Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
zondag 13 april 2014
Ashetu in Indië
zaterdag 12 april 2014
Ellen Ombres Wie goed bedoelt en andere reisverslagen
![]() |
| Voodoo-danser in trance in Quidah, Benin. Foto © Kwekudee |
![]() |
| Voodoo-markt Abomey, Benin. Foto © Kwekudee |
![]() |
| Gravure uit Posts Reinhart |
zaterdag 15 maart 2014
Album van de Indische poëzie
= GEEN KAARTEN MEER BESCHIKBAAR =
Over Indië zijn in de loop der eeuwen vele honderden gedichten geschreven. Van matrozenliedjes uit de VOC-tijd tot cabaretteksten van Diederik van Vleuten en light verse van Drs. P. Van gecanoniseerde literatuur tot kindergedichten. Alle grote Nederlandse dichters schreven over Indië: van Vondel en Bilderdijk tot Slauerhoff en Lucebert. De genres lopen uiteen van plechtige lofdichten tot smartlappen.
Op 16 maart is er een feestelijke presentatie van deze bundel met een aantal prominente gasten, onder wie Willem Nijholt, Ernst Jansz, Wieteke van Dort, Marion Bloem, Piet Schreuders (vormgever van het album) en Patty Scholten. Aafke de Jong zal Indische dansen uitvoeren op twee gedichten van Han Resink. Peter Zonneveld presenteert de middag.
Toegang gratis,
zondag 6 oktober 2013
Try-out De man van veel van Karin Amatmoekrim
[uit de Ware Tijd, 05/10/2013]
vrijdag 4 oktober 2013
Een boekopdracht van Karin Amatmoekrim
Gistermiddag werd bij uitgeverij Prometheus, Keizersgracht 540 in Amsterdam, de nieuwe roman van Karin Amatmoekrim, De man van veel, ten doop gehouden. Uitgever Mai Spijkers voerde het woord, Anton de Kom - kleinzoon van Anton de Kom over wie de roman gaat - las een lang gedicht voor en prof. Bert Paasman, Karins oude leermeester, kreeg het eerste exemplaar aangeboden. En toen was het signeren. Hierboven is te zien wat Karin Amatmoekrim schreef in het exemplaar voor de vriend van haar klein zusje.
Op zaterdag 19 oktober wordt het boek gepresenteerd in hotel Torarica in Paramaribo.
zaterdag 21 september 2013
De toekomst van de studie van de (post)koloniale Nederlandse literatuur
door Michiel van Kempen
| Michiel van Kempen en Adriaan van Dis |
Het veld van de studie van de postkoloniale literatuur van Nederland is enorm in beweging. Het lijkt alsof er een wisseling van de wacht gaande is. Academici die zich bezig hielden met (post)koloniale literatuur concentreerden zich 25 jaar geleden voornamelijk rond de Werkgroep Indische Letteren. Vooral in Leiden werd de Oost een speerpunt van onderzoek, terwijl aan de UvA na het terugtreden van Bert Paasman in 2004 een bijzondere leerstoel voor de Indische letteren werd gecreëerd. Aandacht voor de West was veel minder breed en kwam er pas later met de Werkgroep Caraïbische Letteren en een leerstoel in Amsterdam vanaf 2006. De studie van de Zuid-Afrikaanse literatuur, vroeger gedoceerd aan verschillende universiteiten, concentreert zich in recente jaren enkel nog rond de bijzondere leerstoel Afrikaans aan de UvA.
| Literatuurwetenschappers bijeen in Berkeley, California, september 2011 |
vrijdag 31 mei 2013
Kraspoekol – aanklacht tegen slavernij in Oost-Indië
| Dirk van Hogendorp |
zaterdag 25 mei 2013
Waar blijft een monument ter nagedachtenis aan de slavernij in Oost-Indië?
![]() |
| Bert Paasman. Foto © Lilian van de Kamp |
Waarom was er in 2010, toen de slavernij in Oost-Indië precies 150 jaar geleden werd afgeschaft geen aandacht voor dit feit, vraagt Paasman zich af. Vooral omdat er dit uitgebreid stil gestaan wordt bij 1863, het jaar dat de slavernij in Suriname en de voormalige Antillen werd afgeschaft.
![]() |
| Mardijkers, vrijgemaakte slaven in Oost-Indië, afbeelding uit 1704 |
Slavernij was er wel degelijk en zelfs op dezelfde schaal als in West-indië; er werden zo’n 600.000 mensen slaaf gemaakt in Oost-Indië. Vanuit India, Ceylon, Bali, Celebes (het huidige Sulawesi) werden de slaven vervoerd naar Java. “Dat waren vaak minder zeewaardige schepen, mensen stierven aan boord.” illustreert Paasman.
Anders dan in de West waren er vrijwel geen plantages dus ook geen plantageslaven die zwaar werk in de brandende zon moesten doen. De Oost-Indische slaaf was een huis-tuin-en keukenslaaf die op het erf aan het werk werd gezet. “Eigenlijk de voorloper van de baboe en de kokki dus het huispersoneel,” voegt Paasman toe. Bij aanleg van steden en forten en in de havens van de VOC verrichtten de slaven echter wel degelijk zware lichamelijk arbeid.
Relaties tussen witte mannen en donkere slavinnen kwamen veelvuldig voor en werden geaccepteerd. De slavinnen moesten Nederlands leren en Protestant worden als ze gingen trouwen. Omgekeerd was een verhouding tussen een witte vrouw en een donkere slaaf uit den boze. Voor de slaaf in kwestie restte de doodstraf als de relatie aan het licht kwam.
Paasman besluit zijn lezing met een antwoord op de vraag waarom er zoveel minder aandacht is voor die slavernij in de Oost. Om te beginnen is er veel minder onderzoek naar gedaan dan in het West-Indisch gebied. Ook is de oude slavenbevolking geassimileerd met de Indonesische bevolking; nazaten zijn dus nauwelijks meer aan hun uiterlijk herkenbaar. Een derde reden is het ontbreken van wat Paasman noemt pressure groups dus afstammelingen van nazaten die aandacht vragen.
woensdag 26 september 2012
Promovendi Surinamistiek & Antilleanistiek bijeen
![]() |
| Hersenkraken: Carl Haarnack |
| In de schaduw op een zonnige zaterdag |
| V.l.n.r. Ellen de Vriies, Maarten De Pourcq, Joe Fortin, Jos de Roo, Anja en Paul Hollanders |
| Prof. Ieme van der Poel (UvA) sprak over waarom "creolisering" niet geldt voor Noord-Afrika |
| Diner in restaurant De Ponteneur |
| Dr Maarten de Pourcq (RUNijmegen) sprak over intertekstualiteit |
![]() |
| Jos de Roo en Mieke Groen naast hun promotor prof. Michiel van Kempen |
| Radjin Gena en Bert Paasman in gesprek met Mieke Groen |
| Prof. Susan Legêne (Vrije Universiteit) sprak over gematerialiseerde geschiedenis |
![]() |
| Prof. em. Bert Paasman (UvA) hield de slotrede over zijn onderzoek in Guyana naar Elisabeth Maria Post. Tim de Wolf luistert. |
donderdag 9 februari 2012
Het pijnlijke Nederlandse slavernijdebat, nu en toen
De activiteiten van nakomelingen van Surinaamse en Antilliaanse slaven hebben de discussie over de Nederlandse rol in slavenhandel en slavernij volop in de publieke belangstelling geplaatst. In 2013 is het 150 jaar geleden dat de slavernij in de West-Indische koloniën werd afgeschaft. Heeft Nederland een slecht geweten en een ereschuld? Waarom is het huidige debat zo uitzichtloos en hoe kan daar verandering in komen?
Bert Paasman stelt, na een inleiding over het Nederlands aandeel in slavernij en slavenhandel, dit slavernijdiscours in heden en verleden aan de orde, probeert misverstanden recht te zetten, taboes aan te snijden en gaat de discussie aan met het publiek.

Programma
16.30 uur Inloop met koffie & thee
17.00 uur Lezing door Bert Paasman
18.15 uur Einde en afsluiting met een drankje
Prof. dr. Bert Paasman is emeritus hoogleraar Koloniale en Postkoloniale Cultuur- en Literatuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde over de Verlichting, de Oost- en West-Indische letteren, over Nederlandstalige literatuur van Zuid-Afrika en over moderne migranten-literatuur. Zijn dissertatie was gewijd aan het Nederlandse slavernijdebat.Datum en tijd: donderdag 15 maart 2012, aanvang lezing 17.00 uur
Locatie: Leeszaal KIT Bibliotheek, Mauritskade 63, Amsterdam
Toegang: € 7,50 (KIT-leden en studenten € 5,-)
Reserveren is noodzakelijk: Tel. (020) 568 8462 of via: library@kit.nl
dinsdag 18 oktober 2011
Biografie van Dobru onder grote belangstelling gepresenteerd
door Chantal Cooper
Er was geen stoel meer vrij bij de presentatie van de biografie van dichter/schrijver/politicus Robin Raveles welke werd gehouden in de zaal van de Vereniging Ons Suriname op 25 september 2010. Op deze biografie promoveerde Cynthia Abrahams op 24 november 2010 aan de Universiteit van Amsterdam. Zij was hiermee de eerste Surinaamse letterkundige die aan een Nederlandse universiteit een proefschrift schreef over een Surinaams onderwe
rp. Abrahams was tevens de eerste die afstudeerde onder de bijzondere leerstoel West-Indische letteren. Promotor Michiel van Kempen was jammer genoeg verhinderd door zijn bijdrage aan 'The 2011 Berkeley Conference in Dutch Literature'. Onder de aanwezigen was wel co-promotor Bert Paasman. Ook de familie van de schrijver was goed vertegenwoordigd.
Thea Doelwijt en Cynthia Abrahams
De middag werd geopend met de vertoning van de dvd van het project Someni Tongo van beeldend kunstenaar Arnold Schalks. Onder drumbegeleiding zeiden 43 Surinamers uit alle bevolkingsgroepen het nationale gedicht ‘Wan bon’ op. Hierna volgde een interview dat Abrahams werd afgenomen door Noraly Beyer. De achtergrond was een gi
gantische poster van de omslag van het boek met daarop een portret van de dichter geschilderd door Erwin de Vries.
Het gesprek gaf inzicht in de tijd waarin Raveles opgroeide en zich ontwikkelde tot de persoon die hij was. Hoewel het interview langer duurde dan het programma aangaf, verslapte de aandacht van het publiek geen moment. Het interview werd gelardeerd met mooie beelden van Raveles, die o.a. de gedichten ‘Pina’ en ‘Ik wil geen strand zijn’ bracht. De zaal reageerde enthousiast op de authentieke beelden.
Kunstenaar Michael Wong Loi Sing schilderde voor deze boekpresentatie belangeloos het doek ‘Wan bon’ dat die middag werd geveild. De opbrengst is bestemd voor het bejaardenhuis Fatima-Oord in Paramaribo. Abrahams zal de opbrengst binnenkort aan de directie van Fatima-Oord overhandigen.
Het eerste exemplaar van de biografie werd overhandigd aan Dobru’s oudste dochter Rashida Natsja (afgeleid van nationalisme) Raveles, die haar emoties maar nauwelijks kon bedwingen. In haar dankwoord benadrukte zij dat het belangrijk was dat deze informatie nu was vastgelegd. Ook aan schrijfster Thea Doelwijt werd een exemplaar uitgereikt vanwege de rol die zij heeft gespeeld in het literaire leven van Suriname en haar nauwe samenwerking met Dobru in de literaire groep Moetete. Voorts werd aan Eva Essed en Prof. Bert Paasman een exemplaar aangeboden.
De middag werd vervolgd met een optreden van Denise Jannah die een gezongen versie van het gedicht ‘Wan bon’ bracht met gitaarbegeleiding door Benny Alwart. Deze versie had zij eerder vertolkt in o.a. het toneelstuk De tranen van Den Uijl van Hugo Pos. Het publiek werd aangemoedigd de koortjes mee te zingen. Samen met alle aanwezigen zong zij tot slot het bekende ‘Mi kondre tru’, waarbij zij versterking kreeg van Gerda Havertong, die vertelde dat zij van Dobru toestemming had gekregen deze versie van ‘Wan Bon’ ten gehore te brengen tijdens Carifesta 1976.
Er heerste een gemoedelijke sfeer tijdens het informeel samen zijn waarbij het publiek de mogelijkheid had een boek te laten signeren.
vrijdag 24 december 2010
De postkoloniale zwijnenstal

donderdag 25 november 2010
Laudatio bij de promotie van Cynthia Abrahams
door Michiel van Kempen & Bert PaasmanLaudatio uitgesproken bij de promotie van Cynthia Helga Abrahams-Devid tot doctor in de geesteswetenschappen, aan de Universiteit van Amsterdam, 24 november 2010
Door promotor: prof. Michiel van Kempen (1) en copromotor prof. Bert Paasman (2)
(1)
Beste Cynthia, Zeergeleerde mevrouw Abrahams-Devid,
In verschillende opzichten is dit een bijzondere dag. Natuurlijk in de eerste plaats omdat je een intensief onderzoekstraject vandaag beloond ziet met de hoogste academische graad, die van doctor in de letteren. Ik wil je daarmee ˗ mede namens copromotor Bert Paasman die zodadelijk nog het woord tot je zal richten ˗ van harte feliciteren, en ik betrek in die felicitaties ook graag je twee dochters, Raquel en Merrill, die je hebben bijgestaan als paranimfen, en je moeder die zolang naar deze dag heeft uitgekeken, die me nog in maart in Paramaribo aan mijn mouw trok en vroeg of je toch niet binnen drie maanden kon promoveren. Welnu, het werden geen drie
maanden, maar toch ook weer niet zo verschrikkelijk veel langer. Het is voor ons allen ook een eer dat de weduwe van Dobru, mevr. Yvonne Raveles-Resida, en Dobru’s zuster, Nadia, speciaal voor deze dag zijn overgekomen om bij deze plechtigheid aanwezig te zijn.Het is voor mij persoonlijk ook een bijzondere dag, omdat jij de allereerste bent die een proefschrift verdedigt onder de bijzondere leerstoel West-Indische Letteren, die door het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek in 2006 is ingesteld. Nu zijn er al eerder enkele proefschriften geschreven over onderwerpen binnen de Surinaamse literatuur, maar dat gebeurde altijd door mensen uit andere disciplines – de antropologie of de taalkunde bijvoorbeeld ˗ of, zoals in mijn eigen geval ˗ door iemand die niet van Surinaamse afkomst was. Ik ben eens aandachtig langs mijn boekenkasten gelopen en ik stel vast dat jij de allereerste Surinaamse letterkundige bent die ooit in Nederland promoveert op een Surinaams onderwerp. Dat je daarbij juist R. Dobru tot object van onderzoek koos, is een schot in de roos geweest, want hij is de enige
dichter van wie zowat alle Surinamers een gedicht uit het hoofd kennen, hij is de dichter die de meeste Surinamers in hun hart hebben gesloten. Waarom dat zo is, maak je gedetailleerd duidelijk in je dissertatie. Het mooie van je studie is dat je Dobru allereerst in zijn eigen omgeving neerzet, en dat je ook zoveel bladzijden hebt gewijd aan Dobru in zijn contacten binnen het Caraïbisch gebied. Zo geef je invulling aan wat Jack Corzani bepleitte voor de Caraïbische literatuurwetenschap: de recentrage, het terugbrengen van het centrum van aandacht naar de regio zelf en het van binnenuit bezien van de eigen cultuur.
Jij hebt de eerste grote studie geschreven over Dobru. Dat levert niet een radicaal andere Dobru op dan die we kennen, maar geeft ons wel een veel genuanceerder beeld van zijn leven en werk. Je hebt een ontzagwekkende verzameling empirische data weten bijeen te brengen – waaronder ook een pracht van een primaire bibliografie – en het zijn die harde feiten waar de literatuurwetenschappers na jou hun voordeel mee kunnen doen. Bovendien lever je een interessante bijdrage aan de literatuurgeschiedenis met tal van onbekende teksten van Dobru en fragmenten uit correspondentie. Je hebt je nauwelijks gewaagd aan literaire analyse, en je bent ook – in tegenstelling tot je promotor ˗ extreem terughoudend geweest met waardeoordelen over het literaire werk. Ik heb je herhaaldelijk geprobeerd uit je tent te lokken, maar het is me niet gelukt. Maar die aanpak van jou kan juist ook een impuls wezen tot
veel studie door latere onderzoekers.Cynthia, ik heb je de laatste jaren leren kennen als een zeer toegewijd en hardwerkend onderzoekster. In die jaren is nog enorm veel gebeurd. Maar ere wie ere toekomt, de basis van je onderzoek heb je gelegd samen met mijn copromotor Bert Paasman, die de lange eerste en moeilijkste fase van begeleiding op zich heeft genomen. Ik wil de rector daarom verzoeken om hem nu het woord te verlenen.
(2)
Beste, hoewel Zeergeleerde Cynthia,
Je bent nu doctor, en was al huismoeder, grootmoeder, bibliothecaresse, personeelsmanager, docent Engels en Caraïbistiek, bestuurder, juryvoorzitter, festival-presentatrice, toneelspeelster, zangeres etc., je staat van dienst is indrukwekkend! Hoe vond je nog tijd om aan een proefschrift te werken?! Niettemin, in juni 2002 tijdens de receptie na de promotie van jouw huidige promotor, Michiel van Kempen, vertrouwde je me toe dat je ook wilde promoveren, en uit volgende gesprekken bleek dat je de Surinaamse dichter en politicus Raveles/Dobru de plaats wilde geven die hem in de literatuur- en cultuurgeschiedenis van Suriname en het Caraïbisch gebied toekomt. Daarna volgden jaren van hard werken. Dankzij jouw Surinaamse banden bleek je in staat
het vertrouwen te winnen van de weduwe Raveles en kon je het kostbare familiearchief doorwerken, waarin je vele schatten aantrof. We mogen mevrouw Yvonne Raveles-Resida en verdere familie daarvoor dankbaar zijn. Verder interviewde je vrijwel iedere Surinamer in Suriname en Nederland die Dobru nog gekend had en dat onderzoek breidde je uit naar het gehele Caraïbische gebied, en zelfs naar de Verenigde Staten. Dat leverde prachtig, onbekend materiaal op.Zoals ieder van ons had je ook wel eens tegenslagen in je leven, maar je bleef Dobru trouw. Ook het schrijven ging niet altijd van een leien dakje, ‘schrijven doet van au’, formuleringen, vormgeving en verantwoordingen letten nauw. Bovendien, had je niet als de huidige AIO’s een begeleide werkplek op de universiteit en ontving je geen cursussen en instructieweekenden. Je was nog een ‘zondagpromovendus’ die heel veel zelf moest uitvinden – en dat met grote volharding deed. Wij hebben daar grote waardering voor!
Je nam mij mee naar sommige van je optredens, zo herinner ik me jouw lezing voor de Surinaamse sociëteit De Waterkant in Den Haag, daar zaten onder je gehoor maar liefst een stuk of vijf mensen die nog bij Raveles in de klas hadden gezeten en je met sp
annende informatie bestookten. Ik werd er bovendien professor genoemd, iets wat je aan de Universiteit van Amsterdam niet zo gauw zal overkomen... Ook sleurde je me mee naar het toneel, waar onder bezielende leiding van de schrijfster-historica Cynthia Mc Leod, de Surinaamse geschiedenis in taferelen werd uitgebeeld, met bijzondere artiesten als Gerda Havertong, Denise Jennah en Jetty Mathurin. Jouw dochter Merrell en schoonzoon Jeroen deden mee als de ‘mooie mulattin Joanna’ en kapitein John Gabriel Stedman. Jij was baronnesse Van Heeckeren, eegade van de gouverneur, je liet de toren op het Stadhuis, later Departement van Financiën bouwen (nou ja, in het toneelstuk dan). Die aristocratische rol lag je opvallend goed! Ik werd uitverkoren tot koning Willem III, een frivool heerschap dat evenwel zijn handtekening onder de emancipatiewet gezet had en daarom nu nog in Sranan-liedjes herdacht wordt. Vervolgens zorgde jij ervoor dat ik na afloop publiekelijk verkocht werd (dan voelt een bakra ook eens wat dat is) en eigenlijk bracht ik nog heel wat op, maar na mij werd televisiejournaliste Hennah Draaibaar verkocht en ja, daar kon ik niet tegen op... Een fraaie foto toont de baronnes en de
koning tezamen (‘our own people’). Baronnesse Cynthia, de wegen naar een promotie zijn aldus soms ook ondoorgrondelijk en wonderbaarlijk.Zo werkten we op verschillende fronten samen; na mijn vertrek uit de Faculteit dakloos geworden in Amsterdam, steeds vaker met besprekingen in stationsrestauraties. Vorig jaar moest ik wegens het bereiken van een (naar universitaire normen kennelijk) gevaarlijk hoge leeftijd, het promotorschap overdragen, dat was een moeilijk moment, maar gelukkig kon en wilde mijn opvolger voor West-Indië, Michiel van Kempen, de promotiebegeleiding overnemen en afronden. Je had daarmee meteen de beste Surinamist uit ons vakgebied te pakken, een zeer voordelige wissel! Ik wil m
ijn collega daarvoor ook van harte bedanken en hem met zijn eerste promotie gelukwensen!En nu is het zover, het hora est heeft geklonken en het grote feestvieren kan beginnen – en daarna, mogen we hopen, begint de voorbereiding van de editie van de verzamelde gedichten en verhalen van ‘Wan Bon Dobru’!
Dr. Cynthia, Ouders en Kinderen van Cynthia, met dit alles bijzonder veel geluk gewenst!


















.jpg)


