![]() |
| Gabriël Metsu - De keukenmeid |
![]() |
| Willem Claesz Heda - Stilleven met bokaal |
Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
![]() |
| Gabriël Metsu - De keukenmeid |
![]() |
| Willem Claesz Heda - Stilleven met bokaal |
akers van angst” .1) Ze beschrijven dit als een manier van afstand nemen zodat ze als het ware boven de dingen van de dagelijkse ellende staan; het is een poging onaanraakbaar te worden, onaantastbaar. Zo houdt de Curaçaoënaar zijn eigenheid en trots, waardoor hij in staat is de dingen op zijn eigen manier te doen. Het is volgens de schrijvers een bron van vitaliteit; de Curaçaoënaar kan zichzelf zo handhaven, sterker nog: uitgroeien tot een persoonlijkheid. En dit is – zoals Sloterdijk opmerkt – de positieve kant van de thymos, de energie die de puls tot leven op gang houdt, de andere kant van de destructieve woede.2) Bij dat afstand kunnen nemen komt ook onmiddellijk de kracht van de ironie naar voren. Marcha zegt: “Een eiland waar men met gevoel voor zelfspot zegt dat men kampioen is in het ten onder gaan”. 3)| Curaçao: de entree van Campo Alegre. Foto © Michiel van Kempen |
walging drijft en waarbij mensen in hun extreme spot geen grens meer lijken te kennen en het ijzingwekkend cynisme aan het oppervlak komt. Nadat Paul Rosenmüller en Cees Maas in september 2011 een kort onderzoek naar integriteit van bewindspersonen op Curaçao hadden afgesloten, werd op Facebook een aantal gemanipuleerde foto’s van o.a. Rosenmüller, minister Donner en de PVV-politicus Wilders geplaatst in Wehrmacht- of SS-uniformen of afgebeeld als nazibons. 6) In het Antilliaans Dagblad verscheen hierover een artikel met bijbehorende foto’s. De verwijzing en de boodschap zijn duidelijk. Zelfs Rosenmüller, die in Nederland zo ongeveer als de verpersoonlijking wordt gezien van politiek correct gedrag, is als nazi en racist afgebeeld. Onontkoombaar en ongenaakbaar brandmerkt men hem op een ontluisterende manier met de grote R van racist. Het is gitzwarte ironie, gemaakt door zelfgenoegzame nihilisten, die geen grens meer kennen. Men drijft de beschaming door tot troebele verwijzing tot het niveau van persoonlijk geweld.![]() |
| Alle foto's © Dushi Photos |



Toen ik mijn dozen en boekenrek doorspitte op deze gedachten, noteerde ik: ras, racisme, historicisme, volk, identiteit, voedingswortel van de geschiedenis, kolonialisme, angst, zwijgen, slavernij, slachtofferisme en ook vitaliteit, bewustzijn, trots, ontwikkeling, emancipatie, verwaarlozing. Is het dat? Wil men het hier niet over hebben? Wie niet? Er is schaamte over de schaamte. Ook dat hebben we eerder geconstateerd. Er is angst óm de angst. Zwijgen over het zwijgen zelf. Wie zwijgt? Ook naar de mot
ieven van dat zwijgen, moeten we raden. Natuurlijk, er zijn misschien altijd formele redenen, zoals afspraken over wie wat mag of kan zeggen, enz. Dan nog… er zijn even zoveel mogelijkheden om wel wat te zeggen. En redenen? Beweegredenen? Waarom zouden we er iets over willen zeggen? Er is geen mogelijkheid dit in een of twee alinea’s samen te vatten. De enige mogelijkheid is confrontatie. Er is veel geschreven ook óver die confrontatie, die pathetische omhelzing, zoals ik het noem. Er is echter nooit écht onderzoek naar gedaan, zoals anderen zeggen. Ik verwijs hier onder andere naar Marcha en Verweel, maar ook naar Rose Mary Allen; hun beschouwingen zijn steeds vanuit de (eenzijdige) Curaçaose – Afro-Caribische – invalshoek gedaan. Zij hebben om begrijpelijke redenen de intentie de problematische positie van de zwarte bevolking te tonen: hun schaamtepositie. Ook wordt Hoetink heel veel geciteerd. Deze socioloog is vooral bekend geworden om zijn theorie over het somatische ideaalbeeld en de segmentering van de oude Curaçaose samenleving. Onder- en bovenschikking langs de scheidslijn van huidskleur staan hier centraal. Daarnaast is er de laatste jaren heel veel gepubliceerd over bijvoorbeeld de geschiedenis, het kolonialisme, de herkomst en afstamming, enz.
Maar ook met deze hernieuwde aandacht en focus komen de gesprekken over de kern van de omknelling niet op gang. De stilte blijft, hoewel er veel geschreeuwd wordt.
Om meer inzicht te krijgen in de aard en de ruimte die het zwijgen inneemt, gaan we kijken wat anderen hiervan zeggen. Ik heb in dit boek al eerder de Franse filosoof Finkielkraut te hulp geroepen. Hij vraagt zich af hoe romans ons kunnen helpen bij het gewone leven om hierbij onszelf meer richting te geven. Hij bespreekt het boek van Philip Roth De menselijke smet 1) . Hierin komt dit zwijgen op een andere manier naar voren. Coleman Silk is in dit boek een decaan aan een hogere school in de VS. Hij is een zwarte Amerikaan, maar hij heeft een blanke huid. Hierdoor ziet iedereen hem als blanke. Hij draagt dit als een geheim met zich mee. Op een dag wordt hij beschuldigd van racisme doordat hij twee zwarte studenten (die hij nooit eerder heeft gezien en waarvan hij niet eens weet dat het zwarte studenten zijn) zou hebben beledigd om hun huidskleur. Het incident is een misverstand, maar Coleman wordt vervolgd. Hij neemt ontslag en hij neemt een besluit: hij zal voortaan zelf als “kleurloze” door het leven gaan. Dit zal hem niet helpen.Finkielkraut haalt Alexis de Tocqueville aan die in zijn De la démocratie en Amérique over de Amerikaanse tragedie zegt dat dit niet zozeer de slavernij betref
t als wel “de combinatie van ‘het immateriële en blijvende feit van het ras’. Daarin zit een fataliteit die door de vrijmaking onvoldoende doorbroken wordt, want ‘de herinnering aan de slavernij berooft het ras van zijn eer en het ras handhaaft de herinnering aan de slavernij’. Een afstammeling van slaven kan op die situatie reageren door zich uitdagend, onverstoorbaar waardig of overdreven slaafs te gedragen 2) . Maar hij moet wel een begin met een antwoord maken. Hij is ertoe veroordeeld te reageren en te reageren als lid van een gemeenschap. Hij is altijd al het initiatief en de onafhankelijkheid kwijtgeraakt. Hij is niet meer de baas over zijn leven, maar, in onderworpenheid of opstandigheid, de slaaf van zijn kleur”. 3)En – vervolgt Finkielkraut – omdat hij als slaaf van zijn kleur aan die fataliteit verbonden bleef – het was een “essentie” – kon hij ook geen deel uitmaken van de genesis van de mens. Het wegzenden uit het paradijs door God omdat Adam tot weten was gekomen (of tot besef), houdt tevens de belofte in van vrijheid: de mens moet voortaan zélf bepalen – naar eigen vrije wil – hoe hij zijn leven inricht. Zoals ik in het vorige hoofdstuk zei, is het het lot van de mens te weten in vrijheid, maar dat op straffe van verlies van het paradijs. Door de gebondenheid aan de huidskleur als herinnering en hét kenmerk van het slaaf-zijn, kán die Adam niet zwart zijn: “…, de zichtbaarheid van de zwarten bepaalt (…) op tirannieke wijze hun identiteit en hun eigennaam blijft aan hun soortnaam geketend. Zwart zijn blijft onvergetelijk, terwijl de blanken vrij om al dan niet belang aan hun huidskleur te hechten. Een zwart gezicht is zwart en daarna pas gezicht. Een bleek gezicht is in de eerste plaats gezicht” 4) .
En dus besluit Coleman kleurloos te worden, zodat hem die belofte van vrijheid ten deel kan vallen. Hij wordt niet blank en ook niet zwart. Hij wil ontsnappen aan het “ons”, zoals Finkielkraut dat noemt en hij wordt op die manier de pionier van het “ik”. Hij had echter geen rekening gehouden met een ander “wij” 5) .“Dat wij stond verdekt opgesteld op hem te wachten en liet hem struikelen door hem van racisme te betichten, hem, wiens hele leven protest tegen de racistische stigmatisering en ontindividualisering was”. En racist ben je niet zomaar van de ene dag op de andere. Je bent racist vanaf dag één van je geboorte. Finkielkraut noemt dit een genadeloos determinisme, waaraan hij – Coleman Silk – niet kon ontsnappen. “De R van ‘Racist’ is zijn ingebrande letter en die letter is onuitwisbaar”. Het is de omkering van het kenmerk als de gebrandmerkte slaaf in vroeger dagen. Dit is de smet, de menselijke smet die op hem rust. En de veroordelaars die dat onvoorwaardelijke en absolute merk hebben uitgedeeld, zoeken hun toevlucht en bescherming in het omhulsel van een “collectieve identiteit”. Ze lopen weg voor hun vrijheid en verantwoordelijkheid doordat ze niet op basis van hun verdienste of prestatie handelen, maar op basis van hun verleden, voedingswortel of huidskleur. En – zoals Finkielkraut verder opmerkt – bestaat er uiteraard geen rechtvaardiger zaak dan die der gelijkwaardigheid van de mensen en de strijd tegen rassendiscriminatie is meer dan gerechtvaardigd, maar “achter goede bedoelingen gaat soms ressentiment schuil”. En de antiracistische geest die – dikwijls gevoed door politieke correctheid – in veel streken heerst, “verdrijft de geest van vervolging niet maar blaast hem nieuwe krachten in. Het beest is geveld; dat wat de tijdgeest niettemin zo moeilijk verteerbaar maakt, is de gelijkenis tussen het zegevierende correcte denken en de als schandelijk gehekelde slechte gedachten”.6)
Hieronder vormt zich de trilling van het zwijgen, de angst van de schaamte waar we niet aan blootgesteld willen worden en in de stilte broeit het verwijt … de zinderende dreiging dat iedereen weet.[wordt vervolgd, klik hier]
2) Bij deze passage moet ik denken aan een situatie in de serie over de slavernij van de NTR. Roué Verveer is een van de presentatoren. Hij is van Surinaamse afkomst en gaat op zoek naar zijn voorouders. Het blijkt dat een van zijn voorouders als slaaf heeft gewerkt op de plantage Barbados. Hij weet ook de afstammeling van de (blanke) plantagehouder van desbetreffende plantage uit die tijd te achterhalen en gaat bij hem op bezoek. Deze laatste blijkt zelf ook voorouders te hebben die zwart waren. Verveer vraagt hem of hij ook niet trots is op deze (ook zwarte) afkomst. De man antwoordt hem dat het niet aangaat trots te zijn op afkomst; het is geen verdienste van jezelf. Over afstamming heb je niets te zeggen gehad en daar kan je niet prat op gaan. (Verveer zelf heeft via een DNA-onderzoek achterhaald dat hij afkomstig moet zijn van mensen die zijn afgevoerd uit Ghana. Hij zou afstammeling zijn van het “t
rotse” Ashantivolk en dat straalt ook op hem af, zo laat hij blijken).
Foto rechts: Slavenpaal, Christoffelpark, Curaçao
3) Finkielkraut, Een intelligent hart, pag 182 – 183.
4) Finkielkraut, Een intelligent hart, pag 183 – 184.5) Finkielkraut, Een intelligent hart, pag 188
6) Finkielkraut, Een intelligent hart, pag 189 – 191. Coleman Silk wordt na deze affaire nogmaals op de slachtbank gelegd en dan op die van de seksuele moraal, waarbij hem verweten wordt een veel jongere vrouw dan hijzelf seksueel uit te buiten “een door seks bepaalde verschijningsvorm van ongelijkheid tussen man en vrouw”. Dit wordt Coleman duidelijk gemaakt door een briefje dat hij krijgt van een vrouwelijke collega en dat luidt als volgt: “Iedereen weet dat jij een half zo oude, mishandelde analfabete seksueel uitbuit”. Dat “iedereen weet”. Het is, zoals Finkielkraut schrijft, het sinistere refrein van de “de menselijke smet”. Iedereen weet: “het gewicht van het cliché stort neer op het werkelijke leven. Iedereen weet: een gezichtsloze verteller formatteert de menselijke wereld. Iedereen weet: de mensen die zich van de traditie hebben vrijgemaakt worden afhankelijk van de publieke opinie; de leegte die de zichtbare macht van de gemeenschap heeft achtergelaten, wordt opgevuld door een anonieme sociale macht.”



[RNW, 29 maart 2011]
er tot priester wijdde tijdens een plechtige mis in de kerk van Santa Anna. Heel Curaçao, maar vooral de wijk Otrabanda, vierde feest. Vol ijver begon Amado Römer aan zijn pastoraal werk en combineerde dit met zijn intensieve sociale contacten in het missiewerk, zoals in de door hem opgezette kredietverenigingen. Het leek alsof de klokken en de uitgelatenheid bij zijn wijding zijn blijven doorklinken in zijn enthousiaste toewijding aan zijn missiewerk.
en wapen was om de eigen identiteit te beschermen tegen de invloed en inmenging van Nederlandse overheersers, lijkt dit wapen zich nu tegen de mensen zelf te keren en de Curaçaoënaar te belemmeren vrij te zijn in eigen land. De Curaçaoënaar houdt zijn mening voor zich uit angst voor represailles, levert kritiek als de ander buiten gehoorafstand is en regelt zaken liever via een omweg. Omdat deze cultuur van angst nauwelijks onderzocht is, besloten Valdemar Marcha en Paul Verweel tot een verkenning van het begrip. Naast theoretische studie, spraken zij met een diversiteit aan mensen over hun ervaringen met en hun denkbeelden over de aanwezigheid van een cultuur van angst op Curaçao. Dit levert een beeld op van een eiland vol tegenstellingen, van kracht en kwetsbaarheid, humor en somberheid, hoop en wanhoop.
| Curaçao, Landhuis Daniël. Foto © Michiel van Kempen |
Het tweede bed; Trouw en tolerantie op CuraçaoValdemar Marcha, Paul Verweel & Jacqueline Werkman
h interviewen talrijke gesprekken gevoerd met vrouwen uit uiteenlopende sociaal-maatschappelijke posities en opleidingen. Daaruit komt een helder en redelijk eensgezind beeld naar voren over de oorzaken van de afwezige Curaçaose man. Zijn afwezigheid wordt niet gezien als een bewuste keuze of als zijn wil. Het is een complex cultureel verschijnsel dat door mannen én vrouwen in stand wordt gehouden. Het veranderen van die situatie vergt een cultuuromslag. Ook daarvoor geven de geïnterviewde vrouwen talrijke originele suggesties.