Posts tonen met het label Diekmann Miep. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Diekmann Miep. Alle posts tonen

dinsdag 15 april 2014

Juryrapport Miep Diekmann Thesisprijs 2014

De Miep Diekmann Thesisprijs werd uitgereikt op de vriendenmiddag van IBBY, afdeling Nederland, in het Nationaal Archief, Den Haag, vrijdag 11 april 2014
Juryleden Miep Diekmann Thesisprijs: Jant van der Weg, Coosje van der Pol en Sanne Parlevliet

Jant van der Weg-Laverman, jurylid, leest het juryrapport  
Eigenlijk is het vreemd dat er niet eerder een prijs werd vernoemd naar Miep Diekmann. Een prijs voor grensoverschrijdende jeugdliteratuur bijvoorbeeld, voor jeugdliteraire kritiek of voor vertalingen. Een prijs voor het behartigen van schrijversbelangen, of voor de promotie van het goede kinderboek. Op alle fronten van de jeugdliteratuur zijn wij schatplichtig aan de inzet van deze auteur. Niet voor niets wordt Miep Diekmann, samen met Annie M.G. Schmidt en An Rutgers van der Loeff, ook wel de ‘moeder’ van de naoorlogse jeugdliteratuur genoemd. Wie een prijs wint met deze naam tooit zich met een jeugdliteraire guirlande die verwachtingen wekt.

 De eer ging naar het jeugdliteraire onderzoek. Want naast al haar andere activiteiten was Miep Diekmann een van de eersten die zich, al in de jaren zestig, beijverde voor wetenschappelijke aandacht voor het kinder- en jeugdboek. Toen al pleitte zij voor een leerstoel kinder- en jeugdliteratuur. Ook kinderboeken moesten bestudeerd worden op de universiteit, vond zij. Alleen zo konden bijvoorbeeld critici opgeleid worden om op een gefundeerde en professionele manier jeugdliteratuur te bespreken.

De masterthesissen die werden ingestuurd voor de prijs laten zien dat het pleidooi van Miep Diekmann nog altijd zijn vruchten afwerpt. Acht literatuurtheoretische en -historische scripties van zes verschillende universiteiten in Nederland en Vlaanderen dongen mee. Jeugdboeken over de Tweede Wereldoorlog werden geanalyseerd op de beeldvorming rond collaboratie en verzet, sprookjesfiguren op leeftijd werden in een typologie geplaatst en de plaats van aandacht voor kinderliteratuur in Vlaanderen werd bepaald. Er is ecokritisch gepionierd in Vlaamse initiatieromans en er is een generatie Assepoesters onderzocht. Onderzocht is hoe dubbeltalenten hun identiteit en verleden vormgeven in autobiografische prentenboeken en hoe jonge vertellers en focalisatoren de discrepantie tussen het zien en het begrijpen van traumatische gebeurtenissen verbeelden. Bovendien is, heel toepasselijk, de betekenis van Miep Diekmann voor de jeugdliteratuur uiteengezet in een heuse biografie.

Miep Diekmann feliciteert de winnaars van de naar haar vernoemde prijs.
De onderwerpen zijn uiteenlopend, maar voor elke thesis geldt dat deze gedegen is opgezet en uitgewerkt. Alle thesissen zijn bovendien opvallend goed geschreven. We hopen dan ook van harte dat de schrijvers hun pen willen blijven inzetten voor de jeugdliteratuur.
Drie thesissen sprongen eruit. Alle drie onderscheiden ze zich door de diepgaande en creatieve analyse. Aan twee thesissen mogen we namens IBBY-Nederland een eervolle vermelding uitdelen (en daaraan verbonden een geldbedrag van 250 euro). Eén thesis krijgt de prijs (en daarmee ook nog 750 euro).

Miriam van den Nieuwenhof, Kyra Fastenau en Marloes Schrijvers
Graag geven we de eerste eervolle vermelding aan Kussen en koel water. Initiatieromans en ecocriticism van Miriam van den Nieuwenhof van de Universiteit Tilburg. Niet eerder werden Vlaamse initiatieromans vanuit een ecokritisch perspectief bekeken. Miriam van den Nieuwenhof laat mooi zien hoe in vijf jeugdromans van Marita de Sterck natuur en volwassen worden met elkaar verbonden zijn. Ze heeft een heldere schrijfstijl en bouwt haar thesis goed op. Vernieuwend vonden wij hoe zij de stedelijke omgeving in haar analyse betrekt en daarmee de definitie van ecocriticism oprekt. 

De tweede eervolle vermelding gaat naar Kyra Fastenau van de Universiteit Leiden voor haar thesis Traumatic events seen through innocent eyes. Juvenile focalisators and narrators in adult literature. Kyra Fastenau onderzocht vier romans met een kind als focalisator en verbond daarbij de narratieve theorie van Mieke Bal met Ernst van Alphens trauma theorie. Bijzonder aan deze thesis is dat zij geen kant-en-klaar model toepaste, maar op basis van bestaande modellen, begrippen en theorieën haar eigen model ontwierp. Haar heldere analyse laat zien hoe het perspectief van een kind een defamiliarizerend effect kan hebben op een volwassen lezer en daarmee het schokeffect van een traumatische gebeurtenis kan bewerkstelligen.

Miep Diekmann
De Miep Diekmann Thesisprijs 2014 gaat naar Life writing through text and image in children’s literature. A multimodal analysis of authenticity and dual address in autobiographical picture books van Marloes Schrijvers van de Universiteit Tilburg. Marloes Schrijvers onderzocht vier autobiografische prentenboeken en laat zien hoe de wisselwerking tussen tekst en beeld in deze prentenboeken wordt ingezet om het verleden en het ‘zelf’ van de auteur te construeren. Zij schroomt niet kritisch ‘in gesprek’ te gaan met andere onderzoekers en bestaande theorieën en op basis hiervan een nieuwe, eigen definitie van het concept authenticiteit te ontwikkelen. Overtuigend zet zij uiteen dat  het autobiografische prentenboek als een apart genre binnen life writing beschouwd zou kunnen worden. Marloes Schrijvers bewerkstelligt hiermee op bewonderenswaardig goed beargumenteerde wijze een uitbreiding van een genre dat momenteel sterk in de belangstelling staat, en levert hierbij ook meteen een analyse-instrument. Haar thesis laat volgens ons het beste de volwaardigheid van de jeugdliteratuur als wetenschappelijk onderzoeksobject zien. En dat is immers waar het Miep Diekmann al een halve eeuw geleden om te doen was.

De Miep Diekmann Thesisprijs werd uitgereikt op de vriendenmiddag van IBBY, afdeling Nederland, in het Nationaal Archief, Den Haag, vrijdag 11 april 2014; IBBY = International Board on Books for Young People.
foto’s © Matthijs Kamphoff


woensdag 22 mei 2013

Laudatio Miep Diekmann

Zondag 12 mei verleende de Haagse Kunstkring het erelidmaatschap aan de jeugd- en kinderboeken schrijfster Miep Diekmann (geb. 1925). In een feestelijk programma werd de schrijfster en haar werk geprezen, vooral haar betrokkenheid bij de Benedenwindse eilanden kreeg aandacht. De bevriende collegaschrijver Dolf Verroen sprak de lofrede - de laudatio - uit, die wij hierbij afdrukken.

Illustratie van Dick de Wilde in Diekmanns Marijn bij de lorredraaiers (1965)


door Dolf Verroen

In de vijftiger jaren waren kinderen geen mensen maar wezentjes die je van bovenaf moest toespreken. Ouders waren zo ongeveer volmaakt en zeker in kinderboeken mocht je dat niet in twijfel trekken. Miep Diekmann heeft daar meteen een eind aan gemaakt. Ze ging niet op haar hurken zitten, maar trok kinderen overeind. ‘Zo,’ zei ze. ‘Nu zijn we in evenwicht.’

KENAU / Miep behoort tot het soort mensen dat gevraagd of ongevraagd altijd haar mening geeft. Het duurde dan ook niet lang of Annie Schmidt noemde haar: ‘De Kenau Simonsz Hasselaar van de kinderliteratuur.’
Miep schreef, zat in jury’s en commissies, hield lezingen en schreef artikelen om schrijvers en lezers er van te overtuigen dat er geen verschil is tussen kinder- en grotemensenboeken. Er is alleen verschil in kwaliteit. Een slecht kinderboek is hetzelfde als een slechte roman.
Misschien komt het door haar jeugd op Curaçao, dat weet ik niet, maar een bijzondere eigenschap van haar is dat ze altijd geprobeerd heeft werelden bij elkaar te brengen. Niet alleen in haar kinderboeken over Curaçao en in haar jeugdromans, maar ook door het coachen van Caribische schrijvers, door de Tsjechische literatuur naar Nederland te halen en door het opleiden en enthousiast maken van jonge talenten. Ze kon als een Kenau haar zaak verdedigen, liet zich door niemand in een hoek drukken en nam het tegen iedereen op, maar wie meent dat ze dat op een respectloze manier deed, vergist zich.

Miep Diekmann en Dolf Verroen © Foto Paul Combrink


RESPECT/ Ik herinner me nog dat ik iets van haar geleerd heb, dat ik nog steeds bijzonder vind. ‘Als je een lezing houdt voor kinderen, kleed je dan zo mooi mogelijk. Dan zien kinderen dat je respect voor ze hebt.’ Het is geen bigot respect waar ze over spreekt. We moesten een keer samen optreden in een klas van een Middelbare Handelsschool of zoiets. Zo’n dertig opgeschoten jongens met weinig belangstelling voor boeken. Miep verscheen als een diva in een prachtig roodleren pak.
De jongens konden geen oog van haar afhouden en luisterden met overgave. Behalve één. Zo’n ziekerd die niet ophield. Wat Miep ook deed, hij bleef zijn koperen duit in het zakje doen. Tot Miep zei: ‘Weet je waarom hij zo’n grote bek heeft? Omdat hij zo’n klein piemeltje heeft.’
Ik hoef het effect waarschijnlijk niet te beschrijven. ‘Miep,’ zei ik naderhand. ‘Daar komt hij nooit meer overheen.’
‘Gelukkig niet,’ zei ze. ‘Zijn piemel wordt nooit groter, maar zijn bek wel kleiner.’

Leo Hamer overhandigt oorkonde aan Miep Diekmann © foto Paul Combrink


MAATPAK / Even rigoureus was Miep toen ze mij in 1976 voorstelde samen naar Suriname te gaan. Natuurlijk wilde ik niet. Mijn toenmalige man was ziek, mijn boek moest af. Er waren talloze hindernissen. Miep probeerde ze allemaal weg te werken. ‘Als je geen geld hebt, leen ik het je,’ zei ze. ‘Als je het niet terug kunt betalen, zal ik je niet lastig vallen. Maar GA, ieder mens moet één keer in de tropen zijn geweest.’
Ik liet me niet overtuigen tot ze zei: ‘Blijf maar lekker thuis.. Denk maar dat de wereld bij jouw voordeur ophoudt.’ Dan ga je natuurlijk wél. Die reis was overweldigend, onbeschrijfelijk eigenlijk. Miep en ik samen in een prauw varend door de binnenlanden, begeleid door de tamtam die onze komst aankondigde. Miep die heel veel upper class bleek te kennen, waardoor wij overal werden uitgenodigd. Elke familie wilde om strijd een partij voor haar organiseren. Miep die met mij naar de Hindostaanse kleermaker ging - ik MOEST een pak laten maken - en tegen die arme man, die het al zo erg vond dat ze in de paskamer kwam, op haar Miepmanier zei: ‘En niet zo’n ruime gulp hè, er moet wat te zien zijn.’

Miep Diekmann met John Leerdam en Roos Leerdam-Bulo


ZIJDE / Wij maakten ook een busreisje met overnachting. Haar kamergenote zei: ‘O mevrouw Diekmann, ik slaap zo slecht, ik hoop niet dat u last van mij heeft.’
‘Ik ook niet,’ zei Miep. ‘Want ik gooi je zo het ravijn in.’ De andere ochtend kwam ze gebroken aan het ontbijt. ‘Ik heb geen oog dicht gedaan. Mevrouw Diekmann heeft de hele nacht lopen spoken.’
En dan alle winkels die we afliepen om Thaise zij te kopen, die in geen jaren meer te krijgen was. ‘Weet ik,’ zei Miep. ‘Maar zo kan ik tenminste kijken wat ze wél hebben.’ En daardoor leerde ik een andere Miep kennen. Iemand die uren bezig was om cadeautjes te zoeken voor haar kinderen, neefjes en nichtjes. Voor iedereen van wie ze hield. Ik zag toen voor het eerst dat de betrokkenheid bij haar naasten, haar familie en vrienden, even groot was als haar betrokkenheid bij de literatuur.

Miep is trouw tot in de dood. Ze is een royale Kenau, ook in liefheid. Je weet hoe leuk een lid is, Miep, maar een erelid is beter. Het komt je toe. Je verdient een standbeeld.

[Ontleend aan Antilliaans Dagblad, 22 mei 2013.]

zondag 12 mei 2013

Miep Diekmann erelid van de Haagse Kunstkring

Miep Diekmann, 12 okt 1990. Foto ANP Archief

Op zondag 12 mei verleent de Haagse Kunstkring het erelidmaatschap aan Miep Diekmann. Miep Diekmann, de beroemde kinderboekenschrijfster, wordt voor het voetlicht gehaald in een feestelijk programma waarin haar werk en persoonlijkheid centraal staan. Vrienden, schrijvers, acteurs en kunstenaars zullen de 88-jarige vitale schrijfster in de Haagse Kunstkring komen eren. Natuurlijk komt zij ook zelf aan het woord en reken maar dat de maatschappij ervan langs krijgt.

Vanwege haar jarenlange, hechte band met de Antillen waar ze is opgegroeid, zal de tropische cultuur het decor vormen waarin de voorstelling zich afspeelt. Met zoete en hartige hapjes, drankjes en veel humor zorgen wij op deze moederdag in mei voor een heerlijke zondagmiddag met Miep Diekmann. Kinderen zijn welkom. En dat ze erelid van de Haagse Kunstkring zal worden, dat zullen we weten, daarom komen wij en lang zal ze leven, lang zal ze leven.... Kom Miep eren en feliciteren...


Zondag 12 mei inloop vanaf 15.30 uur, start programma 16.00 uur
Haagse Kunstkring
Denneweg 64
2514 CJ  Den Haag
Tel. (070) 364 75 85 (woensdag t/m vrijdag 11.00-17.00 uur)

zaterdag 29 december 2012

Miep Diekmann brak eigenzinnig een lans voor “De West”

Miep Diekmann bij de presentatie van Black Mamba, Boekids 2010. Foto @ Giselle Ecury



door Giselle Ecury

Ze woont aan de Zuid-Hollandse kust in een appartement met uitzicht op het strand, de zee en de soms drukke wandelboulevard. Aan de rand van de stad en toch in gezonde zeelucht. Het werkt: Miep Diekmann is al 87.

Ze hoopt nog jaren voort te kunnen, maar zegt ook: ‘Het kan opeens afgelopen zijn. Mijn halfzusje van 66, ze woont hier, in hetzelfde gebouw, heb ik gezegd zich daarop voor te bereiden. Ik ben er zelf niet bang voor, maar het is naar, hoor, iemand dood te moeten vinden.’ Ze rookt even in gedachten. ‘Het is de realiteit. Ik ben erg blij met haar. Zij helpt me o.a. met het uitzoeken van mijn kleding. Ik zie alles gedeformeerd, ook kleuren.’

Diekmann signeert Marijn bij de Lorredraaiers voor Giselle Ecury


Diekmann is echter nog altijd iemand met een scherpe kijk op de dingen. In Ogen in je achterhoofd – Een schrijversprentenboek, samengesteld door drs. Erna Staal, biografe, uitgebracht in 1998 door Het Letterkundig Museum en Uitgeverij Leopold, lees ik: “ Miep Diekmann achter haar werktafel: ‘Ik ben zo langzamerhand plat geïnterviewd. En altijd maar weer diezelfde vragen. […] Daar word ik Gallisch van.’ Gallisch wordt ze waarschijnlijk ook van de beschrijving van haar flat.” 

Gelukkig open ik ons gesprek – ieder aan een kant van diezelfde werktafel – met de opmerking, dat ik nooit interviewvragen opstel. Ik luister naar wat er juist niet gezegd wordt. Bovendien is er over Miep zo verschrikkelijk veel terug te vinden via Internet, dat ik niet in herhaling wil vallen. Hoe gaat het dus anno 2011 met haar? Je ontkomt er niet aan stil te staan bij haar flat, haar wereld vol herinneringen.
Miep Diekmann, Den Haag 2011. Foto @ Giselle Ecury

Ze woont er vanaf haar 44e alleen. Een bewuste keuze. Miep – sinds 1947 voorvechter van kwaliteitsliteratuur met diepgang voor de jeugd – vond, dat het moeilijk was dit vak te combineren met een relatie. Zij wijdde zich uitsluitend aan het schrijven en kaartte sociale onderwerpen aan, waarmee jongeren worstelden. Later kwamen ook de allerkleinsten aan bod. Zij won 5 prestigieuze prijzen in het binnen- en 5 in het buitenland. Toch was het in financieel opzicht geen vetpot. Maar vanaf het prille begin was het voor Miep een opdracht die ze toegewijd móest vervullen.
Als kind woonde ze op Curaçao. Ze las veel boeken die ze vanuit Holland kreeg, want in de winkels lag weinig interessants. Ze leende ze uit aan vriendinnetjes. Tot in 1937 een meisje met donkere huidskleur zei: ‘Ik hoef ze niet meer. Waarom moet ik van alles lezen over witte mensen?’ Dit meisje had gelijk! Miep, toen twaalf jaar, besloot dat zij hoogstpersoonlijk jeugdboeken zou gaan schrijven over kinderen uit het Caribisch Gebied en over mensen die omwille van hun sociale situatie en milieu allerlei problemen moesten overwinnen.


Met De boten van Brakkeput, over vijf politieke vluchtelingen, die onder meer geholpen worden door de scholier Matthijs, brak zij in 1956 door. Het werd een jaar later bekroond met de prijs voor het beste kinderboek door de Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek, de CPNB. Er verschenen vertalingen in acht landen, waaronder Amerika en Zuid-Afrika.
In 1957 verscheen Padu is gek, een zwarte Curaçaose jongen die vaak geplaagd wordt, totdat zijn buurmeisje hem gaat helpen. Tip Marugg vroeg haar ooit, hoe zij – immers zelf blank èn een vrouw – nou kon schrijven over een jongetje uit de kunuku? Maar vele andere, prachtig geschreven verhalen over actualiteiten en onderwerpen die de jeugd bezielden, volgden, evenzo in allerlei talen en landen.


Bevlogen hield zij overal lezingen. Na afloop kreeg Diekmann van haar jeugdige publiek vertrouwelijke vragen.
‘Ik sta in het telefoonboek,’ zei ze dan. ‘Je mag me altijd nog eens bellen.’ Wat daadwerkelijk gebeurde.
Miep kreeg ten behoeve van het jeugdboek erg veel van de grond, mede doordat ze invloedrijke mensen leerde kennen. Zij maakte hen het belang van kwaliteitsjeugdboeken duidelijk: het opbouwen van een goede woordenschat, het prikkelen van de fantasie, het kennismaken met of het leren begrijpen van andere culturen en problemen, een eerste begin om “globaal” te leren denken. Want: ‘De basis van discriminatie is een gebrek aan informatie. Overal zijn kinderen hetzelfde, maar ze moeten wel binnen een eigen politiek systeem opgevoed worden.’ Zoiets klinkt nog steeds actueel!

Allerlei onderwerpen waar een taboe op rustte, kwamen bij haar aan bod, zoals seksualiteit, aanranding, corruptie, zelfdoding en homofilie. In klare, niet mis te verstane taal. De dagen van Olim is zo’n boek.
‘Ik schreef het in drie weken. Ik slaap maar vier uur, dat is mijn geluk.’ Als ik toegeef het niet te kennen, geeft ze me direct een exemplaar. ‘Het is mijn beste, meest autobiografische boek.’  Miep was de enige die zó schreef voor de jeugd en over “De West”. Ze werd jaarlijks gevraagd om ook daar lezingen te geven, al was het “Liefdewerk, oud papier”, want ze betaalde alles zelf. 
‘Mijn band met de eilanden werd er groter door,’ zegt zij. ‘Maar op een goed moment ben ik opgehouden over de Antillen te schrijven. Ik werd er een beetje op “afgerekend”. Er werd gezegd: “Ze schrijft wel over ónze mensen.” Waarop ik antwoordde: “Doe het dan zelf! Kom ervoor uit, voor mijn part in het Papiaments.” Dan kwamen ze los. Daar kon ik zo van genieten! Want ik verstond alles, al sprak ik zelf alleen Nederlands.’ Zo coachte Miep voornamelijk vrouwen – juist zij zaten in het onderwijs – en kwam zelfs de Arubaanse uitgeverij Charuba tot stand in samenwerking met Alice van Romondt, destijds bibliothecaresse, en Liesbeth ten Houten van uitgeverij Leopold. Toen dichter/schrijver Elis Juliana haar vroeg, wat zij vond van de vrouwenemancipatie, antwoordde ze ad rem: ‘Die heb ik niet nodig gehad!’

In 1990 werd tot Mieps verdriet geconstateerd, dat zij binnen drie jaar blind zou worden. Halverwege een nieuw manuscript legde ze dit werk neer om haar ogen rust te gunnen, in de hoop totale blindheid zo lang mogelijk tegen te gaan. Het lijkt een goed besluit geweest te zijn. Zij kan – met hulp – nog steeds goed zelfstandig leven, luistert naar de radio, leest voor zover dat gaat, maar doet 15 minuten over één pagina. Ze moest meemaken, dat haar jongste zoon overleed, Jeroen Kamphoff, veelzijdig televisieregisseur, ook bekend op de eilanden. ‘Maar,’ zegt ze, ‘Ik heb er wel 58 jaar een fantastisch kind aan gehad.’ Voor haar oudste zoon, Matthijs Kamphoff, psycholoog, auteur van boeken over o.a. reïncarnatie, zette ze de deur van haar kleine appartement wijd open, toen dat nodig bleek. “Het bracht ons dichter bij elkaar.’

‘Leopold heeft de hele Antilliana-collectie eruit gegooid,’ zegt ze dan. ‘Dat is heel erg om op mijn leeftijd mee te maken. Ook wordt er niet meer over je geschreven. Dan is het net alsof je niet bestaat.’ Haar grootste wens? Een volledige biografie over Miep Diekmann. Tot dusver vertrouwde ze dit alleen de voornoemde drs. Erna Staal toe. Maar zij, nu directeur van Uitgeverij Atlas, heeft het te druk voor zo’n omvangrijk precisiewerk. ‘En ik ben wel 87,’zegt ze realistisch. Bij toeval – zij noemt het lachend Bruha – kwam Miep in contact met de met Curaçao bekende Aart Broek. Een buitenkans, waarover hij zich niet lang hoefde te beraden, hoewel zoiets niet zonder subsidies gerealiseerd kan worden. Moeilijk, in deze tijd van bezuinigen. De klok tikt. ‘Maar,’ zegt ze, ’Ik heb een ontzettend geduld.’

Ervan overtuigd dat er – ook vanuit het nieuwe land Curaçao – geld beschikbaar komt, gun ik het haar van harte dat ze het uitkomen van die biografie mag meemaken. Zij heeft, haar tijd ver vooruit, over de hele wereld zovelen kennis laten nemen van het leven in dit land. Ze verdient het. Zeker nu de discussies daarover weer oplaaien. 
‘Er is eigenlijk niet veel veranderd,’ zegt ze. ‘Telkens die schuldvraag, het hoort erbij. Men is bang voor verandering en voor verbetering.’ Even is het stil. ‘Het taalgebruik is alleen populairder geworden.’ Kijk. We blijven vóór alles auteur.

Ze begeleidt me naar het parkeerterrein. Bij de lift vraag ik: ‘Zal ík op het knopje drukken met de K van kelder?’
Miep Diekmann in 1998, ter gelegenheid van de Tentoonstelling over haar leven en werk in het Letterkundig Museum te Den Haag. Deze foto sierde een levensgrote banner, die bij de ingang wapperde. Foto: Kleindochter Amanda van Bokhorst
‘Doe dat maar. En nu we toch spellen: schrijf je wel Diekmann op z’n Duits, met dubbel N? Ten slotte ben ik ook een 4e-generatie-immigrant.’ 

maandag 13 juni 2011

Miep Diekmann bij de boekpresentatie van Black Mamba

door Giselle Ecury

In Den Haag is op 5 juni tijdens het Jeugdboekenfestival “Boekids” het eerste boek van Rosee Bentana, pseudoniem voor de in het Caribisch Gebied wonende schrijfsters en vriendinnen Christel Cosijn en Richelle van den Dungen Gronovius, spetterend gelanceerd. Deze spannende co-productie, die verscheen via uitgeverij Aquazz onder de naam Black Mamba, speelt zich af op Bonaire rondom Nikita en haar hartsvriendin, de Nederlandse Claire, die tijdelijk bij haar komt wonen op het eiland. Ze raken bevriend met een derde meisje en met drie jongens. Met elkaar beleven ze van alles.

Het boek is geschreven voor Nederlandse en Caribische jongeren die het moeilijk vinden om de overstap van jeugdliteratuur naar de literatuur voor volwassenen te maken. Humor, liefde en avontuur zijn de pijlers van deze jeugdthriller.

Inge Faasse, vriendin van de beide schrijfsters, leidde de presentatie in. Vervolgens dansten twee koppels van Salsaventura flitsend een vrolijke salsa, waarna het toegestroomde publiek, van heel jong tot ouder, maar al te graag ook even met de voetjes van de vloer ging. Na deze workshop werd een boek uitgereikt aan allebei de dames die hierin qua ritme en uitstraling uitblonken. De rust keerde weer, toen Inge een spannende passage voorlas uit het boek.

Het eerste exemplaar van Black Mamba werd ten slotte in ontvangst genomen door niemand minder dan Miep Diekmann (1925). Zij heeft in haar jeugd gewoond op het Curaçao van de jaren ’30 van de vorige eeuw en was de eerste die over de eilanden schreef, om zo de Nederlandse kinderen in contact te brengen met de overzeese gebiedsdelen, waar Miep zelf zoveel heerlijke herinneringen aan bewaart. Binnen de kinder- en jeugdliteratuur won ze vele prijzen, zoals een Gouden Griffel, de Duitse Staatsprijs en de Nederlandse Staatsprijs. Het boek De boten van Brakkeput uit 1956 werd het Kinderboek van het Jaar en betekende voor haar een grote doorbraak. In 2008 werd het prachtige Marijn bij de Lorredraaiers uit 1965 nogmaals uitgegeven. Een boek dat zich afspeelt tijdens de slavernij en dat uitstekend de geschiedenis weergeeft binnen het juiste perspectief.
Miep Diekmann is tot op heden een ongelooflijke vakvrouw gebleven. Dat zij Black Mamba in ontvangst wilde nemen, kunnen we niet anders noemen dan een grote eer voor Rosee Bentana en een goed voorteken. Daar is beslist ’s avonds een toast op uitgebracht met de eveneens uitgereikte, feestelijk verpakte fles Rosé(e)!

Klik hier voor een verslag van de presentatie op Bonaire

maandag 30 mei 2011

86-jarige Miep Diekmann breekt nog steeds een lans voor Antilliaanse jeugdliteratuur

Miep Diekmann, Grande Dame en beschermvrouwe van de Antilliaanse jeugdliteratuur, zal op 5 juni het debuut Black Mamba van Rosee Bentana in ontvangst nemen. Deze Caribische jeugdthriller wordt uitgegeven door uitgeverij aquaZZ. De overhandiging
vindt plaats tijdens het 10e Boekids Literaire Jeugdfestival op de Lange Voorhout te Den Haag.

Miep Diekmann werd geboren op 25 januari 1925 en schreef tijdens haar 50-jarige schrijfcarrière o.m. ruim 70 kinder- en jeugdboeken. Zij won vele literaire prijzen waaronder de Kinderboekenprijs (later de Gouden Griffel), de Nederlandse Staatsprijs voor kinder- en
jeugdliteratuur en de Nienke van Hichtumprijs. Ze coachte Antilliaanse auteurs als Sonia Garmers en Diana Lebacs, Richard Piternella, Frances Kelly, Desiree Correa en Josette Daal. De belangrijkste thema's in haar jeugdboeken zijn de ontdekking van de eigen identiteit en de groei naar volwassenheid, een thema dat ook Black Mamba kenmerkt.

Presentatie en interview Boekids Literair Jeugdfestival: Inge Faasse.
http://www.youtube.com/watch?v=EqoW6Zg-XcA&feature=share
Deze link leidt naar een vijftal korte filmpjes met unieke beelden uit het archief van Miep Diekmann tijdens de jeugdjaren die zij op Curaçao doorbracht. Zij woonde destijds op Fort Oranje, het is daar begonnen dat zij wilde schrijven over de dingen die haar opvielen.

Big Bang Express BV
www.bigbangexpress.com
www.hetmanuscript.org
www.roseebentana.com

Foto van Miep Diekmann: @ Mylène Siegers