Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen

maandag 2 december 2013

In de rij voor een historische 'krabbel'

door Rose-Marie Maître

Paramaribo - Ter gelegenheid van de tweede druk van zijn boek André Loor vertelt…Suriname 1850-1950 heeft de historicus zondag exemplaren van zijn boek gesigneerd in Vaco.

Bij de eerste druk waren er drie signeersessies gepland. Echter waren de boeken binnen vijf dagen uitverkocht, waardoor een geplande signeersessie uitviel, vertelt uitgever Audrey Hoogenboom van Vaco.

Christine Waterval aan de beurt bij echtpaar Loor in boekhandel Vaco waar zondag een signeersessie is gehouden. Foto: Jason Leysner 


Vanaf 22 november ligt de tweede druk in de winkel. Volgens Hoogenboom hebben sommige klanten tot zondag gewacht, zodat zij meteen een 'krabbel' van Loor konden krijgen.

In het boek zijn verhalen opgenomen met oude foto's uit Suriname. Bij Christine Waterval wekken die nostalgie op. "Het doet je terugdenken aan vroeger. "Het boek heeft zij vooral gekocht voor haar leergierige dochters en "om voor de toekomst te bewaren." Een jongeman houdt de winkelzak waarin zijn boek zit, stevig vast. Hij is de rij al doorlopen en kijkt nog in de winkel rond. Hij wil zijn naam niet melden maar geeft wel door dat hij geïnteresseerd is in geschiedenis en benieuwd is naar de verhalen achter de foto's van plantages die in het boek voorkomen.  


[uit de Ware Tijd, 02/12/2013]

vrijdag 28 juni 2013

Verbeelding Nederlandse slavernijgeschiedenis

Tentoonstelling bij Bijzondere Collecties UvA

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat in de Nederlandse koloniën de slavernij werd afgeschaft. Met de tentoonstelling Slavernij verbeeld sluiten de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam aan bij de officiële herdenking van het Nederlandse slavernijverleden. De tentoonstelling schetst een historisch beeld van de slavernij in West-Indië, met name in de voormalige kolonie Suriname.

De tentoonstelling geeft een indrukwekkend beeld van de slavernij in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw in Nederland en Suriname. De geschiedenis van de slavernij wordt zichtbaar aan de hand van unieke kaarten, boeken, manuscripten, documenten, prenten en andere objecten uit de Bijzondere Collecties van de UvA. Dit materiaal maakt deel uit van de omvangrijke collectie over de geschiedenis van Suriname en West-Indië van de UvA. Het is aangevuld met belangrijke bruiklenen uit andere openbare en particuliere verzamelingen.

Vrije 'zwarten' (Benoit, 1839)


Uit de rijke particuliere collectie van Kenneth Boumann komen onder meer een schitterend exemplaar van de beroemde Voyage à Surinam (1839) van Pierre Jacques Benoit en een ivoren beeldje van een bevrijde slaaf met verbroken ketenen, door Boumann ‘Sjorie’ (George) genoemd. Een pronkstuk uit de Bijzondere Collecties is de Algemeene kaart van de Colonie of Provintie van Suriname uit 1737, waarop de honderden plantages langs de rivieren zichtbaar zijn. Aansprekend is ook het schilderij van het fort Elmina, voor de kust van het huidige Ghana, afkomstig uit het bezit van de laatste gouverneur van deze Nederlandse kolonie. Het schrikwekkende beeld dat de beroemde Engelse graveur William Blake van de behandeling van Surinaamse slaven schetste is te zien in fel-realistische etsen.


                                   
Ivoren beeldje van een bevrijde slaaf met gebroken ketenen, door Kenneth Boumann ‘Sjorie’ (George) genoemd. Mogelijk gebruikt als knop op een wandelstok, vermoedelijk eerste helft negentiende eeuw. Collectie Boumann.


De tentoonstelling, mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Mondriaan Fonds, is samengesteld door de gastconservatoren Carl Haarnack, particulier verzamelaar en bekend van zijn blog Buku – Bibliotheca Surinamica, Elmer Kolfin, kunsthistoricus bij de Universiteit van Amsterdam, en historicus Dirk J. Tang.

Raymanns keuze
Een bijzondere bijdrage aan de expositie leveren Jörgen Raymann en zijn dochter Melody, studente geschiedenis aan de UvA. Zij presenteren Raymanns keuze: een selectie van tien spraakmakende objecten uit de tentoonstelling die in een compilatie van video-interviews worden toegelicht. Daarvoor bezochten zij de verzameling van Kenneth Boumann. Ook gingen zij de straat op om Amsterdammers te bevragen over hun kennis over het slavernijverleden.

Publicaties
Bij de tentoonstelling verschijnt de publicatie Slavernij. Een geschiedenis (Walburg Pers) van de hand van Dirk J. Tang. Hij schetst de lange wordingsgeschiedenis van slavernij en slavenhandel, hoe deze zich over de wereld verspreidden en uiteindelijk moeizaam verdwenen.
Ook verschijnt een themanummer van het tijdschrift De Boekenwereld (Vantilt / Bijzondere Collecties UvA), met onder meer bijdragen van Kenneth Boumann en Carl Haarnack.

Banierententoonstelling
Parallel aan de expositie bij de Bijzondere Collecties is in de Amsterdamse Openbare Bibliotheek een banierententoonstelling te zien, die daarna op reis gaat langs een aantal grote openbare bibliotheken in Nederland. In tien banieren wordt een beknopt historisch overzicht geboden van de geschiedenis van de slavernij. Een tweede reeks banieren toont Raymanns keuze, met persoonlijke teksten van Melody Raymann. Op www.bibliotheek.nl wordt een ‘digitale etalage’ ingericht met aanvullende informatie over het slavernijverleden.

‘Ik ben bijzonder gelukkig met de steun die we hebben gekregen van het Sector Instituut Openbare Bibliotheken en van NBD Biblion om met deze banierententoonstelling ook een jonger en breder publiek aan te spreken’, zegt Garrelt Verhoeven, hoofdconservator Bijzondere Collecties. ‘Het papieren erfgoed van het slavernijverleden dat wij beheren weerspiegelt een belangrijk deel van onze geschiedenis; het vertelt een verhaal dat iedereen moet kennen.’

Tentoonstelling Slavernij verbeeld
16 juni t/m 22 september 2013

Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam
Oude Turfmarkt 129 (Rokin)
Open: di–vr 10–17 uur en za–zo 13–17 uur

www.bijzonderecollecties.uva.nl

Publicatie Slavernij. Een geschiedenis
Dirk J. Tang
224 pagina’s, genaaid gebonden, rijk geïllustreerd in kleur, € 34,50
Walburg Pers, ISBN 978-90-5730-905-2
verkrijgbaar in de boekwinkel van de Bijzondere Collecties en via de webwinkel op: https://bijzonderecollecties.hexspoorwms.nl


Aanstaande maandag 1 juli een bijzondere Keti Koti: het is dan precies 150 jaar geleden dat de slavernij in de Nederlandse kolonien werd afgeschaft. Voor die gelegenheid is de tentoonstelling Slavernij Verbeeld bij Bijzondere Collecties de hele dag (10 - 17 uur) geopend én gratis toegankelijk.

Om 13 uur verzorgd Dirk Tang, een van de samenstellers, een rondleiding op de tentoonstelling. I
Iedereen welkom dus aan de Oude Turfmarkt 129!

zondag 17 maart 2013

Asiento! (2)

De slavernij van de Oudheid tot nu

door Fred de Haas

Eumaios
Griekenland
In de Odyssee van de in de 8e eeuw B.C. schrijvende dichter Homerus (boek 15, 403-484) komen we de loyale varkenshoeder Eumaios tegen, de koningszoon die door een speling van het lot ooit als slaaf werd verkocht aan de vader van Odysseus. De emotie van Eumaios als hij Odysseus herkent, geeft aan dat hij - toen Odysseus nog thuis was - niet al te zeer geleden had onder zijn status als slaaf. Volgens Homerus, tenminste…
De - ook in de Oudheid - talloze oorlogen leverden de strijdende partijen massa’s krijgsgevangenen op (mannen, vrouwen en kinderen) die op ruime schaal als slaven werden ingezet. Het is bekend, dat de Atheense economie draaide op slavernij. De Atheense burger had daardoor zoveel vrije tijd (Grieks: ‘scholè’ =  ‘school’), dat juist daardoor de Atheense cultuur tot fabelachtige hoogte kon rijzen.
Hoofd van Aithiopos (Afrikaan) uit de oostelijke Peloponesos

In de Peloponnesische oorlogen tussen Athene en Sparta in de 5e eeuw v.Chr. werden door beide oorlogvoerende partijen vrouwen, kinderen en krijgsgevangenen als slaaf verkocht. Tijdens de Romeinse expansie in de eerste eeuwen voor onze jaartelling werden grote aantallen mensen tot slavernij gebracht. Na de tweede Punische Oorlog (2e eeuw v.Chr.) werden er veel slaven geïmporteerd in Italië. Ze hadden de belangrijke taak de Romeinse economie op gang te houden (wijnbouw, veeteelt, olijven).
Wat de behandeling van de slaven betreft, er waren bepaalde grenzen die een eigenaar niet mocht overschrijden. Hij mocht niet zomaar een slaaf doden. Maar hij mocht ze, bijvoorbeeld, wel brandmerken. In de Wetten van Plato (een sociaalfilosofisch werk uit de 4e eeuw v.Chr.) werd vastgelegd dat slaven geen onrecht mocht worden aangedaan, maar dat ze wel harder gestraft moesten worden dan vrije burgers.

Rome
In het Romeinse recht waren er talrijke regels die de slavernij regelden. Het Romeinse recht ging terug op de Lex Duodecim Tabulae (Wet van de 12 Tafelen) uit de zesde eeuw v.Chr. en op een groot aantal wetten die bijeen waren gebracht tijdens de regering van Justinianus halverwege de zesde eeuw na Chr. , een soort Burgerlijk Wetboek dat sinds de 16e eeuw ‘Corpus Juris Civilis’ is gaan heten.
Romeinse slavenmarkt

In dat Romeinse recht werden slaven beschouwd als roerende goederen. Ze waren eigendom van de koper. Binnen het Romeinse recht was het mogelijk dat slaven konden klagen bij officiële instanties als ze slecht werden behandeld, maar het was onmogelijk voor een slaaf om zelf een rechtszaak aan te spannen.
Slaven konden een ‘slavenhuwelijk’ aangaan, maar dat had geen rechtsgeldigheid. Ook konden ze wat kapitaal vergaren dat echter onderdeel bleef vormen van het vermogen van de eigenaar. Met dat kapitaaltje konden ze zich ook vrijkopen.
De koop en verkoop van slaven was in het Romeinse recht goed geregeld. De verkoper was verplicht om gebreken van de slaaf bij de verkoop te melden, bijvoorbeeld op een bord dat de slaaf om zijn nek kreeg tijdens een verkoop op de markt.

Romeinse prostituee
Slaven werden te werk gesteld als bedienden in de huishouding of als arbeiders in de land- en tuinbouw. Ze werkten op het land met de andere knechten. Als de baas afwezig was dan werden ze in de gaten gehouden door een opzichter die ook uit de slavenklasse afkomstig was.
Ook oefenden ze allerlei ambachten uit. Vrouwelijke slaven werden ook tot prostitutie gedwongen. Syrische slavinnen werkten vaak als weefsters. Slaven en slavinnen werden ook ingezet bij de opvoeding van de kinderen. Soms kregen ze verantwoordelijke functies (in Athene werkten Skythische slaven als politieagent).
Slaven die in een huishouden werkten, hoorden tot de „familia“ en werden gewoonlijk goed behandeld. Veel families hadden zelfs een speciale ‘paidagogos’  (‘paedagogus’), aan wie de opvoeding van de kinderen was toevertrouwd. In het Rome van de Keizertijd zijn er tal van voorbeelden van slaven die in de ambtenarij verantwoordelijke posities innamen en soms de vertrouweling en adviseur van hun hooggeplaatste meester waren.

Slaven werden ook af en toe vrijgelaten, maar moesten dan vaak tot hun dood diensten blijven verlenen aan hun vroegere eigenaar. Zij kregen de status van (geadopteerde) zoon of dochter.
In de Oudheid waren er niet veel slaven die vluchtten. Waar moesten ze naartoe? Als ze werden gepakt gingen ze terug naar hun eigenaar of werden aan het kruis genageld. Geen aanlokkelijk vooruitzicht. Maar soms ging het mis en konden ze hun vernederende situatie niet langer verdragen. Dat was de oorzaak van de slavenopstanden tussen 140 en 70 v.Chr.

Slaven in Byzantium


Byzantium
In het Byzantijnse Rijk werd slavernij ook als iets gewoons ervaren. Het moet worden gezegd dat de oude Kerkvaders predikten dat er fatsoenlijk moest worden omgegaan met slaven en dat hun geen onrecht mocht worden aangedaan. Zij stonden ook toe dat kloosters slaven opnamen en beschermden die door hun eigenaren gedwongen werden tegen hun geweten in te handelen.
Centra van slavenhandel waren Konstantinopel (Istanbul) en de Krim (Zuid-Oekraïne).
De slavernij bleef als instelling nog wel bestaan tot in de 15e eeuw. De mogelijkheden tot vrijlating werden echter steeds ruimer, ook onder invloed van de Kerk.

[wordt vervolgd] 

woensdag 27 februari 2013

Racism: A History


The Conciiliation, Australian, colonial oil painting by Benjamin Duterrau (circa 1840; Tasmanian Museum and Art Gallery Hobart.) Zie het commentaar van Margaretta Pos onder aan dit bericht.

“Africans are items for trade”. Dat zegt James Walvin, hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van York in de serie ‘Racism – A History’. Is de economie ook de drijfveer achter racisme? De driedelige BBC-serie onderzoekt de oorsprong en gevolgen van racisme wereldwijd door de eeuwen heen. Vanaf woensdag 27 februari, wekelijks op Holland Doc 24. 

Aflevering 1: The Colour of Money

De eerste aflevering onderzoekt de opvattingen over menselijke verschillen in de geschriften van de belangrijkste filosofen en historici uit de geschiedenis: van Aristoteles tot Immanuel Kant. Welke gevolgen heeft het Oude Testament gehad voor de ontwikkeling van het idee van 'ras' in Europa? Het programma toont ook de oorsprong van racisme in de geschiedenis van de slavernij en de vestiging van Europa’s eerste kolonies in Amerika. 

Slavernij bij de Romeinen


Aflevering 2: Fatal Impact

De aflevering 'Fatal Impact' concentreert zich op racisme als wetenschap. Gezien als een geloofwaardig wetenschappelijk concept om theorieën aan te verbinden, uitgevonden in de 19e eeuw. Met dergelijk pseudo-wetenschap werd ondertussen de weg vrijgemaakt voor het principe van 'raciale hygiëne', een van de ideeën die zouden dienen om genocide in de 20e eeuw te rechtvaardigen, met name de Holocaust. 

Schedelmeting


Aflevering 3: A Savage Legacy

De derde en laatste aflevering onderzoekt de gevolgen van racisme in de 20e eeuw. Met aandacht voor de raciale slachtingen in Belgisch Congo, maar ook voor de geïnstitutionaliseerde vormen van racisme zoals uitgedrukt in de apartheid van Zuid-Afrika en de rassenscheiding op scholen en bij sociale voorzieningen in Amerika. En wat is er veranderd vandaag de dag?

Missionering in de Congo


Uitzending aflevering 1:
Wo 27 feb 2013 - 20.26 uur
Do 28 feb 2013 - 08.52 uur
Vr 1 mrt 2013 - 17.00 uur


Margaretta Pos uit Hobart schrijft ons over de bovenste afbeelding van een schilderij:


The image beneath the heading of this post about a BBC series, has a  caption beneath: "Africans are items for trade." They are not  Africans, they are Tasmanian Aborigines. This is an Australian
colonial oil painting by Benjamin Duterrau, called The Conciliation. It was painted circa 1840 and hangs in the Tasmanian Museum and Art  Gallery in Hobart. (Indeed, if you look carefully, you can see a  kangaroo in the painting).

Duterrau was born in London of Huguenot descent. He arrived in Van Dieman's Land, as Tasmania was then called, in 1832 aged 65, and spent  the next ten years depicting Aborigines. His most famous painting is  The Conciliation.

The subject of it was Methodist preacher George Augustus Robinson's mission to persuade surviving Aborigines to leave Tasmania for  Flinders Island in Bass Strait. The picture is of Robinson in the centre of a group of Aborigines, with two dogs and a kangaroo together  to suggest harmony. (There were no dingos in Tasmania, as on mainland  Australia). The removal of the Aborigines was a disaster - most died on Flinders Island and the settlement was abandoned.

I don't know how this painting came to represent the African slave  trade, but I hope you will add a rider to the post to correct it.

maandag 25 februari 2013

De dokwerker

Kranslegging bij het beeld voor de dokwerker ter herdenking van de Februaristaking, op 25 en 26 februari 1941

zondag 28 oktober 2012

Race, Degradation and Apathy in the Netherlands

by Shantrelle Lewis

Shuffering and Shimiling: Race, Degradation and Apathy in the Netherlands

Only Decent People
Still from the film Alleen Maar Nette Mensen (Only Decent People).



On December 19, 2011, Jackie, a popular Dutch lifestyle magazine ran a piece entitled “NiggaBitch.” It was then translated anonymously and sent to Parlour magazine, who uploaded the English-translated article in its entirety. In reaction, mass international outrage ensued. The article suggested that Dutch parents could opt to dress their daughters in the ghetto fabulous style of the so-called “ultimate niggabitch,” Rihanna, who reigned supreme with her “ghetto ass.”   However, parents were warned that once dressed this in this manner, their little princesses turned niggabitches, would probably get into fights at daycare. [Yes, it’s ok. You have my permission to insert the appropriate WTF? here.]

Many people internationally, particularly in the U.S. wondered exactly how a magazine, especially one run by women, would have the audacity to publish such an offensive piece.

Was the Jackie office political correctness alarm broken that day? Most of us (decent people) were bewildered and straight flabbergasted. Verbal sentiment can’t accurately describe what many people experienced around the world upon reading the use of what writer Ayana Byrd referred to as “the vilest combination of words that you can call a black woman.” Then after Eva Hoeke, Jackie’s then Editor-In-Chief, was forced to resign, she went on to say that the whole situation was blown out of proportion, intended as a joke and also that it was a blessing in disguise.

Rihanna

This incident, which ended in Rihanna not so politely telling the editor how she felt about being called out her name, was appalling to many. It was also a wake up call of sorts or rather an introduction to the world of race and existence of racism in the Netherlands. Ironically, this incident occurred only a few weeks after the world was shocked by the footage of activist/artist Quinsy Gario, being dragged in the street and pepper-sprayed by police for wearing a shirt that said “Zwarte Piet is Racisme.”

Yes, good ole’ Zwarte Piet. Zwarte Piet “Black Pete” who is the ignorant, docile yet jolly servant of Sinterklaas, the Dutch-ified version of St. Nick, who goes around town on a horse accompanied by his “black” slave, I mean helper. The cherry on the top of this wonderful Dutch Christmas tradition, is that annually, during the last couple of months of the year, white people get to play dress up, as Black people. They blacken their faces in good-ole minstrel show fashion, with face paint called “negro.” They accessorize their newfound color with afro-wigs atop their heads, ruby red lipstick and gold hoop earrings. They then shuck and jive their way out of their homes to spread joy to all of the little good girls and boys who wait anxiously for their arrival and the treats that they bear. This is not some antiquated tradition that went out of style with minstrel shows and apartheid. This racist celebration still exists, today…as in 2012, as people gear up for this year’s Sinterklaas holiday celebrations.

For years, the Netherlands has been painted as a multi-cultural society where “tolerance” rules supreme. Let the Dutch tell it, there is no racism. Race and racism, according to the Dutch, are pre-occupations and problems of the U.S. and Americans, not Holland. Until recently, I barely knew that there existed a sizeable Black population in the Netherlands, thanks to the recent mass migration of Dutch Caribbean people, let alone a problem with race and racism.

Prior to me attending a screening of Alleen Maar Nette Mensen, which translates as Only Decent People, I had already been introduced to both the blatant and subtle white supremacist arrogance of the Dutch. However, nothing I had experienced via cinema or popular culture in my adult life, not even the worst of ignorant Black movies or 2Chainz videos could have adequately prepared me for the hour and half of pain I had to endure during the press screening of Only Decent People, a film based off of Robert Vuijsje’s best-selling book that actually went into dozens of editions of print prior to being made into a commercial film.

There are so many problematic issues with the production of Only Decent People, that it’s hard to condense them into a few statements. However, for the sake of clarity and contextualization, I will do my best to accurately describe the movie. To start, every single negative characterization of the Black woman as a hyper-sexualized being, loathed by all, even herself, was perpetuated. Scene after scene, all of the Black female characters were, for lack of a better word, beasts. They were all dehumanized creatures with the same exaggerated obese body type (with the exception of one who looked anorexic and was about to have a train run on her). They also performed, behaved and had sex while on their knees, sniffing people, growling and making animalistic noises. In other words, the Black women characters in Only Decent People were a present-day example of Saartjie Baartman redux.

Most Racist Offensive Scene Example#1: After the white Jewish lead character has found Rowana, his ghetto girl with her ghetto ass, he goes to her house the next day, where he is introduced to her brothers, two children and mother and then goes to the next room. They then start having sex wildly and loudly, meanwhile the family continues business as usual despite the amount of yelling that’s happening. I should probably add that before they engage in intercourse, Rowana sniffs him and growls like an animal while she’s crawling around on her knees. Oh, I should also mention that in this scene her breasts are flying everywhere including to the moon and back (because she’s mostly nude on camera) and she is “riding” him so hard that the bed starts to create holes in the floor.

Most Racist Offensive Scene Example #2: Perhaps the most dehumanizing scene of them all, entails the white Jewish character following his Black girlfriend’s cousin to an apartment complex in the Bijlmer (which in real life, is an apartment complex named Heesterveld that is the home of a community of young and emerging artists, many of whom are of African and Dutch Caribbean descent).  For the sake of brevity I’ll skip the circumstances that led them there. What happened once they reached the apartment left my mouth agape. The woman, who never speaks, not a single line during the three to four scenes in which she is on screen, leads the two men into the basement of her apartment complex, with her small child still in his stroller. Once inside the storage room, she bends over, the Black man strips down her pants and penetrates her from the back. He then asks the white Jewish character, what he’s waiting for and hands him a condom. In the following scene, the woman is bent over as the Black man enters her from behind and she performs oral sex on the white guy, all while in the presence of her 3-year old son. Did I mention that this film is rated 12+ which means that children age 12 and older are allowed to watch the movie in its entirety in theaters?

Verder lezen: klik hier

Shantrelle P. Lewis

Shantrelle Lewis (Caribbean Cultural Center, New York) werkt gedurende een aantal maanden in Nederland ter voorbereiding van een tentoonstelling over The Dutch Caribbean. Zij ontving de pestigieuze 2012 Curatorial Fellowship van de Andy Warhol Foundation. Lewis zal ook de voormalige Nederlandse Antillen en Suriname bezoeken.

In preparation for the fall 2015 exhibition Negotiating Identity: The Space Between Assimiliation and Resistance in Contemporary Dutch Caribbean Diasporan Art, curator Shantrelle Lewis will investigate the ways in which geopgraphy, language, cosmology, slavery, colonialism, independence and migration have shaped the identities (and the art practices) of artists in the Dutch caribbean diaspora, which encompasses Aruba, Curaçao, St. Maarten, Suriname and the Netherlands (including Bonaire, Saba and Sint Eustatius), perhaps due to a combination of language barriers and physical remoteness, there has been very little contemporary art scholarship that connects activitivity in the Dutch caribbean to larger conversations about the African diaspora in the Western hemisphere. Lewis will travel to the Netherlands for an extended stay during which she will make studio visits, identify artists for the exhibition and meet with art historians and scholars to identify essayistst and topics for the exhibition's catalogue. The curator will travel to the Dutch Caribbean islands and Suriname to meet local artists, curators and scholars and to visit institutions such as Ready Tex Gallery (Suriname) and Institute Buena Vista (Curaçao). Lewis will document her meetings with videotaped interviews that will later be edited into a mini-documentary.

maandag 1 oktober 2012

Het district Nickerie (1923)


Het district Nickerie.  Geographische aantekeningen en geschiedkundig overzicht. Met kaarten. Door A.A. Heckers, hoofd eener openbare school te Paramaribo. Stoomdrukkerij H. van Ommeren. Paramaribo, 1923.
Ik begin mijzelf misschien te herhalen maar ik kan het niet genoeg benadrukken: vooroorlogse boeken die in Paramaribo gedrukt zijn per definitie zeldzaam. Dit boekje kwam ik  in de afgelopen dertig jaar slechts twee keer tegen. Adolf Albert van Heckers (Paramaribo 1856-1939) was van 1890 tot 1899  hoofd van de Openbare School op de hoek van Oranje Nassaustraat en de Westkanaalstraat in Nickerie. Hij wilde als jongeman onderwijzer worden maar daar bestond toen geen opleiding voor. Door zelfstudie en privé-lessen moest hij zich op examens voorbereiden. In 1899 opende hij in Paramaribo een nieuwe openbare school de Oranje-school waar aan hij tot zijn pensionering in 1926 verbonden zou blijven. Van Heckers was ook een voortreffelijk muzikant. Hij speelde viool in het orkest van Helstone. Hij trouwde met Jane Elisabeth Frances Wilson en kreeg met haar drie kinderen. Over Nickerie is maar weinig geschreven. Van Heckers, gaf zijn boek uit onder de naam A.A. Heckers (‘van’ liet hij achterwege).
Nickerie verdient een grotere plek in de geschiedenis van Suriname, zo schrijft Heckers in zijn voorwoord. Met veel liefde voor de streek schrijft Van Heckers over de natuurlijke gesteldheid, de oorsprong van de naam Nickerie en haar geschiedenis. Hij verwijst daar regelmatig naar bestaande literatuur. Kort nadat Suriname onder Engels protectoraat was gekomen trokken rond 1800 Engelse en  Schotse planters uit Greneda, Berbice en Barbados, met hun slaven,  naar Nickerie. Daar werden koffie- en katoenplantages aangelegd. Over de slaven schrijft de auteur dat zij beter behandeld worden dan de slaven in ‘de Oude Kolonie’ (Suriname). Zij bezaten ‘eene zekere mate van beschaving’. Van Heckers haalt een aantal voorbeelden aan van de ‘goede gezindheid van de planters van Nickerie jegens hunne slaven’. Zoals James Balfour, eigenaar van drie mooie plantages waaronder Waterloo en meer dan 700 slaven. Toen hij overleed had hij zijn nalatenschap in vele legaten onder zijn slaven verdeeld. Zijn dochter, een mulatin, die hij bij één van zijn slavinnen had verwekt, kreeg een aanzienlijk vermogen.
Van Heckers boek geeft een interessant inkijkje in de geschiedenis van Nickerie. Hij is een geboren onderwijzer die ons streng maar liefdevol bij de hand neemt om ons ‘het eigene’ te leren waarderen. Van Heckers is één van de eerste Creoolse geschiedschrijvers die Suriname heeft voortgebracht en alleen daarom al verdient hij een plekje in onze geschiedenisboeken.
Carl Haarnack

zondag 15 juli 2012

Twee boeken over Aruba in de Tweede Wereldoorlog


Twee boeken van Adolf (Dufi) Kock over gebeurtenissen nabij Aruba in de Tweede Wereldoorlog: over het tot zinken gebrachte Duitse vrachtschip Antilla en over een torpedo bij de ontmanteling waarvan vier militairen omkwamen. De tekst is in het Papiamentu en Engels.

Historia di Telefon Aruba



Bill E. Tromp, Historia di telefon Aruba: e prome 50 aña di telefon local. [red. general: Lelicia Tromp; corr. red. i grammatical: Yolanda Croes]. [S.l.] : [s.n.], 2010. – 147 p. : foto's : 31 cm.

Historia di Savaneta

Historia di Savaneta. Unda nos historia a principia [De geschiedenis van de wijk Savaneta: de oorsprong van onze geschiedenis] van Adolf (Dufi) Kock gaat over de ontstaansgeschiedenis van Savaneta en de rol die deze wijk tot op heden speelt in de ontwikkeling van Aruba. In Savaneta zetelde de eerste regeringscentrum geleid door de commandeurs in opdracht van het Koninkrijk der Nederlanden. De commandeurs waren hoge militairen uit de zeemacht die de administratieve zaken op het eiland regelden. Met het vertrek van de commandeurs is de regering ook verschoven naar Oranjestad. Het boek beschrijft de ontwikkeling van Savaneta gedurende verschillende momenten in de geschiedenis.

Papiamento | paperback | 166 pagina's | Editorial Charuba | 2010 Prijs: 22,50€

dinsdag 26 juni 2012

Onderzoek naar Amsterdamse slaveneigenaren

Historicus Dienke Hondius van de Vrije universiteit is in samenwerking met haar studenten en het Amsterdamse Stadsarchief bezig met een onderzoek naar een substantiële groep slaveneigenaren die zich ten tijde van de afschaffing van de slavernij niet in de kolonies, maar in Amsterdam bevonden.
Veel slaveneigenaren woonden niet op dezelfde plek als hun slaven in Suriname en de Antillen, maar lieten hun zaken regelen door vertegenwoordigers. Die afwezige eigenaren vormen een heel interessante groep: zij brengen de slavernijgeschiedenis, meestal gezien als iets dat ver weg en lang geleden heeft plaatsgevonden, terug in het hart van de Europese steden. Het onderzoeksteam onder leiding van Dienke Hondius geeft inzicht in de Amsterdamse connecties met de slavernij door middel van een kaart, die zij op basis van hun onderzoek ontwikkelden.


Slaveneigenaren in Amsterdam 1863 weergeven op een grotere kaart

Meer op de website van het Stadsarchief. Momenteel is men bezig met de voorbereidingen op een website en presentatie die volgend jaar te bezichtigen zouden moeten zijn. 

zaterdag 7 april 2012

Een eeuwige omstrengeling

[Van Hans Buddingh's Surinaamse geschiedenis verscheen net een nieuwe editie; een oudere, die van 1995, werd door Hugo Pos besproken in NRC Handelsblad, een recensie die we hier graag nogmaals laten zien.]

door Hugo Pos

Rodica en Dodica waren aan elkaar gebonden zo heeft de vroedvrouw ze gevonden Deze versregels uit Paul van Ostayens 'Rijke armoede van de trekharmonika' hadden als motto kunnen dienen voor het boek van Buddingh', redacteur van NRC Handelsblad. Want van het begin af, als de Zeeuwse admiraal Abraham Crijnssen in 1667 Suriname op de Engelsen verovert, tot op de dag van vandaag zijn Suriname en Nederland onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Daar helpt geen lieve moedertje, geen onafhankelijkheidsverklaring, geen inhouden van de ontwikkelingshulp meer aan.
Dat is de conclusie waartoe Buddingh' na 375 bladzijden komt: ,,Het is in elk geval een illusie te veronderstellen dat Nederland en Suriname zich uit hun omstrengeling zouden kunnen losmaken. De gemeenschappelijke geschiedenis en de aanwezigheid van de helft van de Surinaamse bevolking in Nederland maken dat onmogelijk.''

Het boek is in chronologische volgorde geschreven en begint, hoe kan dat ook anders, met een beschrijving van de door Indianen bewoonde Wilde Kust. De strijd tussen Caraïben en Arowakken was nog volop gaande toen de Engelsen er voet aan wal zetten en een begin maakten met de kolonisatie van het land. De Engelse planters kregen aanvulling door de komst van Portugese joden, die hun suikerplantages in Noordoost-Brazilië hadden moeten verlaten na het vertrek van Johan Maurits van Nassau, als de Portugezen het land in bezit nemen.

Al gauw worden de Indianen, met wie vrede wordt gesloten, vervangen door negerslaven uit West-Afrika. Na de komst van Crijnssen trekken de Engelsen weg en wordt Suriname een Nederlandse kolonie.

Octrooi
De bestuursvorm voor Suriname week af van die voor de bezittingen in Azië. Daar had de Verenigde Oostindische Compagnie het absolute monopolie. De handel op Suriname was voor iedere ingezetene van de Republiek vrij. En de inspraak van kolonisten in het bestuur was uniek. Het octrooi van 1682, de eerste 'grondwet' van Suriname, plaatste Suriname in staatkundig opzicht ver boven andere koloniën. Daarin school tegelijk het risico van conflicten.

Van de talrijke gouverneurs, die in de loop der jaren Suriname hebben bestuurd, springen er twee uit: Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck en Jan Jacob Mauricius. Beiden hebben, bekwaam als ze waren, het onderspit moeten delven door de voortdurende oppositie van de planters, die het voor het zeggen hadden in het hof van Politie.

Van Sommelsdijck werd in 1688 door muitende soldaten gedood. Mauricius moest na talloze aantijgingen door de samenspannende planters in 1751 naar de Republiek terugkeren. Het geharrewar tussen gouverneurs en de 'plantocraten' blijft een constant patroon, maar door de grote Amsterdamse beurscrisis van 1773 verandert de situatie.

Administrateurs gaan de plaats innemen van de eigenaars die in Nederland verblijven. En dat bracht met zich mee dat de behandeling van de slaven en de grond er niet beter op werd, aangezien het deze heren er om te doen was om zo spoedig mogelijk rijk te worden.

Buddingh' wijdt veel aandacht aan de behandeling en de economische betekenis van de slaven en laat telkens zien hoe de getalsverhoudingen in de kolonie tussen blanken en zwarten waren, met daartussenin een steeds groter wordende groep licht gekleurden. Slaven, schrijft hij, waren tenslotte kapitaal dat uiteindelijk was afgeschreven. De oorlogen en daarop volgende vredesverdragen met de Marrons, de weggelopen slaven, die zich in het binnenland tot stammen hadden verenigd, komen uitvoerig aan bod.

Het bekendst zijn de latere Boni-oorlogen, die tot de verbeelding zijn blijven spreken dank zij het boek, in 1796 verschenen, van de Schotse kapitein in Staatsdienst John Gabriel Stedman, Narrative of a Five Years' Expedition against the revolted Negroes of Surinam, waarin hij de manier waarop de planters hun slaven behandelden scherp hekelt. Daaraan doet niet af dat de behandeling van de slaven in Suriname niet veel verschilde van die in de Engelse koloniën.

Wat mij betreft had Buddingh' best de mooie mulattin Joanna mogen noemen, de jonge slavin op wie Stedman verliefd werd, maar die hem niet naar Engeland wilde volgen. Laat het een troost zijn dat hij haar, zoals ze is afgebeeld in Stedmans Narrative, als illustratie heeft opgenomen.

De Surinaamse koloniale maatschappij miste de eenheid die de Spaanse koloniën in Zuid-Amerika kenmerkte. Daar was de rooms-katholieke kerk een bindende maatschappelijke kracht en vond er een grotere interraciale vermenging plaats. Buddingh: ,,Tegenover het 'apostolisch imperialisme' van de conquistadores stond het 'mercantilistisch imperialisme' van de Nederlanders.''

Suiker
In de periode 1700-1800 kwam de grootschalige suikerproduktie van de grond. Amsterdam beschikte over een groot aantal suikerraffinaderijen en voorzag het grootste deel van Europa van suiker. Aan de toegenomen vraag naar slaven werd voldaan door de invoer. Dit was voor de planters goedkoper dan het grootbrengen van de op de plantage geboren slavenkinderen. Het sterftecijfer van de slaven overtrof tot aan de emancipatie in 1863 bijna steeds het geboortencijfer. Bij de emancipatie kwamen ongeveer 40.000 slaven vrij, maar lang daarvoor hadden sommigen de status van 'proto-peasant' bereikt.

Na de emancipatie komt de aanvoer van arbeiders uit Azië op gang. Eerst een klein aantal Chinezen en dan gedurende een reeks van jaren contractarbeiders uit Brits-Indië, terwijl de aanvoer van Javanen tot aan het uitbreken van de wereldoorlog is voortgezet.

Het aanvankelijke immigratiebeleid werd kolonisatie-beleid. De Nederlandse politiek was gericht op assimilatie van alle bevolkingsgroepen. Daar droeg het onderwijs toe bij. In Suriname gold al sedert 1876 algemene leerplicht. Suriname werd beschouwd als een volksplanting en het was de bedoeling dat al de verschillende groepen zouden samensmelten tot een ongedeelde taal- en cultuurgemeenschap met Nederlands als voertaal.

De eigenzinnige en fel omstreden gouverneur Kielstra maakte een eind aan het assimilatiebeleid, daarbij gesteund door minister Colijn. De hindostanen en Javanen moesten niet langer als een betrekkelijk homogeen conglomeraat worden beschouwd, maar elk van hen diende als zelfstandige eenheid tot zijn recht te komen. Dit beleid heeft tot ernstige botsingen met de creolen geleid. Dat neemt niet weg dat de stemming in het land tijdens de oorlog steeds pro-Nederland en pro-Oranje is gebleven.

Het valt op dat Buddingh' levendiger gaat schrijven wanneer hij het over het naoorlogse Suriname heeft. Hij hoeft zich dan ook niet langer te baseren op andermans oordeel, maar kan eigen inzicht meer ruimte geven. De grote lijnen van de gang van zaken mag ik bij geïnteresseerden in Suriname min of meer als bekend veronderstellen, maar de op- en neergang van de ontwikkelingsspiraal wordt door de schrijver kundig uit de doeken gedaan. Wel vind ik dat hij de verbroederingspolitiek van de creool Pengel en de hindostaan Lachmon iets te negatief belicht.

Deze politiek mag dan wel gebaseerd zijn geweest op het gezamenlijk verdelen van de buit (baantjes, vergunningen, percelen en dergelijke) onder etnische partijgenoten, wat in Suriname onder 'regelen' wordt verstaan, maar de tegenstelling tussen de beide groepen nam geen gewelddadige vormen aan, terwijl de Javanen een wippositie innamen. Wel kwamen de creolen door de economische en intellectuele opkomst van de hindostanen in een achterstandpositie te verkeren.

Onafhankelijkheid
De schrijver toont met cijfers en tabellen aan wat de invloed van de Nederlandse ontwikkelingshulp is geweest en laat zien dat deze vooral de grote Nederlandse bedrijven zoals Bruynzeel en Billiton ten goede is gekomen. In zijn beschrijving van het grote aandeel van de Amerikaanse (ALCOA) bauxietproduktie voor de Surinaamse economie verwijt hij de Nederlandse regering haar obstructie om voor Suriname een gunstiger resultaat te verkrijgen.

Bij de ook door Nederland gewenste onafhankelijkheid van Suriname valt het op dat voor het Nederlandse kabinet niet, zoals algemeen wordt verondersteld, het oproer in Curaçao de aandrang daartoe vergrootte, maar de bezorgdheid voor de immigratiestroom uit Suriname. De revolutie die geen revolutie was van Bouterse en de moorden op vijftien vooraanstaande Surinamers krijgen genoegzaam aandacht, evenals de daarop volgende binnenlandse oorlog tegen Ronnie Brunswijk.

De monetaire financiering die onder Bouterses bewind een grote omvang nam, heeft de financiële positie van het land ondermijnd. Ook nu de democratie is hersteld blijft er een militaire schaduwmacht bestaan. Buddingh' spreekt in dit verband van een narco-cratie. De zelfweerbaarheid van de economie is geen stap dichterbij gekomen. Het is geen vrolijk toekomstbeeld dat hij oproept en hij maant bij financiële hulp uit Den Haag tot een middenweg: niet te soepel, want dat leidt tot inertie, niet te star, want dat wekt onvrede en frustratie op.

Hans Buddingh', Geschiedenis van Suriname; 424 blz., geïll., Het Spectrum 1995, ƒ 39,90

Hugo Pos is schrijver en voormalig rechter in Suriname

(Uit NRC Handelsblad, zaterdag 12 augustus 1995)

Buddingh's Surinaamse geschiedenis in nieuwe editie


Het Surinaamse parlement is bezig met een debat over de omstreden wijziging van de Amnestiewet. En net in deze periode verschijnt het aangepaste standaardwerk De Geschiedenis van Suriname van journalist Hans Buddingh' van NRC Handelsblad. Die timing is 'puur toeval', zegt de auteur.

De productie van het boek is zo lang dat het bijna niet te doen is om de publicatie te plannen. De voorgenomen amnestie komt er wel in voor, want dat er zo'n voorstel zou komen was voor Buddingh' geen verrassing. "Ik loop er in het boek een beetje op vooruit." Wel vindt hij de manier waarop het gebeurt verrassend, 'vrij bot' zelfs.

Emancipatie Marrons
De eerste editie van De Geschiedenis van Suriname verscheen in 1995 met geactualiseerde herdrukken in 1999 en 2000. "Nu heb ik de hele ontwikkeling tussen 2000 tot 2012 geschetst." De opkomst van Bouterse en de 'emancipatie' van de Marrons, die een belangrijke rol in de politiek hebben gekregen, zijn nu in het boek opgenomen.

Buddingh' kent Suriname sinds 1979, toen hij er als werkstudent was. "Met een naïef beeld', zegt hij zelf. Als journalist komt hij sinds 1981 in het land. "Toen zag je al dat het richting dictatuur ging." Vanaf die tijd kent hij dus ook de huidige president Bouterse.

Selectieve geschiedenis
De journalist vindt dat Suriname selectief naar zijn geschiedenis kijkt. Zo wordt er werk gemaakt van het zelf bestuderen van de slavernij, maar wil men een streep zetten onder de Decembermoorden: "Nu wordt gezegd: we moeten vooruit kijken, geen achteruitkijkspiegel." Het onder ogen zien van de eigen geschiedenis is naar zijn mening belangrijk voor de natievorming. Hij hoopt dat zijn boek daar een bijdrage aan kan leveren. "Wat nu gebeurt kan absoluut niet."

De discussie over amnestie levert verrassende ontwikkelingen op. Aan de ene kant vindt Buddingh' veel jongeren kortzichtig als jeugdparlementariërs zeggen dat de Decembermoorden voor hun tijd waren en daarom niet belangrijk zijn: "Moet je dan de slavernij ook niet meer bestuderen?" Aan de andere kant zijn studenten een actie gestart op Facebook die af willen van de 'criminele elite' binnen de NDP.

Grondwet
Een positieve ontwikkeling vindt de auteur dat de Surinaamse grondwet plotseling in de belangstelling staat. Het zou goed kunnen dat als de amnestiewet wordt aangenomen dit tegen de grondwet blijkt te zijn. "De rechter kan op basis van artikel 137 zeggen de wet niet toe te passen." Daarom kan de Krijgsraad het 8-decemberproces gewoon afmaken, wat zou kunnen leiden tot een confrontatie tussen de rechtelijke en de uitvoerende macht.

De verkiezingen van 2015 worden heel interessant, zegt Buddingh', zeker als Bouterse dan nog steeds president is. Hij verwacht dat Bouterse het internationaal moeilijk gaat krijgen. En als bijvoorbeeld Chan Santokhi dan president wordt dan zal hij de amnestiewet meteen intrekken. "Dit is geen afgesloten hoofdstuk, dit is alleen tijdwinst."
[RNW, 3 april 2012]

woensdag 8 februari 2012

Friendly Anger

Friendly Anger: that unique opportunity to know the labor history and people of St. Martin

by Oswald Francis

It is not the norm for one to read a history book from cover to cover in one sitting. However, with Friendly Anger, one is compelled to read Joseph Lake, Jr.’s account of “The rise of the labor movement in St. Martin” from its inception to the present.


In this Friendly Anger photo, father of St. Martin trade unionism Alrett Peters (6th r) with general union officers and members at the Union Hall, Cole Bay, during the 1960s. Photo © S. Peters.

Lake’s style of writing is very simple, yet effective. He writes with such simplicity that the grassroots can understand and yet he is able to provoke the thoughts of the intellectuals.
A political scientist and veteran newsman, Lake combines narrative and analysis so well, that consequently one is never bored by the balanced information presented; hence one is motivated to read on.
Friendly Anger, published by House of Nehesi (HNP), is a compilation of socio-economic and political events spanning over 35 years. It deals with the labor situation on the island from the late sixties, the groundbreaking events of the seventies such as the burning of the government administration building and the Lt. Governor’s residence, the “roundabout” effects of the nineties, and concludes with the challenges at the onset of the new century—giving clear reasons for the birth of trade unionism and its impact on society.

As a cogent examiner of the industrial events in St. Martin, Lake has categorized key periods, such as the birth of trade unionism, the glory days of the trade union movement, and the 1990s, which he describes as the period of “remote control leadership” as a number of trade unions in St. Martin were run from Curaçao in the South and from Guadeloupe in the North. The analysis of the “remote control” period will surely evoke animated discussions among trade unions on the island as it gives the perception that these unions had lost their “sting” in the 1990s and were not as effective as they ought to be.

The introduction to Friendly Anger by Trinidad’s economist David Abdulah also reminds us succinctly of the book’s role in giving an “excellent … social history” account of the St. Martin people.

As an educator, I exhort our educational planners to ensure that Friendly Anger finds a place in our school’s curriculum. At a time when there is hardly anything written about ourselves, by ourselves, it is crucial that this analytical book finds a treasured place in every household in St. Martin, and ultimately serves as a catalyst to inspire national pride and independence. This can be achieved if we adhere to the words of wisdom of the legendary calypsonian, King Obstinate:
“A people are known by their culture,
A people are known by their past.
The past determines the future
From the present we can forecast.”

Finally, as we move into the new millennium, it is important for us to know where we came from and where we are going. The island did not evolve by itself but the “movers” and “shakers” in our society brought about these changes. Hence it is of paramount importance that we know who they are and what they have contributed to society. Friendly Anger, which also includes 26 pages of union-related photos and an appendix of labor contracts, union constitutions, and other documents, gives us that unique opportunity to know our history.

Oswald Francis is a teacher, former trade union activist and former director of the St. Maarten Chamber of Commerce & Industry.


Friendly Anger – The rise of the labor movement in St. Martin
by Joseph H. Lake, Jr.
House of Nehesi Publishers, 2004
Hardcover, labor history, social studies, pp 334.
ISBN 0913441414
Friendly Anger is available at www.amazon.com, LAMA’s office, and Van Dorp and Arnia’s bookstores.

donderdag 6 oktober 2011

De geschiedenis van de politie op de Nederlandse-Caribische eilanden

Op 9 december a.s. verschijnt De geschiedenis van de politie op de Nederlands-Caribische eilanden (1839-2010); Geboeid door macht en onmacht, van Aart G. Broek.




Het handhaven van de gevestigde koloniale orde was op de Nederlands-Caribische eilanden tot ver in de negentiende eeuw een taak van het aanwezige garnizoen en de burgers zélf, georganiseerd in burgerwachten. De eerste agenten van politie deden hun intrede op het eiland Curaçao in de achttiende eeuw, waarna in de volgende eeuw het politiewezen zich ook langzaam maar zeker ontvouwde op de andere eilanden: Aruba, Bonaire, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba. De politie manifesteerde zich in uiteenlopende gedaantes, als eerste in 1839 de Brigade Marechaussee, waarna onder meer Veldwacht en Korps Militaire Politietroepen volgden. Tot halverwege de twintigste eeuw had het korps een vrij sterk militaristisch karakter, kende een beperkte professionaliteit, en stond onder druk van uiteenlopende maatschappelijke ontwikkelingen zoals de afschaffing van de slavernij, armoede en arbeidsmigratie, revoluties in het buurland Venezuela, de op- en uitbouw van raffinaderijen op Curaçao en Aruba, en de Tweede Wereldoorlog.




Leden motorbrigade Korps Militaire Politietroepen, ca. 1933.

Met de autonomie van de eilanden als Nederlandse Antillen in het Koninkrijk der Nederlanden ontstond een burgerpolitie en werd de professionaliteit aanzienlijk verbeterd. Het Korps Politie Nederlandse Antillen (1949) kreeg diverse zwaarwegende invloeden te verwerken, wat niet zonder meer succesvol uitpakte: sociale emancipatie, de revolte van mei ’69, Antillianisering en anti-Nederlandse sentimenten, bestuurlijke corruptie, bedenkelijke ontwikkelingen in eilandoverschrijdende criminaliteit (drugs, witwassen, mensenhandel, extreem geweld), het steeds verder uiteenvallen van Antillen, de status aparte van Aruba en de opbouw van een eigen korps politie, een hernieuwde bemoeienis van Nederland, en ingrijpende staatkundige veranderingen in 2010.


Revolte mei '69 / Willemstad, Curaçao.

Door de eeuwen heen zijn de eilanden in het algemeen en het politiekorps in het bijzonder op allerhande wijzen gebonden geweest aan de Nederlandse macht en verlangens. Het wordt in deze geschiedschrijving echter evenzeer duidelijk dat er van almacht geen sprake is geweest en dat de eilanden en het politiekorps niet onmachtig waren.

De geschiedenis van de politie op de Nederlands-Caribische eilanden (1839-2010); Geboeid door macht en onmacht is vanaf december te koop bij de boekhandel en de reguliere besteladressen op het internet, zoals http://www.bol.com/nl/index.html ; nu al te bestellen bij uitgeverij Boom, Amsterdam; voor een voorproefje, zie tien wekenlang de weekendbijlage van de Amigoe-ñapa (Willemstad, Curaçao).

Uitgeverij Boom, Amsterdam;
geïllustreerd, ingenaaid, hardcover met stofomslag, ca. 328 pp. / ca. 24,90 euro / ISBN: 9789461055439

woensdag 5 oktober 2011

De geschiedenis van de politie in Suriname, 1863-1975

Van koloniale tot nationale ordehandhaving, een studie van Ellen Klinkers

Pas in 1863 kreeg Suriname een politiekorps. Tot de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 ontwikkelde de politie zich van een blank militair korps tot een ordehandhaver voor alle mensen. Een boek over de grillige ontwikkeling van het politieapparaat in een kleurrijk land.

De Surinaamse politie, na de afschaffing van de slavernij in 1863 opgericht, kent een afwisselende geschiedenis. Ze was betrokken bij een mislukte staatsgreep, maar kreeg ook te maken met de goudkoorts en rubberhausse aan het begin van de twintigste eeuw, het opkomend communisme en de koloniale onderdrukking in de jaren dertig. Na de oorlog, toen Suriname een autonome status had gekregen, leidde de controle over de politie tot een krachtmeting tussen oude en nieuwe gezagsdragers. De Surinaamse politie werd in de jaren zestig en zeventig geconfronteerd met arbeidsonrust, een grensconflict met Guyana en uiteindelijk de onafhankelijkheid van Suriname. Op 25 november 1975 hees de politie de Surinaamse vlag bij de onafhankelijkheidsceremonie. Haar rol als interne ordehandhaver leek bevestigd.



Over de auteur:
Ellen Klinkers promoveerde aan de Universiteit Leiden. Ze werkte als onderzoeker bij het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag (ING) en het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) in Leiden.

Boom Uitgevers, Amsterdam
ISBN: 9789461052476
Gebonden
Geïllustreerd
17 x 24 cm
224 blz.
Verwacht: November 2011
€ 24,90
Foto van Ellen Klinkers: @ Michiel van Kempen

zondag 11 september 2011

Buku - Bibliotheca Surinamica

Buku – Bibliotheca Surinamica is een collectie van Surinamica die naast boeken ook foto’s, schilderijen, etsen, manuscripten en ephemera omvat. Alle items zijn op een of andere wijze verbonden met de geschiedenis van Suriname. Ieder boek of foto vertelt een verhaal over een lang verwaarloosde geschiedenis. De geschiedenis van Suriname is in wezen Nederlandse-, of in een breder perspectief, Europese geschiedenis. Suriname en haar voormalige kolonisator, Nederland, delen een gemeenschappelijk verleden.

Wilhelmina van Eede, Amsterdam, 1883

Het doel van Buku is om dit verleden, waarin de Afrikaanse-, Joodse-, Indiase-, Javaanse- en Chinese diaspora zijn verweven met Europese koloniale expansie, die als geheel weer werd opgedrongen aan de al bestaande Amerindiaanse culturen, te helpen documenteren.


Tjin-A-Mooy en echtgenote (Paramaribo, 1905)


Op deze website ziet u oude, bijzondere boeken en afbeeldingen uit de Buku-collectie. Regelmatig verschijnen op de site artikelen over de geschiedenis van Suriname.

Kijk op: www.buku.nl

Wilt u op de hoogte blijven van updates, vul dan uw email adres op de site in.

Voor reacties mail naar: surinamica@gmail.com



maandag 15 augustus 2011

Sandew Hira en de geschiedenis van Suriname

Slavernijmonument van Erwin de Vries, Oosterpark Amsterdam

“De decembermoorden zijn een zware last die ik al jaren met me meedraag. De gevolgen van die moorden zie ik nog elke dag als ik met mijn vader praat over zijn herinneringen aan zijn oudste zoon. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit de hand zou moeten schudden van Bouterse of in zijn gezelschap zou moeten verkeren. De moord op mijn broer, John Baboeram, heeft een enorme emotionele blokkade in me opgeworpen waardoor ik veel moeite heb om objectief naar de verrichtingen van Bouterse te kijken”, zo luidt de inleiding van Sandew Hira’s column op StarNieuws van vandaag.

Gert Oostindie
Sandew Hira is het pseudoniem van Dew Baboeram, econoom, publicist en gemankeerd hoogleraar Hindostaanse Diaspora Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Hira publiceerde tal van boeken, rapporten en artikelen over de recente geschiedenis van Suriname, de positie van migranten in Nederland en de Hindostaanse diaspora. De meeste bekendheid heeft hij echter gekregen door zijn rabiate afwijzing van de Surinaamse geschiedschrijving door bakra’s, met Gert Oostindie, historicus, Surinamist en directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), als kop van Jut. Uit deze ‘choc des opinions’ kwam Hira’s boek Decolonizing the Mind voort.

Hira’s column die de aanleiding vormt tot dit verhaal is een kritische beschouwing van het Surinaamse geschiedenisboekje voor de zesde klas van de lagere school, Wij en ons verleden, waarvan de met ingang van volgend schooljaar in te voeren herziene druk met stormen van protest is ontvangen, culminerend in een verbod tot publicatie en het ontslag van de Directeur Onderwijs van het verantwoordelijke ministerie. Het protest had met name betrekking op het hoofdstuk dat handelt over de coup van Bouterse en de hele nasleep vandien. Daarbij was de grootste steen des aanstoots een foto van demonstranten met de tekst ‘Bouterse moordenaar’ duidelijk leesbaar in beeld. Het is verbazingwekkend te noemen dat dit rumoer zich nog maar nauwelijks tot in deze kolommen heeft voortgeplant.

Voor geïnteresseerden verwijs ik naar genoemde column, maar om een beeld te geven van Hira’s kritiek moet ik wel het een en ander uit deze column citeren en toelichten. Na boven weergegeven inleiding constateert Hira terecht: “Maar als intellectueel die analyses maakt, moet je in staat zijn om deze gevoelens geen rol te laten spelen in je analyse en deze te baseren op zakelijke overwegingen. Het geschiedenisboekje heb ik geanalyseerd vanuit de vraag: geeft het de feiten en inzichten die nodig zijn om de eigen geschiedenis goed te begrijpen? Het grootste deel van het boek gaat niet eens over de decembermoorden, hoewel dat onderdeel veel in de pers is besproken. De bovenstaande vraag moet ik helaas ronduit negatief beantwoorden. Het boek had geschreven kunnen worden door ambtenaren van het ministerie van koloniën in Nederland, want de geest die uit dit boekje spreekt is door en door koloniaal, zowel door wat er in staat als wat er niet in staat.”


Kwasi
Hira staat bepaald niet bekend om zijn zachzinnige manier van aanpak, de aan bakra’s toegeschreven directheid is waarschijnlijk het enige wat hij van hen heeft overgenomen en tot stijlfiguur verheven. “Het boek bevat tekst en vragen/opdrachten voor de leerlingen”, aldus Hira, en dan geeft hij een aantal voorbeelden die, zegt hij, tekenend zijn voor de geest van het boek, zoals bijvoorbeeld: “Kwasi, een stadsslaaf, moest naar de winkel. Hij moest voor zijn meester een pond boter kopen. Hij kocht de boter, maar stal drie eieren. De winkelier pakte hem op en de politie sloot hem op. Hij zal gestraft worden door het hof. Bij welk hof zal dat zijn?” In de tekst is uitgelegd dat er in Suriname een Hof van Criminele Justitie was voor strafrechtszaken en een Hof van Civiele Justitie voor civiele zaken. Let op, de tekst behandelt de periode van slavernij. Laat mij nu een vraag bedenken vanuit Decolonizing the Mind voor de discussie in de klas: “Kwasi, zijn vrouw en kinderen waren zelf gestolen door de voorzitter van het Hof van Criminele Justitie. Ze woonden eerst in Afrika als vrije mensen en zijn door mensenhandelaren gestolen en verkocht aan deze voorzitter. Door welk hof zou de mensenhandelaar en de heler gestraft moeten worden? Is dat ooit gebeurd, zo ja, waar en wanneer, zo nee waarom niet? Maar met dit geschiedenisboek zou je deze basisvraag nooit kunnen beantwoorden, terwijl het wel een kernvraag is van onze geschiedenis”.

Sandew Hira

Hier is overduidelijk Sandew Hira aan het woord, maar hoe rabiaat ook, zijn gelijk is hem niet te ontzeggen: “Het boek geeft je helemaal geen idee van hoe je slavernij en kolonialisme zou moeten begrijpen. Het behandelt niet eens de cruciale gebeurtenissen die de loop van de geschiedenis hebben bepaald. “De kern van mijn kritiek is”, zegt Hira, “het is een koloniale weergave van onze geschiedenis. Het is niet gebaseerd op wetenschappelijke feiten, maar op koloniale fantasieën. Het geeft geen handvatten van hoe je de cruciale gebeurtenissen in onze geschiedenis zou moeten begrijpen en behandelt niet eens de meeste cruciale gebeurtenissen en feiten. En dat kan ik pagina na pagina aantonen met vele voorbeelden, waarvan ik hier slechts enkele heb gegeven.”

Het probleem beperkt zich niet tot dit geschiedenisboekje, het probleem is veel groter. Op alle Surinaamse scholen, van laag tot hoog, worden dikwijls volstrekt verouderde -veelal Nederlandse- leerboeken van 25 jaar of ouder gebruikt, omdat de wil, de visie en/of het geld ontbreekt om daarin verandering te brengen. De steeds slechtere onderwijsresultaten dwars door alle Surinaamse onderwijsinstituten heen geeft duidelijk aan waartoe dat heeft geleid: een verpaupering van het onderwijs met alle onacceptabele gevolgen vandien. En dat heeft waarschijnlijk meer te maken met het ontbreken van de wil en een visie dan met ‘decolonizing the mind’. Dat de mind decolonized moet worden weten we al lang, daar heeft Hira wel voor gezorgd, maar dat mag zeker niet als de enige zondebok worden aangewezen. De vraag die Hira had moeten stellen, had moeten luiden: waarom het geschiedenisboekje (en al die andere boeken) alleen maar herzien en niet met een nieuwe, frisse aanpak van start gegaan (zeker daar waar het de geschiedenis betreft)?