Posts tonen met het label Surinaamse Javanen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Surinaamse Javanen. Alle posts tonen

zaterdag 17 mei 2014

Sana Budaya Dance Company naar internationaal dansfestival


De Sana Budaya Dance Company (SBDC), die een onderdeel is van de Soeki Irodikromo Volksacademie van de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI) is uit een selectie van verschillende landen in de regio uitverkoren om te participeren aan het jaarlijkse internationale dansfestival ‘Let’s Dance’ dat later deze maand plaatsvindt in Leicester, Engeland.

De SBDC zal Suriname voor het eerst vertegenwoordigen op dit groot dansspektakel naast landen zoals de Verenigde Staten van Amerika, Italië en het Verenigd Koninkrijk en heeft de eer om hun optreden uit te voeren tijdens de finale van het festival op 24 mei.


Voordat de groep afreist naar London zal er een generale repetitie plaatsvinden en wel op zondag 18 mei om 18:00 uur in Sana Budaya aan de Jozef Israelstraat.

[van GFC Nieuws, 16 mei 2014]

dinsdag 1 april 2014

Leuk boekje over Plantage Mariënburg

Commewijne. Foto © Anne Blondé

door Benjamin Mitrasingh

In de boekhandel is een leuk boekje over de plantage Mariënburg te vinden, alleen schrik je onmiddellijk van de prijs van het boek. Dan is het grote boek van dr André Loor wel redelijk in de prijs. Een compliment verdient zeker de schrijfster van het boek Anne Blondé, maar dan moeten wij ook erbij vermelden dat zij bij elk volgend schrijfproduct van haar wel een nauwkeuriger eindcorrector moet raadplegen. Want het stoort bij het lezen wel enorm, als er bij het woord ‘suikerrriet’ de lidwoorden ‘de’ en ‘het’ door elkaar worden gebruikt. Het woord is ‘het’ suikerriet en dan mag de eenvoudige Toekijan Soekardi in zijn notities wel ‘de’ suikerriet’ hebben geschreven, maar dat mag hij, want het zijn zijn eigen aantekeningen die hij nu nog gebruikt als bescheiden toeristengids van de plantage. Die aantekeningen biedt hij niet te koop aan, wat Anne Blondé wel doet met haar boekje. Hierdoor krijgt haar boekje wel het predicaat van ‘wat zielig, maar wel een leuk boekje’.
Anna Blondé

Sommige fototeksten ontbreken helaas volledig in het boekje en de witte teksten op de foto’s zijn bijna onleesbaar. Want wie zijn de mensen op de foto op bladzijde 92. Die foto is gehaald uit een album van de man op de foto, die alles heeft vermeld behalve zijn eigen naam. Hij was agent op Mariënburg en ergens onthult hij zijn eigen borstbeeld.

Als onderzoekster en schrijfster verdient Anne Blondé wel beter, omdat zij nu al een goed voorbeeld is voor alle politici van het district Commewijne maar vooral ook voor de onaantastbare geniale ‘luchtkastelenbouwer’ van de suikerplantage. In het boekje (bladzijde 54) krijgt het historisch onderzoek naar het massagraf van 1902 ook aandacht en wordt er ook vermeld: ‘de lichamen van de contractarbeiders werden begraven in een kuil met ongebluste kalk, wat het zo goed als onmogelijk maakt iets van hun resten te vinden’. Met deze conclusie heeft Anne Blondé een enorme ondersteuning gegeven aan het werk van het onderzoeksteam op Mariënburg dat steeds dichterbij komt van de juiste lokatie van het massagraf. Voor de boringen zijn nu langere verstelbare ‘Emperor’ assenstaal boren geleend bij de GMD. De archeologie en de Dienst voor Bodemkartering (DBK) werken namelijk met lichtere en kortere galvaanboren.

De foto’s en kleuren schema’s in het boek zijn heel mooi, maar waarvoor Anne Blondé samen met haar vrienden, zeker een dikke pluim verdient, zijn de uitgebreide noten en de gebruikte literatuur in het boek. Die maken het eindeloos zoeken naar de juiste bronnen, en zeker in Nederland, heel makkelijk.

In het verslag van het onderzoeksteam van Stichting Hindostaanse Immigratie zal je straks kunnen lezen wat het woord Mariënburg precies betekent, waar het vandaan komt en hoeveel slachtoffers er op 30 juli 1902 werkelijk ter plaatse zijn gevallen en hoeveel in het ziekenhuis op Mariënburg zijn overleden. Het is ook nog onduidelijk waar opeens de namen zijn verdwenen van de hoofdmoordenaar Budree en waar die van de verzetsleiders Hardat en Wongsoredjo? Als het boek de maand en het jaar van het onderzoek naar het massagraf van 1902 keurig kan vermelden, namelijk als juni 2013, wie gaat dan schrijven over de uitverkoop van Mariënburg en over de minachting en enorme verwaarlozing van de oud-Javaanse arbeiders? Dit proces begon al na de sluiting van de suikerplantage in medio 1985 en in 2013 was dit proces nog steeds in volle gang?

Als Anne dat niet doet, doen wij het wel. Want sinds 1980 praten we in Suriname over de maatschappelijke relevantie van wetenschapsbeoefening en dat stukje hebben wij gemist in het boekje. Jammer, maar de tijd zal ons hopelijk beter leren. Maar aan Anne en aan ‘kan’ Toekijan, in elk geval een heel hartelijk dankjewel voor hun mooi boekje!


Stichting Cultuureducatie 

[van Starnieuws, 1 april 2014]


maandag 10 maart 2014

Emancipatie tot participatie - Javanen in Nederland

De samenwerkende organisaties Rukun Budi Utama en Budoyo mekar Sari organiseren op zaterdag 15 maart 2014 een lezing met debat over Emancipatie tot participatie - Javanen in Nederland.

Plaats: Theater Concordia, Hoge Zand 42, Den Haag.
Aanvang 13.30 uur.


zaterdag 1 maart 2014

Volksacademie voor Kunst & Cultuur viert eerste lustrum


De Soeki Irodikromo Volksacademie voor Kunst & Cultuur viert haar eerste lustrum op 2 maart 2014. Vijf jaar geleden opende dit instituut haar deuren op het terrein van Sana Budaya.
Het vijfjarig bestaan wordt feestelijk gevierd met de expositie “5”, waarbij de academiestudenten in De Hal aan de Grote Combéweg 45, Paramaribo, hun vaardigheden op het gebied van beeldende, podium- en culinaire kunsten laten zien. De opening is op de oprichtingsdag, zondag 2 maart.
Vanaf 19:00 uur zijn er toespraken, dansperformances, sfeervolle muziek van de Arumba-groep en de expositie van kunstzinnige voorwerpen die gemaakt zijn door de studenten. Op 3 en 4 maart is de tentoonstelling, met uitgebreid randprogramma, ook open tussen 10:00-13:00 uur en ’s avonds van 18:00-22:00 uur.
Soeki Irodikromo

De craftproducten zijn te koop, om op die manier ook fondsen te werven voor onder meer de deelname van de Sana Budaya Dance Company aan het Let’s Dance Festival in Groot Brittannië waarvoor dit dansgezelschap is gescout. Vermeldenswaardig is de verkoop van de speciale “collectors items”. Sri Irodikromo bewerkte bordjes en glazen op haar eigen artistieke wijze.
De school is vernoemd naar beeldend kunstenaar Soeki Irodikromo, de geestesvader van de Volksacademie. In een aanloopperiode van tien jaar heeft Irodikromo de oprichting van de school in 2009, samen voorbereid met de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI). De Volksacademie heeft als missie het uitdragen en bevorderen van het begrip voor beeldende kunst en cultuur door middel van educatie, exposities, uitvoeringen en andere gemeenschappelijke programma’s in de samenleving. Kortom: dit opleidingsinstituut brengt kunst en cultuur dichter bij de samenleving door enerzijds de studenten kunstzinnig te vormen en anderzijds het publiek met de leerresultaten te verblijden.

Enkele lessen die worden verzorgd zijn: keramiek (vooral met Surinaamse klei), textielbewerking, schilderen, klassieke Javaanse dans, moderne Javaanse dans, pencak silat, gamelan en Javaanse taal. In het jubileumjaar komen er nog twee nieuwe cursussen bij: vlechten (met bamboe en jonge kokosbladeren) en wayang kulit.


[van GFC Nieuws, 27 februari 2014]

woensdag 26 februari 2014

In de ban van slavernij - Zo tolerant is Suriname helemaal niet

Foto © Northeast Kingdom Photography


door Nancy de Randamie

De Surinaamse regering doet haar uiterste best om aan haar volk en de rest van de wereld te tonen dat het land een culturele en etnische melting pot is. Daarom werden het afgelopen jaar op grootse wijze alle herdenkingsdagen gevierd. Gezamenlijk, gecoördineerd en landelijk. Deze termen werden bedacht door de Nationale Commissie Herdenking Jubileumjaren, NatCom. Helaas blijft de intolerantie, segregatie, discriminatie en zelfs racisme hier dwars doorheen sijpelen.

Toen ik elf jaar geleden vanuit Nederland naar Suriname terugkeerde, haalde ik opgelucht adem. Pim Fortuyn was net twee weken voor mijn vertrek vermoord. Nederland stond aan het begin van een reeks rechtse kabinetten, dat weer symbool stond voor een meer openlijk intolerantere samenleving. De CDA-er Jan Peter Balkenende werd premier en partijen als de VVD en Fortuyn's LPV regeerden mee. Geert Wilders maakte na de dood van Pim zijn politieke opmars en Mark Rutte werd premier.

Ik ben teruggekeerd naar Suriname omdat ik mijn geboorteland beter wilde leren kennen en een steentje wilde bijdragen aan de ontwikkeling. Maar het feit dat Nederland alsmaar verhardde, heeft zeker meegespeeld in mijn beslissing te remigreren.

Interkrasie
Ik raakte flink ontgoocheld  toen ik er al snel achterkwam dat Suriname lang niet zo tolerant en muliticultureel is als wordt beweerd. Ja, aan de oppervlakte is het pais en vree. En het klopt: in tegenstelling tot buurland Guyana in de jaren zestig bijvoorbeeld, zullen hier niet snel rassenonlusten uitbreken. Toch is er sprake van een behoorlijke dosis intolerantie, discriminatie en zelfs racisme. Deze zijn onderhuids aanwezig en juist dat is gevaarlijk.

Deze regering (en in feite alle regeringen aan hen voorafgaand) gaat er met zo’n beetje het hele Surinaams volk er prat op dat Suriname zo multi-etnisch en mulitcultureel zou zijn. De cabaretgroep 1+1=3 twijfelt hier, net als ik, aan. Op 10 november, de laatste dag van de door de NatCom uitgeroepen Jubileumdag, uitte 1+1=3 op ludieke wijze wat ik bedoel: een racistische opa van Creoolse komaf, zoals er zovele zijn in Suriname, wordt door twee buurtgenoten terechtgewezen. Het is zijn Hindostaanse buur die het op een gegeven moment heeft over interkrasie. Ras, etniciteit, het zal allemaal vervagen, als maar genoeg kinderen van gemengde komaf geboren worden. Dat is nou interkrasie. Krasi is Surinaams voor geil.

Voor Suriname is het niet moeiljk om multicultureel en multi-etnisch te zijn. De kolonisator heeft ons ooit samen gebracht. In mijn ogen is dit niet iets om trots op te zijn. We moesten noodgedwongen samenleven.

Remigrantendiscriminatie
Dat samenleven gaat tot op zekere hoogte goed, maar lang niet altijd. Zo word je als remigrant regelmatig gediscrimineerd. Op de werkvloer. In het voorbijgaan. In winkels, kantoren, discotheken. Zo hoorde ik vorige maand nog iemand in een verkeersincident tegen mij roepen "Ga terug naar je eigen land!"

Runderen aan de waterkant. Foto © Haydo Simoons


Mijn ervaring is niet uniek. Veel remigranten ervaren vaak een onwelkome behandeling bij terugkeer. Een vingerwijzing dat er wel degelijk iets niet goed zit en dat Surineds worden gediscrimineerd, blijkt uit de cijfers van het Algemeen Bureau voor Statistiek. Van de 13.000 Nederlanders (meerendeels Surinamers met een Nederlands paspoort, Surineds) die in de periode 2000 tot 2012 naar Suriname kwamen om zich te vestigen, keerde 40 procent terug naar Nederland.

Dat kan de regering Bouterse met haar diasporabeleid mooi in haar zak steken. De reden van terugkeer van deze groep is nog niet onderzocht. Maar ik ken een flink aantal van hen die terugkeerden en bij hun beslissing speelde niet zelden mee dat ze zich in Suriname onvoldoende welkom voelden. Een nog grotere groep aarzelt om naar Suriname terug te keren precies om deze reden.

Maar ik kijk er anders tegenaan. Men kan nog zoveel tegen mij zeggen of doen, maar mij laten ‘wegpesten’ uit mijn eigen geboorteland zal niemand lukken. Als ik wegga, is dat omdat ik het tijd vind. Dat wegpesten gebeurt heel subtiel. En het ergste is: veelal hebben de plegers het zelf niet goed door. Dat is natuurlijk typisch voor discriminatie. En ook kenmerkend voor het racisme in Suriname. 

Moskee Keizerstraat. Foto © Hannes Rada

Hoezo multicultureel en multireligieus?
De verschillende bevolkingsgroepen leven in vrede naast elkaar, maar nog altijd niet echt met elkaar. Men proeft letterlijk van elkaars cultuur dankzij interkrasie en door elkaars gerechten te eten, maar daar blijft het in feite bij. De leus Eenheid in Verscheidenheid, bedacht door wijlen staatsman Jnan Adhin, lijkt wel een vloek te zijn geworden.

Waarom praat men nog over 'ik ben een Hindostaanse Surinamer' en 'Ik ben een Javaanse Surinamer'? Dat hokjesdenken – overgenomen van een ooit verzuild Nederland? – houdt juist integratie tegen! Tijdens de afgelopen Divali, het belangrijkste Hindoefeest, werd door Christenen een duizendmannenmars gehouden. De loop had als eindpunt het Onafhankelijkheidsplein. Daar bevond zich ook het centrum van de nationale Divaliviering. De ambtenaar die de vergunning voor de loop had afgegeven, moet vast Christen geweest zijn. En de duizend mannen Christenen. Je vraagt je af waarom ze uitgerekend op het belangrijkste Hindoefeest van het jaar deze mars moesten houden.
Shareen Damrie. Foto © Samir Photography

Sommigen zagen deze gang van zaken als het summum van multiculturalisme en multireligiositeit. Ik niet. Ik zie het als het geen respect tonen aan een andere religie. Andersom zou geen Hindoe het in zijn hoofd halen om op Eerste Kerst op het Onafhankelijkheidsplein een pudja – een traditionele hindoeceremonie – te houden. Multicultureel en multireligieus betekent voor mij dat je elkaars hoogtijdagen samen viert of tenminste respecteert dat een andere religieuze groep haar hoogtijdag heeft. Die duizend mannen mars had op een andere dag of ten minste op een andere plek gehouden kunnen worden.

Etnische politiek
De verscheidenheid is er zeker. Maar echte integratie blijft uit. Een nieuwe Surinaamse cultuur is zeker aan het opkomen, maar veel te langzaam. En als het erop aankomt, maken teveel mensen zich schuldig aan racisme. Een mooi voorbeeld is het huidige kabinet. Terwijl de regering Bouterse met man en macht zegt te streven naar  integratie van culturen en natievorming, vindt de toedeling van ambtenarenposten op basis van etniciteit onverminderd plaats.
Javaans feestje. Foto Facebook

Etnische politiek, onderdeel van de Oude Politiek zoals Bouterse dat zelf ooit noemde, staat nog recht overeind. Etnische politiek is een systeem van samenwerking op basis van etnische segregatie. En dit systeem werkt op haar beurt racisme in de hand. Etnische politiek is weer een uitvloeisel van Verbroederingspolitiek. Voor mij is meer dan duidelijk dat verbroederingspolitiek haar langste tijd heeft gehad. Toen het door wijlen staatsmannen Jagernath Lachmon en Johan Adolf Pengel eind jaren zestig van de vorige eeuw werd ingevoerd, bewees het in eerste instantie haar nut. De twee grootste bevolkingsgroepen, de creolen en hindostanen, moesten verbroederen omdat er onderhuidse rassensentimenten sluimerden. Nu, meer dan 40 jaar later, blijkt dat Verbroederingspolitiek werkelijke integratie belemmert, omdat het zich heeft ontwikkeld tot etnische politiekvoering.
Surinaamse kip.
Foto © Michiel van Kempen

Depolitiseren
Een voorbeeld: op het ministerie van Transport zit nu een marronminister, dus zie je steeds meer ambtenaren op dit departement, van hoog tot laag, die van marron komaf zijn. Dit beeld voltrekt zich overigens op elk department. Laatst maakte Paul Somohardjo (leider van het Javaans partijblok Pertjajah Luhur in het parlement) zijn misnoegen bekend over het feit dat Ashwin Adhin (een jonge hindoestaanse minister op de post onderwijs) aan depolitisering van ‘zijn’ ministerie deed. Wat Somo bedoelde is dat ‘de mensen die op hem lijken’ niet automatisch meer aan de bak komen en zelfs ontslagen worden op dit ministerie. Wat er aan de hand is? Minstens 16 jaar zwaaide een Surinamer van Javaanse komaf de scepter bij het ministerie van Onderwijs en zo werden een aantal van de belangrijkste posten toebedeeld aan Javanen. Volgens Somohardjo moet Adhin het veld ruimen als hij zo doorgaat.
Paul Somohardjo

Ook buiten de politiek woekert het racisme welig. Het racisme is terug te vinden in de manier waarop men zich uitdrukt. Als men het hier in Suriname heeft over ‘Surinaams' eten, bedoelt de gemiddelde Surinamer creools eten. Oftewel: Hindostaans, Javaans, Chinees, Marron en Indiaans etens is dus niet echt Surinaams? Dit is iets waar men niet bij stilstaat.

Roy en Rubia
Toen Pim de la Parra in 1975 Wan Pipel maakte, over de liefde tussen de creoolse Roy en hindostaanse Rubia, kwam het onverholen racisme van Rubia’s familie aan het licht. Wie deze film nog niet heeft gezien, moet dat zeker doen. De thema’s uit de film waren kenmerkend voor het Suriname van toen, maar zijn helaas nog actueel.
...huidskleur telt nog altijd... Foto © P. Somohardjo

Gelukkig gaan steeds meer jongeren en zeker ook remigranten multi-etnische relaties aan. Maar Suriname kent nog altijd haar Roy’s en Rubia’s. Racisme op basis van huidskleur is er ook. Als lichte creool wordt je door anderen anders bejegent dan een donkere creool.

In mijn periode hier, heb ik vaak genoeg meegemaakt hoe huidskleur een rol speelt bij intermenselijke relaties, zowel privé als op de werkvloer. Het zelfbeeld wordt vaak ook bepaald aan de hand van de kleur van de huid. Ik ken helaas heel wat donkergekleurde mensen die zich minder voelen en zich als zodanig gedragen ten opzichte van Surinamers met een lichtere huidskleur. Ook de autoriteiten discrimineren. In Nederland worden donkere jongens die in een groep op een hoek staan te lanterfanten eerder aangehouden door de politie. Dat geldt ook voor Suriname!

Zenora Bharos. Foto Facebook
Tien Koeien
Tegelijkertijd is men overgevoelig voor discriminatie. Grappen over andere etnische groepen maken kan niet, vinden sommigen. Een mooi voorbeeld is het lied Tien Koeien, waar de succesvolle rapper Scrappy W op hilarische wijze de verboden liefde tussen hem en een hindostaanse verwoord. Scrappy W is van marron komaf. Hij zingt dat hij tien koeien en een Zundapp bromfiets zal kopen voor zijn aanstaande schoonvader om zo zijn liefje te schaken. Toen dit lied op de radio werd afgedraaid, vonden veel mensen dit niet kunnen. Enkele hindostanen, maar ook niet-hindostanen reageerden beledigd. Want: hindostanen zijn toch allang niet enkel landbouwers? Waarom dan zo denigrerend over hen praten? Het lied werd zelfs op een bekend radiostation verboden. Na protest werd dit verbod teruggedraaid. Een grote misstap van dit station. Juist als je niet kan lachen om elkaars eigenaardigheden of typische kenmerken, ben je aan het discrimineren. Wat een overgevoeligheid. Het is in mijn ogen precies hetzelfde als wanneer je iemand beoordeelt op de tint van diens huidskleur. 

Geforceerde unificatie
Wat zou moeten gebeuren is dat je erkent dat er typische verschillen tussen de rassen zijn, maar dat deze er in the end helemaal niet toe doen, omdat wij nu eenmaal allemaal mensen én Surinamer zijn. Verschillen hoeven dan ook niet constant te worden benadrukt. Dat leidt tot segregatie en soms zelfs discriminatie. Behalve als 1+1=3 het doet of Scrappy W. Dan wordt het weer leuk.

President Bouterse heeft het op zich goed gezien dat de integratie van culturen in Suriname nog geen feit is. Het afgelopen jaar heeft hij via de viering van de jubileumdagen – 140 jaar Hindostaanse immigratie, 150 jaar afschaffing van de slavernij, 160 jaar vestiging Chinezen – angstvallig geprobeerd de groepen nader tot elkaar te brengen, via de instelling van de NatCom.
Carifesta. Foto © Sirano Zalman

Je zag het terug op het podium op het Onafhankelijkheidsplein. Was het 140 jaar Hindostaanse immigratie? Dan dansten en zongen de creolen, marrons, javanen, chinezen, indianen mee. Elke jubileumdag was telkens weer een weergaloos mooi multicultureel spektakel. Maar daar bleef het helaas bij.

Onderhuids, zelfs binnen de organisatie van de NatCom en haar vertakkingen, was animositeit, zelfs discriminatie en racisme te bespeuren. Ik kan het weten. In april werd ik gevraagd zitting te nemen in de Commissie Afro Surinaamse Organisaties, dat resorteert onder de NatCom. Ik aarzelde, maar heb het toch gedaan. Mijn motivatie? Ik ben ook hier om iets terug te doen voor Suriname en helpen bijdragen aan natievorming doe ik graag.  

Avondvierdaagse. Foto © J. Voskuil
Bondru
Racisme en discriminatie in Suriname is anders dan in Nederland. Het is heimelijk en onder de oppervlakte. Wat hetzelfde is, is dat ook hier discriminatie en racisme zo diep geworteld is, omdat het een erfenis is van de slavernij. Wij Surinamers discrimineren onze eigen mensen. Die bondru, eenheid die we zo graag zeggen te willen, helpen wijzelf om zeep. Jammer hoor!

Een verandering zal er niet 1, 2, 3 komen. In ieder geval niet vanuit de politiek. Politiek Suriname gedijt op het etnisch sentiment. Ook al krijgen steeds meer mensen hier genoeg van. Ook binnen de politiek.
Natievorming en uitbanning van discriminatie en racisme is iets dat moet komen vanuit de mensen zelf. Er zijn er al genoeg die beseffen hoe het anders kan en die hiernaar leven. De verandering zal van onderop moeten komen. Het geld van al die commissies kan beter worden besteed. Ik richt mijn ogen op de organisaties, artiesten, kunstenaars en vele jongeren die het al wel hebben begrepen. De Scrappy W’s en de 1 en 1 is 3’s.


[van www.oneworld.nl, 11-11-2013]


dinsdag 25 februari 2014

Revo weekend en kranslegging

door Marcel Accord

Drie activiteiten die op weg naar 25 februari de aandacht trokken waren een Culturele manifestatie in Sana Budaya op vrijdag 21, een Revo prisiri kon makandra op Tammenga op zaterdag 22 februari en op zondag 23 februari een voertbal en slagbal knock out te Hannaslust. Op Tammenga sprak President Bouterse de buurtbewoners toe en te Sana Budaya sprak Minister Lackin de Cubaanse delegatie ter wier ere de avond in elkaar was gezet en de vele Hollandse stagaires en Surinamers, toe. In de nacht van maandag op dinsdag 25 februari vindt de gebruikelijke kranslegging op het Revo plein plaats.


Desi Bouterse (op een dubbele stoel) en Ingrid Waaldijk (enkele stoel)

Djaran kepang, Javaanse paardendans

Opvoering in Sana Budaya


Bouterse bij het Monument voor de Revolutie


Foto's: Marcel Accord/Facebook

zondag 19 januari 2014

Cursus gamelang en wajang te Lelydorp

Dalang Sapto Sopawiro (Suriname)
 en dalang Sarwonoh (Indonesië)
Op Lelydorp is een zeldzame cursus van start gegaan afgelopen donderdag te Dessa. Het betreft het leren spelen van de gamelang en laten dansen van de wajang-poppen. De Academie Kebudjan is belast hiermee. Er bestaat nog de mogelijkheid om je op te geven voor deelname. Dat kan gebeuren bij de bekende Captain Does op Lelydorp. De lessen duren 6 maanden en zullen gratis verzorgd worden. De Pertjajah Luhur (PL) heeft voor deze cursus speciaal een dalang, Sarwonoh, laten halen uit Indonesië. Een dalang is een persoon die de wajang-pop laat bewegen. Suriname had maar één dalang over, te weten Sapto Sopawiro. Die heeft al een hoge leeftijd en is heel blij dat er een instructeur uit Indonesië is gehaald om mensen in Suriname op te leiden. Sopawiro verwacht dat vooral jongeren zich zullen aanmelden om deze gratis cursus te volgen. Op de openingsdag van de cursus was PL-voorzitter Paul Somohardjo ook aanwezig, samen met partijtoppers als minister Raymond Sapoen en DNA-lid Martha Warso-Djojoseparto.

[uit Dagblad Suriname, 18-01-2014]


Herdruk van Het verhaal van Kantjil


Een kleine kantjil. Foto © Artis


door Jerry Dewnarain

Dongeng Kantyil, verteld door pak Saleman Siswowitono bevat een aantal verhalen over de lotgevallen van Kantjil, de held uit de Javaanse fabelwereld. Deze verhalen werden 23 juni 1981 op band opgenomen en vervolgens door de samenstellers van het boek, J.J. Sarmo en H.D. Vruggink, letterlijk opgeschreven en uitgegeven in 1983. Siswowitono was toen kaum (islamitisch religieus leider) en ketuwa (geestelijk voorganger) op Meerzorg. De letterlijke Javaanstalige tekst is ook in deze herdruk (2013) opgenomen en de taalfouten in het Nederlands zijn gecorrigeerd.
Een uitgave van Indra Kamadjojo en Wim Burger

Kantjil is in Indonesië een dwerghertje. In Suriname komt dat diertje niet voor en denkt men bij Kantjil aan het Surinaamse konijn Konkoni. Kantjil heeft hier dus een gedaanteverwisseling ondergaan. Een duidelijk geval van aanpassing aan de Caraïbische situatie. Op de Franse Antillen speelt het konijn een belangrijke rol als slimmerik in de orale vertellingen uit de slaventijd. Het kleine slimme konijn, Lapin, naast het grote, machtige dier Zamba, dat men waarschijnlijk heeft geassocieerd met de hyena van West-Afrika.

Net als de konkoni is Kantjil een slim diertje dat veel voorkomt in dierenverhalen. De kantjilverhalen zijn min of meer te vergelijken met anansitori, omdat Anansi en Kantjil allebei slim zijn. Bovendien zijn er heel veel kantjilverhalen wat ook het geval is bij anansitori. Dat komt door de mondelinge overlevering. Ze zijn van generatie op generatie doorverteld waarbij iedere verteller er wat aan  kan toevoegen of iets kan weglaten.
Een uitgave van S. Franke

 Sommigen vertellen maar één scène, bijvoorbeeld van ‘Kantjil en Slak’. Pak Saleman vertelt een aaneensluitend verhaal dat uit meerdere scènes bestaat, zoals ‘Kantjil en Tijger’, Kantjil en Slak’, enzovoort. Dit maakt het boek boeiend, vol met belevenissen van Kantjil. De illustraties van Doel Soekinta inspireren ook de jeugd om het boek te lezen. Het taalgebruik is eveneens voor deze doelgroep toegankelijk. In kantjilverhalen kunnen de dieren praten zoals in anansitori (wat maakt dat ook kinderen zich kunnen inleven in deze verhalen). Dit hangt samen met een Javaanse overlevering die zegt dat Salomo de taal van de dieren verstond. Daaruit kwam het geloof voort dat de dieren ten tijde van Salomo konden denken en spreken. Pak Saleman Siswowitono zegt het in zijn inleiding als volgt: ‘Vroeger was de aarde rein en licht, er was nog geen oorlog en ook geen leugen en bedrog. De dieren van het bos en de dieren in het water konden toen nog praten zoals de mens.’ Daarom wordt Salomo in dit boek een aantal keren beschermheer van de dieren genoemd.

Over de herkomst van de kantjilverhalen is niets met zekerheid te stellen. Bepaalde elementen zijn uit India afkomstig, maar de kantjilverhalen zoals we die nu kennen zijn Indonesisch. Deze verhalen zijn niet alleen bij Javanen populair maar ook bij andere etnische groepen in Indonesië, zoals de Maleisiërs en Atjehers. Kantjilverhalen zijn heel oud: van vóór de komst van de islam in Indonesië (15de eeuw). Op tempels uit de tijd dat Java nog hindoeïstisch en boeddhistisch was, treffen we al afbeeldingen van Kantjil aan.

Men kan kantjilverhalen lezen als een fantastisch sprookje of als symbolische verhalen met een diepe moraal en een rijke geestelijke boodschap. Als je het verhaal oppervlakkig leest, is het een leuk sprookje over dieren die kunnen praten en Kantjil die net als Anansi of Reinaert de Vos de andere dieren steeds te slim af is. Wie het zo leest kan er veel plezier aan beleven, en dat geldt vooral voor de jeugdige lezer. Maar er zit ook diepte in het verhaal, waardoor het ook voor oudere lezers een bijzondere waarde heeft.

Dongeng Kantyil/ Het verhaal van Kantjil, verteld door pak Saleman Siswowitono. Samenstelling en vertaling: J.J. Sarmo en H.D. Vruggink. Paramaribo: VACO Uitgeversmaatschappij, 2013. ISBN 978-99914-0-097-6


maandag 11 november 2013

Vergane glorie: Geschiedenis niet alleen littekens

De Surinaamse geschiedenis lijkt te bestaan uit een aantal grote gebeurtenissen waarbij mensen stilstaan bij bijvoorbeeld de afschaffing van de slavernij, de komst van de contractarbeiders, de coup en vooral de periode na de coup. De periode voor de coup is echter ook onderdeel van onze geschiedenis, evenals de periode voor de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975, die wij over enkele weken groots zullen herdenken en vieren.

Rock Hudson tussen Surinaamse Javanen

Hollywoodster in Suriname
Veel mensen zouden het zich nauwelijks kunnen voorstellen maar er is bijvoorbeeld in 1962 een echte Hollywoodfilm opgenomen in Suriname. De destijds wereldberoemde acteur Rock Hudson was toen in Paramaribo om de film The Spiral Road op te nemen, naar het gelijknamige boek van de Nederlandse schrijver Jan de Hartog. Een klein groepje mensen weet het zelfs nog. “Er waren advertenties in de krant want ze zochten naar ratten. Je kon dan 25 cent per rat krijgen en die werden in een kooi bewaard op de filmset. Er waren mensen die wel veertig ratten hadden gevangen, ik had er 17!” aldus een in Nederland woonachtige Surinamer die na jaren terug is voor een korte vakantie. Hij wil niet met zijn naam in de krant maar vertelt dolgraag over die periode.

The Spiral Road: opgenomen in Suriname


TRIS-militairen als figurant
TRIS staat voor de Troepenmacht in Suriname en was onderdeel van de Koninklijke Landmacht en werd opgeheven bij de soevereiniteitsoverdracht in 1975. “Mijn vader was en TRIS-militair en die waren allemaal gevraagd om te figureren in die film. Zo heb ik als klein jongetje die beroemde acteur de hand kunnen schudden. Ik had het gevraagd aan mijn vader of ik mee mocht want ik wilde zo graag. Hij zei toen ‘ik ga iets voor je regelen’” Hij weet zelfs nog waar de filmploeg verbleef. “Daar waar nu de Congreshal is, daar stond vroeger een hotel. En daar verbleven ze, zodat ze op loopafstand van de rivier waren en zo op het bootje konden stappen richting Commewijne.” Daar was er een Sumatraans dorp nagebouwd waar de film werd opgenomen. Op YouTube zijn daar nog beelden van terug te vinden. Van de aankomst van Rock Hudson op Zanderij tot aan beelden van het nagebouwde dorp. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat de film zou worden opgenomen in Indonesië maar daar was er weinig medewerking, waardoor werd uitgeweken naar de enige andere locatie in de Amerika’s met een Sumatraanse gemeenschap, die zelf het Minang-Kabau-dorp heeft nagebouwd voor de film.

Wageningen, Suriname. Foto agrifoto.nl


SML in Wageningen
Het plaatsje Wageningen was in de jaren ’60 ook een florerend dorpje, gericht op de rijstteelt. Er stond een echt ziekenhuis en een moderne sporthal waarvoor mensen vanuit de stad kwamen om er te kunnen sporten. Mw. Lakhin, zus van minister Lakhin, weet dat nog heel goed. Ze is er geboren en getogen. “Het was helemaal zelfvoorzienend. Er werd zelfs energie opgewekt. De SML had gezorgd voor vele faciliteiten voor de gemeenschap.” De SML was de Stichting Machinale Landbouw, opgezet in 1949 door de Nederlandse Landbouwhogeschool Wageningen. Het had als doel om Nederlandse boeren aan te zetten tot het verbouwen van rijst in Suriname. In 1975 kwam het in handen van de Surinaamse staat en draaide het nog goed tot de jaren ’80. Door politieke problemen en wanbeleid ging het praktisch over de kop in de jaren ’90 en werd het grootste gedeelte verkocht.

Siem en Annie Peetom voeren het toneelstukje Turelureluur op in Hotel De Wereld in Wageningen


Pietronella Ziekenhuis
Mw.Lakhin weet ook nog de verhalen over het grote streekziekenhuis dat nu is verschrompeld tot een RGD-kliniek. “Het was een goed ziekenhuis. En ik vind het erg dat men doet alsof er altijd een kliniek stond. Men wil dat nu gaan restaureren geloof ik maar ik vind het dan wel van belang dat mensen weten dat er daarvoor ook al een goed functionerend ziekenhuis stond.” Het Pietronella Ziekenhuis is destijds vernoemd naar het eerste kindje dat daar is geboren. “Zij moet nu rond de 60 zijn en ik ben benieuwd wat er met haar gebeurd is.” Ook de Grote Sporthal is aan het vervallen. “Men wil het nu ook herstellen maar nu ontstaan er discussies over van wie het nu is en of überhaupt de SML nog bestaat.” Het Pietronella Ziekenhuis is onderdeel van het LMSZN (Lachmipersad Mungra Streek Ziekenhuis Nickerie) en wordt momenteel verbouwd.

Het treinstation aan de Heiligenweg in Paramaribo

Social Media
Via Facebook probeert de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname ook die periode van de geschiedenis van Suriname wat meer bekendheid te geven. Mensen kunnen de pagina ‘liken’ en elke dag een foto te zien krijgen waarbij er moet worden geraden welke straat of welk gebouw het is. Enkele weken geleden stond er een foto van het treinstation dat er ooit was aan de Heiligenweg. De reacties logen er niet om. Het publiek reageerde verbaasd op het feit dat er überhaupt ooit een treinstation heeft gestaan in Suriname, en nog verbaasder omdat er uit de foto op te maken was dat er werkende treinen af en aan gingen. Ook op YouTube is er, naast de beelden van Rock Hudson, nog divers beeldmateriaal terug te vinden over de jaren ’50, ’60 en ’70 in Suriname. Het betreft vooral archiefmateriaal van het Nederlandse journaal met unieke beelden van de Surinaamse gemeenschap destijds.

Leren van het verleden
Het is van belang te weten dat Suriname niet alleen een verleden heeft vol littekens. Alles heeft een keerzijde en de koloniale periode had zo haar voordelen. Wij hoeven absoluut niet terug in de tijd maar het is goed om te weten wat wij ooit hadden, en vooral alle facetten van wat wij hadden dus niet alleen de slavernij en de komst van de contractarbeiders, zodat we beter kunnen vaststellen waar we heen willen gaan. Het lijkt er soms op dat de focus alleen maar ligt op de grimmige jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw maar als wij navraag doen bij mensen van de oudere generatie, die de jaren daarvoor heeft meegemaakt, verschijnt er meestal een glimlach op hun gezicht. Over enkele weken zullen wij de Onafhankelijkheid van ons land vieren. Dat is een heuglijk feit, zeker nu we op de goede weg zijn een echt land te worden. Daarbij is het belang dat we niet onze kop in het zand steken wat betreft onderdelen van ons verleden maar leren van onze fouten om deze hopelijk niet weer te maken.

[naar Dagblad Suriname, 7-11-2013]

donderdag 7 november 2013

Genduren-ceremonie luidt Sasi Sura in

door Charles Chang

Paramaribo - Bij het centrum van Pernatan Adat Djawa Rasol Suriname (PADRS) is de ingang versierd met jonge palmbladeren. “Voor de vreugde”, zegt Amin Kasanmohamat, de geestelijke leider van de eenenveertig jaar oude religieuze organisatie. De organisatie vierde dinsdag Sasi Sura, de inleiding van het Javaans Nieuwjaar. Wie dat dinsdag niet heeft gedaan, krijgt nog een maandlang de tijd.

De kip wordt in stukken gefileerd om uitgedeeld te worden tijdens Sai Sura. Het Javaans Nieuwjaar is dinsdag ingeluid met de traditionele Genduren-ceremonie. Foto: Stefano Tull.

Wanneer de zon ondergaat, wordt het drukker. Zowel ouderen als jongeren stappen binnen, allen opvallend in het zwart. "Voor de Javaan staat zwart voor de oosterse filosofie, het is de oorspronkelijke kleur van onze leerstelling", verklaart de goeroe. "Onze doelstelling is behoud van de Javaanse cultuur, want het verwatert. En daarom is deze organisatie opgericht. PADRS is een erkend rechtspersoon met haar eigen geestelijke gidsen, huwelijksambtenaren en begeleiders voor gezinsproblemen en overlijden." Van dewejanang kawara jawa, de geheime orde, maakt Kasanmohamat ook geen geheim. "Dat hebben we ook - net als bij elk geloof."

Javaanse wierook
Dresscode
Net zo 'vreemd' als de dresscode is, is ook het gebedshuis van de PADRS. Van de buitenkant ziet het eruit als een moskee, maar het is een Javaanse sanggar. Volgens Kasanmohamat komt het model niet van de islam, maar van de kapurwan, een uitvloeiing van het Javanisme. De dienst is hier op elke donderdag. Leden van de PADRS bidden tweemaal per dag: één om te smeken voor een goede dag en de tweede om daarvoor te bedanken. Zeven weken voor de jaarwisseling vasten ze telkens op de maandag en donderdag (senènenkemis), van zonsopgang tot zonsondergang. In de laatste fase onthouden ze zich 24 uur lang van eten, slapen en praten.

Heilsmaaltijd
Wanneer het grote moment is aangebroken, zit Kasanmohamat samen met de kaums in kleermakerszit in een rij voor de genduren (de ceremonie). De papaja op de grond, waarop alles in bakken en schalen staat geserveerd, is tot de rand gevuld met de heilsmaaltijd. De goeroe start met een gebed en het branden van de menyan (soort wierook), daarna mag een assistent het overnemen. Zonder onderbreking begint die alle gerechten en de betekenis ervan op te sommen in het hoog Javaans. Het is Nieuwjaar, dus volgt er een pagara na het ceremoniële half uur.

Inwijden
Dan komt de zaal tot leven. Opgerolde bladeren worden rond gedeeld, terwijl blote handen de gekookte kip uit elkaar halen. Mannen delen uit, maar bij de vrouwen doen vrouwen het werk.
Het duurt niet lang of de berg rijst op het blad wordt aangevuld met kip, groente, bami, patat en andere toespijzen. Vakkundig wordt dan de brekat opgevouwen en gaat het in een plastic zak. De traditie is om het thuis gezamenlijk te eten met het gezin. "Ik was moe, maar ik ben toch gekomen want het is Sasi Sura", zegt Henny die 's middags terugkeerde uit Nickerie. Wanneer hij aanstalten maakt om weg te gaan, is de helft al naar huis. Wie niet weggaan, zijn vijf mannen in de sanggar. Zij hebben zich opgegeven om in de leer te gaan. Tegen middernacht worden ze ingewijd met verzen die ze uit het hoofd moeten leren. Dan zijn ze Javanist in de diepere zin. Een vierenvijftig jarige muslima die pas is overgestapt naar dit geloof, denkt er voorlopig niet aan. "Ik ben er nog niet ready voor.”


[uit de Ware Tijd, 07/11/2013]


zondag 27 oktober 2013

Javaanse taal vindt meer ingang

Foto is afkomstig uit C.F.A. Bruijning, Suriname:
 geboorte van een nieuw volk.
 Amsterdam  Amsterdamsche
 Boek- en Courant Mij, 1957.
door Charles Chang

Paramaribo - In de studiezaal van de Indonesische ambassade werden de cursussen bahasa Indonesia en basa Jawa officieel afgerond. Dat betekende dat de dertig geslaagden maandag, onder het genot van een hapje en drankje, hun cijfers te horen kregen. Voor de Indonesische- en Javaanse taalcursussen slaagt iedereen die aan het examen meedoet. Dit is al jaren een feit, omdat de ‘slechte’ cursisten simpelweg niet verschijnen op de examendagen. Leginah Partowidjojo schrikt wanneer ze met een gemiddelde van 8,5 als beste slaagt voor niveau één bahasa Indonesia. Als alles naar wens verloopt, bezoekt zij volgend jaar Indonesië. “Ik wil het land zien waar mijn voorouders vandaan komen.” Partowidjojo heeft helaas geen familie kunnen opsporen via internet, maar Indonesische films en liedjes gaven haar reden genoeg om de taal te leren. De best geslaagde van niveau twee, Irene Ronoredjo, heeft ook dezelfde redenen, alleen heeft het haar meer moeite gekost. Ronoredjo woont niet in Paramaribo, maar op Voorburg, Commewijne. “Dat is 47 kilometer van Paramaribo en als het verkeer meevalt, doe ik het in een uur.” Haar overleden moeder is een Indonesische en daarom wil ze haar roots opzoeken. “Toen ze nog leefde, had ik haar nodig om de films en liedjes te verstaan, nu weet ik het uit mezelf.” Tijdens de vorige cursus was de leerkracht met de hoogste score geëindigd. “Als leerkracht moet je het voorbeeld geven, maar ik vind het bahasa ook een fantastische taal!”
Surinaams-Javaans

Hoog Javaans
Bij de andere cursus, het basa Jawa, zwaait Roy Ong Sioe Khing met de eer. De eigenaar van restaurant Sarinah komt oorspronkelijk uit Indonesië, maar desondanks kent hij het Javaans niet helemaal. "Thuis werd Nederlands gesproken, want mijn vader kwam uit Bandung en mijn moeder uit Oost-Java. Het Ngoko Javaans heb ik dus een beetje van mijn moeder, verder heb ik het hier op het werk, onder de markt en door de muziek geleerd. Het Krama inggil of hoog Javaans heb ik op de cursus geleerd." Ong heeft altijd de taal willen leren, maar heeft pas op pensioengerechtigde leeftijd tijd daarvoor. "Basa Jawa is een mooie klassieke taal met verschillende niveaus en dat maakt het uniek."
Christine Diredjo

Behalve mooi, is zoeken naar identiteit ook een reden om de eigen taal beter te spreken. "Ik was 'afgedwaald', zegt Johannes Kartowirjo. Van de vier overgebleven cursisten van het eerste niveau was hij de beste. "Wat ik sprak was een mix, nu kan ik me beter presenteren en corrigeer ik anderen die ervoor openstaan. Want er zijn ook ouderen die het Javaans slechter dan ik spreken."
Cursusleider van zowel de Indonesische als Javaanse taal, Roesman Darmohoetomo, is ingenomen met het aantal van 41 inschrijvingen tijdens de Indo Fair. Maar de grootste uitdaging telkens, blijft het terugbrengen van het aantal uitvallers dat ongeveer een vijfde deel uitmaakt. Daarom belooft pak 'Darmo' een andere betalingsconditie te introduceren wanneer de cursussen in januari volgend jaar beginnen.

 [uit de Ware Tijd, 25/10/2013]


maandag 12 augustus 2013

Javaanse vrouwen willen af van stereotypering

Een vrouw in sarong en kabaja. Collectie KIT

door Audry Wajwakana

Paramaribo - Het moet afgelopen zijn met het negatieve stereotypebeeld dat bestaat over de Javaanse vrouw. Daartoe zijn echter onderzoek naar de ontwikkeling van die vrouwen, vervolgonderwijs en een mindshift nodig.
Rita Tjiien Fooh-Hardjomohamed gaat hier in op vragen van het publiek bij de lezing over de rol van de javaanse vrouw in de Surinaamse samenleving. Carmen Rasam en Kadi Kartokromo luisteren aandachtig mee. Foto: Irvin Ngariman.

Tot deze conclusie komt Rita Tjien Fooh-Hardjomohamed, nationaal archivaris van Suriname. Zij was dinsdagavond een der inleiders tijdens een lezing georganiseerd door Stichting Dian Dessah in samenwerking met de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI). In verband met 123 jaar herdenking Javaanse Immigratie presenteerde zij het thema 'Een historisch perspectief van Javaanse vrouwen; vanaf de immigratie in 1890 tot de zelfbewuste Surinaamse'.
Baboe (Justus van Maurik)

Publicaties
Volgens de archivaris is het geen nieuws meer dat de Surinaamse geschiedschrijving door Europese academici wordt gedomineerd. In die publicaties worden de tot slaaf gemaakte mensen en contractarbeiders vaak gemarginaliseerd. Zo wordt in de koloniale bronnen het zedelijke gehalte van de Javaanse vrouw beschreven als het ontbreken van enige moraal. Verder worden zij beschreven als materialistisch en dom. "Maar de aanleiding en de oorzaken daartoe worden niet tot in de diepte uitgezocht en wetenschappers en studenten die verder studeren nemen die publicaties, zonder eigen onderzoek, over," geeft ze aan. De manier waarop de geschiedenis vooral over de vrouwen is geschreven heeft gemaakt dat die stereotyperingen in de gemeenschap zijn blijven hangen. "Telkens wanneer een Javaanse vrouw een hoge positie bekleedt, wordt gelijk verwezen naar de connecties die ze heeft," geeft ze aan. Dat zou volgens Tjien Fooh ook wel waar kunnen zijn. "Maar wordt het niet tijd dat we ook kijken naar het opleidingsniveau en de deskundigheid van deze vrouwen in plaats naar de etnische afkomst of de politieke affiliatie?"

Adat
Door deze typering durven veel Javaanse vrouwen in hoge functies niet op de voorgrond te treden. Dat beeld wordt volgens de archivaris bepaald door de adat (overlevering) ingegeven door de Javaanse culturele traditie isin (verlegen), wedieh (bang zijn) en wegah (geen zin hebben). "Ze willen deelnemen aan sociale activiteiten, zijn lui en moeten zich rustig houden, want dat is hun rol ingegeven door de traditie. Maar klopt dat wel?"
Volgens Tjien Fooh is er in de jaren negentig langzaam verandering opgetreden in de beeldvorming, vanwege de topfuncties die deze vrouwen bij de overheid en het bedrijfsleven bekleden. "Toch moeten deze vrouwen anderen motiveren, ondersteunen en ook meer op de voorgrond treden", zegt ze.
Javaanse danst de paardendans. Foto @ Ingrid Moesan

De nationale archivaris wordt ondersteund door de tweede inleider jurist Carmen Rasam die de functie van officier van Justitie bij het Openbaar Ministerie bekleedt. Rasam baseerde haar inleiding op de rol van de vrouw in de Surinaamse samenleving. "Dankzij de godvrezende opvoeding van mijn ouders en mijn eigen doorzettingsvermogen heb ik zoveel carrière kunnen maken. Versterk jezelf door de juiste dingen te doen en laat je niet achtervolgen door stereotyperingen," geeft zij dan ook mee aan de Javaanse vrouw van vandaag.

Na de lezing volgde een paneldiscussie met Edward Redjopawiro, Kadi Kartokromo en de twee inleiders Tjien Fooh en Rasam. Fred Budike leidde als moderator de lezing en de paneldiscussie.



[uit de Ware Tijd, 10/08/2013]

zaterdag 3 augustus 2013

Rol Javaanse vrouw behoeft aandacht

Allison Yasrodji
door Audry Wajwakana

Paramaribo - Er is weinig bekend over de traditionele rol van de Javaanse vrouwen onder de jonge generatie Javanen en de rest van de samenleving. Met de lezing ‘De rol van de Javaanse vrouw in de Surinaamse samenleving’ wil de Stichting Dian Dessah in samenwerking met de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI) een aanzet geven tot onderzoek naar het onderwerp. “Dit om het ons cultureel erfgoed vast te laten leggen en meer begrip vanuit de samenleving te krijgen”, geeft Edward Redjopawiro van stichting Dian Dessah aan. De organisatoren hebben drie Javaanse vrouwen die topfuncties bekleden, uitgenodigd om dinsdag in Sana Budaya presentaties te houden over het verloop van hun carrière.

Warung Suriname

Traditionele rol
De inleiders zullen de rol van de vrouw in historisch perspectief plaatsen, vanaf de contractarbeid tot de beleving in de huidige maatschappij. "Met name de traditionele rol die de meeste vrouwen innemen binnen het gezin , lijkt onbekend.
Daardoor is de beeldvorming die ontstaan is onjuist", zegt Redjopawiro. Vanwege de rol als moeder/opvoeder en de persoon die het huishouden volledig draaiende houdt, is het een gebruik dat de vrouw het inkomensgeld beheert. "Dus wanneer de man zijn salaris ontvangt, staat hij het af aan zijn vrouw. Zij zorgt er dan voor dat het gezin uitkomt met dat geld", legt hij uit.
Bij een krap inkomen is de vrouw dan vaak creatief genoeg om toch een goede maaltijd te bereiden. "Ze gaat dan bijvoorbeeld dagoeblad plukken, of groene papaja om er groenten van te maken. Ook de fijngesneden aardappelen worden op een dusdanige manier bereid dat je geen vlees meer behoeft. Al deze dingen zijn geïntegreerd in de rest van de samenleving", vindt Redjopawiro.

Rita Tjien Fooh-Hardjomohamad voor de Borobudur


Leiderschapskwaliteiten
Behalve de traditionele rollen zijn de vrouwen volgens Redjopawiro ook ondernemers en goede organisatoren. Aangezien mannen zich binnen de Javaanse traditie niet in de keuken mogen begeven, hebben vrouwen zich door hun kookkunsten ingezet voor levensonderhoud. Zo ontstonden de eerste warungs. "Tegenwoordig zijn ze uitgebreid tot full-servicecatering. De vele snacksoorten in de schappen van de supermarkten zijn het bewijs van deze ondernemende rol." Ook de rol van de dukuns (vrouwelijke natuur genezer) is het bewijs dat de vrouwen goede organisatoren zijn. De dukuns worden tijdens Javaanse feestjes aangetrokken om de vele traditionele ceremoniën voor te breiden. "Al deze rollen duiden op leiderschapskwaliteiten van de Javaanse vrouw", zegt Redjopawiro.
Eén van de inleiders is Carmen Rasam, officier van justitie bij het Openbaar Ministerie. Zij zegt haar inleiding sec als bemoediging naar de jeugd toe te presenteren. "Dat zullen de twee overige inleiders ook doen", zegt Redjopawiro. De andere is Rita Hardjomohamad van het Nationaal Archief Suriname. Het panel, waarin Redjopawiro zitting heeft met Kardi Kartokromo en Ingrid Karta-Bink, zal ingaan op vragen van het publiek. De lezing begint om acht uur 's avonds.

[uit de Ware Tijd, 03/08/2013]


donderdag 6 juni 2013

Reis Sopawiro naar Indonesië vruchtbaar






door Charles Chang

Boxel - Na een maand verblijf in Yogyakarta, Indonesië, is Sapto Sopawiro weer thuis. Nog nagenietend zit hij op een regenachtige namiddag vergezeld door gamelanmuziek op zijn veranda. Hoewel hij zijn dagelijkse ritme al enigszins heeft herwonnen, wordt hij geconfronteerd met vele telefoontjes van mensen die willen reageren op zijn reis.

De cultuurkenner heeft tijdens zijn laatste week in Yogyakarta nog enkele bijzondere momenten meegemaakt met betrekking tot de Javaanse cultuur. Dankzij een luisteraar die hem op de proef stelde tijdens een live-uitzending op Radio Republik Indonesia (RRI), kon Sopawiro meedoen aan een seminar over het wayangpoppenspel. Dit vond plaats op Museum Pendidikan Indonesia Universitas Negeri Yogyakarta, een lokale universiteit.

Sopawiro's titel luidde: wayang is ook om de leer te verspreiden. Volgens de dhalang is dit een bekende uitspraak in Suriname. "Uit de wayang kan je lering trekken, het bevat sociale, religieuze, wetenschappelijke en politieke aspecten. Daarbij benadrukte ik ook het taalaspect, want in de wayang spreekt een figuur een hogere aan in het hoog Javaans. In de praktijk gebeurt dit bijna niet meer, dat men iemand aanspreekt in het kromo inggil."

Dynamisch
Tijdens zijn inleiding verdedigde Sopawiro ook de meertaligheid in de wayang, iets wat onbekend is in het moederland. "Bij ons is de situatie anders, we leven in een multiculturele samenleving, en op zo'n manier hou ik het levend." De panelleden en vierhonderd aanwezigen in de zaal spraken hierover hun goedkeuring uit. Een video van zijn Multi-linguale opvoering, medio april in het Laaktheater in Den Haag, werd al uitgezonden in Yogyakarta.


Zijn suluk (voorzang) in het Engels en Sranan vielen daarbij bijzonder in de smaak. Het wayangpoppenspel is door de Unesco erkend en staat sinds november 2003 vermeld op de 'Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid'. In Indonesië is deze hoge vorm van de Javaanse kunst dynamisch en gaat het mee met de tijd. Onder meer komen er ook andere vormen van entertainment bij. De bekende komediant Shakirun besprak het belang van komedie bij wayang. "Als dit wordt verboden, dan worden de dhalangs brodeloos. Wayang moeten we los zien van religie, het is entertainment."

Stille loop
Kort voor zijn vertrek was Sopawiro in de studio van AdiTV en op kantoor van de Alliance of Independent Journalists te gast voor een persconferentie. In beide gevallen werden vragen gesteld over de geschiedenis van Suriname, de Javaanse immigratie, eetgewoonten, talen, leerstelsel en het dhalang zijn. Sopawiro deed mee aan een kirap brata of stille loop die werd voorafgegaan door een macapat (lees: motjopat) of voordracht van gedichten in zangvorm. Dit in verband met het 97-jarig bestaan van de kabupaten, het lokale regentschap. "Ik kreeg nog meer uitnodigingen, maar ik kon niet naar allemaal. Van sommige waren de afstanden ver."

[uit de Ware Tijd, 04/06/2013]