In een ingezonden stuk op
Starnieuws [ook op deze blogspot, klik
hier]
verwijt Ida Does mij
respectloos om te zijn gegaan met het verhaal van Anton de Kom, toen ik mijn
roman
De man van veel schreef, en daarvoor geen toestemming
van de familie De Kom vroeg.
In het stuk beschuldigt Does me bovendien van meer zaken; ik zou willen teren
op de naam van De Kom, en ik zou zijn nalatenschap willen gebruiken om er
commercieel een slaatje uit te slaan.
De eerste, en belangrijkste, vraag die in me opkwam, was; heeft Does het boek
überhaupt gelezen? Ik vroeg het haar op de vrouw af, maar het antwoord bleef
uit.
.jpg) |
Karin Amatmoekrim met haar uitgever Maij Spijkers
voór de presentatie van De man van veel in Paramaribo |
Vreemd, want ze beschuldigt mij ervan respectloos met het verhaal van De Kom te
zijn omgesprongen, terwijl mijn roman niet minder dan een eerbetoon aan AdeK
is, zoals op haar manier haar documentaire. Does lijkt moeite te hebben om het
verschil tussen een biograaf en een romanschrijver te begrijpen. Daar komt bij
dat ze zich vragen stelt over of het wel netjes is van mij, om dit boek te
schrijven.
Dergelijke vragen, over ethiek versus de vrijheid van de schrijver, zijn alleen
de moeite van het stellen waard (en zelfs dan vaak ook niet) als de schrijver
respectloos met de nalatenschap van een persoon is omgesprongen.
Heb ik dat gedaan?
Nee. Absoluut niet.
Ik heb van Anton de Kom een persoon gemaakt, ja. Met zijn zwaktes, en zijn
onzekerheden. Zodat daaruit nog beter zijn kracht en opoffering naar voren
komt. Als je het leest, dan voel je de liefde die ik, als elke Surinamer, voor
De Kom voel. En het respect voor zijn strijd. Zodat je doordrongen wordt van
ontzag voor iemand die de een na de andere rake klap van het leven krijgt, maar
blijft opstaan, en blijft strijden.
Does neemt het me kwalijk dat ik een aantal dingen wel, en een aantal dingen
niet heb genoemd. Dan heb ik nieuws voor haar, en iedereen die aan het boek zou
beginnen met het idee dat het een biografie is; er zitten complete personages
in die Anton de Kom nooit heeft gekend.
Dat heet verbeelding.
Dat heet literatuur.
Ze zijn in het leven geroepen om Anton's verhaal in verder in te kleuren. Er is
David, de medepatiënt, die voor Anton de belichaming wordt van het goede in de
mens, en het zwakke, oftewel datgeen wat ten allen tijde beschermd moet worden.
De vriendschap tussen die twee staat voor Antons diepgewortelde drang om de
wereld beter te maken. Daarom sluit hij vriendschap met David, en daarom
probeert hij hem te helpen. En nee, David heeft in het echt niet bestaan.
Het is dan ook een roman!
De vraag of het ethisch is om dingen te verzinnen die nooit zijn voorgevallen,
zouden we elkaar moeten stellen als er kwaad wordt gesproken, en kwaad wordt
gedaan. Dat is in mijn werk, nu niet, en ook in eerder werk van mij, niet het
geval. Als Does zich enigszins bekend zou maken met mijn oeuvre, zou ze weten
dat ik niet het type schrijver ben dat uit is op goedkoop scoren, noch op
sensatie. Ik ben een schrijver van de nuance, zo sta ik ook bekend; als iemand
die vanuit de nuance de wereld durft te benaderen.
En ja, ik begrijp dat het pijnlijk en vreemd voor de nabestaanden is om dingen
te lezen die niet of anders zijn gebeurd dan ze hebben meegemaakt. Maar dat is
juist dat vreemde gebied tussen wat de schrijver vermag, en wat de betrokkenen
in te brengen hebben. Daarom ook, heb ik vooraf geen contact met de familie
gemaakt. Omdat ik
mijn versie van Anton wilde schrijven. En,
en daar zit precies het knelpunt, omdat ik alleen maar goede intenties heb
gehad tijdens het schrijven. Ik heb van Anton geen vreemdganger gemaakt, geen
zwakkeling, geen moordenaar, niets wat hij niet was en wat respectloos naar
zijn nakomelingen zou zijn. Ja, ik heb hem gedachten gegeven. Ja, ik heb hem
dingen laten meemaken. Alles in de lijn van het uiteindelijke doel; deze man
voor de lezer tot leven te wekken, zodat hij ze voor altijd bij zou blijven.
Is dat respectloos?
 |
| Ida Does met Derek Walcott |
Dat Does suggereert dat ik De Kom heb genomen om een slaatje uit zijn
naamsbekendheid te slaan is een verschrikkelijk lage beschuldiging. En
onrealistisch bovendien. AdeK mag onder de Surinamers beroemd zijn, buiten onze
groep kennen schrikbarend weinig blanke Nederlanders hem. Juist omdat ik zijn
onbekendheid zo pijnlijk en onverdiend vond, ben ik het boek gaan schrijven.
Dat bij De Wereld Draait Door een boekverkoopster moet uitleggen wie De Kom is,
voor ze aan het waarderen van mijn roman toekomt, zegt genoeg. Daar komt bij
dat ik, zonder valse bescheidenheid, ervan uit ga dat ik inmiddels teveel
strepen verdiend heb om op andermans naam winst te hoeven maken.
Does schermt met het verdriet van de familie De Kom. Ik vind dat pijnlijk. Niet
alleen omdat dit verdriet evident is, maar ook om de manier waarop ze hun
verdriet uitvergroot door van het boek een kwetsend stuk tekst te maken,
terwijl het zoals ik al schreef het recht tegenovergestelde daarvan is. Ja, ik
weet dat Antons kinderen ervan zijn geschrokken. Ik heb, in tegenstelling tot
wat Does suggereert, wel degelijk contact met de familie gehad nadat het boek
af was, en ik begrijp, en voel ook voor de emotie dat juist de periode in de
inrichting een van de pijnpunten is in de herinnering aan hun vader.
 |
| De herdruk - met buikband - van De man van veel |
Maar, I’ll say it again; mijn boek is geen biografie! Of Anton al dan niet
nagekeken werd door de buren toen hij werd meegenomen naar de inrichting, is niet
relevant voor het boek. Wat wel relevant is, is dat het een kunstgreep is die
zijn isolement moet benadrukken. En zijn waanzin, omdat hij het zich allemaal
inbeeldt. Dit is het inkleuren van een verhaal, opdat de lezer erin meegezogen
wordt, en opdat de betekenis in alle lagen doorschemert. Het is kunst, Ida
Does, en geen documentaire.
Dat dit voor de familie moeilijk terug te lezen is, omdat het niet hun
feitelijke verhaal is en bovendien alle verdriet weer naar boven haalt, begrijp
ik. Ik respecteer ook hun keuze om, zoals een kleinzoon me vertelde, het boek
niet te lezen omdat het teveel herinneringen naar boven haalt. Maar wat ik niet
accepteer, is dat mensen de familie De Kom gaan vertellen dat Amatmoekrim als
een olifant in de porseleinkast is bezig geweest, en hun inderdaad liefdevol
overgeleverde herinnering aan een van de belangrijkste mannen van de
geschiedenis achteloos omver trekt. Want dat doe ik namelijk niet! Ik heb op
mijn manier een monument voor Anton de Kom opgericht. Het gemene stuk van Does
is laag, en vals en lijkt over alles behalve mijn boek te gaan.
Mijn lange emails heeft ze uiterst summier beantwoord met de woorden dat ‘het
niets persoonlijks is’. Ik durf dit luidruchtig en hartgrondig te betwisten. Is
het niet persoonlijk te zeggen dat mijn boek iets anders is dan het is? Is het
niet persoonlijk om mij af te schilderen als een harteloos en onethisch mens
dat voor de euro’s zomaar even een boek schrijft? Is het niet persoonlijk om te
zeggen dat mijn boek, dat ik met respect voor mijn volk en een van onze
grootste helden heb geschreven, opdat ook elke Nederlander die De Kom tot nog
toe negeert, met hem geconfronteerd wordt, en van hem gaat houden, zoals wij
doen, om te zeggen dat dat boek respectloos en kwetsend is?
Hou toch op.
Toch besef ik dat Does’ woorden zijn ingegeven door goede bedoelingen. Aan
goede bedoelingen gaat de wereld echter vaak genoeg ten onder. Ik mailde Does
een voorbeeld, waarin volgens mij duidelijk wordt waar zij staat, en waar ik
sta. Ik herhaal het hier:
Ik schreef eens een roman,
Wanneer wij samen zijn, over de familie
van mijn moeders kant. Het is een opeenstapeling van verdriet en verlies, drie
generaties lang van worsteling en pijn, dat samenkomt in de generatie van mijn
moeder, die bijna bezweek aan het verdriet waardoor zij was omgeven. In dat
boek ziet de lezer dit verhaal, en begrijpt het verdriet van de moeder die
depressief op bed ligt en niet voor haar kinderen kan zorgen, en ze slaat met
de riem omdat ze geen ander antwoord heeft. De lezer voelt voor het kind, maar
ook voor de moeder, want niemand is zwart-wit; onze menselijkheid schuilt in de
nuance.
Mijn moeder huilde toen ze het las.
Maar ze vond het mooi, en waarachtig. En het deed haar geen verdriet.
Wat wel verdrietig was, waren de reacties van mensen die het boek niet lazen,
maar zeiden; wat erg voor je, dat je dochter zo de vuile was buiten hangt.
Respect, beste mevrouw Does, heeft meerdere vormen. Intelligente mensen zouden
hun best moeten willen doen om verder te kijken dan hun neus lang is. Als zelfs
de intelligentsia van Suriname elkaar onnodig de haren in vliegen, dan zie ik
onze toekomst somber in. Met zulke vrienden, heb ik geen vijanden nodig.
Karin Amatmoekrim
Schrijver van
De man van veel
[overgenomen van
Starnieuws, 5 november 2013]