 |
| Jopi Hart in gesprek met Sharnon Isenia in de Netto Bar. |
door Jeannette van Ditzhuijzen
“Het is alsof praktisch alles wat ik in mijn fantasie heb
verzonnen, nu op Curaçao plaatsvindt: de aanslag op een politicus - zoals bij
Helmin Wiels - ‘gangs’ die elkaar afmaken, witwaspraktijken, invoer van drugs
en vuurwapens, en ga zo maar door.” De recent uitgekomen, spannend geschreven
roman Verkiezingsdans van Jopi Hart is een regelrechte aanklacht tegen de
politiek op het eiland. “Niet bewust”, zegt hij met nadruk. “Het liep gewoon
zo, maar ik schreef wel uit een gevoel van onbehagen, van boosheid.”
We lopen door ‘zijn wijk’ Otrobanda. Luide muziek schalt
over een pleintje, waar een feestje wordt gevierd, en concurreert met een bar
iets verderop, waar de boxen eveneens op volle sterkte staan. Buurtbewoners
groeten Jopi en staan stil voor een praatje.
Hart houdt van Otrobanda, waar hij zijn jeugd doorbracht, en
hij houdt van Curaçao, maar het gebrek aan leiderschap en politieke visie
ergert hem mateloos. In Verkiezingsdans geeft
hij Curaçao wél een echte leider: de idealistische wiskundeleraar Matthew
Bartels. Voor een goed verstaander is Bartels het evenbeeld van de onlangs
overleden politicus Miguel Pourier, volgens velen een van de weinige goede
leiders, die het eiland heeft gekend.
In de aanloop naar de verkiezingen krijgt deze Bartels te
maken met een corrupte tegenstander en al gauw merkt hij dat politiek en
drugshandel zeer nauw met elkaar zijn verweven. Dan wordt er een aanslag op hem
gepleegd, net als op Helmin Wiels, eerder dit jaar. Toeval, zegt Hart. “Ik
schreef al veel eerder een Engelse versie van dit boek. Wiels had toen nog maar
net zijn partij PS opgericht.”
 |
| De begrafenis van Helmin Wiels. Foto Mineke de Vries |
Georganiseerde misdaad
De auteur benadrukt dan ook dat het boek echt helemaal aan
zijn fantasie is ontsproten. Helemaal? “Nou ja, dat er op Curaçao
georganiseerde misdaad is, net als in Verkiezingsdans, daaraan kan geen zinnig
mens twijfelen. Minister Navarro wil niet voor niets een offensief tegen de
georganiseerde criminaliteit beginnen. De misdaad móet wel hiërarchisch
georganiseerd zijn, waarom denk je anders dat al die executies plaatsvinden?
Niet alleen van Wiels, ook van anderen.”
“Drugs zijn overal”, verzucht Hart, terwijl we door een
supersmal steegje lopen. “In dit straatje doen ze regelmatig hun ‘zaken’.”
Wijzend op een vervallen krot: “Vroeger gebeurde dat vanuit dat huis. Geen idee
waar die dealer nu uithangt. Misschien in de gevangenis?”
De beschrijvingen in de roman van troosteloze gezinnen en
drugskoeriers in arme buurten zijn gebaseerd op Harts ervaringen in het
onderwijs. Hij was jarenlang docent Engels aan het Radulphus College. Net als
Matthew Bartels in Verkiezingsdans hoorde hij op ouderavonden het nodige over
de soms schrijnende thuissituaties van zijn leerlingen.
 |
| Radulphuscollege Curaçao |
Toegankelijk onderwijs
De nadruk die de hoofdpersoon van de roman legt op het
belang van onderwijs is ook een stokpaardje van Hart. Niet dat het Curaçaose
onderwijs slecht is. Het gaat Hart om de toegankelijkheid ervan. “Kijk, er
bestaat wel een wet die zegt dat iedereen verplicht is onderwijs te volgen,
maar die wordt nauwelijks nageleefd. Dus wat gebeurt er dan? Heel veel kinderen
gaan niet naar school of ze houden het niet vol. Terwijl onderwijs het hart van
alles is. Als dat goed is, voorkom je een heleboel problemen.”
“Waarom ze niet naar school gaan? Omdat er geen geld is voor
het verplichte schooluniform of voor de bus. Weet je wel wat een stadsbus kost
op dit eiland? Daar hebben de moeders het geld niet voor. Zelf kunnen ze hun
kind niet wegbrengen, want ze moeten werken.”
Het verschil tussen degenen die het kunnen maken in de
maatschappij en hen die dat niet kunnen, neemt volgens Hart toe door het
armoedeprobleem. “Juist zij die het niet halen, doordat ze niet of nauwelijks
naar school zijn geweest, vormen het probleem van de gemeenschap.”
Hij wijst ook op de naar zijn mening veel te krappe
schooltijden. Toen hij begon in het onderwijs, in de jaren zestig, werkte hij
tot drie uur en bleef daarna op school om de leerlingen te helpen met sport en
andere activiteiten. “Dat deed iedereen, dat was de norm. Toen ik in 1962 naar Nederland ging, deed ik daar precies hetzelfde.
Maar bij mijn terugkeer in 1972 hadden de leerlingen nog maar iets meer dan een
halve dag school. Natuurlijk, het is heet, maar zorg dan voor zonwering en
fans.”
 |
| Schoolbus op Curaçao |
In Verkiezingsdans laat Hart “duizenden half-analfabeten en
emotionele volgelingen” woorden als ’vrijheid’ en ‘onafhankelijkheid’
scanderen. Ze volgen daarmee klakkeloos hun populistische leiders. “Daarom is
onderwijs van vitaal belang, zodat de mensen kritisch worden en leren zelf na
te denken. Daarom ook stuur ik wekelijks brieven naar de kranten, zo hoop ik
die mensen te bereiken.”
Net op dat moment passeert een jong ouderpaar, hij met de
baby liefdevol in de armen. “Kijk, daar geniet ik van. Ik heb net weer gelezen
dat een vader onmisbaar is in een gezin. Maar in 40 procent van de Curaçaose
gezinnen met kinderen staat een moeder er alleen voor. Ze moet overdag werken en
heeft dus geen tijd voor haar kinderen. Daardoor missen heel veel Curaçaose
kinderen een liefdevolle opvoeding. En als een kind als baby niet wordt
geknuffeld, is het verloren. Een kind moet van jongs af belangstelling en
liefde krijgen.”
Corruptie
Recent beschreef Hart op zijn blog de gewoonte van politici
om stemmen te ‘kopen’ door baantjes weg te geven aan familie en partijgenoten.
Soms wordt er zelfs geld gegeven om een huis af te bouwen, stroom te betalen of
een kind uit de problemen te helpen.
 |
| Otrabanda, Curaçao |
“Deze gewoonte hebben we altijd normaal gevonden. Maar
daardoor zijn we wel afhankelijk van de hulp van anderen. En die
afhankelijkheid is erger geworden, nu grote bedragen, soms van dubieuze
afkomst, gebruikt worden om politieke campagnes te financieren. Het is logisch
dat de geldschieter wat terug verwacht, en zo is corruptie onderdeel geworden
van ons politieke systeem.”
Volgens Hart kan politieke hervorming alleen plaatsvinden,
wanneer de bevolking rigoureus kapt met deze cultuur van afhankelijkheid. Hij
wijst op het rapport over Curaçao van Transparency International (juni 2013)
waaruit blijkt dat ‘de publieke sector, de politieke partijen en de media de
zwakste schakels zijn in het vermogen van het eiland om corruptie te
bestrijden’.
“Dat heeft ook te maken met de kleinschaligheid van Curaçao.
Ministers zijn voor hun beleid afhankelijk van de diensthoofden. Maar doordat
iedereen elkaar hier kent, is het moeilijk om beslissingen te nemen. Want de
invloed van die beslissing is bij iedereen die je kent voelbaar. Daarom was het
een briljante zet van wijlen Helmin Wiels om een zakenkabinet aan te stellen.
Die vakministers weten waar ze over praten.” “Dat Wiels werd geliquideerd is eigenlijk een pluim voor
hem”, vervolgt hij. “Wiels deed kennelijk de juiste dingen, waardoor anderen,
die niet het beste met het eiland voor hebben, zich genoodzaakt zagen hem te
liquideren.”
 |
| Jopi Hart met (toen nog) prins Willem-Alexander |
Verval
We lopen inmiddels langs keurig verzorgde huisjes die in de
jaren tachtig door Monumentenzorg werden gerestaureerd. Ze gaven de aanzet tot
de restauratie van veel meer historische panden in deze wijk. “Dat was een
goede zet. Als een buurt in verval raakt, voelen de bewoners zich verwaarloosd.
Ze zijn kennelijk niet belangrijk voor de overheid.”
“Gelukkig valt dat in Otrobanda nog mee, de restauraties
hebben eraan bijgedragen dat de mensen redelijk tevreden zijn.” Wijzend op een
verkrot pand: “Het probleem is het verval waar niets aan wordt gedaan. Dat
maakt de bewoners boos op de overheid, maar tegelijk wordt de neiging groter om
zelf ook rotzooi achter te laten, zoals je hier ziet.”
Wat Hart dwarszit is het gebrek aan visie van Nederlandse en
Curaçaose politici in de tijd dat het Curaçao financieel nog goed ging. “Ze
hadden niet voor ogen wat ze over een jaar of twintig wilden bereiken. Van die
jarenlange verwaarlozing krijgen wij nu de rekening gepresenteerd. Want de
problemen stapelen zich op.”
Het is volgens Hart een illusie om te verwachten dat de
huidige regering in één keer het werk oppakt dat alle vorige regeringen hebben
laten liggen. “Het wachten is nu dus op die ene leider met visie. Ik ben niet
pessimistisch. Mijn schoonvader zei altijd dat het eiland eerst door de ellende
moet voor het eruit komt. Het móet uiteindelijk dus goed komen. De potentie is
er.”
“Die leiders zijn er namelijk al, alleen beseffen ze dat nog
niet. Pas wanneer de omstandigheden hen dwingen en ze inzien dat hier geen
toekomst meer is voor henzelf en hun kinderen, dan zal er een leider opstaan en
zeggen: ik pik dit niet. Dat gebeurde in 1993 met Miguel Pourier. Het leiderschap
dringt zich aan je op. Dat moment komt. Dat weet ik zeker.”
Spannende
‘pageturner’
Ezra de Haan over Verkiezingsdans op www.Literatuurplein.nl:
“Een spannende ‘pageturner’ die, voor iedereen die iets met Curaçao heeft,
werkelijk onweerstaanbaar is.” “Het boek mag dan politiek geëngageerd zijn, het
is bovenal een mooie, spannende roman waarin de auteur alle registers van het
muziekstuk dat Curaçao heet, weet te bespelen.”
[uit: Ñapa Literatuur
(Amigoe), zaterdag 30 november 2013]