![]() |
| De Surinamerivier. Foto Lucento Mijnals |
door Bert Eersteling
De heer Monhansingh heeft in het artikel met als kop,’Begrip
Marron discriminerend, het zijn jagers’, op GFC
Nieuws [zie bericht hieronder – red. CU] onomwonden gesteld dat de 6
stammen die in het Surinaamse binnenland voorkomen uit gevluchte slaven van één
en dezelfde stam in West-Afrika gevormd zijn. Deze stelling raakt kant noch wal
en verdient mijns inziens het predikaat van wilde verkeerde leer.
Dat de trans-Atlantische slavenhandel zich merendeel vanuit
West-Afrikaanse landen heeft voltrokken, is in diverse literatuur en
archiefmaterialen alom bekend. Overigens is deze route economisch bekeken voor
de slavenhandelaren voordeliger. In de diverse West-Afrikaanse landen kwamen en
komen nog steeds per land verschillende stammen voor, die elk een eigen taal
spreken. Het is waar dat enkele stammen, leden van andere stammen hebben
verkocht aan de slavenhandelaar.
![]() |
| Een marrondorp aan de Surinamerivier, 1955 |
Maar de blanken hebben zelf met eigen legers Afrikaanse
dorpen geplunderd en bewoners van die plaatsen gevangen genomen en
getransporteerd naar de Amerika’s. Als er voldoende slaven volgens de twee
methoden verzameld waren in een factorij, kon de verscheping plaatsvinden. De
diverse etniciteiten werden willekeurig in de schepen geplaatst. Er werd niet
gekeken naar de etnische komaf. Het zou mijns inziens onstrategisch zijn
zijdens de slavenhandelaar om de verscheping op etnische basis uit te voeren.
In de geschiedenis is bekend dat de slaven moeilijk met
elkaar konden communiceren gedurende de oversteek van de Atlantische oceaan.
Vele taferelen over de overtocht zijn vastgelegd in boeken en films.
Een zeer belangrijke factorij van waaruit slaven vervoerd
zijn door met name de Hollander naar de Amerika’s, is St. Georges del Mina. De
Asantahene van het Koninklijke huis der Ashanti stam, heeft zich schuldig
gemaakt aan het verruilen van gevangenen voor voedsel, spiegels etc.
Maar zoals ik eerder gesteld heb, hebben de slavenhandelaren
zelf Afrikanen gevangen genomen en getransporteerd naar de Amerika’s. Zo is ook
bekend dat leden van het Koninklijke huis der Ashantie ook in de nieuwe wereld
beland zijn.
![]() |
| Kaart van de zgn. "driehoekshandel"(West-Afrika, Nieuwe Wereld, Europa) |
In Suriname aangekomen, na eerst enkele andere havens te
hebben aangedaan, waar ook slaven verkocht werden aan de plantage-eigenaren,
werden de rest van de slaven verkocht aan diverse plantage-eigenaren. Deze eigenaren
kwamen van Commewijnerivier, de Cotticarivier, de Surinamerivier, de
Saramaccarivier. Deze kocht de slaven naar hun eigen keus. Vanwege het systeem
dat gehanteerd werd bij de verkoop, was het vrij onmogelijk dat eventuele
stamgenoten of familieleden die Suriname bereikten op dezelfde plantage konden
belanden. Eerder heb ik gewezen op de manier van transport vanuit de factorijen
in West-Afrika.
De vlucht naar de bossen
De slaven die naar de bossen gevlucht zijn komen van diverse
plantages van de Cotticarivier tot de Coppenamerivier. Een stam bestaat uit
diverse clan of lo. De clan of lo is de verzamelnaam van gevluchte slaven die
van dezelfde plantage afkomstig zijn. Zij noemde zich zelf naar de plantage van
afkomst of naar de plantage-eigenaar. Een voorbeeld ter illustratie. De mensen
van het dorp Langatabiki aan de Marowijnerivier komen van de plantages Hazard
en Entros. Deze mensen noemen zich zelf, tot vandaag ,de Asaiti-nengre (Hazard)en
de Antosi (Entros) nengre.
De mensen van het dorp Kajana aan de Granrio, noemen zich
zelf de Kadosi-nengre, naar de plantage eigenaar Cardoso.
De mensen van het dorp Dan aan de Boven-Surinamerivier
noemen zich zelf de Nasi-nengre, afgeleid van de Portugees -Joodse plantage
eigenaar Samuel Nassy van Jodensavanna.
![]() |
| West-Afrikaanse slaven worden verdeeld over de plantages. ( Stedman) |
De talen die gesproken worden namelijk het Aucaans, het
Paramaccaans, het Kwinti, het Aloekoe, het Matawai en het Saramaccaans, zijn
gevormd uit het Engels, Nederlands, diverse Afrikaanse talen en het Portugees.
Het Saramaccaans heeft veel meer Portugese woorden, terwijl de overige talen
meer Engels en Nederlandse woorden naast de diverse Afrikaanse woorden
bevatten.
Het Aucaans en het Saramaccaans worden gezien als de twee
meest gesproken talen. Het Aloekoe, het Paramaccaans zijn meer dialecten van
het Aucaans, terwijl het Matawai als dialect van het Saramaccaans gezien kan
worden.
In de geschiedenis wordt ook gezegd en dat is het meest
aannemelijke in de Surinaamse context, dat het woord marrons afgeleid is van
het Spaanse woord Ci-Marron. Dit betekent wild vee, paard. Dit wild vee, paard
kwamen voor op de bergen van Hispanola. Deze bracht veel schade aan de plantage
op het eiland Hispaniola (Haïti en Dominicaanse republiek).Deze term werd
gebruikt door de plantage-eigenaren tegen de gevluchte slaven, die steeds
terugkwamen om andere slaven te bevrijden en het noodzakelijke (bijl, tjap,
geweer en houwers) mee te nemen. Kennelijk raakten de plantage-eigenaren
gefrustreerd van deze actie van de gevluchte slaven en uit hun frustratie
hebben ze deze denigrerende naam gegeven aan deze moedige mensen.
Hopelijk heb ik met deze korte samenvattende uitleg de
verkeerde leer weerlegd. Dit is overigens met een positieve intentie.
[uit GFC Nieuws,
24 februari 2014]

























