door Karwan Fatah-Black
In oktober 2012 vond in Suriname aan de Anton de Kom
Universiteit een congres plaats over de dekolonisatie van de Surinaamse
geschiedschrijving. In de jaren tachtig vond er voor de eerste keer een
dergelijk congres plaats. Nu, zevenentwintig jaar later, werd de discussie van
toen weer opgepakt. De lange stilte tussen het eerste en het tweede congres
waren aanleiding tot verwondering bij veel congresgangers en de organisatoren,
waarvan er een aantal ook de eerste editie actief hadden bijgewoond. De vraag
die in de oproep en openingslezingen van het congres gesteld werd was waarom de
dekolonisatie van de Surinaamse geschiedschrijving in die tussenliggende jaren
niet had plaatsgevonden.
Maar al tijdens de inleiding van Maurits Hassankhan bleek
dat de tijd allerminst had stilgestaan. De late jaren tachtig en negentig waren
een periode van snelle wetenschappelijke ontwikkeling. In Nederland begonnen
postkoloniale migranten, alleen al door hun aanwezigheid, in hoog tempo
onderzoeksagenda’s te bepalen. Via tijdschriften als OSO en series als de BSS
werd er veel over Suriname geschreven, maar vaak alleen vanuit Nederland, en
onbedoeld altijd verbonden met de postkoloniale migratie na 1975. Hassankhan
stelde in zijn keynote een autonome benadering van geschiedenis voor,
vrijgemaakt van koloniale en neokoloniale percepties, maar ook voorbij het
dogmatische antikolonialisme. Zijn inspiratie haalde hij uit discussies in de
Aziatische context, ver bij de smalle Nederlands-Surinaamse debatten vandaan.
![]() |
| Papiergeld uit Demerara en Essequibo, 1823 |
Als er een gevoel overblijft na het driedaagse congres, dan
is het dat Surinamers in Suriname en de Surinaamse diaspora uit elkaar zijn
gegroeid. De Surinaamse discussie was boeiend om te volgen. Het ging over de
evaluatie van de onafhankelijkheid, de poging tot het vormen van een nationale
identiteit, de benadering van etniciteit en religie, en welke selecties de
samenstellers van een bacheloropleiding moeten maken. Het waren allemaal
levendige en open discussies.
Opvallend was dat belerende en onnodig scherpe bijdragen aan
de discussie vrijwel altijd uit de hoek van de Surinaamse diaspora afkomstig
waren, alsof men bang was de greep op de Surinaamse ontwikkeling te verliezen.
Zo stelde Chan Choenni keer op keer dat er misschien maar helemaal geen
universitaire geschiedenisopleiding moest komen. Ook Hans Ramsoedh benadrukte
dat de Surinaamse historici zich vooral niet (van stemmen uit de diaspora)
moesten isoleren. Hakiem Nankoe, sinds de onafhankelijkheid in de VS, vond het
nodig om zijn halve presentatietijd te besteden aan een uitleg waarom hij niet
was teruggekomen om het land op te bouwen, om vervolgens de discussietijd van
zijn panel in te pikken om op belerende toon open deuren in te trappen. De wat
superieure houding vanuit de diaspora bemoeilijkte op een aantal momenten een
gelijkwaardige uitwisseling van ideeën.
![]() |
| ...de opbouw van een eigen geschiedeniscurriculum... |
Over het geheel genomen lijkt het prima te gaan met het
opbouwen van een eigen geschiedeniscurriculum. Het punt is, zoals op zoveel
plekken, dat historici duidelijk moeten maken dat zij niet als luxeproduct
buiten ministeriële begrotingen gehouden mogen worden. Beleidsmakers overtuigen
van het belang van autonoom geschiedenisonderzoek vraagt tijd en
doorzettingsvermogen. Dit is een kwestie tussen Surinamers in Suriname, en
gezien de welwillendheid van het ministerie om bij te dragen aan het congres,
is hopelijk het opzetten van een BA-opleiding niet ver weg.
Tijdschriften als
His/Her Tori bieden daarnaast een mooi platform voor verdere discussie, en het
congres over migratie, diaspora en identity formation in Paramaribo in 2013 zal
ongetwijfeld opnieuw een impuls geven. Tijdens een rondleiding door het
prachtige Nationaal Archief bleek dat de expertise op het gebied van
archiefbeheer van over de hele wereld wordt ingevlogen, van Korea tot Brazilië.
Terug in Nederland lijkt het moment aangebroken voor historici in de Surinaamse
diaspora om te reflecteren op de eigen rol in hun nieuwe thuisland, los van
Suriname.


