Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
Posts tonen met het label Winklaar Domacassé Frida. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Winklaar Domacassé Frida. Alle posts tonen
zondag 22 september 2013
Groot Papiaments Dictee
De winnaressen van het Groot Papiaments dictee 2013 van Simia Literario: Diana Damon (diktado papiamentu) en Natalie Wanga (dictado Papiamento) met de voorlezers Rita van der Heul (rechts; papiamentu) en Olga Orman (geheel links; Papiamento). De dictee-tekst is geschreven door Frida Winklaar Domacassé in het papiamentu. Mirto Laclé heeft de tekst in het Papiamento vertaald.
Labels:
Damon,
Heul Rita van der,
Laclé Mirto,
Orman Olga,
Papiamentu,
Wanga Natalie,
Winklaar Domacassé Frida
vrijdag 30 augustus 2013
Frida Domacassé over Griekse poëzie
![]() |
| Sappho (640-548 v.Chr.) |
Simia
Literario organisatie een lezing over de klassieke geschiedenis van de poëzie, Spiegel
van de Griekse Poëzie, door Frida Domacassé Winklaar. Het programma bestaat uit: Introductie, voordrachten van poëzie en muziek
(cd) uit de periode van de Oudheid, Hellenisme, Byzantijnse tijd, onder Frankisch
en Turks bewind, negentiende eeuw [?] tot heden.
Datum: 7 september 2013
Inloop
14.00u. Lezing 14.30u tot 16.30u.
Locatie:
Profor, Keienbergweg 3, 1101 EZ Amsterdam-ZO.
A.u.b. aanmelden via simia@simialiterario.nl vóór 5 september
Toegang gratis, een vrijwillige bijdrage wordt geapprecieerd.
A.u.b. aanmelden via simia@simialiterario.nl vóór 5 september
Toegang gratis, een vrijwillige bijdrage wordt geapprecieerd.
Labels:
lezing,
poëzie,
Simia Literario,
Winklaar Domacassé Frida
donderdag 2 mei 2013
Workshop spelling Papiaments (Papiamentu en Papiamento)
![]() |
| Aruba |
Zaterdag 11
mei aanstaande, organiseert Stichting Simia Literario een openbare workshop
spelling
Papiaments (Papiamento en Papiamentu) als voorbereiding op het komend dictee
van 21
september 2011 van Stichting Simia Literario.
Er is een
plenair gedeelte aan het begin, waarin het programma wordt doorgesproken.
Daarna gaat
de groep in twee groepen uiteen, een Papiamento- en een Papiamentu-groep.
De
deelnemers krijgen een reader met de regels van de schrijfwijzen
(orthografieën).
De workshop
Papiamentu wordt begeleid door Mevrouw Frida Winklaar Domacassé.
De workshop
Papiamento wordt begeleid door Mevrouw Olga Orman.
Inschrijving
voor deelname via het mailadres: simia@simialiterario.nl
of schriftelijk t.a.v. Mevr. Olga Orman,
Zocherstraat 83-2,1054 LW Amsterdam.
![]() |
| Olga Orman |
Voor de
deelname wordt een bijdrage van 5 euro gevraagd.
U kunt dit
bedrag op de dag van de workshop betalen.
Datum: zaterdag 11 mei
2013
Tijd: 13.00
tot 17.00 uur
Programma:
13.00 uur inloop met koffie en thee
14.00 uur in groepen
15.30 uur pauze
16.00 -17.00 uur afronding
Plaats: Profor, Keienbergweg 3, 1101 EZ
Amsterdam
Route:
Vanaf Station NS Bijlmer
Arena:roltrappen af, linksaf naar de uitgang naar het busstation en dan rechtdoor blijven lopen. Voorbij
enkele kantoorgebouwen steekt u over en blijft
rechtdoor lopen, bij het grote kruispunt oversteken en dan ziet u een
rond gebouw op de hoek. U loopt door en ziet dan laagbouw met witte gebouwen en
op de hoek het gebouw 'JEVEKA'. Daar loopt u de straat in en dat is de
Keienbergweg.
ProFor is dan meteen links op de hoek.
Het is ongeveer 10 minuten lopen.
Met de auto:
Zie ANWB routeplanner
Labels:
onderwijs,
Orman Olga,
Papiamentu,
Simia Literario,
taal,
Winklaar Domacassé Frida
maandag 11 februari 2013
Tula vijftien keer ontmoet
door Otti Thomas
Tula verloor
een zwijgende massa
verkwanselde zijn lichaam
voor valse beloftes
hij stierf een harde dood
Minderwaardigheid
We veroordelen elkaar nog steeds,
op grond van ons uiterlijk.
We willen ons ras verbeteren,
adoreren het tokohaar
(...)
Tula, wanneer kom je terug
om ons te bevrijden van onze slaafse mentaliteit.
Dankzij Tula leer ik om meer voor mezelf op te komen
en het is aan jou om te bekijken, waar jij je vrij van wilt maken.
Mijn afstand tot waar ik wil zijn,
kan ik meten aan de tijd die mij gegund is
om jouw oren te bereiken.
Ik ben tot de conclusie gekomen
dat ik de strijder ben.
De integere strijder
met respect, liefde en compassie
(...)
mijn dromen waarmakend
om vrede met mezelf te sluiten
en zo anderen blijvend te inspireren.
Op een driemaster
met drie masten Liberté, Egalité en Fraternité
stak de Revolutie de Atlantische Oceaan over
(...)
reisde met volle zeilen richting Curaçao
Met Tula als kapitein en Karpata als stuurman
Maar het schip leed schipbreuk
zonk naar de bodem van de zee
en daar bleef het liggen,
tot het op 1 juli 1863 naar boven steeg,
statig de haven van Willemstad binnen schreed
en met gouden letters schreef:
‘De slavernij is voorbij
Ook hier heeft de Revolutie
gezegevierd.’
Als Tula deze maand eens door de Breedestraat in Otrobanda
zou lopen, dan zouden voorbijgangers hem ongetwijfeld vaak om hulp vragen.
Steun, advies en inspiratie voor de strijd tegen discriminatie, waar ook in
de 21e eeuw nog sprake van is. Het sterke punt van Topa Tula ofwel Ontmoet
Tula is dat er vijftien heel verschillende varianten zijn op die ene vraag. De Stichting Simia Literario vroeg Antilliaanse en
Arubaanse schrijvers om een gedicht of verhaal te leveren over de strijd van
Tula, eventueel al eerder gepubliceerd, met oog voor de moderne tijd. Als de
meest bekende leider van de opstand van 1795 geldt Tula nog altijd als een
rolmodel, ook voor de huidige generatie jongeren, is de boodschap van het
boek. “De strijd voor vrijheid en gelijkheid is nog steeds van kracht”, staat
in het voorwoord van de samenstellers Olga Orman en Giselle Ecury, die tevens
een aantal oorspronkelijk Papiamentstalige gedichten in het Nederlands
vertaalden.
Het gemeenschappelijke uitgangspunt had kunnen leiden tot
een eenzijdige bundel, waarin Tula keer op keer om hulp wordt gevraagd voor
de strijd tegen discriminatie. Inderdaad lieten de meeste dichters zich
inspireren tot een tekst waarin Tula’s moed en vastberadenheid als voorbeeld
dienen voor de huidige generatie. Bijvoorbeeld Eerbetoon van Olga Orman,
Slavenopstand van Eugènie Herlaar of Tula van Hilli Arduin.
Tula verloor
een zwijgende massa
verkwanselde zijn lichaam
voor valse beloftes
hij stierf een harde dood
Een voorbeeldrol is ook weggelegd voor de hoofdpersonen
uit Joan Leslie’s Ze zochten slechts liefde, waarin een slavin en slaaf
gestraft worden omdat ze elkaar lief hadden, terwijl in Virginia, het enige
verhaal in de bundel door de Arubaan Quito Nicolaas, een slavin door haar
verzet aantoont dat ze zich gelijkwaardig voelt aan de slaveneigenaar.
![]() |
| Slavernijbeeld, Edsel Selberie |
Minderwaardigheid
Het zijn allemaal teksten over hetzelfde onderwerp, maar
telkens met een andere invalshoek, waardoor Topa Tula geen eenzijdige bundel
is. Frida Winklaar-Domacassé, Gerarda Lauf en Alida Kock richten zich allen
tot Tula met een verzoek om hulp, maar Winklaar-Domacassé vraagt het indirect
via de maan als stille getuige van Tula’s dromen, Lauf vraagt om wijsheid en
leiding in het proces na de ontmanteling van de Nederlandse Antillen en de
Arubaanse Alida Kock ziet een rol voor Tula in de strijd tegen de gevoelens
van minderwaardigheid.
We veroordelen elkaar nog steeds,
op grond van ons uiterlijk.
We willen ons ras verbeteren,
adoreren het tokohaar
(...)
Tula, wanneer kom je terug
om ons te bevrijden van onze slaafse mentaliteit.
Libertá Rosario schrijft in de Slaaf in ons allemaal dat
ook gebrek aan vrijheid door school, een relatie of werk als een vorm van
dwang gezien kan worden.
Dankzij Tula leer ik om meer voor mezelf op te komen
en het is aan jou om te bekijken, waar jij je vrij van wilt maken.
De teksten waarin een originele insteek gecombineerd is
met beeldend taalgebruik, maken de meeste indruk. De jonge dichter T.
Martinus bijvoorbeeld laat Tula zelf aan het woord in Sin Awa den bo wowo.
Martinus schetst Tula als vastberaden man met wijze uitspraken, die stof tot
nadenken geven, al dringt de betekenis van de woorden misschien niet direct
door tot de lezer.
Mijn afstand tot waar ik wil zijn,
kan ik meten aan de tijd die mij gegund is
om jouw oren te bereiken.
Tula komt ook zelf aan het woord in M’a topa Tula van
Laurindo Andrea, maar dan in een dialoog met de schrijver. De
vrijheidsstrijder roept Andrea tot verantwoording en vraagt hem waarom hij in
hemelsnaam in het land woont van de onderdrukker. Andrea antwoordt dat hij
zich juist in Nederland thuis voelt en geaccepteerd wordt voor wie hij is,
omdat er ondanks de strijd van Tula en anderen als Rosa Parks, Martin Luther
King en Nelson Mandela nog steeds sprake is van een gebrek voor anderen. Maar
ook Andrea zal de strijd voortzetten, belooft hij Tula.
Ik ben tot de conclusie gekomen
dat ik de strijder ben.
De integere strijder
met respect, liefde en compassie
(...)
mijn dromen waarmakend
om vrede met mezelf te sluiten
en zo anderen blijvend te inspireren.
Tula en de boodschap voor de huidige generatie zijn
eigenlijk het minst aanwezig in het gedicht De Driemaster van Walter Palm,
dat eerder gepubliceerd werd in zijn bundel Sierlijke krullen van plezier.
Maar het beeldende taalgebruik, waar Palm bekend van is, zet kracht bij aan
de hoopgevende boodschap dat de revolutie, ondanks enige vertraging, de
Nederlandse koloniën uiteindelijk wel bereikt heeft.
Op een driemaster
met drie masten Liberté, Egalité en Fraternité
stak de Revolutie de Atlantische Oceaan over
(...)
reisde met volle zeilen richting Curaçao
Met Tula als kapitein en Karpata als stuurman
Maar het schip leed schipbreuk
zonk naar de bodem van de zee
en daar bleef het liggen,
tot het op 1 juli 1863 naar boven steeg,
statig de haven van Willemstad binnen schreed
en met gouden letters schreef:
‘De slavernij is voorbij
Ook hier heeft de Revolutie
gezegevierd.’
Topa Tula is een
uitgave van Simia Literario en uitgeverij Amrit.
[uit Amigoe, 9
februari 2013]
Labels:
Andre Laurindo,
Ecury Giselle,
Kock Alida,
Lauf Gerarda,
Nicolaas Quito,
Orman Olga,
Palm Walter,
Papiamentu,
Selberie Edsel,
Simia Literario,
Slavernijliteratuur,
Thomas Otti,
Tula,
Winklaar Domacassé Frida
woensdag 26 december 2012
Frida Domacassé - Lago Heights
vijf hete
straten op een heuvel
driehonderd
huizen in de zon
velden gele
anglo* rondom
dat is de
buurt waar ik uit kom
straat
negenhonderd was mijn straatje
links de
bishops met maureen
ann maurice
en uncle sam
ik weet nog
toen hij uit grenada kwam
rechts van
ons familie mohid
allen
geboren in brits guyana
daar zagen
wij een hindoe bruiloft
in glinster
sari’s opgedoft
werd er met
kleur’ge rijst gestrooid
gong en
gezang vloeide samen
we keken
onze ogen uit
gooiden
kushandjes naar de bruid
vóór ons
woonden familie gibbs
spaanssprekenden
uit santo domingo
señora gibbs
naaide feestkleren
met tule en
taft zat ze te appliceren
lapjes kreeg
ik mee naar huis
om voor mijn
pop iets moois te maken
allen riepen
‘ay qué bonita”
als ik heel
trots kort daarna
de
poppekleertjes liet bewonderen
achter ons
de da silva’s
veel gedans
op hoge hakken
veel make-up
en nagels lakken
ik was daar
echt niet weg te slaan
veel
gelachen bij die portugesen
picknicken
met de hele buurt
tot zolang
de dag nog duurt
’s avonds
naar verhalen luisteren
sprookje
fabels uit vele streken
televisie
was er goddank nog niet
toneelspelen
was bij ons favoriet
we haalden
overal attributen
aan
avondjurken geen gebrek
we deden
onze ouders na
feesten als
in copacabana
pronkend
strompelend op gouden muiltjes
danzen op
cubaans’ muziek
tot we onder
een grote klamboe
sliepen van
het spelen moe
vijf stille
straten in het maanlicht driehonderd huizen ingedut
tientallen
dromen van geluk min lago heigths op een voetstuk
* anglo tribulus cistoides (noot van F.D.)
Uit: Vaar
naar de vuurtoren; Eiland,
Isla, Island, Eilân. Gedichten
over twaalf eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden. Samenstelling
Klaas de Groot. Haarlem
2010, In de Knipscheer
![]() |
| Lago Raffinaderij, Aruba. Foto © Dolfi Kock |
vrijdag 15 april 2011
Status aparte: 25 jaar Arubaanse literatuur (3)

Wim Rutgers
Migratie als last of lust?
In hoeverre Arubaanse migranten-auteurs ‘A sense of Belonging’ eisen en krijgen, in hoeverre ze de ruimte tussen het land van herkomst en het land van aankomst overbruggen of in hoeverre ze zich in eigen kring isoleren is een thema dat sterk naar voren komt in de poëzie van twee Arubaanse dichteressen die al lange tijd in Nederland wonen: Frida Domacassé en Giselle Ecury.
In 2007 publiceerde Frida Domacassé (San Nicolas 1938) na de uitgave ‘Dans’ een tweede bundel poëzie onder de titel ‘Kurason kibrá Kurason hinté’ met vertalingen van de Papiamentse gedichten in het Nederlands door Fred de Haas: ‘Heel mijn gebroken hart’. Fred de Haas is een van de weinigen die gedichten niet alleen vertalen maar daar ook weer poëzie van weten te maken. In een uitvoerige inleiding karakteriseert hij de gedichten van Domacassé als poëzie over ‘volwassenheid en jeugd, de wisselvalligheden van de geschiedenis en het persoonlijk lot’.
De gedichten zijn een mooi voorbeeld van migrantenpoëzie waarin de bonding sterk overheerst in de vorm van nostalgie naar een verloren jeugd: ‘Het miezert / Verdwaald in een doolhof / Zoek ik / Naar de palmboom van mijn jeugd’. De structuur van de bundel versterkt dit thema nog. Na en naast de herinneringen aan Aruba en Bonaire worden persoonlijke jeugdervaringen van thuis met de ouders, over verloren contact, over ‘liefde angst en eenzaamheid’, ‘haat, trots en kracht’ in herinnering aan de slavernij beschreven, maar dan komt daarna toch de nostalgie naar een verloren tropische jeugd weer boven drijven in de vorm van allerlei dagelijkse details aan het ouderlijk huis en aan kinderspelletjes. Nederland lijkt in deze poëzie afwezig.
E pida tera seku aki
Kaminda m’a grita mira lus
Kaminda m’a kima plant’i pia den mèrdia
Pargata na man
Pa mi kore
Kai, raska rudia
E pida tera seku aki
Ku su tuna sin pardon
Su yatu brasa haltu
Pa prikichi sinta lusa
Den e solo shishi
Kaminda watapana n’ por nenga bientu
Kaminda roi ta yora pidi yobida
E pida tera seku aki
Mi Ruba
Dit droge stukje land
Waar ik met een vreugdekreet het licht begroette,
Waar ik in de middagzon mijn voetzolen
verbrandde,
Rende met mijn slippers in de hand
Tatdat ik viel,
Mijn knieën schaafde,
Dit droge stukje land
Met zijn genadeloze schijf- en staafcacteeën,
Met armen als zuilen zo hoog
Waar parkietjes op gaan zitten
Om te pronken in de onbeschaamde zon,
Waar de waaiboom wel móet buigen voor
de wind,
Waar greppel huilend smeekt om regenwater,
Dit droge stukje land is
Mijn Aruba.
(vertaling Fred de Haas)

Tur dia mi ta pèrdè
Tur dia un tiki mas
Holó dje kas
Kaminda m’a gatia
Lanta para na bentana
Mira nubia kambia
Bira ber
Baka brabu rabu largu
Mira mansa kambia
Bira pan kayente
Panlefi
Driguidèk
Tur dia mi ta pèrdè
Tur dia un pida mas
Kaminda frañá
Pa skol misa i trabou
Mira bida kambia
Bira mosa
Adulto
Pensionado
Tur dia mi ta pèrdè
Tur dia un pida mas
Elke dag verlies ik,
Elke dag een beetje meer:
Geur van het huis
Waar ik heb rondgekropen,
Waar ik opstond bij het raam
En keek hoe wolken veranderden
in beren,
in krullen krabbende katten,
En keek hoe deeg veranderde
In dampend brood,
Eierkoek en
Kruidkoek;
Elke dag verlies ik,
Elke dag een stukje meer:
De oneffen en onaffe weg
Naar kerk, naar school, naar werk;
Ik kijk hoe het leven mij veranderde
In jongedame en
Volwassen vrouw,
Gepensioneerde;
Elke dag verlies ik,
Elke dag een stukje meer.
(vertaling Fred de Haas)
In de eerste bundel poëzie van Giselle Ecury, Terug die tijd (2005) is er eerst nog sprake van de jeugd op het tropische eiland als een ‘verloren paradijs’: het vliegtuig vloog mij uit elkaar / nergens kwam ik aan / ik ben / alleen / niet van hier / niet meer van daar / ertussenin / ontdaan’ Waarbij ‘hier’ Nederland is en ‘daar’ Aruba is geworden. Maar dit gevoel van nergens bij te horen gaat direct vergezeld van een sterke wil tot bridging in het besef de rijkdom van een dubbele culturele erfenis te bezitten. In ‘twee zeeën’ over de Noordzee en de Caribische Zee heet het aan het eind: ‘de vrouw keek naar de kust (…) / in haar element (…) omdat haar Hollandse tropenhart / twee zeeën heeft gekend’.
Ook in het gedicht ‘dag zee’ in het vorig jaar verschenen Vogelvlucht (2010) eindigt een tegenstelling tussen deze twee locaties opnieuw positief met het slotvers: ‘dan neem je de dag in je hand’.In Vogelvlucht overheerst de thematiek van persoonlijke emoties als verlangen en vergeten, gevonden en verloren contact met iemand ‘met wie je niet de liefde / maar wel je leven deelt’. In deze individuele poëzie is de setting Nederland geworden met zijn duinen, voorjaar, wandelen in het bos, sneeuw en ijs. Zo verbindt Giselle Ecury in deze bundel het land van toen en het land van nu.

Giselle Ecury: Maal twee
moedertaal, vaderland,
ik wil het anders horen
ik wil mijn vaders woorden
in mijn moeders land
met de vrije hand
de palmen laten wuiven,
terwijl trupialen fluiten
in de ochtenddauw
de noordzee laten schuimen,
schitteren met licht
caribisch aquablauw,
een heel eigen gezicht
op de dam speelt de orgelman
het ritme van de rumba
de steelband in de wind
versnippert klank en kleur
in wisselend seizoen
ik dans weer, als dat kind
van toen,
met vlechten in de tropenzon
en lach verrast
terug is dat heilig uur,
waarin alles nog gebeuren kon
met beeld en klank en zand en zee
niets lag er vast
puur cultuur
maal twee
ik taal naar de passaat
Ik wil strand en land bezitten
schaatsen in de hitte
scheren over ijs
- bevroren, blauwe vlakte
waarnaast
einderloos de kunuku gaat
in mist —
ik ben nog steeds niet wijs
De poëzie van Giselle Ecury is een voorbeeld van innerlijke bridging in die zin dat ze een persoonlijke brug slaat tussen de herinneringen aan de jeugd in Aruba en de ervaringen als volwassene in Nederland, met een sterkere persoonlijkheid als positief resultaat.
Labels:
Aruba,
Ecury Giselle,
Rutgers Wim,
Winklaar Domacassé Frida
dinsdag 15 februari 2011
Doop Vaar naar de vuurtoren - een foto-impressie
Op 27 oktober j.l. werd de bloemlezing Vaar naar de vuurtoren ten doop gehouden, met dichterlijk werk van zowat alle eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden, samengesteld door Klaas de Groot. Een foto-impressie door Anja Brandse.
.
.
Samensteller Klaas de Groot (geheel links), Andries van der Wal (vroeger van uitgeverij Flamboyant) en uitgever Franc Knipscheer (geheel rechts)
dinsdag 4 januari 2011
Gedichten over eilanden (II)

Aruba
door Albert Hagenaars
[Vaar naar de vuurtoren is een anthologie met gedichten en volksliederen over álle eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden. Vandaag aandacht voor Aruba.]
Aruba, qua oppervlakte net iets kleiner dan Walcheren en qua inwoneraantal dan Den Bosch, heeft een bonte en dus boeiende geschiedenis. Zo was Aruba het eerste eiland dat met de Status Aparte een land werd binnen het Koninkrijk der Nederlanden, op 1 januari 1986.
[Vaar naar de vuurtoren is een anthologie met gedichten en volksliederen over álle eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden. Vandaag aandacht voor Aruba.]
Aruba, qua oppervlakte net iets kleiner dan Walcheren en qua inwoneraantal dan Den Bosch, heeft een bonte en dus boeiende geschiedenis. Zo was Aruba het eerste eiland dat met de Status Aparte een land werd binnen het Koninkrijk der Nederlanden, op 1 januari 1986.
Het imago van de op 30 december 2010 overleden entertainer Roberto Alfonso ‘Bobby’ Farrell, voor het grootste deel van z’n carrière het gezicht van Boney M. (een groep die 150 miljoen platen wist te verkopen) is dankzij de speling van het lot het bekendste van het eiland afkomstige cultuurproduct.
Niet toevallig leverde Aruba, na Curaçao, de meeste gedichten voor het boek. Die zijn van: Nena Bennett, Frida Domacassé, Giselle Ecury, Nydia Ecury, Helena Engelbrecht-Fornara, Henry Habibe, Ireno Ricardo Kock, Clyde Lo-A-Njoe, Quito Nicolaas, Roberto Henriquez en Ramón Todd Dandaré, aangevuld door Juan ‘Padú’ Lampe, bijgenaamd tata di nos cultura, die de tekst voor het volkslied schreef op muziek van Rufo Wever. Het heet ‘Aruba dushi tera’ (wat ‘heerlijk land’ betekent). Omdat het Papiaments de overheersende thuis gesproken taal is (70% tegenover ruim 6% Nederlands) en het onafhankelijkheidsstreven altijd sterk was, moest ook van de Arubaanse bijdragen een aantal vertaald worden, maar liefst 7 stuks. Gelukkig is zowel het origineel als de vertaling opgenomen.
Alle teksten verschenen eerder; sommige in de aan de Benedenwindse eilanden gewijde anthologie De kleur van mijn eiland: Aruba, Bonaire, Curaçao, II (2006), andere in de verzameling De navelstreng van mijn taal – Poesía bibo di Aruba /Levende poëzie van Aruba (1992).
Is ‘eilandgevoel’ het sleutelwoord van de anthologie in z’n geheel, voor Aruba zijn, gezien de frequentie, woorden als heet, zon, wind, zout, steen en zee, die bij de meeste participanten in telkens andere combinaties terugkeren, het belangrijkst. Deze en enkele andere, soortgelijke motieven vormen als het ware het lexicale skelet van Aruba. Samen bieden ze meer dan genoeg om de fantasie te prikkelen en de poëzie in werking te zetten. Die komt dan ook sterk opzetten in het aan Aruba gewijde deel van het boek, sterker dan je op basis van de beperke
nde omstandigheden zou verwachten. Als we het in andere opzichten aansprekende volkslied buiten beschouwing laten, valt het nog niet mee om zo objectief mogelijk de tekst te kiezen die poëtisch het meest te bieden heeft. Daarom verlaat ik me maar op m’n eigen, uiteraard hoogst subjectieve oordeel en neem ik ‘Paradise lost’ over van Giselle Ecury, dat met weinig omhaal van woorden dusdanig de beschrijving en het lot van een kind van zes mee weet te ontstijgen dat het niet alleen verdrietig en schrijnend genoemd mag worden. Het raakt, met name in de slotstrofe, aan een staat van zijn die veel verontrustender is, die namelijk zelf in het geding is. De vervreemding zet echter al in met het neologisme in ‘palmend groen’, met de originele beeldspraak van ‘in rafels zwaaien’ en ook met de tegenstelling tussen ‘stil’ en ‘zwaaien’:
Paradise lost
buiten stond het palmend groen
stil langs de startbaan
in rafels te zwaaien
toen ik moest gaan
eilandskind
de wind draaide zich
de zee verbleekte
liep kolkend leeg
lucht wolkte vormeloos uiteen
de pop op mijn arm huilde
tranen van steen
warmte hield haar adem in
de zon ging uit
ik verdween
kind van zes
het vliegtuig vloog mij uit elkaar
nergens kwam ik aan
ik ben
alleen
niet van hier
niet meer van daar
ertussenin
ontdaan
De vraag naar de identiteit of het besef van verlies daarvan, raakt in het vacuüm van het vliegtuig dat bij geen enkel land hoort, in een ruimte die zelfs primaire herkenningspunten als lucht en zee verliest, vervlochten met thema’s als emigratie/immigratie, heimwee maar evengoed een onbestemd verlangen, en initiatie.
De eerste en laatste regel van deze strofe zijn subliem. De slotregel bestaat maar uit één woord maar telt voor twee vanwege de dubbele betekenis; ook het voltooid deelwoord van ‘ontdoen’ schemert er toepasselijk doorheen.
Een groter verschil dan met de eveneens bewondering afdwingende slotstrofe van het gedicht ‘Lago Heights’ van Frida Domacassé is haast niet denkbaar. Na elf kwatrijnen van gedetailleerde beschrijvingen van de eigen buurt (zie titel) en de benoeming van de bewoners daar, gezien het gebruik van de verleden tijd deels gebaseerd op herinneringen, sluit Domacassé af met een lofzang van slechts twee regels die echter wel twee keer zo lang zijn. Met de elfde strofe erbij, luidt die:
pronkend strompelend op gouden muiltjes
dansen op cubaans’ muziek
tot we onder een grote klamboe
sliepen van het spelen moe.
vijf stille straten in het maanlicht driehonderd huizen ingedut
tientallen dromen van geluk min lago heights op een voetstuk.
Wat de gedichten van Ecury en Domacassé en zoveel andere dichters in dit boek wel delen is het terugkijken op een geluksperiode die samenvalt met zowel de jeugdjaren als met de kleine ruimte waar die hun beslag in kregen. Een uitstekend voorbeeld levert Nydia Ecury, die haar bijdrage niet voor niets ‘Herinnering’ noemde. Het woord ‘herinnering’ komt er maar liefst zeven keer in voor, in telkens de eerste regel van evenzoveel strofen. Elk daarvan is gevuld met prachtige beelden. Om er slechts twee te kiezen, maar nu in het Papiaments:
Mi ta korda tempu di aña
ku tin alabansa pa Mama Maria
ainda mi boka ta purba
aroma di sensia
i mi ta sinti
kon bas di e orgel
ta lora, ta bini
te boltu
net den mi pechu
Mi ta korda tempu
ku aña t’ei kaba
i Mariachi, mi wela
ta trese foi tienda
ròl di sèn pretu
i bòter di ròm
pa grandasi mei aanochi
dandé
pa kantika bunita
i tor bon deseo
Ecury toont hiermee tevens treffend aan hoe geschikt het Papiaments, mede dankzij de diverse bronnen waaruit de Portugese humuslaag bevloeid wordt, voor poëzie is. In de Nederlandse vertaling van Lucille Haseth en Aart G. Broek luiden de betreffende fragmenten: De tijd van het jaar herinner ik mij / van het Lof voor Moeder Maria / mijn mond proeft nog / de geur van wierook en ik voel nog / hoe de bas van het orgel / komt aangerold tot hij precies / in mijn borst over de kop slaat. // De tijd van het jaar herinner ik mij / wanneer ’t ten einde loopt / en mijn grootmoeder Mariachi / uit haar winkel rollen zwarte centen / en flessen rum meebrengt / om te middernacht / de zangers van dande te bedanken / voor alle mooie liederen en alle goede wensen.
Henry Habibe richt zich in ‘De verbeeldingsdans’ op al die verschillende invloeden. Hier is, in de vertaling van D.M. van Schendel-Labega, het laatste deel van zijn gedicht:
Estreya, Estreya,
geheel in het geel gekleed
waar men zoenoffers brengt:
de troepiaal van onze samenleving.
Portugezen als straatvegers,
baboes als wasvrouwen,
Chinezen als strijkbazen,
San Nicolas als koperblazers.
Mensen en nog eens mensen,
hoeden versierd met zwarte linten,
dat is nou Aruba
dat is nou Aruba.
Zo danst men daar
de verbeeldingsdans,
de verbeeldingsdans.
Niet misschien de beknoptste maar zeker de krachtigste regels vinden we aan het slot van ‘Vlammend Eiland’ van Roberto Henriquez, die nog beter hun werk doen door de geslaagde syntactische verknoping:
en elke dag
van elk jaar
wringt wreed
tot zweet
het vuur mijn land
Het is moeilijk niet nog meer te citeren maar de andere eilanden wachten en die weten weliswaar maar al te goed wat uithoudingsvermogen is maar willen evenmin als Aruba hun geduld te lang laten beproeven.
Alle teksten in Vaar naar de vuurtoren werden in de originele taal afgedrukt, die in het Fries en Papiaments tevens in vertaling, de Engelse om begrijpelijke redenen niet.
Het resultaat is hoe dan ook een in alle opzichten afwisselend boek dat velen zal boeien én zelfs de koffers doen pakken!
Vaar naar de vuurtoren - gedichten over eilanden. Samenstelling en redactie: Klaas de Groot. Uitgeverij In de Knipscheer. ISBN: 978-9062-656585.€ 18,50
Is ‘eilandgevoel’ het sleutelwoord van de anthologie in z’n geheel, voor Aruba zijn, gezien de frequentie, woorden als heet, zon, wind, zout, steen en zee, die bij de meeste participanten in telkens andere combinaties terugkeren, het belangrijkst. Deze en enkele andere, soortgelijke motieven vormen als het ware het lexicale skelet van Aruba. Samen bieden ze meer dan genoeg om de fantasie te prikkelen en de poëzie in werking te zetten. Die komt dan ook sterk opzetten in het aan Aruba gewijde deel van het boek, sterker dan je op basis van de beperke
nde omstandigheden zou verwachten. Als we het in andere opzichten aansprekende volkslied buiten beschouwing laten, valt het nog niet mee om zo objectief mogelijk de tekst te kiezen die poëtisch het meest te bieden heeft. Daarom verlaat ik me maar op m’n eigen, uiteraard hoogst subjectieve oordeel en neem ik ‘Paradise lost’ over van Giselle Ecury, dat met weinig omhaal van woorden dusdanig de beschrijving en het lot van een kind van zes mee weet te ontstijgen dat het niet alleen verdrietig en schrijnend genoemd mag worden. Het raakt, met name in de slotstrofe, aan een staat van zijn die veel verontrustender is, die namelijk zelf in het geding is. De vervreemding zet echter al in met het neologisme in ‘palmend groen’, met de originele beeldspraak van ‘in rafels zwaaien’ en ook met de tegenstelling tussen ‘stil’ en ‘zwaaien’:Paradise lost
buiten stond het palmend groen
stil langs de startbaan
in rafels te zwaaien
toen ik moest gaan
eilandskind
de wind draaide zich
de zee verbleekte
liep kolkend leeg
lucht wolkte vormeloos uiteen
de pop op mijn arm huilde
tranen van steen
warmte hield haar adem in
de zon ging uit
ik verdween
kind van zes
het vliegtuig vloog mij uit elkaar
nergens kwam ik aan
ik ben
alleen
niet van hier
niet meer van daar
ertussenin
ontdaan
De vraag naar de identiteit of het besef van verlies daarvan, raakt in het vacuüm van het vliegtuig dat bij geen enkel land hoort, in een ruimte die zelfs primaire herkenningspunten als lucht en zee verliest, vervlochten met thema’s als emigratie/immigratie, heimwee maar evengoed een onbestemd verlangen, en initiatie.
De eerste en laatste regel van deze strofe zijn subliem. De slotregel bestaat maar uit één woord maar telt voor twee vanwege de dubbele betekenis; ook het voltooid deelwoord van ‘ontdoen’ schemert er toepasselijk doorheen.
Een groter verschil dan met de eveneens bewondering afdwingende slotstrofe van het gedicht ‘Lago Heights’ van Frida Domacassé is haast niet denkbaar. Na elf kwatrijnen van gedetailleerde beschrijvingen van de eigen buurt (zie titel) en de benoeming van de bewoners daar, gezien het gebruik van de verleden tijd deels gebaseerd op herinneringen, sluit Domacassé af met een lofzang van slechts twee regels die echter wel twee keer zo lang zijn. Met de elfde strofe erbij, luidt die:pronkend strompelend op gouden muiltjes
dansen op cubaans’ muziek
tot we onder een grote klamboe
sliepen van het spelen moe.
vijf stille straten in het maanlicht driehonderd huizen ingedut
tientallen dromen van geluk min lago heights op een voetstuk.
Wat de gedichten van Ecury en Domacassé en zoveel andere dichters in dit boek wel delen is het terugkijken op een geluksperiode die samenvalt met zowel de jeugdjaren als met de kleine ruimte waar die hun beslag in kregen. Een uitstekend voorbeeld levert Nydia Ecury, die haar bijdrage niet voor niets ‘Herinnering’ noemde. Het woord ‘herinnering’ komt er maar liefst zeven keer in voor, in telkens de eerste regel van evenzoveel strofen. Elk daarvan is gevuld met prachtige beelden. Om er slechts twee te kiezen, maar nu in het Papiaments:
Mi ta korda tempu di aña
ku tin alabansa pa Mama Maria
ainda mi boka ta purba
aroma di sensia
i mi ta sinti
kon bas di e orgel
ta lora, ta bini
te boltu
net den mi pechu
Mi ta korda tempu
ku aña t’ei kaba
i Mariachi, mi wela
ta trese foi tienda
ròl di sèn pretu
i bòter di ròm
pa grandasi mei aanochi
dandé
pa kantika bunita
i tor bon deseo
Ecury toont hiermee tevens treffend aan hoe geschikt het Papiaments, mede dankzij de diverse bronnen waaruit de Portugese humuslaag bevloeid wordt, voor poëzie is. In de Nederlandse vertaling van Lucille Haseth en Aart G. Broek luiden de betreffende fragmenten: De tijd van het jaar herinner ik mij / van het Lof voor Moeder Maria / mijn mond proeft nog / de geur van wierook en ik voel nog / hoe de bas van het orgel / komt aangerold tot hij precies / in mijn borst over de kop slaat. // De tijd van het jaar herinner ik mij / wanneer ’t ten einde loopt / en mijn grootmoeder Mariachi / uit haar winkel rollen zwarte centen / en flessen rum meebrengt / om te middernacht / de zangers van dande te bedanken / voor alle mooie liederen en alle goede wensen.
Henry Habibe richt zich in ‘De verbeeldingsdans’ op al die verschillende invloeden. Hier is, in de vertaling van D.M. van Schendel-Labega, het laatste deel van zijn gedicht:Estreya, Estreya,
geheel in het geel gekleed
waar men zoenoffers brengt:
de troepiaal van onze samenleving.
Portugezen als straatvegers,
baboes als wasvrouwen,
Chinezen als strijkbazen,
San Nicolas als koperblazers.
Mensen en nog eens mensen,
hoeden versierd met zwarte linten,
dat is nou Aruba
dat is nou Aruba.
Zo danst men daar
de verbeeldingsdans,
de verbeeldingsdans.
Niet misschien de beknoptste maar zeker de krachtigste regels vinden we aan het slot van ‘Vlammend Eiland’ van Roberto Henriquez, die nog beter hun werk doen door de geslaagde syntactische verknoping:
en elke dag
van elk jaar
wringt wreed
tot zweet
het vuur mijn land
Het is moeilijk niet nog meer te citeren maar de andere eilanden wachten en die weten weliswaar maar al te goed wat uithoudingsvermogen is maar willen evenmin als Aruba hun geduld te lang laten beproeven.
Alle teksten in Vaar naar de vuurtoren werden in de originele taal afgedrukt, die in het Fries en Papiaments tevens in vertaling, de Engelse om begrijpelijke redenen niet.
Het resultaat is hoe dan ook een in alle opzichten afwisselend boek dat velen zal boeien én zelfs de koffers doen pakken!
Vaar naar de vuurtoren - gedichten over eilanden. Samenstelling en redactie: Klaas de Groot. Uitgeverij In de Knipscheer. ISBN: 978-9062-656585.€ 18,50
Bovenste foto: Aruba 2006, @ Michiel van Kempen
Labels:
Aruba,
Ecury Giselle,
Ecury Nydia,
Farrell Bobby,
Groot Klaas de,
Habibe Henry,
Papiamentu,
recensie,
Winklaar Domacassé Frida
dinsdag 26 oktober 2010
Andries van der Wal bij Eilandgevoel
Woensdagavond 27 oktober vindt de Haarlemse presentatie plaats van de bloemlezing Vaar naar de vuurtoren (zie blogbericht zaterdag 9 oktober 2010) in het programma Eilandgevoel van
Mondiaal Literair. Van de drie te interviewen gasten in deze talkshow heeft Antoine de Kom helaas moeten afzeggen. Behalve met Klaas de Groot en John Jansen van Galen spreekt Peter de Rijk nu met Andries van der Wal. De laatste was eind jaren zeventig van de vorige eeuw uitgever van het Rotterdamse Flamboyant/P., een klein gebleven fonds dat toen als een van de weinige Nederlandse uitgeverijen werk uitgaf van belangrijke Antilliaanse auteurs als Charles Corsen, Boeli van Leeuwen, Tip Marugg en Frank Martinus Arion (zie uitgave links), maar ook bijvoorbeeld van de Surinaamse dichteres Johanna Schouten-Elsenhout.
Bij de presentatie lezen zowel Antilliaanse als Nederlandse dichters hun gedicht uit de bloemlezing (over de twaalf eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden) voor: Walter Palm, Frida Winklaar Domacassé, John Zwart, Andries van der Wal, Giselle Ecury en Max Niematz.
Vaar naar de vuurtoren kan vanaf 5 november in de boekhandel gekocht of besteld worden. Of rechtstreeks bij de uitgever: indeknipscheer@planet.nl .
De bloemlezing telt 256 bladzijden en kost 18,50. ISBN 978-90-6265-658-5.

Eilandgevoel
Woensdag 27 oktober 20.00 uur
Zaal open: 19.30 uur
Locatie: MCH, Lange Herenvest 122, 2011 BX Haarlem
De toegang bedraagt 5 euro, koffie en thee inbegrepen
Reserveren vooraf is wenselijk: 023 – 542 3540
www.mondiaalcentrumhaarlem.nl
Mondiaal Literair. Van de drie te interviewen gasten in deze talkshow heeft Antoine de Kom helaas moeten afzeggen. Behalve met Klaas de Groot en John Jansen van Galen spreekt Peter de Rijk nu met Andries van der Wal. De laatste was eind jaren zeventig van de vorige eeuw uitgever van het Rotterdamse Flamboyant/P., een klein gebleven fonds dat toen als een van de weinige Nederlandse uitgeverijen werk uitgaf van belangrijke Antilliaanse auteurs als Charles Corsen, Boeli van Leeuwen, Tip Marugg en Frank Martinus Arion (zie uitgave links), maar ook bijvoorbeeld van de Surinaamse dichteres Johanna Schouten-Elsenhout.Bij de presentatie lezen zowel Antilliaanse als Nederlandse dichters hun gedicht uit de bloemlezing (over de twaalf eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden) voor: Walter Palm, Frida Winklaar Domacassé, John Zwart, Andries van der Wal, Giselle Ecury en Max Niematz.
Vaar naar de vuurtoren kan vanaf 5 november in de boekhandel gekocht of besteld worden. Of rechtstreeks bij de uitgever: indeknipscheer@planet.nl .
De bloemlezing telt 256 bladzijden en kost 18,50. ISBN 978-90-6265-658-5.

Eilandgevoel
Woensdag 27 oktober 20.00 uur
Zaal open: 19.30 uur
Locatie: MCH, Lange Herenvest 122, 2011 BX Haarlem
De toegang bedraagt 5 euro, koffie en thee inbegrepen
Reserveren vooraf is wenselijk: 023 – 542 3540
www.mondiaalcentrumhaarlem.nl
Labels:
Arion Frank Martinus,
boekpresentatie,
Ecury Giselle,
Groot Klaas de,
Jansen van Galen John,
Niematz Max,
Palm Walter,
Rijk Peter de,
Wal Andries van der,
Winklaar Domacassé Frida,
Zwart John
Abonneren op:
Posts (Atom)









