Posts tonen met het label Pasaribu Amir Hamzah. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pasaribu Amir Hamzah. Alle posts tonen

maandag 13 december 2010

Amir Pasaribu

Tegen de achtergrond van de geschiedenis van de Javaanse diaspora in Suriname kan de levensloop en carrière van de componist en musicus Amir Hamzah Pasaribu worden gezien als een bijzonder contrapunt. Pasaribu werd in 1915 geboren in Siborong-borong (Noord-Sumatra) in een adellijke Batak familie. Aangemoedigd door Nederlandse rooms-katholieke leerkrachten nam hij op de lagere en middelbare school cello- en pianolessen en verdiepte hij zich in klassieke muziek. Hij doorliep de kweekschool in Lembang en ging vervolgens werken als muziekleraar. In de jaren veertig vestigde Pasaribu zich met zijn vrouw in Jakarta, waar hij met overgave deelnam aan het culturele en intellectuele leven en naam maakte als componist, essayist, muziekcriticus, pedagoog, adviseur en uitvoerend musicus. In zijn composities verwerkte hij Maleise invloeden uit zijn geboortestreek, gamelaninvloeden uit Java en invloeden van Europese componisten als Rachmaninov, Debussy en Chopin. Uit deze jaren dateert zijn reputatie van eigenzinnig musicus, die een brede artistieke oriëntatie en een perfectionistische inslag paarde aan een moeizame omgang met collega’s. Zijn dienstverband als directeur van de muziekschool in Yogyakarta (1954-1957) eindigde tumultueus en zijn aanhoudende lobbyen in Jakarta voor academisch muziekonderwijs vond bij de overheid, waar hij in dienst was, geen gehoor. Toen in 1968 meningsverschillen over zijn plannen uitmondden in een verbod op het publiekelijk uitvoeren van zijn muziek besloot een gedesillusioneerde Pasaribu zijn geboorteland de rug toe te keren.

.

Pasaribu vestigde zich in Suriname waar hij actief was als leraar piano en cello, dirigent en tolk/vertaler. Hij was aangetrokken als muziekdocent door de Nederlandse Stichting voor Culturele Samenwerking Suriname en de Nederlandse Antillen (Sticusa). Hiermee had hij al contacten in de tijd dat ook Indonesië nog tot het werkterrein van deze stichting behoorde. Het Cultureel Centrum Suriname, waar Pasaribu voor ging werken, was een zusterinstelling van Sticusa. Andere opdrachtgevers van Pasaribu in Suriname waren het Indonesische consulaat (later ambassade) in Paramaribo, het Surinaams Philharmonisch Orkest en de Volksmuziekschool Suriname. Hoewel hij bijna dertig jaar zou doorbrengen in Suriname is deze periode van zijn leven nauwelijks gedocumenteerd. Vaststaat dat hij in Suriname nooit helemaal zijn draai zou vinden. Zijn verbittering over de behandeling die hem in Indonesië ten deel was gevallen, liet hem niet los en drukte een onuitwisbaar stempel op zijn welbevinden. Tot componeren kwam hij bijna niet meer. Zijn persoonlijk leven werd verder overschaduwd door het overlijden van zijn vrouw en twee van zijn zonen. In 1995 keerde Pasaribu terug naar Indonesië en vestigde hij zich in Medan (Noord-Sumatra). Het was in dubbele zin een thuiskomt. Hij verbond zich opnieuw aan zijn geboortegrond, maar kreeg ook de erkenning van Indonesische zijde die hem zolang was onthouden. Van de onderscheidingen die hem werden toegekend, beschouwde hij de uitreiking van de hoogste medaille van verdienste op cultureel gebied door president Megawati Sukarnopoetri als een hoogtepunt. Pasaribu overleed in 2010 op 94-jarige leeftijd in Medan.

Pasaribu was geen Surinaamse Javaan, maar bewoog zich in Suriname door zijn werk voor het Indonesische consulaat (later ambassade) wel in kringen van Surinaamse Javanen. Zijn beheersing van het Bahasa Indonesia, Javaans en Sranantongo, zijn verbondenheid met de Islam en zijn progressieve opvattingen verschaften hem gemakkelijk toegang tot deze groep. Tegelijk zette zijn Batakse afkomst (waarvan hij zich persoonlijk had losgemaakt), zijn kosmopolitische oriëntatie en zijn gerichtheid op Europese klassieke muziek hem op afstand van deze gemeenschap. Ook in termen van klasse en opleidingsniveau waren er verschillen tussen Pasaribu en de meerderheid van de Surinaamse Javanen, die mede door het gereserveerde karakter van de eerste moeilijk konden worden overbrugd. Het is onbekend hoe Pasaribu zijn culturele identiteit zelf zou hebben omschreven. Hij was een van de zeer weinige Indonesiërs die in de jaren zestig naar Suriname migreerde en in de jaren negentig weer remigreerde. Zijn verblijf in Suriname leek in retrospectief bedoeld als een tijdelijke oplossing voor zijn hoogoplopende meningsverschillen met de Indonesische regering. Drie van Pasaribu’s kinderen gingen in de jaren zeventig mee met de Surinaams-Javaanse migratiegolf richting Nederland. Amir Pasaribu weigerde hen te vergezellen. Hij paste ervoor de ene tijdelijke verblijfplaats voor de andere in te ruilen. Zijn thuisland was, hoe kritisch hij er ook tegenover stond, Indonesië. Welbeschouwd maakte hij in Suriname geen deel uit van de Javaanse, maar van de Indonesische diaspora.

Uit de schaarse gegevens die er over zijn Surinaamse tijd beschikbaar zijn, komt Pasaribu naar voren als een wat eenzelvige man die vele vragen oproept. Hoe stond hij tijdens zijn zelfverkozen ballingschap in het leven? Waarmee hield hij zich concreet bezig? Van welke netwerken maakte hij deel uit? Welke visie had hij op de Surinaamse samenleving en op de positie van de Javaanse bevolkingsgroep hierbinnen? Welke bijdrage leverde hij aan het Surinaamse culturele leven en welke contacten onderhield hij nog met zijn land van herkomst? De levensloop en persoonlijkheid van Pasaribu zijn markant genoeg om zijn Surinaamse jaren onderwerp te maken van een onderzoeksproject. Dat de tijd hier rijp voor is, bewijst het zojuist verschenen Migratie en Cultureel Erfgoed. Verhalen van Javanen in Suriname, Indonesië en Nederland. In dit prachtige werk onder redactie van Lisa Djasmadi, Rosemarijn Hoefte en Hariëtte Mingoen zijn de boeiende verhalen opgetekend van mensen wier levensloop aan die van Pasaribu verwant is. Pasaribu kan zelf niet meer geïnterviewd worden, maar vraaggesprekken met tijdgenoten maken het mogelijk om zijn Surinaamse periode in kaart te brengen en te reconstrueren. Het is van belang dat daarmee niet te lang wordt gewacht. Oral history staat en valt nu eenmaal met de beschikbaarheid van sprekende getuigen.


De feitelijke informatie voor dit stukje ontleende ik aan http://people.zeelandnet.nl/gtpasaribu/index.html en aan e-mail correspondentie met Gonny Pasaribu, kleindochter van Amir Pasaribu en initiatiefnemer van de website. Een interview met een van de zonen van Pasaribu, Nurman, is te beluisteren via de website Javanen in Diaspora: http://www.javanenindiaspora.nl/interviews/980191443.