T tekent het condoleanceregister
 premier Portia Simpson Miller (Jamaica), president Enrique Pena Nieto (Mexico), president Daniel Ortega (Nicaragua), president Ricardo Martinelli (Panama), president Ollanta Humala (Peru), premier Denzil Douglas (St. Kitts and Nevis), premier Kenny Anthony (St. Lucia), premier Ralph Gonsalves (St. Vincent & the Grenadines), president Desiré Bouterse (Suriname), premier Kamla Persad Bissessar (Trinidad and Tobago), president José Mujica (Uruguay). Ook kroonprins Felipe van Spanje, het voormalig moederland van Venezuela, woonde de uitvaart van Chávez bij.

[van GFC Nieuws, 9 maart 2013]

vrijdag 25 januari 2013

Trabao a habri na Cuba


Dia 23 di jan den Archivo Nacional presentacion di e buki aki, Trabao a habri na Cuba di José Miguel S. Donata Tocante e periodo cu Arubianonan tabata bay traha na Cuba! E contenido y potretnan sigur lo touch curason di hopi hende! Interes na e info aki ta grandi!

maandag 1 oktober 2012

Spaans benauwd (2)

door Fred de Haas


Enkele dagen geleden deelde de consul van Venezuela op Curaçao mee dat de ongeveer vijfhonderd Venezolanen op het eiland de gelegenheid zouden krijgen om via het consulaat hun stem uit te brengen. Dat is mooi en democratisch.

Of het er in Venezuela even democratisch aan toe zal gaan is zeer de vraag. Waarom ik dit zeg?

Misschien weet u dat er sinds enige tijd een volledig operabele, supersnelle glasvezelkabel van in totaal 1600 kilometer lengte onder zee van Venezuela naar Cuba loopt. De kabel heeft 70 miljoen dollar gekost en is gefinancierd door Hugo Chávez. Chávez heeft Cuba hiermee enorm geholpen omdat de Amerikaanse boycot verhinderde dat Cuba toegang kreeg tot (vlakbij gelegen!) snelle verbindingskabels en het met een langzame satellietverbinding moest doen.
In dit verband is het interessant te weten dat, naar verluidt, Cuba toegang heeft tot de database van identiteitsbewijzen en stembiljetten van Venezuela en ook de controle over de paspoortdiensten. Boze tongen beweren dat er tijdens de verkiezingen in Venezuela duizenden fictieve stemmen van in Cuba wonende Venezolanen via de kabel naar het stembureau in Venezuela zullen gaan. Een pikante bijzonderheid is dat het CNE (Consejo Nacional Electoral = Nationale Kiesraad) niet toestaat dat er Internationale waarnemers bij de verkiezingen komen. Dit gebeurt voor de eerste keer en wel op een cruciaal ogenblik. De CNE heeft nu een andere figuur verzonnen, de zogenaamde ‘acompañantes electorales’ (= verkiezingenbegeleiders). Dat zijn, bijvoorbeeld, leden van een missie van UNASUR die allemaal aanhangers van Chávez zijn. Het Carter Center, dat sinds 1989 meer dan 90 verkiezingen heeft gecontroleerd in Afrika, Latijns-Amerika en Azië, heeft dit afgewezen omdat zo’n figuur onafhankelijk en objectief onderzoek onmogelijk maakt.

De afgelopen dagen zijn de Curaçaoënaars er getuige van geweest dat twee ex-bestuurders van de Curaçaose voormalige regering om internationale hulp vroegen bij het bestrijden van de zogenaamde staatsgreep die het mogelijk had gemaakt dat de demissionaire regering tot de verkiezingen op 19 oktober werd vervangen door een interim-regering. 
Gerrit Schotte op Telesur

Ex-premier Schotte meende zich zelfs tot het Venezolaanse (!) Televisiestation Telesur te moeten wenden om gedurende 20 minuten in een emotionele boodschap om hulp en steun te vragen aan een land, waar geen democratische verkiezingen worden gehouden, waar tweeduizend moorden per jaar plaatsvinden, waar in het jaar 2012 zesenzeventig agenten door criminelen zijn vermoord om hun wapens te pakken te krijgen, waar van elke tien misdaden er maar één tot een veroordeling leidt, waar ongeveer vijfhonderd ontvoeringen in de afgelopen acht maanden hebben plaatsgevonden, waar slechts twee politieagenten patrouilleren op elke 100.000 inwoners (de internationale standaard is vijf op hetzelfde aantal inwoners), waar de officiële koers van de Amerikaanse dollar 4,3 bolívar is terwijl er op de zwarte markt 10 of 13 bolívar voor een dollar wordt neergeteld, waar het de media verboden is om melding van die koersen te maken, waar kritische journalisten door regeringsgetrouwe hackers worden aangevallen, waar de eigenaar van het TV kanaal Globovisión het land uit moest vluchten, waar de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht de laatste tien jaar systematisch is ondermijnd, waar private TV-stations volop regeringspropaganda bedrijven, waar de ‘Wet Sociale Verantwoordelijkheid voor Radio en TV’ de internationale standaard voor de vrijheid van meningsuiting schendt door de media te dwingen om af te zien van al te kritische programma’s op straffe van een veroordeling, enzovoorts, enzovoorts.

Typisch een land waar je om steun moet vragen…

De heer Chávez is druk bezig om een volgende termijn voor zichzelf te organiseren. Hij ziet zichzelf nog steeds als de redder des vaderlands (zie hierboven de door hem behaalde successen) en raakt in zijn verkiezingsredevoeringen tot opzienbarende hoogtepunten. Op 30 september sloot hij zijn campagne af in Cabimas, waar hij de verzamelde menigte nog net niet zijn pastorale zegen gaf. Luistert u even mee?

“Mijn God, schenk ons leven en gezondheid, geef ons de overwinning om door te gaan met het bouwen van het Rijk van Christus op aarde, het Rijk van de Vrede, het Rijk van de Vreugde, zoals Christus zei. Zalig de armen, want zij zullen het Rijk der Hemelen binnengaan (N.B. 2000 moorden per jaar, FdH), het Rijk van het Leven (N.B. Er is in Venezuela een enorme elektriciteitscrisis, in het binnenland valt elke dag meerdere malen de stroom uit, de levensmiddelen bederven en de elektrische apparaten gaan kapot, FdH), het Rijk van de Liefde. Jullie willen Vaderland, jullie willen Onafhankelijkheid, jullie willen Waardigheid, jullie willen Woningen voor iedereen, jullie willen Kwaliteitsonderwijs voor iedereen (Chávez weet niet eens hoe hij het werkwoord ‘adquirir’ moet schrijven en denkt dat het met ‘querer’te maken heeft, FdH), jullie willen een waardige Toekomst (N.B. Chávez leeft in het verleden: la batalla..con el general..en 1820..en el heroico pueblo…y cuando Bolívar cayó sobre…FdH). Dus stem voor Chávez!’

Zo eenvoudig ligt dat dus.

De heer Chávez (hij laat zich het liefste çomandante’ of ‘teniente-coronel’ = luitenant-kolonel noemen) heeft een tegenspeler met wie hij in een nek aan nek race is verwikkeld: Henrique Capriles Radonski. 
Henrique Radonski

Radonski zei tegen Radio France Internationale het volgende over de regering en de persoon van Chávez: ‘verre van socialistisch te zijn, lijkt me de (huidige) regering dichter bij extreem-rechts te staan. Voor mij vertegenwoordigt Chávez het geweld. Als hij niet meer aan het hoofd van de regering zou staan zou Venezuela een tijd van vrede gaan kennen. Ik ben een kleinzoon van immigranten die de Holocaust hebben overleefd. Deze regering heeft me voor Nazi uitgemaakt! Je hebt er geen idee van hoe dom die man (= Chávez) is en tot wat voor een laag peil hij het debat wil terugbrengen’.
Voor goed begrip: Radonski heeft als gouverneur van Miranda, een van de dichtstbevolkte staten van Venezuela, schitterend werk op onderwijsgebied verricht. In zijn programma staat onderwijs ook voorop.

Ik wens de Venezolanen die op Curaçao wonen veel wijsheid toe bij het stemmen. En tegen de ex-premier van Curaçao, die de steun kreeg van de Koning van de Kaaimaneilanden, de President van het armste land ter wereld Haïti en de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken Ponceleón die in maart 2012 in Genève namens Venezuela de aanbevelingen van de Verenigde Naties verwierp voor de onafhankelijkheid van de rechtspraak, zou ik willen zeggen: als je van de drank wil afkomen moet je geen hulp vragen van een alcoholist!