Posts tonen met het label Samwel Diederik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Samwel Diederik. Alle posts tonen

maandag 17 maart 2014

Hilarische voorstelling over Elisabeth Samson in Amsterdam

door Diederik Samwel

Het was een volledig Surinaamse avond vrijdag in de Grote zaal van Stadsschouwburg in Amsterdam waar theatergroep Urban Myth de voorstelling Elisabeth Samson vs. de Nederlandse Staat bracht. 
Het theaterstuk gaat over de koloniale tijd in Suriname maar vooral over zwarte en blanke identiteit, de tegenstellingen tussen arm en rijk en de mogelijkheid van vrije keuzes. Het is gebaseerd op het levensverhaal van Elisabeth Samson, de eerste succesvolle en steenrijke zwarte plantagehoudster. 

De cast van het stuk


Halverwege de 18de eeuw is Samson van plan met een blanke man te trouwen. Het gouvernement in Suriname weigert toestemming te verlenen aan het huwelijk, waarop Samson een rechtszaak aanspant tegen de Nederlandse Staat. Ze beschouwt zich als een vrije vrouw die vindt dat ze ongeacht haar huidskleur haar eigen keuzes moet kunnen bepalen.
Cynthia Mc Leod

Het leverde een bij vlagen hilarisch theaterstuk op. De acteurs waren prima op dreef en vooral Denise Jannah kreeg als zingende slavin de handen op elkaar. Yootha Wong Loi Sing, onlangs te zien in de speelfilm Hoe duur was de suiker, speelde de jonge Elisabeth Samson, terwijl Helen Kamperveen - nu pas écht weer terug in Holland - de oudere Elisabeth vertolkte. Noraly Beyer nam een fijne bijrol als Nederlandse rechter voor haar rekening en de in Nederland bekende tv-acteur Raymi Sambo tekende met overtuiging voor de rol van zwarte dominee. 

De meest verwarrende dag 
Schrijfster Karin Amatmoekrim was verantwoordelijk voor de tekst. Ze was naar eigen zeggen zelden zo nerveus geweest. Amatmoekrim maakte haar debuut als toneelschrijfster en de directe respons van het publiek betekende voor haar een compleet nieuwe ervaring: ‘Van tevoren had ik eigenlijk in een hoekje willen wegkruipen. Het is ongelooflijk spannend om in de zaal te gaan zitten en dan maar af te wachten wat het publiek ervan vindt. Als er een nieuw boek van mij uitkomt, krijg ik daar pas veel later reacties op. Soms zelfs helemaal niet.’
Karin Amatmoekrim

De grappen over Surinamers in het stuk - waaronder een paar hele foute - waren overigens niet van Amatmoekrim. Die hadden de acteurs er tijdens de slechts drie weken durende repetities zelf al improviserend ingebracht. Omdat er zeer waarschijnlijk geen nieuwe opvoeringen van het stuk op het programma staan, volgt hierbij de grap waarmee Hirsa van Til, de enige blanke acteur in het stuk, de zaal plat kreeg: ‘A bun, nog één raadsel dan. De meest verwarrende dag in Suriname?’ Er klinkt tromgeroffel en de spelers fluisteren door elkaar heen: ‘Jawel, dames en heren, de meest verwarrende dag in Suriname is natuurlijk: tataaa... Vaderdag.’

[van Starnieuws, 17 maart 2014]

zondag 9 maart 2014

Trusted wings

door Diederik Samwel

Onze kennismaking verliep bepaald spectaculair. Een warm welkom, gevolgd door een broodje pom en Parbobier. En dan niet zo’n rottig blikje van ternauwernood twintig centiliter maar een normale, fatsoenlijke maat. Mijn enthousiasme werd op waarde geschat want het was niet het enige biertje dat ze mij aanbood. De bamikip met tayerblad viel trouwens ook uitstekend. Onderwijl werd ik toegesproken in liefst drie talen: Surinaams, Nederlands en Engels.

Een uur of negen later kwam het hoogtepunt. De eerste tonen van 'Ai Sranan' van Max Nijman hadden de geluidsbox nog niet verlaten of links en rechts werd luid meegebruld. Voor de dame naast mij moest er een zakdoek aan te pas komen: haar laatste keer lag bijna een kwart eeuw achter haar.

Daarna bleven we elkaar opzoeken. Altijd gezellig. Tijdens onze afspraken kwam ik vrienden en bekenden tegen en niet zelden werd ik na afloop als vanzelfsprekend naar huis gebracht. Tot twee keer toe nam ik plaats naast dezelfde goede vriendin zonder dat we van elkaar wisten dat we die kant op gingen. Zoiets heeft niets met toeval te maken. We kregen alle rust en tijd om de essenties van het leven door te nemen.

In zekere zin onderging ik onder haar vleugels de vrijheid en de gemakken van een stamcafé. Die vergelijking ging zeker op voor de nacht dat zowat de helft van alle aanwezigen in polonaise door het gangpad hoste. Dat was ter gelegenheid van de laatste dienst van een trouwe medewerker, geloof ik.

Onze relatie hield stand. Al moet ik wel bekennen dat mijn liefde nu en dan danig op de proef werd gesteld. Zo moest ik soms een dag of zelfs nog langer wachten. Natuurlijk kwam ze naderhand met een verklaring. Dan was er onderweg iets misgegaan, hadden ze haar opgehouden bij vertrek of liet haar fysieke gesteldheid ernstig te wensen over. Het aanbieden van excuses bleek niet haar allersterkste kant. Alsof ze toch wel wist dat ik haar zou vergeven.
Weer wat later - we hebben onze relatie nooit op enige manier officieel beklonken, anders hadden we met gemak een paar bigi yari’s kunnen vieren - kwam het tot een serieuze crisis. Ik werd in elk geval een paar uiterst merkwaardige ervaringen rijker. In beide gevallen liet ze mij geen keuze: ik werd gedwongen vreemd te gaan.

De ene keer moest ik het doen met een stel Portugezen die geen verstand hadden van Surinaams bier en het bestonden mij een halve cup te serveren en de rest van het blikje aan mijn buurman uit te schenken. De volgende keer werd ik omringd door dames en heren in militair tenue. Met het biertje zat het wel snor, maar zelf bedienden ze zich van een snoeihard Texaans accent. Uit hun onderlinge gesprekken kon ik opmaken dat ze geen flauw benul hadden in welk werelddeel ze straks terecht zouden komen. Onthutst vroeg ik me af wat er aan de hand kon zijn. Had ze crisis thuis? Was het geld nu echt op?

Niet dat ik overwoog zelf vreemd te gaan: dat zit niet in mijn aard. Bovendien schemert een onmiskenbaar nationalistisch motief door in mijn voorkeur.
Gelukkig, de laatste keer was het weer ouderwets raak. Gezelligheid alom, tori praten, heerlijk eten en een prima stoel. Sterker, ik kreeg een paar stoelen tot mijn beschikking. Ze zette mij een laatste slaapmutsje voor en vervolgens sliep ik als een roos. Gelouterd keerde ik terug in Amsterdam. 

[van Starnieuws, 8 maart 2013] 

maandag 9 december 2013

Lezing Diederik Samwel

Diederik Samwel
Op 15 december 2013 houdt schrijver/journalist Diederik Samwel een lezing naar aanleiding van zijn dit voorjaar verschenen roman: Jelaya.  Tijdens de lezing gaat hij in op zijn rol als journalist in Suriname en zijn drang om er uiteindelijk een roman over te schrijven. De lezing wordt gegeven in de woonkamer van hostel Hello I'm Local aan de Spiegelstraat in Haarlem. In verband met de beperkte ruimte is er plaats voor maximaal 40 personen.

Datum: 15 december 2013
Aanvang: 15.30 uur
Aanmelden voor deze lezing kan via lezingsamwel@surinameholidays.nl.
Suriname Holidays Spaarnwouderstraat 76 | 2011 AE Haarlem | Tel: 023-533 4028 ma t/m vrij 10.00-17.00 | Fax: 084-7184726 | e-mail: lezingsamwel@surinameholidays.nl | website: www.surinameholidays.nl

donderdag 14 november 2013

Kinderen van Anton de Kom boos vanwege „onwaardige en kwetsende” roman

Anton de Kom in 1921 (Foto uit het familiearchief van de
 familie De Kom)
door Diederik Samwel

De kinderen van Anton de Kom (1898-1945) hebben deze week in het Surinaamse dagblad De Ware Tijd afstand genomen van de roman De man van veel van schrijfster Karin Amatmoekrim [klik hier voor het bericht op Cu – red.]
Het boek is gebaseerd op het levensverhaal van hun vader Anton de Kom. Als vrijheidsstrijder en vakbondsman geldt hij als een van de grootste helden van Suriname. Ad, Kees en Judith, de kinderen van De Kom, respectievelijk 87, 85 en 82 jaar oud, verklaren dat hun vader „onwaardig en kwetsend”  wordt beschreven.

In De man van veel is Karin Amatmoekrim in de ziel gekropen van De Kom. De auteur concentreert zich op zijn opname, tegen zijn zin, in een Haagse psychiatrische kliniek begin 1940. In die periode ziet hij zijn leven aan zich voorbijtrekken en wordt hij geconfronteerd met zijn offers en beperkingen in zijn strijd voor rechtvaardigheid.

Volgens Ida Does, die vorig jaar een documentaire maakte over De Kom en in contact staat met zijn dochter en zoons, heeft de familie „boos, verbaasd en overrompeld” kennis genomen van de roman.

Amatmoekrim laat weten louter met goede bedoelingen aan haar boek te hebben gewerkt. „Ik heb Anton de Kom een gelaagdheid meegegeven die niet iedereen wil begrijpen. In mijn roman laat ik zijn twijfels en angst zien, maar beschrijf ik ook de diepe liefde voor zijn vrouw en kinderen, en zijn levensgrote idealen om de wereld te verbeteren. Dat mensen zich nu alleen maar blindstaren op die zwakte, maakt me oprecht verdrietig.”

Recensente Toef Jaeger besprak de roman van Amatmoekrim voor NRC Handelsblad en was gematigd enthousiast [klik hier op CU - red]. Amatmoekrim gaf de lezer „zicht op de angsten van De Kom en daar is het haar om te doen”, maar anderzijds viel er in het stuk ook te lezen dat „de opvatting dat sommige kale feiten meer kunnen zeggen dan welke invulling ook, niet aan haar is besteed”.

[van NRC Handelsblad, 14 november 2013]

vrijdag 20 september 2013

Aangrijpende novelle Tutuba gepresenteerd

door Stuart Rahan

De nieuwe novelle Tutuba van Cynthia McLeod is woensdag gepresenteerd in het Bijlmer Parktheater. Historicus Leo Balai, bekend van het historisch onderzoek naar het slavenschip Leusden, mocht als eerste de boeken ontvangen. Tutuba is geschreven naar aanleiding van zijn onderzoek.


Gerda Duttenhofer (r) kreeg als goede vriendin van schrijfster Cynthia McLeod enkele exemplaren van de novelle Tutuba. Foto: Peter Sanches


Bij deze gelegenheid was speciaal aanwezig de Surinaamse radiopersoonlijkheid Gerda Duttenhofer, die ook enkele exemplaren in ontvangst mocht nemen. Het boek is ook vertaald in het Engels. Op 19 november 1737 vertrok het slavenschip Leusden van Elmina, Ghana met een lading van 700 geroofde en gevangen Afrikanen, die als slaaf zouden worden verkocht in Suriname. Een van hen was het vijftienjarige meisje Tutuba.

Op 1 januari 1738, na een gunstige reis van zes weken, liep de Leusden op een zandbank in de Marowijnerivier en verging. De voltallige bemanning wist zich te redden, maar de 664 gevangenen in het ruim kwamen jammerlijk om omdat de bemanning de luiken had dicht getimmerd. Bij toeval overleven Tutuba en vijftien anderen deze vreselijke ramp. Haar verhaal en het relaas van de kapitein worden beschreven in deze aangrijpende historische novelle van Cynthia McLeod.

[uit de Ware Tijd, 19/09/2013]

door Diederik Samwel

Geen vrolijk boek

 McLeod vertelde dat ze het verhaal in drie weken tijd ‘in grote lijnen’ had geschreven tijdens een verblijf op Bonaire. Daar vergezelde ze een van haar kleinkinderen die daar haar Nederlands staatsexamen moest afleggen. Een bizarre ervaring, vond McLeod. Ze was daar omringd door 16- en 17-jarigen terwijl zij in haar hoofd bezig was met het levensverhaal van een meisje van dezelfde leeftijd dat bijna 300 jaar eerder de gruwelijkste dingen had meegemaakt.


Cynthia Mc Leod en Leo Balai. Foto: Peter Sanches

McLeod vertelde tijdens de presentatie dat ze in de loop der jaren nogal eens de kritiek had gekregen dat ze in haar bestseller Hoe duur was de suiker een te mild en te genuanceerd beeld had geschetst van het slavernijverleden. ‘Alsof het allemaal wel meeviel binnen de verhoudingen tussen blank en zwart. Mijn verhaal zou eigenlijk veel te mooi zijn. Nou, laat ik jullie dit zeggen: Tutuba is geen vrolijk boek.’

Beter geworden

Overigens schreef McLeod Tutuba tot twee keer toe. Na aankomst vanuit Bonaire op Zanderij bleek haar laptop te zijn verdwenen. Mét het manuscript. En dan kon haar kleindochter haar nog zo vaak voorhouden dat ze het document minstens elke dag naar zichzelf had moeten mailen, zo verstandig was ze dus niet geweest. ‘Ach, misschien is het wel ergens goed voor geweest en is het boek er juist beter op geworden.’ McLeod is volgende week woensdag aanwezig bij de première van de speelfilm Hoe duur was de suiker waarmee het Nederlands Filmfestival wordt geopend. Op 4 oktober presenteert ze Tutuba in Paramaribo, bij Vervuurt aan de Waterkant.

[uit Starnieuws, 19 september 2013]

dinsdag 10 september 2013

Amatmoekrim kruipt in psyche Anton de Kom

Het publiek bij de Vereniging Ons Suriname werd verwend. Foto @ Mitra Rambaran

door Stuart Rahan

Amsterdam - Je zou het de opening van het Caribische literatuurseizoen kunnen noemen. Wat literair Suriname, Nederland en het Nederlands sprekend deel van het Caribisch Gebied de voorbije maanden heeft mogen verwelkomen en ook wat er de komende periode van de hand van schrijvers met voornoemde achtergrond te verwachten is. Zondag sloegen de Vereniging Ons Suriname, de Werkgroep Caribische Letteren en de Leerstoel West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam de handen ineen onder de noemer Letterendag.

Benoît Verstraete. Foto @ M.van Kempen

Joe Fortin. Foto @ M.van Kempen


Karin Amatmoekrim en Diederik Samwel. Foto @ Michiel van Kempen

In het jaar dat Nederland en Suriname 150 jaar afschaffing van de slavernij herdenken, komt er van de hand van schrijfster Karin Amatmoekrim een boek over Anton de Kom. Van zijn hand is Wij slaven van Suriname, een spiegel die De Kom beide samenlevingen voorhoudt.

Schrijfster Karin Amatmoekrim leest een stukje voor uit De man van veel dat begin volgende maand uitkomt. In dit boek beschrijft Amatmoekrim de periode van drie maanden waarin de Surinaamse verzetsheld Anton de Kom was opgenomen in een psychiatrische inrichting. Foto @ Stuart Rahan

Safdar Zaidi wordt geïnterviewd door Michiel van Kempen. Foto @ Mitra Rambaran

Opname De Kom
Wat velen over Anton de Kom weten, is zijn verzet tegen de Nederlandse overheersing in Suriname, zijn gevangenschap in Fort Zeelandia gevolgd door verbanning uit zijn geboorteland. In Nederland sloot hij zich aan bij het verzet tegen de Duitse overheersing tijdens de Tweede Wereldoorlog om uiteindelijk in het concentratiekamp Neuengamme te sterven.
Terloops is bekend dat Anton de Kom tijdelijk was opgenomen in een psychiatrische inrichting vanwege overspannenheid. Dat is het moment waarop Amatmoekrim in de psyché kruipt van de verzetsheld en eindigt het verhaal als hij drie maanden later uit de inrichting wordt ontslagen. 'De man van veel' zoals de titel luidt, komt begin oktober uit. Zij las als voorproefje een stuk voor, dat enthousiast werd ontvangen. Sommigen kunnen niet wachten tot het boek uit is.

Safdar Zaidi luistert naar een video-opname met babbelkous Rappa. Foto @ Mitra Rambaran


Versurinamiseren
Opmerkelijk tijdens deze middag was de verantwoording door de Pakistaans-Indiaas-Nederlandse schrijver Saiye Safdar Zaidi over zijn boek De suiker die niet zoet was. Zaidi vertelt dat er een Surinaamse versie komt waarin het gevoelige woord 'neger' of foute benaming 'pannenkoek' vervangen zullen worden door bijvoorbeeld 'Afro-Surinamer' en 'roti'. Maar de hilariteit ontstond toen de schrijver vertelde dat voor de Surinaamse versie hij toestemming gegeven heeft aan Robby 'Rappa' Parabirsing het fictieverhaal uit te breiden met nog eens vijftig pagina's omdat er volgens Rappa ook enkele feitelijke onjuistheden in zouden voorkomen. Daarmee zou het verhaal 'Surinaamser' worden.


Ellen de Vries. Foto @ Michiel van Kempen


De dag bood promovendi, die onderzoek doen bij de Leerstoel West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam, de gelegenheid een uiteenzetting te geven over hun huidige onderzoek. Schrijver Ellen de Vries, die eerder publiceerde over kunstenares Nola Hatterman, onderzoekt de rol van de Nederlandse en Surinaamse media in de periode 1982 1992. Haar vertrekpunt is de Decembermoorden met een nadere focus op de Binnenlandse oorlog.



[uit de Ware Tijd, 10/09/2013]

Sanne Landvreugd sloot de middag stemmig af met werk van Jobim. Foto @ Michiel van Kempen

zondag 18 augustus 2013

Opening van het letterenseizoen bij Ons Suriname

Benoît Verstraete
Op zondag 8 september 2013 presenteren de Vereniging Ons Suriname, de Werkgroep Caraïbische Letteren en de Leerstoel West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam een Letterendag bij Ons Suriname in Amsterdam.

De dag begint met drie lezingen van promovendi die onderzoek doen bij de Leerstoel West-Indische Letteren (prof. Michiel van Kempen). Zij presenteren delen van hun onderzoek en geven het publiek alle gelegenheid tot vragen stellen.


Inloop 13.30 uur.
14.00 Benoît Verstraete – Over de Deens/Surinaams/Nederlandse zendeling/schrijver P.M. Legêne
14.30 Joe Fortin – Over de verhaalkunst van de Arubaanse schrijver Jossy Tromp
15.00 Ellen de Vries – Over de rol van de media ten tijde van de Binnenlandse Oorlog in Suriname
 
Joe Fortin
Vanaf 15.30 uur

Boekenmarkt

Stephan Sanders

Met korte interviews met de volgende schrijvers:
Rudie Kagie – Bikkel
Saiye Safdar Zaidi – De suiker die niet zoet was
Diederik Samwel – Jelaya
Stephan Sanders – Iets meer dan een seizoen (over Anil Ramdas)
Antoine de Kom - Ritmisch zonder string

Karin Amatmoekrim leest uit haar nieuwe, nog te verschijnen roman

Alle schrijvers signeren hun boeken! Boekentafels aanwezig.
Sanne Landvreugd

Muzikale omlijsting door de saxofoniste Sanne Landvreugd.

Locatie: Vereniging Ons Suriname
Hugo Olijfveldhuis
Zeeburgerdijk 19a
1093 SK  Amsterdam
(nabij de molen en het KIT in Oost; vanaf CS stadsbus 22 stopt bij de Nicolaaskerk tegenover CS, richting Indische buurt, 8 min.)
Toegang 3,50.




zaterdag 3 augustus 2013

Fragmenten uit Jelaya van Diederik Samwel

1. Stan op school, maart 1973: het Surinaamse lager onderwijs in de laatkoloniale tijd:
‘Ai, Stanley, yu e sribi no? Ik vraag je nu nog één keer om Hoogezand-Sappemeer aan te wijzen.’ Stan moest zich sterk vergissen als hij daar zijn naam niet door het lokaal hoorde kaatsen. Alle ogen die op hem gericht waren, bevestigden zijn vermoeden. De meester kwam al overeind van achter zijn lessenaar en hij schoot naar voren uit zijn bank om de aanwijsstok te pakken. Hij had alleen geen flauw benul waar Hoogezand-Sappemeer kon liggen. Hoe verzonnen ze het ook, zo’n naam? Het klonk als een woestijn waar ook de laatste vrieskist tot het laatste flesje was geleegd. [...] En trouwens, waarom moesten ze die vreemde namen uit hun hoofd leren als de kans dat ze daar later nog eens terechtkwamen, praktisch te verwaarlozen was? A bun, Groningen was een provincie van Nederland, het land waar ook Suriname bij hoorde, als kolonie, rijksdeel, overzees gebied of hoe ze het ook wilden noemen, maar wat schoten ze hier eigenlijk op met verhalen over het turfsteken in de buurt van Hoogeveen? Het kwam veel beter van pas om te leren dat Groningen in Saramacca naar het westen lag en dat je daar op een gegeven moment vanzelf uitkwam wanneer je via de Kwattaweg de stad uit reed. [...] (pp. 18/19)
M.A. Koekkoek - De Weidevogels


2. Jelaya als onderwijzeres, januari 1993:
Strom no de. Zul je zien dat mijn klas straks maar voor de helft gevuld is. Dan weet ik het goed gemaakt; met de kinderen die wel komen opdagen, gaan we verhalen vertellen en toneelspelen. Je moet het leven nemen zoals het op je afkomt, met of zonder stroom. Maar niet iedereen denkt daar hetzelfde over. Wacht maar af: net als bij zware regens wagen ouders zich niet op straat zodra de stroom uitvalt. Op zo’n dag houden ze hun kinderen liever een dagje thuis. Moeten ze zich daar maar zien te vermaken, helpen met de was of boodschappen doen.
Alsof school eigenlijk maar een dwaze verplichting inhoudt en geen investering in de toekomst van hun kind. Tss, hoor wie het zegt, alsof ik daar zelf nog zo van overtuigd ben. Zolang we boeken uit de jaren zestig en zeventig blijven gebruiken en nog steeds met de Hollandse Gouden Eeuw en schoolplaten van M.A. Koekkoek zoals ‘De Weidevogels’ of ‘De Vrienden der duisternis’ opgescheept zitten, kun je je inderdaad afvragen wat kinderen ermee opschieten door elke dag naar school te gaan. (p. 187)

CBB (Bureau Burgerlijke Stand, Paramaribo)

3. Hendrik, ambtenaar van het CBB in Paramaribo, met Dew - terug uit Holland - als klant: november 1999:
Zo had ik hier vanochtend ene heer Nanpersad aan de balie. Nog vóór ik zijn papieren had ingekeken, hoorde ik al dat hij minstens vijftien jaar in Holland had gewoond. Ik durf zelfs vol te houden dat ik behalve oren en ogen ook een neus heb om die blaka bakra’s eruit te pikken. Zo iemand wil zich dan in Suriname vestigen zonder bewijs van uitschrijving uit Nederland. Ik hield hem voor dat zijn dossier niet compleet was maar nog voor ik hem op de procedure en de consequenties kon wijzen, verzocht hij me om zijn paspoort opnieuw te controleren. Hij glimlachte er vriendelijk bij en ik moet zeggen: het was in alles een zeer verzorgde heer. Bovendien was het lang geleden dat ik een Nederlands briefje van vijfentwintig van dichtbij had gezien. Ik kreeg er een kleur van. In zo’n geval zet ik maar gewoon een stempel: we zijn er in dit land toch ook om elkaar af en toe de hand toe te steken? Ai man, de ene hand wast de andere. De man heeft vast en zeker meer van die mooie briefjes in zijn portefeuille en die kunnen we hier heel best gebruiken. (pp. 221/222)

4. Dew bij een van de zittingen in het proces met betrekking tot de ‘gebeurtenissen van 8 december 1982’: februari 2012:
Was hij zelf rechter geweest dan had Dew een zaak als deze bij voorkeur aan zich voorbij laten gaan. Want hoe was het mogelijk te oordelen over gebeurtenissen van bijna dertig jaar geleden? Voor zover hij het proces had kunnen bijhouden waren er in het vooronderzoek talloze tegenstrijdige getuigenverklaringen afgelegd. De verdediging zou straks ongetwijfeld aanvoeren dat verdachten of getuigen onmogelijk in staat konden zijn zoveel jaar na dato nog allerlei details uit hun geheugen op te diepen. De identiteit van de gedaagden maakte het nog gevoeliger. Onder hen een paar bigshots, die zich na de laatste verkiezingen in het centrum van de macht hadden genesteld. En natuurlijk was daar de omstandigheid dat de hoofdverdachte in de loop van het proces tot president was gekozen. Waar het bij het begin van het strafproces - afgezien van de forse belangstelling van buitenlandse media tijdens de allereerste zitting - nog redelijk rustig was geweest en veel mensen de ontwikkelingen in de rechtszaal gelaten en zelfs met enige scepsis volgden, raakte het publiek na de laatste verkiezingen meer en meer verdeeld. Waar de een vond dat een democratisch gekozen staatshoofd nimmer voor het gerecht kon worden gesleept, hield de ander juist vol dat een verdachte in een moordzaak, die bovendien al eerder door een Nederlandse rechter was veroordeeld wegens handel in drugs, nooit het hoogste politieke ambt zou mogen bekleden. Goed beschouwd kon de Krijgsraad het straks dan ook nooit goed doen bij een uitspraak. Een vonnis zou een grote smet werpen op het land en het internationaal aanzien schaden, terwijl vrijspraak in één klap de democratische rechtsstaat onderuit haalde. (pp. 295/296)

Jelaya: Suriname onder een microscoop

door Jerry Dewnarain

Het omslag van Diederik Samwels Jelaya doet denken aan een geschiedenisboek. De kleuren van de Surinaamse vlag en de gele ster suggereren dat het boek een Surinaamse roman is en dat is dan ook de ondertitel. Maar dit is niet waar. Het boek is geen Surinaamse roman, maar een roman óver Suriname. De auteur schrijft vanuit verschillende perspectieven, waardoor hij van buiten uit onze samenleving belicht. Via de alwetende verteller of soms een ik-verteller komt de Surinaamse geschiedenis tussen maart 1973 en februari 2012 aan de orde door middel van fictie.
Diederik Samwell

Het begint met het perspectief van de chinese winkelier Li Han. De lezer krijgt dan meteen al veel informatie over de huichelachtige Surinaamse samenleving: over haar doen en denken. Op pagina 12 geeft Li Han een goed beeld van situaties die plaatsvinden onder de bevolking: ‘En met een beetje mensenkennis en logisch nadenken kom ik dan een heel eind. Waarom worden bepaalde kinderen op een vast uur op een vaste dag in de week naar mij gestuurd voor een paar boodschappen? Hoe valt te verklaren dat er alleen op die ene middag of avond in de week dyogo’s worden ingekocht door de buurvrouw? Wat moet ik ervan denken als meneer voor de zoveelste keer schone baddoeken bij mij komt halen?’ De omu sneisi lijkt wel een socioloog of andragoog te zijn die enkele sociale problemen van het land aankaart: ‘Waar ik ook op vrijwel elk uur van de dag getuige van ben zijn die hoogst merkwaardige omgangsvormen. Alle kleuren en bevolkingsgroepen zijn terug te vinden in deze buurt (Van Sypensteinstraat): van zwart tot wit en alles wat daartussen zit. Maar om nou te zeggen dat die kleuren ook echt verenigd zijn?’ Nee, zeker niet! De schrijver raakt hier een gevoelige snaar. Hij laat weten dat de eenheid tussen de verschillende bevolkingsgroepen, waar men zo prat op gaat, schijn is. Dit vind ik het mooiste voorbeeld waarmee Samwel er in geslaagd is de Surinaamse samenleving met een scherpe blik te beschrijven.

De belangrijkste personages zijn de (rijke) hindostaan Dew Nanpersad en de (hosselende) creool Stan Simons. Zij zitten samen op dezelfde school en worden later verliefd op hetzelfde meisje, de mooie en slimme Jelaya. De structuur van het boek is boeiend en afwisselend. In acht hoofdstukken wordt het verhaal van Stan en Dew chronologisch verteld. Ieder hoofdstuk wordt vanuit een ander perspectief verteld, de ene keer is Dew de hoofdpersoon, de andere keer Stan. In ieder hoofdstuk staat echter een bijfiguur centraal, waardoor je als lezer informatie krijgt waar Stan en/of Dew geen weet van hebben, of die ze voor je achterhouden. Stan en Dew kennen elkaar van school, maar goede vrienden worden ze pas later. Dew is een geslaagde ondernemer en verdient in het begin van het boek geld door feesten te organiseren in de Tuna. Als hij een keer wordt overvallen, is het Stan die hem te hulp schiet. Zo ontstaat er een vriendschap die lang zal duren.

Het verhaal zelf is niet bijzonder, wel zeer herkenbaar. Suriname wordt onafhankelijk en er ontstaan emigratiegolven naar Nederland. Vele Surinamers denken hun heil in Nederland te zoeken. Zo ook de vader van Dew. Hij besluit met zijn gezin naar Nederland te emigreren. Dew mag in Suriname blijven, maar wordt later toch aangemaand om naar Nederland te gaan. Hij begint als bouwvakker in dat land de kost te verdienen en weet zich al heel snel op te werken tot een geslaagde projectontwikkelaar. Door zijn ouders wordt hij uitgehuwelijkt en het lijkt alsof Dew niets in het leven te kort heeft. Daarentegen blijft Stan in Suriname achter; hij wil niet weggaan. ‘Hij keek wel uit om zich in Nederland te vestigen. Behalve dat hij niets voelde voor een verblijf in “dat koud kikkerlandje aan de overkant” had hij daar nog een andere reden voor.’ (p. 128) De reden was dat Stan bang was dat zijn ouders alleen in Suriname zouden achterblijven. Dat kwam voor hem als een doemscenario. In dat geval zou zijn veel dyogo’s soldaat makende vader zijn moeder gaan tiranniseren en dat was voor Stan een onverteerbare situatie. In een later deel heeft Stan vaak ruzie met de moeder van zijn kinderen. Hij werkt in het Diaconessenhuis en krijgt problemen met het leger. Hij wordt opgepakt en gedwongen om als chauffeur voor de militairen te werken. ‘Omdat hij bovendien van jongsaf aan had aangetoond over “uitzonderlijke” rijvaardigheden te beschikken, handig was met apparaten en motoren en angst voor hem een volslagen onbekend fenomeen scheen te zijn, was hij de aangewezen figuur om “bij gelegenheid” leden van de Militaire Raad te vervoeren.’ (p. 140) Stan Franklin Simons wil niet, maar hij heeft geen keus. Vooral wanneer een groep gezaghebbende Surinamers op een nacht in december wordt vermoord.

Paramaribo. Foto @ Ertugrul Kilic

Eind jaren negentig wanneer de situatie in Suriname wat stabieler is, remigreert Dew. Hij neemt zijn mati Stan in dienst en schrikt zich rot als hij zijn jeugdliefde Jelaya tegen het lijf loopt. De drie sluiten een bijzondere vriendschap en werken er hard aan om Suriname tot ontwikkeling te brengen. Maar dan loopt alles opeens anders dan iedereen had kunnen verwachten... . Het einde geeft knap aan hoe fictie en geschiedenis (Decembermoorden) bij elkaar komen en de rol die Jelaya daarbij vervult, is verzoenend. ‘Dew liet zijn vuisten zakken en slaakte een diepe zucht. Hij haalde diep adem en trok zijn schouders weer naar achter. Het hoofd geheven, de borst vooruit. Eerst keek hij naar Jelaya, daarna richtte hij zich tot Stan. Eindelijk deed Dew de laatste pas in zijn richting, met gespreide armen ditmaal. Ook (Stan) knikte naar Jelaya om vervolgens zijn baas en vriend als broer tegen zich aan te drukken. (...) Jelaya stond op. Ze pakte een kaars uit een van de kandelaars op het dressoir en stak hem aan met Stans lucifers. Daarna liep ze langzaam door het vertrek om een voor een alle kaarsen te laten branden.’ (pp. 316/317)

Een liefde van twee mannen voor dezelfde vrouw, armoede, achteruitgang, politiek drama, intriges tussen families en vriendschappen, dromen van een beter Suriname zijn thema’s die ‘Jelaya’ een beeld van Suriname en ook van zijn recente geschiedenis geven.
Neem bijfiguur Hendrik als voorbeeld. Hij werkt bij het CBB en beschrijft op pagina 219 een gewone dag op zijn werkplek: ‘Neem nou deze ochtend. Nadat ik drie gezinnen had behandeld, was het weer eens raak; in het hele kantoor bleek geen velletje carbonpapier meer te vinden. De voorraad wordt normaal gesproken op tijd aangevuld vanuit de loods op Nieuwe Haven maar kennelijk had de chef inkoop zitten slapen. Geen mens die weet wanneer het busje met kantoorspullen langs komt rijden. Niemand van het personeel achter de balie die de tientallen wachtende mensen dan durft te zeggen dat ze de volgende dag terug moeten komen’ (lees gedicht over het CBB). Fictie die wordt verweven met een stukje geschiedenis waarover niet graag gesproken wordt.

Diederik Samwel schrijft beeldend. Als Surinamer zie je alles voor je wat minder het geval zal zijn voor Nederlanders. Jelaya  is een voorbeeld voor Suriname. Het boek is goed uitgegeven. De taal is verzorgd, wat het lezen prettig maakt, maar ook vaak vol herkenbare humor. Surinaamse schrijvers als Albert Helman en op het eind van zijn leven ook Clark Accord hebben bij de uitgever Nijgh & Van Ditmar hun werk uitgegeven.

Diederik Samwel: Jelaya. Een Surinaamse roman. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2013. ISBN 978 90 388 9628 1


zaterdag 13 juli 2013

Samwel bekijkt Suriname via Jelaya


door Audry Wajwakana

Paramaribo - “Als journalist stuit je soms op bepaalde informatie die vaak té interessant is om alleen maar als een nieuwsbericht te schrijven”, onthult verslaggever Diederik Samwel de aanleiding van zijn schrijversbestaan.
Samwell signeert Jelaya

Deze boeiende gegevens die hij verzamelde vanaf 1998 tot heden in Suriname, gebruikte de auteur voor zijn laatste pennenvrucht Jelaya. Een roman waarvan het verhaal zich afspeelt midden in de Surinaamse gemeenschap in de periode van 1973 tot 2012. Voor een goed opgekomen publiek in Sukru Oso werd Samwel geïnterviewd door Marisa Pieplenbosch.

Goed verhaal
De geboren Amsterdammer kwam vanaf 1998 regelmatig naar Suriname, vanwege het werk van zijn vrouw Mirjam Marks, die documentaireproducent is. "De eerste zes maanden was het zeker geen liefde op het eerste gezicht", vertelt hij over die periode. Maar door het journalistieke werk en als voetballer kwam hij veel in contact met de gastvrije en vriendelijke Surinamers. In Jelaya schetst de auteur een beeld van de situatie in Suriname vanaf 1973 zoals beleefd door de hoofdpersonen Stan, Dew en Jelaya die een driehoeksverhouding hebben. Als journalist en voetballer heeft hij zich makkelijk tussen de Surinamers kunnen begeven, waardoor hij zonder moeite aan de verhalen kon komen. "Het boek is verdeeld in acht tijdsvakken die steeds gekoppeld zijn aan een maand in het verleden. De ene keer gezien door de ogen van een Chinees, Javaan, Creool en ook een Hollander die journalist is", zegt Samwel. "Het laatste heeft niets met mij te maken", voegt hij er snel aan toe. Samwel vertelt op boeiende wijze over de politieke drama's, intriges, vriendschappen en de plot in het verhaal. Aan het eind van het vraaggesprek met de schrijver moet Pieplenbosch toegeven dat het Samwel heel goed is gelukt om een goed verhaal neer te zetten.

Samwell signeert nog steeds Jelaya

De Nederlandse bestuurskundige Leo Klinkers die in Suriname woont en werkt heeft het boek ook gelezen. "Als ik het zou mogen beoordelen zou ik het boek een acht geven", zegt hij. "Een heerlijk boek met buitengewoon herkenbare gebeurtenissen." De schrijver heeft zich volgens Klinkers door de gekozen karakters goed door de geschiedenis heen weten te manoeuvreren. "Omdat het een tijdvak van dertig jaar is, is het ook een epos. Het verhaal wordt steeds spannender met een plot waardoor je, je als lezer steeds afvraagt hoe het verhaal afloopt. Kleine juweeltjes die goed in elkaar vallen", beoordeelt Klinkers.

Tijdens de presentatie bestond de gelegenheid om het boek te kopen en Jelaya ging dan ook grif over de toonbank. Met de uitgave van dit boek heeft Samwel drie non-fictie boeken op zijn naam staan. In 2002 kwam hij met Blootvoeters en beschuitgras uit en in 2008 Suriname in het hart.

[uit de Ware Tijd, 13/07/2013]


zaterdag 18 mei 2013

Pleidooi voor andere kijk op slavernij in Clark Accord Lezing


Quinsy Gario
door Diederik Samwel

De Clark Accord Lezing die afgelopen weekend in Amsterdam werd gehouden stond in het teken van de slavernij. De Curaçaose dichter en theatermaker Quinsy Gario riep in zijn lezing huidige generaties op het gedachtegoed van hun voorouders in ere te houden.

De lezing ter nagedachtenis aan de in 2011 overleden schrijver Clark Accord werd voor de tweede keer gehouden. Het is naast het organiseren van wedstrijden voor schrijftalent in Suriname en Nederland een van de voornaamste initiatieven van de vorig jaar door zijn familie opgerichte Clark Accord Foundation.

Mensen met idealen 
Quinsy Gario hield in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam op Accords sterfdag een fel betoog voor een ándere, niet-koloniale benadering van het slavernijverleden. Stilstaan bij deze periode in de geschiedenis hoeft volgens Gario niet statisch te zijn, ‘als iets wat het verleden toebehoort’.
In zijn lezing verwees Gario naar het laatste boek van Accord, Plantage d’Amour.

Hoofdpersoon Kenneth leert daarin gaandeweg om voortaan uit te gaan van zijn voorouders en niet van slaven, als hij op zoek gaat naar zijn roots in Suriname. De betovergrootouders van Kenneth waren mensen met idealen die voor hun vrijheid vochten en geen ‘ééndimensionale slachtoffers’ waar de huidige generaties haast automatisch pathetische herinneringen aan bewaren. In die pathetiek schuilt namelijk het gevaar dat de nazaten nog altijd afhankelijk zijn van anderen. Bijvoorbeeld waar het gaat om erkenning van leed of toekenning van subsidies.

Spaanse bok (Chubatu spaño)

Nederlanders eren 
Volgens Gario moet er snel een eind komen aan de heersende Europese perceptie van de slavernij: 'Het herdenken van het afschaffen van de slavernij op 1 juli, is eigenlijk niet zozeer stilstaan bij de vrijheid van tot slaaf gemaakten als wel Nederlanders eren, omdat ze zo barmhartig zijn geweest hen hun vrijheid te geven.’
Waar Karin Amatmoekrim vorig jaar tijdens de eerste Clark Accord Lezing haar in 2011 overleden collega-schrijver een fakkeldrager van de postkoloniale literatuur noemde, beschouwt Gario hem als een icoon van de mondiale dekoloniale beweging in kunst en cultuur. Daarin staat niet langer het Europese gedachtegoed centraal, maar is het slechts een van de mogelijke manieren om de wereld te ervaren.

‘En dat moeten we in onze kunst en cultuur ook laten terugzien wanneer we het over de slavernij hebben. Ik beschouw Plantage d’ Amour als een dekoloniaal werk. Het is niet de Europeaan en zijn mening die centraal staan maar wij. Onze achtergrond wordt naar voren gehaald, bestudeerd en bewierookt. Onze diversiteit en verscheidenheid. Onze individualiteit. Onze manieren van de wereld om ons heen meemaken worden uiteengezet.’

Trots op voorouders 
Gario toont zich, naar het voorbeeld van Accord, trots op zijn voorouders. Hij roept de huidige generaties op om in dezelfde lijn te denken en hun stem te laten horen: ‘Ik ben trots op de overlevingskracht en levenszin van mijn voorouders, die ondanks alles elke dag een betere wereld voor mij hebben gemaakt. Ik wil de herinnering aan hen niet onder stoelen of banken hoeven stoppen, zodat ik subsidie krijg om te overleven hier in Nederland. De oer-Hollandse uitspraak ‘wie betaalt bepaalt’ geldt nog altijd, zoals we hebben gezien met het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis.’

Gario besloot zijn lezing met een oproep aan de jongste generaties om net als Accord de verantwoordelijkheid te nemen die de voorouders hen ooit hebben gegeven: ‘Nu is het zaak om elkaar te steunen, elkaar kritisch te bevragen zonder elkaar kapot te maken, verantwoording voor onze daden af te leggen zonder te denken dat het een knieval is. Elkaar een handje helpen, elkaar behoeden, elkaar de ruimte geven, elkaar wijzen op fouten, elkaar meegeven dat het onze taak is om de wereld beter achter te laten voor de generaties na ons.’

De integrale tekst van de lezing van Quinsy Gario is terug te vinden op de site ‘Roet in het eten’, platform voorcrosscultureel contact.

woensdag 17 april 2013

Nieuwe Surinaamse roman van Diederik Samwel: Jelaya

Gisteren is de nieuwe roman van schrijver Diederik Samwel, getiteld Jelaya, bij uitgeverij Nijgh &Van Ditmar verschenen. Het verhaal speelt zich af midden in de Surinaamse gemeenschap, op de straten en erven van Paramaribo. De lezer ziet de voormalige kolonie door de ogen van twee Surinamers, met de recente geschiedenis van het land op de achtergrond.

Stan Simons piekert er niet over om naar Nederland te gaan, hoe moeilijk de militairen het hem ook maken. Strijdvaardig hosselt Stan zich door het leven. Zijn voormalige klasgenoot Dew Nanpersad kan evenmin zonder zijn geboorteland, merkt hij tijdens een verblijf in Nederland. Eenmaal terug in Suriname is Dew vastberaden het land vooruit te brengen in schoonheid en ambitie. Beiden raken nauw betrokken bij de slepende rechtszaak rond de Decembermoorden. Daarnaast koesteren de mannen allebei een onmogelijke liefde voor de knappe en intelligente Jelaya.

Diederik Samwel (1962) raakte in 1998 verknocht aan Suriname, waar hij vervolgens in totaal zes jaar woonde en werkte. Daarover schreef hij onder meer zijn non-fictieboeken Blootvoeters en beschuitgras en Suriname in het hart. Samwel publiceert regelmatig in NRC Handelsblad, de VPRO Gids en Vrij Nederland. Daarnaast is hij columnist voor de Surinaamse nieuwssite Starnieuws. Samwel schetst in Jelaya een warm en authentiek beeld van verschillende periodes tussen 1973 en nu, en biedt een even helder als dramatisch inzicht in de dilemma’s van Suriname.

woensdag 19 december 2012

Theaterstuk Bouta eindigt met handtekeningenactie



door Diederik Samwel


Na het theaterstuk Bouta dat zaterdagavond in Amsterdam in première ging, roepen de acteurs het publiek op om een petitie te ondertekenen. Door zoveel mogelijk handtekeningen te verzamelen hopen de theatermakers voor elkaar te krijgen dat het rapport naar de rol van Nederland bij de staatsgreep in 1980 openbaar gemaakt wordt.

Dit rapport waarin onder meer de betrokkenheid van de in november dit jaar overleden kolonel Hans Valk zou zijn terug te vinden, wordt als Nederlands staatsgeheim bewaard. Het zou voor Nederland schokkende gegevens bevatten. De onderzoeksgegevens worden pas in 2060 vrijgegeven.

25.000 handtekeningen 
Anoek Nuyens, een van de drie acteurs in de voorstelling, sprak tijdens de research voor de voorstelling uitvoerig met oud-minister Jan Pronk van Ontwikkelingssamenwerking. Over de onderhandelingen voorafgaand aan de onafhankelijkheid maar ook over de machtsovername in 1980. Pronk steunt het initiatief voor de petitie. Binnenkort is er ook contact met specialisten uit de fracties van de huidige regeringspartijen VVD en PvdA. De SP dringt er langer op aan om het rapport uit de staatskluis te halen.

De theatermakers hebben bewust gekozen voor een petitie en geen burgerinitiatief. Die laatste optie zou sympathisanten met de Surinaamse nationaliteit uitsluiten en dat wil de groep voorkomen. De makers mikken op 25 duizend handtekeningen die ze de komende maanden tijdens de landelijke tournee van het stuk Bouta willen verzamelen. Dat aantal betekent volgens hen een serieus signaal dat door politiek Den Haag serieus genomen zou moeten worden.

De petitie is ook digitaal te ondertekenen.

[uit Starnieuws, 17 december 2012]

zondag 16 december 2012

Familie Breeveld neemt afstand van documentaire


door Diederik Samwel

De documentaire Wan Famiri over de familie Breeveld was donderdagavond te zien bij de EO op Nederland 2. Vóór de film begint, verschijnt een tekst in beeld waarin de Breevelds afstand nemen van het eindresultaat. In een uur televisie maakt de kijker kennis met de familie. De camera volgt zus Lucia en de broers Borger, Hans, Carl en Clarence in hun dagelijks leven. 

Borger Breeveld barst in tranen uit in de documentaire.


Lucia werkt als stervensbegeleider en vertelt in de film openhartig over het gezinsleven bij de Breevelds en de hechte familieband. Die komt ook naar voren in de scènes dat ze samenkomen om bij te kletsen, te zingen en muziek te maken.
Borger, wereldberoemd in Suriname als Roy uit de speelfilm Wan Pipel en later woordvoerder en persman van Desi Bouterse, is tegenwoordig werkzaam bij de STVS als eindredacteur. In die functie zit hij bijvoorbeeld bij de montage van een interview met zijn broer Carl, partijleider en assembleelid van DOE.
Diezelfde Carl bezoekt in de documentaire scholen in het binnenland om te luisteren naar de behoeften van de jeugd. Hij is vast van plan een beter land van Suriname te maken en zou niet aarzelen om zich daar op termijn als president voor in te zetten.

Decembermoorden 
Muzikant Clarence woont en werkt in Holland. Met pijn in het hart, want eigenlijk zat hij liever in eigen land, zo laat hij doorschemeren. Maar ja, hij heeft inmiddels een gezin met opgroeiende kinderen en die voelen zich prima thuis in Nederland. En eigenlijk kan Clarence daar misschien wel meer betekenen voor Suriname.
Hans is politicoloog en geeft colleges. In de film vaart hij over de Surinamerivier om te vertellen over het slavernijverleden. Ook gaat hij in op zijn periode als minister van Binnenlandse Zaken onder president Kraag in de militaire periode.
Want in de documentaire speelt de recente geschiedenis van Suriname een prominente rol. Er zijn archiefbeelden opgenomen van de proclamatie van de onafhankelijkheid, de militaire coup, reacties op de decembermoorden en verser nog, het aannemen van de verruimde amnestiewet, begin april dit jaar.
Documentairemaker Geertjan Lassche wil van de familie weten hoe het eigenlijk zit met die moorden. Vooral omdat Borger zo nauw heeft samengewerkt met Bouterse en nog steeds goed bevriend is met de president. 

Farida Sedney

Lassche registreert verschillende reacties. Carl zegt dat hij Borger had willen adviseren om na ’82 afstand te nemen van de militairen. Terwijl Lucia uitlegt dat Nederlanders het nooit helemaal zullen begrijpen. Omdat iedereen in Suriname zo nauw betrokken is bij de moorden. De mensen zijn sterk met elkaar verbonden. Via een vriend onder de nabestaanden of via familie van de toenmalige machthebbers. ‘Jullie Hollanders bekijken het nuchter, bij ons is het emotie. Daarom kun je hier niet radicaal zijn.’
Vooral het beeld van Borger blijft achter na het zien van de documentaire. Hij is in tranen als hij vertelt dat hij destijds toch is doorgegaan met zijn werk. Ondanks de tegenslagen en ondanks ‘die klote dag die zo veel heeft veranderd in het land’. Nee, hij heeft Bouterse nooit gevraagd wat er precies gebeurd is tijdens die decembernacht. Omdat hij bang is voor het antwoord, vraagt Lassche. Ja, omdat hij bang is voor het antwoord, fluistert Borger.

Ander beeld 
Na de aftiteling komt nogmaals de tekst van de familie Breeveld in beeld: ‘Wij hebben meegewerkt aan deze documentaire maar herkennen ons niet in het eindresultaat. Wij hadden een ander beeld van hoe deze documentaire zou worden. Om die reden nemen wij nadrukkelijk afstand van deze documentaire die wat ons betreft niet uitgezonden zou moeten worden.’

De verklaring roept vragen op. Heeft filmmaker Lassche zijn bedoelingen vooraf niet duidelijk genoeg gemaakt aan de Breevelds? Dat hij van plan was om via een familieportret het trauma van de decembermoorden in beeld te brengen. Of is de familie Breeveld naderhand geschrokken van de openhartige reacties van vooral Borger?

[uit Starnieuws, 14 december 2012]

dinsdag 12 juli 2011

Een zilveren wolk vol fluisterstemmen

door Diederik Samwel

Plotseling vult de loods zich met een zacht en warm geluid. Het klinkt meer ingetogen dan de wekkers die elke minuut in de andere zaal afgaan. Het is afkomstig van duizenden zilverkleurige lepels die aan nylon draadjes aan het plafond hangen. Ze bewegen zachtjes op de zwoele wind die door de massieve schuifdeuren naar binnen waait. Een tingelend geluid wanneer de lepels elkaar raken. Wie goed kijkt, ziet dat er op elke lepel een teken is gegraveerd. Wie iets minder goed kijkt, ziet een langzaam wiegende zilveren wolk. “Net alsof het leeft. Het klinkt mooi. ’t Is net alsof je fluisterstemmen hoort”, zegt mijn zoon (11).

Wat de kunstenaar met die wekkers zou bedoelen? “Ja, hè, hè”, verzucht een van mijn dochters (14), “dat het tijd is natuurlijk! Hoog tijd kennelijk, want er gaat elke minuut een hele serie wekkers af. Dat het tijd is om dood te gaan misschien. Kijk maar naar al die schedels die ernaast liggen.”

Maar voor wie zou het dan de hoogste tijd zijn? We gaan op zoek naar het antwoord in twee met zwarte schermen afgescheiden videozaaltjes. Daar zijn filmpjes van vroeger te zien. Ze gaan over houtkap, de winning van palmolie en goud. Duidelijk wordt dat de ondernemers het in het bos kennelijk niet zo nauw nemen met het milieu. “Daar zijn ze niet zo blij mee in het binnenland”, denkt mijn jongste dochter (9). “Zouden ze daarom al die barbiepoppen aan elkaar vast hebben gebonden? De touwtjes zitten behoorlijk strak; straks stikken ze nog.”

Mijn oudste dochter (16) staat iets verderop. Ze geeft toe dat de geruite plastic tassen waarin filmpjes van Afrika (“net Suriname toch?”) worden geprojecteerd, ook wel iets hebben. Maar uiteindelijk valt ze vooral voor het enorme carré van ingepakte flessen. “Al die verschillende kleuren maken het heel vrolijk.” Terwijl haar broer eromheen loopt en uitrekent dat het er dik drieduizend moeten zijn, bedenkt ze dat het nog een behoorlijke klus moet zijn geweest om al die flessen in pangi-stof te wikkelen.

Toevallig weet ik dat de kunstenaar een paar weken lang hulp heeft gekregen van schoolkinderen. Zoals ze hem met hun klas ook hebben geholpen met het beschilderen en versieren van de totempalen die buiten op het parkeerterrein staan opgesteld, en met het graveren van de zilveren lepels. “Dan zijn die kinderen dus ook een beetje kunstenaar”, vindt de jongste. Meteen daarop besluit ze dat het tijd is om te gaan eten.

In het restaurant volgt een korte evaluatie. Algemene indruk: ze vonden de overzichtsexpositie van Marcel Pinas best mooi, lekker ruim ingericht en niet zo moeilijk allemaal. Zo valt het eigenlijk best mee om een keertje naar een tentoonstelling te gaan. En wat de kunstenaar ermee zou bedoelen? Simpel: meer aandacht voor de natuur en de mensen van het binnenland. Voor je het weet, gaat iedereen dood.

De jongste twee snappen trouwens heel goed waarom Pinas een beetje boos is. In het 10 Minuten Jeugdjournaal hebben ze hem van de week horen zeggen dat hij trots is dat het publiek in Paramaribo nu kan zien wat hij heeft gemaakt. Maar dat hij tegelijkertijd niet begrijpt dat die kunstwerken eerder in Amerika, Nederland en Duitsland op tentoonstellingen stonden. De kinderen vinden dat ook merkwaardig. Het is toch een heel gedoe om al die flessen, pangi’s, lepels, tassen, schoolbanken, barbiepoppen, schoenen, wekkers, schedels en katapulten in te pakken en op de boot zetten? Laat hem gewoon lekker in Suriname nieuwe dingen in elkaar zetten; dan hebben de mensen hier er ook wat aan.

[van Starnieuws, 12 juli 2011]



Deze column is geschreven naar aanleiding van de workshop 'Kritisch schrijven over beeldende kunst' door kunstcriticus Rob Perrée. Deze workshop werd gegeven in het kader van de exposities ‘Kibii Wi Koni Marcel Pinas The Event’. Andere bijdragen volgen, onder meer op het blog van Sranan Art (srananart.wordpress.com) en op het blog van de Werkgroep Caraïbische Letteren (caraibischeletteren.blogspot.com).

zondag 19 december 2010

Speelfilm Suriname in première voor enthousiaste zaal

door Diederik Samwel

De speelfilm Suriname ging donderdagavond in première. Misschien geen topproductie maar wel een fraai staaltje lef en doorzettingsvermogen van de makers.

Een groep mannen zit rond de tafel. De een nipt aan zijn glas rum, een ander trekt bedachtzaam aan een groot formaat sigaar. De sfeer is gespannen. In een oogopslag is te zien dat er niet over voetbal of vrouwen wordt gesproken. Hier staan grotere belangen op het spel. Zaken van leven en dood, goud of poeder. Wie dealt met wie en welke partner is echt te vertrouwen?

Dan trekt een lachsalvo door de zaal. Waar het publiek eerder al hoorbaar plezier beleefde aan de introductie van Lucien Vriese als gedienstige chauffeur, verschijnt ditmaal Clifton Braam in beeld, als mafiose onderhandelaar. Minstens zoveel bijval krijgt Isfahany Nagessersing, in het dagelijks leven directeur van tv-zender SCCN. Verderop in de film laat hij zien hoe je als een zakenman voet bij stuk moet houden.

Zo is de speelfilm Suriname die donderdagavond in première ging in de grote zaal van TBL Cinemas, een feest van herkenning. Het script mag dan nogal wat clichés bevatten, de locaties zijn herkenbaar en vertrouwd, terwijl de tjoeries uit de speakers knallen. De zaal gaat helemaal plat tijdens een bedscène van Aby-Jo Elshot (foto links) en Jerry MacIntosh.

Zeker, er valt van alles aan te merken op deze productie. Zo zijn sommige scènes moeilijk te volgen door het matige geluid, lijkt de film een aaneenschakeling van dialogen en kunnen de acteurs lang niet allemaal overtuigen. Maar waar hebben we het over? Wie met kritiek komt, moet zich wel realiseren dat met het budget van Suriname nauwelijks een halve draaidag van een doorsnee Holly- of Bollywoodfilm valt te realiseren. De producent moest het doen met anderhalve ton US dollar. En vooral ook met de inzet van vrijwilligers, die het wel een ‘kiek’ vonden om aan een speelfilm van Surinaamse makelij mee te werken.

Suriname is een speelfilm van Surinaamse bodem, gemaakt met Surinaams geld. Met een, op hoofdrolspeelster Marlous Dirks na, volledig Surinaamse cast en crew. De film is met zichtbaar plezier en enthousiasme gemaakt. En snel ook. Begin augustus was de producent nog bezig met casting, kort daarop volgde de eerste draaidag en in november ging de montage van start. Maar aan de beelden van cameraman Vernon Fredison is het geringe budget en het korte tijdspad niet af te zien.

Regisseur Kitty Guicherit lijkt na afloop nog nauwelijks te geloven dat de film nu echt is afgerond en ook hoofdrolspeler Rodney Cheuk-A-Lam, die tevens het scenario schreef, is sprakeloos. Ze zijn de eersten om toe te geven dat sommige dingen in de film beter hadden gekund. Maar nu zijn ze vooral razend nieuwsgierig naar de reacties van het publiek. Binnenkort krijgen ze de kans om nog het een en ander recht te zetten. Pathé Cinema overweegt op basis van de trailer van Suriname de speelfilm ook in Nederland uit te brengen.

Foto rechts: Cameraman Vernon Fredison (l) en hoofdrolspeler Rodney Cheuk-A-Lam donderdagavond na de première van de speelfilm Suriname; @ Mirjam Marks.

[Overgenomen van Starnieuws]

zaterdag 11 december 2010

Stichting Moiwana presenteert jubileumboek

door Diederik Samwel
 De Amerikaanse ambassadeur John Nay
 (tweede van rechts) kreeg een jubileumboek
 van Moiwana aangeboden. Ook Justine Eduards,
 juriste bij de mensenrechtenorganisatie (rechts),
 nam een exemplaar in ontvangst voor oprichter,
 Stanley Rensch. Naast Nay Lindsey Rayman
 en links bestuurslid Edwin Noordzee.
 Foto © René Gompers.
Op de Internationale Dag van de Rechten van de Mens heeft stichting Moiwana vanochtend het jubileumboek over het bestaan van de stichting gepresenteerd. In het boek zijn volgens Edwin Noordzee, bestuurslid van stichting Moiwana, de hoogte- en dieptepunten uit het ruim twintigjarige bestaan terug te vinden. Noordzee noemt drie cases als belangrijkste wapenfeiten: die van de slachting bij het dorp Moiwana in 1986, de Aloeboetoe-case en de zaak van Ashok Gangaram Panday. De stichting heeft de drie dossiers met succes voorgebracht bij de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens.

Nita Ramcharan stelde tijdens de boekpresentatie dat het geen gemakkelijke opgave was om het boek te maken. Tijdens de research en het schrijfwerk werd het haar nu en dan zwaar te moede: “Het doet veel met je om stil te staan bij wat mensen elkaar in dit land hebben aangedaan. Misschien is dat ook het ergste wat een maatschappij kan overkomen: dat burgers elkaar de verschrikkelijkste dingen aandoen.”

Ramcharan vindt dat het werk van stichting Moiwana om de mensenrechten te beschermen en te waarborgen eigenlijk nooit ophoudt. Ze noemde de Moiwana-case als voorbeeld: “Die staat nog recht overeind. Eigenlijk staan we nog nauwelijks aan het begin van de wederopbouw van het dorp Moiwana. En van een strafproces is voorlopig ook geen sprake."

Volgens Ramcharan is er in Suriname onvoldoende waardering voor de bescherming van de mensenrechten: “Ook al maak je er niet altijd vrienden mee, het vormt een versterking van de democratie.” Ze verwees daarmee naar oprichter Stanley Rensch, die zich had laten ontvallen dat hij met het werk voor stichting Moiwana op den duur geen vrienden meer overhield. Rensch kon zelf niet bij de presentatie aanwezig zijn. Justine Eduards, juriste bij stichting Moiwana, nam in zijn plaats het eerste exemplaar in ontvangst.

Ook de Amerikaanse ambassadeur John Nay kreeg een exemplaar van het jubileumboek uitgereikt. In een korte voordracht benadrukte Nay het belang van de mensenrechten: “Respect voor de rechten van de mens is van vitaal belang voor de maatschappij. Zonder mensenrechten, zonder veiligheid en zonder een duidelijke rechtstaat komt een maatschappij niet vooruit”, zo zei Nay, die deze woorden voor de gelegenheid in het Nederlands uitsprak.

Tijdens de boekpresentatie kwam ook de huidige positie van stichting Moiwana ter sprake. Omdat ontwikkelingsorganisatie Cordaid zich vanaf 2011 terugtrekt uit Suriname valt de belangrijkste financier weg. Volgens bestuurslid Noordzee is de stichting in contact met verschillende potentiële donoren: “We hebben projectvoorstellen ingediend en hopen dat we door kunnen gaan met ons werk. Een groot probleem vormen vooral de kosten voor de overhead; ons kantoor en ons personeel.”

[overgenomen van Starnieuws, 10 december 2010]