door Donovan Mijnals
 |
| Henk Herrenberg (l) lijkt hier bijna trots een uiteenzetting te doen van hoe hij eigenhandig de doodgewaande held Louis Doedel opspeurde. Zijn medestanders Jan Haakmat (r) en Emile Wijntuin van het Comité Eerherstel Louis Doedel luisteren aandachtig. Foto: Stefano Tull |
Paramaribo -
Louis Doedel is niet dood. Tenminste, het Comité Eerherstel Louis Doedel doet
er alles aan om de Surinaamse held te onttrekken aan de donkere schaduwen van
het graf. De organisatie vindt dat de nationale strijder al veel te lang een
stiefmoederlijke behandeling te beurt valt. Op 10 januari wordt van de
vakbondsleider daarom alvast een bronzen kop, door Erwin de Vries vervaardigd,
onthuld op het terrein van de Stichting Scholings Instituut voor de Vakbeweging
in Suriname (Sivis).
 |
| Wolffenbuttel. Foto Tropenmuseum Amsterdam |
"Hij had zich opgeworpen als spreekbuis en voorvechter
van arbeiders. In feite was hij de eerste vakbondsleider en dat is hem heel
duur komen te staan", legt Jan Haakmat uit. Volgens de secretaris van het
comité is mede vanwege die rol die Doedel gespeeld heeft dat zijn beeltenis
voor Sivis komt te staan. Op 1 mei 1931 organiseerde de leider het allereerste
Arbeiderscongres in Suriname. Het zou nog 44 jaar duren voordat zo een
bijeenkomst weer op touw gezet zou worden.
Voorzitter Emile Wijntuin, die ook een boek over Doedel
schreef, vindt het daarom een doodzonde dat zo een belangrijke figuur uit de
Surinaamse geschiedenis geen prominentere plaats geniet in het bewustzijn van
de bevolking. "Ik ben bijzonder teleurgesteld in historici en vakbonden dat
zij toestaan dat de grootste man in onze historie helemaal wordt
doodgezwegen", stelt hij zichtbaar tot op het bot geroerd. Toch laat
Wijntuin zich niet lang daarna opgelucht uit dat die schandvlek binnenkort tot
het verleden zal behoren.
Overigens werd Doedel al toen hij nog in leven was totaal
verzwegen. Zo erg zelfs dat op een bepaald moment er ook bij familie
onduidelijkheid bestond of er überhaupt nog bloed door zijn aderen stroomde. Of
als hij ondertussen het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld.
Gevoeglijk werd aangenomen dat het laatste waar was. Het was
na een intensieve zoektocht van toenmalig Statenlid Henk Herrenberg dat de eens
zo krachtige volksleider uiteindelijk in 1976 helemaal aan het eind van zijn
Latijn in de inrichting Jaigobind gevonden werd.
"De man die zoveel voor het land betekende, stond daar
gebroken en bijna totaal vergeten op blote voeten", schetst Herrenberg een
treurig beeld. Maar de dag na zijn vondst had het Statenlid wel een blijde
vermelding tijdens de vergadering: "Louis Doedel leeft nog!" Lang had
de leider echter niet meer te leven. Op 10 januari 1980 overleed de vergeten
grootheid. Toen pas kwam er een eind aan 43 jaar van onrechtmatige opsluiting.
In opdracht van gouverneur Kielstra was Doedel in 1937
opgepakt voor 28 dagen 'observatie' in een psychiatrische instelling. "In
feite was hij daardoor de langste politieke gevangene in de geschiedenis",
benadrukt Wijntuin. Het comité wil afgezien van de onthulling van de bronzen kop
ook dat de geschiedenis betreffende Doedel wordt herschreven. Daarnaast moeten
een school en een plein naar hem worden vernoemd, vinden zij. "En de bronzen kop is slechts het begin; we gaan eraan
werken dat er een heel groot beeld van hem komt, nu gaat dat ding beginnen",
verzekert Herrenberg.
[uit de Ware Tijd,
07/01/2013]