Posts tonen met het label Smeulders Valika. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Smeulders Valika. Alle posts tonen

zaterdag 17 mei 2014

Sporen van slavernij in Den Haag

Valika Smeulders
Vaar en wandel je mee binnenkort langs de sporen van slavernij in Den Haag? De stad zit vol verhalen over mensen die slaven hielden én mensen die slaaf waren. Op 31 mei, 7 en 29 juni 2014 presenteer ik die samen met het Haags Historisch Museum voor het eerst als tour.

We beginnen met een lunch met hapjes uit Suriname en de zes Nederlands-Caribische eilanden bij restaurant Werelds. Daarna volgt een vaar- en wandeltour door de stad van het koloniale bestuur, die al eeuwenlang interessante mensen trekt uit Afrika, Suriname en Curaçao. Bijzondere mensen, waarvan sommigen zich uitspraken tegen slavernij.

Dit is een vooraankondiging, binnenkort volgt een flyer met meer info over het Haags Historisch Museum en slavernij. Aanmelden kan nu al via City Mondial: 070 4451869.
Zie ook: http://www.ooievaart.nl/ooievaart/speciale-rondvaarten/slavernij-den-haag/

De kosten van dit arrangement zijn € 39,50.
Reserveer snel, want de plaatsen zijn beperkt!

Heel graag tot ziens,

Valika Smeulders

Pasado Presente
0654952854

vrijdag 28 maart 2014

Twee lezingen over Den Haag, Curaçao, slavernij en vrijheid

De Gevangenenpoort in Den Haag. Schilderij van Pieter Daniel van der Burgh, 1860.

De Dutch Caribbean Book Club presenteert twee lezingen over Den Haag, Curaçao, slavernij en vrijheid op zaterdag 12 april 2014.
Valika Smeulders

Sprekers
Dr Han Jordaan voert u terug naar de revolutionaire jaren 1795-1800. Een lezing over de invloed van de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens op Curaçao én een ontsnapping uit de Haagse Gevangenpoort.
Dr Valika Smeulders gaat in op de lange aanloop naar de afschaffing van slavernij in Den Haag en biedt u een blik achter de schermen van de staat, de kerk en Haags-koloniale familiebanden.

Poëzievoordracht
De Arubaanse dichter Samuel Dumfries draagt voor uit zijn gedichtenbundel Mélange.
Na afloop is er verkoop van boeken en tijdschriften. Wilt u a.u.b. contant geld meenemen?

Datum en tijd: zaterdag 12 april 2014 van 13.00 tot 17.00 uur
Locatie: EBG, Chasséstraat 1, Den Haag
Vanaf Centraal Station met tram 3, uitstappen Elandstraat Vanaf Station Holland Spoor met tram 11, uitstappen Weimarstraat
Toegang: € 7,50
Aanmelden: per e-mail, dutchcaribbeanbookclub@gmail.com

Heeft u zich aangemeld en kunt u onverhoopt niet aanwezig zijn? Dan kunt u zich afmelden tot 11 april om 12.00 uur, per e-mail, dutchcaribbeanbookclub@gmail.com.

zaterdag 22 februari 2014

Gezamenlijk het hoofd buigen

door Mineke de Vries

Het jaar 2013 was het jaar waarin we herdachten dat 150 jaar geleden de slavernij werd afgeschaft. In Nederland een jaar vol met tentoonstellingen en herdenkingen, met als officieel moment de kranslegging door Suriname, Curaçao, Aruba, Sint Maarten, Ghana en Nederland bij het slavernijmonument in Amsterdam op 1 juli. De tijd mag verstrijken, de aandacht voor het gezamenlijke slavernijverleden lijkt steeds meer een sense of urgency te krijgen, zo concludeert Joyce Overdijk–Fra
Joyce Overdijk-Francis; foto Mineke de Vries
ncis, bestuurslid van NiNsee, het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis.


“Natuurlijk geeft 150 jaar herdenking en viering een directe aanleiding erover te praten, een moment waarop je terugkijkt naar deze geschiedenis.” Joyce Overdijk ziet daarentegen ook steeds meer openheid ontstaan om over dergelijke thema’s te praten en een bewustwording bij de nazaten. “Na al die jaren lijkt het of de tijd meer dan ooit rijp is om werkelijk te kijken naar het verleden en ons terdege te realiseren dat Nederlandse rijkdom mede is gebaseerd op uitbuiting van de medemens. We moeten niet met de vinger naar elkaar wijzen, maar het zien als gezamenlijke geschiedenis die we in geen enkele vorm moeten willen herhalen.”

Verleden omarmen
Voorheen voelde ze zich wel eens een roepende in de woestijn, maar er komen steeds meer mensen die als breekijzer dienen om aandacht te vragen, hun stem wordt steeds luider. Het aantal docenten van allochtone afkomst stijgt, er is meer vraag naar colleges over dit onderwerp, meer mensen verdiepen zich erin. “Toen ik naar Nederland kwam, was ik één van de weinigen van de Antillen. Nu zijn er niet alleen meer, er is ook meer samenwerking, integratie en de omgang onderling is anders, de drempel is lager om samen te praten.” Daarvoor is het belangrijk dat Nederlanders weet krijgen wat er is gebeurd; geschiedenislessen besteedden wel aandacht aan de Gouden eeuw, maar de slavernij die eraan ten grondslag lag, werd gemakshalve overgeslagen. Overdijk: “Pas als de ‘witten’ de slavernijgeschiedenis omarmen, krijg je draagvlak. Mensen moeten inzien dat het niet normaal is, daarvoor moet je het verleden wel kennen. Als de ‘witten’ het erkennen en de ‘zwarten’ uit de slachtofferrol stappen, komt er synergie en zie je samen het verleden onder ogen.”

Een suikerrietpers door paarden aangedreven. Uit Philippe Fermin.


Zwart-wit tekent familiegeschiedenis
Joyce zelf stamt ook af van een slavenfamilie. Generatie na generatie trekt het een rode draad door familiegeschiedenissen, ook die van haar. “Mijn overgrootmoeder was een vrijgekochte slaaf die naar de stad ging en daar jaren samenleefde met een Joodse man met wie ze negen kinderen kreeg. Bijzonder is dat deze man van rijke komaf bij haar bleef, maar deze ’minderwaardige’ tak is wel uit de stamboom van Maduro geschrapt, alsof ze nooit hebben bestaan.” De afstamming speelt telkens weer een rol in de familiegeschiedenis. “Mijn moeder trouwde ‘naar beneden’ met de zwarte Francis van St. Kitts. Er was zelfs toestemming van de bisschop nodig om een methodist te trouwen. Ik heb het gevoel dat mijn moeder er haar hele huwelijk last van heeft gehad, ook mijn vader voelde zich nooit voor vol aangezien, wat bleek uit zijn strijdbaarheid. In tegenstelling tot de gemengde huwelijken op Curaçao leek het of de Engelsen in de Britse koloniën de zwarten zo minderwaardig vonden dat ze er geen kinderen van wilden; je ziet daar meer echt zwarte mensen, nauwelijks mengingen. Het ontwikkelde wel de weerbaarheid en trots van de bevolking.” Joyces vader  kwam als achttienjarige voor Shell naar Curaçao en begon later met zijn vrouw in de Middenstraat een fietsenzaak. Hij leverde onderdelen en repareerde en breidde uit tot witgoedzaak en importeerde – naar eigen zeggen – de eerste tv’s. Mr Typewriter, zoals hij werd genoemd vanwege zijn reparaties aan typemachines was British, een Engelsman in hart en nieren; liep zonder uitzondering in tie en jacket en lichtte zijn hoed als hij goedendag zei: “Morning”. Door het huwelijk van haar ouders en later zelf in Nederland voelde Joyce zich tot twee keer toe allochtoon. “Het zwart-wit blijft spelen in onze familie. Zelf heb ik één dochter die erg ‘wit’ is uitgevallen, het lievelingetje van tante die onomwonden zei: De witten zijn toch ook mooier? Met dat ideaalbeeld zijn wij wel groot geworden.”

Slavenhuis op Curaçao


Curiosa vriendin
Overdijk-Francis ging met haar HBS-B-diploma van het MIL op zak met een Shell beurs farmacie studeren in Leiden, een studie overigens die ze niet afmaakte. Wel werd ze actief in de Antilliaanse studentenvereniging OASA. “Opeens ga je met mensen om uit families waarmee je op Curaçao niet omging; hier ben je één en heb je elkaar nodig.” Tevens was ze de eerste zwarte student binnen de vrouwelijke studentenvereniging van het corps (LVSV, Leidse Vrouwelijke Studentenvereniging). “Er waren in die tijd weinig Antillianen, ik was voor velen dan ook een soort curiosa-vriendin; mensen vonden het leuk nieuwe dingen van mij te leren, bij mij te eten. Pas in de jaren tachtig kwam een grote groep met weinig tot geen opleiding, waarvan een aantal voor problemen zorgde.” Na haar studie rechten begon de veelzijdige loopbaan van Overdijk, waarin de betrokkenheid bij allochtonen- en minderhedenbeleid, migratie en integratie centraal stond en waarbij ze trachtte op politiek, juridisch en bestuurlijk niveau buitenlanders en in het bijzonder Antillianen op de kaart te zetten.

Naast het schilderij dat de rijkdom toont wordt in een uitspraak van
 Joyce Overdijk-Francis de keerzijde getoond. Foto Mineke de Vries

Aan de vele organisaties waaraan Joyce zich in de loop der tijd verbond, valt op te maken hoeveel instellingen zich bezighouden met integratiebeleid voor Antillianen. Ze deed onderzoek naar cassatierechtspraak in de Nederlandse Antillen na de onafhankelijkheid, richtte de werkgroep Recht en Rassendiscriminatie op, was docent vreemdelingenrecht, was lid van de denktank opgericht door minister Verdonk naar aanleiding van Antillianenproblematiek, voorzitter van het Team Ondersteuning Participatie Antillianen (TOPA), deed projecten als intercultureel management. Haar loopbaan startte echter bij de landelijke vereniging voor Antillianen en Arubanen (POA), met als belangrijkste doel kennisuitwisseling en belangenbehartiging van Antillianen bij de Rijksoverheid. Later richtte ze het Landelijk Bureau Racismebestrijding op, gesubsidieerd door justitie aangezien internationaal rekenschap moest worden afgelegd over bestrijding van discriminatie en racisme. Ook stond Overdijk aan de wieg van NiNsee in 2002.
 
Suikerrietkappers
Keerzijde van de rijkdom
Afgelopen jaar ontplooide NiNsee, samen met de Gemeente Amsterdam en Stichting herdenking slavernijverleden 2013 - waarvan Overdijk ook bestuurslid is - initiatieven rond 1 juli, de dag waarop de wetswijziging afschaffing slavernij inging. Het gehele jaar, maar in het bijzonder de maanden mei, juni en juli stonden in het teken van het slavernijverleden, waarvoor iedereen projecten kon indienen. Ondanks dat er ook schepen voor de slavenhandel vertrokken vanuit Hoorn/Enkhuizen, Rotterdam en Zeeland, speelden de meeste activiteiten zich tijdens150 jaar herdenking af rond Amsterdam, dat hiervoor heel wat geld kreeg. Op het Curaçaohuis lichtte Joyce alle activiteiten toe voor de Caribische gemeenschap. “Er zijn debatten, een stille tocht langs panden van slavenhandelaren, theaterproducties, themabijeenkomsten en een groot aantal musea heeft tentoonstellingen ingericht, zoals Swart op de Gracht in het Geelvinck-museum, waaruit blijkt dat iedereen in Amsterdam profiteerde van de slavenhandel en de tentoonstelling Verrijking door uitbuiting in het Scheepvaartmuseum.” Het Amsterdams museum paste de tentoonstelling over de gouden eeuw aan in De gouden eeuw nu met zwarte bladzijde:  naast de werken van belangrijke meesters wordt in een traditionele Ghanese doek de tegenhanger van de rijkdom getoond, een uitspraak of foto geeft de keerzijde weer. Zo hangt naast een schilderij van een prachtig schip een foto van het ruim van een slavenschip. Ook in deze tentoonstelling wordt pijnlijk duidelijk dat we niet kunnen blijven doen of er niks is gebeurd.

Ook  is een internationaal symposium over culturele trauma’s georganiseerd, er is een voorouderavond, waarin wordt stilgestaan bij de spirituele en religieuze godsdienst die de tot slaaf gemaakten meenamen en die nog is terug te vinden in de maatschappij. Met de Fairwork-expositie in de Stopera wordt een bewustmaking van de moderne slavernij beoogd. “Met de focus op erkenning van ons verleden willen we de ogen openen voor moderne vormen van slavernij, want als uitvloeisel van slavernij ontstonden allerlei vormen van racisme. Het kolonialisme - zonder enig respect voor de zwarte bevolking wat het volkomen legaal maakte deze te onderdrukken - bracht het racisme voort.”
Op 1 juli zelf begon na een gezamenlijk ontbijt, de kranslegging en toespraken het  Keti Koti-festival met ’s avonds de uitvoering van de opera van Randal Corsen en Carel de Haseth. Katibu di shon.
 
Randal Corsen
NiNsee hoopt op doorstart
“Door middel van alle activiteiten beogen we een doorbraak in de geschiedenis die verteld moet worden”, zegt Joyce Overdijk-Francis. Het onderschrijf tegelijkertijd de doelstelling van NiNsee, die naast kennisuitwisseling draagvlak wil creëren voor herdenking op landelijk niveau. “Op dat laatste leggen we ons de komende jaren toe. De subsidie mag dan zijn stopgezet, wij zoeken naar een doorstart waarbij we ons toeleggen op verbreding van kennis in de samenleving, waarbij alle gemeentes worden betrokken, zodat het niet beperkt blijft tot een Amsterdamse aangelegenheid.” Maar ook wordt de aandacht verlegd van inhoudelijk onderzoek naar beleving. Een voorbeeld is het promotieonderzoek van Valika Smeulders, die vooral het menselijke verhaal vertelt.
NiNsee, vertegenwoordigd door Surinamers, Caribische Nederlanders en Ghanezen is nu tien jaar actief en in die jaren is veel bereikt: onderzoek naar de erfenis leverde informatie in de vorm van documentaires, artikelen, voorstellingen, maar leverde ook een leerstoel op en het slavernijverleden werd opgenomen in de Nederlandse Canon. Half juni werd een website gelanceerd voor middelbare scholieren om vooral de jeugd erbij te betrekken. NiNsee realiseerde tevens het slavernijmonument in het Oosterpark, waar het sinds 2002 op 1 juli de herdenking organiseert.


Joyce: “We zien dat 1 juli meer Surinamers aantrekt dan Antillianen. Surinamers beleven 1 juli heel diep, het is daar ook een vrije dag. Bij de kranslegging bij de ambtswoning van de burgemeester - de voormalige woning van een slavenhandelaar - op 1 juni waren veel Surinamers, ook in klederdracht, waarbij ze een plengoffer brachten, maar amper Antillianen.” Het heeft volgens haar te maken met het feit dat Curaçao 17 augustus de Tula-herdenking heeft. “Curaçao heeft een eigen vrijheidsstrijder, die in 1795 een slavenopstand ontketende wat hij moest bekopen met de dood: alle botten gebroken, onthoofd en in zee gegooid met de boodschap: dat is je voorland als je iets doet.” In Amsterdam brak op 17 augustus  het Grachtenfestival los. Na het herdenkingsjaar wordt het stokje overgedragen aan Zeeland, dat in 2014 Honderd jaar beëindiging slavenhandel herdenkt. Afschaffing betekende namelijk niet dat slavernij direct stopte. Dat zou nog vijftig jaar duren.
Joyce Overdijk-Francis: "We dienen samen - 
nazaten van zowel onderdrukkers als 
onderdrukten - het verleden van de slavernij 
onder ogen te zien." Foto Mineke de Vries

Moeder verkocht
In het kader van 150 jaar herdenking zijn afgelopen jaar ook debatten georganiseerd. Eén ging over het aanbieden van excuses door de Nederlandse overheid. Een ander behandelde de vraag of tienerzwangerschappen te maken hebben met de erfenis van slavernij. Sommigen vinden het vergezocht, maar het verband zou bestaan uit het feit dat ouders en kinderen nog steeds getekend worden door een gebrek aan hechting. Vaders als passanten in het leven van vrouwen en kinderen, die hun verantwoordelijkheid niet nemen, die langskomen en vertrekken. Dit is geheel andere problematiek dan bijvoorbeeld bij Marokkanen, die hun vrouwen wellicht wel onderdrukken maar waar wel sprake is van gezinsverbondenheid. Hebben Antilliaanse mannen dit niet geleerd door de slavernij? Overdijk-Francis: “We kunnen amper bevatten dat het in die tijd voorkwam dat een blanke op een feest zijn oog liet vallen op een zwarte bediende en die gewoon kocht om nog diezelfde avond mee te nemen. Niemand stond erbij stil dat ze partner was van een man, moeder van kinderen. Realiseren we ons voldoende wat het betekende als zij voor de ogen van haar kinderen werd verkocht en voorgoed verdween?”

1 juli, de grote herdenking van 150 jaar vrijheid, waar door de nazaten van slaven nog altijd in stilte wordt gehoopt op excuses. “In alle landen is dat gedaan, zelfs in Durban door de Nederlandse politiek, nooit echter in Nederland. Het aanbieden van excuses is een staatsrechterlijke aangelegenheid die kan zorgen voor erkenning.” Maar vooral als gebaar van respect en begrip zal het een enorme impact hebben op diegenen die afstammen van de onderdrukten. Samen het hoofd buigen. Joyce Overdijk: “Het zou er een prachtig moment voor zijn.”


[eerder verschenen in de Amigoe, bewerkt]

Stilstaan bij de sporen

door Mineke de Vries


Het is zo lang geleden. Het viel allemaal wel mee. We kennen die geschiedenis inmiddels wel. Het houdt toeristen weg. Laten we het positieve erfgoed vieren in plaats van stilstaan bij de pijn. Vijf uitspraken over de zwarte tijd van slavernij, die berusten op vijf mythes, stelt Valika Smeulders die promoveerde op haar onderzoek naar slavernij in Curaçao, Ghana, Suriname en Zuid Afrika. Op 1 juli 2013 stonden we stil bij 150 jaar afschaffing slavernij, maar ook bij de nog zichtbare sporen in de huidige samenleving. De conclusie moest worden getrokken dat op Curaçao de invloed van de slavernijgeschiedenis eerder toeneemt dan afneemt.

Beyoncé Knowles
Photo Thanksgiving Special
Het gaat niet om de mate van wreedheid tijdens de slavernij, maar om wat mensen verloren en opnieuw moeten opbouwen. Het gevoel je daarbij te moeten conformeren aan de Europese maatstaf betekent al dat je niet op gelijke voet staat. Het idee ‘hoe lichter hoe beter’ zit diepgeworteld en als zelfs de commercie hierop inspeelt - licht haar is gewoon te koop en iemand als Beyoncé promoot het - onderschrijf je deze norm. Naast uiterlijk wordt de mate van succes afgemeten aan geld, waarbij rijkdom belangrijker blijkt dan hoe je elkaar behandelt. Smeulders: “De aantrekkingskracht van geld en macht als nawerking van het slavernijverleden vind ik erg heftig.”

Van huis uit kreeg Valika mee een bijdrage aan de maatschappij te leveren; haar Surinaamse ouders gingen na de onafhankelijkheid vanuit Nederland terug naar Suriname om het land op te bouwen. Op haar negende verhuisde ze met moeder en zus terug naar haar geboorteland Curaçao. “Zowel thuis als op het Peter Stuyvesant College spraken we veel over de koloniale geschiedenis en maatschappelijke verschillen.” Met die bagage ging ze in Leiden Talen en Culturen van Latijns Amerika studeren. Ze kwam terecht in managementfuncties voor milieuprojecten, maar bleef daarnaast schrijven voor Antilliaanse bladen en rolde zo in de onderzoeksjournalistiek waar ze in opdracht van ministeries en gemeenten de positie van Antillianen in Nederland onderzocht, hun problemen met het vinden van een baan, aansluiting in de samenleving. “Je zag in de jaren negentig een groep Antillianen naar Nederland komen met een armere achtergrond, die moeite had hun weg te vinden.” Vanuit het onderzoek naar slavernij-erfgoed in Nederland voor het boek Op zoek naar de stilte kreeg ze bij de Erasmus Universiteit Rotterdam de mogelijkheid onderzoek te doen naar omgang met het slavernijverleden in Ghana, Curaçao, Suriname en Zuid Afrika, waarmee Valika uiteindelijk zeven jaar bezig was en wat resulteerde in haar proefschrift Slavernij in perspectief: Mondialisering en erfgoed in Suriname, Ghana, Zuid-Afrika en Curaçao’.
Valika Smeulders. Foto Mineke de Vries

Mondiale inbedding
Het onderzoek in de verschillende landen was intensief. In Zuid Afrika was ze bijna drie maanden, naar de andere landen ging ze met regelmaat terug. Op Curaçao werd het werk bemoeilijkt doordat de ontwikkeling niet stil stond in die jaren.“Het onderzoeksmateriaal veranderde onder mijn handen en daarmee mijn analyses. In 2005 was er één museum over slavernij, het Kura Hulanda, maar toen Museo Tula, een tentoonstelling bij NAAM en Savonet volgden, haalde Curaçao - waar altijd het minst te zien was - Suriname in.” Dit had te maken met de mondiale inbedding, Unesco wilde meer aandacht en Curaçao kon niet achterblijven. Het gaf het eiland een impuls om er meer van te tonen.”
Valika onderzocht wat mensen drijft maar ook hoe je van elkaar en de positieve factoren uit elk land kunt leren. Om haar inzichten te delen werkt ze mee aan tentoonstellingen (Doorbreek de Stilte, Zwart&Wit, Kleurrijk Koninkrijk), panels, geeft presentaties, colleges, schrijft artikelen en leverde een bijdrage aan de nieuwe website van NiNsee: Slavernij en Jij. Tevens schreef ze mee aan Black Heritage Tours die voert langs de schaamteloze afbeeldingen van onderdrukking op gevels, waarbij pijnlijk duidelijk wordt dat Amsterdam is gebouwd op slavenhandel. Ook het feit dat haar proefschrift downloadbaar is, past binnen het idee dat dit gedachtegoed voor iedereen toegankelijk moet zijn.

Ghana behield eigenheid
Zowel de Curaçaose als Surinaamse samenleving, gevormd door koloniale geschiedenis, moest haar identiteit opnieuw uitvinden, waarbij het meten aan de Europese standaard de eigenheid van mensen onder druk zette “Dit werd me helder in Ghana, waar mensen het contact met hun eigen cultuur wel konden behouden. Ghanezen zijn trots, zelfbewust, stralen zelfvertrouwen uit. Ze lopen in traditionele kleding, spreken hun oorspronkelijke talen, behielden eigen geloof en eetgewoontes. En omdat hun huidige maatschappelijke positie wordt bepaald door wat hun familie in het verleden deed, weten ze heel goed wie ze zijn. In Curaçao, Suriname zijn we pas sinds kort aan het zoeken wie we zijn.” Het feit dat het spreken over het koloniale verleden nog zo’n moeilijk onderwerp is op Curaçao heeft te maken met de groepen die er samenleven. De Europese onderdrukker is niet weg; men moet een nieuwe samenleving opbouwen waar nazaten van onderdrukker en onderdrukte samenleven. In Ghana was daarvan geen sprake, ook in Suriname was een andere balans tussen bevolkingsgroepen - overwegend afstammelingen van slaven of contractarbeiders - die een nieuwe samenleving vormden. De afwezigheid van daders maakte dat men daar feller kon praten over datgene wat was gebeurd. Dat is een ander verhaal op Curaçao, waar kinderen van daders en slachtoffers gezamenlijk de samenleving moeten vormen.

Peggielane Bartels, een Amerikaanse van Ghanese afkomst, werd in 2008
de eerste vrouwelijke koning van Otuam, een plaats met 7.000
 inwoners in Ghana

Het verschil trouwens met oudere vormen van slavernij in Ghana is dat er geen raciale component bij kwam kijken. Ondanks dat de één zich verheven voelde boven de ander kon het de gemeenschap niet in tweeën verdelen op basis van huidskleur; er was geen standaard waaraan de ander zich moest aanpassen. “Het feit dat de lokale slavernij in Ghana nog steeds bestaat en niet bespreekbaar is, is een taboe waaraan serieus gewerkt moet worden”, aldus Smeulders.

Zuid Afrika’s apartheid
Ook in Zuid Afrika speelt het slavernijverleden geen dusdanige rol als op Curaçao, wat voortkomt uit het feit dat apartheid de slavernij ‘overschaduwde’. De apartheid, die duurde tot Mandela in 1994 aan de macht kwam, is veel dichterbij dan de Tweede Wereldoorlog, laat staan het slavernijverleden. De pijn ervan wordt gevoeld door mensen die het zelf meemaakten, in plaats van de pijn van voorouders. Daarbij was in Zuid Afrika sprake van een ander soort slavernij: slaven - gehaald uit West en Oost Afrika en de gebieden rond de Indische Oceaan - werden niet te werk gesteld in overzeese gebieden, maar werkten op lokale basis in de tuinbouw en in de wijngaarden om producten te verbouwen voor de VOC.
Smeulders: “Zuid Afrika heeft mij veel geleerd in de relatie tussen zwart en wit. Een achterstand van Zuid Afrikanen wordt verklaard vanuit de apartheid, niet uit de slavernij. De slaafgemaakten hadden diverse huidskleuren, maar tijdens de apartheid werden de donkersten uit éigen volk het meest gediscrimineerd, niet dus de afstammelingen van de slaven. De huidige situatie vloeit voort uit dié geschiedenis, waardoor dat nu meer een politiek issue is dan slavernij.”
Potlood in je haar. Foto Hans Neleman (zefa/Corbis)

Om racisme in de toekomst te voorkomen riep Mandela op te praten over de geschiedenis, maar het ook te tonen in musea, in het brede verband van alle geschiedenis (zoals ook de Joden die naar Zuid Afrika kwamen vanwege de Holocaust). Ondanks dat gaat het langzaam, stelt Smeulders: “In musea wordt erover gesproken, maar op straat? Ik vond het schrijnend te ervaren dat Kaapstad na zonsondergang opeens wit werd, waaraan je zag dat de gekleurde en zwarte bevolking economisch gezien nog steeds een achterstand heeft. De sociale segregatie zoals we die kennen in het Caribisch gebied ging hier veel verder omdat het werd vastgelegd in de wet. Dat is anders dan ‘alleen’ onderdrukking; vastgelegd in de wet betekent dat de pas bepaalde waar je werd toegelaten.” De wetten werden tijdens de apartheid gemaakt op basis van meten: zo bepaalde de potloodregel - bleef een potlood zitten in je haar of niet - of je behoorde tot zwart danwel gekleurd of wit. Het paradoxale voordeel van een wet was dat deze kon worden afgeschaft en vervangen door wetten die diversiteit erkennen.

Curaçao Otrabanda Brionplein.
Curaçao’s worsteling
Op Curaçao liggen zaken subtieler, er is geen wet die kan zorgen voor omkering in beleid. Ideeën over mensen voortvloeiend uit het slavernijverleden kunnen ongereguleerd doorwerken. “Het speelt onderhuids en ondanks dat segregatie van alle tijden is, lijkt het of verschillen tussen zwart en wit groter zijn dan dertig jaar geleden, je zou bijna spreken van apartheid: openbare plekken lopen minder door elkaar, je krijgt onderhand witte en zwarte stranden, wat vroeger niet zo was omdat de meeste stranden toen gratis en vrij toegankelijk waren. Hoe meer mensen een podium krijgen, hoe scherper de tegenstellingen, hoe groter de tweedeling. Erover praten kan mensen naar elkaar toebrengen zoals in Zuid Afrika, maar zaken ook aanscherpen zoals op Curaçao. Toch hoeft de behoefte aan erkenning van het slachtoffer en het herdenken van een gezamenlijk verleden een land niet te verdelen. “Curaçao moet wel bedenken wat voor samenleving het met elkaar wil vormen. Daarvoor zijn denkers nodig die boven de hedendaagse groepsbelangen kunnen uitstijgen en politici die niet uit zijn op eigen voordeel, maar zich inzetten voor de samenleving als geheel. Niet elk land heeft het geluk een Nelson Mandela te hebben, maar we kunnen wel Zuid Afrika als voorbeeld nemen om beleid met visie voor diversiteit te ontwikkelen, waarbij bewustwording leidt tot een trotse rainbow nation.”

“Het is goed dat er in Nederland zoveel nieuwe frisse ideeën en activiteiten zijn. Veel reguliere instellingen die nooit meededen, durven nu wel te tonen dat koloniale rijkdom is gebouwd op onderdrukking, wat bijdraagt aan de openheid die we nodig hebben, een aanzet tot een nieuwe golf bewustwording. We vieren tenslotte ook allemaal 4 en 5 mei, dus waarom niet gezamenlijk 1 juli?” Naar aanleiding van de herdenkingen en debatten wordt veel problematiek onder de loep genomen met de vraag of er verband is met de slavernij. “Vaak is dat er niet rechtstreeks, maar de maatschappelijke ongelijkheid komt wel voort uit het feit dat ook de afstammelingen van slaafgemaakten geen gelijke kansen en zeggenschap kregen.” De volgende vraag is volgens Smeulders wat je doet met die maatschappelijke problemen: “Gebruik je ze als excuus om voort te kabbelen, krijgt het probleem steeds andere gezichten. Wil je echt wat veranderen, moet worden geanalyseerd waarom mensen anderen onderdrukken om er zelf beter van te worden, in het verleden en in het heden.” 

Weerlegging van de mythes
De vijf bovengenoemde mythes liggen ten grondslag aan het wegstoppen van ons verleden. Is ‘al 150 jaar geleden’ niet kort als je beseft dat tien tot vijftien generaties leden onder slavernij? En voor wie viel het overigens mee? Kennen we de persoonlijke verhalen van mensen die nog in het schip overleden, die werden uitgebuit en doodgeslagen? Hoe trots kan een mens zijn op het positieve erfgoed dat is gebouwd op uitbuiting van anderen? Het toelaten van die pijn en erkenning ervan is de eerste stap op weg naar genezing. Vervolgens: toeristen blijken overal ter wereld met grote interesse tentoonstellingen over slavernij te bezoeken. Kortom, we moeten af van de eenzijdige belichting van vertellers die ofwel affiniteit hebben met de machthebbers, ofwel met de onderdrukten. “Het presenteren van het slavernijverleden zegt uiteindelijk vooral iets over de bereidheid te praten over de sociaal-economische verhoudingen van toen, maar vooral van nu.”

Het vergt moed en wijsheid de pijn te erkennen, maar vooral er zonder eigenbelang en zonder oordeel over te spreken. Pas dan ontstaat ruimte voor een breder perspectief en een oprechte manier van samenleven.

maandag 29 juli 2013

Enthousiaste viering van de vrijheid in Den Haag

door Otti Thomas

Op verfrissende wijze besteedde ook de regeringsstad Den Haag afgelopen vrijdag aandacht aan de afschaffing van de slavernij, 150 jaar geleden. Samen met de Openbare Bibliotheek zorgde Guisella Starink-Martha voor een afwisselend programma, dat scherp contrasteerde met de doorgaans eenzijdige focus op problemen in de Tweede Kamer, een paar honderd meter verderop.
De bijdragen uit de wetenschap en literatuur, traditionele en moderne Caribische muziek, dans en beeldende kunst waren samengebracht onder de titel ‘Geluid van de Vrijheid’. “In mijn beleving gaat echte vrijheid gepaard met stilte. Iets wat vanzelfsprekend is heeft geen geluid nodig om het te ervaren”, zei Melvin Statia, directeur van het Curaçaohuis, in zijn openingswoord. Maar vrijheid is niet vanzelfsprekend en daarom is er soms wel geluid nodig om de waarde van vrijheid te benadrukken, zowel lichamelijke vrijheid als geestelijke. “Er moet nog veel worden gedaan voor die mentale vrijheid echt begrepen en beleefd wordt op de eilanden, maar ook in dit deel van het Koninkrijk”, zei hij.
Valika Smeulders

Statia noemde meer kennis over de geschiedenis een belangrijke stap voor die bewustwording, waarmee hij tevens de tweede spreker introduceerde. Valika Smeulders presenteerde de eerste resultaten van haar onderzoek naar de rol van Den Haag in de slavenhandel. Zoals bekend werd hier de basis gelegd voor de slavenhandel en werd besloten tot de afschaffing ervan. Maar het was ook de stad van de rechtszaken, waarin slaven hun vrijheid eisten. Den Haag had bovendien – net als Middelburg, Rotterdam en Amsterdam – inwoners die geld verdienden aan de slavenhandel, waaronder de beleidsmedewerkers van verschillende ministeries. “Er is Haagse welvaart gebouwd op de onvrijheid van de Afrikaanse slaaf-gemaakten. En de slaaf-gemaakten hebben zich altijd verzet, onder meer door de regels aan te vechten, hier in Den Haag. Het is een deel van de geschiedenis dat verder uitgediept moet worden om ervan te leren en inspiratie uit op te doen”, zei Smeulders.

Rotsen
Ook in de voordrachten en bijdragen die volgden werd teruggeblikt op het slavernij-verleden, inclusief enkele tambú-nummers en optredens van dansgroep Chi Ku Cha. Van Walter Palm was er zijn gedicht ‘De Driemaster met drie masten, Liberté, Egalité en Fraternité’, over de Franse revolutie die na enige vertraging ook Curaçao bereikte. Izaline Calister zong ‘Lamento di Mosa Nena’ over de liefdesgeschiedenis van slaaf Buchi Fil. Kunstenaar Nelson Carrilho verbeeldde de zware strijd voor de vrijheid met bronzen beelden van slaven op een weg vol vervaarlijke pinnen.

Izaline Calister. Foto @ Michiel van Kempen

Maar meer dan een pijnlijke terugblik, was ‘Geluid van de Vrijheid’ vooral een ode aan de Caribische cultuur, die onlosmakelijk met het verleden verbonden is. Het onverwacht hoge aantal van meer dan 250 bezoekers, waaronder Hagenaars die eigenlijk alleen naar de bibliotheek kwamen om een boek te lenen, kon genieten van de Curaçaose wals door muziekgroep Tipiko Den Haag. Carilho maakte speciaal voor de expositie een kopie van zijn beeld ‘Carriers from Far’, om hiermee aan te tonen dat mensen hun cultuur altijd met zich meedragen. En Palm liet de spin Nanzi een overwinning behalen op Koning Zon. De bezoekers hadden het zo naar hun zin dat Calister tot twee keer toe om een toegift werd gevraagd, hetgeen ze beloonde met haar luidkeels meegezongen hit ‘Wow’i Kariña’. Het programma liep daardoor wel uit, maar ook dat past bij de Caribische cultuur.

Kade
r
‘Geluid van de Vrijheid’ omvat verschillende activiteiten in de Openbare Bibliotheek van Den Haag. Tot en met 25 augustus worden er schilderijen en beelden geëxposeerd van Nelson Carrilho, Felix de Rooy, Helen Martina, Boy Namias de Crasto, Hector Ceferino Raphaela en Wilson Garcia. Op 3 augustus is er een literaire middag met gedichten, verhalen en rap, en op 18 augustus volgt een optreden van Nueva Tradición. Op zondag 25 augustus wordt het programma feestelijk afgesloten met tambú-muziek.

[uit Amigoe, 22 juli 2013]


zaterdag 8 juni 2013

Nederland en de slavernij


Historisch Nieuwsblad organiseerde in samenwerking met de Feniks Academie van educatieve uitgeverij ThiemeMeulenhoff een collegedag over Nederland en de slavernij. 






Interviews met Gert Oostindie en Aspha Bijnaar


'Nederland was een voorloper in de slavenhandel'
Gert Oostindie over zijn lezing tijdens de Collegedag
Kort na het midden van de zeventiende eeuw was bijna een kwart van trans-Atlantische slavenhandel in handen van de Republiek. Dat aandeel zakte daarna snel, doordat de Portugese, Engelse, Franse en Amerikaanse slavenhandel explosief toenam. Over de gehele periode lag het Nederlandse aandeel rond vijf procent. Dat betoogt Gert Oostindie op 19 april tijdens de collegedag over Nederland en de slavernij in Amsterdam. De collegedag is een initiatief van Historisch Nieuwsblad en de Feniks Academie.
Lees meer...

'Licht getinte slaven hadden meer kans om hun vrijheid terug te krijgen'
Aspha Bijnaar over het leven van slaven
Slaven die een goede relatie hadden met de plantage-eigenaren en de licht getinte slaven – nakomelingen van plantage-eigenaren en hun slavinnen – maakten de meeste kans om hun vrijheid terug te krijgen. Daarover vertelt Aspha Bijnaar, onderzoeker en projectmanager bij het Nederlands Instituut Slavernijverleden (NiNsee), tijdens de collegedag die Historisch Nieuwsblad op 19 april organiseert. ‘Huidskleur had een grote invloed op de positie van de slaaf.’
Lees meer...

Artikelen uit ons archief


Redder van de slaven
Na jaren van strijd komt in 1863 eindelijk een einde aan de slavernij in Suriname en op de Antillen. De voormalige slaven geloven dat ze hun bevrijding danken aan koning Willem III. Het is een mythe, maar die helpt om de rust in de koloniën te bewaren.
Lees meer...

Het succes van de plantage
Wie denkt aan de Surinaamse plantages denkt al snel aan de gruwelijkheden van de slavernij. Er is een genuanceerder verhaal te vertellen. Het systeem was gebaseerd op macht en racisme, maar opgezet om zo veel mogelijk geld te verdienen. Dat bracht ook innovaties voort als het ingenieuze polderstelsel. En voor de slaven werden de plantages na enkele generaties leefgemeenschappen, waar zij verbonden raakten met het land en hun voorouders.
Lees meer... 

'Wij zoeken onze vrijheid' 
Vrijheid, gelijkheid en broederschap veroverden de wereld. Waarom zou dat niet ook voor ons gelden, dacht een groep slaven op Curaçao. In de zomer van 1795 kwamen ze in opstand.
Lees meer... 

Misleide migranten 
Tegenwoordig behoren Hindoestanen tot de grootste en rijkste bevolkingsgroep van Suriname. Maar hun voorouders waren straatarme Indiërs, die zonder goed te begrijpen waar ze aan begonnen duizenden kilometers verhuisden om slavenarbeid te verrichten.
Lees meer... 

Slavernij op Curaçao

Slaven die zelf slaven hielden en vrijen die voor een bestaan in slavernij kozen: het slavenbestaan op Curaçao zag er anders uit dan de geijkte verhalen over de verhouding tussen blank en zwart suggereren.
Lees meer... 

Het slavenbestaan in de Nederlandse koloniën
'Swarten moesten maar werken en de planters tot playsier sijn'

De Nederlandse bijdrage aan de slavernij is zacht gezegd een minder glorieus onderdeel van de vaderlandse geschiedenis. Suriname genoot zelfs de reputatie van het land dat zijn slaven het slechtst behandelde. Waren de Nederlandse slavenmeesters werkelijk wreder dan de Britten, Fransen, Portugezen en Spanjaarden?
Lees meer...

D
e wreedheid van de transatlantische slavenhandel 
Een welgestelde Romein kon beschikken over een klein leger slaven. In Afrika ging men vrijwillig in slavernij als schulden te hoog werden of de honger toesloeg. Slavernij is van alle tijden en alle windstreken. Waarom roept juist de Europese slavenhandel over de Atlantische Oceaan zoveel emoties op?
Lees meer... 

Documentaires en interviews (beeld en geluid)


'Wij slaven van Suriname'
(RVU, 1999)
Documentaire over Anton de Kom (1898-1945), een Surinaams voorvechter van mensenrechten. De uitzending staat in zes delen van circa tien minuten op YouTube. Bekijk hieronder het eerste deel, voor de overige delen ziehttp://www.youtube.com/watch?v=LHPt8y7xOqE




De slavernij
(NTR, 2011)
Vijfdelige serie waarin Daphne Bunskoek en Roué Verveer op zoek gaan naar het slavernijverleden van Nederland. Alle afleveringen zijn terug te bekijken viahttp://www.geschiedenis24.nl/de-slavernij.html

100 jaar afschaffing slavernij
(VARA)
Documentaire uit 1963 over het honderdjarige jubileum van de afschaffing van de slavernij.


Ongehoord: de slavenhandel in de 17e en 18e eeuw, deel 3: Tobago
(VPRO, 2010)
Radio-uitzending van OVT over de transatlantische slavenhandel. Een reis langs Vlissingen, Elmina en Tobago. Te beluisteren viahttp://www.geschiedenis24.nl/speler.segment.7006994.html

Aspha Bijnaar geeft 'rebelse vrouwen' stem
Vrouwen gebruikten vooral ‘verborgen verzet’ tijdens de slavernij om in opstand te komen tegen hun situatie, ontdekte NiNsee-onderzoeker Aspha Bijnaar. In de theatervoorstelling Rebelse Vrouwen wordt dit vrouwelijk verzet in de schijnwerpers gezet. Het stuk gaat over onderdrukking anno 2013 en in de tijd van de slavernij.
De twee delen van het interview zijn te beluisteren via http://caribischnetwerk.ntr.nl/tag/aspha-bijnaar/


Geluidsfragment college Gert Oostindie


Hier kunt u een deel van de lezing van Gert Oostindie (opnieuw) beluisteren. Wilt u alle colleges horen? Houd onze website dan in de gaten: binnenkort verschijnt een cd-box met alle lezingen van deze collegedag.


Lezing Alex van Stipriaan


Het college van Alex van Stipriaan ging over verzet tegen de slavernij: opstanden, marronage, creolisering
en de uiteindelijke afschaffing ervan. Hieronder kunt u het eerste gedeelte teruglezen.

Ik stel u voor aan Adam. We weten nauwelijks iets van hem, behalve dat hij in de eerste helft van de negentiende eeuw leefde op de koffieplantage Vrouwenvlijt aan de Hoer Helena Kreek. Ik zou graag met u ingaan op de naamgevingsgeschiedenis van slaven en plantages in Suriname, een op zich al zeer interessante geschiedenis, maar daar zal ik niet aan toekomen. Al zitten ook daar elementen van verzet in.

Hoe het zij, Adam is in de jaren 1830-1840 een volwassen man, wellicht zelfs geboren op de plantage, en werkzaam als gewone veldslaaf, de zwaarste categorie werk. En wat we in ieder geval weten is dat Adam tussen 1833 en 1843, het jaar dat hij stierf, in ieder geval acht keer, dus bijna ieder jaar een keer, er op werd betrapt dat hij zich tijdelijk van de plantage had verwijderd. In het plantage-archief staat hij daarom omschreven als “den bandieteneger Adam”. Niets kan hem weerhouden en steeds weer wordt hij op dezelfde plantage, Vriendsbeleid & Ouderszorg, op nog geen kilometer afstand van Vrouwenvlijt opgepakt. Het is dus zeer waarschijnlijk dat hij daar een partner heeft, bij wie hij langer dan alleen de nacht wil doorbrengen, want het is altijd pas na meerdere dagen afwezigheid, soms zelfs anderhalve week, dat hij weer wordt opgepakt. Afgezien van de gebruikelijke afranseling wordt hij iedere keer opnieuw voor langere tijd in de boeien geklonken. Vlak voor zijn dood zit hij wederom “in de zware bandieteboeij”.

In diezelfde periode, om precies te zijn in 1842, kondigt gouverneur Rijk af dat vanaf dat moment plantage-directeurs niet meer dan vijftien zweepslagen aan een volwassen man en vijftien aan een volwassen vrouw mogen laten toedienen -tenzij ze zwanger is - en tien tot vijftien aan jongeren tussen veertien en zestien jaar. Het dubbele aantal kan alleen worden opgelegd door de plantage-eigenaar of administrateur. Nog zwaardere straffen kunnen alleen door de officiële autoriteiten in de stad worden opgelegd. Tot dan toe was vijfentwintig tot vijftig zweepslagen voor een volwassen man of vrouw altijd de gewone strafmaat geweest bij te laat verschijnen op het veld of niet voldoen aan de opgelegde taak. Nog zwaarder was de straf voor degene die erop betrapt wordt dat hij of zij heimelijk de plantage probeert te verlaten. Velen hebben namelijk een partner op een plantage in de buurt, omdat lang niet altijd een geliefde op de ‘eigen’ plantage kan worden gevonden. In zo’n geval mag een directeur tot tachtig zweepslagen laten toedienen “op het onderlijf en op geen andre plaatse des lichaams en wel los offte ook wel staande teegens een paal off post gebonden”.  Tegen die achtergrond is het des te opmerkelijker dat zovelen het toch aandurven zich over de grenzen van de plantage te begeven, zoals Adam.

Hoe rigide het regime dus ook was en hoe zwaar de straffen, altijd weer hebben mensen ondanks alles het heft in eigen hand gehouden of genomen. Zeker niet altijd als bewuste vorm van verzet, gericht op het omver werpen van het systeem, maar wel als teken dat er gebieden in hun leven en denken waren waar ook de slaveneigenaar niet bij kon en waar zij een eigen autonomie bewaarden. En juist dat vormde de basis van verzet dat wel degelijk het systeem bedreigde. Van de eerste tot de laatste dag van de slavernij.

Zo moet u zich voorstellen dat het voortdurend afwezig zijn van Adam en de acties om hem weer gevangen te nemen, voor grote onrust zorgden en vertraging opleverden in de plantageproductie. Het kostte dus geld. Sterker nog, iedere keer moest er vier gulden worden betaald aan een militair om hem een “afstraffing” te geven, en bovendien wordt er iedere keer drie gulden “vanggeld” verdeeld onder de mede-slaven die Adam hebben geholpen gevangen te nemen. En daar bovenop wordt voor de aanschaf van een hals- en een voetboei met twee hangsloten tien gulden betaald.  Zo’n actie, hoe onschuldig eigenlijk ook, was dus voor de plantage-eigenaar een behoorlijke kostenpost (jaarlijkse lokale cash flow circa vijfduizend gulden).

En Adam was bepaald niet de enige, want ook Hendrik en Cupido werden in dezelfde tijd meerdere keren op een naburige plantage opgepakt en ook Zondag, Johannus, Daantje, Kwasi, Apollo, Doroe, Carl, George, Alex, Premier, December, Hazard, Adelbert, François, Madelijntje, Philippina, Charlotte, Agatha  en Catootje werden allemaal een keer gevangen en gestraft. Dat wil zeggen dat in ieder geval 21 van de ongeveer 110 volwassenen op Vrouwenvlijt in die tien jaar een stap zetten waarvan ze heel goed weten dat ze er zwaar voor zullen worden gestraft. Zelfs François die in november 1839 nog vanggeld krijgt voor het oppakken van Cupido, wordt in mei 1841 zelf gevangen genomen in de moestuinen van Spieringshoek, enkele plantages verderop. Bovendien blijkt dat de man La Fleur en de vrouwen Wilhelmina, Sabina en Monkie voorgoed de benen hebben genomen, want na vele jaren staan ze in de slavenlijsten nog steeds te boek als “absent”, of “in ’t bosch”. Zij waren kennelijk Marrons geworden, ik kom daar zo op terug.

Foto's van de collegedag




Gert Oostindie








Aspha Bijnaar




Alex van Stipriaan


Valika Smeulders




Gert Oostindie


Aspha Bijnaar


Valika Smeulders


Alex van Stipriaan










Op cd: Nederland & de slavernij

In 2013 wordt herdacht dat Nederland 150 jaar geleden de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen afschafte. Op 4 cd's hoort u over de Nederlandse rol in de trans-Atlantische slavenhandel: de grootste gedwongen migratie uit de wereldgeschiedenis. Hoe was het opkopen, vervoeren en tewerkstellen van de slaven georganiseerd? Hoe functioneerde het slavernijsysteem op de plantages? En waarom schafte Nederland de slavernij pas in 1863 af?
Samengesteld en verteld door Gert Oostindie, Aspha Bijnaar, Alex van Stipriaan en Valika Smeulders.

Deze box is vanaf 10 juni leverbaar.
Prijs: € 34,95

woensdag 20 februari 2013

Slavernij herdenken - hoe zo?

Valika Smeulders
Op 1 juli 2013 is het 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen afschafte. Ook Initiatives of Change wil haar steentje bijdragen aan dit belangrijke herdenkingsjaar en wel door het organiseren van een gespreksavond in haar ontmoetingscentrum aan de Amaliastraat 10 in Den Haag.

Sprekers: Valika Smeulders en Mildred Uda-Lede. De avond wordt voorgezeten door Lothy Bouwe-Day.

Datum: 20 februari 2013
Aanvang: 20:00
Inloop: 19.30
Plaats: Amaliastraat 10

Voorafgaande wordt om 18.30 een Surinaamse maaltijd geserveerd. Kosten €10.-
Verantwoordelijk voor de maaltijd is Helga Esajas. Het maximum aantal deelnemers voor de avond en de maaltijd is inmiddels bereikt waardoor wij helaas geen extra mensen kunnen toelaten.


zaterdag 17 november 2012

Valika Smeulders: ‘Misschien is opheffing NiNsee goed’


door Stuart Rahan

Rotterdam - Er bestaat brede belangstelling voor slavernij. Echter blijkt dat nieuwe presentaties zeer uiteenlopende perspectieven weergeven. Dat concludeert Valika Smeulders in haar promotieonderzoek Slavernij in perspectief: Mondialisering en erfgoed in Suriname, Ghana, Zuid-Afrika en Curaçao. De presentaties worden van twee kanten gebracht. Het perspectief van de koloniale machthebbers wordt anders ingevuld dan de invalshoek van de nazaten van tot slaaf gemaakten.

Valika Smeulders ontvangt haar doctorsbul


Donderdag promoveerde Valika Smeulders aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam en verwierf daarmee de titel van Doctor met Erfgoedstudies als achtergrond. Zij kreeg de bul uitgereikt door haar promotoren, de professoren Alex van Stipriaan en Marlite Holbertsma. In haar verdediging merkte zij op dat internationale samenwerking en financieringsstromen en het internationale publiek een behoorlijke invloed hebben op de nieuwe presentaties. Deze invloed kan op gespannen voet staan met de manier waarop op nationaal niveau het verleden wordt belicht. Nationaal wordt het verleden vaak ingezet als instrument om sociale cohesie te bevorderen. Het slavernijverleden leent zich daar echter niet gemakkelijk voor.

Slavenverkoop

Linkse familie
Sinds het einde van de vorige eeuw wordt in Nederlandse musea, bij monumenten en op andere locaties vaker stilgestaan bij het koloniale slavernijverleden. Een positief teken voor erkenning door Nederland van het eigen slavernijverleden maar of de nieuwbakken doctor daar ook zo over denkt is nog maar de vraag. "Als ik het voor het zeggen had, was NiNsee niet opgeheven. Nu moeten alle instellingen als musea, bibliotheken en andere reguliere erfgoedinstellingen ervoor zorgen dat het Nederlands slavernijverleden naar het publiek toe wordt gebracht. Misschien is dat een zegen want nu is het slavernijverleden de verantwoordelijkheid van elke erfgoedinstelling." Valika Smeulders is geboren in Willemstad, Curaçao uit de Surinaamse ouders Smeulders en Mac Donald met Jan Smeulders uit Suriname als vader. Op de vraag wanneer zij voor het eerst met de Nederlandse slavernijgeschiedenis bekend werd, kon zij zich niet zo goed herinneren. Wel de pijnlijke confrontatie met de tweedeling tussen arm en rijk. Op haar zevende verhuisde de familie met de boot van Nederland naar Curaçao en in elke Caribische haven die de boot aandeed, ervoer zij weer hoe kinderen, gelijkend op haar, zaten te wachten tot de scheepskok de voedselresten overboord gooide. De arme kinderen doken deze achterna. "Sindsdien ben ik mij vragen gaan stellen van hoe het komt dat er onderscheid is in de wereld en waarom de een meer heeft dan de ander. Ik ben opgegroeid in het rijke Nederland waar ik geen armoede kende. Toen gaf geschiedenis antwoord op de tweedeling. Zo kwam mijn interesse waarvan slavernij een belangrijk onderdeel is." Bovendien is zij opgegroeid in een linkse familie die solidariteit met arbeiders hoog in het vaandel had. Vader Jan las in plaats van kinderboeken voor uit werken van de grote Chinese leider Mao Tse Tung.

Zwarte Valika
In haar proefschrift wijst zij ook op het negatieve wij/zij-verhaal en vindt dat mensen te gemakkelijk in die termen denken. "Ik heb die wij/zij ook in mezelf. Het gaat niet om de buitenkant maar hoe je zelf in het leven staat, waarvoor je kiest. Vind je geld en de geschiedenis van geld belangrijk, politieke koloniale macht of vind je het belangrijk dat het ook gaat om de mensen die onderdrukt zijn in die (slavernij) periode waarvan de nazaten tot nu toe een achtergestelde positie hebben in de maatschappij?" Vragen die zij van ondergeschikt belang vindt in de omgang met elkaar. Zo weet zij ook dat er nog steeds licht gekleurde mensen zijn die vinden dat zij hoger op de maatschappelijke ladder staan. "Daar moeten wij van af", is haar stellige reactie. Voor Smeulders is de discussie over slavernij geen momentopname waar alleen op hoogtijdagen aandacht aan besteed wordt. "Neen, het is iets wat ons allemaal aangaat. Slavernijgeschiedenis moet vast onderdeel zijn van onderwijs. Herdenken hoort, omdat het iets is wat ons allemaal aangaat. Wij moeten ervan kunnen leren, in alle landen die met slavernij te maken hebben gehad." En dat zijn er heel veel. "Alle postkoloniale samenlevingen zijn gebouwd op slavernij en met name Nederland", vindt de pas gepromoveerde Smeulders

[uit de Ware Tijd, 17/11/2012]