Posts tonen met het label biologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label biologie. Alle posts tonen

zaterdag 12 april 2014

Nieuwe biodiversiteit voor Curaçao

Curaçao. Foto © Laszlo Ilyes
Van 16 oktober tot 19 november 2013 hebben drie leden van het Naturalis Mariene Biodiversiteitsteam veldwerk verricht op de koraalriffen rondom Curaçao. Hun onderzoek concentreerde zich op krabben, garnalen en weekdieren die in symbiose leven met andere ongewervelde dieren. Om data te verzamelen is er gedoken op 23 plekken langs de zuidwestkust en op één locatie langs de noordoostkust. Eén duik naar de dieper gelegen riffen is gemaakt met de onderzeeer 'Curasub' van Substation Curaçao. Binnen dit onderzoek zijn veel nieuwe soorten ontdekt voor Curaçao, inclusief nieuwe symbiotische relaties en zelfs soorten die nog niet eerder door de wetenschap beschreven zijn.

Lees verder in het Engels…

From 16 October to 9 November 2013, three members of the Naturalis Marine Biodiversity Team performed fieldwork on the reefs of Curaçao investigating crabs, shrimps and molluscs living in association with various invertebrate groups. Dives were made at 23 locations along the southwest coast of Curaçao and one location on the northeast coast. One dive was made by submersible with the 'Curasub' from Substation Curaçao, exploring the deep reefs. Many new records for the Curaçao marine fauna were established, including new associations and even species new to science.

Atlantic Pearl Oyster Shrimp (Pontonia manningi) among the gills of the bivalve Atlantic Thorny Oyster (Spondylus americanus). Photo © Charles Fransen.


Exploratory marine biodiversity research in the Caribbean and Curaçao in particular has been carried out extensively in the early and mid-20th century. Both deep and shallow water research was carried out by scientists mainly from the United States, France and the Netherlands. The historical collections from the Dutch Caribbean were generated by trawling and dredging from large research vessels, shore collecting, and to some extend using SCUBA. The most extensive Dutch Caribbean collections are now housed in Naturalis Biodiversity Center in Leiden, the Netherlands. In the last three decades, the focus of research shifted from biodiversity to ecology, behaviour and conservation among others. In recent years however there is a renewed interest in the biodiversity of the Dutch Caribbean as it is threatened by human-mediated processes like climate change, coastal development, biotic invasions, tourism and overfishing. The Naturalis Marine Biodiversity Team is presently developing research projects in the area. The combination of taxonomic expertise and historical collections at Naturalis provides a solid basis for the study of biodiversity shifts caused by human-mediated processes Selected taxonomic groups are used as a proxy to detect biodiversity changes in the area.

A common sight on the reefs of Curaçao, Flamingo Tongue (Cyphoma gibbosum) on a Pseudoplexaura sp. Photo © Bastian Reijnen.


Charles Fransen studied a group of symbiotic shrimp, which form associations with various reef organisms such as sponges, anemones, echinoderms, sea squirts and molluscs. Worldwide about 600 species have been recognized of which 59 have been recorded in the Caribbean. From Curaçao, only 7 species were previously recorded in the scientific literature. The recent surveys recorded a total of 25 species, constituting many new records for Curaçao. Among the findings is a new species of shrimp that lives in association with a stony coral. This type of association has not been recorded for the Caribbean, and for the entire Atlantic Ocean, before. Another interesting observation was made during a dive with the Curasub. Invited by its owner, Adriaan ‘Dutch’ Schrier, the research team joined him in a dive on the southwest shore of Curaçao to a depth of 270 metres. At about 220 metres they observed sea urchins hosting shrimps. These sea urchins, Paleopneustes tholoformis, were collected together with the shrimps by the meticulous manoeuvring of Curasub pilot Bruce Brandt and skilled handling of the submersible’s collecting gear by Adriaan ‘Dutch’ Schrier himself. The shrimp (Diapontonia maranulus) turned out to be a species known only from a dive to 244-309 metres with the Johnson Sea Link submersible off Grand Bahama Island. From the present study, it is expected that more extensive research on shallow and deep reefs using SCUBA and the Curasub submersible will yield many new records for the marine fauna of Curaçao.

Sancia van der Meij studied coral-gall crabs (Cryptochiridae), a family of small crabs that live in obligate symbiosis with stony corals. Currently around 50 gall crab species are recognized from both shallow and deep reefs worldwide. Most species have been described from the Indo-Pacific, only four species are known from the Caribbean. One of these species was recorded from Piscadera Bay by the Dutch carcinologist L.B. Holthuis in 1957. No other historical records of gall crabs are available for Curaçao or, in fact, any other of the Dutch Caribbean islands. During the expedition at least three gall crab species were recorded from 21 different coral hosts, seven of which are new associations. One of the newly recorded gall crab species may constitute a range extension of a species described from Brazil. This is currently being studied in more detail.

Members of the Naturalis Marine Biodiversity Team in the Curasub. Left to right: Charles Fransen, Bastian Reijnen and Sancia van der Meij. Photo: Barry Brown, Substation Curaçao.


The third member of the team, Bastian Reijnen, studied Octocorallia (gorgonians and soft corals) as well as members of the gastropod family Ovulidae. Most ovulid snails live in obligate symbiosis with octocorals and are therefore highly dependent on their coral hosts. Like the gall crabs, the highest species diversity of both species groups can be found in the Indo-Pacific, but the Atlantic has its own unique species. The shallow water Octocorallia were studied and described by F.M. Bayer in the 1960s, nevertheless the expedition may have discovered three new species of gorgonians in the shallow waters around Curaçao. Close examination of the octocoral samples also revealed new host species for a number of Atlantic Ovulidae, for example the Fingerprint Flamingo Tongue (Cyphoma signatum) was found on a Purple Sea Fan (Gorgonia ventalina), whilst it was only known from the octocoral Plexaurella dichotoma. In addition, while deep diving with the Curasub, many rarely seen species of soft coral (Octocorallia) were recorded. One of the questions that arose from this deep dive with a submersible is if the gorgonians and soft corals found in deep water have associations with new shrimp and/or ovulid species.

Material collected will be further analysed at Naturalis Biodiversity Center in the Netherlands using, among others, molecular techniques to reveal phylogenetic relationships and discover possible cryptic species. Several scientific publications describing new species, new associations and other interesting observations are expected to be published from 2014 onwards.

Lees het hele artikel in BioNews

Bericht uitgegeven door Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) op vrijdag 14 maart 2014
Tekst: Sancia E.T. van der Meij, Bastian T. Reijnen and Charles H.J.M. Fransen, Naturalis Biodiversity Center
Foto's: Barry Brown, Substation Curaçao en Charles Fransen/Bastian Reijnen, Naturalis Biodiversity Center
Gepubliceerd door: Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA)

Nederlandse inleiding: Paul Westerbeek (Dutch Caribbean Nature Alliance)

vrijdag 24 januari 2014

Eerste nieuwe rivierdolfijn sinds WOI ontdekt

Wetenschappers hebben in Brazilië voor het eerst sinds 1918 een nieuwe soort rivierdolfijn ontdekt. Dat schrijft de omroep BBC. De dolfijnsoort werd ontdekt in de rivier Araguaia.

De nieuwe dolfijnsoort zou nauw verwant zijn met de Orinocodolfijn (foto). Foto © Jorge Andrade/flickr.
 

 Volgens de wetenschappers zouden meer dan 1.000 exemplaren van de nieuwe dolfijnsoort in de rivier leven. Rivierdolfijnen zijn heel zeldzame dieren. Volgens de internationale unie voor natuurbescherming (IUCN) bestaan er maar vier soorten. Drie ervan zijn ernstig bedreigd.

De nieuwe dolfijnsoort zou verwant zijn met de Orinocodolfijn, een soort die in de Amazone leeft. "De ontdekking was onverwacht", zegt Tomas Hrbek van de Federal University of Amazonas. "Het gebeurde op een plaats waar iedereen ze vaak ziet, maar niemand heeft ooit echt goed naar hen gekeken."

Nooit zeker
Sommige experten twijfelen echter of het wel degelijk om een nieuwe dolfijnsoort gaat. "In de wetenschap kan je nooit volledig zeker zijn", verklaart Hrbek. "Wij keken naar het mitochondriaal DNA, naar de geslachten. De afwijkingen die we hebben geobserveerd, zijn groter dan die tussen andere dolfijnsoorten."

De onderzoekers zouden de nieuwe dolfijn graag naar de Araguaia noemen. Tegelijk maken ze zich zorgen om de toekomst van de soort. Zo hebben ze heel weinig aanwijzingen van genetische diversiteit aangetroffen. Ook de mens vormt een gevaar.

"De dolfijnen staan bovenaan de voedselketen en eten veel vis", legt Hrbek uit. "Ze roven vaak visnetten leeg. Hierdoor zien vissers ze niet graag. De dolfijnen worden beschoten." De onderzoekers willen dan ook dat de soort op de rode lijst van de IUCN moet staan.

[uit De Morgen.be, 23/01/14  − Bron: BBC, Plos One]


vrijdag 20 december 2013

Grootste landzoogdier van de afgelopen decennia ontdekt

Waarschijnlijk de grootste zoölogische ontdekking van de 21ste eeuw, is aangekondigd door wetenschappers, met de bekendmaking van de ontdekking van een nieuwe tapir (bofru) in de Amazone. De tapir kreeg de wetenschappelijke naam Tapirus kabomani naar de naam voor ‘tapir’ in de lokale taal van de Inheemse stam Paumari: ‘arabo kabomani’. De gangbare naam zal Kobomani tapir zijn en is de vijfde in zijn soort die in de wereld ontdekt is sinds 1865, toen de eerste tapirs door de wetenschap beschreven werden. Het is het grootste landzoogdier dat sinds decennia ontdekt is.




Door de lokale Karitiana-stam wordt het de ‘kleine zwarte tapir’ genoemd. Het werd vaak gerapporteerd als ‘een andere soort tapir’. De wetenschappelijke wereld heeft hier geen aandacht aan besteed omdat lokale kennis niet gewaardeerd werd en de mening leefde dat de stammen de wetenschappelijke indeling niet begrepen. In de beginfase van de ontdekking werd genetisch materiaal afgenomen van de tapirexemplaren die de lokale stammen brachten. Ondanks de sterke gelijkenis met andere tapirsoorten bleven de lokale jagers keer op keer dezelfde soort meebrengen, en wisten precies de soort te onderscheiden van andere soorten. Verbazingwekkend is dat Theodore Roosevelt in 1912, nadat hij zijn functie als president van Amerika had neergelegd en zijn jachtgeweer had opgepakt, al een exemplaar had geschoten tijdens zijn reis door de Amazone. Dit staat nog steeds in het Natural History Museum in New York. Toen noemde de lokale jagers het al een apart type tapir.
Een Karitiana-vrouw bereidt voedsel

Het Amazonegebied en de Guyana Shield-regio staan onder grote druk van intense landschapsaanpassingen, met ontbossing en de groei van het aantal mensen in de regio. Het gebied is kwetsbaarder voor klimaatsopwarming en wordt gezien als een belangrijke plaats van biodiversiteit. Door de grote hoeveelheid diersoorten is de Amazone en het Guyana Shield een bron van nieuwe diersoorten die uitwaaieren over Zuid-Amerika. Grote projecten waarbij wegen worden aangelegd dwars door het gebied zorgen voor een grotere druk en tasten in een versnellend tempo het gebied aan. Nu de nieuwe tapirsoort zich bekendgemaakt heeft aan het wereldpubliek, zien onderzoekers en natuurbeschermers de weg voor zich die genomen moet worden om de diersoort te beschermen. In het vervolgonderzoek moet er bepaald worden wat de eigenlijke verspreiding en voorkomen is van de tapirsoort. Wetenschappers vermoeden dat de soort ook in landen als Suriname en Frans-Guyana voorkomen, gezien de lokale kennis uit het gebied.

[uit Dagblad Suriname, 20-12-2013; alle taalfouten verbeterd]


zaterdag 17 augustus 2013

Suriname: 50 nieuwe plant- en diersoorten ontdekt

door Astrid van Oosterum
De 'chocolate tree frog'. Foto: Conservation International Suriname

Paramaribo - Onderzoekers hebben tijdens een expeditie in Zuid-Suriname weer vijftig nieuwe plant- en diersoorten ontdekt. Dat meldt Conservation International Suriname (CIS) in een persbericht. Tussen de ontdekte dieren zit wederom een aantal zeer wonderlijke exemplaren, zoals de 'chocolate tree frog'.
In 2012 haalde Suriname al internationaal het nieuws toen het CIS in de buurt van Kwamalasamutu meer dan veertig diersoorten ontdekte. Dinsdag worden de resultaten van de expeditie in Zuidoost-Suriname bekendgemaakt.

Een team van Surinaamse en internationale wetenschappers heeft in maart 2012 veldonderzoek gedaan in het gebied rond de Boven-Paloemeurivier, het Grensgebergte en Kasikasima. Vervolgens zijn deze gegevens verwerkt in een boek waarin de onderzoeksresultaten worden weergegeven. CIS publiceert met dit boek het vierde rapport in negen jaar tijd en zal de resultaten ook internationaal bekendmaken. 

De Paloemeu


Het bergachtig gebied in Zuidoost-Suriname is met dit onderzoek voor het eerst zo grondig onderzocht door wetenschappers op het gebied van natuurlijk kapitaal. Met name de culturele waarde is in kaart gebracht. Uit de bevindingen is gebleken dat er maar liefst vijftig nieuwe plant- en diersoorten zijn ontdekt, waaronder zeer unieke exemplaren.

[uit de Ware Tijd, 17/08/2013]


dinsdag 14 mei 2013

Teddy en Beertje en de Stichting Dierenbescherming Suriname

door Leontine Bansse-Issa

In de moderne Surinaamse samenleving is er nog veel behoefte aan informatie en voorlichting over de verzorging van dieren. Vooral de jeugd staat hiervoor open en het boekje Teddy en Beertje van Nowilia Tawjoeram- Sabajo doet dit op een leuke speelse manier. Het lettertype, de mooie, aansprekende foto’s en de printjes van hondenpootjes en botjes nodigen uit tot lezen.

Het enige dat het asiel van de Stichting Dierenbescherming Suriname helaas moet mededelen is dat je de ongewenste puppies van jouw hond niet kunt brengen naar het asiel, zoals er staat op p. 15. Het asiel is er voor de opvang van gesteriliseerde zwerfdieren en voor zwerfdieren die echt opgenomen moeten worden. Er vinden per maand 15 á 20 honden een nieuw huisje via het asiel, dus daar kunnen niet alle ongewenste pups van ieder woonhuis in Suriname terecht. Behalve de prikpil behoren opsluiten van de teef tijdens de loopsheid of een sterilisatie ook tot de mogelijkheden om ongewenste puppies te voorkomen.

Wij hopen dat dit boekje bij zoveel mogelijk Surinaamse kinderen terecht komt. Het hoort in ieder geval thuis in elke schoolbibliotheek!


Leontine Bansse-Issa, dierenarts voorzitter van de Stichting Dierenbescherming Suriname.

dinsdag 16 april 2013

Nieuwe stekelvarkensoort ontdekt in Brazilië


Onderzoekers in Brazilië hebben een nieuw soort stekelvarken ontdekt. De nieuwe diersoort werd gevonden in een bebost gebied in de noordoostelijke deelstaat Pernambuco. Antonio Rossano Mendes Pontes van de Federale Universiteit van Pernambuco heeft het nieuwe diertje, dat in bomen leeft, de naam Condou speratus gegeven. De ontdekking van het stekelvarken, dat donkerbruine stekels met rode puntjes en een lange neus heeft, werd afgelopen week bekendgemaakt in het zoölogisch vakblad Zootaxa. (Lees hier.)

[van Novum]

zondag 27 januari 2013

Butterflies of Suriname. A natural history

door Evangeline Dulder

Foto @ Delano Gerling

Na in het afgelopen jaar tweemaal een bezoek te hebben gebracht aan onze vlindertuin op Lelydorp en tijdens mijn vakantie aan een in Bendorf-Duitsland, raakte ik zo gefascineerd door de schoonheid van vlinders dat ik besloot om voor het jaar 2013 ‘vlinders’ als thema te nemen. Ik kocht allerlei spullen om dit thema uit te dragen. Ik vind het dan ook geen toeval dat mij gevraagd werd een stuk te schrijven over bovengenoemd boek. Dat heb ik met veel plezier gedaan.
Toen ik het boek in handen kreeg en er door bladerde, was het eerste dat in mij opkwam: wat een prachtig naslagwerk! De tekst is in het Engels. In het voorwoord geven de auteurs aan wat het doel is: de lezers achtergrondinformatie verschaffen over en ze inleiden tot de wereld van de vlinders van Suriname. Met dit boekwerk willen ze de volgende groepen bereiken: de bevolking van Suriname, toeristen en andere niet-professionals die geïnteresseerd zijn en uiteraard studenten biologie. Het idee voor het schrijven van dit naslagwerk ontstond toen de eerste auteur, Hajo B.P.E. Gernaat, per toeval in de collectie van ‘NCB Naturalis’ te Leiden een grote verzameling van niet beschreven vlindersoorten uit Suriname ontdekte. Vele waren meer dan honderd jaar geleden verzameld.


De infomatie in het boek is opgebouwd uit vier delen: Deel I handelt over de biologische naamgeving en classificatie, de geografie, de geologie en de bodems van Suriname. Er wordt gebruik gemaakt van de officiële Latijnse namen omdat er voor de meeste soorten geen volksnamen zijn. Daar waar die wel bekend zijn, worden ze vermeld. De Latijnse namen zijn nota bene  de enige namen die internationaal te gebruiken zijn. De lezers worden aangemoedigd om bij het lezen de namen tot tweemaal toe langzaam uit te spreken zodat ze die beter kunnen onthouden. Na uitleg over de naamgeving is er informatie over Suriname als deel van het Guyanaschild met zijn klimaat, geologie en bodems. Er is een tabel opgenomen met endemische planten- en diergroepen.
Deel II gaat over planten. Het begint met basiskennis over de anatomie en fysiologie van planten. Deze kennis is nodig zodat men de nauwe relaties tussen vlinders en planten kan begrijpen. De vlinderwijfjes leggen hun eitjes op planten die de voedingsplant zijn voor de rupsen die uitkomen. Maar planten hebben hun manieren om zich te verdedigen tegen vraat en aantasting. Op pagina 44 is er een lijst waarin opgenomen de plantenfamilies die als voedselplanten dienen voor vlinders en rupsen. Verder is er informatie over het tropisch regenbos als complex ecosysteem, waardoor de lezer een goed inzicht krijgt in de wijze waarop de relaties tussen planten en dieren verlopen. Er wordt ook aandacht besteed aan de diversiteit van planten in Suriname. Dit deel eindigt met een overzicht van de voornaamste habitats en vegetatietypen in Suriname.

Lepidoptera Uit: De uitlandsche kapellen, voorkomende in de drie waereld-deelen Asia, Africa en America. A Amsteldam :Chez Barthelmy Wild,1779-1782 [i.e. 1775-1782].

In deel III bespreekt men de functionele anatomie van vlinders, het verschil tussen de geslachten (seksen), de levenscyclus van de vlinder, de vlindertrek, de roofvijanden en de manier waarop vlinders zich tegen deze vijanden kunnen verdedigen. Als vijanden worden onder andere genoemd hagedissen, vogels, wespen, spinnen, vleermuizen en awari’s, maar ook virussen, bacteriën en schimmels. Op de pagina’s 108 en 109 is een tabel opgenomen met een overzicht van vogels die zich met vlinders voeden. Dit deel eindigt met de geschiedenis van de studies die er gedaan zijn met betrekking tot vlinders. Het begon met Maria Sibylla Merian die van 1699 tot 1701 in Suriname verbleef. Zij schreef over ‘De verandering der Surinaamsche insecten’. Carolus Linnaeus beschreef een vlindersoort uit de collectie van Maria Sibylla Merian. Uit de vele namen van mensen die studies gemaakt hebben wil ik nog noemen Piet Cramer, J.C. Fabricius, dr. Dirk Geyskes en onze eigen Heinrich B. Heyde.

Deel IV bevat een checklist en afbeeldingen van 150 vlindersoorten in Suriname. In deze lijst zijn de soorten geordend naar families en beschreven volgens de regels van het classificatiesysteem. En er is voldoende informatie gegeven over de verschillende voedselplanten.
De prachtige tekeningen en foto’s  prikkelen de lezer om op zoek te gaan naar de informatie die zij willen hebben over vlinders in Suriname. Voor mij is dit boek een bijzondere aanvulling van de collectie boeken over de Surinaamse fauna. Het is aan te bevelen dat de universiteitsbibliotheek en de bibliotheek van het IOL dit boek aanschaffen. En voor liefhebbers van vlinders, is het van onschatbare waarde.

Hajo B.P.E. Gernaat, Borgesius G. Beckels, Tinde van Andel: Butterflies of Suriname. A natural history. Amsterdam: KIT Publishers, 2012. ISBN 978 94 6022 171 2

vrijdag 12 oktober 2012

Nieuwe vogelgids voor Suriname

door Ivan Cairo

Bakkie - Suriname heeft er een nieuwe vogelgids bij. Minister Ginmardo Kromosoeto van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer (RGB) kreeg Vogels van Warappa donderdag in Bakkie (Commewijne) officieel overhandigd. De gids is gemaakt door stichting Warappa.
In het 142 pagina's tellende boekje staan 41 vogelsoorten die voorkomen in het gebied rond de Warappakreek in Commewijne. De gids is in samenwerking met het Capaciteitsfonds Bos & Natuur- en Tropenbos International Suriname uitgegeven. Bas Spek van stichting Warappa legde uit dat het boekje onderdeel is van de voorlichtingsprogramma's van de organisatie. Een aantal van de vogelsoorten die in het gebied voorkomen is met uitsterven bedreigd en daarom bij wet beschermd.

Warappakreek; foto @ Carl Haarnack

Minister Kromosoetoe vindt dat Suriname zijn natuur moet bewaken en conserveren. De regering stelt daarom alles in het werk om stroperij in te dammen in het gebied bij Bakkie. De bedoeling is dat er meer aan educatie gedaan gaat worden. "Wij willen Bakkie helemaal openstellen voor educatie", zegt Spek. Dat project zal worden getrokken door de stichting Warappa Conservation. Onder andere zullen bezoeken van schoolkinderen aan het gebied worden georganiseerde en bevorderd. De nieuwe gidsen worden gratis verstrekt.

[uit de Ware Tijd, 12/10/2012]

...vliegend boven de Warappakreek...

zaterdag 8 september 2012

Boek over vlinders in Suriname gepresenteerd

Paramaribo - In de bibliotheek van de Universiteit van Suriname heeft in aanwezigheid van een selecte groep genodigden op 29 augustus een boekpresentatie plaatsgevonden van Butterflies of Suriname, de nieuwste uitgave van KIT Publishers. Het boek is een ’natural history’ van de auteurs Hajo Gernaat, Borgesius Beckles en Tinde van Andel.

Butterflies of Suriname is na 160 jaar ... het eerste boek over Surinaamse vlinders en het resultaat van zes jaar onderzoek door de auteurs. Het boek bevat ongeveer 300 foto’s en figuren met teksten. Er zijn ook meer dan 600 foto’s op 52 platen te zien van allerlei vlinders. Volgens de auteurs moet dit boek gelezen worden door elke Surinamer, geïnteresseerde bioloog, toerist en alle andere liefhebbers van de natuur in Suriname.

De Surinaamse auteur Borgesius Beckles, natuurkenner en natuurfotograaf en van beroep advocaat, introduceerde het boekwerk tijdens de boekpresentatie. “De universiteitsbibliotheek, de plek voor wetenschappelijke informatievoorziening, is vereerd door het vertrouwen dat Peter Sanches, marketing manager bij KIT, in haar heeft gesteld om de presentatie van een wetenschappelijke publicatie van dit kaliber in Suriname te organiseren”, benadrukte Jane Smith, directeur van de bibliotheek.

[van nospang.com, vrijdag 07 september 2012]

dinsdag 21 augustus 2012

Verzamelen op verzoek

Af en toe komen we een bewijs tegen van museale contacten tussen Suriname en Nederland, die heel ver terug gaan. Zo is er een document in de Suriname-afdeling van het Nationaal Archief te Den Haag over de fauna van Suriname en opgevraagde informatie door het Rijksmuseum in Amsterdam.

Abraham de Veer (Curaçao, 8 januari1767 - Paramaribo, 1 februari 1838) was een Nederlands koloniaal bewindsman en gouverneur van Suriname van 1822 tot 1828. Hij streed tegen de sluikhandel in slaven en werd belast met de wederopbouw van het grotendeels door de brand van 1821 verwoeste Paramaribo. Hij schreef op 25 november 1825 een missive tot inwilliging van het verzoek van de heer Diepvink. Deze had via het gouvernement de publicties van Bloch in zes delen en van Stoll in twee delen toegezonden gekregen. Deze werken had hij gebruikt om de reeds voor het Rijksmuseum verzamelde vissen te classificeren. En hij stuurde ze nu terug naar het gouvernement met het verzoek ze te schenken aan het Collegium Medicum.

Werk van de Japanse kunstenaar Akira Shimaya, geschonken door de maker aan het Surinaams Museum.



De terug ontvangen zes delen van het werk van Bloch gaan over vissen en er zijn twee delen van Stoll over Cicaden, waartoe de ons zo bekende siksi yuru behoort. De brief van dhr. Diepvink, gedateerd op 16 november 1825, waarin hij de gouverneur vraagt de boeken die hij heeft geraadpleegd te schenken aan het Collegium Medicum, is toegevoegd. Marcus Elieser Bloch (1723 -1799) was een zeer bekende Duitse arts die tevens ichthyoloog was, ofwel iemand die vissen bestudeert. Hij kwam uit een arme familie en kon tot zijn negentiende niet eens lezen. Wat kennis van het Hebreeuws zorgde ervoor dat hij in dienst kwam bij een Joodse chirurg in Hamburg. Daar eerde hij Latijn en anatomie. In 1747 behaalde hij de graad van doctor te Frankfurt. Hij is vooral bekend om zijn encyclopedisch werk over vissen. Tussen 1782 en 1795 publiceerde hij een prachtig geïllustreerde twaalfdelige editie Allgemeine Naturgeschichte der Fische. De eerste drie delen handelen over vissen in Duitsland, de overige delen beschrijven de vissen in de rest van de wereld. Daarnaast verzamelde hij 1500 species die in het natuurhistorische museum van de Humboldt Universiteit van Berlijn worden bewaard.

De werken over de cicaden betrof Natuurlyke en naar ‘t leeven naauwkeurig gekleurde afbeeldingen en beschryvingen der cicaden, in alle vier waerelds deelen Europa, Asia, Africa en America huishoudende, by een verzameld en beschreeven door Caspar Stoll, in 1788 uitgegeven door Jan Christiaan Sepp te Amsterdam.

Caspar Stoll was in Hesse-Kassel in Duitsland geboren, zo rond 1725. Stoll was lid van het Natuuronderzoekend Genoodschap te Halle (Duitsland). Hij maakte ook boeken over andere insecten, die erg bekend werden. Hij overleed in 1791 te Amsterdam.Evenals de welbekende Maria Sybilla Merian bestudeerde hij vooral insecten uit de Hollandse koloniën. Deze werden verzameld en opgestuurd vanuit Ceylon, Java, Sierra Leone en ook uit Suriname. Hoezeer het bestuderen van insecten nog een omstreden vorm van wetenschap was, blijkt wel uit de inscriptie in het werk: ‘Zonder de almachtige hand van de Schepper uit het oog te verliezen’. Dit werd vaker aangehaald om te voorkomen dat het boek verbannen of verbrand zou worden.

Andere vroege contacten tussen Suriname en musea in Nederland kunt u vinden in de recente publicatie Verzamelaars en Volksopvoeders van Pepijn Reeser, verkrijgbaar in onze museumwinkel.
Reacties op museumstof? Bel op 00-597-425871 of
E-mail: info@surinaamsmuseum.net



[Museumstof 201, uit de Ware Tijd, 18/08/2012]

zaterdag 11 augustus 2012

Eeuwenoude Surinaamse plantencollectie teruggevonden

Het wordt een vergeten schat genoemd: de oudst bewaard gebleven plantencollectie uit Suriname. Het gaat om het zogeheten Hermann herbarium, een boek met daarin vijftig planten uit Suriname. Deze zijn van 1687 tot 1689 verzameld. De bekende Duitse botanicus Paul Hermann zette dit herbarium in elkaar. Het boek dook toevallig op in Utrecht toen de collectie waar het bij lag juist werd afgestoten.

Okra, uit het Hermann herbarium


Onlangs werd er een speciale dag georganiseerd in Leiden. Daar ligt het boek nu veilig opgeborgen in de schatkamer van Naturalis in Leiden, maar bezoekers konden op deze dag voor één keer het herbarium bekijken en luisteren naar etnobotanicus Tinde van Andel, die het verhaal achter dit herbarium vertelde.

Afrikaanse planten
De collectie en het boek zijn al dik drie eeuwen oud, maar alle planten die erin verzameld zijn, bestaan nog steeds. Je ziet cassave, okra en sesam. De collectie is extra bijzonder, vertelt Van Andel, omdat het laat zien hoe eind zeventiende eeuw - de plantage-economie bestond nog niet lang, een jaar of twintig, dertig en toch waren er al Afrikaanse planten 'ingeburgerd' in Suriname.
Bezoekers van de dag vinden het leuk om te leren dat de okra Afrikaans is. Illusionist Ramana was een van de bezoekers. Naast zijn bestaan als goochelend artiest handelt hij in geneeskrachtige planten. Surinaamse planten zijn in het bijzonder een hobby van hem. Hij koopt ze op en verkoopt ze in Nederland.

Online bekijken
Omdat de collectie zo oud is, blijft ze goed opgeborgen en is ze maar zelden toegankelijk voor publiek. Om het publiek toch van de speciale collectie te laten genieten, staan alle blaadjes uit de collectie online op de website Hermann-herbarium.nl.

[RNW, 10 augustus 2012]

zondag 15 juli 2012

Parasiet vernoemd naar Bob Marley


Bioloog Paul Sikkel van de Arkansas State University heeft een parasiet vernoemd naar muzikant Bob Marley: de Gnathia Marleyi. De wetenschapper beschouwt dit als een ‘eerbetoon’ aan de overleden artiest die in de jaren ’70 de reggaemuziek uit Jamaica wereldberoemd maakte.

De Gnathia Marleyi voedt zich met bloed van vissen die leeft in het koraal in het oostelijke deel van de Cariben. Sikkel ontdekte het beestje toen hij de relatie tussen koraal en parasieten onderzocht. Des te dorrer het koraal, hoe meer parasieten zich erin verscholen houden om zich op passerende vissen te lanceren.

  “Ik heb deze soort, die werkelijk een wonder is, vernoemd uit respect en verwondering voor zijn muziek. En omdat de roots van de soort in de Cariben liggen, net als bij Bob Marley”, vertelt Sikkel in het wetenschappelijke tijdschrift Zoolaxia. Gnathia Marleyi leeft ongeveer drie weken. Hij of zij bijt zich vast in een vis, eet een uitgebreid maal en overlijdt twee weken later. Sikkel: “Hopelijk hebben ze zich dan in de tussentijd voortgeplant.”

Ontdekkers van nieuwe soorten zoeken wel vaker inspiratie bij bekende mensen. Zo is er een korstmos vernoemd naar de Amerikaanse president Barack Obama, deelt Microsoft-oprichter Bill Gates zijn naam met een bloem en is een wespensoort verbonden met rocklegende Elvis Presley.

vrijdag 15 juni 2012

Oudste Surinaamse plantencollectie één dag in museum te zien

Naturalis belicht botanie met exposities, lezing en demonstratie

Leiden, 14 juni 2012 – Zondag 24 juni om 14.00 uur geeft etnobotanicus Tinde van Andel een lezing over het zeer oude Surinaamse Hermann herbarium, dat alleen deze dag tentoongesteld wordt. Wetenschappelijk illustrator Anita Sachs geeft gelijktijdig een demonstratie botanisch tekenen.

Tijdens de verhuizing van het Utrechtse Herbarium naar NCB Naturalis kwam ook het ‘vergeten Hermann Herbarium’ mee naar Leiden. De Leidse hoogleraar botanie Paul Hermann stelde het omstreeks 1689 samen. Dit boek met 49 plantencollecties, verzameld in Suriname rond 1687 door de mysterieuze Hendrik Meyer, was eigenlijk nooit goed onderzocht. Onlangs is gebleken dat dit herbarium de oudste bewaard gebleven natuurhistorische collectie uit Suriname is en daarmee van groot wetenschappelijk belang. Behalve Indiaanse gebruiksplanten bevat het boek ook de eerste Afrikaanse slavengewassen.

Miconia acinodendron. De blauwe vruchtjes worden gegeten door Indianenkinderen




Expositie en lezing

Het Hermann herbarium wordt op zondag 24 juni 2012 eenmalig tentoongesteld in Naturalis. Etnobotanicus Tinde van Andel houdt daar om 14:00 een lezing over het wetenschappelijke belang van dit herbarium. U hoeft zich hiervoor niet aan te melden. De lezing is gratis bij aankoop van een entreebewijs tot het museum.

Tentoonstelling

De tentoonstelling Passie voor bloemen toont 17e en 18e eeuwse botanische tekeningen uit de Van Berkhey collectie getoond. In veertig jaar bracht Van Berkhey (1729-1812) een indrukwekkende verzameling bijeen van uiteenlopende natuurhistorische objecten. Deze omvat onder meer een opmerkelijke collectie tekeningen en gravures die op wetenschappelijk geordende wijze de levende natuur in beeld brengt, waaronder tekeningen van Maria Sibylla Merian (1647-1717), die rond 1700 in Suriname verbleef en daar de flora en fauna tekende.

Demonstratie wetenschappelijk tekenen

Wetenschappelijk illustrator Anita Sachs geeft tijdens de lezing een demonstratie. Zij werd onlangs nog beloond met de Margaret Flockton Award, een belangrijke Australische wedstrijd voor wetenschappelijk illustratoren van planten en bloemen. Sachs: “De exacte weergave van een plant of bloem is essentieel voor het wetenschappelijk onderzoek eraan. In een illustratie kun je de ideale situatie van de plant of bloem weergeven. Op een foto is het object soms verkreukeld of verlept.”

  Kijk voor extra informatie in de agenda op www.naturalis.nl. Het digitale herbarium is nu in zijn geheel online te bekijken op www.hermann-herbarium.nl. Deze website wordt op 24 juni officieel gelanceerd.

Een vergeten Surinaamse schat uit de schatkamer van NCB Naturalis

Tijdens de verhuizing van de 800.000 collecties van het Utrechtse Herbarium naar NCB Naturalis, kwam ook het ‘vergeten Hermann Herbarium’ mee naar Leiden. Dit boek met 50 plantencollecties, verzameld rond 1687 door de mysterieuze Hendrik Meyer, een onbekende inwoner van Suriname, was eigenlijk nooit goed onderzocht. Het was in het bezit van de Leidse hoogleraar botanie Paul Hermann.

Slangenkruydt (Eryngium foetidum), slangenverjager, met sterk zoete smaak en zware geur, voor hysterie gebruikt

Onlangs is deze waardevolle historische collectie gedigitaliseerd, geïdentificeerd en de Latijnse teksten vertaald en geïnterpreteerd. Nu blijkt dat het de oudste bewaard gebleven natuurhistorische collectie uit Suriname is. Hendrik Meyer moet met lokale Indianen het bos in zijn gegaan: vrijwel alle planten dienen als medicijn, voedsel of constructiemateriaal en de meeste lokale namen zijn in de inheemse Carib taal.

Opvallend is dat er twee Afrikaanse planten tussen zitten: okra en sesam. Die werden eind 17e eeuw al verbouwd door slaven, die de zaden mee smokkelden uit slavenschepen. Deze collectie laat zien hoe lokale namen en plantgebruik in de loop der eeuwen zijn veranderd, maar soms ook verassend gelijk zijn gebleven.

Meer informatie: http://www.hermann-herbarium.nl/ Tinde van Andel (andel@nhn.leidenuniv.nl)