Posts tonen met het label Middellijn Paul. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Middellijn Paul. Alle posts tonen

vrijdag 23 augustus 2013

Professor Anansi brengt ‘Voices of Freedom’

Paramaribo - Paul Middellijn die zich professor Anansi noemde, gaf in een half gevuld theater Unique zijn optreden. De poëet deed zijn best het publiek wakker te schudden met zijn tekst, wat hem jammer genoeg niet lukte woensdagavond. De aanwezigen zaten muisstil naar de performance van Middellijn te kijken en er kwam weinig respons. Of waren zij juist weg van zijn 'Voices of Freedom'?

Paul Middellijn

Moeizaam
Middellijn is een amateur pur sang, een rasechte poëet en verhalenverteller, maar woensdag had hij het publiek of misschien Saraswati, de hindoegodin van kennis, muziek en kunsten, niet aan zijn zijde. Terwijl de mooie potpourri van de dhapla, tabla, dhantaal, percussie, basgitaar, saxofoon en een inheemse fluit uit Peru de dichter voortreffelijk begeleidde, galmde de stem van Middellijn in de zaal. Soms was het geluid zo slecht, dat de woorden van de dichter slecht hoorbaar waren. Stukken tekst waren moeizaam te volgen.

Choquerend
"Door een combinatie van jazz en opwekkende ritmische poëzie ben ik inhoudelijk ingegaan op wat er gebeurt met mensen, wat zij doen en hoe zij kijken naar de maatschappij', legt professor Anansi uit. Choquerend was zijn tekst over meisjes die graag met blonde barbiepoppen met blauwe ogen spelen, terwijl zij zelf zwart zijn. In het Sranan wierp hij het publiek een retorische vraag op middels zijn tekst: "Un kan taygi mi leki Srananman fu san ede ala den engelen witi, ma un srefi na blakawan, kande un kan taygi mi efu Gado na wan tra sortu libisma a abi. Fu san ede?"

Middellijns ervaring als voordrachtskunstenaar bracht zijn optreden tot een goed eind. Dit was te danken aan zijn goede combinatie van mimiek en pantomimiek en vooral de mooie mix van de geluiden van de verschillende muziekinstrumenten. Bij elke nieuwe tekst klonk de muziek anders: soms opzwepend, afhankelijk van het ritme van het gedicht of proza en soms melancholisch. De mooie muziek werd gemaakt door klinkende namen in de muziekwereld zoals Pablo Nahar en Bongo Charlie.

Na het optreden van Paul Middellijn trad de veelbelovende jonge artiest Renate Galdij op. Haar poëzie was enerzijds een aanklacht tegen onder andere racisme en anderzijds verheerlijking van de zwarte vrouw. 'Voices of Freedom'': goede tekst, goede performance, goede muziek, maar jammer genoeg slecht geluid.


[uit de Ware Tijd, 23/08/2013]


zondag 16 december 2012

Ontruiming Fort Zeelandia ‘on hold’

door Rick Smits


De plannen om Fort Zeelandia te ontruimen en een andere bestemming te geven staan voorlopig in de ijskast. Dat vertelde Eugène van der San, directeur van het Kabinet van de President, vanmiddag in gesprek met  De West: ‘Er wordt gewerkt aan een genuanceerder gewijzigd plan’. Van der San gaf dit aan nadat we hem vroegen hoe het nu eigenlijk stond met de kabinetsplannen die in mei van dit jaar bekend werden gemaakt. Paul Middellijn, destijds cultureel adviseur van het Kabinet, kwam toen met het idee om het Fort ‘een nieuwe culturele invulling te geven, die past bij de inzichten van de regering’.  Er ontstond veel ophef over dit plan, omdat het zou betekenen dat het Surinaams Museum zou moeten verhuizen, en ook het in Fort Zeelandia gevestigde restaurant Baka Foto zou op zoek moeten naar een nieuwe locatie.

Fort Zeelandia, met op nr. 5 de Officierswoning, nu Directiekantoor van het Surinaams Museum. Foto Augusta Curiel.


Een andere reden voor de ophef was dat de uitvoering van het plan zou betekenen dat President Desiré Bouterse wellicht weer zou terugkeren naar de plek waar dertig jaar geleden de Decembermoorden plaatsvonden. Ook zou de uitvoering van het plan volgens velen betekenen dat het herdenkingsmonument voor de Decembermoorden zou verdwijnen.

Paul Middellijn is inmiddels niet meer werkzaam bij het Kabinet van de President. Betekent dit dat de huidige occupanten voorlopig niets te vrezen hebben? Mevrouw Hanna van Petten, financieel directeur van het Surinaams Museum: ‘We wachten het rustig af. We hebben enige tijd geleden een brief naar het Kabinet gestuurd waarin we schreven wat onzes inziens de consequenties zouden zijn van het plan. Daar hebben we nog geen reactie op gehad. Ik weet niet hoe dit zal aflopen, alles is mogelijk in dit land’. Wat zou er gebeuren als het Surinaams Museum daadwerkelijk ontruimd zou moeten worden?
‘Van 1982 tot 1996 konden we ook niet terecht in het Fort. Toen hadden we een tijdelijk onderkomen in de buurt van Zorg en Hoop. Daar zouden we opnieuw naar kunnen verhuizen, als dat nodig blijkt’.

Albert Roessingh - Op de vlucht


Van der San zegt niets van een brief aan het Kabinet te weten. Wel is hij een voorstander van een andere bestemming voor het Fort: ‘Ik vind dat Fort Zeelandia een andere look zou moeten krijgen. Zoals het nu is past het wat mij betreft niet in het geheel van de omgeving, het is een beetje een dode hoek’.

Museumdirecteur Laddy van Putten wil niet inhoudelijk ingaan op de zaak: ‘Er wordt te veel over gepraat, we hebben besloten hier niet over naar buiten te treden. We wachten de ontwikkelingen rustig af’. Voorlopig is er geen reden tot zorg. Volgens Van der San is het in ieder geval zeker dat er op korte termijn niets met de plannen zal worden gedaan.

[uit de West, 4 december 2012]

vrijdag 5 oktober 2012

Paul Middellijn & de cultuurbarbaren

door John Sterkendam
Paul Middellijn. Portret door Nicolaas Porter

Alhoewel ik Paul Middellijn niet ken, heb ik de pest aan de man, en wel om een aantal redenen. Om te beginnen omdat hij een ‘revo’-visionist is van het eerste uur, mensen die níet vanuit betrokkenheid bij land & volk, maar vanuit het perspectief van persoonlijk gewin – materieel of immaterieel, maakt niet uit – achter Bouterse & trawanten aanhollen. Verder omdat hij er niet voor is teruggeschrokken de functie van Cultureel Adviseur van de President te aanvaarden, en tot slot het voor mij meest zwaarwegende argument, te weten zijn perfide – maar naar het zich laat aanzien voorlopig gestrande – plan om het Fort Zeelandia-complex te annexeren en terug te brengen (!) in de boezem van het Kabinet.

Nu lees ik op de Ware Tijd-online (gelukkig dat die krant eindelijk ook de internetwereld heeft ontdekt!) “met opgeheven hoofd” gehoor heeft gegeven aan de wens van Carifesta Host Country Management Committee-voorzitter Ivan Graanoogst om de commissie met onmiddellijke ingang te verlaten. Overigens is het zeer begrijpelijk dat Graanoogst hiertoe is overgegaan, nadat Middellijn bij een vergadering van de week in Courtyard by Marriott op de vuist wilde met Directeur Cultuur Stanley Sidoel, waarvan omstanders hem uiteindelijk echter hebben kunnen weerhouden. Graanoogst heeft zich nog netjes uitgedrukt door te zeggen dat er met de man niet valt samen te werken.

Desalniettemin heeft Middellijn bij zijn afscheid ook een zeer behartenswaardige uitspraak gedaan, namelijk dat hij van mening is dat er in Suriname nog geen duidelijke cultuurvisie bestaat. “Het inzicht dat cultuur de drager is van de gehele natie, is nog niet in de volle breedte ten uitvoer gebracht. Het feit dat cultuurbarbaren het voor het zeggen hebben in een land zo rijk aan cultuur, maakt mij droevig. Zonder visie kan je nou eenmaal geen plan ontwikkelen, laat staan uitzetten”, aldus Middellijn. Een stelling waarmee ik het volledig eens kan zijn. Blijft echter de vraag waarom Middellijn zich heeft afgegeven met cultuurbarbaren als Bouterse & trawanten.

woensdag 18 juli 2012

Historische blunders


De Big Ben


door Rolf van der Marck

Het Britse parlement heeft kort geleden de historische blunder begaan om de ‘Big Ben’ in Londen om te dopen tot ‘Elizabeth Tower’. De toren is hernoemd om Queen Elizabeth te eren, die dit jaar 60 jaar geleden tot koningin werd gekroond. Alhoewel de toren in feite gewoon ‘Clock Tower’ heet, staat hij wereldwijd bekend als Big Ben, naar de politicus Sir Benjamin Hall, Big Ben genoemd vanwege zijn rijzige gestalte, de originator van de in 1859 voltooide neo-Gothische Clock Tower.

De Gravenstraat aan het begin van de vorige eeuw met vooraan links de Hendrikschool en midden-boven de torens van de kathedraal


Een even grote blunder heeft de regering Venetiaan op 25 november 2003 begaan door de Gravenstraat in Paramaribo om te dopen tot Henck Arronstraat, naar voormalig President Henck Arron, die Suriname naar de in 1975 verkregen zelfstandigheid heeft geleid. De Gravenstraat, leidend naar Fort Zeelandia, dateert uit de tijd dat Suriname nog in handen was van de Engelsen. ‘Fort Willoughby’, door de Nederlanders in 1667 ‘Fort Zeelandia’ gedoopt, werd in 1651 door Engelse kolonisten gebouwd. Het verleden met één pennestreek uitgewist.

Gewijzigde inzichten
Een nog veel grotere blunder staat de regering Bouterse op het punt te maken door Fort Zeelandia, samen met de van ouds het Fort omringende officierswoningen, niet terug te brengen ”in de boezem van de staat”, zoals dat hier altijd zo mooi heet, maar ditmaal “in de schoot van het beleidscentrum”, zijnde het kabinet van de president. Er is door de Cultureel Adviseur van de President, de Nederlandse schrijver/musicus van Surinaamse afkomst Paul Middellijn*), een nota hiertoe opgesteld die ordonneert dat alle gebouwen per 1 september moeten zijn ontruimd.

Het doel van de actie heeft Middellijn alsvolgt omschreven: “Met behoud van de historische waarde het complex een nieuwe culturele invulling geven, die past bij de inzichten van de regering. Dit houdt onder andere in dat alle gebouwen bemand zullen worden en actief zullen bijdragen aan het vormen van de culturele display van Suriname. Dit geldt evenzo voor het omliggende groen en paden. Tevens wordt er een rijverbod ingesteld met uitzondering van bestemmingsverkeer. Het instellen van een Locatie Manager die zorg draagt voor de artistieke inrichting bij speciale culturele manifestaties binnen het complex, completeert het geheel. Het gehele complex wordt een wandelroute.”

Binnenplaats Fort Zeelandia



Nieuwe bestemming
Het Fort, waarin nu het Surinaams Museum is ondergebracht, wordt het Carifesta Cultural Centre en hoofdkwartier van de in 2013 in Suriname te organiseren Carifesta. Het gebouw waarin nu Cultuurstudies is gehuisvest (waarvan het nut wordt betwijfeld) wordt het kantoor van de Vice-President. Het kantoor van het Surinaams Museum wordt Middellijn’s Sranan Tori Academia/Surinaams Literatuur Centrum. Het gebouw van Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname/Stadsherstel (“die club komt maar een paar keer per jaar bij elkaar en bezet een compleet gebouw”) wordt Oso Dresi/Cultureel Centrum annex expo muziekinstrumenten uit organisch materiaal. Het gebouw van de Educatieve Dienst wordt het kantoor van de Cultureel Adviseur van de President, Paul Middellijn. Het Nola Hatterman Instituut “mag voorlopig nog even blijven” en het pand van de Staatsraad is “ter overweging”. Dat laatste pand wordt mogelijk het gebouw waar ministers zich even kunnen terugtrekken wanneer ze in het Parlement moeten optreden.

Absolute willekeur
Kijkend naar de nieuwe bestemmingen is enkel maar willekeur te constateren, er is geen spoor van een planmatige aanpak, laat staan van enige visie om de Surinaamse cultuur te dienen en in betere banen te leiden. Hier geldt duidelijk dat wie het kruis heeft zichzelf zegent. Paul Middellijn voorop, die twee panden tot zijn beschikking krijgt. Dit alles aangedreven door een militaire visie dat in tijden van zwaar weer direct een degelijke omheining om het hele complex kan worden aangebracht, met pantserwagens op strategische plaatsen. Voor de beveiliging vanaf het water zal er een speciale marine-eenheid in het leven worden geroepen met een paar lichte kanonneerboten. Zo willekeurig hoeft dit niet eens te zijn.

Hier gebeurde het



Cultuurbarbarisme
De Nederlandse publicist van Surinaamse afkomst, Ludwich van Mulier, heeft vandaag op StarNieuws  een stuk geplaatst met de titel “Fort Zeelandia en cultuurbarbarisme, waarin hij stelt: “Een staat met een gering cultuurhistorisch bewustzijn vervalt tegen beter weten in tot cultureel barbarisme. (…) Paramaribo met rancuneuze cultuurbarbaren in de leiding zal een broko pranassi blijven, waar dolle bandeloze feesten het winnen van het conserveren van gebouwd erfgoed voor het cumuleren van ons huizenbestand. De arrogante politici/bestuurders willen niet voortbouwen op de historie van onze voorgangers, maar liefst schandvlekken uitwissen en het wiel opnieuw uitvinden.” Daar hoeft niets meer aan te worden toegevoegd.

De Kalverstraat in Amsterdam met aan het einde de Munttoren

Majoor Bosshardtstraat
In Amsterdam is er momenteel een discussie gaande om een straat te vernoemen naar de vijf jaar geleden gestorven legendarische Majoor Bosshardt van het Leger des Heils. Wat zou u ervan denken als de Kalverstraat in Amsterdam, een van de oudste straten van de stad, in de geschiedenis al in 1393 bekend als ‘Calverstraete’, Majoor Bosshardtstraat zou worden genoemd?

Het is niet anders dan een misdaad tegen de geschiedenis om historische gegevens structureel te verminken en/of te verdonkeremanen. Wie er ook geëerd moet worden, Queen Elizabeth, Henck Arron, Bouterse of Majoor Bosshardt, er zijn genoeg mogelijkheden om mensen te eren zonder de geschiedenis geweld aan te doen.


*) Hierbij wil ik een dringend beroep doen op de Werkgroep Caraïbische Letteren om dubieuze figuren als Middellijn niet op te nemen in de portrettengalerij van Nicolas Porter.

woensdag 20 juni 2012

Paul Middellijn



Portret van de Surinaams-Nederlandse schrijver Paul Middellijn - getiteld De brief - gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 108 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

'Geschiedenis kun je niet opleggen'

Pepijn Reeser
De Surinaams geschiedenis moet van onderop geschreven worden. De geschiedschrijving moet niet opgelegd worden, met of zonder uzi. "Het moet gedragen worden", zei Rosemarijn Hoefte van het Koninklijk instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) bij de Nederlandse presentatie van het boek Verzamelaars en volksopvoerders, musea in Suriname 1863-2012 van de 28-jarige historicus Pepijn Reeser. Eerder werd het boek in Suriname gepresenteerd. Reeser legt uit dat de titel van zijn boek de mensen beschrijft die zich bezighouden met musea: "Ze vinden het belangrijk om iets te verzamelen, maar ze doen het met een doel." Geschiedenis is een gereedschap, zegt hij, waar je alles uit kunt halen wat je wil.

Bastion Veere
In Leiden kregen de plannen van de Surinaamse regering [geformuleerd in een rapport van adviseur Paul Middellijn] om het Surinaams Museum uit Fort Zeelandia te zetten veel aandacht. Dat kwam naar buiten enkele weken nadat het boek van Reeser op de binnenplaats van het fort was gepresenteerd. "Als je Bastion Veere uit de herdenking (van de Decembermoorden, red.) haalt dan maak je het een soort geuzenplek. Dan krijgt het een nog grotere lading dan het al heeft", zei Hoefte.
Volgens Reeser geeft het plan aan dat de musea door de Surinaamse regering minder belangrijk worden gevonden dan het levende erfgoed, zoals zang, dans en de vertelcultuur. "Maar ik vind het jammer. De instellingen die er nu zitten doen erg goed werk. Ik zie de noodzaak om ze weg te sturen niet." De historicus ziet parallellen met de militaire tijd van de jaren '80.
Dat de regering een eigen visie heeft op de geschiedenis vindt hij niet erg, als andere visies maar niet monddood worden gemaakt. Het Surinaams Museum is belangrijk om een ruimere blik op de geschiedenis te tonen; daar worden dingen getoond die niet meer bestaan. Volgens Reeser is het oude koloniale stempel een van de dingen waar de regering problemen mee heeft.

Paramaribo met het Presidentieel Paleis en de omgeving van Fort Zeelandia

Surinaams perspectief
Erik Schilp van het Nationaal Historisch Museum benadrukt dat geschiedenis nooit kan worden uitgewist: "Geschiedenis is sterker dan enig machthebber op enig moment." Hij zou het interessant vinden om het boek van Reeser over vijf jaar een update te geven met de ontwikkelingen die er dan zijn geweest. En met een ander perspectief: "Laat het door een Surinamer schrijven. Dan is de vergelijking interessant."

[RNW, 19 juni 2012]

zaterdag 26 mei 2012

Het schrijnende zwijgen van Schrijversgroep '77

door Michiel van Kempen

Het zal weinigen ontgaan zijn: de Surinaamse regering/Bevel/Bouterse eist het Fort Zeelandia-complex op, gooit het Surinaams Museum en zijn zusterinstellingen eruit en wil het complex herinrichten voor eigen gebruik, onder meer als feestruimte (zie ook de berichten hieronder op deze blogspot).
De Schrijversgroep '77 deelt in S77 Info van 25 mei 2012 onder de kop 'Plannen ontruiming Fort Zeelandiacomplex' over deze kwestie het volgende mee, ik citeer het bericht integraal:

"Paul Middellijn, cultureel adviseur van de president van Suriname, heeft een plan opgesteld om het totale Fort Zeelandia complex een nieuwe bestemming te geven. Onder andere is voorgesteld om in Huis 9, waar momenteel de Educatieve Dienst van het Surinaams Museum is gevestigd, zijn stichting, Sranan Tori Akademya, te vestigen en dit tevens tot Huis van de Surinaamse Literatuur te maken. Wat dit vooralsnog in de praktijk zal betekenen, en hoe dit Huis van de Literatuur zal functioneren is niet duidelijk. Het is jammer dat er bij het opstellen van dit plan zo weinig overleg geweest is met de stakeholders in het literaire veld en de Educatieve Dienst zelf. Paul Middellijn is in het culturele veld vooral bekend als storyteller en het verzorgen van workshops op dit gebied. Voor het veld is het nog onduidelijk hoe de functieverdeling is tussen de Directeur Cultuur en de cultureel adviseur van de president."

Mij valt in dit bericht op dat de plannen door de Schrijversgroep '77 al onmiddellijk als definitief en onweerlegbaar worden neergezet, en dus impliciet worden geaccepteerd. De Schrijversgroep maakt er zich vooral druk over dat de groep zelf ('de stakeholders in het veld')  niet is gekend in het opstellen van de plannen, dat het nog onduidelijk is wat de literatuurgroep er aan gaat hebben en vindt het reuze belangrijk hoe de functieverdeling is tussen de cultureel adviseur Paul Middellijn en de Directeur Cultuur. Terwijl de Schrijversgroep (met actieve mensen als Ismene Krishnadath, Alphons Levens, S. Sombra en Arlette Codfried) vaak voor zijn activiteiten een beroep heeft gedaan op het Surinaams Museum om het Fort ter beschikking te stellen voor manifestaties, staat in het bericht niet één woord van medeleven met deze culturele zusterinstelling. Dat het Museum voor een groot drama wordt gesteld en jaren en jaren aan hard werken met één pennenstreek vernietigd ziet worden: de Schrijversgroep wijdt er niet één (zegge: 1) woord aan. Niet alleen geen protest van een schrijversorganisatie die toch normaal gesproken kritisch zou moeten zijn naar alle geledingen van de maatschappij toe (en deze regering in het bijzonder), ook geen woord van solidariteit met de verdrevenen: het Nola Hatterman Instituut, Cultuurstudies, het Surinaams Museum en zijn Educatieve Dienst. Niet één. Het ontbreken van dat woord is veelzeggender dan een website vol woorden van de Schrijversgroep '77.

Bouterse maakt festivalcentrum van locatie Decembermoorden

door Stieven Ramdharie
 
Fort Zeelandia, foto @ ANP.
 
De Surinaamse president Desi Bouterse neemt Fort Zeelandia, waar in 1982 de Decembermoorden werden gepleegd, weer in zijn bezit. Het Surinaams Museum, dat het fort en het monument voor de 15 slachtoffers beheert, moet snel vertrekken. Bouterse overweegt de gevangenis waar de slachtoffers vastzaten, te slopen. Het fort wordt een festivalcentrum.
    
    Bouterse. Foto @ ANP 
Nabestaanden reageren geschokt op de overname van het historisch beladen complex. Ze vrezen voor het voortbestaan van het monument. Het museum en andere culturele organisaties die gehuisvest zijn in het gebied, reageren verbijsterd. Ze werden woensdag op de hoogte gesteld van het plan dat is opgesteld door Bouterses cultureel adviseur Paul Middellijn.

Kogelgaten
De opvallende actie van Bouterse, die in 1982 in het fort zijn hoofdkwartier had, komt amper twee maanden na de amnestie voor hem en zijn 24 medeverdachten. 'Dit is een aanslag en feitelijke opheffing van het monument', zegt de Surinaamse publicist Theo Para, een van de initiatiefnemers. 'Het beheer van het monument, waar ook de kogelgaten in de muren onder vallen, valt straks rechtstreeks onder de dader van de moorden. De volgende stap is dat hij het gaat afschermen voor het publiek. Mogelijk worden ook de kogelgaten gedicht. De geschiedenis wordt uitgewist.'

De plaquette met de namen van de omgebrachte critici van Bouterse werd in 2009, in het bijzijn van president Venetiaan, onthuld. De plaquette staat bij Bastion Veere, de plek in het oude Nederlandse fort waar de executies plaatsvonden. De nabestaanden kwamen toen overeen met het Surinaams Museum dat deze de plaquette en de kogelgaten zou beheren. Het museum geeft ook rondleidingen, onder andere over '8 December', die nu zeker beëindigd worden.

Culturele invulling
Volgens Middellijn en Bouterses topadviseur Eugene van der San moet het complex 'een nieuwe culturele invulling krijgen die past bij de inzichten van de regering'. Er komt ook een literatuurcentrum en een kantoor van de vicepresident. De beruchte Devil-gevangenis moet ingericht worden als museum over de koloniale periode of worden gesloopt.

'Indien nodig kan de regering voorzien in een container om de spullen op te slaan', werd het Surinaams Museum in de nota te verstaan gegeven. 'Dit is zeer ernstig', zegt voorzitter Arthur Parisius van het stichtingsbestuur aangeslagen. 'Wat er nu met de plaquette en de kogelgaten gaat gebeuren, weten we totaal niet.' Sunil Oemrawsingh, die de nabestaanden vertegenwoordigt, is geschokt. 'Dit is het zoveelste bewijs van de werkelijke intentie van deze president. Maar als hij denkt dat hij zo de geschiedenis weg kan poetsen, dan heeft hij het mis.'

[uit de Volkskrant, 25/05/12]

donderdag 24 mei 2012

Fort Zeelandia moet 1 september ontruimd zijn

Fort Zeelandia. Foto © Mark Ahsmann


Drs. Stephen Fokké, directeur Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname, is onaangenaam verrast door een op handen zijnde actie van het Kabinet van de President.



Pagina uit bijlage bij brief Van der San aan de directeur Cultuur, Stanley Sidoel


Zeer waarschijnlijk als de plannen doorgaan dienen alle panden op het Fort Zeelandia Complex per 1 september 2012 ontruimd te worden of zoals gebiedend wordt gesteld in een brief gedateerd 21 mei 2012 van de directeur van het Kabinet van de President, Eugene van der San aan de directeur Cultuur Stanley Sidoel ’te worden ingeleverd c.q. terug te brengen in de schoot van het beleidscentrum”.

Er is een nota opgesteld door de Cultureel Adviseur van de President, Paul Middellijn, die zijn plannen kenbaar heeft gemaakt via de directeur van het Kabinet van de President. Aan de directeur Cultuur is gevraagd om advies uit te brengen met betrekking tot de consequenties van het voornemen.

In een brief aan zijn bestuur schrijft Stephen Fokké vandaag, woensdag 23 mei, onder andere: ‘We zeggen dank aan dhr. Middellijn voor 15 jaar lang hard werken voor behoud van ons erfgoed. Alle instanties zullen met hun achterban/besturen deze kwestie bespreken en hun standpunten kenbaar maken aan de directeur Cultuur. Dit is een vrij ernstige zaak en grijpt diep in het werk van alle gebruikers op het Complex.

Sommigen panden, in het bijzonder de panden van het Surinaams Museum zullen reeds veel eerder, binnen een maand tijd ‘ingeleverd’/'gevorderd’ dienen te worden. Het ‘doel van de actie is: (…) een nieuwe culturele invulling geven aan het Complex, die past bij de inzichten van de regering. Dit houdt o.a. in dat alle gebouwen bemand zullen worden en actief zullen bijdragen aan het vormen van de culturele display van Suriname’.
* De officierswoning (Cultuurstudies) wordt het kantoor voor de vice-president;
* Het kantoor Surinaams Museum wordt Sranan Tori Academia/Sur. literatuur Centrum;
* Het gebouw SGES/Stadsherstel wordt Oso Dresi/cultureel Centrum annex expo muziek instrumenten uit organisch materiaal;
* Het onderkomen van de Eductaieve dienst Surinaams Museum wordt het kantoor van Paul Middellijn;
* Het Nola Hatterman Instituut mag voorlopig nog heel even blijven;
* Het pand van de Staatsraad is ’Ter overweging’.
Het eigenlijke fort, waarin het Surinaams Museum is ondergebracht, wordt het Carifesta Cultural Centrum c.q. Carifesta 2013 Hoofdkwartier.
De gebruikers van officierswoning 7 (SGES/Commissie Monumentenzorg etc.) wordt genoemd een ‘club die maar enkele keren per jaar samenkomt en die een compleet gebouw bezet’.


[uit Obsession Magazine, 23 mei 2012]

donderdag 5 april 2012

Dobru Bar Puru herdenkingsavond

Mevr. Wonny Raveles-Resida spreekt


door Carry-Ann Tjong-Ayong

Gisteren zou Dobru 77 jaar geworden zijn. Zijn weduwe en voorzitter van de Robin Raveles stichting, gaf ons, bewonderaars van de grote nationalist en dichter, de gelegenheid hem te eren in het sfeervolle loghouse aan de Surinamerivier.

Oud en jong, van 15 tot in de 80 waren daar verzameld. Ook de Cubaanse ambassadeur met echtgenote, tante Pauline Hermelijn en bekende performers als Sombra, Paul Middellijn, maar ook nog onbekende jongeren traden spontaan op, onder leiding van Ifna Vrede. De begeleiding was in handen van Dave Mac Donald en Bongo Charley. Opvallend was de afwezigheid van Schrijversgroep77 die op dezelfde avond een avond had gewijd aan Anil Ramdas. De wel aanwezige schrijvers waren persoonlijke vrienden van Dobru.

Wonny Raveles herdacht haar echtgenoot in een korte speech, gevolgd door onze voordrachten en memorials. Mijn gedicht, Dit is ook mijn land, droeg ik op aan Dobru en Wonny. Sombra herdacht zijn vriend in warme woorden en gedichten,
Wan bon werd in het Sranan Tongo, Engels, Frans, Spaans en Nederlands voorgedragen, Dave zong gedichten, Paul Middellijn zong liederen, Lydia Hermelijn deed Gran tangi en die ene tiener, Esten, die zijn allereerste voordracht deed, besloot op bezielende wijze zijn gedicht met een politiek statement: die ene dag kregen wij Anthony Nesty, geen Amnesty, wat hem een daverend applaus opleverde.
De opbrengst van de op zijn owrujari verkochte boyo werd overgedragen aan de stichting.
Dobru zou tevreden zijn. Hij is niet vergeten.




Carry-Ann Tjong-Ayong. Geheel links Dave MacDonald



Dit is ook mijn land

Dit is ook mijn land
voortglijdende korjalen over zilverzwarte spiegeloppervlak mystiek en zo vertrouwd
dat het mijn hart tot barstens toe vervuld
Dit is ook mijn land
miljarden groene getuigenissen geschreven in honderden vruchtbare eeuwen van zon en regen, wind en warmte en gelezen door honderdduizenden die hen betreden
Dit is ook mijn land
monumenten van vergane bergformaties sluimerend en half verscholen in verleden, heden en voortschrijdend in de tijd
Dit is ook mijn land
doorluchtige winddoorlatende intieme onderkomens met pinapruiken boven gevlochten besneden bewerkte afscheidingen waar ik mijn hangmat binden laat
Dit is ook mijn land
rozerode aarde waar mijn schuifelende voeten steun behoeven na de zwarte, gele, witte wisselende structuren en zich kastijden in de torentjes, waaiers , slakkenhuizen, lepelvormen van uitgegraven schelpenritsen in mijn stadse tuin-erf-plaats
Dit is ook mijn land
waar bananenvaandel veervormigen vingerbladigen awarastekeligen sappige heerlijkheid onthullen geurend naar zoete babybuikjes onlangs gelaafd met moedermelk
Dit is ook mijn land
ivoren glimlach in multicolor bruin brons chocolade zwart geelbeige wit rood karamel kaneel van oumaopamamapapabroerzustanteneefnichtoomzoondochterkleinkind die me lief zijn als mijzelf
Dit is ook mijn land
Dit is ook mijn
Dit is ook
Dit is
Dit
Is
Ook
Mijn
Land !!!!!

cat mei 2007

zondag 31 juli 2011

Tori's van Paul Middellijn


Dit is niet de Kerstman, maar storyteller Paul Middellijn die onder muzikale begeleiding 'Peprewatra tori's' vertelt, gisteren op de feestelijke openingsdag van de K'saba fair op plantage Vierkinderen in het Surinaamse district Para. Op de fair wordt op een attractieve manier aandacht besteed aan de cassave als economisch product. De activiteit wordt vandaag voorgezet en morgen. Foto: @ Claudio Barker.

donderdag 21 juli 2011

Cassavedag op Vierkinderen

Een tentoonstelling en een culinair gedeelte behoren tot het hoofdmenu van de eerste K’saba Fair, die van 29 tot 31 juli wordt gehouden. Bezoekers mogen echter meer verwachten dan alleen stands op dit driedaagse evenement. Het uiteindelijke doel van de K’saba Fair, die op plantage Vierkinderen wordt gehouden, is de versterking van de cassavesector.

De officiële opening is op vrijdag 29 juli met speeches van hoogwaardigheidsbekleders uit Paramaribo en Para [ronk, ronk, ronk], daarna zal chefkok Tony bijzondere gerechten van cassave presenteren. Hoe die precies eruit zullen zien, is een verrassing. “In elk geval niet een traditioneel gerecht zoals telo”, zegt Sherida Mormon, de coördinator van de fair. Het muzikale gedeelte op deze dag wordt verzorgd door Liesbeth Peroti en Los Trios Amigos, die voor het eerst De K’saba Song laten horen. Over cassave en peprewatra valt een heleboel te vertellen en dat bewijzen storytellers Paul Middellijn uit Rotterdam en Arupa uit Para, met hun fictieve, nostalgische en traditionele verhalen over één van de hoofdingrediënten van onze keuken. De tentoonstelling begint op zaterdag met de presentatie en verkoop van diverse cassavesoorten en aan cassave gerelateerde producten en gerechten. Onder de standhouders is ook Celos met informatie aanwezig.


De productie van cassave en producten gemaakt met cassave kan beter. Met de K’saba fair die van 29- 31 juli wordt gehouden, hoopt de organisatie op een bewustwording en versterking van de sector. Foto © Stanley Dover

Daarnaast zijn er inheemsen met handgemaakte producten en tenminste één standhouder heeft barbequewild met cassave. De kasaba poku komt van Cojunto Promos, verder is er op die dag ook een show met traditionele klederdracht van verschillende bevolkingsgroepen. De fair wordt gehouden langs de Coropinakreek, waarin bezoekers mogen zwemmen en waarop boottrips gemaakt kunnen worden. “Voor deze recreanten staat er een grote tent - mensen mogen parasols en ligstoelen meenemen - en voor de seniore burgers hebben we een speciale tent opgezet”, zegt Mormon. Zij wijst erop dat er ook aan de kleintjes is gedacht. Een speeltuin en een kinderhoek waar kinderen tegen betaling educatief worden bezig gehouden, moeten de kleine bezoekers ook een leuke dag bezorgen. Het hoofdmenu van de K’saba Fair wordt op zondag, de laatste dag, vervolgd. In de middag van twaalf tot zes staan Amazone Drums en een capoeirashow op het programma. Verschillende inheemse bands, waaronder een vrouwenband uit Bernarddorp, zullen achtereenvolgens optreden. Daarna volgt de K’saba line-up, die bestaat uit populaire Surinaamse artiesten, zoals Enver, Poppe en No Limits. De tentoonstelling is dan afgelopen, maar het restaurant dat speciaal voor de fair is opgezet, blijft geopend.

[uit de Ware Tijd, 20/07/2011]

zondag 26 juni 2011

‘Ala tongo bun!’

Een conferentie over de Surinaamse taalsituatie

door Els Moor

‘Bonjours, wat roest er? wat nieuws, Andries en Harmen?
’t Gaet so wat heen, maer niet als ’t hoort, het Lant is vol allarmen, […]
Als de Kickvors ende Muys dus t’samen hassebassen,
So mocht haar de kuycken-dief wel schielijck eens verrassen […]

Dit zijn enkele regels uit het begin van het toneelstuk Spaanschen Brabander (1618) van Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1585-1618), een toneelstuk dat een brede schets geeft van het Amsterdamse volksleven en in die tijd en nog lang daarna vaak werd opgevoerd. Als het in deze tijd weer gespeeld wordt voor een groot publiek, is het bewerkt in het Nederlands van nu en heet De Spaanse Brabander. Aan dit voorbeeld zien we dat een taal, dus ook het Nederlands, met de tijd meegaat. De taal van 2011 is heel wat anders dan die uit de Middeleeuwen en verschilde ook in de 17de eeuw nog veel van het Nederlands van nu. In de loop van de eeuwen is de taal steeds veranderd, aangepast aan de omstandigheden van de verschillende tijdperken en zoals het Nederlands nu is, zo zal het ook niet blijven. In de bijna 33 jaar dat ik weg ben uit Nederland is de taal wat uitspraak en woordenschat betreft alweer veranderd. Dat hoor ik steeds weer als ik er kom.

Nederlands in Suriname
Het Nederlands kwam als officiële taal in Suriname in 1667. Dat was dus ongeveer de taal van Bredero. Dat de taal zich in de loop der eeuwen aanpaste aan de Surinaamse omstandigheden en als zodanig ook steeds veranderde, is dus wat er altijd gebeurt met een ‘levende taal’. Ten behoeve van het professionele gebruik van de taal en daarmee samenhangend het onderwijs moeten er wel regels zijn. Voor het Nederlands zijn die officieel vastgesteld en vastgelegd in ‘het Groene Boekje’, gevolgd door alle woorden in de juiste spelling van dat moment. Om de zoveel jaren verschijnt er een nieuw groen boekje. Dan zijn er weer nieuwe woorden en zijn de spellingregels veranderd. Suriname is nu ook lid van de Nederlandse Taalunie en in de laatste uitgave van ‘het Groene Boekje’ staan dan ook 500 Surinaams-Nederlandse woorden opgenomen.

Sinds 1667 is het Nederlands in Suriname de taal van het bestuur, later ook van het onderwijs en naast de vele Surinaamse talen een belangrijk communicatiemiddel. Lila Gobardhan-Rambocus hield er een interessante lezing over op de Taalconferentie die op zaterdag 18 juni gehouden werd. Het publiek kreeg een helder overzicht van de geschiedenis van het Nederlands in Suriname. Die geschiedenis is nu toe aan een belangrijke volgende stap die de onafhankelijkheid van Suriname bevestigt: de wettelijke vastlegging, standaardisatie van het eigen Nederlands, dat hier, onder Surinaamse omstandigheden gegroeid is, net als het Nederlandse Nederlands daar. In haar ‘stelling’ over onze meertaligheid in historisch verband slaat Lila Gobardhan deze spijker op de kop: ‘het Nederlands is van een opgelegde taal een eigen taal geworden’. Wie zich wil verdiepen in dit onderwerp leze van Lila Gobardhan-Rambocus: Onderwijs als sleutel tot maatschappelijke vooruitgang. Een taal- en onderwijsgeschiedenis van Suriname (1651-1975), de handelseditie van haar dissertatie uit 2001.

Standaardisatie
Renata de Bies, deskundige op het gebied van het Surinaams-Nederlands, nam op de conferentie het onderwerp ‘standaardisatie’ voor haar rekening. Ze begon met een voorbeeld om het begrip ‘standaardisatie’ uit te leggen: ‘Als een kip niet die eigenschappen van de modelkip heeft, dan wordt hij niet goed bevonden. Zo hoor ik Surinamers in Nederland vaak klagen over Nederlandse kippen die niet zo lekker zouden zijn als Surinaamse. Bijgevolg kan er gesteld worden dat de nationale standaard voor een Surinaams product niet dezelfde hoeft te zijn als de nationale standaard voor hetzelfde product afkomstig uit een ander land.’ Zo is het ook met de taal. ‘Ik koop altijd kip onder de markt’, zeggen wij. In Nederland is dat ‘fout’, moet het ‘op de markt’ zijn. Voor commerciële zaken is er een ‘Centraal Bureau Standaardisatie’ en voor de taal moet er ook zoiets komen. Zo’n standaardisatieproces van een taal bestaat uit 4 fasen: selectie van het model, beregeling van het model, implementatie van het model en onderhoud van het model. Onderhoud zal ook moeten inhouden dat de veranderingen in de taal steeds weer vastgelegd worden. Renata de Bies (foto rechts) voegt aan haar uitleg van de vier fasen toe dat promotie van het model SN in Suriname al in gang is gezet met de leesboekjes van het basisonderwijs. Nog voordat het model is beschreven en vastgelegd, wordt er in de leesboekjes Van hier en daar en overal SN gebruikt. Wat in leesboekjes staat is immers standaardtaal. Er zijn wetenschappers die dit verschijnsel beschrijven als standaardisatie tengevolge van consensus. En ze geeft een voorbeeld: ‘Er kwamen mensen om een sinaasappel. Boyke moest weer nieuwe schillen. Snel en zeker schilde hij ze. Hij maakte nooit een soro.’ (leesboek 11)

Wat Renata de Bies niet zei, maar wat wel moet gebeuren is dat er in het kader van standaardisatie onderzoek gedaan wordt naar het gebruik van het Surinaams-Nederlands in de Surinaamse literatuur die ontstaan is in Suriname zelf. Marylin Simons is een voorbeeld van een auteur die schrijft in de taal die ze om zich heen hoort. Ze woont nu helaas niet meer in Suriname, maar toen ze hier schreef aan haar verhalenbundel Carrousel (Uitgeverij Okopipi, 2003), nam ze vaak ’s morgens vroeg de bus naar de Centrale Markt en legde overal haar oor te luisteren. Een van de mooiste verhalen uit de bundel is: ‘Witte lelies’. De eerste zin luidt: ‘Ronnie heeft me nooit geschijnd’. Als ik dit verhaal op KBF voorlees aan een muloklas veren alle onverschillig kijkende jongens en meisjes ineens op; herkenning; ze willen luisteren! Op de conferentie kwam Edgar Cairo wel ter sprake als auteur die schreef in het Surinaams-Nederlands, maar onmiddellijk werd daartegenin gebracht dat hij in Nederland woonde en daar een eigen Surinaams-Nederlands schreef, dat ‘Cairojaans’ werd genoemd.

De laatste jaren verschijnen er veel Surinaamse kinderboeken waarvan de inhoud en de taal aangepast zijn aan de eigen leefwereld van de kinderen hier en met illustraties die de taal nog verduidelijken. Ook zij vormen een bron voor het onderzoek van de standaardtaal.
Wat moet vastgelegd worden als ‘standaard’? Het Surinaams-Nederlands loopt langs een lijn die zich beweegt van ‘bijna Sranantongo’ tot ‘bijna Algemeen Nederlands’. Ergens in het midden ligt het Surinaams-Nederlands dat de standaard is en dat wettelijk bekrachtigd moet worden. Dat zal heel wat zekerheid geven op het gebied van ‘goed’ of ‘fout’, binnen het onderwijs, binnen beroepsinstanties en voor iedereen die zijn eigen taal goed wil gebruiken.

Rechten en vrijheden
Suriname heeft naast het Surinaams-Nederlands te maken met nog meer dan 20 andere talen, van de bevolkingsgroepen die het land bewonen. In wezen zijn alle Surinaamse talen gelijkwaardig. Dat hoort bij onze democratie. Hein Eersel sprak als voorzitter van de commissie die zich bezighoudt met de regulering van de meertaligheid in Suriname. In 1975 bij de onafhankelijkheid is er niets in de grondwet vastgelegd over de taalsituatie en welke taal de officiële taal is en ook niet in 1987. Dat geeft nu een grote vrijheid. Suriname kan nu vanuit de eigen gegroeide onafhankelijkheid bepalen welke taal de officiële taal is of dat er meer zijn dan één (ook het Sranantongo? Het Sarnámi? Het Javaans?) Moet het (Surinaams)-Nederlands die machtige positie behouden of moet dat het Engels worden? En hoe zit het met het Spaans? Dat kwam allemaal ter spraken tijdens de voordrachten, ook in die van Paul Middellijn (foto links), die pleitte voor het Engels en het Spaans, en vooral tijdens de discussies na de pauze, toen mensen uit het publiek vragen konden stellen die beantwoord werden door de inleiders. Veel mensen maakten gebruik van deze gelegenheid om te kunnen reageren op de gestelde zaken. Hoe zit het met de kleine talen, zoals die van de inheemsen, met vaak weinig sprekers? Was de eerste vraag. Weer werd bevestigd wat in de voordracht van Hein Eersel ook al benadrukt was: alle talen van Suriname moeten gerespecteerd worden, zijn gelijkwaardig; iedere burger heeft het recht zijn eigen taal te gebruiken en eigenlijk heeft iedereen ook recht op basisonderwijs, in ieder geval aanvankelijk, in de eigen taal. Gelukkig worden op basisscholen in het binnenland nu al vaak kinderen opgevangen in hun eigen taal en vanuit die taal en vanuit onderwerpen uit de eigen leefwereld leren ze dan de zo moeilijke en vreemde schooltaal. Ook dit zou wettelijk vastgelegd moeten worden en de leerkrachten zouden veel meer hulp moeten krijgen. Creativiteit, dus een speelse aanpak en aansluiting bij de wereld van het kind zijn belangrijke zaken, waardoor de kinderen gaan houden van die vreemde taal en hij eigen wordt.

Er is in de komende tijd dus heel veel te doen op het gebied van talen in Suriname. Goed was het dat aan het slot van de discussie duidelijk werd gesteld dat we moeten kijken naar wat haalbaar is. Is het haalbaar om het Engels, of zelfs het Spaans nu in te voeren als officiële taal? Dat gaat niet zo maar en we kunnen niet voorbijgaan aan de eeuwenlange traditie van het Nederlands, ook in de literatuur. Wel kan het Engels op creatieve en speelse manieren al aangeleerd worden aan de jongste kinderen binnen het onderwijs, zodat ze het later vanzelfsprekend kunnen leren lezen en schrijven. Doen wat haalbaar is, met duidelijke doelen voor ogen: de meertaligheid ondersteunen naar een eenheid in verscheidenheid toe en standaardisatie van het Surinaams-Nederlands als officiële taal, zijn duidelijk doelen, die ook zeer duidelijk gepresenteerd werden op de taalconferentie.

maandag 20 juni 2011

Taal - blijspel - Spinozapremium


door Carry-Ann Tjong-Ayong

Van een conferentie over meertaligheid in Suriname tot een blijspel van Bodil de La Parra over vrouwen die mannen bekritiseren en tussendoor op internet lezen over de toekenning van de Spinozapremie aan o.a. een vrouwelijke hoogleraar Jeugd en Media in Amsterdam, dat zijn stappen met zevenmijlslaarzen. Maar dat is nou de zegen van internet. Je kunt je hier of daar overal in storten en van alles op de hoogte blijven.

Nou kon ik altijd al tien dingen tegelijk doen in tegenstelling tot mijn man die liefst 1 ding doet en dan ook heel goed. Als kind oefende ik in het schrijven van de tekst van een liedje en tegelijk een ander zingen. Van die dwaze dingen die kinderen doen. Maar het scherpte mijn geest en vooral mijn geheugen, wat weer handig was bij het leren van een proefwerk. Mijn jongere broer en ik staken elkaar de loef af bij het snel opzeggen van alle rugtitels van de Winkler Prinsencyclopedie in mijn vaders boekenkast. Zo leerden we al op drie- en vierjarige leeftijd lezen en dat leverde ons levenslang plezier op.

Maar om terug te komen op de conferentie met als thema “ordening van meertaligheid”, die het sluitstuk vormde van zeven weken consultaties over talen in Suriname. Talen zijn mijn hobby en ik vind het jammer dat ik nu pas in Suriname ben, zodat ik alleen de slotconferentie kon bijwonen. Hoewel ik mij niet voor 15 juni had opgegeven kreeg ik van die aardige meneer Roozen, die ook dagvoorzitter was, een Vipplaats op de eerste rij toegewezen, met extra stoel voor Wim, waar ik ook mijn blocnote kon neerleggen en in de pauze een broodje en een pakje mangojuice, die dezelfde heer attent verzorgde. Zo’n plaats heeft voordelen en nadelen. Je kunt alles op het podium goed volgen, maar je zit pal onder de ijskoude airco en je ziet niet wie er achter in de zaal zitten. Veel vrienden bleek bij de karige lunch, die Hr. Roozen schertsend een hapje noemde, wat het ook was.


De conferentie werd geopend met woorden van minister Raymond Sapoen van Onderwijs en Stanley Sidoel van het Directoraat Cultuur. De Taalraad onder de deskundige leiding van “oom “ Hein Eersel hield een aantal inleidingen, over talen, democratie en taalrechten (hijzelf verwees in dit verband naar artikel 8.2. van de grondwet, het enige artikel waar het woord taal in voorkomt en stelde onder meer dat iedere burger het recht heeft de eigen taal te gebruiken en daarin niet belemmerd mag worden door bv overheidsinstanties aan loketten.
- talen in historisch perspectief door Lila Gobardhan-Rambocus, die aagaf hoe de meertaligheid zich vanaf de vroegste tijden met één bevolkingsgroep, de reeds meertalige Inheemsen, ontwikkelde. Volgens haar zal de meertaligheid altijd blijven bestaan en het Nederlands, dat eigen is geworden, zeker nog 100 jaar. Wij hebben 23 verschillende talen hoorde ik tot mijn verwondering. Jaren geleden woonde ik in Leiden een interessante conferentie bij over talen in Suriname, waar ik leerde dat er alleen al 35 Inheemse talen in Suriname zijn. Met alle andere gesproken talen er bij zou je dus al over de 40 komen. Maar misschien zijn er inmiddels al weer talen verdwenen.
- standaardisatie en standaardisering van talen door Renate de Bies, die ook het woordenboek Surinaams Nederlands heeft samengesteld en die het aanschouwelijk illustreerde, door de vergelijking te trekken met kippen voor de consumptie, maar daardoor de noodzaak er toe goed duidelijk maakte. Vier fasen zijn nodig om een taal te standaardiseren: selectie, beregeling, uitvoering en onderhoud;
- landen met meer dan ‘’en officiële taal, zoals India, Zuid-Afrika en de Antillen werden toegelicht door Bholanath Narain;






- en tenslotte gaf Paul Middellijn op zijn eigen wijze een statement over de wenselijkheid van het Engels en desnoods het Spaans als officiële voertaal in plaats van het Nederlands dat afgebouwd dient te worden. Hij gaf voorbeelden van woorden in het Surinaams-Nederlands die uit het Engels of Spaans komen en wees op het economisch belang in de regio.

In de discussie met de zaal kwamen de diverse visies nog meer tot uiting en voordat de taalwet een feit is zal er nog heel wat water door de Suriname-rivier stromen.

Verfrissend was het blijspel Onder vrouwen over mannen van Bodil de la Parra, het regiedebuut van Helen Kamperveen. Drie voortreffelijke jonge actrices, waarvan twee van Helen’s theaterschool gaven vol humor en zichtbaar plezier hun visie op de Surinaamse man. De zaal voor meer dan 90 % gevuld met vrouwen in alle leeftijden genoot zichtbaar en hoorbaar en zelfs het handjevol mannen, zoals de mijne, die als excuus had dat hij mijn rolstoel moest “stoten”, kon om de pittige grappen lachen. Ik had mijn vaste VIP-plaats als gast en hoefde dus niet naar boven te worden gedragen. Het Patronaat heeft een oprit en een rolstoeltoilet had Helen mij trots verteld.

Maar de Mgr. Wulfingstraat veranderd helaas erg nu de drie huisjes met erven bij de brug over de Sommelsdijksekreek getransformeerd zijn tot parkeerterrein met portier voor het in aanbouw zijnde, vier verdiepingen tellende kantongerecht naast het Patronaat. Liever had ik gezien dat de RK meisjesscholen, de Hoedenvlechtschool en de Paulusschool gerestaureerd waren. Maar ook het bisdom lijdt onder de malaise en de regering bouwt wat zij wil. Toch denk ik dat ik liever een regeringsgebouw hier zie dan een zeshoog Chinees warenhuis., zoals er overal in de binnenstad en aan de rand van de stad oprijzen... Dat heet vooruitgang, waarbij het vooruitdenken wordt vergeten.

Op ‘Utrechtse Vrouwen spreken’ (Linked In) ontdekte ik een blog ‘Kopstukken in Komkommertijd’, van Sylvia Valkenburg, over haar zus, prof. dr. Patti Valkenburg, die als enige vrouw tussen drie laureaten, winnaar van de Spinozapremium is, een prestigieuze wetenschappelijke prijs van 2,5 miljoen euro, voor haar onderzoek naar Jeugd en Media. Sylvia beklaagt zich over de beperkte aandacht van het NOS-Journaal, dat het feit bovendien linkt aan domme studenten.

zondag 19 juni 2011

Taalconferentie toont diversiteit aan visie

Het directoraat Cultuur hield zaterdag een brede conferentie over de invoering van een taalwet. Er is gesproken over ‘ordening van onze meertaligheid’. De conferentie is gehouden in de University Guesthouse en werd geopend door cultuurdirecteur Stanley Sidoel. Deze conferentie was het sluitstuk van afzonderlijke consultaties die de adviesgroep .Taalraad en taalwet' de afgelopen maanden heeft gehouden met personen en instanties die zich bezighouden met taal. Dagvoorzitter Johan Roozer, gaf het advies mee om jongeren via Facebook te betrekken bij de discussie.

Lila Gobardhan-Rambocus zei dat “Suriname sedert zijn ontstaan een meertalig land is en dat zal blijven. De talen, die deze meertaligheid uitmaken, zullen in aantal blijven wisselen en daarbinnen zal het Nederlands – zeker in de komende honderd jaar – zijn belangrijke positie behouden, omdat het Nederlands van een opgelegde taal een eigen taal is geworden.”

Standaardisatie
Renata de Bies pleitte voor standaardisatie van de talen. Dit is een proces van vier fasen: selectie, beregeling (spelling, grammatica en het woordenboek), uitvoering (hier is een taak weggelegd voor de overheid en taalverenigingen) en onderhoud. De Bies gaf ook aan dat mediahuizen een taalvoorbeeldfunctie hebben.

De voorzitter van de adviesgroep, Hein Eersel sprak over Taalrechten en democratie. Hij verwees naar de grondwet waar in artikel 8.2 staat: “Niemand mag op grond van zijn geboorte, geslacht, ras, taal, godsdienst, afkomst, educatie, politieke overtuiging, economische positie of sociale omstandigheden of enige andere status gediscrimineerd worden.”

Alle mensen hebben het recht om hun taal in het openbaar te gebruiken. Dit betekent ook dat de toegang tot overheidsdiensten en contacten met de overheid, van welke aard ook, niet belemmerd mag worden door de taalkeuze van de burger. Het Surinaamse volk mag niet op grond van taal gehinderd worden in zijn democratisch recht op vrije meningsuiting en op op invloed op de regering. Echte beleving van de democratie kan niet bereikt worden, als men beperkt, belemmerd of gehinderd wordt in de taalkeuze uit de nationale talen van Suriname.”

Visies
Bholanath Narain, lid van de adviesgroep stelde India, Zuid-Afrika en de Antillen als voorbeeld waar meer dan één officiële taal is. Voor Suriname ziet hij als officiële talen: Sarnami, Sranan en Surinaams-Javaans.

Paul Middellijn van Sranan Academia vindt dat het Nederlands afgebouwd moet worden, omdat het een beperking vormt voor ons en ons isoleert. Hij vindt dat aansluiting gezocht moet worden bij landen in de regio en het continent. Hij gaat voor het Engels en het Spaans, omdat deze talen overeenkomsten hebben met het Sranan.

[uit Starnieuws, 18 juni 2011]

maandag 29 november 2010

Correctie alternatieve poëzieanalyse

[bericht van Schrijversgroep '77]

De samensteller van de nieuwsbrief van de Schrijversgroep '77 vermeldde per abuis de vorige week dat de eerste reactie op het gedicht ´Recreëren te Domburg’ een haast dodelijke afwijzing was. Zij dacht dat de eerste reactie van Paul Middellijn (foto rechts) kwam. Dit blijkt een misverstand te zijn. Paul Middellijn reageerde bijzonder afwijzend op het gedicht "Nu toch een kind gemoord heeft" van Alphons Levens. Dit gedicht stond in de Ware Tijd van 4 augustus 2008 en daarna heeft de schrijver het aan de leden van S’77 doorgestuurd. Middellijn vroeg toen in een reply-to-all-mail, waarin ook zijn onomwonden mening over het gedicht, geen gedichten meer naar hem te sturen. Levens verwijderde hem toen uit zijn bestand. Zodoende heeft hij het gedicht "Recreëren te Domburg" niet ontvangen en niet in de polemiek n.a.v. dit gedicht geparticipeerd.

41 Spontane reacties op het gedicht ´Recreëren te Domburg` van Alphons Levens ontstond naar aanleiding van het gedicht dat hij, zoals zijn gewoonte is, rondstuurde naar leden van S’77, vrienden en andere belangstellenden. Op dit gedicht kwam een lawine van meningen, voor en tegen, sommige heuse colleges in de dichtkunst. Dankzij Rappa, die onmiddellijk de educatieve waarde zag, hebben we nu een boekwerk dat een gedicht vanuit allerlei optiek bekijkt. Echt een mind-opener, en niet alleen voor middelbare scholieren bestemd.

maandag 23 augustus 2010

Anansi nu ook overheidsvoorlichter

Het Ministerie van Sociale Zaken van Suriname is de uitgever van een mooi boek, waarin op luchtige manier voorlichting wordt gegeven over de volksgezondheid. De titel is Kinderen van Suriname, en de ondertitel Een boodschap van de overheid gebracht door Anansi en zijn vrienden. De tekst komt van Paul Middellijn en de tekeningen zijn van Gerold Slijngard, die bekend is vanwege zijn illustraties in de schoolboeken van het lager onderwijs en zijn Anansi-illustraties. In het boek komen allerhande aspecten van gezondheid aan de orde zoals schoon drinkwater, hygiène, tienerzwangerschap. Het boek is A4 formaat, van stevig papier. De tekst heeft een duidelijk lettertype en de tekeningen zijn full colour en ruim verdeeld over het boek.

[bewerkt van Schrijversgroep '77]

Op de foto: Paul Middellijn