Posts tonen met het label Anansi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Anansi. Alle posts tonen

zaterdag 10 augustus 2013

Anansi Masters in Curaçao

Painting by Lorraine Rosalia

Riffort Renaissance Curacao Resort & Casino in collaboration with Mon Art Gallery and Kas di Kultura is currently exhibiting a selection of paintings from 'Anansi Masters'. Curaçao artists include Wendell Tielman, Lorraine Rosalia, Joan van Leeuwen, Merly Trappenberg, Nataly Pas and Morgaine Parris, as well as students of the Adriana Academy. The clever spider packs a moral punch and made its way to three different continents (Europe, Africa, Americas) over the past few centuries. Jean Hellwig's Anansi Masters aims to connect these continents through their Anansi (or Kweku Ananse or Kompa Nanzi, Ananansa, even Aunt Nancy) stories. His website includes recordings of over 50 Kompa Nanzi stories - in Twi, Papiamentu and Dutch - keeping this oral tradition alive in our digital age.


Forgot the plot of your favorite story? You'll find it on www.anansimasters.net

woensdag 7 augustus 2013

Tori’s tussen teloorgang en opleving

The end: Verhaaltraditie tussen teloorgang en opleving

Vertelavonden, wedstrijden, workshops: men zou kunnen denken dat tori’s nog op ieders lippen liggen. Maar afgezien van georganiseerde events die de vertelkunst levend houden: wie vertelt eigenlijk nog verhalen? Heeft de traditie een toekomst? Een speurtocht naar plaatsen en mensen die het kunnen weten.


Guillaume Pool. Foto © Parbode

Donderdag, 14 februari. Valentijnsdag. In Tori Oso, letterlijk ‘het verhalenhuis’, wordt het langzaam druk. Vooral dames van wie het haar al grijst, zoeken naar een vrije plaats. Soms onder begeleiding van jongere vrouwen. Hun dochters? Men kent elkaar, begroet elkaar met een luid ‘Hallo’ of bosi’s. Koppels zie je nauwelijks, terwijl vanavond toch echt de kracht van de liefde centraal staat. Zodra de voorstelling begint, luisteren de gasten gespannen wat ‘Hilli en Gilli’, een alias voor Hilli Arduin en Guilliaume Pool, te vertellen hebben: over een jongeman die verliefd wordt op de ‘Watramama’, bijvoorbeeld. Maar vooral wordt gelachen: hard en vanuit het hart. En gezongen. Als Pool twee traditionele liederen in het Sranan aanheft, zingen de bejaarde dames krachtig mee. De jongeren kijken verwonderd rond. “Ik vind het jammer, dat deze mooie volkszang verdwijnt. Ervoor in de plaats komt enkel ‘tsch... tsch...tsch...’”, schertst Pool, en imiteert een HipHop-performance. Een grap, maar wel een met een kern van waarheid. Hoe staat het eigenlijk met de orale traditie, en vooral met de verhaaltraditie?
Hilli Arduin. Foto © RNW

Verhalen verdwijnen
“Mijn ervaring is dat het vertellen van verhalen verdwijnt. Dat is jammer”, vindt Hilli Arduin. De vertelkunstenares, met als woonplaatsen Amsterdam en Paramaribo, geeft naast voorstellingen ook workshops waar mensen kunnen leren een boeiend verhaal te vertellen. Bovendien gebruikt Arduin als psycholoog en orthopedagoog haar verhalen bij het werken met kinderen en jongeren. Wat van de orale traditie blijft bestaan, is volgens haar een bijzondere manier van communicatie: “Terwijl ze in Europa informatie zakelijk doorgeven, brengt men in Caribische landen en in Suriname de boodschap vertellend door.” Volgens haar collega Guillaume Pool leeft de traditie alleen nog in het binnenland. “De verhalen zijn er noodzakelijk om kennis over te brengen aan volgende generaties.” De beroepsverteller weet dat sommige Inheemsen het vertellen nog gebruiken in hun opvoedingssysteem. “Er zijn stammen waarin kinderen niet bestraft worden bij gedragsproblemen. In plaats daarvan probeert men met verhalen het gedrag te corrigeren.” Dat geldt volgens hem echter niet voor Paramaribo. “Helaas! In de stad zijn er hier en daar nog oudere mensen of leerkrachten die verhalen vertellen. Soms ook ouders, die er nog tijd voor hebben. Maar de massa doet het niet meer.” Zowel Arduin als Pool kan zich nog goed de tijd herinneren dat het vertellen van tori’s in hun gezinnen een belangrijk ritueel was: “Mijn moeder en oma vertelden altijd verhalen. Altijd!”, benadrukt Arduin. Zij hebben haar de liefde voor verhalen met de paplepel ingegoten. Pools grootmoeder maakte van een verhaal een klein feestje: “Wij moesten daarbij zingen en spelletjes spelen.”

Schalen met lekkernijen staan klaar voor een Dede Oso (Avond voor de begrafenis) in het Surinaamse binnenland. Foto © Marco Bleeker

Rouwplechtigheden
Een grote rol speelde het vertellen ook bij de rouwbijeenkomsten, herinnert de verteller zich: “Acht dagen naar een begrafenis vond een sessie plaats, de aitidei, waarbij de hele nacht tot de ochtend door verhalen werden verteld. Vaak sliep ik als kind erbij in en wanneer ik weer wakker werd, waren ze nog steeds bezig met vertellen.” Het ritueel begon altijd met een vaststaande formulering, waarop een raadsel volgde. Daarna begon het eigenlijke verhaal, waarbij het publiek mocht interrumperen, op de manier van ‘ik was er ook’. “Daardoor ontstond een fantastische dialoog”, vertelt Pool in vuur en vlam. “Er waren professionele vertellers, die niets anders deden dan dat. Voor hun voordrachten kregen ze te drinken en te eten, en zo liepen ze van de ene naar de andere rouwceremonie.” Wilgo Baarn en Humbert Oosterwolde, beiden verbonden aan de Afro- Surinaamse vereniging Naks, weten dat er bij rouwfeesten in de stad nog wel eens verhalen worden verteld. Zowel op de singi neti als op de aitidei daarna.
Wilgo Baarn. Foto © Ramon Keijzer

Tegenwoordig kiezen families echter voor een kortere ceremonie op de vooravond. Vroeger begon de avond om acht uur, en ging door tot vijf uur in de ochtend. Tegenwoordig is het vaak al om twaalf uur voorbij. “Dat heeft te maken met fysieke omstandigheden: want op de dag van de begrafenis moet er nog zo veel worden gedaan en daarvoor willen de gezinsleden graag uitgerust zijn.” Juist na twaalf uur begint men traditioneel te vertellen, dus wordt het steeds vaker weggelaten. “Maar vooral in de districten staan de ouderen er nog op, dat de ceremonie tot vijf uur doorgaat”, aldus Oosterwolde. De aitidei moet de mensen afleiden en een gezellige sfeer brengen. “Dat is eerder een lekker feestje, en vertellen mag dan ook voor twaalf uur”, legt Oosterwolde uit. Hij is zelf trouwens een van de weinige jonge vaders die nog traditionele verhalen aan zijn kinderen vertelt. Inspiratie daarvoor krijgt hij van zijn schoonvader: “Hij kent heel wat verhalen, die hij me vaak vertelt als wij op de kostgrond bezig zijn. Zijn eigen kinderen hebben er geen belangstelling voor, maar ik wel.” Van deze verhalen maakt hij aantekeningen, om ze later thuis aan zijn kinderen op zijn eigen manier te vertellen. Meestal zijn het Anansitori’s. Op de vraag of vertellingen ook in de toekomst nog een rol spelen in het stadsleven, reageert Baarn sceptisch: “Ik ben bang van niet. Alleen de rouwrituelen blijven voorlopig nog, en zelfs daarbij wordt het niet meer zo veel gedaan. Echte vertellers zijn er eigenlijk niet meer.” In de Marrondorpen valt het nog erg mee, volgens Ifna Vrede van de Stichting Fonds Ontwikkeling Binnenland. Behalve bij de rouwplechtigheden, worden ook bij andere ceremoniële activiteiten zoals geboortes, huwelijken, en het volwassen verklaren van jongeren nog verhalen verteld, met zang of iets anders als intermezzo. “Maar ook tijdens de vrije uurtjes, onder een boom of bij de veranda van de hut is er altijd een grootoom of -tante die aan overdracht doet, die zijn of haar wijsheid met je deelt”, weet Vrede.
Michiel van Kempen. Foto © Sanne Landvreugd

Pyjai-verhalen
Als je over de verhaaltraditie in Suriname wilt praten, praat je echter niet alleen over de traditie van de stadscreolen en Marrons. Zo rijk het land aan culturen is, zo rijk is het ook aan vertellingen. Michiel van Kempen heeft in 2003 de verschillende genres in zijn standaardwerk Een geschiedenis van de Surinaamse Literatuur verzameld: zo kennen de Inheemsen bijvoorbeeld verhalen over het dagelijkse leven, over zeden, geschiedenis en de magische pyjai-verhalen. In de orale cultuur van Marrons en Creolen vind je de beroemde vertellingen over de spin Anansi of fostentori, ‘vroegeretijdverhalen’ met een bijzondere sacrale kracht. De hindoes verbinden hun epen Ramayana en Mahabharata met vertelkunst en de Javaanse verhalen over het konijn Kantjil zijn vergelijkbaar met de Anansitori’s. Verhalen uit de hele wereld dus, die in Suriname samenkwamen, lange tijd naast elkaar bestonden – en zich soms ook vermengden.

Nardo Aluman
“Mijn vader was bijvoorbeeld niet specifiek een Karaïbse, maar een Surinaamse verteller: hij vertelde Anansitori’s”, herinnert Nardo Aloema zich. De schrijver uit Christiaankondre in Galibi was werkzaam bij de afdeling Cultuurstudies van het ministerie van Onderwijs en was voorzitter van de Organisatie van Inheemsen in Suriname (OIS). Het is interessant, wat Michiel van Kempen in de jaren negentig over het dorp Galibi ontdekte. De Karaïbse cultuur kwam volgens hem tijdens het militaire regime en de Binnenlandse Oorlog onder druk te staan. De sociaaleconomische crisis zorgde ervoor dat vele jonge mensen de dorpen verlieten, zodat die uiteindelijk vergrijsden. Met het overlijden van de oudere inwoners verdween dus ook de culturele kennis. Alleen Galibi, grotendeels onaangetast gebleven door de oorlog, kon zijn oorspronkelijke cultuur bewaren. En dat is volgens Aloema ten dele nog steeds zo: “Iedereen beheerst nog de Karaïbse taal, zelfs de kinderen leren die nog vanaf hun geboorte. Er bestaat zelfs een eigen radiozender in het Karaïbs.” Hij schat dat er nog zo ongeveer twintig vertellers bestaan, met een leeftijd van vijftig jaar en ouder. Echte, ouderwetse Karaïbse vertellers zijn er echter heel weinig. “Want daarvoor moet je pyjai zijn.”

Een pyjai (sjamaan). Foto © Ingrid Moesan
Om pyjai, een geestelijke leider of sjamaan, te worden, is een jarenlange opleiding nodig. Tijdens deze training leer je bijvoorbeeld met de geestenwereld te communiceren, maar ook de oude Karaïbse verhalen en liederen. Op initiatief van jongere dorpsbewoners werden er in de jaren tachtig culturele organisaties opgezet, die zich onder andere met het vastleggen van orale vertellingen bezighielden om ze voor verdwijnen te behoeden. Sinds 1983 bestaat onder andere Stichting Oemari, waaruit de toneelgroep Epakadono ontstond, met Aloema als mede-oprichter. “In deze tijd begon zoiets als een bewustwordingsproces in heel Suriname: bij de inheemsen ontstonden bijvoorbeeld organisaties voor Karaïbse en Arowakse zang en dans”, bevestigt hij. Ondanks die initiatieven lijkt er ook in Galibi niet meer vaak meer verteld te worden. “Verhalen levend houden is moeilijker dan liederen en dansen, omdat ze vroeger niet opgeschreven werden.” Tegenwoordig wordt volgens Aloema, behalve bij feesten, bijna niet meer verteld. Soms nog in gezinsverband, maar daar schijnt het eveneens te verdwijnen. En ook als opvoedingselement raakt het in onbruik. Volgens Aloema kennen de jongeren de oude Karaïbse verhalen uit Galibi niet meer. Om dit te veranderen, is werkt hij aan een boek over deze vertellingen. Ze zullen tweetalig, in het Karaïbs en in het Nederlands, verschijnen. “Het zijn zulke mooie verhalen. Het is jammer dat ze niet meer verspreid worden, niet in Galibi en niet in Suriname.”
Ston-eiland in het Brokopondostuwmeer dat de transmigratie van Saramakaners op gang bracht. Foto © Kisiki Photo

Veranderde maatschappij
De redenen voor de teloorgang van de verhaaltraditie in Suriname liggen volgens de deskundigen in de veranderde maatschappij. Er blijft gewoon geen tijd meer over voor verhalen: “De vader werkt, de moeder werkt, oma’s werken, opa’s werken. Vroeger was het al om zes uur avond, om acht uur ging men al slapen. Vandaag werkt men dan nog – en daarna kijkt men tv en luistert men naar de radio in plaats van naar verhalen”, beargumenteert Arduin. Ifna Vrede bevestigt deze visie: “Dat de verhaaltraditie in de kuststreken aan het verdwijnen is, komt volgens mij door de nieuwe technologische ontwikkelingen, dus radio, tv, dvd’s en zo verder. Men stopt tijd in studie, sociale media, disco, muziek en andere moderne bezigheden. Hierdoor heeft men weinig ruimte om naar elkaars verhalen te luisteren, vooral op een traditionele manier.” 
JawJaw: een merkteken op een herbouwde woning geeft
aan hoe hoog het water kwam

Michiel van Kempen brengt de oorzaken terug tot de formule ‘kerstening, urbanisatie, verwestersing en technologisering’. Bovendien benoemt hij een specifiek Surinaamse reden: de transmigratie die volgde op de aanleg van het stuwmeer. Daardoor werden veel mensen naar de stad gedreven, waardoor zij zich vervreemdden van het traditionele leven. ‘Maar ook voor degenen die aan de rivieren bleven wonen, heeft de transmigratie een grote mentaliteitsverandering teweeggebracht. Weinig jongeren vonden wat zij verwacht hadden, met als gevolg afbrokkeling van het gezag van de ouderen, onverschilligheid en criminaliteit’, constateert Van Kempen in zijn boek. Het vertellen van verhalen raakte daardoor op de achtergrond.

Jacobkondre, Saramacca


Uitdrukkingsmiddel 
Als de verhaaltraditie in Suriname uitsterft, verdwijnen niet alleen de verhalen, maar ook een heleboel functies ervan. Pool geeft net als Arduin workshops voor toekomstige verhalenvertellers. Hij laat de handout voor de colleges zien, waarin hij ook belangrijke kwaliteiten van verhalen heeft opgesomd. “Door verhalen geef je zoveel normen en waarden mee. Het is niet alleen zonde, het is bijna een misdaad dat deze traditie verdwijnt.” Daarnaast dienen ze ter amusement, voor het doorgeven van informatie, maar ook voor het bewaren van cultureel erfgoed. Volgens Pool zouden verhalen goed tot hun recht komen in het onderwijs: “Daarin moet het ten eerste worden opgenomen.” Zo bevordert het de taalontwikkeling en het concentratievermogen. Bovendien kunnen gedragscorrecties via verhalen bereikt worden, omdat een kind tijdens een vertelling openstaat voor een leerproces, aldus Pool. Daarnaast kunnen verhalen ook een middel zijn om zorgen en spanningen te verwerken en om zich uit te drukken. Dat ervoer Pool toen hij uitgenodigd was om in jeugddetentiecentrum Opa Doeli te komen vertellen. “De meisjes waren in het begin bange vogeltjes, maar ook de jongens waren timide. En aan het einde dansten ze! Dat was een openbaring!” Hij zou graag zien dat het verhalen vertellen een vaste ritueel wordt bij Opa Doeli: “Daarmee kan je de jongeren enthousiast maken om zelf het verhaal achter hun ‘misdaad’ te maken. Want een kind wordt niet zomaar crimineel.”

Wilmart
Wilmart Jacobus is zeventien jaar oud en zit op de Mulo in Paramaribo. Hij is bescheiden en toch een kleine ster op zijn school. Want: hij is een verteller. Een goede verteller! Het mag zo zijn dat de verhaaltraditie aan het verdwijnen is en dat mensen klagen dat de jongeren er geen belangstelling meer voor hebben: Wilmart bewijst het tegendeel. Zijn verhalen verzint hij zelf, of hij vertelt verhalen die hij van vroeger kent, maar zijn publiek niet. Vroeger, daarmee bedoelt hij zijn kinderjaren in Jaw Jaw: “’s Avonds zaten wij regelmatig samen en vertelden verhalen. Dat gebeurde spontaan, meestal in de weekenden.” Vooral de verhalen van zijn opa, maar ook van de radio in het binnenland zijn inspiratie voor hem. Wanneer hij samen is met zijn vrienden vragen ze hem altijd om iets te vertellen. “Tijdens vrije lesuren moet ik voor de klas gaan staan en mijn verhalen voordragen.” Dat gebeurt dan in het Nederlands. Het zijn vertellingen over Anansi, maar ook over Wilmarts vrienden en hemzelf. Al toen hij acht jaar was begon hij tori’s te verzinnen en aan zijn vrienden te vertellen. “Wanneer ik thuis ben en rustig zit, dan komt er vaak een idee voor een nieuw verhaal. En als ik aan het vertellen ben, heb ik steeds nieuwe invallen over hoe het verder moet gaan. Dat kan dan een heel lang verhaal worden”, beschrijft hij enthousiast. Op de vraag of hij nu spontaan iets wil vertellen, kijkt hij een momentje geconcentreerd naar beneden, dan uit het raam. Hij glimlacht en begint een verhaal over een tocht door het bos met zijn vrienden, waarbij ze een dier schieten en ontdekken dat het een gouden tand heeft. Wilmart wil later niet per se terug naar het binnenland: “Ik vind Paramaribo leuker.” En van de oude tradities, zoals de rouwceremoniën, houdt hij ook niet. “Nee, nee, dat is niets voor ons jongeren.” Maar verhalen op zich vindt hij belangrijk: “De mensen willen soms lachen, plezier hebben, dat kunnen verhalen bereiken.” Volgens hem zijn ook jonge mensen enthousiast over verhalen – hijzelf en zijn publiek zijn het beste bewijs. Ook in toekomst wil hij verhalen vertellen, misschien ook iets schrijven. “Ik wil het tenminste proberen.”
Paloemeu. Foto © Kiski Photo

Einde
Mensen houden van verhalen – maar vertellen, dat doen de meesten, vooral de jongeren niet meer. Ja, er zijn uitzonderingen zoals Wilmart. Ja, er zijn regelmatig bijeenkomsten en er worden boeken gepubliceerd waarin de oude verhalen vastgelegd zijn. En ja, er wordt door vertellers als Arduin en Pool veel gedaan om verhalen in de opvoeding te integreren. Of daardoor het vertellen een heropleving tegemoet kan zien, dat weet niemand. Je kunt maatschappelijke veranderingen niet tegenhouden. Je moet met de tijd meegaan. Dat weet ook Wilgo Baarn van Naks: “Als je je tradities kent, kan je alles ermee doen. Wie weet, misschien komt ook de rapmuziek van onze oude verhalen, daar steekt toch ook altijd een vertelling in?” Hij knippert met zijn ogen, lacht – en begint te rappen.

[uit Parbode, 1 mei 2013]

woensdag 26 december 2012

Gevoelens op de grens – de mentale worsteling die migraties meebrengt



door Koen Stuyck

In zijn laatste boek Het vacuüm van de kosmopoliet analyseert Walter Lotens de verschillende statuten die mensen innemen in een samenleving wanneer ze daar om één of andere reden niet geworteld zijn. Dat kan gaan over nieuwe of oude immigranten maar evengoed over mensen die geboren en getogen zijn in hun ‘nieuwe’ samenleving.

Lotens praat met migranten in Antwerpen maar ook in het Caraïbische Suriname en Curaçao. De motieven van deze zeer verschillende mensen blijken opmerkelijke overeenkomsten te vertonen. Daarna legt hij deze getuigenissen voor aan o.m. Ludo Abicht, Rik Pinxten, Ronald Commers en Eric Corijn.

Het spreekt voor zich dat dit geen af verhaal is, wel een zeer verdienstelijke poging om het scala aan menselijke gevoelens die horen bij migratie te inventariseren. Walter Lotens spreekt over zijn gesprekspartners als "tussenfiguren." Wanneer hij de gesprekken die hij heeft met verschillende migranten analyseert blijken al deze mensen tegelijk ‘insider’ en ‘outsider,’ het product van een vermenging die echter nooit helemaal oplost. Ook immigranten van de tweede en zelfs derde generatie kunnen zich 'vreemdeling in een vreemd land' voelen.

Foto Hemant Kerkrade

In de inleiding luidt het al: "ieder van ons heeft in zijn hoofd een eigen aardrijkskunde." Een migrant verhuist niet alleen met zijn familie en heel zijn hebben en houden, maar ook met zijn geheugen. Lotens beschrijft zijn boek als een zoektocht naar de aardrijkskunde van de ziel. Via uitvoerige gesprekken probeert hij de mentale worsteling in kaart te brengen van mensen die zich in een tussenpositie bevinden. En dat levert heel wat stof tot nadenken op. Zo heeft Pepe Correa het over de haast archetypische situatie waarbij hij door iemand wordt voorgesteld en dat zijn ‘anderszijn’ er uitdrukkelijk aan wordt toegevoegd: "hier is Pepe, de Chileen." Alsof het een waarschuwing betreft. Deze Chileense Antwerpenaar houdt er een bescheiden zelfbeeld op na. Een kosmopoliet vind hij een te groot en te rijk woord om zichzelf te beschrijven. "Ik voel mij geen wereldburger, ik ben een beetje Chileen en een beetje Belg." Correa heeft met andere woorden ambiguë gevoelens.
En die ambiguïteit, daarover gaat dit boek. Want mensen leven met concrete gevoelens die geënt zijn op reële contexten, in het land waar ze vandaag wonen en werken of in landen waar ze ervoor gewoond hebben. Dat alles in tegenstelling tot het containerbegrip ‘de kosmopoliet,’ waarover je na lezing van dit en de auteurs eerdere boeken alleen maar kan besluiten dat het over een fictie gaat. Wellicht zijn alle zelfverklaarde kosmopolieten die vanuit onze westerse wereld met haar hedendaagse hedonistische moraal de wereld afreizen enkel zelf overtuigd van hun ‘wereldburgerschap.’ Maar hebben ze daarvoor steekhoudende argumenten? Ludo Abicht vindt alvast van niet. Hij heeft geen hoge pet op van wie zich met een kosmopolitische verwaandheid boven de alledaagse problemen van de mensen meent te kunnen plaatsen. Hij beschuldigt ze zelfs van "intentionele steriliteit."

...intentionele steriliteit...

Het kosmopolitisme is anders gezegd een abstract product van het modernisme (en niet het enige) dat van nature voluntaristisch en universalistisch wordt ingevuld door haar grootste supporters. De meeste mensen kunnen er zich eigenlijk niets bij voorstellen. Natuurlijk is er niets mis met dromen van een betere wereld. Het probleem ontstaat wanneer een bepaalde dominante cultuur, ondersteund door een reële economische en politieke macht, het kosmopolitisme claimt als zijnde de universele oplossing voor de menselijke samenlevingsproblemen. En dat is een syndroom dat vooral mensen in het Westen parten speelt.

Terug naar de tussenervaringen van Lotens’ gesprekspartners. Dezelfde Pepe Correa zegt dat zijn land van herkomst hem ("ons") nog steeds toebehoort. "Zijn geografie, zijn landschap, zijn klimaat, zijn keuken, zijn volkstradities…" Hij is een contamineerde persoon geworden want op reis in Chili kan hij evengoed heimwee krijgen naar België.

Door de gesprekken komen ook echte universele patronen naar boven. Zoals het verhaal van de Surinaamse spin Anansi, dat overal in de Caraïbische wereld terugkomt. Anansi is een fabeldiertje dat meereisde met de slaven van de Afrikaanse kusten naar de plantages. Een sympathiek underdog beestje dat via allerlei ongeoorloofde praktijken vrij en vrolijk weet te overleven. De pendant dus van Reinaert de Vos bij ons, of oompje Duivel in Bolivia of Kantjil in Indonesië. Universele overlevingsstrategieën. De verzetcultuur van het volk.

Met dit boek komt Lotens steeds dichter bij wat hij wil zeggen lijkt het wel. De verbondenheid van mensen met hun land, hun geschiedenis, hun familie, maar ook met de nieuwe verhalen die ze leren wanneer ze andere horizonten opzoeken, die verbondenheid is een wezenskenmerk van onze soort. En dat heeft wellicht te maken met het feit dat we over een geheugen beschikken waarmee we onze identiteit niet op een biologische maar wel op een virtuele manier kunnen construeren. Het "vacuüm van de kosmopoliet" is wat mij betreft Lotens interessantste boek tot nog toe.

Walter Lotens, Het vacuüm van de kosmopoliet, uitg. Pelckmans Kapellen, (2008), ISBN 978-90-289-4233-2


[van Uitpers, nr. 107, 10de jrg., maart 2009]

vrijdag 28 september 2012

Anansi Torch Bearers: gratis download

The Torch Bearers of the New Earth by L. Asamadi Breeveld. An introduction to the law of Attraction. For the whole family. A motivational adventure of Anansi the wise man.

Almost everything around us is proof that success is assured, by putting the power of consciousness to good use. You are (consciously or unconsciously) randomly or by the grace of love intentionally, creating your destiny. The person to whom this truth has been revealed, for such paradise is no longer concealed.
 
Product Details
  • File Size: 5278 KB
  • Print Length: 92 pages
  • Publisher: JMPR Foundation; 1e edition (September 24, 2012)
  • Sold by: Amazon Digital Services, Inc.
  • Language: English
Een downloadactie van een gratis boek i.v.m Upliftment projecten in Afrika. Tot 30 september 2012 vanuit je luie stoel gratis te downloaden! Klik hier.

dinsdag 5 juni 2012

Tamboerlied


(Op de wijs van Di'e 30 mei, mama, van Shon Colá)


Als Nanzi Shon Arei is, mama
Wie neemt ie dan te grazen?
Altijd sluw om niet te werken
Leeft van onze poen.
Tamburero, geef me vuur
Laat de wiri raspen,
Chapiman, los een vonk,
Shon Arei = Shon Araña
Zijn pak staat chique, zijn kapsel goed,
Hij weet wel heel goed wattie doet
Pakt hij een andere natie?
Of toch zijn eigen pueblo?
Hij is zo wijs en veel op reis,
Van Schottegat naar Paradeis,
Nanzi’s bank is uit balans
Verandert plus gewoon naar min
Van overvloed tekorten
(koor:) Overschot en tekorten
Van plus naar min
(koor:) Overschot en tekorten
Uit balans
Etc.
Nanzi's bank
(koor)
van Paradeis
(koor)
naar Schottegat
(koor)
Shon Araña
(koor)
en Shi Lareina
(koor)
van onze poen
(koor)
etc


zaterdag 28 april 2012

Nanzi in de polder

Fred de Haas blikt in deze woelige tijden die worden gekenmerkt door allerlei politieke streken eens terug op het leven van meesteroplichter Nanzi, naar aanleiding van de verhalenbundel Compa Nanzi’s Capriolen van Joan Leslie.


De verhalen van Nanzi maken onlosmakelijk deel uit van het Caraïbisch erfgoed. Tienduizenden Caribeños hebben als kind ademloos geluisterd naar de streken die de Afrikaanse Spin uithaalde met mensen en dieren die vaak groter waren dan hijzelf.

In 1952 verzamelde de Curaçaose onderwijzeres Nilda Jesurun Pinto een dertigtal Cuentanan di Nanzi die een eerste heruitgave beleefden in 1965.

De toenmalige Inspecteur van Onderwijs, de heer P.T.M. Sprockel (every inch a gentleman) bedankte Nilda Pinto in zijn voorwoord voor het feit dat zij de kinderen weer in contact had gebracht met de producten van hun eigen cultuur: ‘Hopi anjanan largoe nos a poerba di laga toer cos coe ta netamente Antiano for di nos ensenjanza. Pero semper tabatin algun persona coe tabata sinti coe e rumbo di nos educación mester di un cambio. Un di nan tabata senjorita Nilda Pinto’ (Jarenlang hebben we ons best gedaan om alles wat echt Antilliaans was buiten ons onderwijs te houden. Maar altijd was er wel iemand die aanvoelde dat ons onderwijs een verandering van richting nodig had. Een van die mensen was Juffrouw Nilda Pinto). Aldus Tirso Sprockel in 1965!

De door Nilda Jesurun Pinto verzamelde verhalen zijn in 2005 nogmaals ondergebracht in de tweetalige Curaçaose prachtuitgave Kon Nanzi a nèk Shon Arei (Hoe Nanzi de Koning beetnam). In 2011 is Nanzi, ditmaal vrijwillig, de Oceaan overgestoken om nieuwe streken uit te halen in Nederland in Compa Nanzi’s Capriolen van Joan Leslie (foto).

Wie kent niet de naam van dat gemene spinnetje dat zonder al te veel kleerscheuren de overtocht maakte van West-Afrika naar de andere kant van de Atlantische Oceaan om zich voor altijd te nestelen in het Zuiden van de Verenigde Staten en het Caraïbisch gebied?

Natuurlijk was de gedwongen emigrant Nanzi liever bij zijn voorouders in Afrika gebleven, maar veel keus had ie driehonderd jaar geleden niet. In de ‘Nieuwe Wereld’ vestigde hij zich in het geheugen en het verhaaltalent van de talloos velen die met hem de oversteek maakten om eeuwenlang te worden verkwanseld aan Europese kooplui en plantagehouders: mensen die heden ten dage deel uitmaken van een nieuwe Creoolse samenleving.


Overal in het Caraïbisch gebied duikt Nanzi op. Ook op de Antillen, waar zijn schavuitenstreken in de 20e eeuw werden opgetekend door de – jong gestorven –  Curaçaose onderwijzeres Nilda Jesurun Pinto in haar Cuentanan di Nanzi (1952), waarvan ik een publicatie uit 1965 vóór me heb liggen. Nanzi en zijn gezin kijken me vanaf de omslag schalks aan, gezeten op de rug van die onnozele Cha Tiger, de tijger.

Het boekje van Nilda Pinto heeft de basis gevormd van de latere tweetalige prachtuitgave Kon Nanzi a nèk Shon Arei / Hoe Nanzi de Koning beetnam (Zirkoon Uitgevers, Amsterdam, 2005), waarvan de Nederlandse tekst werd verzorgd door Wim Baart en Lieke van Duin en de Papiamentse tekst werd gemoderniseerd en omgezet in de nieuwe Curaçaose spelling door Sidney Joubert en Hubert Lemmens. Ook de Arubaanse schrijfster Joan Lesley werd door de figuur van Nanzi geïnspireerd tot het schrijven van haar Compa Nanzi’s Capriolen, waarover straks meer.



Nanzi: spin of mens?

In verhaal no. 28 uit het boekje van Nilda Pinto (‘Com aranja a nace na Corsouw’) en in het eerste verhaal van de luxe uitgave uit 2005 (‘Kon araña a nase na Kòrsou / Hoe de spin op Curaçao geboren werd’) wordt de lezer definitief op het verkeerde been gezet. Uit dit verhaal blijkt dat Nanzi zijn vrouw en kinderen per ongeluk op magische wijze in spinnen verandert. Maar het antwoord op de vraag of Nanzi zelf óók een spin wordt blijft, merkwaardig genoeg, in het midden en wordt overgelaten aan de tekenaars en illustrators. In het boekje van Nilda Pinto is Nanzi een spin, maar in de uitgave van 2005 stellen de tekenaars Nanzi nu eens als mens voor (Hans Leydekkers), dan weer als mens en als spin (Doesjka Bramlage), als een soort ‘alien’ met spinnenpoten (Capricorne), als gestyleerde spin met een jongenskop en haaientanden (Marenthe Otten) of als een fantasiefiguur met spinnenpoten (Anton Vrede). Doesjka Bramlage en de illustratrice Mirelva Romano komen het dichtst in de buurt van de illustraties uit het boekje van Nilda Pinto uit 1965. De naam van de illustrator uit 1965 wordt – slordig genoeg -  niet duidelijk vermeld in het boekje. Waarschijnlijk is het een zekere Dalenoord.


Nanzi’s karakter

Elk kind moet lachen om de streken van Nanzi, maar op de keper beschouwd is Nanzi allesbehalve een prettige figuur. Hij is hebzuchtig, lui, impulsief, vals en gemeen. Hij is een rasoplichter, een moordenaar en een huichelaar die niet aarzelt om vrouw en kinderen te bedriegen en te bestelen als hem dit goed uitkomt. Hij is de ideale figuur om alle -  latent aanwezige - slechte eigenschappen die in elk mens huizen te verpersoonlijken. En als de verhalen goed worden verteld of voorgelezen hebben ze een geweldig louterend effect. Ze zijn echter minder geschikt om alleen maar gelezen te worden. Daarvoor zijn ze vaak te flauw en gaan daardoor snel vervelen. Ze hebben echt de saus van de voordracht nodig. Maar sommige verhalen zijn ook leuk om te lezen zoals ‘Cha Nanzi en Temekú-Temebè’ (p. 57, uitgave 2005), ‘Hoe Nanzi de duivel beetnam’ (p. 70, idem), ‘Een weddenschap van Nanzi’ (p.75, idem).



Nanzi op Curaçao

De verhalen die Nilda Pinto heeft verzameld spelen zich af op Curaçao. Nanzi is voortdurend bezig om geld en voedsel te organiseren, in de eerste plaats voor zichzelf en vervolgens voor zijn gezin, dat vrolijk en medeplichtig schranst en schrokt van het eten dat vader – meestal tot schade en schande van anderen - heeft weten te ritselen.

Je vindt in de verhalen om die reden veel verwijzingen naar planten, vruchten en gerechten uit de Curaçaose keuken: guave (sappige subtropische vrucht), zuurzak (idem), pompoen, kadushi (cactussoep), shimaruku (West-Indische kersen), empaná (vleesparteitje), warapa (tamarinde met water en bruine suiker), funchi (maïsmeel, water en zout), tutu (maïsmeel, bonen en spek), awakati (avocado) etc. Ook dieren als de chuchubi (een lijstersoort) en de warawara (een roofvogel) spelen een rol.

Als de dieren elkaar niet voortdurend streken zouden leveren zou je je in een Hof van Eden kunnen wanen. De slang, de tijger, de kat, de bok, de schildpad en de spin leven min of meer vreedzaam samen. Alles is mogelijk in dat ‘paradijs’. Nanzi gaat, als goed katholiek en behept met een CDA-achtige mentaliteit, op bezoek bij God en de duivel met wie hij op een ‘jij en jou’ basis omgaat. Nanzi gaat ook braaf met zijn vrouw en kinderen naar de katholieke vroegmis nadat hij even daarvoor een gemene rotstreek met iemand heeft uitgehaald.



Nanzi in de polder

De Arubaanse schrijfster Joan Leslie heeft Nanzi een nieuw jasje aangetrokken in een boek dat onlangs is verschenen bij Uitgeverij In de Knipscheer onder de titel Compa Nanzi’s Capriolen. De illustratie van Wendela de Vries op de omslag van het boekje is fraai, maar past meer op de omslag van een haute coutureblad dan op een boek over Nanzi.

In haar voorwoord schrijft Joan Leslie dat Nanzi in haar verhalen een mens is die niemand een kwaad hart toedraagt. Dit laatste wordt echter ruimschoots gelogenstraft in de verhalen zelf!


In Compa Nanzi’s Capriolen leeft Nanzi in onze moderne tijd. In Amsterdam nog wel. Het Sodom en Gomorra van de Nederlandse multiculturele samenleving! We worden meegenomen naar de wereld van de Blackberry, de GSM, bling-bling. Tante Es, piercings, tatoeages, koopavonden, Marco Borsato, de laptop, de Gouden Gids, Oprah Winfrey, de Voedselbank en Boer Zoekt Vrouw. We zitten midden in het multiculturele Nederland en er wordt ruim baan gemaakt voor spottende verwijzingen naar populistisch politieke partijen als ‘Trots op Nederland’. We komen ook een hybride ‘Rita Verburg’ tegen, een symbiose van de voormalige ministers Rita Verdonk met haar ‘valse lach’ en de truttig overkomende Gerda Verburg. Venijnige kritiek wordt geleverd op het huichelachtige begrip ‘Vrijheid van Meningsuiting’ dat wordt misbruikt om allochtonen te vernederen. Maar je kan in het boekje ook lachen om een verhitte discussie over de benaming ‘Negerzoenen’ (een prachtnaam voor een Hollandse met chocola omhulde lekkernij) die – zogenaamd -  als discriminerend wordt ervaren, maar door Rita Verburg met hand en tand wordt verdedigd. We discussiëren er vrolijk op los tussen de frikandellen, bitterballen, poffertjes, funchi, bakbananen, roti, oliebollen en tompoezen. Daartussendoor duiken ‘Geert’ en ‘Rita’ op van wie de eerste zich ‘ontheemd voelt in zijn eigen land’ en de tweede vindt dat ‘ze’ moeten ‘afblijven van onze (lees: Nederlandse) taal en cultuur’. En Nanzi doet een duit in het zakje door allerlei wraakzuchtige kunstjes te flikken zoals het stoppen van Tabasco-saus in de ‘Negerzoenen’, die daardoor net iets te pittig worden…Net goed voor Rita!

De personen in de verhalen luisteren naar halftropische schertsnamen als ‘Limousino Burrico (een chauffeur) en Shon Macho, Marokkaanse namen als Mevrouw Bouaza, onvervalste Nederlandse als Toos, Harrie, Jan-Peter (!) en Geert (!), maar we komen ook ouderwetse Curaçaose namen tegen als Cha Tiger (Heer Tijger), Shon Leon (Mijnheer de Leeuw), Compa Iguana (Kameraad Leguaan), Compa Tortuga (Kameraad Schildpad), Compa Chubato (Kameraad Bok), etc. Daarom is het soms moeilijk voor te stellen dat we met gewone mensen te doen hebben en niet met dieren.

Het boekje is, kortom, één grote satire  met oplichter Nanzi als leidende figuur.



Nanzi volgt een inburgeringscursus

Soms worden we in het boek ineens verplaatst naar Curaçao waar Minister ‘Rita Verburg’ zich over alles en nog wat uitlaat in minder vleiende bewoordingen. Zo heeft ze het over het Papiaments als ‘dat rare taaltje’. Rita noemt Nederland ook steevast het ‘moederland’ en belooft Nanzi een verblijfsvergunning in haar land als ie er blijk van geeft dat hij het Wilhelmus uit zijn hoofd kan zingen. Nanzi laat zich dat geen twee keer zeggen en grijpt zijn kans. Bij aankomst op Schiphol doet hij een sjerp om, zwaait met een oranje vlag en zingt uit volle borst het Wilhelmus. Rita geeft hem vervolgens een verblijfsvergunning. Ze is immers ‘recht door zee’.

Eenmaal in Nederland houdt Nanzi zich vaak braaf aan de wet en volgt een inburgeringscursus waar hij veel leert over drop eten, honden uitlaten, klompen (de nationale Nederlandse schoenen, nietwaar) en de Elfstedentocht. Uiterst nuttig allemaal.

Omgekeerd merkt hij dat Nederlanders weinig ingeburgerd zijn wat de Antilliaanse achtergronden betreft. Ze vieren Bevrijdingsdag maar weten niets of zeer weinig van Tula (de slaaf die in 1795 opstond tegen het koloniale gezag), Anton de Kom (een Surinamer die meedeed in het Nederlandse Verzet), Karpata (medestander van Tula), Boy Ecury (Arubaans-Nederlandse verzetstrijder in de Tweede Wereldoorlog) en George Maduro (Curaçaose verzetstrijder in de Tweede Wereldoorlog) naar wie ‘Madurodam’ is vernoemd.

De schrijfster heeft niet alleen een kritische blik voor de blanke Nederlander, maar richt zich soms ook verwijtend tot de donkere ‘rappers’ die ten onrechte het criminele leven verheerlijken.

Nanzi’s Capriolen zou uitstekend geschikt zijn om dienst te doen bij inburgeringslessen al was het maar omdat het boek een uitgebreid en ironisch perspectief biedt op de gewoonten in Nederland en de multiculturele problematiek. De auteur geeft er blijk van dat ze een uitstekende kijk heeft op het reilen en zeilen van onze volkse multiculti samenleving.

Vooral Antillianen zullen aan het lezen van dit boekje veel plezier beleven en het zou leuk zijn als ook Tante Es (Jurgen Raymann) het eens zou bespreken op een van zijn tropische TV-avonden.



Joan Leslie
Compa Nanzi’s Capriolen
ISBN 978-90-6265-692-9
Uitgeverij In de Knipscheer 

dinsdag 6 maart 2012

Anansi Masters on Curaçao


by Jean Hellwig

Anansi Masters Curaçao: IT WAS A BIG SUCCES!!! Nineteen storytellers showed up, professionals and non-professionals, young and old, male and female. We started at 7.30pm with a minute of silence to commemorate the passing of three important Curaçao writers/artists: Irene van Grieken, Nydia Ecury and Erich Zielinski. Then Rendel Rosalia and his musicians opened with a beautiful welcoming song and a special Nanzi song. Kompa Nanzi himself showed up to greet the children who were present and even inspired three kids to tell their stories. Sixteen adults gave their versions of a Nanzi story, some with their own musical accompaniment. Ròi Colastica presented the evening with flair and humour for an audience of two hundred and fifty spectators. He interviewed Mirto Laclé, who has always been pushing to bring Anansi Masters to Curaçao and Aruba, and he asked me about my motivations to run the Anansi Masters project. The Brionplein Café treated the public with a specially designed snack: a deepfried funchi-stoba ball (Nanzi ball?). At 11.30pm the evening ended with another great performance of Rendel Rosalia and his crew. It was an unforgettable evening!!! Thanks to everyone who made this possible.

[van Facebook]

woensdag 29 februari 2012

Vreemdelingen in het paradijs (9)


door Willem van Lit

Dit is deel 9 van het vierde hoofdstuk van mijn boek in ontwerp over de Nederlands Caribische eilanden. Onaantastbaarheid en het gebruik van ironie, maar ook list en bedrog om te overleven. Met verwijzingen naar onder andere Miriam Sluis, Rose Mary Allen en Rutgers en ook weer Boeli van Leeuwen.


De ultieme behoefte onaantastbaar te zijn

Ironie. Ik kom nog even terug op de humor van Van Leeuwen. De verontschuldigingen die hij noemt, liggen in dezelfde lijn als uitspraken dat je niet jezelf hebt verwond aan het mes, maar dat het mes jou heeft gesneden. Daar zit een serieuze ondertoon in. Zelf heb ik daarvan ook een aantal voorbeelden kunnen noteren uit de krantenberichten. In aflevering 88 van mijn weekboek 1) schreef ik over een krantenartikel. Een politieagent was op heterdaad betrapt bij het doorlaten van drugskoeriers. Hij beweerde onschuldig te zijn. Anderen hadden hem erin geluisd, beweerde hij. Hij was niet tegen de lamp gelopen; hij was “tegen de lamp geduwd”. Hij bedoelde dit zelf niet ironisch; hij was ten diepste verontwaardigd over het vileine verraad dat hem getroffen had. Het illustreert op geheel eigen wijze de “strategische retraite”, door niet te verwijzen naar de reden van aanhouding, maar naar het feit dat hij buiten zijn schuld om was betrapt op iets strafbaars.

Een dergelijke instelling duidt des te meer op het anarchistische karakter, waarvan de daden als volkomen terechte handelingen worden ervaren; het hoort bij het ingeslepen gedrag en het is een structureel onderdeel van deze houding en instelling. Ook Anthony Godett, de politicus van de FOL 2) was verontwaardigd en teleurgesteld toen hij in 2004 voor fraude werd veroordeeld tot veertien maanden in de gevangenis. Hierdoor kon hij geen premier van de Antillen worden. Hij liet zich vervangen door zijn zuster Mirna. De verontwaardiging betrof het feit dat hij zei verraden te zijn, niet het criminele karakter van de daad zelf. Ondanks het feit dat hij vervolgd was, haalde hij met zijn partij vlak voor zijn veroordeling een klinkende electorale overwinning. Het was alsof een deel van de Curaçaose bevolking hem wilde belonen. Hij werd in die periode door sommigen zelfs gezien als volksheld. Hij beleefde zijn hoogtijdagen als politicus.

Anarchie. Onaantastbaarheid en zelfredzaamheid. Deze laatste twee begrippen hanteert Miriam Sluis om een dergelijke houding te verklaren, maar tegelijkertijd ook het succes van zo’n houding. 3) Mensen herkennen de werking van deze drang tot overleven onmiddellijk als het gaat om de verhouding tussen de meester en de ondergeschikte. Het lijkt een reflex te zijn uit het verleden, eentje die altijd op begrip kan rekenen; de herinnering uit de tijd van de knechting en onderdrukking. Het is de manier van sluw opereren die hier bewondering wekt en dit komt ook naar voren uit de verhalen van Compa Nanzi, de spin; het zijn verhalen die meegenomen zijn uit Afrika.4)

“De spin is geweldig vraatzuchtig en in staat tot alle immorele daden om aan voedsel te komen. Daarvoor bedriegt hij zijn eigen gezin en doodt hij eventueel wie hem in de weg staat. Met zijn onuitputtelijke slimheid weet hij zich steeds voedsel te verschaffen.
Interessant aan de Compa Nanzi-verhalen is hun inhoudelijke ontwikkeling. Was de spin in zijn web in zijn Afrikaanse oorsprong een sacrale figuur, voor de slaven in het Caribische gebied personifieert hij in de eerste plaats het sociale protestkarakter van de zwakke maar slimme underdog die het tegen de ogenschijnlijk veel sterkere opneemt en steevast wint: de slaaf contra de meester. Met de migratie van de Caribische mens naar Europa is de spin tot allochtoon geworden die als minderheidsmens zich in het voormalige moederland moet leren handhaven. Compa Nanzi is onuitroeibaar en het genre is springlevend”.5)

En dus, als we de “strategische retraite als nobele onderneming” van Boeli van Leeuwen rechtstreeks als ironie ervaren, herkennen we de serieuze onderstroom van de bewonderde geslepenheid te overleven hier ook direct. De verhalen van Nanzi zijn doortrokken van spot en men lacht hartelijk om zijn sluwe streken, waarbij men eigenlijk het wrange van de sociale verhoudingen weet te relativeren doordat men doortrapt gedrag door de vingers ziet, ja zelfs – soms luidkeels – goedkeurt. De perfide daad is niet waar het om draait; het feit dat men betrapt of verraden wordt, is object van woede in dit geval. Pas bij de heterdaad loopt men beschaming op; men kan zich niet verweren; men verliest de onaantastbaarheid op dat moment.

Zelfredzaamheid en de ultieme behoefte onaanraakbaar of onaantastbaar te zijn, roepen de toestemming op tot bedrog te komen en anarchie te voeren: hún moraal is niet de onze. Het is een vorm van trotseren van macht: ontkomen aan de beschaming. In het woord trotseren zit het woord trots; men wil hoe dan ook uitstijgen boven de fataliteit waarin de ongelijkheid onwrikbaar verankerd ligt.


Slave boys, Harpers Weekly, 2 June 1860.

De cultureel antropologe Rose Mary Allen geeft in haar proefschrift ook voorbeelden van deze uitingen. 6) Het zijn verhalen die zij uit de orale overlevering op Curaçao heeft opgetekend en die een beeld geven van de emancipatie en ontwikkeling na de vrijlating in 1863. Een van de verhalen gaat over Wan Pe, een slaaf die wordt bewonderd als een bijzonder iemand omdat hij de moed had zijn meester op verschillende manieren te bedriegen. Hij steelt uit de boomgaard, vlucht en duikt onder. Het is een daad van verzet. Hij dreigt betrapt te worden, maar niemand kan hem vinden. Wan Pe verbergt zich op een listige manier die uiteraard bewondering wekt. Het is ook een daad van overleving en zelfredzaamheid. Als op een dag de vrouw van de slavenmeester ziek wordt, brengt men haar gedragen op een stretcher naar de stad. Wan Pe ziet vanuit zijn schuilplaats dat de dragers dit niet goed doen. Hij komt tevoorschijn en zorgt ervoor dat de meesteres op een goede manier de stad bereikt, terwijl hij liedjes zingt in het Guinees (de oude Afrikaanse taal). Doorgaans wordt het zingen in die oude taal als iets brutaal en slecht gezien. De meesteres geeft aan dat men Wan Pe met rust moet laten. Zij geeft hem echter niet zijn vrijheid en hij is gedwongen zich toch weer te verstoppen. De moraal van het verhaal is volgens Allen dat Wan Pe, ondanks dat hij slecht behandeld werd door zijn meesters en dat hij gedwongen is door list en bedrog zijn status hoog te houden, hij toch geen wrok koesterde. Hij bleef zijn waardigheid behouden. Trots. Daar gaat het in dit verhaal om. Maar dat moet mede met list en door sluwheid gebeuren, naast de grootsheid geen wrok te koesteren. Na het voorval moest hij terug naar zijn schuilplek en hij moest constant op zijn hoede zijn. List als overlevingsmiddel is dus volkomen verantwoord. Niemand is echter ook te vertrouwen. “Bo no mester konfia ni bo planta di man, pasó e ta manda bo boka”. “Je mag zelfs niet je eigen hand vertrouwen omdat deze ook je mond beheerst”.
Wim Rutgers. Foto @ Michiel van Kempen



De tragiek van de pathetische omhelzing, die zich constant voortsleept van de ene beschaming naar de volgende, kan dus gevat worden in de innige fataliteit van de menselijke verhoudingen. Deze worden gekenmerkt door de herinnering aan de slavernij, die zo klip en klaar zichtbaar en voelbaar blijft door het kleurverschil van de huid. Men kán zichzelf niet bevrijden door bijvoorbeeld kleurloos te worden. Men ontsnapt niet aan elkaars dodelijke verbondenheid. List lijkt de enige uitweg te zijn.


[vervolg klik hier]

1) Willem van Lit, Atlantisch Rendez-vous, pag. 158 – 159.

2) Frente Obrero i’Liberashon, FOL, politieke partij op Curaçao.

3) Miriam Sluis, De Antillen bestaan niet, pag. 91. – 128.

4) Miriam Sluis, De Antillen bestaan niet, pag. 108.

5) Wim Rutgers, Tropentaal, 200 jaar Antilliaanse vertelkunst, pag. 26.

6) R.M. Allen, Diki manera? A social History of Afro-Curaçaoans 1863 – 1917, pag. 82.


Klik hier voor deel 1 , 2, 3, 4, 5, 6, 7 en deel 8.

vrijdag 10 februari 2012

Bijlmer boekt: Literair variété dichter bij het volk


door Stuart Rahan

Amsterdam Zuidoost - Het eerste initiatief van het Bijlmer Parktheater in samenwerking met de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA) is door het publiek met veel enthousiasme ontvangen.

Een uitverkochte zaal kon genieten van een variété aan literatuur, voordrachten, verhalen en muziek door zeer bekende en minder bekende persoonlijkheden. Bijlmer Boekt! Literair variété, zoals de avond genoemd wordt, zal vier keer in het jaar gehouden worden.

De actualiteit maar ook de diversiteit binnen de literatuur stonden centraal. Behalve de avond op zich, was er een bijzondere bijkomstigheid. Voor degenen die nooit eerder in de Bijlmer, Amsterdam Zuidoost waren geweest, was er een speciale bus ingezet vanaf het centrum van de SLAA, het literair café de Balie in Amsterdam. Daar is veel gebruik van gemaakt en onderweg konden de gasten verhalen en muziek aanhoren van de in Bijlmer woonachtige woordkunstenaar Muna Shirwa.


Christine Otten en Kees van Kooten

Het veelzijdige Amsterdam Zuidoost is volgens de SLAA een broedplaats van (bekend en onbekend) talent op allerlei gebied: spoken word, rap, theater, comedy, dans, literatuur. Tijdens Bijlmer Boekt! worden verschillende werelden bij elkaar gebracht, het brengt literatuur in de breedste en spannendste zin van het woord. De cabaretier en schrijver Kees van Kooten trapte af. Hij las voor uit eigen werk en oogstte veel lach. Ook met zijn overbekende verhaal over het ‘poezendeurtje’ dat voor aanvang van de voorstelling nog door enkele van zijn fans werd aanbevolen. “Dat is een verhaal waarvan ik zeker weet dat het na mijn dood in de Nederlandse literaire geschiedenis opgenomen zal worden”, hield Van Kooten het publiek voor. De presentatie werd dan ook met alle bijbehorende mimiek tot hilariteit van het publiek gebracht.


Pablo Nahar en Gerda Havertong

Ba Anansi
Tori uma Gerda Havertong vertelde een erotisch verhaal over Ba Anansi. Ba Tigri schepte op dat hij bijna alle vrouwtjes in het dierenbos had gekregen, op Ma Akuba, de vrouw van Ba Anansi na. Hij zou er werk van maken maar hield er geen rekening mee dat Ba Anansi door gekonkel van Ba Dagu, afwist van Ba Tigri’s veroveringsdrang. En zoals altijd, Ba Anansi is ook Ba Tigri deze keer weer te slim af. Havertong zong nog twee liedjes, Ba Anansi tingeling en Ba Anansi kren na awarabon met begeleiding van bassist Pablo Nahar.

Dat schrijfster Karin Amatmoekrim haar literaire ster stijgende is, bleek in de aankondiging door de presentatrice van de avond, schrijfster Christine Otten. De superlatieven maakten veel indruk. Haar vierde en laatste boek Het Gym doet het goed bij zowel het lezerspubliek als de recensenten. Het boek krijgt gemiddeld vier sterren, beleeft de vijfde druk en zijn er tot nu toe ongeveer tienduizend exemplaren van verkocht. Amatmoekrim schreef speciaal voor deze eerste editie het verhaal 'Beton', waarin zij een relatie schets tussen een vrouw en de betonnen gebouwen als honingraten in de Bijlmer.

Rapper Blaxtar bracht enkele nummers van zijn album Ozmoses II ten gehore. Niet met muziek maar puur uit het hart. Met het nummer ‘Kijk, kijk, kijk zo een mooie meid’ liet hij het publiek het refrein meezingen. Pablo Nahar, die tussen de bedrijven door de muzikale sfeer verhoogde, begeleidde hem.


Blaxtar

Ter afsluiting van zijn bijdrage aan dit dinsdag gehouden evenement ging Blaxtar zelf achter de piano zitten om met zijn kennis en kunde van vier akkoorden de avond in stijl af te sluiten. De volgende literair variété Bijlmer Boekt! staat gepland voor 8 mei. Daarin treden onder andere op cabaretier Jetty Mathurin en schrijver en komediant / televisiemaker Herman Koch.

[uit de Ware Tijd, 10/02/2012]


Foto's: @ Carry-Ann Tjong-Ayong


Op dinsdag 8 mei vindt de tweede editie van Bijlmer Boekt!
Gasten: Herman Koch, Jetty Mathurin, Zulile Blinker, Thomas Verbogt en Ronelda S. Kamfer en Pablo Nahar. Presentatie: Christine Otten. Herman Koch en Thomas Verbogt dragen een verhaal voor, Jetty Mathurin vertelt een 'tori' en lokaal talent uit Zuidoost Zulile Blinker brengt spoken word. En dan is er ook nog Ronelda S. Kamfer, een zeer getalenteerde jonge dichteres uit Zuid-Afrika, die onder meer voor Bijlmer Boekt! naar Nederland is gekomen. Een unieke kans dus om haar, en de andere gasten, te zien schitteren in het Bijlmer Parktheater.
De reacties op de eerste editie, met geweldige optredens van onder anderen Kees van Kooten en Gerda Havertong, waren zeer lovend . Zo schreef NRC Handelsblad: 'Bijlmer Boekt heeft het in zich de high-brow versie van Ali B op volle toeren te worden.'
Na afloop is er boekverkoop door Boekhandel Barends & Donkersloot en zullen de auteurs signeren.

Anansi gaat naar de Wonotobovallen


door Marja Themen-Sliggers, Jamar, Jaïr, Xaviera, oma Ivy


Het nieuwe boek van Susan van Dijk-Leefmans, Anansi gaat naar de Wonotobovallen, ziet er aantrekkelijk uit, met een harde kaft en volledig in kleur uitgevoerd. De tekeningen van Reginald Kartowirjo en Mitch Wattamaleo stralen een geweldige humor uit. In het verhaal maakt Anansi met zijn vrienden - Ka’fowru, Kes’kesi, Kon’koni, Tigri, Sapakara en Sekrepatu - een hengeltrip naar de Wonotobovallen. Maar alvorens dat goed en wel georganiseerd kan worden, moet Anansi eerst Ma’koeba helpen met pinda oogsten.

Anders zou zij het zeker en vast niet goed vinden dat haar luie man met zijn vrienden uitgaat. Lui zijn die dieren (mannen) allemaal. Van Anansi weten we het en van de anderen laat ’t verhaal het duidelijk zien. Maar omdat ze allemaal graag die hengeltrip willen maken, helpen ze elkaar met de taken die nog uitgevoerd moeten worden, zodat ze rustig kunnen vertrekken naar de Corantijnrivier. Ze rijden door Coronie en Nickerie en gaan daarna per korjaal verder naar de Wonotobovallen. Onderweg hebben ze plezier met zingen en woordspelletjes, tongbrekers. Uiteraard haalt Anansi een vuile streek uit. Op een nacht eet hij alle fiyadu op die Ma’koeba meegaf voor onderweg.

In het verhaal worden verder veel wetenswaardigheden uit de natuur genoemd, bijvoorbeeld de bijzondere vogel, Hoatzin (die voorkomt in een moerassige bosrand en bij meren en rivieren). De plaatsen die de vrienden passeren tijdens hun tour worden summier aangestipt. Gebeurtenissen worden genoemd, zoals het bezoek aan de slijpgroeven van de Trio, maar niet uitgediept of in een ander verband gebracht. Ze dragen als zodanig niet bij aan verdieping van het verhaal.

Als ze uiteindelijk aankomen bij de Wonotobovallen, lezen we over de tweede Anansi-streek. De vrienden raken hem kwijt en hij wordt niet meer gevonden, hoe ze ook zoeken. Ze maken zich al bezorgd over hoe dit te vertellen aan Ma’koeba... Doodsbang maakt Anansi zijn vrienden. Hoe zal dat aflopen? In het voordeel van Anansi uiteraard! Zo kennen we hem het best, als hij streken uithaalt.

In het verhaal worden namen genoemd van verschillende vissen die ze vangen in de Corantijnrivier. Van oma Ivy, een verwoed hengelaarster, horen de kinderen meer over de hengelkunst. Interessant was een gesprek over het verschil tussen plezierreisjes om te hengelen en hengelen omdat mensen geen geld hebben om eten te kopen. Jamar maakte zich bezorgd over hoe mensen dan aan geld komen om hengelstokken te kopen.

Anansi gaat naar de Wonotobovallen leent zich voor gesprekken en filosoferen met de kinderen over verschillende onderwerpen, maar dan moet de gespreksleider wel een volwassene zijn met een brede algemene ontwikkeling. Wat de inhoud van het verhaal betreft, die is niet zo boeiend voor kinderen. Dat Anansi streken uithaalt, weten ze wel. De meerwaarde is de humor, maar die zal vooral door volwassenen herkend worden.

Het groepje vrienden is immers een perfecte verbeelding van mannen die samen een hengelgroepje vormen. Hun typische eigenschappen worden met humor in beeld gebracht. Maar of kinderen dat herkennen?



Susan Leefmans-Van Dijk, Anansi gaat naar de Wonotobovallen, illustraties: Reginald Kartowirjo & Mitch Wattamaleo. Paramaribo: SuriGraphics (druk), 2011. ISBN 978-99914-67-000-9. [De spelling van het Sranan is allesbehalve feilloos - Jan Bongers]

[dWTL, 28/01/2012]

De illustratie is niet uit het besproken boek.

maandag 6 februari 2012

Verhalen Voor Een Warme Lentenacht



Gezongen gedichten horen we vaker, een gezongen verhaal ligt minder voor de hand. Izaline Calister en Raymi Sambo doen het toch. Ze zingen en vertellen verhalen.
De Curaçaose zangeres Izaline Calister reist al jaren voor haar werk de wereld rond. Tijdens de overzeese tochten verzamelde ze verhalen. Verhalen uit haar jeugd, de Nederlandse Antillen, Aruba, Zuid Afrika, Indonesië en Suriname maar ook in Nederland vond ze oude volksverhalen en legendes waar ze muziek bij componeerde.
Izaline en rasverteller, acteur en landgenoot Raymi Sambo (All Stars, Willem Wever, Zoop) vertellen spannende, mooie, ontroerende en leerzame verhalen over Spin Anansi, de legende van Borobudur, maar ook over het Vrouwtje van Stavoren.
Een intrigerende theatervoorstelling voor een warme, spannende lentenacht.

zang: Izaline Calister, spel: Raymi Sambo, muziek: Ed Verhoeff, Roël Calister

4 maart 09 Amersfoort De Doelen TRY OUT 010-2171717
6 maart 09 Nijmegen Lux Theater 0900-5894636
7 maart 09 Amsterdam De Meervaart 020-4107700
10 maart 09 Gouda Schouwburg 0182-513750
11 maart 09 Utrecht Schouwburg 030-2302023
12 maart 09 Rotterdam Theater Zuidplein 010-2030203
14 maart 09 Hoogeveen De Tamboer 0528-280180
21 maart 09 Soest Idea 035-6095829l
27 maart 09 Amstelveen De Griffioen 020-5985033
1 april 09 Hoorn Het Park 0229-291000
3 april 09 Amsterdam De Kleine Komedie 020-6240534l
4 april 09 s Hertogenbosch Theater a/d Parade 0900-33727233
5 april 09 Papendrecht De Willem matinee 078-6158226
17 april 09 Haarlem Stadsschouwburg 023-5121212
18 april 09 Arnhem Schouwburg 026-4437343
19 april 09 Almere Schouwburg 036-8455555
25 april 09 Amsterdam Podium Mozaiek 020 5800381
29 april 09 Groningen De Oosterpoort 050-3680368
2 mei 09 Dordrecht Kunstmin 078-6397979
9 mei 09 Ede Cultura 0318-6728002800

donderdag 1 december 2011

Nieuw boek van Susan van Dijk-Leefmans

Anansi gaat naar de Wonotobovallen is het nieuwste boek van Susan van Dijk-Leefmans. Een spannend verhaal over Anansi die verdwijnt als hij wordt meegesleurd door het water van de Wonotobovallen. Een geheimzinnige stem zet Keskesi, Sapakara, Tigri, Kon’Koni, en Ka’ fowru op het spoor van hun verloren vriend. Geïllustreerd met vrolijke tekeningen van Reginald Kartowirjo en Mitch Wattamaleo. Het boek is zowel ingebonden met een harde kaft te krijgen als geniet met een kartonnen kaft. Susan Leefmans schreef eerder de serie over het paard Manga en het sprookje Het roze zaadje.


De Wonotobo-vallen

dinsdag 17 mei 2011

Crea Kids voeren eigen toneelstuk op

Oranjestad — Crea Kids, een club van kinderen binnen Fundacion Muchila Creativo, heeft haar eerste toneelstuk Shon Trupial ta malo bedacht en daarna opgevoerd op twee kleuterscholen en voor bejaarden van St. Michael paviljoen. Volgens Muchila Creativo smaakt dit naar meer en willen de Crea Kids nog meer kinderen bij hun club betrekken.



Crea Kids bestaat uit een groep leerlingen van Maria School. Vorig jaar mei deden ze mee met het project ‘Componeren in de klas’, dat weer een project was van eerstejaarsstudenten van IPA. Nadat dit project was afgerond, wilden de Maria-leerlingen doorgaan met kunstdisciplines. Muchila Creativo gaf ze die gelegenheid door ze op vrijdagmiddag na schooltijd onder leiding van enkele IPA-studenten een verhaal te laten maken dat geschikt zou zijn om als toneelstuk op te voeren. Op deze manier ontstond Crea Kids.

De samenwerking om tot het toneelstuk Shon Trupial ta malo te komen, groeide verder toen Crea Kids hulp kreeg van nog meer mensen. Zo werkte theaterdeskundige Emerita Emerencia mee en ook Olinda Rasmijn van Stimaruba en daarnaast verleende een aantal musici van Dutch Chamber Music Company zijn medewerking. Crea Kids leerde van Rudberth Wolff om illustraties te tekenen en hun eigen clublogo te maken. Muzikant Tijmen Wehlburg componeerde muziek op de teksten van Crea Kids en Rose-Marie Provence van Muchila Creativo schreef het openingslied.

Dieren in de mondi
Het toneelstuk Shon Trupial ta malo gaat over de spin Compa Nanzi en de mondi van Seri Noca, waar veel dieren zitten en waar natuur is. De Crea Kids zelf speelden tijdens de uitvoering cuarta, ze zongen en dansten en hielden hun publiek daarmee enthousiast. Alba Robert van de Maria School las het verhaal voor, terwijl via een scherm dieren en planten uit de mondi van Seri Noca werden uitgebeeld. Deze projectie was van de hand van Stimaruba. Emerencia beeldde tegelijkertijd zelf enkele beesten uit.

Muchila Creativo noemt dit eerste project van Crea Kids ‘een mooie ervaring voor de leerlingen en een leerzame muzikale rondtrip’. De Crea Kids hopen dat meer kinderen zich bij hen willen aansluiten om iets met hun creatieve vaardigheden te doen.

[uit Amigoe, 11 mei 2011]

vrijdag 6 mei 2011

Verhalen vertellen met Mister Anansi

Willemstad — Anansi-verteller Wijnand Stomp geeft tot en met morgen storytelling-workshops aan leerlingen van het Albert Schweitzer College en Kolegio Annie Koenraad. Tijdens de workshops leren de kinderen hun eigen Anansi-verhaal schrijven. Anansi is een superbijdehante spin. De verhalen over de slimme spin komen oorspronkelijk uit West-Afrika. De Afrikanen namen ze tijdens de slavernij mee naar het Caribisch gebied.

Volgens Stomp weten de kinderen hele verrassende verhalen te vertellen. Gisteren was hij op het Albert Schweitzer College. De Anansi-verteller las eerst twee verhalen voor uit zijn eigen boek, voordat de kinderen hun fantasie de vrije loop lieten. Vroeger groeiden kinderen in Curaçao en Suriname op met de verhalen van de schurkachtige spin Anansi, ook wel bekend als Nanzi. Dat is nu minder. Stomp merkt dat de kennis over Anansi wegebt. Toch is hij optimistisch over het weer aanwakkeren van de oeroude storytelling-traditie.
“Er zit een dun laagje kennis, die je weer kunt aanslingeren.” Het doel van de workshop is tweeledig. Het is webeducatief en de kinderen maken kennis met literatuur. Via de website www.anansiworldwideweb.net maken de Curaçaose leerlingen contact met kinderen in Nederland, die de workshop ook hebben gevolgd. De kinderen wisselen verhalen uit en zo ontstaat een penfriend-situatie.
De verschillen tussen de Nederlandse en Curaçaose verhalen zijn volgens Stomp niet groot. “Kinderen zijn universeel. Alle kinderen hebben de behoefte om iets over zichzelf te vertellen. Kinderen gaan naar school, ze hebben hobby’s, ze hebben een oma en soms woont die oma ver weg.” De Anansi-verhalen hebben de tand des tijds goed doorstaan. Ook Stomp past de verhalen van de spin aan. “Alles is toegestaan. Zo houd je de orale traditie in stand. Een goede verteller gaat met de tijd mee. Daarom bestaan de verhalen nog steeds.” Als voorbeeld geeft hij de intrede van het horloge. “Toen het horloge op de markt kwam werd dat ook in een Anansi-verhaal verwerkt”, zegt Stomp. Zelf heeft hij een verhaal geschreven over Anansi en het populaire fenomeen Popstars, een talentenjacht op tv. Zo houdt hij de verhalen van Anansi fris en modern.
De workshop is mede mogelijk gemaakt door Stichting Doen. In augustus komt Stomp terug naar het eiland. Dan presenteert hij zijn nieuwste boek Mister Anansi leert de wereld lachen. Er zijn vooralsnog twee shows gepland, waarvan één op Zanzibar. Kinderen, die de workshop niet hebben gevolgd maar ook hun ei kwijt willen in een Anansi-verhaal, kunnen lid worden van de website. Via anansiworldwideweb.net kunnen kinderen een profiel aanmaken om zo in contact te komen met andere kinderen.

[uit Amigoe, 5 mei 2011]

zondag 27 februari 2011

Wat lezen we voor op 4 maart?

4 maart: Nationale Voorlees- en Verteldag. De redactie en kinderredactie van de Ware Tijd Literair stelden een vraag aan 10 mensen die met taal of onderwijs, of met doelgroepen voor voorlezen te maken hebben: aan wie zou u willen voorlezen op 4 maart en uit welk boek?

Helen Chang, voorzitter van de Nederlandse Taalunie in Suriname, wil op 4 maart voorlezen aan alle Surinaamse schrijvers en wel uit het zeer toepasselijke boek Leven om het te vertellen (2003), de autobiografie van de Latijns-Amerikaanse schrijver Gabriel García Márquez (1928), waarin hij een deel van zijn levensgeschiedenis geeft, maar ook de ontstaansgeschiedenis van zijn werken.

Yvonne Caprino, directeur van de Stichting Projekten Christelijk Onderwijs Suriname (PCOS), wil voorlezen aan bejaarden in Huize Albertine en wel uit Het levenswater van Ana Bolindo-Kondre door Ané Doorson (1927-1997), schrijver uit Nickerie. Het is een mondeling overgeleverd volksverhaal uit kringen van de balatableeders, over een echte ‘queeste’ (zoektocht), drie broers die op zoek gaan naar het ‘levenswater van Ana Bolindo’ dat hun vader moet genezen van blindheid. Een schitterend Surinaams sprookje!
Cynthia Mc Leod, auteur van historische romans, wil voorlezen in klas 5 of 6 van een basisschool. Het boek van haar keuze is: Rossy dat krantenkind (1952) van Ann Rutgers van de Loeff (1910-1990). Het is een waar gebeurd verhaal over een 14-jarig meisje uit Amerika dat haar broertje uit een brandend huis redt en zelf gehandicapt wordt.

Ellen Ombre, auteur van verhalenbundels, non-fictie en een roman, wil voorlezen op een VOS-school, uit Tijding van ver (1961) van een al bijna vergeten auteur uit de Nederlandse literatuur, Ferdinand Bordewijk (1884-1965). Het is een roman waarin de vervaging van de standenmaatschappij een belangrijk thema is met als negatieve bijwerking dat het leven ‘stijl gaat missen’. In het boek komt een Surinaams meisje voor dat in die tijd al in Nederland woont. Zij vertelt veel over de cultuur van haar land.

Sandra Purperhart is actief met leesbevordering te Abrabroki, ook in een bibliotheek. Daar wil ze op 4 maart de kleintjes vanaf een jaar of vier voorlezen uit Lafu van Cynthia Mc Leod. Lafu is het hondje van Sita. Het is een grappig verhaal over een hondje in een gezin. Lafu maakt dingen mee waar kinderen om moeten lachen: ‘Pe lafu de, y’ e tan leisi’, is het motto van Sandra.

Rappa/Robby Parabirsing, schrijver voor de jeugd en volwassenen. Bij zijn huis heeft hij een bibliotheek waar jongeren boeken komen lezen en lenen. Voorlezen wil hij aan die groep, meest leerlingen van eind mulo of begin havo/vwo, problematische lezers die liever niet lezen. Rappa kiest voor verhalen uit de tweede bundel, Holland heeft ook takru sani van de Surinaamse auteur John Wladimir Elskamp. Daarin staan moderne verhalen die deze jeugd aanspreken, soms lekker gewaagd.

M. Rust, directeur van Huize Ashiana, wil in de bejaardensoos voorlezen uit Hoe duur was de suiker? van Cynthia Mc Leod, een begrijpelijke keuze, want het is een van de meest geliefde boeken uit onze literatuur.

Raymond Sapoen, minister van Onderwijs en Volksontwikkeling, wil voorlezen in een eerste klas van een lagere school, uit Amaisa gaat baden, uitgegeven door de Stichting PCOS, als vastlegging van een van de thema’s uit het project ‘Vroege Taalstimulering’ in negen dorpen aan de Boven-Suriname. Opvoeders van kinderen die nog niet naar school gaan leren er de woordjes uit hun dagelijks leven in de schooltaal, zodat de kinderen die weer van hun mama of oma leren in de eigen omgeving. Een prachtige keuze van de minister, want die eersteklassers kunnen de eenvoudige zinnen over Amaisa die gaat baden thuis weer doorgeven!

Xaviera, 10 jaar, medewerker van de kinderredactie, kiest voor het boek Van mij mogen ze opvliegen (1993) van Corrie Hafkamp (1929). Dit boek gaat over ouders die vaak buitenshuis naar vogels gaan kijken, waardoor ze te weinig aandacht schenken aan hun kinderen. Aan wie wil Xaviera het voorlezen? Ze zegt: ‘ik ga dat niet voorlezen. Volwassenen moeten het voorlezen, aan al die mensen die niet naar hun kinderen kijken.’

Marijke Zschusschen, maatschappelijk werker aan het Heilpedagogisch Instituut Matoekoe voor kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking te Lelydorp, wil graag voorlezen aan de oudere pupillen, van 14 tot 18 jaar. Ze houden veel van Anansitori, maar het Nederlands is erg moeilijk voor hen. Daarom leest ze in het Sranan. Er bestaat een oude serie Sranan Anansi Tori, zoals Anansi nanga Freifrei, uitgegeven door het Instituut voor Taalwetenschap in Paramaribo omstreeks 1980.