Posts tonen met het label Toppenberg Alwin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Toppenberg Alwin. Alle posts tonen

donderdag 23 januari 2014

Literaire Tertulia van Dutch Caribbean Book Club

Amateuristische lezing van Debrot door Walter Palm


Eerste druk 1935
door Henry Habibe

Op initiatief van Dutch Caribbean Book Club (DCBC) werd op 9 november 2013 in Den Haag voor de zoveelste keer aandacht besteed aan de bekende novelle Mijn zuster de negerin van Cola Debrot. Spreker, de heer Walter Palm, gaf daarvan wat hij zelf noemde ‘een andere visie’  dan de reeds bestaande. Hij deelde mee dat hij bij een herlezing van de novelle ‘tot zijn verrassing tot een andere kijk’ was gekomen, namelijk: ‘de labiele geestestoestand van de hoofdpersoon trok mijn aandacht en niet zozeer de rassenrelaties waar deze novelle uit 1935 om bekend staat’. Hierna volgde een samenvatting van het bewuste werk en kwam de spreker, na een vrij onsamenhangende uiteenzetting over wat hij als de ‘vorm’ beschouwde, tot de conclusie dat Mijn zuster de negerin een ‘magisch-realistische inslag’ heeft.

Opmerkelijk is dat het niet tot de spreker schijnt te zijn doorgedrongen dat het hier gaat om een raciaal thema (Négritude). De hoofdpersoon geeft – aldus Debrot - de voorkeur aan een negerin boven de blanke vrouw in Europa. Tegen het einde van het verhaal, nadat de hoofdpersoon een hele tijd gemijmerd heeft over het zwarte meisje uit zijn jeugd, voelde hij ‘onweerstaanbaar de drang in zich opkomen om naar de kamer van Maria [het negermeisje uit zijn jeugd] te gaan’. Debrot heeft dit thema op een hoogst eigen wijze behandeld.
Editie 1955

In plaats van de novelle aan een min of meer stilistische benadering te onderwerpen en zoveel mogelijk binnen een passende historische context, wijkt Palm daarvan af en gaat op zoek naar aspecten van psychologische aard (hallucinaties, zelfmoordneigingen) en  veronderstelt dat daarmee reeds van een ‘magisch-realistische inslag’ sprake is.  Hij gaat als volgt te werk. Nadat hij (aan het begin) als een tweede ‘reden’ had gegeven waarom de hoofdpersoon naar Curaçao teruggekeerd was, week hij af van het raciale thema en probeerde elders voorbeelden te vinden (dus uit andere werken) om daarmee de vermeende ‘magisch-realistische inslag’ van Mijn zuster de negerin te signaleren. Dit is wat ik een ‘extra-literaire vlucht’ zou willen noemen. De spreker verlaat immers de tekst, die hij zich voorgenomen had te bespreken. Zo verwijst hij naar een kort verhaal van Daphne du Maurier (‘Don’t look now’) omdat daarin sprake is van ‘het zien van een schim’. Meent hij misschien dat hij zodoende het Magisch Realisme reeds gedefinieerd heeft? Ook deelt hij mee dat het gedicht ‘Wie weet Malinda’ van Debrot ‘geen deel uitmaakt van de novelle’. Desalniettemin stelt hij (zonder het aan te tonen!) dat de ‘magisch-realistische sfeer’ uit dat gedicht ook in  de novelle aanwezig is.
Elfde druk

De spreker meende bovendien dat, aangezien Debrot bevriend was met de Nederlandse magisch-realistische schilder Carel Willink, zijn novelle ook elementen moet bevatten van het Magisch Realisme. Zonder deze literaire tendens te hebben gedefinieerd of minstens aan te geven wat hij daaronder verstaat, gaat hij over tot de volgende verkondiging: ‘Is Mijn zuster de negerin met zijn magisch-realistische inslag een voorloper van de magisch realistische roman, zoals die in de jaren zestig in de Latijns Amerikaanse literatuur doorbrak met Cien años de soledad van de Colombiaanse auteur Gabriel García Márquez?’ (Palm noemt ook La casa de los espíritus van Isabel Allende).

Uit Palms verhaal blijkt niet wat hij met ‘magisch realistische inslag’ bedoelde. De ene keer gaat hij bij Du Maurier te rade (wiens tekst uit 1971 dateert, terwijl die van Debrot uit 1935), een andere keer baseert hij zich op de ‘sfeer’ uit een heel andere tekst van Debrot, in de veronderstelling dat beide werken vanzelfsprekend dezelfde ‘sfeer’ moeten ademen. Het toppunt van deze ‘amateuristische’ benadering wordt aan het eind bereikt met de vrij groteske uitspraak: ‘García Márquez, maar ook (...) Isabel Allende (...) zouden niet opkijken van de passage in Mijn zuster de negerin waarin Frits Ruprecht wordt besprongen door “iemand  of iets met gloeiende ogen” als hij in Miraflores de voormalige slaapkamer van zijn ouders binnen wil gaan’. Beide Latijns-Amerikaanse auteurs zouden – volgens mij – juist in lachen uitbarsten bij het constateren dat Ruprecht de schrik te pakken had (‘… Doodsbleek smeet hij [Ruprecht] de deur weer dicht. Het angstzweet brak hem uit…’). In de werken van García Márquez en Allende gaat het juist niet om het zich distanciëren van de ‘mysterieuze’ verschijnselen, maar om een ‘zich daarin onderdompelen’ om die op een min of meer indringende wijze te omschrijven. Dat gebeurt soms aan de hand van sterk hyperbolische elementen.
Derde druk

Fantastische verhalen hebben altijd bestaan. Het Magisch Realisme is echter een postmodernistische stroming in de schilderkunst, die zich ook in de literatuur manifesteerde en wel aan het eind van de jaren veertig met werken als El Reino de este mundo van de Cubaan Alejo Carpentier. Men denke daarbij ook aan werken als Kafka’s De Metamorfose. Mijn zuster de negerin willen beschouwen als een novelle met een ‘magisch realistische inslag’ is louter een wishfull thinking van de heer Palm.

Er kan gesteld worden dat deze bijeenkomst van de Dutch Caribbean Book Club geslaagd was. Alleen was er niet voldoende gelegenheid om te discussiëren. Vooral het gesproken ‘In memoriam Jules de Palm’ door de bekende Arubaanse pianist Alwin Toppenberg omvatte veel interessante informatie over de Curaçaose schrijver. De moderator, Darlène Westmaas, kweet zich goed van haar taak. Er heerste een heel ontspannen sfeer onder het publiek. Het succes was mede te danken aan de inspanningen van de actieve voorzitter van Dutch Caribbean Book Club, Magda Lacroes.


donderdag 12 december 2013

'Muziek laat poëzie zweven'

door Otti Thomas

Amsterdam - Het verzoek om werk van Caribische dichters op muziek te zetten, leidde deels tot herkenbare, maar vooral ook tot ongebruikelijke en gedurfde nieuwe composities. Het resultaat was afgelopen vrijdag te horen tijdens de vijfde editie van de Caraïbische Letterendag in Amsterdam.
"De werkgroep Caraïbische Letteren is waarschijnlijk de meest dynamische werkgroep van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde,'' zei Lilian Conçalves-Ho Kang You, de eerste voorzitter van de werkgroep, halverwege het programma in de Openbaar Bibliotheek van Amsterdam. "We geven uitvoering aan onze missie om artistieke vernieuwing te stimuleren met gedichten op muziek.''

Uitvoering van De lussen van Faverey voor blaaskwintet van Margriet Hoenderdos

Van artistieke vernieuwing was er zeker sprake. In De Lussen van Hans Faverey bijvoorbeeld. Het was de eerste keer dat de compositie ten gehore werd gebracht, hoewel Margriet Hoenderdos het stuk al in 1990 schreef in samenwerking met de Surinaams-Nederlandse dichter Faverey. Met een schijnbaar gebrek aan onderlinge afstemming tussen de partijen voor althobo, klarinet, basklarinet, fagot en hoorn werd een ode gebracht aan de complexiteit van zijn gedichten. De consistente herhaling van deze disharmonie zorgde voor een enigszins herkenbaar patroon, vergelijkbaar met de terugkerende bewegingen in Favery's taalgebruik.

V.l.n.r. mezzosopraan Fanny Alofs, componist René Samson en koorleden Hanna Samson en Ella Rombouts en slagwerkster Tatiaana Koleva in Cultuurtuin Kawina van Samson


Gedurfd was ook Cultuurtuin Kawina, een compositie van de Surinamer René Samson op gedichten van landgenoten Michaël Slory en Bernardo Ashetu voor een ongebruikelijk gezelschap van een mezzosopraan, slagwerker, een achtergrondkoortje en drie dansers. Alweer leek de uitvoering weinig samenhang te hebben op het eerste gezicht of gehoor. Toch bleek de mezzosopraan geschikt voor een dramatische roep om hulp in het gedicht Waar ben je van Ashetu en werd zijn gedicht Kinderspel ondersteund door de bewegingen van de dansers.

Het Randal Corsen Quatet met v.l.n.r. Randal Corsen, Jeanninne La Rose, Vernon Chatlein en Jean-Jacques Rojer


Aanstekelijk
In vergelijking met beide voorgenoemde uitvoeringen waren de composities van Curaçaoënaar Randal Corsen een stuk toegankelijker. Ook dit waren allerminst 'gewone' liedjes, maar de relatie tussen de muziek en de tekst was wel duidelijker. Corsen transformeerde de gedichten van de Curaçaose Lucille Berry-Haseth tot kleine opera's. De partijen voor piano, percussie en gitaar waren soms tot het minimaal noodzakelijk beperkt, bijvoorbeeld in het liefdesgedicht Konfiansa of in Misterio, waarin de zin van het leven centraal staat. Maar in Pesadia (Nachtmerrie) over het persoonlijk onvermogen om de tambú te dansen als gevolg van het verbod, klonk de percussie onheilspellend. Het enthousiasme van Corsen, Vernon Chatlein, Jean-Jacques Rojer en vooral zangeres Jeannine La Rose werkt bovendien aanstekelijk.

Alwin Toppenberg

Datzelfde was het geval tijdens de eerste en de laatste voordracht van de avond. Alwin Toppenberg had overduidelijk veel plezier bij het spelen van zes bekende walsen op piano, waaronder Atardi van Rudy Plaate en zijn eigen Much'i Scol. En de Titi-band onder leiding van de Surinaamse componist en gitarist Dave MacDonald zorgde voor een passende en feestelijke afsluiting met muziek op teksten van dichters Trefossa, R. Dobru en Shrinivási.

Presentatrice Noraly Beyer, bestuurslid van de werkgroep Caraïbische Letteren had een treffende omschrijving van de avond. "Poëzie gaat zweven met muziek en muziek krijgt vleugels door de poëzie.''

[uit Amigoe, 9 december 2013]

Foto's © Jean van Lingen



 
De Tiri-band van Dave MacDonald

zondag 8 december 2013

Lustrumviering in foto's

De viering van het eerste lustrum van de Caraïbische Letterendagen van de Werkgroep Caraïbische Letteren, in beelden gevangen door Jean van Lingen.



Een tot de nok toe gevulde zaal

Alwin Toppenberg


Randal Corsen en Jeannine la Rose

Randal Corsen, pianist, bandleider en componist


Jean-Jacques Rojer, gitaren

Vernon Chatlein, percussie

Eerste voorzitter Lilian Gonçalves-Ho Kang You

Cultuurtuin kawina, voor slagwerk, mezzosopraan, koor en ballet; muziek van René Samson

Slagwerkster Tatina Koleva



Mezzosopraan Fanny Alofs en componist René Samson




Manoushka Zeegelaar, John Leerdam, Maarten van Hinte en Paulette Smit

Bas Geerts

Blaaskwintet speelt De lussen van Faverey van Margriet Hoenderdos


Robert-Harman Sordam van de Tiri-band

De Tiri-band van Dave MacDonald

Lucas Shepherd van de Tiri-band

Raj Mohan van de Tiri-band

Dave MacDonald

Raj Mohan, Lesley Joseph, Rolanda van Embricqs; tekst van Trefossa

Tekst van R. Dobru

Dave MacDonald en Sanne Landvreugd

Rolanda van Embricqs

De presentatie was in handen van Noraly Beyer

Bloemen bij de finale

woensdag 20 november 2013

Alwin Toppenberg opent lustrumviering Werkgroep Caraïbische Letteren

De Arubaanse pianist Alwin Toppenberg zal op vrijdag 6 december a.s. de viering van het eerste lustrum van de Caraïbische Letterendag - gewijd aan poëzie & muziek - openen.
 
Alwin Toppenberg
Alwin Genardo Toppenberg werd op 19 januari 1940 geboren in Aruba. Hij was het vijfde kind in een gezin van 8 jongens en 2 meisjes. Alwin toonde al op jonge leeftijd een groot talent voor muziek en sport. Vanaf zijn negende jaar speelde Alwin piano en bleek hij zowel een goede honkbalwerper als een basket- en volleyballer te zijn.

Na afronding van de 3e HBS vertrok Alwin in 1957 op 17-jarige leeftijd naar Nederland om in Rotterdam de HBS-B af te maken. Tussentijds werkte hij in het ziekenhuis waar al gauw zijn liefde ontstond voor het laboratoriumonderzoek. Alwin koos uiteindelijk vastberaden voor de analistenopleiding.

Als werkstudent behaalde Alwin achtereenvolgens de akte MO-A Natuur- en Scheikunde en de akte MO-B Scheikunde. In 1974 heeft hij met goed gevolg het Doctoraalexamen Scheikunde afgelegd aan de Universiteit Leiden met als hoofdvak: Organische Chemie, bijvak: Anorganische Chemie en derde richting Theoretische Organische Chemie.

In het schooljaar 1968-1969 is Alwin begonnen met het lesgeven. Aanvankelijk aan het Voortgezet Onderwijs en later aan het HBO en het MBO. In 1975 vertrok Alwin naar Aruba waar hij in het schooljaar 1975-1976 aan het Colegio Arubano les gaf in de vakken Scheikunde en Natuurkunde. Ook was hij vanaf 1975-1978 verbonden aan de Antilliaanse Lerarenopleiding in Aruba waar hij belast was met het opzetten van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs voor de tweedegraads bevoegdheid voor de vakken Biologie en Scheikunde. Onder zijn leiding werd de Applicatiecursus Scheikunde voor MAVO- en LBO-docenten gegeven waarbij genoemde docenten her- en bijgeschoold werden.

Van 1976-1978 had hij de leiding van de Antilliaanse Lerarenopleiding. Als voorzitter van het bestuur van de Arubaanse Muziekschool en als directeur van de Antilliaanse Lerarenopleiding heeft Alwin ervoor gezorgd dat aan de Antilliaanse Lerarenopleiding – in samenwerking met de docenten van de Arubaanse Muziekschool - de opleiding ter verkrijging van de LO-akte Muziek werd gegeven. In het bijzonder was deze opleiding bestemd voor zittende leerkrachten. Op deze manier kon het muziekonderwijs op de basisscholen worden verbeterd met als gevolg dat meer kinderen lessen zouden volgen aan de Arubaanse Muziekschool.

In 1978 keerde Alwin terug naar Nederland waar hij weer in dienst trad bij het Van Leeuwenhoek Instituut in Delft waar Hoger Laboratorium Onderwijs (HLO) werd gegeven. Deze HBO-opleiding is later overgegaan in de Hogeschool Rotterdam.

In 1980 begon Alwin op verzoek van de heer dr. Jules de Palm als studiementor voor de studenten van het eilandgebied Curaçao, welke taak hij uitvoerde tot 1989. Alwin was als studiementor verbonden aan het Centraal Bureau Toezicht Curaçaose Bursalen (het CBTCB) onder leiding van de heer Jules de Palm. In 1983 was Alwin naast Miro Dabian en Jaime Kelly medeoprichter van het Mentorenteam dat de Arubaanse studenten ging begeleiden. Als studiementor voor het eilandgebied Aruba heeft hij deze taak tot 1 september 2005 vervuld.

Naast het mentorschap heeft Alwin zich ook bezig gehouden op andere maatschappelijke fronten. In de Nederlandse honkbalwereld heeft hij zich een uitstekende derde en tweede honkman getoond bij onder meer de eersteklasser Storks en later de hoofdklasser ADO. Ook op het gebied van organiseren deed Alwin van zich spreken. Hij is de grote motor geweest achter de honkbalwedstrijden Aruba vs Curaçao die jaarlijks werden gespeeld respectievelijk op de  internationale honkbaltoernooien, ‘de Haarlemse Honkbalweek’ en het ‘World Port Tournament’ van Rotterdam. Tot op heden is Alwin ook lid van de Commissie van Beroep Strafzaken van de Nederlandse honkbalbond (KNBSB).

Van 1959 tot en met 1975 heeft Alwin pianoles gehad van de bekende pianopedagoog Dolf Daey Ouwens in Den Haag, een ex-leerling van de beroemde Franse pianist Robert Casadesus.
Ook heeft hij zanglessen gevolgd bij de bekende alt Rijkje Wolleswinkel in Den Haag.

Reeds op 17-jarige leeftijd was hij in 1957 de pianist en de artistieke leider van “Los Ducques Del Caribe” die veel furore maakte vooral onder de jongeren in Aruba.
 
In de 1960's bij "Los Ases Latinos" (Pedro Velasquez, Harry Rodriguez, Franklin Dap, Eddy Palm en Alwin Toppenberg) 
In Nederland is hij jarenlang actief geweest als artistieke leider van de onder alle Antilliaanse en Arubaanse studenten bekende band “Los Ases Latinos”. Met de groep “Los Ases Latinos o.l.v. Alwin Toppenberg” trad Alwin in verschillende plaatsen in Nederland op.

Ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum van de Arubaanse Kunstkring heeft Alwin op 25 augustus 1996 een pianorecital gegeven in het “Cas di Cultura” (Cultureel Centrum Aruba). Tijdens dit recital heeft hij werken van de componisten Paradisi, Debussy, Mozart, Schubert, Liszt , Von Weber en Chopin ten gehore gebracht.

In maart en april 2007 en juni 2008 gaf Alwin in het programma Muziek met een praatje van de Regentenkamer in Den Haag, de aanwezigen door zijn zang en zijn spel een beeld van de Antilliaanse en Arubaanse muziek. In Aruba heeft dit plaats gevonden in oktober 2008 in het Cultureel Centrum Aruba (CCA). Bij al deze gelegenheden was de zaal in een vroegtijdig stadium uitverkocht. Ook treedt Alwin vaak op met de bekende schrijfster Yvonne Keuls.
 
Alwin Toppenberg en Yvonne Keuls
Ook als componist heeft Alwin van zich doen spreken. Hij heeft verschillende walsen en tumba’s gecomponeerd w.o. Much’i scol, Placa, placa en 50 Aña, danki die hij componeerde ter gelegenheid van het 50-jarige huwelijksfeest van zijn ouders in 1982. Bij het Festival di Cancion Himno y Bandera in Aruba in maart 1983, heeft zijn compositie Aruba de eerste prijs gewonnen.
Met de compositie Mamai su Wals heeft hij in 1995 zijn moeder verrast bij de viering van haar 85e verjaardag. In 2010 heeft hij ter gelegenheid van de 90e verjaardag van Padu Lampe de wals Padu del Caribe, 90 aña gecomponeerd. De teksten van al zijn composities zijn geschreven door zijn vriend Denis Henriquez, een bekend schrijver van cabaret, toneel en musicals.

In april 2002 heeft Hare Majesteit De Koningin Alwin benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn belangeloos en buitengewone bijdrage en inzet voor de Nederlandse, Antilliaanse en Arubaanse samenleving.

In 2006 is hem de 'Lifetime Achievement Passaat Award' uitgereikt als waardering voor hetgeen hij o.a. op muzikaal gebied heeft gedaan.


Programma

Het programma dat Alwin Toppenberg op 6 december zal spelen:

               
1.            Juliana,                Wals      Luis Belasco
               
2.            Much’i Scol,       Wals      Alwin Toppenberg
               
3.            Mama, Wals      Rómolo Bonifacio
               
4.            Atardi,  Wals      Rudy Plaate
               
5.            Potpourri,           Tumba  Folklore
               
6.            Parara,   Tumba  Folklore

                

----
Voor de lustrumviering is nog maar een zeer beperkt aantal kaarten verkrijgbaar. Voor het bestellen van deze kaarten - goedkoper bij voorintekening - klik hier voor meer informatie.


donderdag 24 oktober 2013

Literaire middag Dutch Caribbean Book Club

Het zout van Bonaire

Dutch Caribbean Book Club nodigt u uit voor een literaire middag op zaterdag 9 november 2013 van 12.00 tot 16.00 uur in Theater De Vaillant Den Haag. Heeft u de roman Mijn zuster de negerin van Cola Debrot gelezen? En wilt u deelnemen aan een boeiende discussie waarbij Walter Palm als discussieleider zal optreden? Bezoek dan deze literaire middag.
1e druk van Mijn zuster de negerin (1935)

Ook het boek Bonaire, zout en koloniale geschiedenis van Boi Antoin en Cees Luckhardt komt aan de orde. Cees Luckhardt geeft een lezing hierover. We zullen tevens stilstaan bij het heengaan van Jules de Palm. Alwin Toppenberg zal een ‘in memoriam’ uitspreken. In november bestaat Dutch Caribbean Book Club 1 jaar. We blikken terug op onze activiteiten en kijken vooruit naar onze bijeenkomsten in 2014. Dansgroep Caribbean Dance Flamboyan zal acte de présence geven met dansstijlen als de Seú en de onvergetelijke Remailo.

Aanmelden: dutchcaribbeanbookclub@gmail.com
Toegang: € 5,00
Datum: zaterdag 9 november 2013 van 12.00 tot 16.00 uur
Locatie: Theater De Vaillant, Hobbemastraat 120, 2526 JS Den Haag
Routebeschrijving: http://www.devaillant.nl/over-het-theater/adres-en-openingstijden/item172 Parkeren: In de omgeving van Theater De Vaillant kunt u van 9.00-24.00 uur alleen tegen betaling parkeren. Pinnen of chippen.

Bezoek onze website: www.dutchcaribbeanbookclub.wordpress.com