Posts tonen met het label Parra Pim de la. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Parra Pim de la. Alle posts tonen

maandag 7 april 2014

Wan Pipel in Hongarije

Boedapest. Foto © Michiel van Kempen

Onder auspiciën van de Hongaars-Surinaamse Vriendschapsvereniging beleeft de film Wan Pipel van Pim de la Parra op donderdag 10 april a.s. om 17:00 uur zijn Hongaarse premiere op de ELTE Universiteit te Boedapest, de grootste universiteit van Hongarije. Deze vriendschapsvereniging is in 2012 uit liefde voor de Surinaamse cultuur opgericht op initiatief van de jonge student Sabi Fuer, die onder medestudenten van diverse studierichtingen al diegenen wist te verzamelen die nieuwsgierig zijn om nader kennis te maken met land en volk van Suriname.

In Hongarije wordt er door de bevolking maar één taal gesproken, en het spreekt tot de verbeelding van talloze jonge Hongaren dat er een voor hen nog onbekend en uniek land als Suriname bestaat, waar zoveel verschillende etniciteiten en culturen naast en met elkaar samenleven. 

 De Hongaars-Surinaamse Vriendschapsvereniging wil met de première van Wan Pipel een begin maken met het op de kaart zetten van Suriname in Hongarije, zodat er interculturele contacten kunnen ontstaan tussen de inwoners van deze twee landen.

 Deze première voorstelling is vrij toegankelijk voor alle studenten van de ELTE universiteit en men verwacht vooral veel studenten diplomatie, maatschappijleer, taal & geschiedenis, neerlandistiek, kunstgeschiedenis , sociale geografie en economie.

De Blu-Ray disc van Wan Pipel is voorzien van Engelse en/of Franse ondertiteling en is kosteloos beschikbaar gesteld door EYE Film International, het nieuwe Filmmuseum in Amsterdam, dat Wan Pipel in 2010 heeft gerestaureerd.


Nadere informatie kan verkregen worden via het e-mailadres van de heer Sabi Fuer, te weten: s.fuer@msn.com .

dinsdag 25 februari 2014

As a local: Pim de la Parra in Paramaribo

 
 Hendrikschool. Illustratie Leonie Bos
door Iñaki Oñorbe Genovesi

Filmmaker Pim de la Parra leidt ons langs zijn heden en vooral verleden in de hoofdstad van Suriname. Regisseur Pim de la Parra werd beroemd met films als Wan Pipel, over de onmogelijke liefde tussen een creoolse manen een hindoestaanse vrouw. Lang verbleef De la Parra in Nederland, maar de  afgelopen achttien jaar woont de ‘godfather van de minimal movie’ weer in zijn geliefde Paramaribo.
Huis aan de Costerstraat in Paramaribo

Surinames hoofdstad heeft een historisch centrum van houten gebouwen dat op de Unesco-Werelderfgoedlijst staat, maar ook de ruim 400 jaar oude stad ontkomt niet aan modernisering. Vele episodes uit De la Parra’s 74 jaar aan persoonlijke historie zijn zo verdwenen. Is dat erg? ‘Helemaal niet. Het is juist een cadeautje van het bestaan dat je op plekkenkomtwaar iets stond en nu niets meer is te zien’, meent De la Parra. Toch vindt hij het heerlijk om zo nu en dan vanuit zijn woning aan de Prins Hendrikstraat een rondje te maken langs plekken van vroeger en  herinneringen op te halen.

Een vaste stop is het ouderlijk huis van De la Parra aan de Costerstraat 79. ‘Hier stond ons huis. Een houten huis, heel groot, zinken dak. In 2008 heb ik het verkocht omdat het te veel onderhoud vergde. Bovendien liep de straat regelmatig onder water. Mijn dochters Bodil en Nina waren boos dat ik het huis verkocht. ‘Al onze herinneringen aan Suriname zullen er niet meer zijn’, zeiden ze. Speciaal voor hen heb ik de film Het laatste verlangen gemaakt, waarin het verhaal zich afspeelt in dat houten huis. Nu staat er niks meer’, zegt De la Parra met een grote glimlach.
Ooievaarsnest
Foto Michiel van Kempen

Vanaf die lege plek is het slechts een klein stukje lopen naar het indrukwekkende houten gebouw van de Hendrikschool. ‘Hier zat ik van mijn 12de tot mijn 14de. Het was een betamelijke school. Veel voorname Surinamers hebben er op school gezeten. De latere president Johan Ferrier was mijn leraar Nederlands. Hier hoorde ik ook voor het eerst dat kinderen niet door de ooievaar worden gebracht.’

Verderop in de straat staat de St. Petrus- en Paulus-Kathedraal, beter bekend als de Kathedraal van Paramaribo3: ‘Dit is de grootste van hout gemaakte kerk van Zuid-Amerika. Voor dat het een kerk werd, was dit gebouw een joodse schouwburg, De Verreezene Phoenix, opgericht door een van mijn voorouders. Van dat oorspronkelijke theater schijnt alleen nog een trap, links van de ingang, over te zijn.’

Op het Kerkplein staat een mooie hervormde kerk en een beeld van de Zuid-Amerikaanse bevrijdingsheld Simon Bolivar. ‘Maar dit plein is voor mij vooral de postbussen van Surpost4. Al die jaren dat ik in Nederland was, stuurde ik brieven naar mijn vader, die ze ophaalde uit postbusnummer 703. Nu krijg ik mijn post uit Nederland in postbus 703.’
Kruiswegstatie in de Kathedraal. Foto Settie

‘Meestal loop ik dan ook even langs boekhandel Vaco, de best gesorteerde boekhandel van Paramaribo. Vroeger heette die Varekamp.  Zonder deze winkel zou ik niet gevormd zijn. Surinamers zijn helaas geen boekenlezers. Ik weet niet waarom. Maar het is wel jammer.’

Ook een plek die verbonden is met De la Parra’s jeugd is Theater Thalia6. ‘Hier heb ik vaak schooluitvoeringen gehad. Daarnaast heb ik er vele operettes en toneelstukken gezien van grootheden als Albert Helman.  Jörgen Raymann treedt hier altijd op als hij naar Paramaribo komt. Dan wordt er groots uitgepakt.’

Schuin aan de overkant van de straat staat het Princess Hoteland Casino: ‘Dit was vroeger Star, ‘the one and only airconditioned movie palace in the Caribbean’. Hier is Wan Pipel in première gegaan en mijn eerste lange film Obsessions. Deze bioscoop was van Statenlid Emile De la Fuente. Om de hoek had hij ook bioscoop Tower8, waar ik La Strada van Federico Fellini heb gezien. Toen ik die film zag, wist ik: dat wil ik ook. Kijk het gebouw staat er nog, maar het is nu een verzekeringskantoor.

Boekhandel Vaco aan de Domineestraat. Foto Wim Lam Lion


‘Buitenlandse gasten neem ik graag mee naar de Palmentuin. Honderden koningspalmbomen staan in deze voormalige gouverneurstuin. Veel zien er niet meer zo fris uit. Maar het blijft een heerlijke plek. Paramariboianen komen er graag rond feestelijke dagen. Als kind kwam ik er vaak met mijn ouders om te picknicken. Bijzonder is ook het beeld van het jongetje Ruben van beeldhouwer Jozef Klas, ook de maker van het bekende vrijheidsbeeld Kwakoe. Ruben kwam om het leven door verstikking in de koelkast. Het beeld is een waarschuwing aan de Surinaamse gemeenschap om beter op hun kinderen te letten.


‘Tegenover de Palmentuin staat nu een vervallen pand waar ik op mijn 17de mijn eerste zoen heb gekregen. Zij was het zusje van een goede vriend. Ik zal haar naam niet noemen. Een dierbare herinnering elke keer als ik in het naastgelegen eetcafé Zus en Zoben. Een leuke plek met een sfeervolle en grote tuin waar je lekker kunt eten en waar ook boekpresentaties, muziekoptredens en filmavonden worden georganiseerd.’

[uit de Volkskrant, 8 februari 2014]

Pim de la Parra regisseert Willeke van Ammelrooy. Foto $corpio producties

zondag 9 februari 2014

Het kleine meisje in ‘Rubia’ zoekt liefde

Diana Gangaram Panday vertolkte 'Rubia' in Wan Pipel (1976). Foto © Jason Leysner 

Paramaribo - Diana Gangaram Panday (66), die de hoofdrol Rubia vertolkte in de film Wan Pipel, is na lang weer in Suriname. Mens & Maatschappij ging bij haar op audiëntie. Het werd open en openhartig gesprek over een ‘verbrijzelde ziel’. De klappen vielen sinds haar prille jeugd. “Toen al was ik Wan Pipel.”

"In de ogen ziet men de ziel", zegt Gangaram Panday. Op de vraag of ze iets erover kan zeggen, antwoordt ze: "Nou, ik weet niet of ik nog wel eentje heb. Mijn ziel is zo vaak verbrijzeld dat je zelf eraan gaat twijfelen. Als ik 's morgens mijn Bijbel lees, zeg ik huilend met pijnen: 'Heer, mijn ziel vindt geen rust, mijn ziel dwaalt nog. Nog steeds knijpt het, het doet pijn.'"
Diana Gangaram Panday als Rubia in Wan Pipel (1976)

Over haar bezoek aan president Bouterse zegt zij onder meer: "Nu er eindelijk een president is die echt iets voor me wil doen, wordt er gezegd dat hij me wil misbruiken. Hij wil mij huis en haard en een scootmobiel geven."

Maar nog belangrijker vindt zij vergiffenis en liefde van haar familie. "De hele wereld komt langs, maar wat heb ik eraan als mijn moeder niet komt; dan kan ik net zo goed stikken. Dat kleine meisje in mij huilt en wil stoppen met huilen."

[uit de Ware Tijd, 08/02/2014]


donderdag 6 februari 2014

Emanuel ‘Oom Man’ van Gonter uit Wan Pipel overleden

Borger Breeveld in gesprek met zijn filmvader Emanuel van Gonter ter gelegenheid
 van het uitkomen van een gerestaureerde versie van Wan Pipel
 in 2010 

door Shanavon Gefferie

Paramaribo - Emanuel ‘Oom Man’ van Gonter heeft woensdag, op zijn verjaardag het leven gelaten. Hij werd 96 jaar oud. Oom Man was bekend van de film Wan Pipel (1976) waar hij de rol vervulde van Papa Ferrol, de vader van Roy (Borger Breeveld).
"Hij was niet alleen in de film mijn vader, maar ook daar buiten vervulde hij een rol als vaderfiguur", zegt Breeveld. "Ik ken hem vanaf mijn jeugd." Breeveld schrok erg toen hij het slechte nieuws hoorde. Dat hij op zijn verjaardag is overleden zegt wat over de man, vindt Breeveld. "Een goed mens gaat dood op zijn jaardag."

Pim de la Parra, regisseur van Wan Pipel reageerde ook lovend over de acteur. "Hij was de meest fantastische acteur om de rol van Pa Ferrol te spelen en die heeft hij mooi neergezet", zegt de la Parra. "Ik ben blij dat hij nu kan gaan rusten."
Breeveld, lid van het managent van de Surinaamse Televisie Stichting (STVS)  is van plan de oud acteur veel aandacht te geven op de televisie. Informatie over de uitvaart is nog niet bekend.

[uit de Ware Tijd, 05/02/2014]


Emanuel van Gonter overleden


Emanuel van Gonter, misschien wel de beste Surinaamse acteur in Pim de la Parra's film Wan Pipel, is gisteren op zijn jaardag, op 96-jarige leeftijd overleden. Hij speelde in de rolprent uit 1976 de vader van de mannelijke hoofdpersoon, de creool Roy (gespeeld door Borger Breeveld), die een relatie aangaat met de Hindostaanse Roebia (gespeeld door Diana Gangaram Panday)

 .

zondag 26 januari 2014

Actrice uit film Wan Pipel bij president Bouterse

Diana innig omhelsd door Bouterse
De door de zeer populaire Surinaamse speelfilm Wan Pipel bekend geworden actrice Diana Gangaram Panday was gisterochtend, donderdag 23 januari 2014, te gast bij president Bouterse. De ontmoeting vond plaats op zijn Kabinet.

Gangaram Panday vertolkte in de film de rol van Rubia. Ze blikt tevreden terug op het de ontmoeting en het gesprek met het de president en heeft haar waardering uitgesproken voor het feit dat hij tijd heeft kunnen vrijmaken om haar te ontvangen.

Een zogenoemde ‘ingewijde’ zegt op GFC Nieuws, dat de actrice vol lof is over de hartverwarmende en liefdevolle wijze waarop het Surinaamse staatshoofd haar tijdens de ontmoeting heeft behandeld.

Waarom de ontmoeting blijkt niet uit het GFC Nieuws-bericht.


Wan Pipel is een Surinaams-Nederlandse speelfilm uit 1976 van regisseur Pim de la Parra. De hoofdrollen worden vertolkt door Borger Breeveld, Willeke van Ammelrooy en Diana Gangaram Panday.

[uit Obsession/GFC Nieuws, 25 januari 2014]

zaterdag 9 november 2013

Reacties op De man van veel

Het gezin-De Kom aan de Hekkenlaan in Den Haag
De redactie van de Ware Tijd Literair kreeg verschillende reacties op de roman van Karin Amatmoekrim. In de 27 jaar dat we bestaan hebben we dat nooit meegemaakt. Hieronder de reacties over de manier waarop met fictie en werkelijkheid is omgegaan in Amatmoekrims roman:


Cees de Kom (mondelinge reactie):
De tweede zoon van Anton en Nel is bedroefd en boos over de manier waarop Karin Amatmoekrim omgegaan is met de werkelijkheid van het leven van zijn vader. Hij spreekt ook namens zijn nog levende broer en zus. De gefingeerde stukken uit de roman die zij niet herkennen, geven op verschillende plaatsen een onwaar en onsympathiek beeld van de echtgenote en kinderen van Anton de Kom, vooral wat betreft de passage van het vertrek van man en vader naar de psychiatrische inrichting. Voor nog levende mensen die bij deze gebeurtenis een onware en onsympathieke rol krijgen toebedeeld, is het lezen van zulke passages een bittere ervaring.

Antoine de Kom is een kleinzoon van Anton de Kom en zoon van Cees. Hij woont in Nederland, is forensisch psychiater en bekend dichter/schrijver:
‘Ik vind dat een schrijver vrij moet zijn. Het is aan de lezers te beoordelen of Karin in haar opzet is geslaagd. Anton de Kom is van iedereen. De familie is niet geraadpleegd. De familie hoeft niet te worden geraadpleegd, behalve als het gaat om dingen waar de nazaten zeggenschap over hebben. Denk aan auteursrechten. Denk aan zijn stoffelijke resten.’

Cynthia Mc Leod is schrijfster van historische romans, waarvoor ze altijd diepgaand onderzoek doet naar de historische gegevens waarin haar gefingeerde romanfiguren een rol spelen. Dat is de kracht van haar werken. Cynthia schrijft: ‘Een jonge, talentvolle en veelbelovende auteur is Karin Amatmoekrim. Van haar roman Wanneer wij samen zijn heb ik echt genoten en Het Gym vond ik een kostelijk juweeltje. Toen Karin mij vroeg iets te schrijven om haar nieuwe boek, De man van veel, aan te kondigen, deed ik dat graag en ik heb meteen toegestemd om bij de presentatie in Paramaribo een stuk uit haar boek voor te lezen. Ik had het boek nog niet gezien en kreeg het op de ochtend van de presentatie. Omdat ik dacht dat het om een biografie ging, maakte ik de opmerking dat de familie wel blij zou zijn met het boek, maar tot mijn schrik antwoordde Karin dat dat helemaal niet het geval was en dat de familie juist heel verdrietig was. Ik vroeg toen of ze de familie dan niet geraadpleegd had en zei dat ik toch ervan uit ging dat ze niet iets zou willen doen om deze mensen verdrietig te maken. Toen ik thuis het boek las, begreep ik meteen waarom de familie verdrietig was en dit heel pijnlijk vond. Al lezende, dacht ik steeds: dit kan ik toch niet voorlezen! Maar gelukkig waren er ook andere fragmenten en ik las bij de presentatie een fragment voor waarin Anton de Kom zich herinnerde hoe hij als kleine jongen zich al had voorgenomen om op te komen voor de werkende mens, die met zijn arbeid genoeg moest verdienen om zijn gezin te onderhouden. Tijdens de presentatie bij de vragenronde vroeg iemand uit het publiek: “Wat zijn uw bronnen?” en de auteur antwoordde: “Fantasie”. Nu ik dit weet en ondertussen het boek helemaal uitgelezen heb, denk ik: Als de bronnen fantasie zijn, waarom dan de naam Anton de Kom, waarom de namen van zijn kinderen? Waarom geen gefingeerde namen? De lezer zal beslist niet denken dat fantasie de bron is omdat zowel Anton de Kom, zijn vrouw Nel als de kinderen met naam genoemd worden. Er zijn zoveel pijnlijke, verdrietige, zeer intieme momenten en dialogen dat je je als lezer bijna een voyeur voelt. In elk mensenleven zijn er ups en downs. Als je als schrijver over een bekend iemand schrijft, moet je dan uitgerekend over zo’n downperiode schrijven, die daardoor zeer uitvergroot wordt? De schrijfster zegt dat ze geen biografie schreef maar een roman en elke auteur is natuurlijk vrij in zijn of haar keuze, maar ik weet dat ik hiervoor niet zou kiezen en ik zou zeker van te voren met de familie overleggen. Op het eind van het voorwoord zegt de auteur: “En dit is zijn verhaal.” Maar is dat wel zo? Als Anton de Kom zelf zijn verhaal had mogen schrijven, zou dit dan zijn verhaal zijn? Ik denk het niet. “Wie schrijft, die blijft”, wordt gezegd; maar het is verdrietig en pijnlijk voor Anton de Kom, voor zijn nageslacht en voor Suriname als de held Anton de Kom zo zou moeten blijven.’

Cobi Pengel wijst ons per mail op de kracht van het artikel van Ida Does op Starnieuws waarin ze de volgende uitspraak van de auteur en Nobelprijswinnaar Toni Morrison heeft opgenomen: ‘Making a little life for oneself by scavenging other people’s lives is a big question, and it does have moral and ethical implications. In fiction, I feel the most intelligent, and the most free, and the most excited, when my characters are fully invented people. That’s part of the excitement. If they’re based on somebody else, in a funny way, it’s an infringement of a copyright. That person owns his life, has a patent on it. It shouldn’t be available for fiction.’ [zie Does'artikel elders op deze blogspot]

Henna Asin woonde als kind in de Pontewerfstraat, de huidige Anton de Komstraat: ‘Ik ben 73 jaar, geboren en opgegroeid aan de Anton de Komstraat. Oom Anton was een kleurrijke buurtbewoner met veel tori van Frimangron. Spannende verhalen over de acties van De Kom kon hij vertellen. De herinneringen hieraan die ik uit mijn kinderjaren heb overgehouden zijn die van een ruziezoeker en weinig flexibel mens. Als volwassen vrouw moest ik eraan wennen toen er een heel ander beeld van De Kom in de media verscheen en zelfs de universiteit naar hem genoemd werd.’

Ook het boek van Connie Palmen, Lucifer (2007), ontlokte reacties. Ida Does noemde het in haar artikel. Pim de la Parra reageerde met herinneringen aan de componist Peter Schat en zijn vrouw Marina Schapers die overleed na een val van een rots in Griekenland tijdens hun vakantie. Hij heeft het echtpaar goed gekend in Amsterdam en Marina heeft zelfs in een van zijn films gespeeld. De roman Lucifer is bijzonder, omdat Connie Palmen er in geslaagd is om de sfeer van musici, toneelspelers en andere kunstenaars in de zestiger jaren weer te geven, met veel drank in cafés in de Amsterdamse Jordaan, onderlinge seksuele relaties en veel, veel praten. Deze roman berust dus ook op waarheid. De figuren hebben echter gefingeerde namen. Ook deze roman uit 2007, bijna vijfentwintig jaar na het noodlottige ongeluk, bracht kritische reacties omtrent waarheid en fictie teweeg.

maandag 7 oktober 2013

Kunstenares Carmen Alikhan presenteert persoonlijke emotie in eerste solo-expo

door Audry Wajwakana

Paramaribo - Beyond culture was de titel van de eerste solo-expo van kunstschilder Carmen Fazal Alikhan in 2002. Elf jaar later presenteert de artiest haar derde solotentoonstelling genaamd Beyond Culture 2 in het Grand Riverside Hotel. Met zesentwintig diverse schilderijen en een kleine collectie Tibetaanse geweven armbandjes geeft zij van 15 oktober tot 16 november invulling aan het thema. Het onderwerp lijkt een vervolg van de eerste expo. Maar zelf ziet Alikhan dat niet zo. “In mijn eerste expo heb ik veel portretten geschilderd van verschillende bevolkingsgroepen, die de cultuur van Suriname vertegenwoordigden. Het ging niet om de uiterlijke cultuurvorm, maar de diepe emoties die elk mens in zich heeft”, legt de kunstenares uit. Die emotie staat volgens haar boven cultuur en maakt dat alle mensen gelijk zijn. “Een verbindingsvorm van het mens zijn”, verklaart ze.
 
Carmen Fazal Alikhan. Foto @ Cees Ottevanger
Divers

De schilderwerken van Alikhan zijn heel divers. Van figuratief realistisch met surrealistische invloeden tot semi-abstract en abstract expressionistisch. De uiting van emotie bij de portretschilderijen van dieren, kinderen, torso's, en mensen in culturele klederdracht, vormen een doorsnede van haar huidige werk. "Omdat ik voor hetzelfde dilemma kwam te staan als de eerste Beyond Culture, heb ik gemakshalve voor het thema Beyond Culture 2 gekozen. Maar het is zeker geen vervolg", benadrukt de artiest. Bij de diverse schilderijen die ze bij elkaar heeft , voert uiterlijke expressie de boventoon. De kunstenares schildert vaak op het moment dat iets haar raakt. "Het hangt er allemaal vanaf hoe ik mij op dat moment voel of in welke stemming ik verkeer", zegt ze. Zo heeft ze naast portretten waarin verschillende emoties tot uitdrukking komen, ook dieren geschilderd. Zoals uit haar olifantenperiode, een schilderij van twee olifanten die de speelsheid van de dieren tot uiting brengt. Een treinongeluk in India (2011), met een groep olifanten die de treinrails overstak, heeft zij ook op canvas vastgelegd.

Spiritueel

"Het klinkt misschien een beetje vreemd, maar ik schilder niet met als hoofddoel te verkopen", zegt Alikhan. "Ik schilder voor mijn plezier en het is mijn grootste hobby. Natuurlijk is het heerlijk als mijn werken worden verkocht, want de materialen zijn erg duur", zegt ze. Het leren schilderen vloeit voort uit haar spirituele periode, waardoor de artiest zelf een reiki master is geworden. "Een belangrijke periode in mijn leven, waar ik veel pijn tegenkwam, maar ook veel dankbaarheid, liefde en vreugde." Die emoties wilde zij laten vastleggen en ze besloot in 1990 portretschilderen bij de Nola Hatterman Art Academy te volgen.

De opening van de expo zal door haar goede vriend Pim de la Parra worden verricht. "Hij is een gekke jongen met wie ik samen spirituele cursussen deed." Eerst had ze geaarzeld om hem te benaderen. "Maar toen hij me belde en zei dat hij zich niet gaat voorbereiden op de opening, was ik ervan overtuigd dat hij de juiste persoon is om de opening te verrichten. Het zal een leuke avond worden en we gaan zeker genieten", zegt ze lachend.


[uit de Ware Tijd, 07/10/2013]

donderdag 8 augustus 2013

Nu al 125 inzendingen voor Carifesta XI Film Festival

125 inzendingen, waaronder lange films en documentaires, maar ook shorts, animatiefilms en muziekvideo’s. Dit is slechts een greep uit de inzendingen die elke dag binnen stromen bij The Back Lot.

Het Film Festival, dat van maandag 19 tot en met vrijdag 23 augustus in TBL Cinemas plaatsvindt, wordt er één vol Caribische en Zuid Amerikaanse films. Er zijn inzendingen van onder andere Cuba, Peru, Venezuela, Curaçao, Haïti en Guyana. Het programma wordt daarnaast afgewisseld met een selectie van films uit de Travelling Caribbean Film Showcase.

Als gastland is Suriname prominent aanwezig. De inzendingen zijn gevarieerd. Filmliefhebbers kunnen kiezen uit echte klassiekers als Wan Pipel van regisseur Pim de La Parra, maar ook uit recentelijke producties zoals Psst, schatje een korte film over de Surinaamse man. Bezoekers die Lieve Hugo en Trefossa nog niet eerder op het grote doek hebben kunnen bewonderen, kunnen die kans tijdens het Film Festival alsnog benutten.
Twee van de maaksters van Psst... schatje

Tijdens het Carifesta Film Festival wordt naast de filmvertoningen volop aandacht besteed aan kennisoverdracht over alles wat met filmproducties te maken heeft. Inleiders uit onder meer Hollywood, Peru en Costa Rica verzorgen masterclasses waarin aandacht wordt geschonken aan onder meer scenario ontwikkeling, (co-)produceren, distributie, marketing en promotie van films. Maar ook Pim de la Parra zal de master class “Low budget filmmaking in the Caribbean” verzorgen.

Kidscorner In de kidscorner leren jongeren vanaf 12 jaar tijdens de workshop ‘Watch That Sound’, hoe zij een eigen soundtrack voor een film kunnen maken, terwijl jongeren vanaf 14 jaar kunnen meedoen aan de workshop Digital Playground. Tijdens deze workshop leren zij binnen enkele uren een korte film te maken.

Animae Caribe
Voor het eerst geeft Animae Caribe (afkomstig uit Trinidad) animatie-workshops aan jongeren tussen 15 en 29 jaar. Deelnemers kunnen kiezen uit drie verschillende workshops waarin zij verschillende animatie technieken worden aangeleerd, zoals 2D Animaties, 3D Modelling Technieken en Stop-Motion.

Inschrijven workshops & masterclasses

Voor inschrijving kunnen filmliefhebbers, filmmakers (in wording) en jongeren zich aanmelden bij The Back Lot op het telefoon nummer 400 816. De workshops en masterclasses vinden plaats in TBL Cinemas en IGSR (op het complex van de Anton de Kom Universiteit van Suriname) 

woensdag 7 augustus 2013

Dagboek van een zwakke yogie



De minimal movie Dagboek van een zwakke yogi ging 20 jaar geleden in première op het Nederlands Film Festival  in Utrecht, precies één week na de suïcide van hoofdrolspeler Kamaran Abdalla.

De film is een minimal movie in documentaire stijl die twee bevriende echtparen ten tonele voert. Derek, professor in paradoxale logica is getrouwd met Audrey, een succesvol schrijfster van damesromans. Kunstschilder Robert is gehuwd met Loes, monteur van motoren en trotse eigenares van een volbloed paard. Terwijl Robert een expositie in Rotterdam voorbereidt, verdient zijn vrouw de kost. De twee echtparen lijken op het eerste gezicht in harmonie te leven. Al snel blijkt echter dat ze elkaar irriteren, wat tot verrassende verwikkelingen leidt. De wrede en vooral humoristische zwart-wit film werd opgenomen in een tijdsbestek van tien dagen op lokaties in Amsterdam en Rotterdam.


Inmiddels is ook hoofdrolspeelster Dela Maria Vaags overleden. De cast bestaat verder uit Manouk van der Meulen en Robert C. Smit in hoofdrollen en Saskia van Engeland, Marline Williams en Marcel Faber in dragende bijrollen. Director of photography van deze 35mm monocolor film was Emil Busurca. De film werd geregisseerd door het regie-collectief genaamd Ronald da Silva, hier bestaande uit Paul Ruven, Wik Becker en Pim de la Parra.

 Er wordt gefluisterd dat de film mogelijk dit jaar 1 x gepresenteerd zal worden op het NFF in Utrecht, maar producer Margot Barel en Pim de la Parra willen liever op een gunstiger moment wachten, wanneer alle medewerkers voor & achter de camera bij de presentatie betrokken zullen zijn en de film alsnog een kleine theateruitbreng kan beleven, bovendien voorzien van de nog ontbrekende innerlijke monoloog van de mannelijke hoofdrol, die door het plotselinge overlijden van de hoofdrolspeler niet kon worden opgenomen.


maandag 13 mei 2013

Pim de la Parra naar Cuba voor ‘hommage’

door Iwan Brave

Paramaribo - Pim de la Parra vertrekt donderdag naar Cuba voor het bijwonen van de Nederlandse filmweek in Havana. Op het festival is er een ‘hommage’ aan De la Parra. Zowel de gerestaureerde en gedigitaliseerde versie van Wan Pipel (Un Pueblo) als de documentaire Parradox wordt vertoond.

Opname van Wan Pipel in het binnenland in november 1975. Uiterst rechts regisseur Pim de la Parra en links de hoofdrolspelers Willeke van Ammelrooy en Borger Breeveld.  Foto: Olga Madsen.

Ook geeft De la Parra een voordracht aan Cubaanse filmstudenten met als thema 'Low budget film making in the Caribbean'.
"Ik vind het geweldig dat ik aan het einde van mijn filmcarrière naar Cuba mag", zegt De la Parra enthousiast tegenover de Ware Tijd. Het zal bovendien de eerste keer zijn dat Wan Pipel in de Spaanstalige regio wordt vertoond.

"Als student had ik een abonnement op Cine Cubano. De Cubaanse film stond destijds in hoog aanzien. Voor mij komen begin en eind hiermee bij elkaar."

Studenten van de Internationale Filmschool zijn ook uitgenodigd voor zijn lezing op maandag 20 mei. "Met studenten van overal, maar vooral uit Argentinië, Chili, Columbia en Peru", zegt De la Parra. Daarbij wordt Het geheim van de Saramaccarivier vertoond, maar ook zijn eerste minimal movie Lost in Amsterdam uit 1988. In beide speelt Kenneth Herdigein de hoofdrol. "Het is geen kattenpis om een film in elf dagen op te nemen. Aan de hand van vraag en antwoord zal ik in één uur de gehele trukendoos opendoen en de studenten de kneepjes van het vak bijbrengen."
De vierde Nederlandse Filmweek (4ta Semana de Cine Holandés) duurt van 17 tot en met 25 mei. Op het programma staan succesvolle speelfilms zoals Kauwboy,Taped, Rabat en Süskind. Er is speciale aandacht voor sportdocumentaires zoals Johan Cruijff, en un momento dado. De Filmweek wordt georganiseerd door het Cubaanse Filminstituut (ICAIC) in samenwerking met Cinemateca de Cuba, de Nederlandse Ambassade en EYE International.

[uit de Ware Tijd, 13/05/2013]

maandag 28 januari 2013

Pim de la Parra - Het integrale verhaal over mijn contact met Bernardo Bertolucci

[Opgetekend op verzoek van zekere Lisa Bom van College Tour]

In 1966 waren Wim Verstappen en ik behalve de oprichters en hoofdredacteuren van filmblad Skoop ook partners in onze in 1965 opgerichte firma $corpio Films, alsook bestuursleden van de Amsterdamse Filmliga. Na realisatie van enkele korte films hadden we eindelijk een lange fictiefilm beoogd, met Wim van der Linden als cameraman/eigenaar van de eerste Eclair geluiddichte 16mm camera in Nederland.  

Pim de la Parra leest Godard


Als spelers hadden we toezeggingen van Shireen Strooker, Etha Coster, Rudolf Lucieer, Nouchka van Brakel, Ab van Ieperen, Johannes van Dam, Roelof Kiers, Barbara Meter en anderen, om geheel onbezoldigd rollen te spelen in onze eerste lange fictiefilm, De minder gelukkige terugkeer van Joszef Katus naar het land van Rembrandt. Iedere medewerker voor & achter de camera zou een percentage in de eventuele opbrengst van deze film ontvangen, waarvoor we met iedereen een contract van 1 pagina afsloten. Ook met Frans Bromet en Jan de Bont, die naast Wim van der Linden ook als cameraman hebben gefungeerd.

De film werd opgenomen tussen 30 april en 6 mei 1966, zodat Koninginnedag en de openbare 4-Mei en 5-Mei herdenkingen op de Dam als couleur locale zouden dienen. Toen we halverwege de opnamen waren werden we uitgenodigd om in Rotterdam de première van een film van Joris Ivens bij te wonen, een korte docu waarin o.a. Willeke van Ammelrooy een rolletje speelde. Wim en ik hadden in 1964 de film Aah… Tamara geproduceerd, waarin ook Joris Ivens was te zien, die we in 1964 voor Skoop hadden geinterviewd. De film was aan hem opgedragen.

Op de première van de film van Joris in Rotterdam, stelde Ab van Ieperen ons voor aan de toen 24-jarige Italiaanse filmmaker Bernardo Bertolucci, van wie we zijn eerste lange film hadden gezien, La commare secca, die grote indruk op ons had gemaakt, niet in het laatst vanwege de zeer vrije vorm, terwijl het ons ook niet ontging dat hij dit debuut op zijn 21steof 22ste had gerealiseerd, met als mentor de door ons bewonderde cineast & auteur Pier Paulo Pasolini.

Bernardo Bertolucci


Na de voorstelling nodigden Wim Verstappen en ik Ab van Ieperen en Bernardo Bertolucci mee terug naar Amsterdam in onze Scorpio stationcar, een derdehands auto, en gingen we in Slotermeer langs om een warme maaltijd te nuttigen bij mijn toenmalige echtgenote Liesje Tjoe Hwa Oei.
Omdat Bernardo evenals wij een bewonderaar van Hitchcock was, wilde hij graag voor het eerst in zijn leven een Hollandse molen van binnen bekijken, zoals gebruikt als decor in Foreign Correspondent van Hitchcock. Het toeval wilde dat er dicht bij mijn woning in Slotermeer zo’n windmolen stond. Na lekker Chinees-Indisch gegeten te hebben reden we met Bernardo naar die molen, waar we ook even in zijn geweest en hij uiteindelijk voor het eerst met eigen ogen zo’n Hollandse windmolen van nabij kon zien en betreden. (Ik toen ook!)

Het leek Wim en mij wel aardig om van Bernardo’s verblijf in Nederland gebruik te maken en we nodigden hem uit om twee dagen later, op een zaterdagochtend, als acteur een scène te zullen improviseren samen met onze hoofdrolspeler Rudolf Lucieer. Er werd afgesproken dat we hem nog bij een bepaald hotelletje in Amsterdam zouden komen ophalen en ergens aan de Amstel de  betreffende scène zouden improviseren.

Toen het eenmaal zo ver was, bleek Bernardo echter de avond daarvoor te zijn vertrokken naar Scandinavië, in het kielzog van een Zweedse die hij in Amsterdam had ontmoet.
We hadden de film, voorzien van Engelse ondertiteling, ingeschreven naar het filmfestival van Mannheim, dat in oktober plaatsvond, en waar er een prijs van DM 10.000.= was te $coren.  Bovendien stond Mannheim toen bekend als een festival waar jonge filmmakers van over de hele wereld met hun films konden debuteren, en zo een springplank voor die films vonden naar andere festivals in Europa en elders. (Zoals onze film hierna vertoond werd op de Semaine de la Critique in Cannes, in Pesaro en in Chicago en een paar andere filmfestivals anno 1967 en 1968.)
Toen we in Mannheim arriveerden hoorden we dat Bernardo Bertolucci een van de juryleden was.  Dit deed ons vermoeden dat we in elk geval van hem een positieve beoordeling zouden krijgen. Dat klopte, want hij vond de film zeer intrigerend, en sprak over “a sense of doom”, dat over de hele film hing, wat ook veroorzaakt werd door de musical score bestaande uit muziek van de Russische componist Katchaturian.


Op een middag gedurende het festival, nadat onze film al 1x was vertoond, verliet ik de vertoning van een andere film, zonder Wim Verstappen, en kwam op weg naar ons hotel toevallig Bernardo tegen. Hij vroeg me of ik zin had om met hem mee te gaan naar twee gemeenschappelijke vrienden, de Amerikaanse filmmakers Sheldon en Diana Rochlin, bekend van de New American Cinema, en die ik eerder in Amsterdam had leren kennen als programmacommissaris van de Amsterdamse Filmliga bij een serie films van de New American Cinema in Kriterion.

Diane Rochlin

Bernardo vertelde me dat Sheldon & Diana uit Nepal kwamen en Nepal weed bij zich hadden, gekregen van Vali, een wereldberoemde New Yorkse dame uit de scene van Andy Warhol, die in een boom leefde en zo veel publiciteit genereerde. Bernardo vroeg me of ik ooit Nepal weed had gerookt en ik bekende van niet. Hij vroeg me mee omdat hij was uitgenodigd om op de kamer van Sheldon en Diana (een echtpaar) deze verse Nepal weed te komen genieten.
In Mannheim hebben de straten geen namen maar nummers. Op de zevende verdieping van een hotel in een straat met een nummer, werden we welkom geheten door Sheldon en Diana, Joodse New Yorkers, en er werd op een bandrecorder muziek van Charlie Mingus gedraaid en terwijl Sheldon en Diana op hun tweepersoonsbed zaten/lagen en allebei joints rolden, zaten Bernardo en ik naast het bed en/of af en toe op de rand van het bed.
Toen begonnen we te roken en hielden we existentieel filosofische gesprekken terwijl ik na een half uur zo stoned werd dat ik naar de badkamer liep, alwaar ik me in de spiegel bekeek, en de sensatie beleefde dat ”ik” niet meer wist waar ik was: hier in de badkamer, of daar bij hen in de hotelkamer...
 In mijn herinnering staat me bij dat ik niet wilde laten merken dat de weed behoorlijk hard op mij inwerkte, en ik beleefde ook het plezierige gevoel dat ik met deze jonge cineasten hiernu op deze kamer deze vriendschap deelde.
Ik liep naar een van de ramen om wat frisse lucht binnen te laten, maar Sheldon vroeg me om het raam weer dicht te doen, opdat juist de geur van de weed de kamer niet uit zou gaan maar helemaal zou doordringen, want zo zouden we tenminste echt goed stoned worden.  
Inmiddels lag Diana languit op het bed gespreid en begon ik me af te vragen of het soms de bedoeling zou zijn dat we gedrieën met haar zouden vrijen, wat in die tijd = voordat er AIDS bestond en er nog nauwelijks de anticonceptiepil  verkrijgbaar was!! = in New Yorkse en Amsterdamse kunstenaarskringen geen ongebruikelijke situatie was.



Opnieuw bevind ik me in de badkamer voor de spiegel en ik was nog nooit zo stoned geweest en kon niet meer aan het gesprek deelnemen. Ik dronk water, waste mijn gezicht, en voelde me behoorlijk beroerd. Toen liep ik terug de kamer in en weer naar een van de ramen, om wat frisse lucht te happen. Er bevond zich een kozijn van ongeveer 15 centimeter tussen het raam en de buitenmuur, zodat ik voorover kon hangen en met mijn hoofd naar beneden kon kijken. Ik zag de auto’s met hun koplichten voorbij gaan in de vroege avond en beleefde een zeldzaam gevoel van vrijheid. Met beide handen naar omlaag leek ik naar beneden te zweven, toen ik van achteren aan mijn broekriem werd beetgepakt en naar binnen getrokken...
Bernardo hield me vast en de anderen kwamen er bij staan en ze waren erg geschrokken: ik was op het nippertje door Bertolucci de kamer in getrokken, en dat was mogelijk vanwege mijn solide leren broekriem, die hij met een hand had beetgepakt en mij zo terug had getrokken. Ik werd op het bed gelegd en de andere ramen werden open gedaan, zodat ik na een paar minuten weer okay was.
Toen vertrok ik, omdat ik me herinnerde dat ik met Wim Verstappen had afgesproken om kennis te maken met de beroemde Hollywood regisseur Josef von Sternberg, die te Mannheim ook een zwart-witfilm in competitie had, een experimentele film met Japanse spelers.
Josef von Sternberg


Zo herinner ik het me.

Op weg naar de zaal waar de gesprekken met de filmmakers werden gehouden na elke film, besefte ik dat ik aan de dood was ontsnapt en door Bernardo Bertolucci’s hand was gered.
 Onze film werd enkele dagen later bekroond met de INTER Film Preis, maar het Nederlandse lid van deze organisatie meende dat Wim en ik de 10.000.= Deutschmark niet nodig hadden, zodat wij de prijs in onze maag kregen gesplitst ZONDER de bijbehorende 10.000.= DM. Dat was heel pijnlijk, omdat het $corpio Films onmiddellijk uit de schulden  had kunnen halen, want de film had in totaal ongeveer datzelfde bedrag gekost: 10.000.= Toen we hoorden dat Bernardo onze film deze prijs had helpen toekennen, wilden we hem gaan bedanken, maar hij was reeds vertrokken.
Ik heb hem later een paar keer ontmoet op het filmfestival van Cannes en voor het laatst in 1977 op het filmfestival van Venetië.
Welnu, beste Lady Lisa Bom, hier eindigt het verhaal dat ik u toezegde.

Ik denk niet dat B.B. ooit heeft geweten dat hij mijn leven heeft gered. Het was dus niet Oberhausen, maar Mannheim. En hij had toen beslist al vaker marihuana gerookt, dus het was echt niet de eerste keer dat hij dat rookte, zoals hij zei in dat interview. En het was geen Wim, maar Pim met wie hij dit heeft beleefd.

Willeke van Ammelrooy & Hugo Metsers, Frank & Eva. Regie: Pim de la Parra. Productie: Wim Verstappen voor Scorpio Films.


Ik vertrouw er op dat ik u hiermee naar voldoening over die bewuste avond met Bernardo Bertolucci heb ingelicht en hoop ook dat u hem zult vertellen hoe ik het heb beleefd. Hij zal zich wellicht de namen van Sheldon & Diana Rochlin herinneren en wie weet nog wat meer. Zo u wilt kunt u hem mijn e-mailadres geven en ik hoop nog van u te zullen horen hoe het gesprek met hem verliep. Doe hem mijn hartelijke groeten en vertel dat Wim Verstappen inmiddels is overleden, in 2004.

Dank voor uw aandacht.

Gran Odi

Pim de la Parra Sr.Jr.

woensdag 26 december 2012

Pim de la Parra's eerste korte film


Het originele affiche van Pim de la Parra's eerste korte film Aah..Tamara, 28 minuten speelduur, opgenomen zowel in kleur als in monocolor op 35mm Eastman, en als Nederlandse inzending geselecteerd en vertoond op het filmfestival van Cannes 1965. De film heeft een motto van Jean-Luc Godard en is opgedragen aan Pims eerste filmleermeester Joris Ivens, die er zelf ook prominent in te zien is. De oprichting van $corpio Films van Pim de la Parra en Wim Verstappen geschiedde een maand voor de wereldpremière van Aah... Tamara in Cannes.

woensdag 19 december 2012

Breeveldjes & de illusie van het ego

door Jules Koningverander

Het lijkt er op dat de familie Breeveld zich heeft geleend voor de documentaire Wan Famiri van Geertjan Lassche vanuit eenzelfde vals sentiment van waaruit Borger Breeveld in 1976  de hoofdrol op zich nam van de inmiddels iconische film Wan Pipel, of zoals Roy aan het slot van die film zegt dat zijn leven in Suriname ligt en dat hij meent dat het zijn taak is om het land te helpen opbouwen. Hetzelfde vals sentiment van waaruit hij en broer Hans een paar jaar later de zijde van Bouterse zouden kiezen. De regisseur van Wan Pipel, Pim de la Parra, zou het decennia later als volgt verwoorden: “Het is de illusie van het ego dat je met sociale of politieke revolutie iets kan veranderen of verbeteren.”

Van links naar rechts Pim de la Parra, Willeke van Ammelrooy en Borger Breeveld bij de Nederlandse première van de gerestaureerde versie van Wan Pipel op 28 september 2010

Het bewijs van deze stelling ontleen ik aan Borger Breevelds verweer op StarNieuws van vandaag: “Borger Breeveld legt uit wat er mis ging met de documentaire Wan Famiri”. Hij betoogt dat voorafgaand aan het maken van de documentaire duidelijke afspraken waren gemaakt over bedoeling en inhoud, maar zegt hij: “Het eindresultaat was heel iets anders. Het ging niet meer om Wan Famiri, maar om President Bouterse en de decembermoorden.

Het is natuurlijk ontzettend naïef van Borger en van de hele familie Breeveld dat zij dit eerst achteraf concluderen en dat zij dat niet gaandeweg de productie van de documentaire hebben voelen en zien aankomen. Politieke dieren als Borger, Hans en Carl Breeveld zijn, hebben ze zich laten meesleuren door de politieke waan van de dag, zijnde de omstreden totstandkoming van de omstreden amnestiewet. Op het moment dat die amnestiewet werd gelanceerd hadden de Breeveldjes echter beter moeten weten en hun medewerking aan deze documentaire onmiddellijk moeten stopzetten in plaats van achteraf te roepen dat “die wat ons betreft niet uitgezonden zou mogen worden.” Documentairemaker Lassche zou geen knip voor zijn neus waard zijn geweest als hij niet op deze volslagen onverwachte ontwikkeling had ingespeeld, daarvoor is het nu eenmaal een documentaire.

De vier broers Breeveld


Volgens Geertjan Lassche gaat het om een verschil in perceptie van het begrip familieportret: “Wat versta je daaronder? Ik heb een politiek actieve familie willen portretteren die een metafoor vormt voor de recente geschiedenis van Suriname. Want ondanks hun onderlinge verdeeldheid zijn ze toch heel duidelijk één.” Behalve dat ik het met die duidelijke eenheid van de familie niet eens ben, ben ik het verder eens met Lassche, anders zou hij de politieke activiteit van de familie geweld hebben aangedaan. Onbegrijpelijk dat de Breeveldjes dat niet willen zien.

Maar ik stoor me aan Lassche’s perceptie dat de familieleden ondanks hun onderlinge verdeeldheid toch heel duidelijke één zouden zijn. De familie is niet één, maar de dramatis personae houden zich krampachtig aan elkaar vast, dát is het verschil en dat wil Lassche niet zien. Het is hetzelfde allesverhullende begrip eenheid in verscheidenheid dat vandaag de dag opgeld doet in Suriname. Het bewijs van mijn stelling is de krampachtigheid waarmee ze afstand nemen van de documentaire op het moment dat de politiek ieders eigen rol opeist.

Eens te meer bewijzen de Breeveldjes het voorbeeldige mini-schaalmodel van geheel Suriname te zijn, een waarachtig spiegelbeeld van wat zich dagelijks afspeelt in de Surinaamse samenleving. 

woensdag 3 oktober 2012

Brief Pim de la Parra over minimal movies



Paramaribo, 2/10/2012
Aloha beste In-Soo, San Fu, Eddy & Emjay,

Het is vermakelijk om in de laatste Nieuwsbrief van het Nederlands Filmfonds te lezen over een door de Biënnale van Venetië georganiseerde  “micro-budget cinema”-reeks, waar lange fictiefilms van beginnende filmmakers voor een budget van Euro 150.000.- zullenworden ondernomen en er “nieuwe filmproductiemodellen” zullen worden onderzocht...

Uit het Nederlandse filmproductieklimaat waren er in de malaisejaren anno 1988-1993 maar liefst 15 (vijftien) zogenaamde minimal movies ontstaan, maar door kortzichtigheid en gebrek aan een toekomstvisie van de toenmalige filmoverheden, werd deze organisch gegroeide filmbeweging tenslotte de grond in geboord, zelfs zodanig dat er nu nog 6 (zes) onvoltooide “minimal movies” in de kluizen van EYE Film Instituut Nederland in gevaar verkeren, maar nog “gered” kunnen worden indien er iemand bij het Nederlands Filmfonds of bij EYE Film alsnog de moed & het inzicht zou koesteren dat deze nationale filmbeweging tot op de dag van vandaag ernstig is onderschat, ook in commercieel opzicht, en na 25 jaar eindelijk een research waard is.
Ik hoop het nog te mogen meemaken dat deze in verschillende fasen van voltooiing verkerende minimal movies alsnog het levenslicht zal worden gegund :
Screenshot uit Extravaganza

Het gelukzalige lijden van Derek Neaujon ;

Extravaganza ;

Fear and Desire ;

Labyrint der lusten ;

Dagboek van een zwakke yogi

+  en de in 1995 voor Stichting de Rotterdamse Academie voor Cinematografie (RAC) geproduceerde Rotterdamse minimal movie De droom van een schaduw/The Dream of a Shadow.

Alleen al de gekozen titels kunnen aangeven dat deze minimal movie beweging “benen had om verder te kunnen gaan”, als er toen maar het inzicht was geweest dat “low budget filmmaking” geen fenomeen was dat snel zou overwaaien...

Graag zal ik ooit in de gelegenheid zijn om jullie bovengenoemde experimentele lange fictiefilms nog eens in voltooide vorm te kunnen tonen.

#  {Deze brief wordt in Bcc verzonden naar enkele relevante betrokkenen.}

Dank voor je aandacht en met hartelijke groeten,

Pim de la Parra Sr. Jr.  

Première-uitnodiging Wan Pipel

Een foto van de enveloppe en uitnodiging voor het bijwonen van de Amsterdamse première van de film Wan Pipel van Pim de la Parra op woensdagavond 18 augustus 1976 in het Calypso Theater in Amsterdam. Klik op afbeelding voor groter formaat.


Foto @ Theo Tjong

\