Posts tonen met het label Roessingh Albert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roessingh Albert. Alle posts tonen

woensdag 25 september 2013

Stichting 10 Oktober houdt Marrons spiegel voor


,,Het is tijd voor zelfreflectie!” Zo luidt de eerste korte toelichting van Leo Atoman, voorzitter van de Stichting 10 Oktober, op het thema “Sabi yu seefi” op weg naar de herdenking van de Dag der Marrons op 10 oktober aanstaande. Atoman zegt dat er veel dingen zijn waar de Marrons trots op mogen zijn, maar dat er evenzo negatieve dingen zijn die om verbetering roepen. Zijn kritische kijk op zaken maakt hem bij sommigen geliefd en bij anderen gehaat. ,,Maar ik kan niet helpen, …” zegt Atoman: ,, … als je in de spiegel kijkt, wordt je met jezelf geconfronteerd en het beeld daarin is niet altijd precies zoals je het had gewild,” schermt hij.

Rijst stampen. Werk van Albert Roessingh


,,Wie volgens die normen en waarden leeft, kan en mag niet meegaan in de verfoeilijke praktijken, waar ze na urbanisatie naar Paramaribo mee geconfronteerd raakten,” beredeneert Atoman. Het doel van het thema voor 2013 is om Marrons in de gelegenheid te stellen om zich bewust te worden van hun omgeving, zichzelf te heroriënteren en zichzelf integrerend te ontwikkelen in deze maatschappij op een zodanige wijze dat ze door de overige groepen worden geaccepteerd. De stichtingsvoorzitter betreurt het dat sommigen uit zijn etnische groep soms door onwetendheid denken dat het hoger doel al bereikt is. ,,We zijn niet een individu, maar een groep, een samenleving. Elke negatieve handeling van de één kan maken dat de groep met de nek kan worden aangekeken.  En veel van de dingen die we bewust of onbewust doen in deze gemengde gemeenschap, die dragen bij aan de negatieve beeldvorming van anderen over ons,” zegt hij verder.

Teeth. Foto @ Nicolaas Porter


Atoman droomt van een generatie Marrons die zodanig aan zichzelf werkt, dat de weg steeds breder opengaat voor het volgende individu uit de groep, met het doel de levensstandaard van de totale groep te verheffen en tegelijk een steeds grotere bijdrage te leveren aan de Surinaamse maatschappij. ,,We kunnen veel, maar door het stigma, waaraan we deels zelf debet zijn, kunnen veel van ons niet in aanmerking komen om een bijdrage te leveren,” vindt hij: ,,We moeten aan onszelf werken, we moeten de gelegenheid krijgen en we moeten leiderschap aan de dag leggen om dat proces te sturen. Het draait allemaal om het bewustzijn.” De stichting heeft nog onlangs een ondersteuningsgroep opgericht die moet helpen uitkijken naar manier om de groep te verheffen en plannen te maken voor de korte, middenlange en lange termijn. Met een terugblik op de recente volkstelling waarbij de Marrons als tweede grootste etnische groep (na de Hindostanen) uit de bus zijn gekomen, zegt Atoman dat dat hem niet verrast. De Marrons geloven van oudsher dat wie weinig kinderen heeft, arm is. Daarom proberen veel Marrons de gedachtegang te volgen dat wie vruchtbaar is, veel kinderen moet “maken” en de familie uitbreiden. Ondanks het feit dat veel kinderen als achtergestelde groep in moeilijke omstandigheden leven, zet Atoman zijn petje af voor de vaak arme ouders die alles hebben opgeofferd om hun kinderen onderwijs te laten genieten. Hij noemt dat een hoge prijs, maar is uiteindelijk dik tevreden over het resultaat: anno 2013 zijn de Marrons terug te vinden in alle lagen van de maatschappij. Niet meer slechts als straatveger, schoonmaakster en marktverkoper zoals enkele decennia geleden, maar nu ook als medici, juristen, volksvertegenwoordigers en ministers.

Marrons op de universiteit zijn allang geen bijzonderheid meer, en evenmin in de hogere regionen van de politie of het leger. Atoman noemt de zichtbaarheid van Marrons in de handel en de investeringssector nog ondermaats, terwijl ze in de land- en mijnbouw niet weg te denken zijn.  In de politiek nemen de Marrons, aldus de stichtingsvoorzitter, vooraanstaande posities in en zou ook de invloed van deze groep in de ontwikkeling van de maatschappij zijn vergroot.

Saramakaner vrouwen in Jawjaw. Foto Vakantiearena.nl


In tegenstelling tot voorgaande jaren zal de viering van de Dag der Marrons zich dit jaar kenmerken door de betrokkenheid van andere etnische groepen. Atoman zegt dat er nauw wordt samengewerkt met de Nationale Commissie Herdenking Jubileumjaar onder leiding van Henk Herrenberg en dat de dag breed zal worden gevierd, te beginnen op 9 oktober met een prodo waka. Er volgen op de dag zelf plengoffers en kransen bij de monumenten 10 Oktober op de hoek van de Henck Arron- en Pengelstraat, en Mama Sranan bij het Kabinet van de President. President Desiré Bouterse zal zijn 10 oktober boodschap uitspreken om 21:00 uur op het Onafhankelijkheidsplein.


[uit de West, 18 oktober 2013]

dinsdag 13 augustus 2013

Kinderen klimmen in de pen bij Schrijversvakschool

door Euritha Tjan A Way
In de paasvakantie hebben kinderen al een voorproefje gehad met een tweedaagse workshop van de Schrijversvakschool Paramaribo. Trainer Urmia van Leeuwaarde bemoedigt een jonge schrijver dat hij op de goede weg is met zijn verhaal.

Paramaribo - Kinderen hebben een eigen verhaal en dat kunnen ze zelf vertellen. Dat is de stellige overtuiging van Ruth San A Jong, directeur van de Schrijversvakschool Paramaribo. Zij heeft haar kennis kunnen koppelen aan kapitaal gesponsord door de Nederlandse ambassade en geeft samen met andere docenten vanaf de grote vakantie schrijftraining aan kinderen in de leeftijdsklasse negen tot veertien jaar. De directeur kan bijna niet stil zitten van enthousiasme. “We gaan leuke dingen doen met de kinderen. We gaan het hebben over moderne thema’s zoals Blackberry’s en pingen, maar ook minder leuke dingen. Bijvoorbeeld hoe het is om ziek te zijn? En wat er gebeurt met kinderen, zoals na de brand? Kortom we gaan ze helpen om hun verhaal te vertellen.”

Behoefte
Albert Roessingh - De schone slaapster
De behoefte is er al een hele tijd. "Vanaf de opstart van de school in 2008 kreeg ik ouders aan de lijn die niet wisten hoe ze schrijvende kinderen thuis kunnen begeleiden. Toen nam ik me voor om eens met kinderen te starten, maar bij de opstart van de training met een instaptarief van ongeveer SRD 75 was er weinig animo. Toen besloot ik het nogmaals te proberen in de paasvakantie. En voilà! Een tweedaagse gratis schrijfworkshop leverde een volle bak kinderen op", lacht de directeur die zelf ook schrijver is.

Krant
De bedoeling is om kinderen spelenderwijs de fijne kneepjes van het schrijversvak bij te brengen, waaronder zintuiglijk schrijven, werken met associaties en beelden, verschillende dichtvormen, personagevorming en werken met een plot. Niet te technisch en toch nog effectief en creatief. De training duurt elke keer drie maanden, waarbij elke les twee uur duurt. Na een cyclus van twaalf lessen geeft de school een krant uit met alle verhalen van de kinderen.

Interactief
Aan het einde van het traject in mei 2014 worden de mooiste verhalen gebundeld en uitgegeven. "Ik mik erop die bundel te launchen tijdens het Kinderboekenfestival. Dan kunnen kinderen massaal het verhaal van elkaar lezen", droomt San A Jong. Het boek zal ook worden voorzien van illustraties die door kinderen zelf worden getekend. "De tweede groep, mag de verhalen van de eerste illustreren onder begeleiding van een kunstenaar", ontvouwt San A Jong die benadrukt dat het een interactief geheel wordt. "We gaan ook naar films kijken, krijgen een dagje bijvoorbeeld de dierenbescherming op bezoek. Alles van de kinderwereld om het kind creatief te stimuleren."
De schrijver van het boek De laatste parade denkt in de eerste plaats aan kinderen uit tehuizen. "Het is nu eenmaal zo dat deze groep achtergesteld is ten opzichte van die uit een gezin. De leerprestaties liegen er niet om en de sociale achtergronden van deze kinderen zijn vaak erbarmelijk. Schrijven draagt bij aan de persoonlijke vorming van assertieve, zelfbewuste kinderen. "We sluiten echter niemand uit. Het instaptarief is SRD 25 en we mikken op klassen van acht tot tien personen." De initiator van dit project hoopt dat dit zaadje als vrucht ook zal opleveren dat de taalontwikkeling en leescultuur van de doelgroep een duwtje krijgen.

[uit de Ware Tijd, 13/08/2013]



vrijdag 2 augustus 2013

Trommelgeesten (6)

Albert Roessingh - De trommelaar

door Fred de Haas

Suriname
In Suriname zijn nog vele herinneringen bewaard gebleven aan het Afrikaanse verleden. Dat heeft een duidelijke reden. In de 17e en 18e eeuw zijn er in Suriname bloeiende gemeenschappen geweest van gevluchte slaven die lange tijd werden aangeduid met de naam ‘Bosnegers’, een naam die in de late 20e eeuw is vervangen door de term ‘Boslandcreolen’ of 'Marrons'. Twee bekende Boslandstammen zijn de Saramakkaners (zie You Tube: Suriname, Saramaccanen, Marrons, bosnegers, dansen, zingen, oerwoud + Harry) en de Aukaners of Dyuka (Zie You Tube Dutch Guiana - Land of the Djuka 1933).
De gemeenschappen van Boslandcreolen, die diep in de tropische bossen leefden, werden op den duur met rust gelaten door de kolonisten omdat het onmogelijk bleek ze te onderwerpen. De Boslandcreolen vermengden zich niet met de inheemse Cariben en Arowakken en behielden hun eigen uit Afrika meegenomen tradities waarvan we hieronder enkele facetten zullen behandelen.

Surinaamse Winti
In Suriname vind je de uit Bénin/Dahomey stammende cultus van de ‘Winti’ (een woord dat afkomstig is van het Engels/Nederlandse ‘wind’): de geesten van hemel en aarde. Er zijn ook andere benamingen voor de term ‘winti’, namelijk ‘Gado’ (God), ‘Bohsum’ (afkomstig uit de taal van de Twi) en ‘Komfo’ (uit de taal van de Ashanti. Zie een reportage uit Ghana: You Tube / Akomfo: dancers of the Gods (waar een Ghanese priester zijn werk en religie uitlegt). Zie ook You Tube /  Sranang Culturu na wi Culturu.mp4).
Winti dansritueel

Iedereen heeft een eigen Winti die zich soms in dromen kenbaar maakt en ook tijdens een rituele dans (ook in Suriname wordt er gedanst op het ritme van trommels) bezit kan nemen van het individu. Als iemand de indruk heeft dat een bepaalde Winti hem schade toebrengt kan hij hulp zoeken bij een Bonuman, een soort medicijnman die de kunst verstaat om de Winti gunstig te stemmen, bijvoorbeeld door middel van een kruidenmengsel en het offeren van een kip waarmee de ‘patiënt’ wordt ‘gereinigd’, een praktijk die men ook aantreft in Haïti en Brazilië. Surinamers in Nederland die dachten dat ze door een Winti werden belaagd zijn wel eens op kosten van de verzekeringsmaatschappij naar een Bonuman in Suriname gereisd...

De Boslandcreolen geloven ook dat een mens meer zielen heeft. Die zielen heten ‘Akra’. Zo’n Akra kan verscheidene eisen op tafel leggen, zoals het verschaffen van een maaltijd, een vervoersmiddel, een gouden ketting enzovoorts. Alleen de persoon die de Akra in kwestie heeft mag die voorwerpen gebruiken.

De rituelen die worden uitgevoerd dragen kenmerken van de meeste culturen die in Suriname zijn vertegenwoordigd: Indiaanse, Chinese, Hindoestaanse, Javaanse en Afrikaanse.

De Afro-Surinaamse ideeën van de Boslandcreolen zijn afkomstig uit Ghana, Nigeria en Bénin/Dahomey. Deze ideeën zijn door hen tot een samenhangend geheel gesmeed. Ze hebben een heel praktische instelling. De wereld is voor hen het belangrijkste. Ze geloven niet in straf of beloning in een hiernamaals. Je krijgt het allemaal hier op je brood. Er zijn ook geen ‘priesters’. [Dit is onjuist - red. CU]. Ouderen geven hun kennis mondeling door en zorgen voor de opleiding van de mediums (meestal vrouwen). Men noemt die mediums ‘Hasi’, een benaming die waarschijnlijk is afgeleid van ‘Vodunsi’ dat in het Fongbe (de taal van de Fon uit Bénin/Dahomey) ‘echtgenote van de Vodun (= godheid)’ betekent.

Als de mediums in trance raken van de Kromanti (= de goden van de Fanti en Ashanti) dan kunnen zij zich heel wild gaan gedragen en lopen dan soms op blote voeten op stukjes glas of gloeiende as, een prestatie die een wetenschappelijke verklaring heeft en niets met ‘wonderen’of zo te maken heeft. Ook slaan ze dan wel een soort wartaal uit die ‘kromantitongo’ wordt genoemd (You Tube /  Papa winti 2). De Kromanti kunnen zich ook als clowns gedragen en maken dan allerlei grappen, tot groot vermaak van de omstanders.

Er zijn nog tal van andere geesten die allemaal hun eigen, specifieke eigenschappen hebben. Zo is er een algemene verering van Mama Gron (= Moeder Aarde) die voor regen zorgt en de aarde vruchtbaar maakt.

[vervolg, afl. 7, klik hier]

zaterdag 25 mei 2013

Minov gaat terug naar de koloniale tijd

door Ismene Krishnadath

Met de invoering van de uit Nederland geïmporteerde methode Taal Actief in het Surinaamse basisonderwijs overtreedt het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling twee belangrijke uitgangspunten van goed onderwijs.

Akorié en Agambé als verdwaalden in de nieuwe taalmethode van het Minov;
tekening: Albert Roessingh


Elke leerkracht, overal ter wereld, leert dat hij met zijn onderwijs moet aansluiten bij de belevingswereld van het kind. Dit uitgangspunt is niet bedacht door Surinaamse nationalisten. Het is gebaseerd op uitgebreid leerpsychologisch onderzoek. Kennisverwerving begint namelijk bij de geboorte en niet pas als het kind naar school gaat. Gedurende het hele leven gaat het verwerven van kennis door. De school speelt daarbij vanaf het vierde jaar, wanneer het kind naar de kleuterschool gaat, een belangrijke rol. Kennisverwerving werkt het best als steeds stukjes nieuwe kennis worden toegevoegd aan reeds bekende kennis. Daarom leren leerkrachten altijd dat ze met hun leerstof moeten aansluiten bij reeds bekende voorkennis. Vaak denkt men dan alleen aan leerstof die al behandeld is in vorige lessen. Leerpsychologisch onderzoek heeft echter aangetoond dat ook aansluiting gezocht moet worden bij kennis die buiten de klas is verkregen, de zogenoemde episodische kennis. Als die aansluiting er is, kan men spreken van echte begripsvorming omdat de leerling de kennis dan kan plaatsen in zijn eigen werkelijkheid. Een voorbeeld: Je wil het kind leren wat men verstaat onder wonen.

Een neutenwoning die afbrandt

Het Surinaamse kind kent al lang, uit eigen ervaring verschillende typen woningen, zoals hogeneuten huizen, flatwoningen, hutten, houten huizen, stenen huizen, enzovoort. Dit zijn de voorbeelden die als uitgangspunt moeten worden genomen om te komen tot het begrip van huisvesting. Waarom heeft iemand een huis nodig? Hoe deel je je huis in? Welk meubilair zet je in je huis? Je kan niet beginnen met Nederlandse stapelwoningen (flats) en woorden als lift, kachel en schoorsteen als belangrijke nieuwe woorden introduceren. Dit zijn geen woorden die passen in het Surinaamse woonplaatje. Het kind zal eerst moeten begrijpen wat de woorden inhouden, dan de connectie maken met wonen en het daarna nog eens vertalen naar de eigen situatie. Begrijpelijk dat veel kinderen in dit proces verloren raken.

Het tweede uitgangspunt komt uit de ontwikkelingspsychologie. Kinderen ontwikkelen een gezonde, positieve instelling als zij gewaardeerd worden door personen die zij belangrijk vinden, zoals de ouders en de leerkrachten. Het is hierbij belangrijk de eigenheid van het kind te erkennen. In Minov Katern Curriculumraamwerk. Principes en uitgangspunten staat notabene: ‘Het is belangrijk dat leerlingen hun eigenheid kennen, waaronder hun etniciteit, zich gewaardeerd weten om hun eigenheid en anderen waarderen om hun eigenheid.’ De leefwereld van het kind is deel van de eigenheid van het kind. Als de cultuur van het kind niet terug te vinden is in de teksten op school, betekent dit dat die cultuur niet belangrijk is. De teksten op school zijn toonaangevend voor het beeld dat het kind zich vormt van ‘belangrijke’ zaken. De boodschap die het kind krijgt uit de teksten bij de methode Taal Actief is: Jouw muziek, jouw eten, jouw kleren, jouw discussieonderwerpen, jouw land, jouw godsdienst, jouw taal, jouw dans, jouw leefomgeving, jouw familieverbanden, jouw feesten, enzovoort, zijn niet belangrijk. In het verlengde hiervan betekent dit: JIJ BENT NIET BELANGRIJK. Een funeste boodschap voor de ontwikkeling van zelfrespect.

Goed onderwijs zou een instrument moeten zijn om mensen te ontwikkelen met een gezonde persoonlijkheid, die betrokkenheid tonen bij het maatschappelijk gebeuren in het land en een positieve bijdrage willen leveren aan de ontwikkeling van het land. Deze doelstelling is trouwens ook te vinden in de beleidsstukken van het Minov. Helaas blijken beleid op papier en beleid in uitvoering dramatisch ver uit elkaar te liggen. Op geen enkele manier krijgen Surinaamse leesteksten of boeken van Surinaamse schrijvers, waarin de eigenheid van het Surinaamse kind duidelijk wordt erkend en gewaardeerd, een plaats binnen de methode Taal Actief van de Nederlandse uitgeverij Malmberg. Aangezien Taal een hoofdvak is op de lagere school werkt het Minov mee aan slecht onderwijs voor een nieuwe generatie Surinaamse kinderen. Minov maakt onderwijs tot een instrument om het creatieve eigen denken te vernietigen, om leerlingen te leren andere werelden te idealiseren en belangrijker te vinden dan die van henzelf. Met dit beleid brengt Minov ons terug in de koloniale tijd.

maandag 18 maart 2013

Surinaamse lesbiennes: over Ampuku en uit de kast komen


door Nikki Mulder

Homoactivisme is één beweging die intiem verbonden is met processen van mondialisering. Een vluchtige greep uit het LGBT (afkorting voor: lesbiennes, gays, biseksuelen, transgenders) wereldnieuws van de afgelopen weken laat ons weten dat de Argentijnse regering juridische en medische geslachtsverandering als een burgerlijk recht ziet. Ook staan de kranten vol met Obama’s steun voor het ‘homohuwelijk’ en is op Facebook een campagne gaande om de executie van vier Iranese mannen wegens ‘sodomie’ tegen te houden. Dat deze ontwikkelingen plaatsvinden en/of dat we dit weten, hebben we te danken aan de wereldwijde lobby van LGBT activisme.
Deze seksuele mondialisering gaat echter niet alleen over rechten, maar zorgt ook voor een verspreiding van bepaalde ideeën over seksualiteit. Homo- en heteroseksualiteit zijn namelijk niet overal twee tegenovergestelde, begrensde categorieën van seksuele geaardheid.
Zelden vragen we ons af of LGBT activisme, naast een eventuele positieverbetering van seksuele minderheden, ook  een effect heeft op de manier waarop mensen hun seksualiteit beleven. Wat doet het mondiale reizen van al deze vertogen en ideeën met de manier waarop mensen naar hun seksuele Zelf kijken? Integreren zij wijdverspreide ideeën en symbolen in hun dagelijks leven? Hoe geven zij daar hun eigen betekenis en vorm aan? In 2011 deed ik onderzoek naar de ontmoeting van seksualiteit met het ‘traditionele’, maar relatief onbekende expressies van seksueel verlangen tussen vrouwen in Suriname.


Vriendinnenwerk
Suriname (evenals andere landen in het Caribisch gebied) kent een ‘oude’ seksuele cultuur van vrouwen die seks en relaties hebben met vrouwen. Deze cultuur – mati wroko, vriendinnenwerk genoemd – heeft een lange geschiedenis die teruggaat tot de slaventijd en geworteld is in de Afro-Surinaamse volksklasse.
Suriname is een multiculturele samenleving pur sang: naast de groepen met Afrikaanse roots – creolen en marrons – kent Suriname onder andere ook Indianen, Hindoestanen, Javanen, Chinezen, afstammelingen van Portugese Joden, buru’s (nazaten van Nederlandse boeren) en ‘nieuwere’ migrantengroepen zoals Brazilianen, Guyanezen en Haïtianen. Mati wroko is dus een seksuele cultuur die wordt/werd beleefd in één van deze etnische groepen, maar dat betekent niet dat seksuele relaties tussen vrouwen zich beperkten tot de creoolse bevolkingsgroep.

In haar boek The Politics of Passion stelt de antropologe Gloria Wekker dat Surinaams-creoolse vrouwen uit de volksklasse die zich bezig houden met mati wroko zichzelf níet zien als homoseksuele individuen. Zij zien seks als gedrag, als een plezierige activiteit. Vaak hebben zij niet alleen relaties met vrouwen, maar onderhouden ze tegelijkertijd of achtereenvolgens ook verhoudingen met mannen. Wekker schrijft dat seksuele voldoening in een Afro-Surinaams universum belangrijk is; niet de sekse van je wederhelft is het meest betekenisvol. Zij schatte dat niet minder dan zeventig procent van de creoolse vrouwen uit de volksklasse zich bezig hield met ‘vriendinnenwerk’.

Dat deze seksuele relaties tussen vrouwen zoveel ruimte kregen en geen stigma droegen, relateert Wekker aan Winti. Dat is een Afro-Surinaamse religie die veel gemeen heeft met andere spirituele tradities in het Caribisch gebied, zoals Santeria (Cuba) en Voodoo (Haïti). Kenmerkend voor deze religie is onder andere het idee dat de spirituele kant van mensen is opgemaakt uit drie componenten, waaronder winti(goden of geesten). Dat sommige vrouwen (tijdelijk) geen seks of relatie willen met een man, wordt verklaard door te stellen dat zij gedragen worden door een mannelijke winti, meestal Ampuku. Hij is namelijk snel jaloers op andere, echte mannen en houdt ervan om met vrouwen te ‘liggen’.

Een 'geestenbezweerder' (winti-ritueel) volgens P.J. Benoît, 1839

Mati en/of lesbisch?
De hoogtijdagen van mati wroko ligt een aantal decennia achter ons en veel (jonge) Surinamers kennen deze geschiedenis van Surinaamse same-sex seksualiteit niet. Hoewel mati tegenwoordig nog wel eens gebruikt wordt als verwijswoord naar vrouwen die ‘het’ met vrouwen doen, noemen deze vrouwen zichzelf vooral lesbisch. Desondanks is er sprake van een zekere continuïteit in de manier waarop zij betekenis geven aan hun seksualiteit. Dit zal ik uitleggen aan de hand van twee uitspraken, gedaan door een vrouw tijdens mijn onderzoek.

De creoolse Glenda uitte eens haar frustratie over een kennis van haar en gebruikte daarbij de volgende woorden: “Ze gaat alleen met vrouwen, maar ze is niet lesbisch, wat een idioot! Wat mij betreft, als je alleen met vrouwen gaat, ben je lesbisch. Kijk, als je ook met mannen zo af en toe iets doet, dan hoef je jezelf niet lesbisch te noemen. Maar als je alleen met vrouwen gaat, ben je gewoon lesbisch.” Glenda sluit zich in het dagelijks leven aan bij het vertoog van de meeste lesbische vrouwen in Paramaribo. Zij zien hun seksuele geaardheid als een natuurlijke drang, iets waar ze mee zijn geboren. Bij die seksuele gevoelens voor vrouwen hoort, zoals Glenda haarfijn duidelijk maakt, een seksuele identiteit: lesbisch.

Tijdens een persoonlijk interview vroeg ik Glenda naar de wortel van seksuele geaardheid: “Als ik echt diep ga denken dan komt dat denk ik doordat je een mannelijke en een vrouwelijke geest hebt. Bij mij zullen mijn mannelijke geesten wat sterker zijn dan mijn vrouwelijke. Want eerst was ik ‘hetero’ voor iedereen; toen was het misschien net andersom. Op een gegeven moment zijn die geesten omgedraaid, waardoor ik nu meer naar de vrouwen toe ga.” In een andere periode van haar leven heeft Glenda alleen relaties gehad met mannen, terwijl ze zich tegenwoordig enkel aangetrokken voelt tot vrouwen.
Foto: zijaanzij

In de eerste situatie maakt Glenda haar ongenoegen duidelijk over een kennis die zichzelf niet lesbisch wil noemen en benadrukt zij het belang en de onveranderlijkheid van een seksuele identiteit. In het interview, daarentegen, beschouwt zij haar eigen seksuele gevoelens en spreekt Glenda in termen van winti en niet vanuit een kader van homo- of biseksualiteit. Daarmee legt zij juist de focus op seksuele flexibiliteit en veranderlijkheid, in plaats van een aangeboren seksuele geaardheid. Afhankelijk van de context putten sommige Surinaamse vrouwen die (ook) op vrouwen vallen dus uit verschillende en ogenschijnlijk tegenstrijdige bronnen van betekenis.

De kast en daar uit komen
Je kan zeggen dat bij de seksuele zelfbeschouwingen van lesbische vrouwen in Suriname er sprake is van een ontmoeting tussen twee verschillende vertogen. In de lesbische gemeenschap wordt vooral gesproken in het kader van een homoseksuele geaardheid, maar sommige vrouwen zetten daarnaast ook een andere, ‘traditionele’ verklaring van same-sex seksualiteit in. Ook de praktijk en waardering van ‘uit de kast komen’ wordt gekenmerkt door een dergelijke ontmoeting.

Uit de kast komen


Sommige vrouwen vinden het belangrijk dat mensen in hun sociale omgeving weten dat ze op vrouwen vallen. Zij zeggen dat het beter is je ouders, vrienden en familieleden op de hoogte te stellen van je seksuele gevoelens dan ze geheim te houden. Als je jezelf geaccepteerd hebt, zo luidt de stelling, maakt het niet uit wat andere mensen van je denken. Voor je seksuele gevoelens uitkomen wordt door hen positief gewaardeerd, terwijl zij het geheimhouden of “schuilen” van je seksuele voorkeur vaak zien als een teken van angst of onderdrukking.

Onomwonden en rechtuit zeggen dat je lesbisch bent, wijkt echter nogal af van de gewoonlijke omslachtigheid van sociale omgangsvormen in Suriname. Marjory, één van mijn creoolse informanten, zei in een interview: “In Suriname, al weten je ouders dat je het bent, zolang je niets zegt is alles oké.” In The Politics of Passion schrijft Wekker bijna letterlijk hetzelfde: “In Suriname was het geaccepteerd om met een vrouw te zijn, zolang als je er niet over praatte.” Zij zegt daarnaast over mati dat zij ‘het’ hun moeder niet vertellen; die heeft namelijk ogen om te zien.
Simone, een studente van gemengde afkomst, vertelde me over haar ‘coming out’ aan haar ouders: “Ik ben open in de zin van dat ik het niet schuil, maar ik heb ze nooit persoonlijk gezegd van: ma, pa, ik moet jullie wat vertellen, ik val op vrouwen. Dat heb ik echt nooit gedaan. Ik dacht: ik doe gewoon normaal, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.” Haar toenmalige vriendin kwam over de vloer bij haar ouders, maar nooit heeft Simone haar familie verteld van haar seksuele geaardheid.

Foto @ Nicolaas Porter [foto is niet gemaakt bij dit artikel!]


De vraag is dan ook in hoeverre die kastmetafoor geldt voor vrouwen die van vrouwen houden in Suriname. Voor de één is het een vanzelfsprekend script: een innerlijk conflict met je seksuele gevoelens voor vrouwen, gevolgd door zelfacceptatie en de kast je rug toekeren. De ander vindt ruimte voor haar seksuele verlangens naar vrouwen in de karakteristieke dubbelzinnigheid en indirectheid van de Surinaamse samenleving en haalt voor die kast haar schouders op: “Negen van de tien keer heb ik er [‘uit de kast komen’, red.] niet eens behoefte aan eigenlijk. Meestal komen ze er vanzelf wel achter. Ik neem aan dat mijn buurvrouw het weet, haha!”

Het huidige lesbische landschap in Paramaribo wordt getekend door The L Word, regenboogvlaggen, Facebookpagina’s en onomwonden zeggen dat je lesbisch bent. Maar ook Ampuku en Surinaamse dubbelzinnigheid spelen een rol in de seksualiteitsbeleving van deze lesbiennes. Dat vormt tezamen een dynamische seksuele cultuur, waarin sporen van lokale geschiedenis en gedragscodes zichtbaar zijn, evenals transnationaal reizende ideeën, mensen, symbolen, beelden en euro’s.

[van 15 mins]

Albert Roessingh - Vriendinnen


maandag 11 maart 2013

Verdraagzaamheid, een programma voor vrijheid (14)

Foto © Jeffry Surianto


door Willem van Lit

In deel 14 wordt het programma voor de ontwikkeling van het vermogen tot verdraagzaamheid in één aflevering voorgesteld.

Een programma voor tolerantie
Op basis van voorgaande uitgangspunten en het idee van de retorica heb ik een programma ontworpen om het vermogen van de tolerantie tot ontwikkeling te brengen[1]. Het is een programma van tien punten waarin stellingen zijn opgenomen die voor debat vatbaar zijn. Dat het een programma van een mooi rond geheel van tien punten is, berust op toeval; ik heb er niet doelbewust naar toe geredeneerd. De punten kunnen in de volgorde zoals ik ze hier presenteer, gelezen en ontwikkeld worden. Dit is geen noodzaak. Sommige punten zijn eventuele activiteiten die gelijktijdig of in omgekeerde volgorde kunnen plaatsvinden. Het is echter wel zo dat hun kracht alleen gevoeld zal worden, als ze in een zekere samenhang tot uitvoering komen. Kortweg zijn de stellingen voor het debat de volgende:

1.       Welvaart democratiseert en schept voorwaarden voor de basis voor tolerantie.
2.       Vrijheid en waardigheid krijgen een kans als men los komt van de gunst van de gift.
3.       Tolerantie kan pas ontstaan als men het eigenbelang kan onderkennen en als uitgangspunt kiest.
4.       De zogeheten statische ‘wortelidentiteit’ maakt plaats voor de dynamische ‘relatie-identiteit’.
5.       Eigenwaarde kan men gaan ervaren als men zich verbijzondert tegenover anderen vanuit het idee: ‘Ken u zelf’.
6.       Ontwikkelen van zelfredzaamheid is een voorname morele plicht.
7.       Het doorbreken van de barrière van schuld en schaamte gaat op basis van een gemeenschappelijk plan, waarbij het belang van de een nadrukkelijk is verbonden met – ja zelfs voortkomt uit – het belang van de ander.
8.       Men wordt uitgenodigd te ontsnappen aan de eigen leugen door de waarheid niet te monopoliseren.
9.       Het vermogen tot empathie vormt de kern van trots en bevlogenheid in een sociale context.
10.   Het dynamiseren van cultuur ontwikkelt het geestelijke en morele vermogen en daardoor de verdraagzaamheid in de menselijke betrekkingen.

Deze stellingen staan hierna een voor een uitgewerkt en zij vormen de context voor het debat dat hierbij kan worden gevoerd.

Welvaart democratiseert. Als we ervan uitgaan dat welvaart daadwerkelijk democratiseert, dan ligt hier de basis voor het ontwikkelen van de voorwaarden tot tolerantie. Tolerantie kan naar voren komen binnen de context van democratie. Aangezien op de eilanden het geweld van de armoede nog veel huishoudens treft, zijn mensen daardoor niet in staat op een goede manier deel te nemen aan het openbare leven. Zelfs het naar school gaan van kinderen is hierbij in gevaar. Op deze manier ontbreekt een belangrijke conditie om het vermogen tot tolerantie op gang te brengen. De ruilinteractie en het debat moeten eerst op gang komen door het stoppen van het geweld van de armoede. In die zin had Marx gelijk: eerst het vreten en dan de moraal.
Albert Roessingh - Meisjes met baby

Herkennen van de blokkade door de gunst van de gift. Hierbij gebruik ik het voorbeeld van de schoolgang van (jonge) kinderen. Laten we ervan uitgaan dat moeders in een normale situatie willen dat hun kinderen naar school gaan. Op de eilanden wonen veel alleenstaande vrouwen die op jonge leeftijd al kinderen hebben gekregen. Een groot aantal van hen leeft sociaal geïsoleerd door armoede getroffen. Uit schaamte houden ze hun kinderen thuis van school: ze moeten uit geldgebrek dikwijls het ontbijt missen en voor behoorlijke kleding is geen geld. De vraag is hoe men deze moeders met behoud van hun waardigheid de schaamte kan laten overwinnen, zodat ze de kinderen uit eigen beweging steeds naar school brengen of laten komen. De ruilinteractie bestaat er uit dat men van hen heel gericht verlangt de kinderen naar school te sturen in ruil voor materiële voorwaarden, die de reden voor het niet-sturen ongedaan maken. Men beweegt de moeders hun schaamte te overwinnen.

Een dergelijke basis is wat anders dan het ongericht cadeautjes uitdelen in de wijken gedurende verkiezingstijd, zoals een aantal politieke partijen doet. Hiermee koopt men stemmen; het aannemen van ongerichte presentjes is niet vrijblijvend. Het is een vorm van patronage waarmee verplichtingen worden geschapen en dus verlies van eigen vrije keuze in algemene zin wordt verkocht, een vrije keuze die aan de basis ligt van het behoud van eigenwaarde.
Foto © Placeholder

Onderkennen van eigenbelang. Het los komen uit de gunst van de gift kan ontstaan uit het besef van eigenbelang. Ik blijf nog bij het voorbeeld van de alleenstaande moeders. Dit is niet echt willekeurig gekozen. Het basisprobleem op veel Caribische eilanden is verwaarlozing van kinderen, waardoor de brandstof voor beschaming in generaties wordt opgeslagen met alle gewelddadige gevolgen van dien. Het bestuur van de eilanden moet zich bewust zijn van de sleutel van deze situatie. Kinderen zijn de investering voor de toekomst. Men moet de moeders het besef geven dat zij met hun kinderen een waardevol bezit hebben: het belang van de ontwikkeling voor komende generaties. Een bestuur (overheid, regering en betrokken instanties uit het maatschappelijk middenveld) moet de waarde hiervan bevestigen en erkennen. Doordat de moeders hun kinderen gaan ervaren als eigenbelang, ontstaat er een basis voor het tot stand brengen van de ruilinteractie op dit vlak. Het is het startpunt voor het scheppen van ruimte in onderlinge relaties, waardoor dienst met wederdienst kan worden vergolden. Een belangrijk middel om het besef van eigenbelang te ontwikkelen, is het onderwijs. De kwaliteit hiervan moet op de eilanden drastisch omhoog en dit wil onder andere zeggen dat de kinderen op Papiamentssprekende eilanden meertalig moeten worden opgeleid. Naast het Papiamentu moeten zij zeker nog twee tot drie talen leren beheersen: Engels, Spaans en/of Nederlands. Verheffing van het volk, zoals dat deftig heet, is niet meer dan het op gang brengen van de werking van de ruilinteractie. Dit kan door investering in eigen kennis, kunde en competentie met een daaraan gekoppeld bewustzijn van de waarde daarvan. Meertalig opvoeden, zelfs in meer dan twee talen, hoeft voor kinderen geen probleem te zijn. Er zijn op de wereld verschillende voorbeelden te geven van plaatsen waar kinderen zich moeiteloos meerdere talen tegelijkertijd eigen maken. Juist dit bevordert de dialoog en de kunst van het debat.
Antillianité

De dynamiek van identiteit. Doordat mensen de werking van de ruilinteractie leren waarbij ze eigenwaarde en eigenbelang gaan ervaren, onderkennen ze ook de dynamiek van de eigen identiteit. De uitwisseling van dienst en wederdienst is een sociaal evenement; het zijn gebeurtenissen die de relaties tussen mensen in beweging zetten. Men ervaart de dynamiek van de wisselende posities, de inspanning die het kost om in de dagelijkse omgang vooruit te komen. Dit betekent dat de ‘wortelidentiteit’ zijn belang langzaamaan verliest. Men hoeft dan niet meer zo nodig op zoek naar de statische en onwrikbare hoedanigheid van afkomst (daar waarin men denkt geworteld te zijn), geschiedenis, stam of ras om te begrijpen hoe men kan functioneren. Het gaat om de dagelijkse beweeglijkheid van menselijke betrekkingen: de plek, omstandigheid en houding waarin men elkaar ontmoet in vertrouwen, waardering, nabuurschap en dan als kennis, kameraad, vriend, collega of zakenrelatie. De identiteit die hier wordt bedoeld, is de dynamische relatie-identiteit. Dit is een gedachte die onder andere door de Antillanité-beweging op de Frans-Caribische eilanden is ontwikkeld, zoals ik eerder in dit hoofdstuk heb besproken. Het ligt voor de hand dat meertaligheid – zeker op de Papiamentssprekende eilanden – dit type identiteit kan bevorderen.
Foto: Zuleika Coffie

Zichzelf ervaren als bijzonder: ken uzelf. Mensen zullen zichzelf positioneren in het beweeglijke veld van de sociale relaties doordat zij eigenwaarde, eigenbelang en een dynamische identiteit kunnen ontwikkelen. Op deze manier zullen ze zichzelf verbijzonderen, als uniek beleven ten opzichte van anderen in de omgeving. Het is een vergroot besef van het functioneren in de betrekking tot anderen: wat is mijn invloed en wat verandert er doordat ík iets zeg of doe? Wat betekent het voor familie, kennissen, collega’s, klanten, buren en andere relaties? Door de ontwikkeling van het besef van die interacties, is het ook gemakkelijker geworden keuzes te maken: het vertrouwen in eigen kunnen, weten en ervaren is groter geworden (zonder gebruik te hoeven maken van inktzwarte ironie of grof cynisme, het dodelijk nihilisme). Men ziet de effecten van de eigen acties. Hierdoor is de bereidheid tot veranderen van de eigen identiteit ook toegenomen en is de behoefte aan erkenning van (de statische) afkomst steeds minder. De dynamiek van actieve uitwisseling komt sterker op gang. Het zelfvertrouwen neemt in gezonde twijfel toe.
...zelfredzaamheid...

Zelfredzaam zijn. Zoals al eerder gezegd in dit boek kan de reddende waarheid door niemand buiten jezelf worden geboden. Het is dus van levensbelang dat je jezelf veranderbaar opstelt om je eigenheid in de sociale werkelijkheid van elke dag tot uitdrukking te brengen. Zelfredzaamheid wil zeggen dat je loskomt uit de zwijgende rol van het slachtoffer dat vol verzet en passief ontladen een voortdurend appel doet op het latente schuldgevoel van de “daders”. Hierdoor wordt het gevoel van medelijden in stand gehouden samen met de vernederende gunst van de gift, die de afhankelijkheid alleen maar versterkt en de apathie verdiept. Het laat tevens toe dat patronage in bestuur in stand blijft. Zelfredzaamheid betekent dat men actief de uitwisseling met anderen zoekt. Dit onderdeel van de dynamisering van de tolerantie is cruciaal. Het kan uiteraard niet los worden gezien van de voorgaande punten en het vormt een belangrijke sleutel voor verdere ontwikkeling. Op dit punt komt namelijk een eerste omslag in de thymotische energie tot stand. Het onverzettelijke scherm van wrok trilt van zijn plaats en men gaat, gesteund door het gevoel van eigenwaarde én de vrijheid die men ervaart in beweeglijkheid van de relatie-identiteit, zichzelf overtuigen van eigen kracht tot handelen, kennen en kunnen. Als men ontdekt dat het lukt, ontstaat er enthousiasme.
...stekelige verhouding met het 'Moederland'...

Doorbreken van de barrière van schuld en schaamte. Dit punt vereist een aanpak in een breder verband en op een ander niveau. Het is nog wel het meest intrigerende punt van de reeks. Uiteraard staat het niet los van alle andere. Het ligt in het verlengde ervan. Hebben we eerst gekeken naar de werking van de ruilinteractie in de eerste ring (directe omgeving van individuen), bij dit punt moet er een structurele aanpak worden besproken. De sleutel van de oplossing komt uit de hand van bestuurders en hierbij is de houding van de Europese partner in het Koninkrijk van groot belang. Dit hangt samen met het besef dat we in het Koninkrijk van (rijks)délen wonen.

Eerder in dit hoofdstuk heb ik de houding van Nederland als volgt getypeerd: onverschilligheid, die bestaat uit een combinatie van desinteresse, niet-willen en niet-durven. Het is de houding van neerbuigendheid vanuit een zelfgenoegzame fatsoenscode in samenhang met gêne, het schuldgevoel om het verleden. Hierdoor wordt een cultuur van vermijding in stand gehouden en die wordt verward met tolerantie. Dit is heden ten dage nog steeds de kern van de opstelling van waaruit politiek wordt gevoerd binnen het Koninkrijk der delen Nederlanden. Het is een merkwaardig soort conformisme waaraan niemand zich wil onttrekken, maar het leidt tot een halfslachtige vorm van ruilinteractie [2]. Hierdoor onderhoudt men vanuit het Europese deel van het Koninkrijk de aard en de werking van patronage, de nepotisme-economie, zoals Signer dat noemde (hoofdstuk 5 onder “Bestuurlijk knutselen”). Zo is de patstelling van de ziekmakende omhelzing op politiek gebied geschetst: de effecten van een voortdurend uitgesteld leven, die de verhoudingen in het Koninkrijk der delen steeds meer verzieken. Ook de opsplitsing van het land Antillen op 10 oktober 2010 heeft hieraan bijgedragen. Het bood en biedt geen oplossing. Het was de oplossing van opportunisten en halfslachtige onverschilligen die tot een nieuw uitstel met voortgaande stagnatie en verdere teloorgang leidt. Wat ontbreekt, is een integraal inhoudelijk plan binnen de totale context van het Koninkrijk met een substantiële bijdrage van het Europese deel. In zo’n plan moet de Europese partner zich de vraag stellen: “Wat zit er voor ons in of wat heb ik er aan”? Deze vraag moet komen vanuit de intentie wat we gezamenlijk écht willen met het koninkrijk en wat ieders idee en voorstellen zijn voor het geheel. Voor de Caribische Nederlanders is een directe en open lijn met Europa van groot belang, maar hoe die er precies moet uitzien en wat exact de voordelen daarvan zijn, moet helder gemaakt worden. Iedere bewoner van de eilanden moet dat kunnen zien en ervaren. Het Europese Nederland moet een actieve rol vervullen in het ontwikkelen van de relatie tussen het Caribische deel en Europa. Zo kan Europa via de eilanden de voordelen gaan ervaren van de treeplank naar opkomende economieën in Zuid- en Midden-Amerika. De Caribische eilanden hebben een strategische positie in die lijn.

Als de werking van de interactie van dienst en wederdienst niet van de grond komt, moet het Europese Nederland zich realiseren dat men geconfronteerd blijft met de slepende stagnatie, gevangen in het mechanisme van het voortdurende uitgestelde leven en de ziekmakende omstrengeling van schuld en schaamte. Dit is onontkoombaar. Guépin noemde dit de talio van de wraak, de ruilinteractie van de wraak waarbij wandaad met wandaad wordt vergolden en meer dan dat, omdat in de wraakneming het “dubbel en dikke” er nog bovenop komt. Dit kan alleen maar ongedaan gemaakt worden als men het kan “ontveinzen door edele motieven”, zoals hij dat noemt. Omgekeerd geformuleerd wil dat zeggen dat men vertrouwen moet winnen door oprechtheid van intentie. Dat is al moeilijk genoeg en dit kan alleen maar komen vanuit een werkelijke interesse in een gezamenlijke oplossing, een federaal getint plan voor het hele Koninkrijk. In mijn eerdere boek De Caribische eilanden, het alternatief heb ik een uitgebreid voorstel gedaan tot de ontwikkeling van een dergelijk plan. Hiervoor is momenteel nog een restauratie nodig van het land Antillen, waarbij men in de relatie tot Europa eindelijk eens aan de federale staatsvorm kan gaan werken. Dát het Koninkrijk der Nederlanden een federatie is, zal ik later in dit hoofdstuk aan de hand van de ideeën van Michiel Bijkerk toelichten.

De waarheid niet monopoliseren. En ontsnappen aan de eigen leugens. Het Europese Nederland kan niet los gezien worden van het gehele Koninkrijk. Indien men tracht te ontkomen aan deze werkelijkheid, zal men er telkens weer (eventueel met misbaar) bij gesleept worden. De wederzijdse huidige houding en relaties hebben heel duidelijk een invloed op de interne verhoudingen binnen de eilanden zelf. Deze situatie trekt opportunisten, fanatici en nationalistische populisten aan die de verhoudingen steeds op scherp zetten. Ze hameren zonder oponthoud op de brandende complexen van schuld en schaamte. Men zegt daarbij dat de interne verhoudingen polariseren en dat dit in ernst lijkt toe te nemen. Gepolariseerd wil zeggen dat de spelregels van dialectiek en retoriek geweld aan worden gedaan: de zelfbeheersing bij opvattingen en in taalgebruik raakt steeds verder zoek. Het dreigt te ontsnappen aan de redelijkheid. Op het ogenblik dat ik dit schrijf, is er (wederom) een politieke crisis op Curaçao waarbij de tegenstanders op zekere momenten met elkaar op de vuist gaan [3] .

Loskomen van fanatisme en opportunisme is geen gemakkelijke opgave. Het hangt samen met de opvatting de beste te zijn of in elk geval het idee dat je opponent minder gelijk heeft en het je op grond daarvan geoorloofd is elke gelegenheid te baat te nemen de ander dwars te zitten om er zelf beter van te worden, zelfs als je daarvoor (tijdelijk) vrienden zou moeten worden. Fanatisme gaat daarbij soms gepaard met veel thymotische energie, die latent aanwezig is en die laaiend tot uiting komt bij confrontaties. Fanatici zoeken veelal de randen op van de democratische spelregels of gaan er overheen, terwijl ze hun tegenstanders zelf heftige verwijten maken als deze gebruikmaken van middelen om de democratie te verdedigen. Om verdraagzaamheid te ontwikkelen – als vermogen – is de gecombineerde werking van de voorafgaande middelen, methoden en manieren nodig. Men moet los komen van de gunst van de gift, het patronagesysteem, zowel binnen de eigen eilandverhoudingen als in de relaties binnen het Koninkrijk zelf (punten 3 en 7). Daarnaast – en tegelijkertijd – is het noodzakelijk de dynamiek van de eigen identiteit te gaan ervaren (mentaal los komen van de zogeheten wortelidentiteit) (punten 4 en 5). Hierdoor leren we onszelf te verbijzonderen ten opzichte van anderen in een sociaal krachtenveld. We leren ook een beweeglijke positie in te nemen vanuit het besef het eigenbelang te dienen als we dat van de ander in de gaten houden. Tegelijkertijd zal zelfredzaamheid tot ontwikkeling komen (punt 6). Doordat in deze combinatie de eigenwaarde beter tot ontwikkeling komt, zal het minder nodig zijn vast te blijven houden aan het eigen gelijk. De ruilinteractie is van levensbelang om de verdraagzaamheid te kweken.
Uit The New Yorker

Empathie als bron voor trots en bevlogenheid. Zichzelf bevrijden van de kleefwand die apathie en lethargie heet. Dit kan gebeuren als men de eigen dynamiek in menselijke betrekkingen als energiegevend gaat ervaren: de interactie tussen mensen komt op gang op basis van eigenwaarde. Dit is het noodzakelijk vermogen tot empathie en het brengt een ander thymotisch karakter: die van trots en bevlogenheid. Trots ontstaat als men zichzelf als waardevol gaat ervaren bij menselijke betrekkingen. Bevlogenheid ontstaat als men zichzelf voelt groeien binnen die verbanden: men kan iets betekenen voor de ander. Ruilinteractie krijgt de vorm van genegenheid, constructieve dienstverlening en genoegdoening door uitwisseling van welgemeende waardering: gemeenschapszin die de sociale cohesie versterkt. Dit is geen naastenliefde maar ervaring van kracht die ertoe doet: men kan zichzelf via de ander als waardevol gaan ervaren waarbij men de eigenheid herkent: het principe van ken uzelf.
Sofie Hollander - Schoenrelatie

Dynamiseren van cultuur. Dit is het laatste punt. In het voorgaande ben ik voortdurend uitgegaan van de redelijkheid als beginsel van het menselijk handelen en denken. Het gaat er hierbij voortdurend om weg te blijven uit de valstrikken van de paradoxen van vrijheid, tolerantie en dogmatisme. Hiertoe moeten we ons voortdurend oefenen in eerbied door het onderhouden van het besef van eigenwaarde en het belang van de ander. Het is de verzameling van wegen die mensen in vrijheid moeten bewandelen in de constante zoektocht naar waarheid over zichzelf en de dagelijkse werkelijkheid. Beschaving. Zo heet dat. Met het idee dat dit de sociale werkelijkheid is waar geweld geen rol meer mag en kan spelen. Cultuur als Bildung.

Zelfredzaamheid: Barbados
Om het wederzijdse karakter van de oefeningen in beschaving te typeren, hebben we het begrip gemeenschapszin[4]. Hierin zit uitdrukkelijk besloten dat alle groepen in de samenleving de noodzaak moeten ervaren hieraan deel te nemen. Het oefenen van verdraagzaamheid in een dynamische cultuur vergt de bijdrage van elke deelnemer, individueel en in groepsverband. Zelfredzaamheid is hierbij een belangrijk element.

(wordt vervolgd)




[1] Volgens Guépin is dialectica een vraag- en antwoordspel waarin de vrager door het stellen van vragen die de antwoorder wel moet beamen, de antwoorden dwingt zijn uitgangsstelling (principium) te herzien en dit staat tegenover de retorica, dat een debat is tussen twee of meerdere personen. Guépin, De Beschaving, pag. 50 en 149.
[2] Guépin heeft de werking van de ruilinteractie op politiek terrein beschreven in situaties waarbij in de oudheid grote rijken door veroveringen en kolonisatie ontstonden, zoals in het val van het Perzische rijk (o.l.v. Cyrus) of bij Alexander de Grote. De heersers toen begrepen dat het veel verstandiger zou zijn als men de veroverde volkeren in hun waarde liet en “ieder naar waarde en specialisatie, te laten bijdragen tot de algemene welvaart, en daarmee die van de heersende dynastie”. Men begreep – met andere woorden – dat men gebruik moest maken van ieders potentieel en ambities om tot een gezamenlijk voordeel te komen en dat men daarbij ieder moest stimuleren aan die gezamenlijke inspanning deel te nemen, zonder elkaar uit te sluiten, te vernederen of te verketteren. Op deze manier zou ieder er beter van worden. Guépin noemt dit: inzien van het nut van tolerantie. Guépin, De Beschaving, pag. 241.
[3] Op internet verschijnt een fictief krantenartikel, waarbij een scenario wordt geschetst bij een Curaçao dat ongeveer een half jaar onafhankelijk is. De noodtoestand is uitgeroepen; er zijn mensen op politieke gronden gearresteerd en er lopen knokploegen door de straten. De fanatici en misdadigers hebben de macht gegrepen. Nederland roept: “Da’s dan jammer. We hebben het nog zó gezegd”. 13 september 2012 ‘Golf van arrestaties na noodtoestand’.
[4] “Gemeenschapszin, oikeosis, societas, als ‘wenkend perspectief’, een universeel Idee dat eenieder ‘begiftigd met rede en geweten’ motiveert zich in de geest van broederschap te gedragen”. Ida Lamers – Versteeg, pag. 2.

zondag 3 maart 2013

De parochie van Sint-Precarius


door Els Moor

‘Kent u de parochie van Sint-Precarius? Als u niet weet waar u die moet zoeken, wanhoop niet aan uw theologische of geografische kennis. Ook zonder gids zult u haar vinden en de dag dat u er aankomt, zult u alle reden hebben tot wanhoop. Want de parochie van Sint-Precarius is geen plaats voor hoop. De grote meerderheid van de parochianen werkt er voor een schamel loon om de privileges van de hogere geestelijkheid veilig te stellen. Die hogere geestelijkheid heeft de theologie vervangen door de economie.’
Hoe ziet de parochiekerk, gewijd aan Sint-Precarius eruit? Hoge muren zonder ramen en zonder dak. Kent u de patroonheilige van deze parochie zonder hoop? Precarius betekent in het oude Latijn: uit welwillendheid verleend, maar ook: onzeker, voorbijgaand, of: door bidden of smeken verkregen, afgebedeld en van een ander afhankelijk.

Werk van Claudette de Meza


Deze parochie is een beeld dat functioneert in de eenenveertigste Huizinga-lezing, gehouden in december 2012 door de Belgische dichter, schrijver en socioloog Geert van Istendael (1947). Deze lezing wordt jaarlijks georganiseerd door de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden, de maatschappij der Nederlandse Letterkunde en NRC-Handelsblad. Andere beroemde sprekers waren bijvoorbeeld Carlos Fuentes in 2006, Jorge Semprun in 1999, Harry Mulisch in 1984 en Karel van het Reve in 1978.

Op een originele, creatieve en daarnaast zeer informatieve manier behandelt Van Istendael een onderwerp dat moeilijk ligt binnen de Europese Unie en dat voor de rest van de wereld ook veel herkenbaars heeft. Op grond van het beeld van de parochie van armoede en ellende van Sint-Precarius laat hij zien hoe een pijler van de Europese beschaving van vooral na de Tweede Wereldoorlog, de sociale zekerheid, door Europese instanties, het IMF en de financiële markten verzwakt en zelfs weggeslagen wordt in veel Europese landen.
Albert Roessingh - Chartres

De parochie begon in 2004 in Milaan met de eerste processie van jongeren die het beeld van Sint-Precarius ronddroegen. Het waren pas afgestudeerden die net werkten of werkloos waren. De economische crisis was toen nog niet echt begonnen. Die brak pas een jaar later uit. De stelling die Geert van Istendael nu formuleert is: ‘De financiële en economische crisis die nu al vier jaar Europa teistert, wordt gebruikt om de grondslagen van de Europese beschaving te vernietigen: de verzorgingsstaat, de democratie.’ (p. 10) Door wie? Door Europese instellingen, de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank, zonder enige twijfel ook door de Raad van Europese Ministers en buiten Europa door het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Helaas in veel lidstaten van de Unie ook door veel politici die zich als zendelingen gedragen om met blinde geloofsijver de destructieve boodschap uit te dragen.

De Europese Unie heeft het voor het zeggen, met gevolg dat in de door de economische crisis getroffen landen die steun krijgen, de democratie wijkt voor technocratie. Steeds grotere bevolkingsgroepen worden parochianen van de kerk van Sint-Precarius. De financiële markten houden Europa in een ijzeren wurggreep. Afhankelijkheid door grote schulden wordt steeds heftiger. Ook wordt er geld gecreëerd, met als gevolg inflatie. Het zijn niet alleen mensen met opstandige politieke ideeën die tot de overtuiging zijn gekomen dat er iets schort aan de Europese tactiek en strategie, maar vooral de mensen die tevreden zijn met hun ‘huisje-tuintje-keukentje’, werk dat ze leuk vinden en een paar kinderen. Zij worden ‘gezweept’ naar de parochie van Sint-Precarius. En juist die ‘huis-tuin-en-keukenvrede is mogelijk gemaakt door een van de allergrootste prestaties van de Europese beschaving: de verzorgingsstaat, oftewel sociale zekerheid. De Europese Centrale Bank is een vijand geworden van de Europese beschaving en de voorzitter ervan, Mario Draghi, is in de visie van Geert van Istendael een hoge geestelijke in de parochie van Sint-Precarius. ‘De barbaren staan dus niet vóór de poorten. De barbaar staat op de kansel.’

Wat concludeert deze creatieve geest? Markt en economie zijn geen natuurverschijnselen, maar mensenwerk. Politiek draait helemaal om economie. Het gaat om het maximale voordeel voor jezelf. Gelukkig zijn er ook wel positief denkende economen die wel ernaar streven dat die parochie van Sint-Precarius tegen de vlakte gaat. Hij besluit met een spreuk van de Chinese wijsgeer uit de zesde eeuw voor Christus, Lao Tse:

Geen zonde is groter dan te veel willen hebben.
Geen fout geeft meer verdriet dan te willen winnen.
Geen ramp is erger dan niet van ophouden weten.

Geert van Istendael: De parochie van Sint-Precarius, Huizinga-lezing 2012. Amsterdam: Bert Bakker, 2013. ISBN 978 90 351 3991 6

maandag 25 februari 2013

Willem van Lit - Neoromantiek


Hij loopt om in zijn bestaan
de regels uit, van dromen weg
vandaan dat lastige ontstaan,
te nauw gegespte nostalgie.

Hij zit geconcentreerd
rond knobbels van de taal
in wat verstaanbaar formuleren
rond te draaien, drenteldraaien.
Hier wringt de pijn
van aandacht op de fistels van plezier
die niet weg te halen zijn.

Hij voorziet de komst van mollen,
woelend in de aarde van verbeelding
die in vers gegraven stelsels
blind te hoop gelopen zijn.
En hij wacht op het natuurgeweld
van vlinders, dans van myriaden muggen:
alle ruimte boven struiken en het veen.

Maar weet: dát is de natuur die
onverschillig haast heeft met het leven.

Hij draait zich terug met nieuwe beelden
gebruikt de aandacht om hem heen
en zegt: “dichterbij kan ik niet komen
dan door deze wal van woorden,
maar onthoud me”. 

Albert Roessingh - De voorbijvliegende man

zaterdag 16 februari 2013

In verhalen klimmen we in bomen



door redactie dWTL



‘Wan bon/ someni wiwiri’ zijn de eerste twee regels van het bekendste gedicht in de Surinaamse literatuur, van Dobru/ Robin Ewald Raveles. Die ene boom met zoveel bladeren is symbolisch voor ons land met zijn grote verscheidenheid aan culturen. En dan: is er nog een land in de wereld met zoveel bomen, bossen en zo weinig mensen? Uren zit je in een vliegtuig dat je van Paramaribo naar het uiterste zuiden brengt en je ziet alleen maar bos, bos, bos, met af en toe een rivier die er doorheen kronkelt. Helaas zijn vanuit een vliegtuig ook grove open modderpoelen en zandplekken zichtbaar, plaatsen waar het bos vernield wordt vanwege kapitaaleconomische activiteiten zoals goudwinning. Het draait dan alleen maar om geld, veel geld en men is onverschillig voor die andere grote rijkdom van het bos, het oerwoud, de BOMEN!

Bomen komen veel voor in de literatuur, overal ter wereld, maar in ons land steeds meer. De laatste jaren zijn er nogal wat kinderboeken verschenen waarin bomen een belangrijke, vaak symbolische, rol spelen. Ook in de Surinaamse literatuur voor volwassenen, in poëzie en proza, komen we veel bomen tegen. In gedichten van Edgar Cairo bijvoorbeeld met een sterke symboliek in verband met het leven van de mens, die immers ook ‘wortelt in de aarde’. In de komende tijd willen we regelmatig een gedicht of een prozafragment publiceren waarin ‘wan bon’ centraal staat. Een terugkerend thema! Vandaag beperken we ons tot Surinaamse kinder- en jeugdliteratuur en een klassieker uit de wereldliteratuur, De kleine prins, van de Franse auteur Antoine de Saint-Exupéry. Bomen: ze wortelen in de aarde. Ze groeien naar de zon met veel groen, geven ons schaduw en heerlijke vruchten, kunnen opspelen bij storm en rustig hun schoonheid uitstralen. Maar dan komt er een zaag... Lijken bomen op mensen?

Noni Lichtveld: Mijn pijl bleef in de kankantri (1993)
Een eeuwenoud rijmpje, waar Noni Lichtveld een prachtig boek van maakte:
Mi peiri de na kankantri,/ kankantri doifi de na mi,/ mi doifi de na granmisi,/ granmisi pampun de na mi,/ mi pampun de na temreman,/ temreman tiki de na mi,/ mi tiki de na kawman,/ kawman merki de na mi,/ mi merki de na gotroman,/ gotroman kroiwagi de na mi,/ mi kroiwagi de na strafman,/ strafman gowtu de na mi,/ mi gowtu de na kownu,/ ke mi kownu - ke mi kownu,/ san yu go gi mi?/ Kownu gi mi wan eeeeeeer’ pisi kondre!

Francis Vriendwijk: Bigi-bere, Bigi-ede èn Fini-futu (1997)
Het verhaal over drie wandelende poppen die een manjeboom vol rijpe vruchten tegenkomen, is bekend en geliefd bij alle kinderen. Bigi-ede klimt in de boom om manjes te plukken, maar ze gooien naar de twee anderen die verlangend ondrobon staan... ho maar! Bigi-ede is een gierige pop. Hij eet ze alleen zelf. Het loopt heel slecht af met de drie poppen. Ondanks het mooie versje dat Fini-futu zingt als Bigi-ede in de boom klimt: ‘Manja’s hangen aan de bomen/ honderden dicht bij elkaar./ Het is alsof ze samen roepen/ kom mijn vriendje, pluk me maar.’
Maar die manja’s willen wél dat alle vriendjes van ze genieten. En niet maar eentje!
Monique Pool

Monique Pool: Charlize gaat naar het bos/ Charlize goes to the forest (2005)
Dit is een bijzonder boekje! Het heeft alleen tekeningen, van Chad Abdoellah, die ons het bos met zijn dieren laten zien en hoe het meisje Charlize, die met haar ouders kampeert, meegenomen wordt door een aap op zijn rug voor een tocht van boom naar boom. Veel dieren leert ze kennen en later brengt aap haar weer bij mama in de hangmat. De tekeningen van het bos met al die bomen en dieren laten je de avonturen meebeleven, zonder woorden erbij. De kinderen kunnen hun eigen verhaal maken en later op een cd het verhaal in het Nederlands of Engels horen. Een zeer creatief boek over het bos vol bomen!

Eveline Wielzen: Tjubi ú matu! (Red ons bos!) (2006)
‘Red ons bos!’ is de ondertitel van het boekje van Eveline Wielzen waarin het grote probleem van grondeigendom in het binnenland aan de orde komt. Mma Afaina, een oma die in een dorp woont met haar familie, wordt op een zandweg bijna aangereden door een grote truck. Een van de mannen praat later met haar, agressief, over de eigendomsrechten van het bos. Vreemden hebben er niets te zoeken, vindt zij, maar de man zegt alles te kunnen doen met het bos. Een krutu wordt belegd over de kwestie waar de mannen, zelfs met geweld, duidelijk laten merken dat het hun om niets anders dan geld gaat, dat is de waarde van bomen voor hen. Mma Afaina stelt voor een offer te brengen bij de kankantri en bescherming te vragen aan de vooroudergeesten. Voordat de plechtigheid kan plaatsvinden is de heilige kankantri echter al gekapt! Niet alleen de rijkdom van de natuur wordt aangevallen door geldzucht van derden, maar ook de cultuur van de bosbewoners.

Aly Hilberts: Kamiel redt een super REUS (2006)
Iedereen vindt Kamiel dom: hij wil niet meer naar school. Maar als zijn grote vriend Superreus, de machtigste boom van het bos, dreigt te worden gekapt voor de aanleg van een weg, begint hij het belang van school in te zien, ‘want daar leer je dat er mensen zijn die niets om het regenwoud geven. Ze willen het hele bos kaalkappen voor een zak geld.’ Hij mobiliseert het hele dorp om de wegenbouwers tegen te houden. De mensen ontdekken hoe belangrijk het is om zich samen te verzetten tegen de vernietiging van hun leefomgeving. En Kamiel gaat nu wel naar school, hij wil later bosopzichter worden.
Natasia Agard

Natasia Agard: Avontuur bij de grote rivier (2007)
Ook in dit boek is er sprake van een krutu waarin vernietiging van het bos centraal staat. Deze keer geen krutu van mensen, maar van alle dieren van het bos. De aanleiding is de ziekte van het bos en zijn dieren door het kwik waarmee de ‘mens-mannen’ het water vergiftigen om aan goud te komen. De dieren zingen een lied als ze allemaal bij elkaar zijn: ‘Wij zijn de dieren van het bos. Tralalalala./ Wij zijn de dieren van het bos. Tralalalala./ Dieren van het bos. Rom bom bom./ Wij redden ons bos. Kom, kom, kom!’ Zelfs kaiman zingt mee! En dan springen of vliegen alle dieren op en ze stormen op het kamp van de mens-mannen af. Die vluchten weg met hun boten en komen nooit meer terug! Het is te gevaarlijk voor hen geworden! Een goed boek om uit te beelden via toneel met een klas: de dieren die de mensen bestormen!
Illustratie uit Sherida Sabajo's Okorié en Agambe door Ginoh Soerodimedjo

Sherida Sabajo: Okorié en Agambe (2008)
Op Kinderboekenfestivals in het binnenland blijkt hoe geweldig kinderen uit inheemse en marrondorpen dit boek vinden dat gaat over een ingi- en een marronboi. Twee jongens uit twee verschillende dorpen. Ze verdwalen in het bos en komen elkaar tegen. Ze lopen en lopen samen, maar vinden de weg naar hun dorpen niet terug. Tot... ze een grote boom zien, met zijn wortels boven de grond. Okorié weet van zijn opa dat het ‘een telefoonboom’ is en als je hard met stokken op de wortels slaat... De jongens doen het en het wonder gebeurt: de vaders en ooms die naar de jongens zoeken, horen het en vinden hen. Dat is een van de wonderen van het Surinaamse bos en kinderen genieten van dit verhaal.

Cobi Pengel : De gele papegaai en... verhalenbundel (2009), De grote en de kleine hengelaar, verhalenbundel (2010)
In de werken van Cobi Pengel spelen bomen een belangrijke rol. In haar eerste verhalenbundel hangen jongens ’s avonds netten tussen de bomen waarin de papegaaien slapen, met de bedoeling om ze de volgende ochtend uit de netten te halen en te verkopen. Als de vogels wakker worden krijsen ze van ellende: ze kunnen niet wegvliegen. Maar ze worden gered, en wel door een grote, glanzende, goudgele papegaai, Pageri. Bezit deze onbekende vogel toverkracht? In ieder geval komt hij in opstand tegen het roven van papegaaien uit hun slaapbomen. En dat roven is geen fantasie: het gebeurt héél vaak. En weer om geld!!!
In het verhaal ‘De vakantie van Bo’ in de tweede bundel van Cobi Pengel krijgt Bo, een schitterende grote boom, de koning van het bos, het verlangen om wat van de wereld te zien: de stad en de huizen van de mensen. De vogels hebben hem erover verteld. En die raden hem af om te gaan. Hij heeft niet voor niets wortels om te blijven waar hij is. Maar Bo neemt zijn ‘vakantie’ tegen alle goede raad in en weet zijn wortels los te rukken uit de grond. En hij loopt en loopt. Maar hoe dichter hij bij de stad komt, hoe meer dat vreselijke lawaai hem hindert. Hij wordt er moe van. Bovendien pissen ‘vieze honden’ tegen hem aan. Met moeite weet hij de kracht op te brengen om terug te keren naar zijn plek in het bos. Nóóit zal hij die meer verlaten voor vakantie!

Albert Roessingh - Bukubon (Boekenboom)


Cobi Pengel: Wolkje en de groenhartboom (nog te verschijnen)
Tijdens het Kinderboekenfestival later dit jaar in de stad wordt het nieuwe boek van Cobi gepresenteerd. Wij mogen nu al even uit de school klappen. Het is een mooi en spannend verhaal over twee meisjes en een konijntje - eigenlijk een wolkje - die met de groenhartboom uit hun buurt (Mamabon!) naar het binnenland vliegen waar al alle goudgele familieleden van de groenhartboom in het binnenland hen opwachten voor een krutu. In hun eigen taal praten de bomen over de mensen, hoe slecht die omgaan met de bomen in het bos en hoe vies zij de stad maken door hun rommel neer te smijten aan de voet van die mooie bomen. Het is een realistisch verhaal, maar ook sprookjesachtig. Meer dan dit laten we nu niet los. Het is goed hoe steeds meer schrijvers op een boeiende manier aandacht besteden aan de schandelijke manier waarop mensen te vaak met de rijkdom van onze natuur omgaan. Om geld, of gewoon uit ongeïnteresseerde en niets ontziende slordigheid!


Wim Veer: De tuinman en de apen (2011)
Wim Veer heeft veel boekjes gemaakt over Surinaamse dieren, met weinig tekst en prachtige foto’s. De tuinman en de apen is anders. Met tekeningen in plaats van foto’s en het speelt in een ver land met een koning. Als de tuinman van de koning voor langere tijd weggaat, gaan de vele apen op het erf van de koning voor de jonge vruchtboompjes zorgen. Maar om te kijken of ze genoeg water krijgen trekken ze de plantjes aan hun wortels uit te grond. Koning is boos als tuinman terug is en de plantjes dood zijn. Wie is dommer: de apen die de jonge boompjes doodgemaakt hebben... of de man die dacht dat apen zijn tuin konden verzorgen?


Susan Leefmans

Susan Leefmans: Boompie (2012)
‘Boompie’ gaat over Richie, een jongen in Brokopondo die achterblijft als hij met z’n moeder en broers naar de kostgrond gaat en dan bij de ‘boommensen’ terechtkomt, in ‘Boompie’. Wie daar verzeild raakt, kan er eigenlijk niet meer weg, maar Richie heeft geluk: hij leert er veel, onder andere dat bomen kunnen praten, zingen en ogen, oren, een neus en een mond hebben. Hij raakt bevriend met de boommensen en krijgt van de fabelachtige vogel Garuda een geluksveer en een wonderfluit. Wanneer hij toch terugloopt naar zijn familie, ziet hij de kankantri naar hem knipogen!
Tot slot een legendarische uitspraak van een Noord-Amerikaanse indianenstam tijdens de oorlog tegen de Amerikanen:

‘Als jullie de laatste rivier vervuild hebben,
als de laatste vis gevangen is,
als de lucht te vies is om in te ademen,
en als de laatste boom is omgehakt,...
Dan zullen jullie je te laat realiseren,
dat je al je geld niet kunt opeten!’