Posts tonen met het label Merian Maria Sibylla. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Merian Maria Sibylla. Alle posts tonen

zondag 9 maart 2014

1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis

De heilige Cunera
door Els Moor

In 2013 kwam in Nederland een boek uit met wetenswaardigheden over 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis. De eerste is Cunera, beschermheilige tegen keel- en veeziekten, uit de vierde eeuw na Christus, de laatste is Karin Adelmund (1949-2005), vakbondsbestuurster en politica van de PvdA. Het is een loodzwaar boek met 1555 pagina’s en weegt minstens 1½ kilo. De tekst is samengesteld door historica Els Kloek, hoofd van het instituut voor digitale naslagwerken, het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en de vormgeving is van Irma Boom. Die vormgeving maakt het tot een boek dat je ondanks de zwaarte met plezier doorbladert en heeft een functionele systematiek, wat het zoekwerk vergemakkelijkt. Heel aantrekkelijk is dat er bij veel van de besproken vrouwen in de tekst zwart-witafbeeldingen van die vrouwen staan en dat na iedere periode meer dan dertig portretten in kleur op volle pagina’s worden weergegeven van geschilderde portretten en uit de laatste eeuwen foto’s. De 1001 vrouwen zijn uit verschillende tijdperken, de middeleeuwen tot en met de 16de eeuw, de 17de, 18de, 19de en 20ste eeuw en wat betreft die laatste eeuw: alleen vrouwen die niet meer leven. Alle vrouwen passen binnen een categorie, een rubriek, waarvan er ook een register is. Enkele voorbeelden van die rubrieken: adel, elite en politie/ beeldende kunst/ dicht- en letterkunde/ kerk en godsdienst/ onderwijs en wetenschappen/  podiumkunsten/ maatschappij en emancipatie (inclusief feministen)/ sport/ toverij en hekserij.


Voor ons is de rubriek koloniën belangrijk. Daar vinden we behalve vrouwen uit de Kaapkolonie, Brazilië, Oost-Indië, Amerika en de Antillen uiteraard ook Surinaamse vrouwen en in Suriname wonende Nederlandse vrouwen die in de Surinaamse en/of Nederlandse geschiedenis een rol gespeeld hebben. Zo staat in deze rubriek Elisabeth Samson (1715-1771), een zwarte zakenvrouw over wie Cynthia Mc Leod-Ferrier binnen de serie ‘Bronnen voor de studie van Afro-Surinaamse samenlevingen’ een uitgebreide bijdrage heeft geleverd (1993). Ook Maria Susanna du Plessis (1739-1795) komt voor onder ‘koloniën’. Zij was dochter van welgestelde ouders, trouwde jong en werd al vroeg weduwe. Ze hertrouwde met Frederik Cornelis Stolkert, eigenaar van plantage  Nijd en Spijt. Met dit huwelijk liep het mis. Haar bekendheid heeft ze te danken aan haar wreedheid als slavenhoudster. Er werden veel verhalen over haar verteld. Het bekendste is dat over slavin Alida van wie zij uit jaloezie (haar echtgenoot zou een oogje op haar hebben) een van haar borsten afsneed die ze aan haar echtgenoot als maaltijd voorzette. Bekendheid in de geschiedenis kun je dus krijgen door goede daden en hoge prestaties maar ook door gruweldaden. Er is veel over Susanna geschreven. Van Hilde Neus-van der Putten kwam in 2003 een studie over Susanne du Plessis uit, de eerste monografie over een blanke vrouw uit de Surinaamse plantagegeschiedenis. Helaas is deze belangrijke studie vanuit Suriname niet opgenomen, terwijl wel andere literatuur genoemd wordt over Du Plessis.

Betje Wolf en Aagje Deken
We kijken even naar de verschillende periodes in het boek. Welke rol speelden vrouwen daarin? In de middeleeuwen domineerden adel en kerk, vaak met veel machtsstrijd. Logisch dat er onder de in deze periode genoemde vrouwen veel adellijke vrouwen en nonnen zijn.
De 17de eeuw heeft de bijnaam ‘Gouden Eeuw’. Dat zegt veel over welvaart en bloei van kunst en cultuur. Veel vrouwen uit de hoogste kringen komen voor, vooral ook uit ‘het huis van Oranje’. In de tweede helft van de eeuw komt er veel geweld en neemt de welvaart af, met als dieptepunt 1672, het ‘Rampjaar’. Naast de ‘hoge vrouwen’ zijn er al veel vrouwen die kunsten beoefenen.
De 18de eeuw is de eeuw van de verlichting. Maatschappelijk komt er meer aandacht voor de vrouw, vooral ook voor de moeder. Het bekende schrijfstersduo Betje Wolff en Aagje Deken besteedde in hun werk aandacht aan de moeders, maar waren ook tegen de slavernij. ‘Adel en elite’ beginnen af te nemen, onderwijs en opvoeding krijgen meer aandacht.

De 19de eeuw is de tijd van industrialisatie en democratisering. Vrouwen beginnen op te komen voor hun rechten. Voor het eerst worden er in deze periode vrouwen beschreven met grote sportprestaties.
En dan de twintigste eeuw met veel bekende namen van al overleden vrouwen. Vrouwen spelen nu een rol in de politiek en het feminisme krijgt vorm in deze eeuw. Veel kunstenaressen en schrijfsters zijn er, met name ook van kinderboeken. Verzetsstrijdsters in de Tweede Wereldoorlog hebben een plaats gekregen. En wie is de jongste van allemaal? Ja, Anne Frank (1929), het Joodse meisje, dat met het gezin moest onderduiken in het ‘Achterhuis’. Ze schreef daar in haar dagboek. In 1944 werd er verraad gepleegd en vielen de Duitsers het Achterhuis binnen. Anne en haar zus kwamen in het concentratiekamp Bergen Belsen terecht, waar ze in 1945, niet lang voor de bevrijding, stierven. Door haar, gelukkig bewaarde, dagboeken is Anne Frank wereldberoemd geworden.

Dit zijn enkele beelden van wat we in 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis tegenkomen. Een aantrekkelijk boek. Je blijft bladeren. Maar de vrouwen die een rol speelden in Suriname? Sommige grote figuren zijn helemaal niet genoemd. Wie ik het meest mis is Nola Hatterman (1899-1984), kunstenares, die in 1953, kennis gemaakt hebbend met Surinaamse kunstenaars van ‘Wie eegie sanie’ naar Suriname verhuisde en daar een kunstopleiding opzette. Ze was dé grote stimulator van werkelijk Surinaamse kunst. Nola voelde zich naar eigen zeggen ‘een neger’. Ze komt niet in het boek voor! Maria Sybilla Merian (1647-1717), gelukkig wel. Deze vrouw van Duitse afkomst heeft lang in Nederland gewoond. Met haar twee dochters ging ze in 1700 naar Suriname en tekende en schilderde daar reptielen, insecten, amfibieën in combinatie met prachtige planten en bloemen: schitterend werk. Veel boeken over haar leven en werk zijn verschenen. Jammer dat ‘Maria Sybilla Merian & dochters’ van Ella Reitsma niet genoemd is, een biografie met veel afbeeldingen van haar werk. Uit de negentiende eeuw is er niemand uit Suriname in het boek en uit de twintigste eeuw alleen Sophie Redmond, arts en schrijfster.

Hoe heeft het onderzoek dat aan de basis van dit boek plaatsvond zich afgespeeld? Is het zo’n beetje toevalzoeken geweest? Is de biografie van Nola Hatterman door Ellen de Vries niet bekend? De samenstelster Els Kloek is toch specialiste op internetgebied, in internetonderzoek? 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis is een aantrekkelijk boek, maar is het ook wetenschappelijk verantwoord?
Els Kloek (samenstelling): 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis. Nijmegen: uitgeverij Vantilt, 2013. ISBN 978 94 6004 141 9


zondag 27 januari 2013

Metamorfose



door Christine F. Samsom

Als iets de in 1647 in Frankfurt-Duitsland geboren kunstenares Maria Sibylla Merian van jongs af hevig boeide is het wel de gedaanteverwisseling/metamorfose van rups naar vlinder. Deze passie combineerde ze met talent. Haar vroeg gestorven vader Matthäus Merian was stadstekenaar, graveur en uitgever in Frankfurt. Haar nieuwsgierigheid en doorzettingsvermogen maakten haar een voor die tijd buitengewone kunstenares.



Een vrouw in de kunst? Dat was ongehoord! Haar moeder zag helemaal niets in haar talent, ondanks vaders wens op zijn sterfbed. Zij verbande Maria naar de zolder om te leren breien en borduren. Daar ontdekte ze de tekeningen van haar vader en begon die na te tekenen. Ook smokkelde ze rupsen met de bijbehorende voedselplanten naar de zolder en zag het wonder van de metamorfose zich voltrekken. Vanuit het zolderraam had ze uitzicht op de tuin van buurman, een rijke edelman met als hobby het kweken van tulpen. Maria sloop de trap af, zette in een onbewaakt ogenblik een ladder tegen de tuinmuur en plukte veel tulpen om ze na te tekenen. De woedende graaf wilde aangifte doen, maar toen hij de reden van de diefstal uit de mond van het meisje vernam, vergaf hij haar.



De moeder van Maria Sibylla had kennelijk een voorkeur voor kunstenaars als partner, want ze was intussen hertrouwd met de schilder van bloemenstillevens Jacob Marrell die in Nederland werkte. De stiefvader herkende het talent van Maria en zij werd één van zijn leerlingen. Toen ze achttien was, trouwde ze met een medestudent, Johann Graff, ging in Neurenberg wonen en kreeg twee dochters, Johanna en Dorothea. Haar belangstelling voor insecten - in het bijzonder rupsen en vlinders - nam toe, al werden insecten in die tijd ‘duivelswerk’ genoemd. Carolus Linnaeus had zijn wetenschappelijke indeling van het planten- , dieren- en mineralenrijk nog niet gemaakt. Die verscheen in 1735. In 1675 verscheen het eerste boek van Maria Sibylla Merian: Neues Blumenbuch (‘Nieuw bloemenboek’), in 1679 gevolgd door Der Raupen wunderbare Verwandlung und sonderbare Blumennahrung’ (‘Over de wonderbare verandering van de rupsen en merkwaardig bloemenvoedsel’). Toen al bracht ze op één tekening alle stadia van eitje, rups en vlinder op de voedselplant samen.



Het huwelijk van Maria met de zeer levenslustige Graff eindigde in 1685, waarna ze vertrok naar Friesland. Daar sloot ze zich aan bij de streng-protestantse leefgemeenschap der labadisten op het landgoed Walta-state van de familie Van Aerssen van Sommelsdijck die ook tot die sekte behoorde. Bekend door haar boeken leerde ze in Amsterdam wetenschappers en verzamelaars kennen, bij wie ze in hun rariteitenkabinetten de meest bijzondere insecten en vooral vlinders uit Suriname ontdekte. De laatste zetten haar in vuur en vlam. Ze besloot - ze was intussen over de vijftig - naar Suriname te reizen om onderzoek te doen naar die wonderlijke, tropische vlinders, rupsen, vogels, bloemen en planten. Met haar dochter Johanna maakte ze de avontuurlijke zeereis van drie maanden, met aanbevelingsbrieven van de burgemeester van Amsterdam, Nicolaas Witsen. Ze verbleven van 1699 tot 1701 in Suriname en werkten keihard aan het vastleggen van al het moois dat ze zelf vonden of dat hun door inheemsen werd gebracht, eerst op plantage Providentia, daarna in... ‘Parmubo’. Ziekte en oorlogsdreiging dwongen moeder en dochter terug te keren naar Amsterdam, waar ze drie jaar werkten om alles wat ze in Suriname op papier hadden gezet over te brengen op koperplaten, waarvan etsen werden gedrukt. Elke pagina in het boek Metamorphosis insectorum Surinamensium (‘De verandering der Surinaamsche insecten’) dat in 1705 uitkwam, is een op zichzelf staande wereld: de voedselplant in prachtige kleuren met blad, bloem en vaak ook vrucht met daarop de rups, pop en vlinder die van de plant leefden. Planten als de monkimonkikersi, lemmetje, sangrafu, peper, guave, kasyu, cacao, jasmijn en krerekrere vinden we terug met door Maria beschreven bijzonderheden in het Nederlands en Latijn. Ook dieren als kikker, hagedis, kever, spin, mier en tor hebben een plek in het boek.



Maria Sibylla Merian stierf in 1717 te Amsterdam. Ik weet dat ik haar in deze beschrijving tekort doe. Maar er is zoveel over haar geschreven dat elke geïnteresseerde lezer heel veel over haar kan vinden in boeken, artikelen en op het internet. In de 70-er jaren gaf mijn in Duitsland geboren moeder mij het boek ‘Die Falterfrau’ (‘De vlindervrouw’) van Utta Keppler cadeau, de levensgeschiedenis in romanvorm van deze bijzondere vrouw. Het boek beleefde diverse drukken. In Nederland verscheen in 2001 ‘Maria Sibylla. Een ongebruikelijke passie’ van Inez van Dullemen. In 1982 gaf uitgeverij De Walburg Pers haar meesterwerk in kleiner formaat uit en Elsevier maakte een nog kleinere selectie in de ‘Bibelot-reeks’ (1984). Diverse keren werden tentoonstellingen georganiseerd, onder andere in het Haarlemse Teylers Museum (1998), in het Rembrandthuis in Amsterdam begin 2008 en eind 2008 in ons eigen Surinaams Museum in Fort Zeelandia.

Maria Sibylla Merian op een Duitsbankbiljet


Maria Sibylla Merian: Metamorphosis insectorum Surinamensium of De verandering der Surinaamse insecten, naar de uitgave uit 1705. Zutphen: De Walburg Pers, 1982. ISBN: 906011 077 3;
Utta Keppler: Die Falterfrau. Heilbronn: Eugen Salzer Verlag, 1963. Geen ISBN. Heruitgegeven in 1997 door dezelfde uitgever. ISBN: 3 7936 054 7;
Inez van Dullemen: Maria Sibylla. Een ongebruikelijke passie. Amsterdam: De Bezige Bij, 2001. ISBN 90 234 7076 1 en
De exotische kunst van Maria Sibylla Merian. Amsterdam/Brussel: Elsevier, 1984. ISBN: 90 10 05057 2

vrijdag 15 juni 2012

Oudste Surinaamse plantencollectie één dag in museum te zien

Naturalis belicht botanie met exposities, lezing en demonstratie

Leiden, 14 juni 2012 – Zondag 24 juni om 14.00 uur geeft etnobotanicus Tinde van Andel een lezing over het zeer oude Surinaamse Hermann herbarium, dat alleen deze dag tentoongesteld wordt. Wetenschappelijk illustrator Anita Sachs geeft gelijktijdig een demonstratie botanisch tekenen.

Tijdens de verhuizing van het Utrechtse Herbarium naar NCB Naturalis kwam ook het ‘vergeten Hermann Herbarium’ mee naar Leiden. De Leidse hoogleraar botanie Paul Hermann stelde het omstreeks 1689 samen. Dit boek met 49 plantencollecties, verzameld in Suriname rond 1687 door de mysterieuze Hendrik Meyer, was eigenlijk nooit goed onderzocht. Onlangs is gebleken dat dit herbarium de oudste bewaard gebleven natuurhistorische collectie uit Suriname is en daarmee van groot wetenschappelijk belang. Behalve Indiaanse gebruiksplanten bevat het boek ook de eerste Afrikaanse slavengewassen.

Miconia acinodendron. De blauwe vruchtjes worden gegeten door Indianenkinderen




Expositie en lezing

Het Hermann herbarium wordt op zondag 24 juni 2012 eenmalig tentoongesteld in Naturalis. Etnobotanicus Tinde van Andel houdt daar om 14:00 een lezing over het wetenschappelijke belang van dit herbarium. U hoeft zich hiervoor niet aan te melden. De lezing is gratis bij aankoop van een entreebewijs tot het museum.

Tentoonstelling

De tentoonstelling Passie voor bloemen toont 17e en 18e eeuwse botanische tekeningen uit de Van Berkhey collectie getoond. In veertig jaar bracht Van Berkhey (1729-1812) een indrukwekkende verzameling bijeen van uiteenlopende natuurhistorische objecten. Deze omvat onder meer een opmerkelijke collectie tekeningen en gravures die op wetenschappelijk geordende wijze de levende natuur in beeld brengt, waaronder tekeningen van Maria Sibylla Merian (1647-1717), die rond 1700 in Suriname verbleef en daar de flora en fauna tekende.

Demonstratie wetenschappelijk tekenen

Wetenschappelijk illustrator Anita Sachs geeft tijdens de lezing een demonstratie. Zij werd onlangs nog beloond met de Margaret Flockton Award, een belangrijke Australische wedstrijd voor wetenschappelijk illustratoren van planten en bloemen. Sachs: “De exacte weergave van een plant of bloem is essentieel voor het wetenschappelijk onderzoek eraan. In een illustratie kun je de ideale situatie van de plant of bloem weergeven. Op een foto is het object soms verkreukeld of verlept.”

  Kijk voor extra informatie in de agenda op www.naturalis.nl. Het digitale herbarium is nu in zijn geheel online te bekijken op www.hermann-herbarium.nl. Deze website wordt op 24 juni officieel gelanceerd.

dinsdag 21 februari 2012

De bewaker van de Merians is niet meer


Piet Verkruijsse (1943-2012)

Gisteravond bereikte ons het droeve bericht dat Piet Verkruijsse is overleden. Verkruijsse nam jarenlang een vooraanstaande plaats in binnen de neerlandistiek. Na de opheffing in 1997 van het papieren tijdschrift Dokumentaal, informatie– en communicatiebulletin voor neerlandici (1972-1997), waarvan hij een steunpilaar was, werd hij redacteur van Neder-L (link zie de kolom rechts). In de bijna 15 jaar dat hij aan Neder-L heeft bijgedragen en geredigeerd, demonstreerde Piet overtuigend hoe belangrijk een goede academische nieuwsvoorziening is. De laatste jaren was Piet Verkruijsse de bibliothecaris van de Artisbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, een van de belangrijkste plaatsen ter wereld waar de werken van Maria Sybilla Merian worden bewaard.

Francien Petiet, redacteur van Neder-L, herdacht hem zo:

Of ik niet in de redactie van Neder-L zou willen zitten? Die vraag legde Piet mij enkele jaren geleden voor. We hadden afgesproken in de Artisbibliotheek, waar hij destijds als conservator werkzaam was. Daar zouden we het een ander doornemen en zou ik wegwijs worden gemaakt in Neder-L en de daaraan verbonden werkzaamheden. Ik kwam aanlopen en trof Piet buiten voor de bibliotheek aan. Op de muur van de Artisbibliotheek zat een buitengewoon grote vlinder en Piet was aan het wachten op een specialist van het nabij gelegen Hortus Botanicus. Piet was aan het speculeren wat voor een soort vlinder het zou kunnen zijn en was ervan overtuigd dat het een bijzonder exemplaar was. Hij was voor zijn doen dan ook redelijk opgewonden. Wellicht zag hij zichzelf opnieuw op de voorpagina van de NRC, maar dan niet als ontdekker van een nieuwe Bredero-druk. We bleven doodstil wachten. Toen eenmaal de ‘vlinderexpert’ kwam werd meteen duidelijk dat het een veel voorkomende reuzenvlinder was (de naam is mij ontschoten), ontsnapt uit de vlinderkas van de Hortus, maar niet bijzonder en niet de moeite van het vangen waard. We gingen enigszins teleurgesteld naar binnen, waar we de rest van de middag gesproken hebben over Neder-L.


Het was de bedoeling dat ik Piet zou vervangen, maar daar is weinig van terecht gekomen. Ik werd toegevoegd aan de redactie. De afgelopen jaren bleef de bijdrage van Piet aan Neder-L zeer groot, helemaal toen de weblog van start ging. Veel berichten waren afkomstig van Piet, die een groot netwerk om zich heen had, veel nieuwsbrieven ontving; op het gebied van de Nederlandse taal en literatuur en natuurlijk boekwetenschap ontging hem weinig. Zelfs de laatste dagen voor zijn overlijden was Piet nog betrokken bij Neder-L. Weliswaar was hij te moe om zelf berichten te plaatsen, maar berichten naar mij doorzetten deed hij nog wel. Op woensdag 15 februari ging ik samen met een goede vriendin naar Piet toe om definitief afscheid te nemen, ik namens de redactie van Neder-L. Piet was moe en lusteloos, maar nog wel Piet. Rustig als altijd zei hij dat hij op was en dat het leven voor hem zo geen zin meer had. Het was, hoe zwaar ook, goed om dat van hemzelf te horen. We spraken kort over zowel leuke als minder leuke zaken. De Artis-bibliotheek kwam voorbij, Zeeland en natuurlijk ook Neder-L. Hij was blij met de inzet van de nieuwe Neder-L-ers Bas Jongenelen en Fabian Stolk.

Het is moeilijk te accepteren dat Neder-L zonder Piet verder moet. Hoewel, helemaal weg is hij natuurlijk niet. Als mede-oprichter blijft Piet digitaal voortleven via Neder-L. Een kleine troost voor een groot verlies.

dinsdag 13 december 2011

Een zeldzame Merian



Dit is een plaat uit een zeldzame editie van Maria Sibylla Merian, die in januari geveild wordt. Voor het luttele bedrag van 12.000 euro kan men er de eigenaar van worden. De catalogusbeschrijving volgt hieronder, met dank aan Buku Surinamica.

Botanik Merian, Maria Sibylla
Histoire générale des insectes de Surinam et de toute l'Europe. Troisieme édition, revue, corrigée, & considerablement augmentée par M. Buchoz. Tome troisieme (von 3): Des plantes bulbeueses, liliacées, caryophyllées. Mit 69 kolorierten Kupfertafeln. Paris, Desnos, 1771. Titel, 69 Seiten, Tafeln. Groß-Folio (50 x 33 cm). Halbleinwandband des 19. Jahrhunderts (berieben und etwas bestoßen, Kapitale etwas lädiert). *
Horn-Schenkling 14995 - Dunthorne 205 ("third volume not seen") - Sitwell-Blunt 119 - Hagen S. 537 - vgl. Nissen 341 - Der dritte Band der letzten Ausgabe des berühmten Insektenwerkes, hier wohl erstmals als Band 3 dem Gesamtwerk beigegeben. Die dekorativen Blumentafeln meist mit mehreren Darstellungen, darunter Tulpen, Nelken, Narzissen, Krokus, Alpenveilchen, Iris etc. und nur teilweise mit Abbildungen von Insekten und Schmetterlingen. - Durchgehend etwas gebräunt, eine Tafel mit kleinem Eckeinriss, teilweise gering fleckig. Sehr breitrandiges Exemplar.

Third volume of the final edition of the famous work, probably added for the first time to the complete works. Bound in 19th century half cloth, worn and bumped. - Some mild browning and soiling in places, 1 plate torn in outer corner. Overall a fine, wide-margined copy.

zondag 26 juni 2011

Discoveries by a Little-Known 17th-Century Woman Naturalist/Artist

Science writer Kim Todd's book Chrysalis, Maria Sibylla Merian, and the Secrets of Metamorphosis tells the previously unknown story of a 17th-century naturalist and artist whose pioneering field studies of insects in South America helped lay the groundwork for modern-day ecology. Merian's life story is interwoven with the tale of how notions about metamorphosis developed through time.


Merian, trained as an artist in Frankfurt, Germany, found herself drawn to the mysteries of insect metamorphosis at an early age. By 50, she had written two books detailing the life histories of hundreds of European species. Wanting to investigate the South American specimens in collector's cabinets alive and in their natural habitats, she decided to travel to Surinam in 1699 with only her daughter.

Chrysalis_image.jpg

Maria Sibylla Merian's depictions of chrysalis offered new insight int
o tropical insects in the 17th century.

Her careful observations of iridescent blue morpho butterflies and giant cockroaches offered views into the tropical insect world that no one else had seen. But her accomplishments were mostly dismissed and then forgotten in the 19th century when scientists feared they would be discredited if they built on the work of "amateurs," particularly women.

Kim Todd is a widely published science writer whose work has appeared in Sierra Magazine, Orion, Legal Affairs, and Grist Magazine. Todd's first book, Tinkering with Eden: A Natural History of Exotics in America (W.W. Norton & Co. 2001), a study of the biological and social effects of invasive species, won the PEN/Jerard Fund Award and the Sigurd Olson Nature Writing Award.

A graduate of Yale University and the University of Montana, Todd has degrees in environmental studies and creative writing.

woensdag 20 oktober 2010

Maria Sibylla Merian

Prachtig animatiefilmpje over het werk van Maria Sibylla Merian.
Concept: Karen Eve Johnson
Animatie: Mayura Subhedar
Geluid: Thomas Myrmel
.


Zie voor de theatervoorstelling het bericht hieronder.

Wilde Wespen & Verboden Vruchten

Theater: Maria Sibylla Merian in Suriname

Suriname, 1699. Twee vrouwen ontmoeten elkaar. Sibylla, natuurwetenschapper en kunstenaar uit Europa, hongerig naar kennis over het leven van planten en insecten die ze wil schilderen, en Jacoba, slavin, weggehaald uit Afrika en bekend met de geheimen van het oerwoud. Net als de insecten en dieren om zich heen moeten zij zich aanpassen om te overleven in een harde, gevaarlijke, maar ook prachtige wereld. Door hun nauwe samenwerking ontstaat er een intieme band.

Maar de vrouwen komen uit twee verschillende werelden.

Wilde Wespen en Verboden Vruchten is gebaseerd op het boek De Veranderingen der Surinaamse Insecten en het leven van Maria Sibylla Merian. Haar fascinerende en wonderbaarlijke tekeningen zijn voor de voorstelling verwerkt tot prachtige animaties die zo het natuurlijk décor vormen voor het verhaal van Jacoba en Sibylla. De sensuele schoonheid van een bloeiende bananenplant – een spin die het bloed zuigt uit een pasgeboren vogeltje – een leger van mieren dat alles vernietigt – een verleidelijke, maar dodelijke vrucht. Beelden die hand in hand samen gaan met de boeiende levensverhalen van twee bijzondere vrouwen in een exotisch land.

“Botanische tekeningen komen tot leven” ˗ Leidsch Dagblad

Concept, tekst en regie: Karen Eve Johnson
Vertaling: Matin van Veldhuizen
Spel: Katrien van Beurden (Sibylla) & Esther Drenthe (Jacoba)
Video-ontwerp: Mayura Subhedar met materiaal van Germaine Colajanni
Kostuums: Margot Koudstaal
Geluid: Thomas Myrmel
Producenten: Mike Evers, Onstage (Suriname), Stichting Lantaarndragers
Met dank aan de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, Bijzondere Collecties

Speellijst zie http://www.wildewespen.nl/
.