Posts tonen met het label Toney Claudetta. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Toney Claudetta. Alle posts tonen

dinsdag 3 december 2013

Zingen voor nieuw complex


Claudetta Toney van stichting Fiti fu Wini (r) straalt van genot, terwijl vijf andere vrouwen gepassioneerd een lied ten gehore brengen bij de eerstesteenlegging van het multifunctioneel gebouw Poelepantje. Het gebouw, dat vóór eind 2014 moet worden opgeleverd, heeft als belangrijkste doel cultureel en educatief vormingswerk te huisvesten. Foto: Stefano Tull.

[uit de Ware Tijd, 03/12/2013]

De Poelepantjebrug in 1949. De brug verbond de Herrnhutterstraat met de Koningstraat.


woensdag 31 juli 2013

Rijk geworden in de seksindustire, en dan de winti in

No krei mi pikin, no krei, na so grontapu seti kba
Huil niet m’n kind, huil maar niet, de wereld is nu eenmaal zo

door Jerry Dewnarain

Het lijkt wel alsof literatuur en literatuurkritiek niet meer bestaan en geen norm meer stellen. Het heeft er veel van dat ze een knieval maken voor consumentisme en de wetten van de markt. Is literatuur verworden tot platte business? De literatuurkritiek zou dan tegen dit proces geen dam hebben opgeworpen, kan men zeggen.
Nu de literatuurwetenschap haar gezag binnen het academische wereldje met zijn ivoren torens heeft verspeeld, moet ze het buitenshuis zoeken, en wel bij een publiek van niet-specialisten. Er is zelfs een nieuw product ontstaan - jawel, de biografie - dat enige tientallen jaren geleden geen enkele status had, althans niet binnen de literatuurwetenschap. Tegenwoordig kan het schrijven van een biografie als een legitieme academische prestatie worden gezien. Een prestatie die niet zozeer ontleend is aan een gevestigde onderzoekstraditie met een specifieke methodologie, maar vooral aan de bijval van een publiek van niet-specialisten. Je zou kunnen zeggen dat literatuurwetenschap en -kritiek op de populistische toer zijn gegaan.

Een schitterend voorbeeld is het boek Claudetta Toney Haar leven en werk van Juliën A. Zaalman. De auteur valt met de deur in huis door op pagina 7 de vraag te stellen wie Claudetta Toney is. In het kort komt het hier op neer:  ‘Vrouw Claudetta - zoals ze vaker genoemd wordt - is een bezige bij én begaafd. Ze is een vrouw met bijzondere ambities, vooral om het saamhorigheidgevoel van de blakaman naar een hoger niveau te tillen.’ Dit doet zij: ‘Door hen middels lezingen en andere activiteiten bij te scholen,’ en aan hen ‘mogelijkheden’ te bieden ‘om vooruit te kijken’. Hierdoor kan deze etnische groep ‘zich beter richten op [zijn] verdere ontwikkeling en vooruitgang’, op de toekomst dus. En zo kan tevens bewerkstelligd worden om ‘barrières weg te werken, die hen uit elkaar drijven’ (pagina7).

Bij het lezen van deze eerste pagina vroeg ik me direct af: waarom wil een bij uitstek kapitaalkrachtige vrouw per se het saamhorigheidsgevoel van de blakaman verhogen? Met andere woorden: er is dus kennelijk iets mis met het saamhorigheidsgevoel onder de blakaman én -uma. Jammer genoeg wordt dit aspect niet helder en duidelijk in het boek behandeld.
Claudetta Toney, exploitante van welvarende seksclubs in de jaren ’70 te Den Haag en daarbuiten (lees pagina 71 en volgende), vindt het belangrijker dat de blakaman weet wie en wat hij is, en dat zijn afstamming voor hem van grote waarde is, moet zijn. Zij die zich voor hun culturele achtergrond schamen, zullen steeds achter de feiten aanhollen. Dat beweert de geslaagde entrepeneur, die in de jaren ’70 van de voorbije eeuw meisjes uit Thailand en de Filippijnen ronselde voor haar seksclubs (pagina 49 en volgende).
Thaise meisjes voor de seksclub

Ik vind dat het thema van dit boek niet ‘het leven en werk van Claudetta Toney’ is. De rode draad van dit boek in z’n geheel is: ‘de blakaman met meer zelfvertrouwen te bewapenen, zodat ze zich met ruimere inzichten en betere mogelijkheden op hun toekomst kunnen richten’ (pagina 8).
Claudetta Toney - ex-uitbater van een horecabedrijf aan een chic strand in Spanje - geeft slechts ’n voorbeeld (één middeltje, even afgezien van het al dan niet juist zijn daarvan) van een blaka uma om haar doel (zelfrespect) te bereiken. De lezer dient zich - mijns inziens - niet blind te staren op de inzichten en vooral de verworvenheden van de eigenares van een grote goudconcessie in ons binnenland (Sarafina, pagina. 260 en volgende). De lezers kunnen wél zien dat discipline, een sterke wil, doorzettingsvermogen en moed tezamen een bos sleutels zijn die tot succes kan leiden. Maar dit geldt overigens niet slechts voor blakasuma, het gaat ook op voor alle andere culturele groepen in ons land!

Dit boek gaat dus - vind ik - niet over de persoon Claudetta Toney, maar over inzichten en het succes van een ondernemende Surinaamse vrouw die - wonend en werkend in Suriname - het winti-geloof hoog in haar vaandel heeft staan (pagina 55).

De vraag is echter of jongeren geïnspireerd raken door dit boek. Het legt té veel de nadruk op het gebrek aan cultureel zelfbesef van de Afro-Surinamers. Het komt over als een clichématige klaagzang met betrekking tot een traumatische erfenis uit de slavernijperiode. Het boek wil dat aan de jeugd de juiste inzichten moeten worden gegeven over hun culturele geschiedenis. Zij moeten de waarde van hun band met de geestelijke beleving - winti - positief ervaren. Door de dreiging dat een groot deel van de Afrikaanse cultuurbeleving verloren gaat, is het vastleggen van deze orale cultuur een van de doelstellingen van de organisatie ‘Fiti Fu Wini’, waarvoor Vrouw Toney als voorzitter en haar bestuur zich inzetten.

Volgens mij weten jongeren best dat cultuur een belangrijk deel van hun denken, doen en laten beïnvloedt. Maar de Surinaamse jongeren van nu denken naar mijn mening niet zo sterk, zoals hun ouders en grootouders, in ‘hokjes’. Het zijn de volwassenen of ouderen onder ons die nog hoopvol vechten tegen hun verleden en nog een ‘back to the roots’-ideologie koesteren. Surinaamse jongeren hebben wel iets anders aan hun hoofd: een studie afmaken in een uitdagende wereld, een baan vinden in een maatschappij die allerlei moderne competenties vraagt, een stukje grond bemachtigen door hard te zwoegen, zo niet via de politiek. En natuurlijk ook rijk te worden zoals de gewiekste (pagina 67) kapitaliste Vrouw Toney. Maar die rijkdom moet niet vergaard worden over de ruggen van arme, kansloze mensen, zoals hoeren. Claudetta Toney wist veel geld te vergaren in de huizenmarkt en vooral in de seksindustrie. Met de animeerclubs - zoals zij het uitdrukt -verdiende ze het grote geld (pagina 75). Ze bezat op een gegeven moment zes seksclubs. (pagina’s 57 en75). Weten wie of wat je bent, is zeker belangrijk, maar zet geen zoden aan de dijk. Zolang je nog worstelt met het verleden en niet leert van zijn lessen - dat verleden niet kunt loslaten - beknot je jezelf om ‘vrij’ te zijn en jezelf op te bouwen. Om vrij te zijn in je denken, doen en laten. De huidige tijd vereist kennis, inzicht, liberaal denken, los van alle hebi’s.

Ten slotte: het verhaal van Claudetta Toney is niet zo apart. Er zijn wel wat Surinaamse vrouwen, die ook ‘carrièrevrouwen’ (willen) zijn. Wat dit boek bijzonder maakt...: dat het als voorbeeld kan dienen voor andere carrièrevrouwen om hún verhaal vast te leggen. Mevrouw Claudetta Toney geeft daartoe de aanzet. Deze grani verdient ze wel. Wel is het vreemd dat ze het boek zelf distribueert!

‘Te sani toto yu tapu grontapu, a gi yu fu bari krei’... (pagina 293, tevens laatste pagina van het boekwerk). In dit geval: ‘Te sani toto yu tapu grontapu, a gi unu fu teki leri’...

Juliën A. Zaalman: Claudetta Toney Haar leven en werk. Omslagontwerp: Jennifer Shields, opmaak, druk en afwerking: Office World. Paramaribo, 2013. ISBN 99914-7-211-9


zaterdag 22 juni 2013

Historisch gedenkteken opgeleverd

‘Het kan uitgroeien tot onze eigen Manneke Pis’



Jerrel Vijber spreekt zijn zegeningen uit,voor een goede spirituele toekomst voor Suriname, bij de gerehabilliteerde oude waterput aan de Oude Hofstraat. Claudetta Toney, voorzitter van Stichting Fiti Fu Wini kijkt toe.  Foto: Jason Leysner.
door Audry Wajwakana

Paramaribo - Met het besprenkelen van champagne over de gerestaureerde waterput in de Oude Hofstraat, is zaterdag de historische bron weer opengesteld voor de gemeenschap. De ontmoetingsplek waar mensen tijdens en na de slavernij samenkwamen is door stichting Fiti Fu Wini gerehabiliteerd. Dit vanwege de culturele waarde, die Jerrel Vijber, lid van de stichting, als spirituele boodschap in een droom meekreeg. “Kosten noch moeite hebben we gespaard om dat stukje van de slavenperiode die tot nog toe onbekend is tot haar recht te laten komen”, zegt Claudetta Toney in de rij van speeches bij de opening.

Carwash
Volgens Vijber geeft het water in de put energie die kan zorgen voor spirituele welvaart voor Suriname. Maar de put was jaren gesloten. Zijn boodschap gaf hij door aan de stichting die alles in het werk stelde om de put weer open te krijgen, wat volgens Toney niet zonder slag of stoot ging. Op voorwaarde dat de put aan alle veiligheidsvoorwaarden moest voldoen is toestemming gegeven de bron te openen. Aannemer Howard Vasilda, die belast was met de restauratie, moest de put één meter hoog bouwen en van drie treden en traliewerk voorzien. Ook een hijstouw met emmer om water uit de put te halen ontbreekt niet. In het verleden maakten dak- en thuislozen gebruik van de waterbron, voor hun carwash, wat volgens Toney aangeeft welke waarde het water heeft. "Ze hoefden niet te gaan stelen om aan geld te komen", stelt zij.

De put was tijdens de slavernij een ontmoetingsplek waar slaven nieuwswaardigheden met elkaar uitwisselden. "Bij deze gelegenheid memoreer ik de vrije en onvrije slaven die in die periode in deze omgeving hebben gewoond. De namen van de eigenaren worden in de geschiedenisboeken genoemd, maar die van de tot slaaf gemaakten kom je nergens tegen", zegt historicus Mildred Caprino. In de boeken worden ze slechts 'de negers die op de erven woonden' genoemd. Daarom vindt zij het prijzenswaardig dat de stichting de status van de put tot cultureel erfgoed heeft kunnen opkrikken.



Districtscommissaris Paramaribo Noord-Oost, Mohamad Kasto, beloofde alles in het werk te stellen om de plek als bijzondere markeerplaats door officiële overheidsinstanties te laten opnemen. "Heel Suriname moet beseffen welke historische waarde dit monument heeft. Vooral de jongeren", geeft hij aan. Behalve culturele waarde voor de nazaten van de slaven is het monument voor de stadsverfraaiing en toerisme een toegevoegde waarde. Kasto greep de gelegenheid om de historicus te vragen om het stukje geschiedenis van de put desnoods in brochures te laten vastleggen, zodat mensen de kennis daarvan kunnen opnemen. "Dan hebben we misschien ons eigen bekend Surinaams monument a la Manneke Pis in Brussel", zei de dc, doelend op het feit dat de bron altijd water heeft. Bij de openstelling maakten enkele aanwezigen gebruik van de gelegenheid om water uit de put te tappen voor eigen gebruik.


[Uit de Ware Tijd, 17/06/2013]


zondag 19 mei 2013

Biografie Claudetta Toney

Claudetta Toney
Op zondag 26 mei a.s. wordt de biografie Claudetta Toney, haar leven en werk gepresenteerd. Mevrouw Claudetta Toney is na een carrière in Nederland te hebben gemaakt, in 1994 teruggekeerd naar Suriname. In het tijdschrift Parbode werd zij geportretteerd als een belangrijke vrouw in de goudindustrie. Op het sociaal-cultureel vlak is zij bekend als de initiatiefneemster  en voorzitter van de Stichting Fiti Fu Wini, een organisatie die zich toelegt op de conservering en de ontwikkeling van Afro-Surinaamse verworvenheden.  De presentatie is voor genodigden op Sarafina te Boxel. Het twee uur durende programma omvat zang, voordracht, toespraken en discussie. Juliën Zaalman is een van de personen die een toespraak zal houden. Rappa zal de discussie leiden. De minister van Onderwijs en Volksontwikkeling zal aanwezig zijn om een presentexemplaar van het boek in ontvangst te nemen.

Na een serie boeken over winti maakt Juliën Zaalman een drastische omslag. Hij wil nu rolmodellen in de schijnwerpers plaatsen. Zijn laatste pennenvrucht handelt daarom over een zakenvrouw die in de goudindustrie een imperium heeft opgebouwd, maar daarnaast ook een rijk sociaal leven heeft.
De biografie Claudetta Toney - Haar leven en werk, beschrijft het leven van de eerste vrouw met een imperium van 70.000 hectare goudconcessie.

Houvast voor jongeren
In het 290 pagina's tellende boek belicht de auteur het markante figuur die hij vanuit zijn religieuze gedachte heeft gekozen. "Een doortastende persoonlijkheid, die weet wat ze wil en waar ze naar toe wil met haar gedachte", zegt Zaalman. Hij vindt dat Toney een goed voorbeeld voor jongeren en nakomelingen is. "Ze kunnen naar haar opkijken. Het is iemand die 'iets' betekent in het leven. In het bijzonder voor de Afro-Surinaamse gemeenschap", stelt de schrijver. Zaalman die zich vanaf zijn vijftiende bezighoudt met de wintileer, debuteerde in 2002 met zijn eerste boek August, een bonuman. Daarna volgden er nog vijf, die de auteur vanuit zijn filosofische gedachte en onderzoek heeft geschreven. Dat ging hem veel makkelijker af dan een biografie schrijven, dat vier jaren in beslag heeft genomen.
Surinamerivier. Foto Peter de Rijk

Verschil
Voor de vorige boeken had de schrijver genoeg informatie vastgelegd die hij vanuit zijn filosofie verder kon schrijven. "Bij dit boek moest ik alle verzamelde informatie vergelijken om de rode draad te ontdekken." Zaalman vindt Toney geen simpel mens. "Ze is iemand die heel diep nadenkt. Bij het bespreken van de zaken heb ik ook rekening moeten houden met hoe zij de dingen ziet en hoe anderen haar zien." Dat heeft de auteur zo duidelijk mogelijk in het boek proberen te verwerken. "Het is er af en toe hard aan toe gegaan, maar alle informatie die ik van haar wilde, heb ik gehad." Dit gebeurde niet alleen vanuit wat ze zelf vertelde, maar meer nog aan de hand van documentatie. "Het was enerverend, maar ik heb persoonlijk veel geleerd over de manier waarop mensen denken en voelen. We zijn tevreden met het eindresultaat", zegt Zaalman glimlachend.
Op het kaft van het boek, met goudgele achtergrond, prijkt het beeld van Claudetta Toney toen ze vijftig jaar werd. "Een markant punt van haar groeiperiode in de goudsector", weet Zaalman. Het boek wordt op 26 mei tijdens een speciale ceremonie bij Stichting Fiti Fu Wini gepresenteerd. De uitgever is Stichting Tata Kwasi Ku Tata Tinsensi en Sarafina zorgt voor de distributie naar alle boekhandels. De schrijver is van plan de serie wintiboeken met een zevende uitgave af te sluiten en daarna nog meer biografieën van bijzondere personen uit te geven.