Posts tonen met het label Simons Marylin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Simons Marylin. Alle posts tonen

zaterdag 19 april 2014

Avonturen met jeugdboeken

Illustratie van Goenoh Soerodimedjo in Avontuur bij de grote rivier van Natasia Agard

Muloleerlingen en zesde klassers van Albina en omgeving beleefden avonturen op het Kinderboekenfestival. Er waren spannende spelen, uitdagende opdrachten, het ontcijferen van een geheimschrift bijvoorbeeld en avonturen met boeken. Enkele voorbeelden:

Avontuur bij de grote rivier van Natasia Agard gaat over de verzieking van het bos en de dieren doordat de goudzoekers met kwik werken. De dieren houden een krutu en eensgezind besluiten zij de goudzoekers weg te jagen. Dat gebeurt. De klas splitst in tweeën, de ene helft bestaat uit alle soorten dieren, de andere uit goudzoekers. En hoe de dieren die mannen verjagen en nog lang achter ze aan rennen - harde dierengeluiden makend - over het festivalterrein, dat zullen ook de bezoekers niet gauw vergeten.

En dan van Sherida Sabajo’s Okorié en Agambé, over twee jongens, een uit een inheems en een uit een marrondorp langs dezelfde rivier. Ze verdwalen toevallig op dezelfde dag in het bos en komen elkaar tegen. Hoe vinden ze hun dorpen terug? De telefoonboom brengt redding. Ze slaan er keihard op... het geluid klinkt door het bos, de vaders horen het en vinden hun zoon. Van twee kanten komen ze. Hoe die twee verdwaalde jongens slaan op die wortels... en hoe hard de klas dat laat klinken. Het geluid klinkt door het hele festival. En dan die blijdschap als de jongens gevonden worden! Spannend, beeldend en vooral herkenbaar voor kinderen uit het binnenland.

De vierde klas mulo van Albina luistert naar ‘Witte lelies’ uit de bundel Carrousel van Marylin Simons, voor oudere jongeren en volwassenen. Het is een zielig verhaal over twee jonge geliefden die hun kindje verliezen, dat niet aankunnen en niet meer kunnen communiceren. In een prachtige stijl geschreven. ‘Ronny had me nog nooit geschijnd’... zo begint het verhaal en bij die eerste zin gaan alle hoofden omhoog! Na afloop zegt een jongen dat hij het verhaal niet mooi vindt, omdat het zielig is. Dan volgt een gesprek over het leven, dat toch ook vaak zielig is. Waaraan de juf actief en gedreven deelneemt. Kalm gaan de leerlingen weg na afloop. Op hun gezichten staan emoties te lezen.

Tot slot: in een van de boeken van Cobi Pengel, Wolkje en de groenhartboom is een deel van de thematiek hoe mensen hun bewoonde wereld vervuilen en hoe een groenhartboom daaronder lijdt. Aan het eind trekken alle groenhartbomen hun wortels uit de grond en vliegen naar hun familie in het binnenland. Daar houden ze een krutu: hoe pakken we die smerige mensen aan. Twee meisjes mogen meevliegen op de takken van de groenhart, maar ze verstaan de bomen niet. Het zal niet lekker zijn wat de bomen van plan zijn met de mensen. Een zesde klas uit Albina volgt het verhaal. Ze knikken, en knikken... ‘Willen jullie ook een krutu houden?’ vraagt juf. ‘Ja, en we willen ons dorp schoonmaken.’ En dat wordt afgesproken: in de afgelopen week al zijn de leerlingen de straat opgegaan met materiaal om het vuil van de straten te verwijderen... vooral bij bomen, ook een groenhart?
Zo zie je dat boeken aanzet kunnen geven tot emoties en ook tot daden. Je herkent het leven, je denkt erover na en wie weet... verandert er iets ten goede!


zondag 9 februari 2014

Motyo/hoeren in de literatuur


door Els Moor

Vijftien jaar is het geleden dat De koningin van Paramaribo van Clark Accord uitkwam bij uitgeverij Vassallucci te Amsterdam. De eenendertigste druk is van oktober 2011 bij Nijgh en Van Ditmar in dezelfde stad. Op 31 mei van dat jaar overleed Clark Accord aan darmkanker. Heel triest, een groot verlies voor de literatuur van en over Surname.

De koningin van Paramaribo is niet alleen in Nederland en Suriname veel gelezen. De roman verscheen ook in andere talen. Vanwaar die grote belangstelling en populariteit? Een belangrijke oorzaak is het onderwerp, de thematiek. Clark laat zien dat een motyo ook een mens is, niet slechts een seksueel object. Een mens met eigenschappen, goede en minder goede, zoals hulp geven aan wie dat nodig hebben en snel agressief worden. Ze was een vrouw die zich in al haar pracht en praal liet zien en haar vak beheerste als geen ander. Ze werd dan ook terecht ‘de koningin van Paramaribo’ genoemd. Accord heeft de gegevens over Maxi Linder tijdens zijn onderzoeksperiode in Paramaribo gebaseerd op mondelinge informatie van veel mensen die haar gekend hebben. Het resultaat is een ontroerend en aangrijpend topboek over een onderwerp dat wereldwijd moeilijk ligt in de literatuur.

De vraag rijst: zijn er meer Surinaamse auteurs die dit onderwerp aandurfden? Die zijn er, niet veel, maar ze geven steeds een ander aspect van het hoerenleven. Dobru (1935-1983), dichter, schrijver en politicus, schreef vanuit een sociaal perspectief. Zijn verhaal ‘Wiesje: ik schaam me soms diep’ uit de bundel Tori boto (1976) gaat over het sociale contact van de schrijver met een vrouw, Wiesje, uit zijn buurt, met wie hij gesprekken heeft. Wiesje is een motyo. Ze heeft drie kinderen, ‘bedrijfsongevallen’, die ze goed wil verzorgen. Ze doet haar werk om armoede te overbruggen. Als Dobru haar op een avond als ze op de stoep van een straat zit vraagt of het vlot, zegt ze: ‘Tot nu toe niets, maar ik ben blij dat jij er bent, laten we binnen gaan zitten. [...] Soms heb ik geen zin, dan wil ik liever praten met iemand, maar de mannen hebben altijd zo’n haast.’ (p. 30).

Bea Vianen is eveneens een sociale schrijfster. Haar romans over Surinaamse mensen zijn vaak taboe doorbrekend. Ze houdt ons een spiegel voor. Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972) speelt voor een groot deel in een internaat in de stad. Richenel, een jongen uit Commewijne, woont daar. Het internaat staat voor beperking van vrijheid. Armoede is een belangrijk thema in deze roman. Als hij in de grote vakantie thuis is, ontdekt Richenel dat zijn moeder veranderd is. Ze draagt mooie kleren, ze geeft hem geld (dat ze nooit had) en gaat ’s avonds het huisje uit. Hij denkt er veel over na en op een avond: ‘In het donker aan de inham van de rivier ging hij op zijn hurken zitten en gooide telkens een, willekeurig van de grond gegrepen dor takje naar het kabbelende water. Ze is een hoer, dacht hij. Zijn eigen, zijn eigen, zijn bloedeigen... (p.127). We zien dat bij Clark Accord een jong meisje hoer wordt vanwege frustraties. Bij Bea is het een moeder die motyo wordt. Wiesje en Richenels moeder oefenen het vak uit om met hun kinderen te kunnen overleven.

En dan Marylin Simons met haar bundel Carrousel (2003), waarin veertien verhalen, allemaal uit het leven gegrepen, gevoelig, maar niet sentimenteel, onthutsend en toch liefdevol. Hoewel Marylin veel onderwerpen aankaart die in onze samenleving vaak taboe zijn, komt de motyo er niet in voor. Is dat zo? In ‘Blaka Nene’ (pp. 73-82) vertelt een meisje over haar leven met haar grootmoeder, ‘moesje’, bij wie ze woont, nadat haar moeder ze vanuit de stad bij Moesje heeft gebracht. Soms komt de moeder haar halen en mag ze een dagje genieten van de stad. Als ze tien jaar wordt komt moeder naar hen toe en organiseert een prachtig feestje. Moesje wordt ziek en moeder komt vaker, maar gaat altijd weer weg... en dan sterft Moesje. Waar moet het kind naar toe? Het verhaal eindigt als het in een vliegtuig zit, op weg naar een tante. Marylin Simons laat vragen opkomen bij de lezers, maar geeft er geen antwoorden op. Een vraag die we onszelf vanaf het begin stellen: ‘Is de moeder een motyo?’ Ik denk van wel.

Hoeren in de wereldliteratuur. Ik dacht na naar aanleiding van gelezen boeken, sloeg veel naslagwerken op die de thematiek van werken geven met een korte inhoud. Nergens hoeren! Is het ook wereldwijd een moeilijk onderwerp? Internet maakte me niet veel wijzer.

Zelf bewonder ik de Columbiaan en Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez (1927). Zijn bekendste werk: Honderd jaar eenzaamheid. Al zijn werk is beeldend, vol humor en fantasie in combinatie met herkenbare werkelijkheid. De ongelooflijke maar droevige geschiedenis van de onschuldige Erendira en haar harteloze grootmoeder (1975) is een novelle. De titel zegt al wat de thematiek is. Die grootmoeder gebruikt haar kleindochter, een beeldschoon en heel jong meisje, als handelswaar. Ze laat haar met veel mannen gaan en verdient daar hopen geld mee. Een half indiaan, half Europeaan - heet nota bene Odysseus - wordt verliefd op Erendira. Er gebeurt van alles en Odysseus wil niets liever dan grootmoeder vermoorden. Helemaal aan het eind van het verhaal lukt dat en dan... ‘maar ook toen holde ze door met het goudvest, voorbij de droge winden en de middagen waar geen einde aan kwam, en nooit heeft iemand meer iets van haar gehoord noch enig spoor van haar droevig lot gevonden.’

De laatste en korte roman van Márquez heeft zelfs hoeren in de titel: Herinnering aan mijn droeve hoeren (2004). Een oude man trakteert zichzelf via een hoerenwaardin op zijn negentigste verjaardag op een piepjonge maagd. Dan wordt hij voor het eerst van zijn leven echt verliefd, maar het meisje doet bijna niets anders dan slapen, omdat ze overdag ook nog in een fabriek werkt. Een prachtig boek over de liefde en de naderende dood. Een bijna 80-jarige schrijver over een negentigjarige vrijgezel die een onstuimig leven achter de rug heeft... en rust vindt!


Foto © Amex Photography

zaterdag 18 januari 2014

Dieren in de Surinaamse kinderliteratuur: info voor jeugdbegeleiders


 door Els Moor

Kinderen hebben over het algemeen belangstelling voor dieren. Ze vinden het dan ook fijn om verhalen over dieren te horen of om er boeken over te lezen en de plaatjes te bekijken. In ons land met zijn rijke natuur leven veel-veel dieren, van verschillende soorten. Wilde dieren in het bos, maar ook tamme bij mensen. Er zijn verhalen over dieren van vroeger, zoals over Kantjil en Anansi, maar kinderboekenschrijvers van nu hebben zelf verhalen verzonnen waarin dieren een belangrijke rol spelen, of boeken met illustraties zodat kinderen de verschillende dieren leren kennen. We geven hieronder een overzicht van kinderboeken waarin dieren belangrijk zijn. Dat zijn er heel wat, maar vanwege de ruimte moeten we een keuze maken.

- ANANSI
Er zijn rijk geïllustreerde boeken met de oude anansitori. Het bekendste: Het grote Anansiboek van Johan Ferrier met tekeningen van Noni Lichtveld, bezorgd door uitgeverij Conserve in 2010. Hierin zijn de verhalen opgetekend zoals Ferrier ze voor de Nederlandse televisie vertelde. Noni Lichtveld heeft ook zelf een anansiboek gemaakt, Anansi de spin weeft zich een web om de wereld, de tweede editie is uitgegeven bij VACO in 2012. Er zijn redelijk veel anansiboekjes waarvan het verhaal verzonnen is door de schrijver. Van Ismene Krishnadath: Nieuwe streken van koniman Anansi (1989) en Bruine bonen met zoutvlees (1992). Moderne verhalen die aansluiten bij die moeilijke tijd van schaarste en de Binnenlandse Oorlog. Anansi moet alsmaar streken bedenken om zichzelf en zijn gezin te redden. Ook Marylin Simons heeft een grappig anansiboekje, Anansi Dala (PCOS, 2004), dat goed past bij de moderne tijd, waarin zoveel mensen altijd op geld uit zijn, op wat voor manier dan ook.

- KENNIS OVER DIEREN
Op een leuke manier kennis verwerven over verschillende dieren is een doel dat Wim Veer en Gerrit Barron nastreven met hun dierenboekjes. Van Wim Veer is de serie fotoboekjes over verschillende dieren, met een verhaaltje waarin veel info over het betreffende dier: tjamba de raaf; misi powisi; modo todo; kwibus de ibis; awari en de kip; het doksje dat niet wilde zwemmen en Wat vliegt daar? Vogels rond het huis (uitgegeven in eigen beheer met prachtige fotos.)

En van Gerrit Barron: Titri en Toto over twee jonge vogeltjes, met als thema zelfstandig worden, en zijn serie uit de jaren 90 over allerlei dieren, zoals Een korjaal vol dieren en Een sloot vol vissen.
Rupsje Regenboog van Indra Hu geeft op een beeldende manier in een verhalend gedicht weer hoe Rupsje Regenboog zich ontwikkelt tot een prachtige vlinder. Het verhaal kan kinderen aan het denken zetten: Rupsje wordt een mooie vlinder... wat word ík later?

- DIEREN IN HET BOS
Een leerrijk thema. Monique Pool heeft op dit gebied een prachtig experiment uitgevoerd. Carlize gaat naar het bos/... goes to the forest. Op verschillende manieren kunnen kinderen kennis nemen van de inhoud: het boek heeft alleen beeldende illustraties van Chad Abdoellah en er is een bijbehorende cd waarop Helen Kamperveen het verhaal vertelt. De kinderen kunnen aan de hand van de platen eerst hun eigen verhaal maken en dan luisteren naar dat van Monique Pool. Veelzijdig dus. We geven hier het verhaal niet: ga eerst kijken! Het boek is nog volop verkrijgbaar! Met Kwata op reis (2010) van de stichting Klimop, laat kennismaken met veel dieren. Vanuit het bos gaat de aap Kwata met zijn vrienden per korjaal naar de zee. Ze ontmoeten andere dieren en beleven avonturen. Spelenderwijs leren de kinderen de dieren kennen, ook door de illustraties van Ginoh Soerodimedjo. Aanbevolen!

Illustratie van Goenoh Soerodimedjo uit Met Kwata op reis


- DIEREN EN HET MILIEU
Een belangrijk en kritisch thema dat gelukkig niet aan de jongeren voorbijgaat. Avontuur bij de grote rivier is van Natasia Agard en verscheen in 2008 (in eigen beheer). Het onderwerp: de gevaren die het bos bedreigen door activiteiten van mensen - zoals goudzoekers - met de bedoeling veel geld te verdienen. Het einde van het verhaal is verrassend: dieren van alle soorten werken samen om het bos te redden. Samen bedreigen ze de mens-mannen die de rivier vervuild hebben met hun goudzoekersactiviteiten. Die mannen rennen dan doodsbang naar hun boten en geen dier heeft ze ooit teruggezien. Een boek dat op scholen thuishoort, waar de leerlingen en leerkrachten er samen over kunnen praten!
Cobi Pengel stelt deze thematiek aan de orde in enkele van haar verhalen. Wolkje en de groenhartboom bijvoorbeeld is een sprookjesachtig verhaal met een actuele thematiek: de mensen smijten vuil op straat, dat soms vreselijk stinkt, waardoor de mooie groenhartbomen hun bloei verliezen. Het meisje Cynthia dat vlak bij een groenhartboom woont, wordt door die boom uitgenodigd om samen met haar vriendin en het konijntje Wolkje met Mamabon mee te vliegen naar een krutu van bomen met de bedoeling om het probleem op te lossen.

- DIEREN EN MENSEN
Vooral voor jonge kinderen een herkenbaar thema. Honden spelen hierin een belangrijke rol, zoals in Lafu (VACO: derde druk 2007) van Cynthia Mc Leod. Lafu is een hondje en Sita is zijn bazinnetje. Wat beleeft Lafu allemaal in het gezin en in de buurt? Als het een keer kattenbrokjes heeft gegeten uit de bak van de kat, is het bang een kat te worden! Een leuk boekje voor iets meer gevorderde lezertjes (ongeveer klas 2 en 3), ook om thuis zelf te lezen. En dan is er nu een gloednieuw boekje verschenen, Bruno de zwervershond, debuut van Hetty Amat. Bruno zwerft, komt in het dierenasiel terecht en vindt daar zijn baasje weer. Binnenkort gaan we dit boekje bespreken. Er zijn veel boekjes over honden: Eveline Wielzen schreef Dagboek van een straathond met leuke illustraties van Reinier Asmoredjo en grappig geschreven. Marja Themen, onze redacteur van kinderliteratuur, die zelf veel met dieren bezig is, schreef Overpeinzingen uit een Hondenleven.... Ook in de drie delen over Manga, het paard uit Baboenhol van Susan van Dijk-Leefmans met beeldrijke illustraties van Reginald Kartowirjo, lezen we over het leven van een dier bij mensen, een paard op een boerderij. Hoe zij vriendschap sluit met een schaap, gedekt wordt door een paard van een andere boerderij en een veulen krijgt en hoe er in het derde deel feest voor haar gevierd wordt. Leuk om deze boeken te combineren met een uitstapje naar een boerderij, misschien wel naar Manga zelf!

- DIEREN IN FANTASIEVERHALEN
In veel boeken vinden we sprookjesachtige en/of spannende fantasieverhalen waarin dieren een belangrijke rol spelen. Twee toppers uit de Surinaamse kinderboekenwereld: Seriba in de schelp van Ismene Krishnadath dat gaat over het meisje Lilia, op vakantie in Galibi, dat door haar slimmigheid een groot probleem van een verliefd stel - watermeisje Seriba en sekrepatu Warana - oplost, waardoor ze een gelukkig leven tegemoet gaan... en van Effendi N. Ketwaru Rani en de slangenkoning met schitterende tekeningen van de auteur zelf. Die lieve slangenkoning, die Rani bijstaat in haar moeilijke leven met een heks, blijkt een betoverde jongen te zijn. Happy end!

Al deze boeken (er zijn er nog veel meer!) helpen mee om kinderen meer leesplezier te laten krijgen en vooral, als hun begeleiders ze ertoe aanzetten, om naar aanleiding van verhalen over dieren na te denken over wie ze zelf zijn! Ga met uw kinderen naar de boekwinkel!

zondag 26 augustus 2012

Verkoopdag Surinaamse kinderboeken

Op zaterdag 1 september dit jaar organiseert de Stichting Projekten op haar terrein aan de Dokter Sophie Redmondstraat 172 in Paramaribo een verkoopdag van Surinaamse kinderboeken die vanaf het kinderboekenfestival 2000 zijn uitgegeven. De stichting die zich al jaren inzet om lezen tot een plezierige activiteit voor kinderen te maken, moedigt opvoeders aan om kinderen vaker voor te lezen en om creatieve activiteiten met boeken te ontplooien, zodat kinderen leesplezier ervaren. Als kinderen van jongs af aan met boeken geconfronteerd worden en van (voor)lezen houden, is de kans groot dat ze later ook zelf een boek pakken om te lezen.

Girl in white. Foto © Nicolaas Porter


Lezen betekent méér weten! Lezen stimuleert de fantasie, de creativiteit, de taal- en denkontwikkeling! Lezen opent de deur naar ontwikkeling!

Met de boekenverkoop die van 10.00 tot 16.00 uur wordt gehouden, hoopt de stichting meer ouders in de gelegenheid te stellen om kinderboeken aan te schaffen, waarmee de kinderen hun vakantietijd kunnen doorbrengen. Tijdens deze verkoopdag worden boeken namelijk met kortingen vanaf 10 tot en met 40% verkocht.

Enkele kinderboeken die in de afgelopen jaren door de stichting zijn uitgegeven en met korting verkocht worden, zijn Het boek van Sam en Kim van Cynthia Mc Leod, Dyompo’s reis om de wereld van Orlando Emauels, Roy kan drijven van Henna Goudzand, De grote en de kleine hengelaar van Cobi Pengel, Boomkikker zingt van Carine Fraanje, Ballon Blaas van Marilyn Simons, Okorié en Agambé van Sherida van Loon, Awari en de kip van Wim Veer, Belevenissen van een muizenfamilie van Joyce Pereira, Tjubi u matu! Red ons bos! van Eveline Wielzen, de verhalenbundel Lezen verbindt schrijver en kind en de Amaisa-serie.

Girl. Foto © Nicolaas Porter

Er zijn kinderboeken voor de allerkleinsten en boeken voor kinderen van de bovenbouw. Ook het handboek Lees je wijs; Hoe bevorderen we leesplezier bij kinderen? met creatieve verwerkingsvormen bij Surinaamse kinder- en jeugdliteratuur, samengesteld door Els Moor zal met korting verkocht worden. De kinderboeken kunnen apart worden gekocht, maar er is ook een mogelijkheid om met meer voordeel boekpakketten te kopen. Boekie Woekie zal tijdens de boekverkoop aanwezig zijn en enkele voorleeskampioenen zullen voorlezen.

zaterdag 12 mei 2012

Marylin Simons



Portret van de Surinaamse schrijfster Marylin Simons, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 40 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto op groot formaat is ook te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

donderdag 1 september 2011

Hoe krijg je een ‘happy end’?

door Els Moor & Marja Themen

Er zijn nogal wat opvoeders die vinden dat voor kinderen een verhaal altijd positief moet aflopen. Er mogen allerlei gevaarlijke of griezelige dingen gebeuren, maar op het eind moet alles weer goedkomen. In de Surinaamse jeugdliteratuur waarvan vele verhalen bewerkingen zijn uit de orale cultuur, is dat echter lang niet altijd zo.

Pikin Todo en Pikin Sneki, een echt Surinaams vertelsel noemt Francis Vriendwijk het. En dat is het ook; een kikkertje en een kleine slang, die vriendjes zijn, zo verschillend en toch vriendjes, dat kennen we wel in ons land, maar een slang en een kikker… dat is te mooi om waar te zijn. Ze hebben een goede tijd samen en dan ontdekken ze via hun ouders dat kikkertje eigenlijk eten voor slangetje is. Gelukkig dat kikkertje het op tijd te horen krijgt: hij wordt niet opgegeten, maar zijn vriend is hij kwijt en daarover heeft hij verdriet. Het is geen fatale afloop, maar ook geen goede. In gesprekken over het verhaal op Kinderboekenfestival met kinderen, zie je herkenning. ‘Ik mag ook niet met mijn vriendinnetje spelen’, zei een meisje, ‘omdat onze ouders ruzie hebben.’ Maar hoe dan ook: Pikin-Todo werd niet opgegeten.

Er is zelfs een oplossing waardoor ze vriendjes kunnen blijven. Doordat Pikin Todo elke dag een broodje brengt voor Pikin Sneki, waardoor hij zijn vriendje niet opeet en ze toch kunnen spelen, een happy end dus. Marijke van Mil heeft dit als einde verzonnen voor haar versie van deze oude Surinaamse vertelling, Kikkertje & Slangetje. Dit is zo tegennatuurlijk, zo ongeloofwaardig dat het verhaal erdoor onderuit gehaald wordt. Niet alles kan nou eenmaal mooi en romantisch aflopen. Ook hierover hebben kinderen gepraat op Kinderboekenfestival, ze hebben de twee verhalen rond dezelfde bron vergeleken en ze geven allemaal de voorkeur aan Pikin-Todo en Pikin-Sneki.

Een ander voorbeeld: De tuinman en de apen van Wim Veer. Het is een bewerking van een boeddhistisch sprookje en heeft ook niet bepaald een happy end; wel een einde waar je van alles mee kunt, waar kinderen op verschillende manieren verder over kunnen nadenken en over kunnen praten.

En neem dan ‘Jejeta’ uit de bundel Saramaccaanse vertellingen Hielientie Daytie. Het is een mooi verhaal, prachtig dat die moeder het kind krijgt waar ze zo naar verlangt, Jejeta, uit zeeschuim, Sukuma. Maar dan moet wel aan een belangrijke voorwaarde voldaan worden, ze mag nooit ‘Sukuma’ genoemd worden, anders wordt ze weer schuim. Na jaren komt die vreselijke Anasi (Saramaccaanse variant van Anansi) en die krijgt het voor elkaar Jejeta in een situatie te brengen waarin hij die voorwaarde schendt. Jejeta wordt weer schuim en haar moeder is haar kwijt.
Het is een beeld dat we herkennen, ook nu, door hebzucht, kwaadspreken of jaloezie doet de ene mens de ander iets negatiefs aan. En het leven is, vooral in het binnenland vaak al moeilijk genoeg. Ondanks alle moeilijkheden, iedere dag weer leven, dat is al vanaf de slaventijd ‘overleven’. En de Surinaamse literatuur staat bol van dit thema. Lees maar de Anansiverhalen van Ismene Krishnadath en Anansi dala van Marylin Simons. Allemaal kinderverhalen, maar in de wereld van spin Anansi wordt de keiharde mensenwereld weerspiegeld.

‘Kot Ede Nombu’ eveneens uit de Saramaccaanse bundel, is ook zo’n keiharde vertelling, over een jongen met een gebrek, dat hem aangedaan wordt doordat twee mensen in een woedebui hem allebei naar zich toe trekken en hij scheurt. Sindsdien wordt hij vreselijk gepest. Uiteindelijk loopt dit verhaal wel goed af, doordat hij zelf besluit om met zijn geliefde die hij dan heeft het dorp uit te gaan en elders te gaan wonen..

Verhalen, ook voor de jeugd, zijn een spiegel van een maatschappij. Als je een dikke bult op je hoofd hebt en ja kijkt in de spiegel, is die bult niet verdwenen. Maar je kunt hem ook laten opereren en dan ben je later in de spiegel een stuk mooier. Zelf iets doen om je situatie te verbeteren is een belangrijk motief. Je kunt dat op een egocentrische, slechte manier doen, zoals Anansi vaak doet, en dan loopt het met hem niet goed af, maar ook op een manier die blijk geeft van nadenken. En dan loopt het goed af, ook in een verhaal. Okorié en Agambé, uit het boek van Sherida Sabajo, zijn twee jongens uit het binnenland, een uit een inheems dorp en een uit een marrondorp. Ze zijn verdwaald in het bos en komen elkaar tegen. De ene is bang en huilt, de ander zoekt oplossingen voor alle problemen. Tenslotte ziet hij een ‘telefoonboom’ en begrijpt dat die redding kan brengen. Hij slaat erop en het geluid weerklinkt door het bos. De families van de beide jongens vinden elkaar bij de jongens. Ze zijn gered en de dorpen onderhouden sindsdien vriendschapsbanden.




‘Welzijn’ is nu een aantal jaren het thema van het Kinderboekenfestival. Een prachtig thema om over te praten in de klas of elders met kinderen. Hoe bereik je dat je in ‘welzijn’ leeft? Verhalen laten het vaak zien: door na te denken, samen te werken en hulp te bieden en als dat gebeurt is er een ‘happy end’!

Het verhaaltje is dan uit , zoals Wim Veer laat zien in ‘Misi Powisi’:

[…] en met zijn hele
grote snuit
blaast kleine pakira
het verhaaltje uit..



Besproken boeken:
Francis Vriendwijk: 3 Surinaamse vertellingen. Koprokanu tan de, Bigi-Bere’Bigi-Ede en Fini-Futu, Pikin-Todo en Pikin-Sneki (2010)
Marijke van Mil: Kikkertje en Slangetje, Uitgeverij Vasallucci, Amsterdam, 2001
Hielentie Daytie, Saramaccaanse vertellingen. Uitgever: VGOV, Paramaribo, 2006
Ismene Krishnadath: Nieuwe streken van koniman Anansi, Paramaribo, 1989
idem, Bruine bonen met zoutvlees, Paramaribo 1992
idem, Anansi keert terug naar de 81ste afslag, Paramaribo, 1997
Marylin Simons: Anansi dala, uitgegeven door stichting PCO Suriname, Paramaribo, 2004
Sherida Sabajo: Okorié en Agambé, een uitgave van De nationale Stichting Kinderboekenfestival, Paramaribo, 2008
Wim Veer: misi powisi, Paramaribo, 2008



Onderste foto: @ Michiel van Kempen

zondag 26 juni 2011

‘Ala tongo bun!’

Een conferentie over de Surinaamse taalsituatie

door Els Moor

‘Bonjours, wat roest er? wat nieuws, Andries en Harmen?
’t Gaet so wat heen, maer niet als ’t hoort, het Lant is vol allarmen, […]
Als de Kickvors ende Muys dus t’samen hassebassen,
So mocht haar de kuycken-dief wel schielijck eens verrassen […]

Dit zijn enkele regels uit het begin van het toneelstuk Spaanschen Brabander (1618) van Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1585-1618), een toneelstuk dat een brede schets geeft van het Amsterdamse volksleven en in die tijd en nog lang daarna vaak werd opgevoerd. Als het in deze tijd weer gespeeld wordt voor een groot publiek, is het bewerkt in het Nederlands van nu en heet De Spaanse Brabander. Aan dit voorbeeld zien we dat een taal, dus ook het Nederlands, met de tijd meegaat. De taal van 2011 is heel wat anders dan die uit de Middeleeuwen en verschilde ook in de 17de eeuw nog veel van het Nederlands van nu. In de loop van de eeuwen is de taal steeds veranderd, aangepast aan de omstandigheden van de verschillende tijdperken en zoals het Nederlands nu is, zo zal het ook niet blijven. In de bijna 33 jaar dat ik weg ben uit Nederland is de taal wat uitspraak en woordenschat betreft alweer veranderd. Dat hoor ik steeds weer als ik er kom.

Nederlands in Suriname
Het Nederlands kwam als officiële taal in Suriname in 1667. Dat was dus ongeveer de taal van Bredero. Dat de taal zich in de loop der eeuwen aanpaste aan de Surinaamse omstandigheden en als zodanig ook steeds veranderde, is dus wat er altijd gebeurt met een ‘levende taal’. Ten behoeve van het professionele gebruik van de taal en daarmee samenhangend het onderwijs moeten er wel regels zijn. Voor het Nederlands zijn die officieel vastgesteld en vastgelegd in ‘het Groene Boekje’, gevolgd door alle woorden in de juiste spelling van dat moment. Om de zoveel jaren verschijnt er een nieuw groen boekje. Dan zijn er weer nieuwe woorden en zijn de spellingregels veranderd. Suriname is nu ook lid van de Nederlandse Taalunie en in de laatste uitgave van ‘het Groene Boekje’ staan dan ook 500 Surinaams-Nederlandse woorden opgenomen.

Sinds 1667 is het Nederlands in Suriname de taal van het bestuur, later ook van het onderwijs en naast de vele Surinaamse talen een belangrijk communicatiemiddel. Lila Gobardhan-Rambocus hield er een interessante lezing over op de Taalconferentie die op zaterdag 18 juni gehouden werd. Het publiek kreeg een helder overzicht van de geschiedenis van het Nederlands in Suriname. Die geschiedenis is nu toe aan een belangrijke volgende stap die de onafhankelijkheid van Suriname bevestigt: de wettelijke vastlegging, standaardisatie van het eigen Nederlands, dat hier, onder Surinaamse omstandigheden gegroeid is, net als het Nederlandse Nederlands daar. In haar ‘stelling’ over onze meertaligheid in historisch verband slaat Lila Gobardhan deze spijker op de kop: ‘het Nederlands is van een opgelegde taal een eigen taal geworden’. Wie zich wil verdiepen in dit onderwerp leze van Lila Gobardhan-Rambocus: Onderwijs als sleutel tot maatschappelijke vooruitgang. Een taal- en onderwijsgeschiedenis van Suriname (1651-1975), de handelseditie van haar dissertatie uit 2001.

Standaardisatie
Renata de Bies, deskundige op het gebied van het Surinaams-Nederlands, nam op de conferentie het onderwerp ‘standaardisatie’ voor haar rekening. Ze begon met een voorbeeld om het begrip ‘standaardisatie’ uit te leggen: ‘Als een kip niet die eigenschappen van de modelkip heeft, dan wordt hij niet goed bevonden. Zo hoor ik Surinamers in Nederland vaak klagen over Nederlandse kippen die niet zo lekker zouden zijn als Surinaamse. Bijgevolg kan er gesteld worden dat de nationale standaard voor een Surinaams product niet dezelfde hoeft te zijn als de nationale standaard voor hetzelfde product afkomstig uit een ander land.’ Zo is het ook met de taal. ‘Ik koop altijd kip onder de markt’, zeggen wij. In Nederland is dat ‘fout’, moet het ‘op de markt’ zijn. Voor commerciële zaken is er een ‘Centraal Bureau Standaardisatie’ en voor de taal moet er ook zoiets komen. Zo’n standaardisatieproces van een taal bestaat uit 4 fasen: selectie van het model, beregeling van het model, implementatie van het model en onderhoud van het model. Onderhoud zal ook moeten inhouden dat de veranderingen in de taal steeds weer vastgelegd worden. Renata de Bies (foto rechts) voegt aan haar uitleg van de vier fasen toe dat promotie van het model SN in Suriname al in gang is gezet met de leesboekjes van het basisonderwijs. Nog voordat het model is beschreven en vastgelegd, wordt er in de leesboekjes Van hier en daar en overal SN gebruikt. Wat in leesboekjes staat is immers standaardtaal. Er zijn wetenschappers die dit verschijnsel beschrijven als standaardisatie tengevolge van consensus. En ze geeft een voorbeeld: ‘Er kwamen mensen om een sinaasappel. Boyke moest weer nieuwe schillen. Snel en zeker schilde hij ze. Hij maakte nooit een soro.’ (leesboek 11)

Wat Renata de Bies niet zei, maar wat wel moet gebeuren is dat er in het kader van standaardisatie onderzoek gedaan wordt naar het gebruik van het Surinaams-Nederlands in de Surinaamse literatuur die ontstaan is in Suriname zelf. Marylin Simons is een voorbeeld van een auteur die schrijft in de taal die ze om zich heen hoort. Ze woont nu helaas niet meer in Suriname, maar toen ze hier schreef aan haar verhalenbundel Carrousel (Uitgeverij Okopipi, 2003), nam ze vaak ’s morgens vroeg de bus naar de Centrale Markt en legde overal haar oor te luisteren. Een van de mooiste verhalen uit de bundel is: ‘Witte lelies’. De eerste zin luidt: ‘Ronnie heeft me nooit geschijnd’. Als ik dit verhaal op KBF voorlees aan een muloklas veren alle onverschillig kijkende jongens en meisjes ineens op; herkenning; ze willen luisteren! Op de conferentie kwam Edgar Cairo wel ter sprake als auteur die schreef in het Surinaams-Nederlands, maar onmiddellijk werd daartegenin gebracht dat hij in Nederland woonde en daar een eigen Surinaams-Nederlands schreef, dat ‘Cairojaans’ werd genoemd.

De laatste jaren verschijnen er veel Surinaamse kinderboeken waarvan de inhoud en de taal aangepast zijn aan de eigen leefwereld van de kinderen hier en met illustraties die de taal nog verduidelijken. Ook zij vormen een bron voor het onderzoek van de standaardtaal.
Wat moet vastgelegd worden als ‘standaard’? Het Surinaams-Nederlands loopt langs een lijn die zich beweegt van ‘bijna Sranantongo’ tot ‘bijna Algemeen Nederlands’. Ergens in het midden ligt het Surinaams-Nederlands dat de standaard is en dat wettelijk bekrachtigd moet worden. Dat zal heel wat zekerheid geven op het gebied van ‘goed’ of ‘fout’, binnen het onderwijs, binnen beroepsinstanties en voor iedereen die zijn eigen taal goed wil gebruiken.

Rechten en vrijheden
Suriname heeft naast het Surinaams-Nederlands te maken met nog meer dan 20 andere talen, van de bevolkingsgroepen die het land bewonen. In wezen zijn alle Surinaamse talen gelijkwaardig. Dat hoort bij onze democratie. Hein Eersel sprak als voorzitter van de commissie die zich bezighoudt met de regulering van de meertaligheid in Suriname. In 1975 bij de onafhankelijkheid is er niets in de grondwet vastgelegd over de taalsituatie en welke taal de officiële taal is en ook niet in 1987. Dat geeft nu een grote vrijheid. Suriname kan nu vanuit de eigen gegroeide onafhankelijkheid bepalen welke taal de officiële taal is of dat er meer zijn dan één (ook het Sranantongo? Het Sarnámi? Het Javaans?) Moet het (Surinaams)-Nederlands die machtige positie behouden of moet dat het Engels worden? En hoe zit het met het Spaans? Dat kwam allemaal ter spraken tijdens de voordrachten, ook in die van Paul Middellijn (foto links), die pleitte voor het Engels en het Spaans, en vooral tijdens de discussies na de pauze, toen mensen uit het publiek vragen konden stellen die beantwoord werden door de inleiders. Veel mensen maakten gebruik van deze gelegenheid om te kunnen reageren op de gestelde zaken. Hoe zit het met de kleine talen, zoals die van de inheemsen, met vaak weinig sprekers? Was de eerste vraag. Weer werd bevestigd wat in de voordracht van Hein Eersel ook al benadrukt was: alle talen van Suriname moeten gerespecteerd worden, zijn gelijkwaardig; iedere burger heeft het recht zijn eigen taal te gebruiken en eigenlijk heeft iedereen ook recht op basisonderwijs, in ieder geval aanvankelijk, in de eigen taal. Gelukkig worden op basisscholen in het binnenland nu al vaak kinderen opgevangen in hun eigen taal en vanuit die taal en vanuit onderwerpen uit de eigen leefwereld leren ze dan de zo moeilijke en vreemde schooltaal. Ook dit zou wettelijk vastgelegd moeten worden en de leerkrachten zouden veel meer hulp moeten krijgen. Creativiteit, dus een speelse aanpak en aansluiting bij de wereld van het kind zijn belangrijke zaken, waardoor de kinderen gaan houden van die vreemde taal en hij eigen wordt.

Er is in de komende tijd dus heel veel te doen op het gebied van talen in Suriname. Goed was het dat aan het slot van de discussie duidelijk werd gesteld dat we moeten kijken naar wat haalbaar is. Is het haalbaar om het Engels, of zelfs het Spaans nu in te voeren als officiële taal? Dat gaat niet zo maar en we kunnen niet voorbijgaan aan de eeuwenlange traditie van het Nederlands, ook in de literatuur. Wel kan het Engels op creatieve en speelse manieren al aangeleerd worden aan de jongste kinderen binnen het onderwijs, zodat ze het later vanzelfsprekend kunnen leren lezen en schrijven. Doen wat haalbaar is, met duidelijke doelen voor ogen: de meertaligheid ondersteunen naar een eenheid in verscheidenheid toe en standaardisatie van het Surinaams-Nederlands als officiële taal, zijn duidelijk doelen, die ook zeer duidelijk gepresenteerd werden op de taalconferentie.

maandag 28 maart 2011

Amaisa wint!

door Els Moor


Het Surinaamse Kinderboekenfestival in Albina van 28 februari tot en met 2 maart was een groot succes. Alles liep gesmeerd; er waren veel kinderen van scholen uit Albina, Moengo en dorpen in de omgeving en vooral: de kinderen waren enthousiast en deden goed mee met de activiteiten. Ze durfden ook meningen te geven naar aanleiding van de inhoud van verhalen en boeken. Dat laatste komt door de goede voorbereiding. Stagiaires van het Albert Cameron Instituut (kweekschool ) waren de laatste weken in Albina en Moengo en werkten daar in scholen aan leesbevordering via activiteiten met kinderboeken en aan de voorleeswedstrijden. De kinderen werden dus dichter bij boeken gebracht. Een mooi initiatief van de Stichting PCOS.

Foto © Marjolein van der Gaag
De kinderen van de scholen van Albina en omgeving hebben ons belangrijke dingen geleerd. Zo mochten kinderen die dat wilden in de stand ‘Lees je wijs!’, waar de Surinaamse kinderliteratuur lag uitgestald en activiteiten met boeken gedaan werden (veel voorlezen en praten erover), op een flap aangeven wat ze zelf het leukste of mooiste boek vinden. Vierenzeventig kinderen hebben dit gedaan. Welk boek, of welke serie, heeft de meeste ‘stemmen’? De allereenvoudigste serie: Amaisa gaat eten, Amaisa gaat baden en Amaisa gaat op bezoek heeft de meeste: 10; daarna komt de gedichtenbundel van Orlando Emanuels' Popki patu 1 met 5. De Amaisaboeken geven naast paginagrote, duidelijke tekeningen zinnen waarin woorden voorkomen die met het thema te maken hebben, dus eten, baden of reizen naar een ander dorp. De boekjes vormen de neerslag van het project ‘Vroege taalstimulatie’ dat in negen dorpen aan de Boven-Suriname werd uitgevoerd voor moeders van heel jonge kindertjes, zodat die kindjes via hun moeder de schooltaal al een beetje kennen als ze naar school gaan. Bovendien waren vooral de groepen uit dorpen aan de Marowijne dol op het boek Okorié en Agambé van Sherida Sabajo, ook een eenvoudig kinderboek over twee jongens uit twee dorpen aan één rivier in het binnenland, het ene inheems, het andere marron, die verdwalen in het bos en elkaar vinden.
We moeten hieruit weer concluderen dat veel kinderen houden van boeken waarin ze hun eigen wereld herkennen, die een combinatie bieden van kijken naar illustraties en lezen van eenvoudige zinnen die de eigen omgeving weergeven. Voor kinderen voor wie de schooltaal een probleem is, zijn zulke boeken ideaal, maar ook voor hen die beginnen met het lezen van boeken. Je moet altijd met alles ‘klein beginnen’.

Voor de muloleerlingen van de hogere klassen is de bundel Carrousel van Marylin Simons een eye opener. Leerlingen die vaak vreemde Hollandse boeken moeten lezen, die plotseling hun eigen emoties herkennen in hun eigen Surinaamse Nederlands. De eerste zin van het verhaal ‘Witte lelies’,dat ze prachtig vinden, luidt: ‘Ronny heeft me nooit geschijnd.’. Als je het verhaal voorleest, gaan dan al alle hoofden omhoog en lachen ze!

woensdag 19 januari 2011

Jaap Goedegebuure heeft politiek!

Jaap Goedegebuure besprak in Trouw van 8 januari j.l. de verhalenbundel Voor mij ben je hier; verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers. Marylin Simons stuurde daarop een ingezonden brief naar Trouw, maar die werd niet geplaatst. Hieronder het stuk van Goedegebuure (klik twee maal om ee leesbare vergroting te krijgen); eronder de reactie van Marylin Simons.





Jaap Goedegebuure heeft politiek!
(‘Politiek hebben’ is een gangbare uitdrukking in het Surinaams-Nederlands)

door Marylin Simons


Jaap Goedegebuure schrijft in Trouw van 8 januari j.l. ‘Waar blijft de nieuwe Edgar Cairo’: Surinaamse literatuur komt maar niet van de grond
Met genoegen schud ik het bed voor Goedegebuure even op:

Meneer Jaap van Nederland lijkt in de stijl van zijn schrijftirade op Don Walther van Suriname, maar met verschil: Don Walther schrijft zelf en Meneer Jaap belazert z’n lezers!
(Mijn spell-check vindt ‘belazert’ niet goed; ‘oplichten’ zou ik moeten gebruiken of ‘voor de gek houden’. Ik blijf bij ‘belazert’. Zo zeggen die mensen van mij daar in Suriname het nog steeds vandaag de dag: ‘die man belazert de boel mang’, met een vette ‘l’ voor boel.)
Ofschoon de tirade van Meneer Jaap onder de rubriek ‘Boeken’ is verschenen, schrijft hij niet over boeken. Belazerij nummer 1.
Meneer Jaap bedoelt een bepaalde groep mensen (Surinaamse schrijvers, misschien wel Surinamers in het algemeen) ervan langs te geven en dat doet hij door de Surinaamse letteren af te keuren; jullie weten niet te schrijven, jullie bakken er niets van! Dat zegt hij niet zelf. Hij knipt en plakt woorden van anderen. Om zijn tirade kracht bij te zetten, haalt hij Anil Ramdas er herhaaldelijk bij. Belazerij nummer 2 is ruzie zoeken waarvoor grote broer (in de figuur van Ramdas) op de knokken moet. Meneer Jaap zelf zegt namelijk bedenkelijk weinig. Om precies te zijn, een stuk of vier, vijf zinnetjes die doelen op de bundel die hij niet bij naam noemt (stel je voor dat mensen het toch gingen kopen). De Jaap-zinnetjes laten geen twijfel over de literaire kwaliteiten van Meneer Jaap Boekbespreker zelf: hij komt niet verder dan een persoonlijke mening! in de volgende bewoording: ‘zonder inspiratie en enthousiasme geschreven, saai en oubollig, mankeren literair verteltechniek, doven uit als spreekwoordelijke nachtkaars, missen kop en vooral staart.’ Meneer Jaap Boekbespreker Lul Maar Na, raaskalt zonder enig aantonen of verwijzing naar. Volgens mij is dat precies wat ‘missen van kop en staart’ zeggen wil in beschaafd ABN.

Meneer Jaap bedoelt niet een recensie te schrijven. Zijn eerste statement is in de trant van ‘ze hebben Nederland nodig’, de tweede ‘die paar door-Nederland-gemaakte-schrijvers zijn allemaal gek geworden (hij zegt er trouwens niet bij dat dit typisch is voor Surinaamse schrijvers). Als derde volgt geen statement maar nieuwe ophitserij (afgeleid van ophitsen, voor wie alledaags Nederlands van Suriname niet verstaat). Meneer Jaap hitst op dat een verhaal van de hand van Cynthia Mc.Leod om onduidelijke reden aan de bundel ontbreekt. Meneer Jaap had zelf al deze onduidelijkheid in de regel boven zijn geveinsde verwondering verduidelijkt; een bundel met verhalen van schrijvers die na 2000 debuteerden.

Bij het slot bedenkt Jaap-Meneer dat hij Cairo best kan gebruiken. Niet om de kracht van het Surinaams literair werk De smaak van Sranan Libre te vieren, maar weer om nog eens Surinaamse schrijvers te laten weten; jullie bakken er niets van. Daar ging hij zelf niet voor lezen. Hij ging er zelfs nauwelijks voor schrijven. Zijn tirade is, zoals ik al eerder aangaf, een ‘knip en plak’ van wat anderen eens gezegd schijnen te hebben; een frak na-lullerij zoals die mensen van me in Suriname met veel sjeu zouden zeggen. Aangedikt door een vette tyuri en en een frak bil-wijzerij.

Marylin Simons
Schrijfster van ‘Blijf stil’, een verhaal uit hierboven bedoelde verzamelbundel van korte verhalen Voor mij ben je hier, 2010, Meulenhoff, ISBN 978 90 290 8697 0 / NUR 309

Owen Sound ON, 14 januari 2011

vrijdag 10 december 2010

Marylin Simons - ‘Blijf stil’

Foto: @ Sergio Ranalli
Twaalf groentebedden had ze schoongemaakt. Wied uitgetrokken, aarde los geharkt en natgemaakt voordat schemering haar naar binnen jaagde. Het was een vermoeiende, hete dag. Toch voelde ze nu pas haar rug en knieën. Mijn god wat rammelde haar maag, om misselijk van te worden. Gelukkig dat ze nog een beetje gritibanasupu van gisteren had. Met een stuk brood erbij was haar maag zeker tevreden. Ay, ze had honger ja. En haar rug, haar rug! Maar het werk was gedaan. Dat is het belangrijkste, is niet zo? Zolang een mens maar flink bezig is de hele dag door, geen enkele prakseri. Hark, hower, tjap tjap tjap, net zolang tot je hoofd leeg en rustig is.
Geen stukje onkruid meer. Zeker zes volle kruiwagens mest en zwarte aarde had ze van achteren gehaald en verspreid over de bedden. Ze had lang moeten natsproeien, de grond was droog, moeilijk los te spitten.
Als haar dochter, Lita, nu uit haar keukenraam keek zag ze iets prachtigs toch? So wan switi dyari, so wan popki prenasi…
Is dat kind wéér thuis gebleven? Ze zou Lita vragen, een van die dagen. Een manier zien te vinden om met haar te praten. Over schoolzaken was gemakkelijk. Ze zou schijnbaar achteloos vragen: ‘Hoe maakt Kleine het op school dan? Was ze vrij vandaag?’ Precies zo zou ze beginnen, dan zou het vanzelf gaan. Als met een verhaal. Zo gaat het toch met een verhaal? Deur die op een kiertje opengaat, dan pas rol je de loper…
Eén eerste stap en je hoeft alleen maar te blijven lopen.
Zag ze iemand bij dat keukenraam? Was dat kind alweer thuisgebleven of was het Lita? Misschien was het Lita, misschien was Lita vrij vandaag, het zou kunnen. Dan was dat kind niet alleen thuis geweest met die man.
De zon wringt zich los uit een innige brasa met hemel en aarde. Hij glijdt weg, safrisafri, voorbij de horizon. Hemel bloost, het groen is als pasgeboren. De wereld is nieuw en zacht verlicht. Ze kan het nachtvocht al ruiken. De geur van regen die in aantocht is.

[Begin van het verhaal 'Blijf stil!', dat verschijnt in de door Meulenhoff uitgegeven bundel Voor mij ben je hier, die morgen ten doop wordt gehouden; voor het programma klik hier]

donderdag 15 juli 2010

De jongste Surinaamse schrijvers bij elkaar

In november verschijnt bij uitgeverij Meulenhoff Voor mij ben je hier, nieuwe verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers, ter gelegenheid van 35 jaar onafhankelijkheid van de Republiek Suriname. Het boek wordt op záterdag 11 december 2010 in theater Perdu in Amsterdam gepresenteerd.

Aan de bundel, die samengesteld is door Michiel van Kempen, werkten 16 schrijvers mee. Dit zijn: Rihana Jamaludin, Marylin Simons, Herman Hennink Monkau, Carry-Ann Tjong-Ayong, Clark Accord, Henna Goudzand Nahar (foto links), Mala Kishoendajal, Guilly Koster, Iraida Ooft, Tessa Leuwsha, Karin Amatmoekrim, Joanna Werners, Annette de Vries, J.Z. Herrenberg, Ismene Krishnadath en Ruth San A Jong.

Voor mij ben je hier
omvat ca. 320 blz. en gaat € 18,95 kosten. Het omslag is van Roald Triebels.

ISBN 978 90 290 8679 0