Posts tonen met het label Multatuli. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Multatuli. Alle posts tonen

zondag 13 april 2014

Ashetu in Indië

door Klaas de Groot


Onlangs verscheen bij uitgeverij Rubinstein in Amsterdam  een forse en mooi uitgevoerde bloemlezing: Album van de Indische poëzie. De samenstellers Bert Paasman en Peter van Zonneveld hebben daarin heel wat ‘Oost-Indische’ liedjes en gedichten bij elkaar gebracht en verdeeld over tien rubrieken. Gelukkig is ook Nederlandstalig Indonesisch werk opgenomen. De makers van al deze  verzen komen uit diverse windstreken, dat spreekt vanzelf.

Één van de auteurs komt zelfs uit West-Indië. Cola Debrot is aanwezig met het sonnet ‘Indisch meisje’, dat is vermoedelijk uit 1936. Debrot zelf bundelde het nooit. Oversteegen nam het wel op in deel 2 van het Verzameld werk.

Indisch meisje

Het innig beeld van haar mij bijgebleven
heeft zich vermengd met laatre werklijkheden.
Tot mijn geluk. Want anders was mijn heden
zeer vaal, o, niet zo glinsterend doorweven.

Ik immers ben geland op vele reden
waar eerst de palmen uit de verte wuiven.
Men ziet daarna de grote stofwolk stuiven
tussen de mensen, wrang en ontevreden.

Zij was zo jong. Zij had zulk lieve handen.
Zij kwam uit Padang en sprak van Indië
met de verschrikte ogen van een hinde
alsof zij in het ver groen land belandde
waar zij steeds mij, ook ik steeds haar beminde…
Dit land is, wreed verwoest, niet meer te vinden.

De samenstellers van de bloemlezing hebben dit gedicht in de tiende rubriek ‘Waar is mijn lief Batavia gebleven?’ ondergebracht. Zij hadden het net zo goed in de zesde rubriek kunnen plaatsen. Die behelst het materiaal over ‘Liefde, erotiek en seks’. Oversteegen schrijft namelijk in het eerst deel van zijn biografie  over Debrot dat het gedicht is geënt op een Nijmeegse jeugdliefde. Het meisje moet Amy geheten hebben.

Het mooie van bloemlezingen is dat iedere lezer altijd nog wel iets weet dat er ‘gemakkelijk’ bij gekund had. Paasman en Van Zonneveld  vragen gelukkig  ook expliciet in hun ‘Woord vooraf’ om aanvullingen. Een passend gedicht lijkt mij ‘Baleh-baleh’ van Bernardo Ashetu, ook een West-Indisch dichter.  Een groot dichter, maar helaas: verborgenheid kleeft hem aan. Het vers staat in de bundel Yanacuna van 1962. Een bundel die onder redactie van Cola Debrot verscheen in de reeks Antilliaanse Cahiers.


Baleh-baleh

Och, dat ik rijk ware
dat ik water had
en land
en wolken,
dat ik rijk ware
en de macht had
om zon en duister,
bloed en adem
te zetten naar mijn wil –
Och, dat ik rijk ware
en het beter had
alleen maar om lang te rusten
om lang en zoet en lang
te rusten een baleh-baleh
met klamboe van rode zijde

Dit gedicht past niet alleen vanwege de titel in het Album, maar vooral ook omdat Ashetu werkt met een wending van Multatuli. In diens Max Havelaar staat de bekende parabel ‘De Japanse steenhouwer’ met daarin de volgende zinnen:
‘Hij zuchtte omdat zijn arbeid zwaar was, en hij riep: och dat ik rijk ware om te rusten op eene “baleh-baleh” met “klamboe” van roode zijde.
En er kwam een engel uit de hemel, die zeide: U zij gelijk gij gezegd hebt.
En hij was rijk. En hij rustte op eene baleh-baleh en de klamboe was van roode zijde’.
(Geciteerd naar de editie van Stuiveling, Amsterdam 1966 / 7, Van Oorschot).


De verbeelding van Ashetu zal misschien wel aangestoken zijn door één van zijn lievelingswoorden: rood. Maar is meer. De ik in het gedicht van Ashetu wil meer hebben dan de steenhouwer, voordat hij rust neemt. Opvallend is dat in het gedicht niet staat ‘rusten op een baleh-baleh’. Zoals Multatuli wel schrijft, en wat in de context past . Misschien zit daar het idee achter dat bij Ashetu de ik ook de rustplek wil zijn en de rust zelf, niet alleen de rustzoeker. Dus  alles wil. Waarmee Ashetu Multatuli naar zich toe haalt en hem gebruikt om de eigen stem te laten horen. Het geeft niet onder welke palmen, Surinaamse of Indische.

zaterdag 9 maart 2013

Scherpe pen als wapen - schrijver Pramoedya Ananta Toer

door Tessa Leuwsha

‘Ik geloof dat de mensen mij verwarren met iemand die veel weet en veel filosofeert. Je moet niet zulke hoog gegrepen dingen vragen. Ik ben maar een heel eenvoudig mens. Ik ben niet bekend geworden door mijzelf. Ik schrijf boeken, ja. Maar bekend ben ik gemaakt, door anderen. Door het regime dat mij gevangen heeft gezet.’
Pramoedya Ananta Toer. Foto © Rudhi Relyveld

De Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer (1925-2006) deed deze uitspraak in een interview door het Nederlandse Algemeen Dagblad van 12 juni 1999. In dezelfde week vonden in Indonesië de eerste verkiezingen plaats in 44 jaar. De dissidente schrijver toonde zich in zijn boeken een felle tegenstander van de koloniale overheersing in Nederlands-Indië en na het ontstaan van de republiek Indonesië in 1949 van het dictatoriale bewind van Soekarno en diens opvolger Soeharto. Dit protest zorgde ervoor dat hij regelmatig werd opgepakt en een groot deel van zijn oeuvre in gevangenschap schreef.

Pramoedya Ananta Toer werd geboren in het Javaanse stadje Blora. Zijn vader was actief in de groeiende links-nationalistische stroming tegen de Nederlandse koloniale overheersing. Al op de lagere school stelde papa Toer hoge eisen aan zijn zoon Pramoedya en hun relatie was problematisch. Pramoedya kon vanwege financiële beperkingen zijn opleiding niet voltooien en na de dood van zijn moeder ging hij werken bij een Japans persbureau in Jakarta. Hij kwam er in contact met vooraanstaande Indonesiërs en onder de indruk van het steeds machtiger wordende Japan nam zijn hang naar een vrij Indonesië toe. Hij participeerde in 1945 in een gewapende vrijheidsstrijd en werd zonder vorm van proces door Nederlandse militairen twee jaar opgesloten in gevangenis Bukit Duri waar hij enkele verhalen schreef en een roman. Na de onafhankelijkheid richtte hij zijn scherpe pen op de Indonesische machthebbers en sympathiseerde met de communistische partij. Hij zat onder het bewind van president Soeharto veertien jaar gevangen op het eiland Buru (1965-1979). Tijdens zijn detentieperiode schreef Pramoedya de bekende Buru-tetralogie (‘Bumi Manusia’, in het Nederlands Aarde der mensen): vier historische romans beginnend in de koloniale tijd waarvan hij het manuscript op losse blaadjes de gevangenis liet uitsmokkelen.

Foto © Jeffry Surianto

 In Kind van alle volken, het tweede deel van deze romancyclus, dat zich afspeelt aan het begin van de 20ste eeuw, heeft de hoofdpersoon Minke, een Javaanse jongeman uit een adellijk geslacht, de strijd verloren om zijn 17-jarige vrouw Annelies. Annelies is geboren uit een concubinaat tussen een Nederlandse kolonist en zijn Javaanse bijzit, in Nederlands-Indië aangeduid met de term njai. De njai was een geïnstitutionaliseerd verschijnsel, ontstaan uit een gebrek aan blanke vrouwen in de kolonie, maar zij kon als ‘inlander’ geen rechten doen gelden over haar halfblanke kinderen die aan de vader behoorden. In de roman wordt de nog net minderjarige Annelies tegen haar wil naar Nederland overgebracht en ze sterft daar van verdriet. De onmacht en vernedering van de njai zijn het uitgangspunt voor Minkes opgebouwde wrok tegen de buitenlandse overheersers. De naam Minke is een verbastering van ‘monkey’: hij is een aap die maar te dansen heeft naar de grillen van de machthebbers.

Schending van mensenrechten op grond van ras, afkomst, status, taal en religie strekt zich door het gehele werk van Pramoedya Ananta Toer. Kind van alle volken is een ontwikkelings- of ideeënroman te noemen. Het boek volgt de gedachtestroom van Minke en zijn opinievorming rond kolonialisme en het opkomend nationalisme. Minke heeft ontzag voor Japan, ook een Aziatisch land maar met weinig eerbied voor de oude reus Europa. In de Tweede Wereldoorlog loopt Japan Nederlands-Indië met gemak onder de voet.

De roman Max Havelaar (1860) van Multatuli, pseudoniem voor Eduard Douwes Dekker, gold als een vroege aanklacht tegen wantoestanden aangericht door planters in Nederlands-Indië onder arme landarbeiders. Multatuli, die zelf koloniaal ambtenaar was, kon de uitbuiting door een wurgend belastingstelsel voor de Javaanse boer niet langer aanzien. Zijn belangrijke publicatie bracht bij welvarende Nederlanders het inzicht teweeg dat hun rijkdom vaak over de ruggen van arbeiders uit de Oost was vergaard. Louis Couperus, een andere beroemde Nederlandse schrijver, liet in zijn roman De stille kracht (1900) de vele mystieke Javaanse rituelen zien. Die inheemse cultuur bood tegenwicht aan het pragmatisme van de Nederlanders en werd een bron van het Javaanse verzet. Couperus, zelf zoon van een juridisch raadsheer te Batavia, voerde in De stille kracht een Nederlandse ambtenaar op die de lokale gebruiken in de wind slaat en als gevolg daarvan aan geheimzinnige machten ten onder gaat.

‘Oeroeg was mijn vriend’. Dit is de openingszin van de prachtige novelle Oeroeg waarmee de eveneens in Nederlands-Indië opgegroeide Hella S. Haasse in 1948 debuteerde. De novelle gaat over het verlies van een jeugdvriendschap tussen een Nederlandse en een Javaanse jongen wanneer de laatste kiest voor de wapenstrijd van zijn volk.

Pramoedya Ananta Toer schreef ruim veertig boeken die in meer dan twintig talen zijn uitgegeven. Hij was diverse keren kanshebber voor de Nobelprijs voor literatuur maar hij ontving die prijs niet. Wel kreeg hij in 1995 de Ramon Magsaysay Award, een prijs die ook wel de Aziatische Nobelprijs wordt genoemd. In 1998 ontving hij de PEN Freedom-to-write Award.

De schrijver raakte gedurende zijn leven teleurgesteld in het communisme vanwege het machtsmisbruik bij de leiders, maar hij bleef trouw aan de ideologie van verdeling van rijkdom. Bij de verkiezingen in 1999 riep hij het Indonesische volk op die te boycotten omdat ze niet democratisch zouden zijn. Hij richtte zijn vertrouwen op de jongeren die nog onbedorven zijn; van de jeugd moet de verandering komen.

Pramoedya Ananta Toer: Kind van alle volken, vertaald uit het Bahasa Indonesia door Loek Amstel en Don van Minde. Uitgever: Manus Amici, Het Wereldvenster, Novib/NCOS, 1981. ISBN 90-293-9866-3

donderdag 7 maart 2013

"Nationaal Comité Inhuldiging" gaat het merk ORANJE nog steviger in de markt zetten

Klik op afbeelding voor groter formaat


door Tjebbe van Tijen

Het Nationaal Comité Inhuldiging met als koninklijke politieke hofleveranciers D66/Hans Wijers, PvdA/Ahmed Aboutaleb en GroenLinks/Andree van Es. (*)

Willem-Alexander na zijn kroning
Belangrijker nog zijn de leden uit het bedrijfsleven die geacht worden het merk Oranje nog steviger in de markt te zetten.
De Monarchie is 'life entertainment' en wie begrijpt dat beter dan Joop van den Ende met zijn multinational Stage Entertainment.
Branding is de specialiteit van Roland van der Vorst en zijn communicatiebureau They: "THEY help brands to influence the way people interact with and talk about a brand. And the way an organization behaves and earns money."
Dan is er nog het probleem van rijk zijn en afgunst opwekken van de minderbedeelden, iets waarvoor Richard Krajicek - in de loop der goed verdienende jaren - een uitstekende formule voor heeft weten te vinden door nieuwe vormen voor de ouderwetse regenten liefdadigheid te ontwikkelen met zijn Richard Krajicek Foundation.

Nu staat een historisch product als Het Huis van Oranje, midden in de samenleving en niemand weet beter dan de CO van dit Koninklijk Huis hoe veranderlijk die markt kan zijn. In de huidige tijd houdt men de vinger aan de pols van de samenleving het beste via het internet.

Ben Woldring is een ondernemer die dat goed begrijpt en nuttige ervaring heeft opgebouwd: "Dankzij de opgebouwde expertise op het gebied van prijsvergelijkingen is de Bencom Group in staat om de meest nauwkeurige vergelijkingen en overzichten aan te bieden, ook binnen de soms zeer complexe en altijd aan veranderingen onderhevige marktsituaties. Belangrijk hierbij is dat de onafhankelijkheid te allen tijde gewaarborgd blijft zodat consumenten op ons kunnen blijven vertrouwen."
Mavis Albertina

Omdat het Koninkrijk der Nederland zich ook uitstrekt tot in andere continenten, behoeft dit aspect bij de inhuldiging speciale aandacht. In Mavis Albertina, talkshow-gastvrouw en life-style tijdschriftuitgeefster, denkt het comité de juiste stem voor dit deel van de Oranje marketing gevonden te hebben. De historische leugen over Koning Willem III die zijn onderdanen bevrijd heeft uit de slavernij - iets wat hem door actieve inzet van de christelijke kerk op Curaçao de naam 'Willem de Goede' opgeleverd heeft - is nog goed genoeg verankert op dit eiland om zelfs een leuk reisje voor de toekomstige koning en koningin te overwegen.

Dat Multatuli tevergeefs zijn Max Havelaar aan Willem III aanbood en dat eerdere petities voor afschaffing van de slavernij aan hem steeds onbeantwoord bleven, dat leer je niet op school en ook op de Antillen regeert de historische leugen. Dus een leuke vlotte vrouw als Mavis Albertina geeft de zekerheid dat mocht het toch ter sprake komen er vrolijk overheen gelachen kan worden.

Tot slot is er dan nog de financiële expertise van de zakelijk directeur van het Holland Festival Annet Lekkerkerker die verder ook de smaak van de huidige vorstin voldoende kent om er zorg voor te dragen dat al te ordinair volksplezier op koninklijke afstand gehouden kan worden.
Dit laatste is geen overbodige luxe daar André Rieu heel zijn machinerie van orkest tot paardenstoeten en kartonnen keizerlijke Weense paleizen al om niet aangeboden heeft en toch het imago van de Prins met de lolbroek aan niet langer gewenst is, wil het merk Oranje haar ultieme marktpositie ook in de toekomst behouden.
-----
(*) zie "De Politieke Hofleveranciers van het Huis van Oranje in het Nationaal Comité Inhuldiging: D66, PvdA, GroenLinks" de voorloper van dit tableau de troupe
flic.kr/p/dZH8gA

donderdag 19 juli 2012

Nederland is het aan zijn VOC- en WIC-verleden verplicht NiNsee een doorstart te geven



Jan Bank


Onder de intrigerende titel “Executiefoto’s zijn momentopnames” stond gister een artikel van emeritus-hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit van Leiden Jan Bank in de Volkskrant, dat onmiddellijk grote nieuwsgierigheid bij mij opwekte en tot herinneringen aanleiding was, herinneringen aan de zo geheten “politionele acties” in het voormalig Nederlandsch-Indië. Mijn vroegste herinnering is de verontwaardiging van mijn broer die in 1947 werd afgekeurd voor militaire dienst vanwege een lui oog, dat zijn vaderlandsliefde én een grootse rol in de verdediging van ons vaderland in de kiem smoorde. Hij ging zelfs zover om herkeuring aan te vragen, maar tevergeefs, een lui oog is een lui oog en regels zijn regels.

Toen ik in 1954 in militaire dienst ging, was de Koreaanse oorlog nog maar net met een tot op de dag van vandaag voortdurende wapenstilstand – die overigens zomaar weer in een oorlog zou kunnen verkeren – een voorlopig halt toegeroepen. De politionele acties en de Koreaanse oorlog waren mijn rugdekking toen ik later door mijn zoons werd aangevallen waarom ik niet dienst had geweigerd en waarom ik dan ook nog eens een opleiding had doorlopen. Nu zou ik – indien afgekeurd – waarschijnlijk geen herkeuring hebben geëist zoals mijn broer, maar vaderlandsliefde was ook mij niet vreemd. Inzicht in wat zich rond de politionele acties allemaal had afgespeeld had ik überhaupt niet, maar dat onze zojuist herwonnen vrijheid werd bedreigd door de Koreaanse oorlog was een waar schrikbeeld.

Mijn liefde voor de grote literatuurschat die de Indische Archipel heeft voortgebracht, onherroepelijk ontstaan bij lezing van Multatuli’s Minnebrieven en de Havelaar, bracht natuurlijk wel de nodige nuancering aan in mijn standpunt ten opzichte van de Oost en alles wat zich daar heeft afgespeeld onder eeuwenlang Nederlands (schrik)bewind, maar het zou nog even duren voordat alle gruwelen van de politionele acties volledig tot mij waren doorgedrongen, sindsdien reden genoeg om mij steeds opnieuw te ergeren aan die mitigerende term “politionele acties”. Verbazingwekkend is overigens dat in de Oost-Indische literatuur nauwelijks iets te merken is van de veenbrand van het verzet tegen de koloniale overheersing, die toch al decennia voor de politionele acties woedde. Bij mijn weten is alleen in Du Perron’s Land van herkomst daarvan expliciet sprake.

Je moet er geweest zijn

Uit de tijd van de “apartheid” in Zuid-Afrika, toen dat land van alle kanten geboycot werd vanwege de gewelddadige instandhouding van rassen- discriminatie, stamt de slogan “Je moet er geweest zijn”, sindsdien helaas te kust en te keur misbruikt in reclameslogans. De oorspronkelijke slogan was bedoeld om aan te geven dat alleen als je in het land was geweest en de daar heersende schrijnende rassentegenstellingen aan den lijve had ondervonden, je je een oordeel kon vormen over wat zich in Zuid-Afrika onder het apartheidsregiem afspeelde. Eender geldt dit voor Nederlandsch Indië, maar die kans is verkeken, want met een nostalgische reis van een aantal weken kun je onmogelijk achterhalen wat zich in de hoofden en harten van de mensen afspeelt, daarvoor is een veel langer verblijf nodig.

Brandmerkijzers


Door een speling van het lot ben ik in Suriname terechtgekomen, het vroegere stiefbroertje van Nederlandsch Indië. In de tien jaar die ik hier nu woon is mij eerst goed duidelijk geworden hoe waar het is dat je ergens moet zijn om er over te kunnen oordelen. Want wat de koloniale overheersing het land, maar meer nog de mensen heeft aangedaan, wordt je slechts heel geleidelijk duidelijk. Het is die veenbrand die eeuwen heeft gewoed en die nog altijd niet is bedwongen, soms zie je hem even niet, maar dan duikt hij plots weer op. Hetzelfde geldt ongetwijfeld ook voor voormalig Nederlandsch Indië en voor alle voormalige koloniën, waar ook ter wereld. Het is de onderdrukking, de vernedering, die de van zijn vrijheden beroofde mens nooit helemaal van zich heeft kunnen afzetten en die plots weer bovenkomt omdat de gedachte eraan onverdraagbaar blijft. Ook al heeft hij het zelf niet aan den lijve ondervonden, het brandmerk is er nog altijd.

Executiefoto’s zijn momentopnames

Bij het zien van de titel “Executies zijn momentopnames” moest ik lachen en huilen tegelijkertijd. Lachen omdat de foto’s van die executie uiteraard momentopnames zijn, daarvoor zijn het foto’s. Maar het woord “momentopnames” werkt storend in de contekst, omdat de  idee wordt opgeroepen als zou er verder niets aan de hand zijn geweest, slechts een incident, vandaar dat huilen. Lezing van het artikel van Bank maakt echter snel duidelijk dat er wel degelijk iets aan de hand is geweest daar in Nederlandsch Indië en dat hij oordeelt dat er al lang behoefte is aan tekst en uitleg. In 1969 werd een enquête om onderzoek te doen naar de geweldsexcessen afgewezen. Een vergelijkbare studie als die van De Jong over Nederland in oorlogstijd is er nooit gekomen, het is gebleven bij de Excessennota van historicus/jurist Cees Fasseur en een publicatie van historische bronnen, twintig boekdelen barstensvol gegevens van onschatbare waarde, twee goudmijnen voor geschiedschrijving waarmee nooit iets is gedaan.

NiNsee met nieuwe naam en ruimere doelstelling & middelen
Dit bracht mij onmiddellijk bij het Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee), dat per het einde van dit jaar gedwongen moet sluiten vanwege beëindiging van de subsidie. De missie van NiNsee is “het zich ontwikkelen en positioneren als nationaal symbool van het gedeelde slavernijverleden en de gezamenlijke toekomst van alle Nederlanders, door structureel en vanuit verschillende invalshoeken het Nederlandse slavernijverleden en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse samenleving, nationaal en internationaal voor het voetlicht te brengen.” 
Mijns inziens is het NiNsee te eenzijdig gefocust op het slavernijverleden, waarschijnlijk omdat het Surinaams Landelijk Platform Slavernijverleden, ook verantwoordelijk voor het Surinaams Slavernijmonument in het Oosterpark, de initiatiefnemer is geweest bij zijn totstandkoming. Nu geheel onverwacht foto’s zijn opgedoken van een gruwelijke executie in Nederlandsch Indië, is dit het juiste moment een nationale actie te starten om NiNsee een doorstart te geven met een nieuw naam en verruimde doelstelling, zodat “alle vormen van gedeeld koloniaal verleden” eronder komen te vallen, en om meer fondsen te genereren. Noodzakelijk om eindelijk mogelijk te maken dat onder andere de studie waar Bank in zijn artikel voor pleit ter hand kan worden genomen door het als een Phoenix uit zijn as herrezen NiNsee. Nederland is het aan zijn VOC- en WIC-verleden verplicht.

vrijdag 8 april 2011

Politiek engagement in de Nederlandse taal- en letterkunde

Themabijeenkomst georganiseerd door de Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde

In 1872 signaleerde Multatuli ‘een nieuwe ramp’:

het gekakel der politiseerende demokraatjes. Arm volk dat gered moet worden door zulke advokaten!
We hadden: liberalismus, Thorbeckery, behoud, halfheid, traagheid, karakterloosheid, vervalschte levensmiddelen, specialiteiten, kiezery, Kamer-speeches, verrotte politieke atmosfeer… dit alles was niet genoeg! De clubziekte ontbrak nog. De heeren demokraat-byeenkomers zien niet in, dat ze nu reeds – ’t is wat vroeg! – al de fouten overnemen van de nog niet verslagen tegenstanders.

Deze ontboezeming is illustratief voor Multatuli’s ambivalente houding tegenover het politieke bedrijf van zijn tijd: terwijl hij zich er regelmatig van distantieerde, probeerde hij er ook invloed op uit te oefenen en overwoog hij zelfs om zelf politicus te worden. Multatuli is een van de auteurs die ter sprake zullen komen op de themamiddag ‘Politiek engagement in de Nederlandse taal- en letterkunde’. Hier zullen een aantal opvallende aspecten besproken worden van de politieke interesse die Nederlandse taal- en letterkundigen in de loop van de afgelopen twee eeuwen aan de dag hebben gelegd. In welke opzichten werden ze door dat engagement gestuurd? In hoeverre hebben ze op hun beurt richting helpen geven aan staatkundige ontwikkelingen? En waarin verschilde precies de politieke bemoeienis tussen taal- en letterkundigen in Nederland en in België?

Deze en verwante kwesties komen aan de orde aan de hand van enkele casussen, nu eens gesitueerd in de negentiende, dan weer in de twintigste eeuw. Gillis Dorleijn bespreekt de politieke betrokkenheid van de Nederlandse afdeling van de internationale PEN-club voor de Tweede Wereldoorlog en brengt deze in verband met het hedendaagse discours over de rol van de schrijver in het publieke debat. Saskia Pieterse belicht Multatuli’s politieke denken en handelen, en Alpita de Jong laat zien dat diens tijdgenoot Joast Hiddes Halbertsma met zijn taalonderzoek en Friese vertellingen de politieke en maatschappelijke bewustwording wilde bevorderen. Dirk Caluwé tenslotte licht toe hoe men in het tegenwoordige België onder invloed van een zich wijzigende politieke constellatie nieuwe criteria voor de noord-zuid-variatie in het Nederlands is gaan hanteren bij het geven van taaladvies.

Datum: 18 mei 2011, 13.30-17.00 uur
Plaats: Universiteitsbibliotheek Leiden, Zaal Zuidhal, 2e verdieping
Alle belangstellenden worden van harte uitgenodigd de middag bij te wonen. Graag een aanmelding van uw komst, vóór 16 mei, naar j.noordegraaf@let.vu.nl.

Programma

13.30 Ontvangst
14.00 Opening door Marijke Mooijaart, voorzitter van de Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde
14.15 Dirk Caluwé (Departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid, Brussel)
Taal en norm in Taaladvies.net: terminologie en methodologie
14.45 Alpita de Jong (Leiden)
De (taal)geleerde opstellen en Friese bellettrie van Joast Hiddes Halbertsma als politiek-maatschappelijk drukwerk

15.15 Pauze

15.45 Saskia Pieterse (Universiteit van Amsterdam)
De politieke gevolgen van literaire leugens – Multatuli's Max Havelaar
16.15 Gillis Dorleijn (Rijksuniversiteit Groningen)
Schoorvoetend intellectueel engagement. PEN Nederland in de jaren dertig en de politiek

Na afloop van de bijeenkomst biedt het bestuur van de Maatschappij de deelnemers een borrel aan.

dinsdag 22 februari 2011

Max Havelaar of De opiniepeilingen van de Nederlandsche hertaalmaatschappij

door Fred Baggen

Na het (her)lezen van ‘s Neerlands meest monumentale roman Max Havelaar verbaasde ik me over het feit dat ik dit boek, dat in mijn jeugd verplicht op de leeslijst van de middelbare school stond, destijds zo langdradig vond, saai zelfs. Gelukkig weerhield mijn al te adolescente oordeel me er niet van het ruim vijfentwintig jaar later nog eens te proberen. Ik moet eerlijk toegeven: ik las eerst de in modern Nederlands hertaalde uitgave die vorig jaar verscheen. Toch bleef ik daarna met een halfslachtig gevoel achter. Was dit nu de vermaarde Max Havelaar? Ik besloot onmiddellijk ook de oorspronkelijke versie te lezen, en werd toen pas echt geraakt. Mijn bevindingen pende ik neer in een opiniestuk, waarin een centrale rol is weggelegd voor de vergelijking tussen de oorspronkelijke roman uit 1860 en de hertaling, specifiek gericht op de vele uitweidingen die in de nieuwe editie het veld hebben moeten ruimen.

Lees hier verder op Recensieweb

maandag 22 november 2010

Brief aan Ellen Ombre

Ik las de tekst van je Multatuli-lezing. In briefvorm geschreven. Over je ontmoetingen met de tijdgeest. In gelijkmatige en vaak mooi geslepen zinnen rijg je in deze beschouwing persoonlijke observaties en stellingnamen aaneen. Over elk woord heb je nagedacht, ieder leesteken heb je gewogen, geen zinswending is aan je kritische blik ontsnapt. Maar de beheerst geformuleerde regels vertellen niet het hele verhaal. Door je proza schemert een veenbrand aan emoties. Die mogen van jou als auteur aan de oppervlakte treden mits ze door het verstand zijn gefilterd. Het gedempt presenteren van gevoelens toont je vermogen tot introspectie, je behoefte aan balans en je besef van beschaving. Je staat jezelf niet toe je te laten gaan, maar hecht eraan het verstand de regie te laten voeren.

In je positiebepaling ben je ontnuchterend eerlijk. Je laveert tussen twee landen en je vertrouwelijkheid met beide samenlevingen wringt. Dat knarsen en schuren vervult je met onbehagen. Het stoort je. Ik kan mij daar veel bij voorstellen. Het Suriname van je jeugd is in weinig te vergelijken met het Suriname van vandaag en het Nederland van nu vertoont meer dan ooit de trekken van een bananenmonarchie. Bouterse en Wilders zijn voor jou de voornaamste aanjagers en symptomen van die actuele ontwikkelingen. Grijnslachend draaien zij het rad van fortuin in het rond. Wat drijft mensen naar deze leidersfiguren? Dat is een belangrijke vraag, die al veel pennen in beweging heeft gebracht. Je laat overtuigend zien waarom die vraag zo lastig te beantwoorden is.

De sleutel ligt in de verhouding van het individu tot de massa. Je wantrouwt de massa, want die laat volgens jou zijn politieke keuzes door emoties bepalen. Uit wanhoop of angst lopen mensen leiders achterna tegen wie het gezond verstand zich verzet. Ik heb ook lang in deze verklaring geloofd. Eigenlijk ben die opvatting nog steeds toegedaan. Redeloosheid is een slechte raadgever en een ondeugdelijk kompas. Tegelijk moet mij iets van het hart. Ik denk niet graag in tegenstellingen en vermijd het liefst woorden als ‘massa’ of ‘volk’. Omdat ik mijzelf niet op voorhand van andere mensen wil distantiëren en omdat de gedachte tot een ‘elite’ te behoren mij altijd heeft benauwd. Kind van de jaren zeventig? Ongetwijfeld. Ik kan ook niet voorbijgaan aan enkele simpele feiten: populisme is van alle tijden, politieke keuzes zijn nooit alleen maar terug te voeren op rationele overwegingen en politici vertrouwen vaak meer op hun flair en intuïtie dan op hun intellect en analytische vaardigheden. Dat is niet erg, want kiezen of gekozen worden: het blijft mensenwerk. Het wordt bedenkelijk als ieder gevoel voor maat achter de horizon dreigt te verdwijnen, als vijandbeelden ons uitzicht belemmeren en burgerzin over de heg van de buurman wordt gekieperd. Met die gegevenheden lijken we in toenemende mate geconfronteerd te worden.

Hoe moeten Nederland en Suriname verder? Op die vraag geef je geen pasklare antwoorden. Die zijn er ook niet. En als ze er al waren, dan somt een schrijver die niet bloedeloos op, maar onderwerpt hij die aan een oordeel. Dat doe jij wanneer je je keert tegen de uitwassen van nationalistisch denken. Terecht merk je op dat ‘volk en vaderland’ en ‘bloed en bodem’ concepten uit het verleden zijn, die ook in een aangepaste vorm of onder een andere noemer geen toekomst hebben. In een wereld waarin alle vensters openstaan, heeft het gesloten houden van deuren geen nut. Toch begrijp ik wel dat voor veel mensen juist dat een beangstigend beeld is. Niet het voortbestaan van de mensheid is voor hen de norm, maar de veiligheid van hun directe leefomgeving. Een huis met teveel vensters open geeft de wind vrijspel en blaast alle zekerheid naar buiten. Liever het getik van de klok aan de muur dan de gedachte aan het uitzetten en krimpen van het heelal. Politici zouden de behoefte van mensen aan houvast, overzicht en beschutting nadrukkelijker moeten honoreren zonder de mantel van de wereld af te schudden en de regels van wellevendheid uit het oog te verliezen.

Jouw lezing is een welkome bijdrage aan het hervinden van evenwicht. Het is een aansporing tot weldenkendheid en een pleidooi voor beheersing en nuance vanuit het perspectief van een ‘tussenfiguur’. Aan het einde van je los opgebouwde betoog (een verwijzing naar de beperkte samenhang die de besproken samenlevingen nog kennen?) laat je de veelgeciteerde uitspraak van Huizinga over de bezeten wereld waarin wij leven volgen door een mooi maar melancholiek natuurbeeld en een strofe uit de tekst van het ‘zelfmoordlied’ Gloomy Sunday. Geef je daarmee ruimte aan sentimenten waarmee je eerder probeerde af te rekenen? Laat je even de teugels vieren die je in de rest van je verhaal zo strak in handen wist te houden?

In een rede die Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa kortgeleden hield, beëindigde hij zijn sombere uiteenzetting over de ‘monsters’ van terrorisme, nationalisme en xenofobie met de vaststelling dat de krachten van vernietiging overwonnen zullen worden door idealisme, edelmoedigheid en vrijheidsliefde. Dat lijkt mij de juiste instelling om de kwalijke gedaanten van de tijdgeest te lijf te gaan. Zeker, de brief is – zoals je schrijft – een buitenkind van de letteren geworden, maar je hebt een begeesterde aanzet gegeven om het medium in ere te herstellen. Laten we ruimhartig zijn en met elkaar in gesprek blijven.


Foto van Ellen Ombre: @ Jeannine Govaers

dinsdag 2 november 2010

Bouterse gezegend door Wauwelaar

In een matig geuuld Bijlmer Parktheater hield Ellen Ombre op zondag 31 oktober de zesde en laatste Multatulilezing; een fragment.

Bisschop Meye wordt in de stad bewierookt door groepen die in sloppenwijken bivakkeren, verstoken van licht, stromend water of sanitair. Hij is de geestelijk leidsman van Desi Bouterse. Brunswijk, voorzitter van het coalitieblok van marrons, de Algemene Bevrijdings- en
Ontwikkelingspartij, de ABOP, was eregast. Beide politieke leiders, ooit vijanden die
elkaar ten koste van tientallen doden naar het leven stonden tijdens de Binnenlandse
Oorlog, gingen net als het publiek in het wit gekleed.
‘Geacht volk van de Republiek Suriname,’ preekte de bisschop, ‘deze natie, om toch
nog iets te zeggen met betrekking tot de uitslag van de laatst gehouden verkiezingen
en de duidelijke wil van het volk ...’ Bouterse en Brunswijk stonden op en omhelsden
elkaar. De massa gilde het uit, handen in de lucht, begeesterd. In een armgebaar
probeerde de dominee de schare te omvatten. De geestelijke vertoonde een opvallende overeenkomst met uw dominee Wauwelaar, hij leek als een winti in de huid van bisschop Meye te zijn gekropen. (De term winti gebruikt om een bovennatuurlijk wezen aan te duiden). ‘Dit wat zich hier aan het voltrekken is, is niet normaal...’

Lees hier de volledige tekst van de lezing

zondag 31 oktober 2010

Multatulilezing door Ellen Ombre

Herinnering, vanavond in het Bijlmer Parktheater

In het kader van het Multatuli-jaar 2010 houdt Ellen Ombre de zesde en laatste Multatulilezing. In deze lezing-in-briefvorm vraagt zij advies aan Multatuli over hedendaagse problematiek rondom interculturalisme en (post-)kolonialisme. Daarna gaat zij in gesprek met Tjeerd Bijman (VPRO, Buitenhof).


Ellen Ombre werd geboren in Paramaribo. Op 13-jarige leeftijd kwam zij met haar familie naar Nederland. Ze debuteerde in 1992 met de veelgeprezen verhalenbundel Maalstroom. Daarna verschenen o.a.:

Vrouwvreemd : verhalen. De Arbeiderspers, 1994. De overgang van Suriname naar Nederland staat centraal. Door de ogen van telkens een andere hoofdpersoon wordt een gevoel van ontheemding beschreven. Een terugkeer naar Suriname eindigt ook wel eens in een teleurstelling, bijvoorbeeld wanneer de ik-figuur nostalgisch het dorp bezoekt waar ze is opgegroeid en haar oude buurmeisje bijna niet meer herkent.

Valse verlangens. De Arbeiderspers, 2000. De bundel speelt zich af in de 'Atlantische driehoek' Nederland -West-Afrika - het Caribisch gebied: ooit een handelsroute voor goud, slaven en wapens. Tegenwoordig is die driehoek een 'dwaalspoor', een weg naar misverstanden en onvervulbare verlangens: Ombre vertelt verhalen over Surinamers, Nederlanders en Afrikanen die ronddolen op zoek naar geld, liefde en geluk.

Negerjood in moederland: roman. Ellen Ombre. De Arbeiderspers, 2004. Hoofdpersoon is Hanna Dankerlui. Haar vader is een zwarte Surinamer, haar moeder stamt af van negerjoden met een vooroudergeschiedenis op Joden Savanne, een nederzetting van Sefarden, gevlucht voor de Spaanse inquisitie. Hannah is "met familiegeschiedenis opgezadeld". Ze zou een punt achter het verleden willen zetten en "licht door het leven reizen", maar ze is bang dat ze zonder herinneringen uit elkaar zal vallen. De roman begint in 2000, als Hannah, een nieuwe toekomst tegemoet, haar huis in de Amsterdamse binnenstad verlaat. We blikken terug op de persoonlijke geschiedenis van Hannah en die van haar ouders. Persoonlijke geschiedenis die verweven is met de grote geschiedenis: Negerjood in moederland is het verhaal van een individu vervlochten met de geschiedenis van Suriname.

Enige tijd geleden verscheen de tweede, uitgebreide druk van Wie goed bedoelt, zin + onzin van ontwikkelingshulp. Toen de eerste druk in 1996 verscheen maakte dit boek veel indruk. Ellen Ombre verstoorde het beeld dat Nederlanders van zichzelf hadden: een volk van gulle gevers dat voorop liep om de Derde Wereld uit haar lijden te verlossen. Zij kwam echter tot de conclusie dat ontwikkelingshulp zelden helpt en vaak schaadt. Met het geven van hulp lijkt het alsof we proberen ons schuldgevoel af te kopen. In deze tweede druk zijn stukken toegevoegd die Ellen Ombre de afgelopen tijd over Suriname (voor de Volkskrant) schreef.

Datum: zondag 31 oktober 2010, aanvang 20:00
Bijlmer Parktheater, Anton de Komplein 240, 1102 DR Amsterdam
Gratis, reserveren aanbevolen.

Foto: @ Cliff San A Jong

dinsdag 26 oktober 2010

Ellen Ombre schrijft aan Multatuli

Zeer geachte heer Douwes Dekker, of, beste Multatuli, zoals u ook heet,

De brief is een buitenkind van de letteren geworden. Het internet en de mobiele telefoon verbinden de wereld tot in uithoeken, men mailt en sms’t zonder terughoudendheid. Of het briefgeheim nog wordt nageleefd is de vraag. Ik wil mijn hart luchten en een beroep doen op uw discretie om rondzingen te mijden.
Ik raak in Suriname niet vertrouwd. In Nederland, waar ik het grootste deel van mijn leven heb gewoond lukte het ternauwernood. Daar was je niet vanzelfsprekend. Je moest je onverhoeds legitimeren en werd te hooi en te gras gereduceerd tot allochtoon, ver voor de Wilders-pandemie.

Hier is behoedzaamheid om andere redenen geboden. Men is politiek gelieerd, heeft een vete met je halfbroer of koestert een wrokje tegen Surinaamse Nederlanders, zogenaamde SuriNeds, omdat deze bounties in moeilijke tijden hoog en droog in Holland zaten en nu het goed gaat met Switi Sranan komen meeprofiteren. Met de moeilijke tijden bedoelt men de jaren tachtig en negentig, decennia van militaire terreur, inflatie, lege winkelschappen, corrupt ambtenarenapparaat.

Het gaat in het gewezen wingewest de laatste jaren ‘met Gods wil’, de euro-elite die het vliegtuig naar Nederland neemt alsof zij zich met een pontje laat overzetten, maakt het stukken beter. De keur telt zijn zegeningen in elektronisch beveiligde huizen achter muren met prikkeldraadguirlandes in dit arm-rijk land.
Niemand sterft hier van honger, maar er wordt gehosseld. De voorzieningen zijn matig, de medische zorg laat te wensen over. Je vraagt je af waar de honderden miljoenen ontwikkelingsgelden toe hebben geleid. Organisaties die zichzelf onbaatzuchtig noemen, bidden om nog meer hulp. Er zijn gebedshuizen genoeg, maar er is woningtekort. De infrastructuur loopt mank en verhindert goede communicatie tussen de verschillende delen van het land. In vaderloze gezinnen aan de zelfkant van de stad waar het christelijk huwelijksideaal niet tot norm wordt verheven, is het bestaan hard, zoals in Sunny Point of Texas; daar zijn op drift geraakte Bosnegerfamilies hunkerend naar iPods en BlackBerries neergestreken. Wat maakte de stad voor hen zo aantrekkelijk? Ze wilden weg uit hun door de binnenlandse oorlog ontwrichte dorp met zijn armoede, weg van het primitieve dorpsleven, weg van die kansarme kleine wereld waar hun geen toekomst wachtte, weg van de toeristen voor wie ze om een grijpstuiver moesten dansen. Het is niet vrolijk wat ik heb te vertellen, maar een poging de stand van zaken te beschrijven.

[Dit is de opening van de laatste Multatuli-lezing die Ellen Ombre a.s. zondag geeft in Amsterdam. Klik hier voor meer inlichtingen.]

woensdag 6 oktober 2010

Laatste Multatuli-lezing door Ellen Ombre

In het kader van het Multatuli-jaar 2010 houdt de Surinaamse schrijfster Ellen Ombre de zesde en laatste Multatulilezing. In deze lezing-in-briefvorm vraagt zij advies aan Multatuli over hedendaagse problematiek rondom interculturalisme en (post-)kolonialisme. Daarna gaat zij in gesprek met Tjeerd Bijman (VPRO, Buitenhof).
.

Citaten uit de brief aan Multatuli van Ellen Ombre:



Ik vrees het volk dat ik met de massa associeer, wantrouw de emoties die hun politieke keuzes bepalen, koester achterdocht voor volksleiders als de Nederlandse Geert Wilders, en de Surinaamse Desi Bouterse. De eerste is uit angst, de andere uit wanhoop gekozen.
[...]
We leven in een bezeten wereld. En we weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij waaruit deze arme mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, schreef Huizinga in de vorige eeuw. Wat hij toen opmerkte doet zich om mij heen in allerlei gedaantes voor.
[...]
Wat staat Suriname, microkosmos in een notendop, te wachten? En Nederland?

Datum: zondag 31 oktober 2010, aanvang 20:00
Bijlmer Parktheater, Anton de Komplein 240, 1102 DR Amsterdam
Gratis, reserveren aanbevolen: info@deburen.eu, +32 (0)2 212 19 30

Foto: @ Michiel van Kempen

Sherlock Holmes in Lebak

Het kan haast niemand met literaire belangstelling ontgaan zijn dat Max Havelaar, het boek met het befaamde alter ego van Multatuli als hoofdpersoon, 150 jaar geleden verschenen is. Maar er valt dit jaar nog een tweede, overeenkomstig jubileum te vieren, want ook de avontuurlijke geleerde Gerret Pieter Rouffaer werd in 1860 geboren. Rouffaer (foto rechts) was de grondlegger van de enorme collectie van zo’n 750.000 Indonesische boeken, tijdschriten, foto’s, tekeningen en landkaarten die zich bij het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) in Leiden bevinden. En hij schreef internaternationaal geprezen boeken over batikken en over de Vorstenlanden in het hart van Midden-Java.

Het zou aardig zijn als beide jubilarissen ook wat met elkaar te maken hebben gehad en dat blijkt hier het geval. Rouffaer waagde zich als eerste aan een wetenschappelijke biografie van Multatuli waarvoor hij in 1885 zelfs speciaal naar Nederlands-Indië reisde. Maar hij ging nog verder, want hij toonde zich ook bereid om als sponsor van Multatuli op te treden. Twee kleurrijke figuren die zich om verschillende redenen uitstekend lenen voor een gezamelijk verhaal, want hun geschiedenissen blijken meer raakvlakken te bezigen dan wij hadden kunnen vermoeden.

Sprekers: Frank Okker en Anna Kruip
Frank Okker promoveerde aan de Universiteit Leiden op een biografie van de Nederlands-Indische schrijver Willem Walraven, Dirksland tussen de doerians. Momenteel werkt hij samen met zijn assistent Anna Kruip aan een boek over Rouffaer (1860-1928).
Het verwerken van Rouffaers kriebelhandschrift en ander veldwerk voor dit onderzoek, neemt Anna voor haar rekening. Zij studeerde in 2008 te Leiden af als neerlandica, met specialisatie moderne letterkunde, en is nu in tijdelijke dienst van het KITLV voor het Rouffaer-project.

Datum: donderdag 14 oktober, 15.30—17.00
Plaats: KITLV, Reuvensplaats 2, 2300 RA Leiden, Verenigingskamer (138, eerste etage)


Wilt u deze lezing bijwonen? Dan kunt u zich aanmelden via kitlv@kitvl.nl of 071 527 2295.
www.kitlv.nl


Lebak

woensdag 15 september 2010

Drie lezingen over Multatuli

Op 14 mei 1860 verscheen bij de Amsterdamse drukker-uitgever J. de Ruyter Max Havelaar, of de Koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij. Het boek veroorzaakte 150 jaar geleden een groot tumult niet alleen in de literaire wereld maar ook in de planterswereld. De toen vrijwel onbekende schrijver Eduard Douwes Dekker (1820-1887) koos als auteursnaam Multatuli (‘Ik heb veel geleden’). De afgelopen maanden was er veel aandacht voor Multatuli en diens Max Havelaar dat wordt beschouwd als hét hoogtepunt van de Nederlandse literatuur, maar ook als een boek met een missie namelijk een harde aanklacht tegen de wantoestanden in Nederlands-Indië.

In de reeks herdenkingen participeert Apeldoorn met een eigen programma dat een samenwerking is tussen de Vereniging voor Onderwijs, Kunst en Wetenschap (OKW), Stichting Indisch Erfgoed (SIE) en CODA.

De volgende bijeenkomsten zijn georganiseerd:

woensdag 15 september 2010 – OKW-lezing door prof.dr. Reinier Salverda, getiteld ‘De betekenis van de Max Havelaar in historisch perspectief’
aanvang: 19.45 uur
plaats: Huis voor Schoone Kunsten, Gigant, Nieuwstraat 377, 7311 BR Apeldoorn, telefoon 055-5216346
entree: € 6,00 (niet-leden OKW € 8,00)

woensdag 29 september 2010 – SIE-discussie onder leiding van dr. Peter van Zonneveld, getiteld ‘Wat veroorzaakte Multatuli?’
ontvangst: 19.30 uur; aanvang discussie: 20.00 uur
plaats: Stadscafé Van Kinsbergen, Nieuwstraat 295, 7311 BP Apeldoorn, telefoon 055-5767175
entree: gratis

vrijdag 8 oktober 2010 – CODA-literaire koffieochtend met Jos Paardekooper, getiteld ‘Max Havelaar verjaart – of verjaard?’
aanvang: 10.00 uur
plaats: CODA, Vosselmanstraat 299, 7311 CL Apeldoorn, telefoon 055-5268400
entree: € 8,50 (niet-leden CODA € 11,00)

Meer informatie op de websites van de organisatoren:

OKW: www.okw-apeldoorn.nl of secretaris@okw-apeldoorn.nl

SIE: www.indischerfgoed.nl of info@indischerfgoed.nl

CODA: www.coda-apeldoorn.nl of mail@coda-apeldoorn.nl

zondag 11 juli 2010

Een zaterdagse Amsterdam op een zondagochtend

door Quito Nicolaas

We hadden ons al voorgenomen om na Schiphol onze reis richting Amsterdam voort te zetten.Eenmaal op Amsterdam CS aangekomen krioelde het zoals altijd van mensen, een walhalla uit de jaren zestig of een India in het heden. Met een dertig graden bezwangerde zon boven ons hoofd – ik had gelukkig mijn Castro-pet op – liepen we langs de Prins Hendrikkade naar de Nieuwezijds Voorburgwal. Allemaal mensen op zoek naar geluk of om hun schamele fortuin weg te geven aan de talloze winkels die toch al geen omzet draaiden. Sommigen liepen met een looppas alsof het nog steeds s’ winters was. Ik dacht bij mezelf: 'Die koerst regelrecht naar een hartinfarct of hersenbloeding'.

De cappuccino grande op Schiphol was net genoeg om de adrenaline een stootje door mijn bloedbaan te geven. Bij Le Esprit – met een uitzicht op o.a. Boekhandel Atheneum, een galerie en het vroegere Maagdenhuis - gingen we brunchen. Toeristen in allerlei formaten zag ik voorbij komen, de ene drukker in de weer dan de ander. Geholpen door een corps van mooie dames met een dienblad, liet ik mijn ogen snel over de menukaart gaan. Een blik werpend op het terras, ging ik flash-backen en dacht ik terug aan de introductie week voor eerstejaarsstudenten Politicologie. Bij ons aan tafel zat een jongen uit Friesland, erg spraakzaam en domineerde continu het gesprek, dat nu nog voor de PvdA in de Tweede Kamer zit. Indertijd lachte iedereen hem uit, omdat hij een soort ADHD-jongetje en toen al kaal was. Hij heeft wel laten zien dat ongeacht zijn afkomst en achtergrond, hij het heel ver kon schoppen.

Na mijn traditionele bezoek aan de verschillende boekhandels die Amsterdam rijk is, gingen we tegenover het uit m’n studentenjaren bekende UB (voor onbekenden de Universiteitsbibliotheek)de beentjes strekken en op de bank even uitrusten. Daar zag ik de bootjes met studenten, ouderen, toeristen door de grachten varen. Met veel drank aan boord - zelfs een fles Moet champagne zag ik - manoeuvreerde de kapitein in spe zijn passagiers door de Amsterdamse grachten. Iedereen – met of zonder ontbloot bovenlijf - verkeerde in een geweldige stemming en ik zei tegen m’n partner: Met de inhuldiging van onze WK-jongens wordt het een groot festijn en chaos. 'Dit moeten we meemaken.De jongelui zittend aan de rand van de oever met hun sixpack Heineken en dromerige oogjes, keken in vertraagd tempo naar het aankomend verkeer.'
We zetten onze voettocht door Amsterdam, eerst langs de Oude spiegelstraat - waar een drietal boekhandels en antiquariaat zijn gevestigd – vervolgens via de Jordaan, de Rozengracht en terug naar het Amsterdam CS. De Oude spiegelstraat deed mij denken aan Peru, waar je alleen een straat had vol met boekhandels, een straat met juwelierszaken, een straat met meubelzaken etc.etc. Wandelend door de Jordaan, besefte ik mij dat deze volksbuurt vroeger misschien tot de stadskern behoorde en dat de geschiedenis ons anders deed geloven.

Achter de Westerkerk had je van die kunstige houten bankjes die ons uitnodigden om even plaats te nemen en over De Jordaan na te denken. Een groepje ‘oudere volwassenen’ uit de Jordaan hielden zich op bij het Homomonument. In zomerse kledij en tropische kleuren wisselden ze het gesprek af met een slokje Bavaria bier en een trek aan hun uiterst dun opgerolde shag tussen de vingers. De dagtoeristen die het Anne Frank huis hadden bezocht, liepen met de folders in hun handen om als waaier te gebruiken. Mijn vriendin voelde het eerste spatje regen en was het teken om te vertrekken. Onderweg kwamen we op het Torensluis het standbeeld van Multatuli tegen, een imposant kunstwerk op het Multatuliplein met daaronder het onderschrift 1820 – 1887. Daar stonden we nog even stil om de 19e eeuwse literatuur door ons aderen te laten stromen.

zondag 27 juni 2010

Waarom Multatuli en niet Anton de Kom?

De wekelijkse bijlage de Ware Tijd Literair van het Surinaamse ochtendblad de Ware Tijd was afgelopen zaterdag in z’n geheel gewijd aan Multatuli, pseudoniem voor Eduard Douwes Dekker, en zijn Max Havelaar, naar ik heb begrepen vanwege het Multatuli-jaar. Het is de uitkomst van een project van de sectie Nederlands van het Instituut voor Opleiding van Leraren (IOL) te Paramaribo, die dit heeft georganiseerd op verzoek van de Nederlandse Multatuli-vereniging.


Eduard Douwes Dekker, gedroomd onderkoning van Nederlandsch-Indië

Te waarderen is dat aandacht wordt besteed aan een van Nederlands belangrijkste schrijvers, al is het dan een obligate partij voor het Multatuli-jaar. Maar, alhoewel het begrijpelijk is dat op één krantenpagina te enenmale de ruimte ontbreekt om flink uit te pakken, het resultaat is maar magertjes. Twee van de vier artikelen zijn geschreven door Hilde Neus, docent aan het IOL en mederedacteur voor dit nummer van dWTL: één de verantwoording, het ander over de ‘hertaling’ (wat een afschuwelijk woord en welk een afschuwelijke daad) van Max Havelaar. De twee andere artikelen zijn geschreven door cursisten van het IOL, waarvan de originele inbreng van Sharon Veldkamp met haar brief aan Eduard Douwes Dekker noemenswaard is. Het vierde artikel is een obligaat uittreksel uit Multatuli leven en werk van Eduard Douwes Dekker van de hand van Dik van der Meulen.

Maar een raadsel blijft het kaderstukje links onderin de pagina, inhoudende een soort van vergelijking, een soort synopsis, van Max Havelaar en Wij slaven van Suriname die werkelijk nergens op slaat, en dat zonder enige verantwoording, toelichting en/of vermelding van samenstel(l)(st)er! Het lijkt ontsproten aan een slecht geweten dat er zoveel aandacht wordt besteed aan Multatuli, terwijl nauwelijks ooit zoveel eer is toegevallen aan de niet met Douwes Dekker te vergelijken Surinaamse verzetsheld Anton de Kom. Dat slecht geweten is terecht, want waarschijnlijk veroorzaakt door het ‘koloniaal syndroom’ dat ook de Biografie van Anton de Kom heeft aangetast (zie mijn artikel hier van 22 juni j.l.: Boots & Woortman, kolonialisme vanuit het perspectief van de kolonisator?).


Anton de Kom: "Geen volk kan tot volle wasdom komen dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft."


Het is onbegrijpelijk dat tot op heden nog altijd geen enkele Surinamer/ Surinaamse zich geroepen heeft gevoeld om De Kom’s biografie vanuit Surinaams persectief te schrijven. Alhoewel, hierover schreef ik eerder in mijn artikel Anton de Kom, voorloper van Frantz (Zwarte huid, Blanke maskers) Fanon, dat afsloot met: “Deze miskenning van Anton de Kom ligt mede ten grondslag aan de onderwaardering die nog altijd Anton de Kom’s deel is in Suriname en die gehandhaafd blijft zolang er nog mensen rondlopen als Hans Breeveld, docent aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, die verklaart 'dat Anton de Kom is overschat en dat Suriname belangrijker helden heeft gekend, zoals Koenders, Dobru en Bos Verschuur' (Biografie Anton de Kom, pagina 405)." De Kom was zijn tijd ver vooruit, maar Breeveld kan dat vandaag de dag nog steeds niet inzien.

[Dit artikel is gelijktijdig gepubliceerd op http://www.surinamestemt.com/]

dinsdag 8 juni 2010

Multatuli-avond Schrijversgroep '77

Op de avond van Schrijversgroep ’77 a.s. woensdag 30 juni, presenteert S’77 in samenwerking met het IOL een avond over Multatuli. Het 150 jaar oude boek Max Havelaar, of de Koffi-veilingen der Nederlandsche handelsmaatschappij behoort tot de toppers van de Nederlandse literatuur. Hierin klaagt de schrijver het kolonialisme van de Nederlanders in het toenmalige Nederlands-Indië aan. Het jaar 2010 is in Nederland uitgeroepen tot Multatuli-jaar.

Datum: woensdag 30 juni 2010
Plaats: Tori Oso, Paramaribo

Afbeelding: de Russische vertaling van de Max Havelaar

donderdag 29 april 2010

Symposium ‘De toekomst van Multatuli’

Op 15 mei a.s. wordt in De Balie te Amsterdam het symposium ‘De toekomst van Multatuli’ gehouden, naar aanleiding van het verschijnen van de Max Havelaar anderhalve eeuw geleden.

Het symposium richt zich primair op de toekomst van Max Havelaar, op de kracht die de tekst en het onderliggende gedachtegoed te bieden hebben voor huidige en toekomstige generaties. In drie fora wordt aan de hand van een thema gediscussieerd over de ideeën, de man en de mythe Multatuli in relatie tot het heden. Tot slot worden conclusies getrokken over de kracht en betekenis van Multatuli voor huidige en toekomstige generaties.

In de pauze kunt u genieten van een muzikaal optreden door gamelanensemble Widosari. Aan het eind van de middag zal het Max Havelaar-luisterboek gepresenteerd worden dat door Job Cohen is ingesproken. De dag wordt afgesloten met een Indisch buffet.

Programma
13.30 – 14.00 uur Inloop met koffie en thee
14.00 – 14.05 uur Welkom door Winnie Sorgdrager, voorzitter Multatuli Genootschap
14.05 – 14.20 uur Inleiding door Gijsbert van Es, NRC-redacteur en hertaler van Max Havelaar
14.20 – 15.00 uur Forum 1 Handel en Ontwikkeling
• Thomas von der Dunk, cultuurhistoricus en publicist
• Ronald van Raak, lid van de Tweede Kamerfractie van de SP
• Jan Pronk, oud-politicus, professor aan het Institute of Social Studies in Den Haag
15.00 – 15.40 uur Forum 2 Levenskunst, Emancipatie en Feminisme
• Elsbeth Etty, redacteur literatuur bij NRC Handelsblad
• Hans van den Bergh, literatuurwetenschapper en publicist
• Margriet van der Linden, hoofdredacteur van Opzij
15.40 – 16.10 uur Pauze met muzikaal optreden gamelanensemble Widosari
16.10 – 16.50 uur Forum 3 Macht en politiek
• Cees Fasseur, historicus en jurist
• Frans Timmermans, ex-staatssecretaris Europese zaken
• Job Cohen, lijsttrekker PvdA
16.50 – 17.00 uur Plenaire discussie en afronding
17.00 – 17.10 uur Presentatie luisterboek
17.10 – 18.00 uur Borrel
18.00 – 21.00 uur Indisch buffet (vooraf reserveren)

Locatie: De Balie, Kleine Gartmanplantsoen 10, Amsterdam
Datum: 15 mei 2010
Tijd: van 13.30 uur tot 21.00 uur

Kaartverkoop
U kunt via www.debalie.nl online kaarten kopen. Voor meer informatie over de kaartverkoop is De Balie telefonisch bereikbaar op werkdagen tussen 16.00 en 17.00 via telefoonnummer 020-5535100. De kaarten voor het symposium kosten € 20 per stuk; de kaarten voor het symposium en het Indisch buffet na afloop kosten € 45 per stuk.

vrijdag 5 maart 2010

Internationale lof voor Multatuli

De Max Havelaar is “een van de beste Europese romans aller tijden”, volgens El País. Eind januari verscheen de nieuwe Spaanse vertaling van Max Havelaar (vertaald door Francisco Carrasquer, verschenen bij Los Libros de la Frontera). Het boek werd in El País enthousiast besproken door journalist Jesús Ferrero. In zijn recensie trekt hij een parallel met Cervantes, de auteur van Don Quijote. Hij vergelijkt het enerverende bestaan van beide auteurs en ziet overeenkomsten in stijl en in de verweving van verschillende verhaallijnen. Net als in Cervantes’ meesterwerk tracht de hoofdpersoon zich staande te houden in een wereld vol corruptie en verderf. Ferrero prijst de manier waarop Multatuli de gebreken van het kolonialisme blootlegt. “We hebben hier te maken met een van de beste Europese romans en dapperste geschriften aller tijden. De Max Havelaar doet in niets gedateerd aan. Toen de roman uitkwam, ging er een golf van opwinding door Nederland heen. En wie vandaag, 150 jaar later, de roman leest, begrijpt precies waarom,” aldus Ferrero.

dinsdag 12 januari 2010

150 jaar Max Havelaar

In 2010 is het precies 150 jaar geleden dat het beroemde boek Max Havelaar van Multatuli verscheen. Ook is het precies honderd jaar geleden dat het Multatuli Genootschap werd opgericht. Het genootschap voorziet bij die gelegenheid tal van activiteiten in zowel Nederland als België.


In het Algemeen Handelsblad verscheen op 14 mei 1860 een advertentie waarin het boek van Eduard Douwes Dekker werd aangekondigd. De volgende dag was het te koop. Het boek beschrijft het dagelijks leven op de koffieplantages in voormalig Nederlands-Indië. Onder het pseudoniem Multatuli (ik heb veel geleden) kaartte Douwes Dekker de wantoestanden in de Nederlandse kolonie aan.

Op het programma van het Multatulijaar staan onder meer een marathonlezing van het boek op de Hoge School Universiteit Brussel (HUB) op 14 mei. Van acht uur 's ochtends tot middernacht lezen 96 bekende en minder bekende Belgen en Nederlanders ieder tien minuten voor uit Max Havelaar, of de Koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij. Op de lijst van prominente voorlezers staan onder anderen Europees president Herman Van Rompuy, seksuologe Goedele Liekens, zanger Rick de Leeuw en de Belgische minister van Staat Willy Claes. Op 15 mei heeft in de Balie in Amsterdam het symposium De Toekomst van Multatuli plaats. De deelnemers discussiëren over thema's als emancipatie, levenskunst, onderwijs, macht en politiek. Dagvoorzitter is Winnie Sorgdrager, voorzitter van het Multatuli Genootschap. Tal van publicaties worden verwacht waaronder die van historicus Cees Fasseur, naast concerten, lezingen en een tentoonstelling in het Persmuseum in Amsterdam.

.



Afbeelding: Buitenzorg (collectie KITLV)

[ontleend aan De Papieren Man]