Posts tonen met het label Balai Leo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Balai Leo. Alle posts tonen

zaterdag 4 januari 2014

Slavernij verbeeld

Rug van de 1e druk van Wolbers,
 Geschiedenis van Suriname, 1861.
Foto: Buku Bibliotheca Surinamica
door Hilde Neus

De afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam heeft dit jaar een speciale tentoonstelling gehouden met boeken over de slavernij. Gastconservatoren waren Kenneth Boumann en Carl Haarnack, allebei van Surinaamse origine en verwoede verzamelaars van antiquarische werken over Suriname. Naast werken uit de collectie van de Universiteit van Amsterdam zelf, hebben zij ook boeken en andere zaken tijdelijk beschikbaar gesteld. Deze zijn afgebeeld in een publicatie van De boekenwereld, die voor ongeveer de helft is gevuld met informatie over historische Surinaamse (en andere) werken, gerelateerd aan de slavernij.

Als afsluiting van de tentoonstelling werd op 22 september 2013 een zondagmiddagsalon gehouden onder leiding van Michiel van Kempen, die een discussie over de rol van Afrika binnen de slavernij leidde tussen Leo Balai (Het slavenschip Leusden..., 2011), Marcel van Engelen (Het kasteel Elmina..., 2013) en Alberta Opoku, journaliste met Afrikaanse roots. Ik was in Nederland en bij de discussie aanwezig, samen met vele andere Surinamers. De conservator van de universiteit van Amsterdam was enthousiast, omdat Surinamers niet het doorsneepubliek van de Bijzondere Collecties uitmaken, en hij beloofde meer exposities voor deze doelgroep.

Een deel van de afbeeldingen, uitgekozen door Jörgen Raymann en zijn dochter Melody, is tot mooie banners gemaakt en in de bibliotheek van AdeKUS getoond rondom 1 juli. Van elke banner was er ook een exemplaar met Engelse vertaling. De volgorde van de tentoonstelling was nogal willekeurig; er waren geen bronnen of jaartallen bij vermeld. Omdat ook een verhaal als rode draad ontbrak, gaf de collectie een nogal gechargeerde indruk. Deze expositie van banners is momenteel te bezichtigen in Fort Nieuw-Amsterdam.

Bladerend door deze uitgave realiseer ik me weer wat voor een prachtige collectie we hier bezitten in de bibliotheek van de Stichting Surinaams Museum. Veel van de werken die geëxposeerd werden in Amsterdam zouden we hier ook aan het publiek kunnen tonen. En dan het echte boek, niet slechts een afbeelding op een banner.

Diverse auteurs: Slavernij verbeeld. In: De Boekenwereld, jrg. 29, nr. 4. Amsterdam: Vantilt & Bijzondere collecties van de UvA, juli 2013.

dinsdag 10 december 2013

Caraïbisch vers in foto's

Giselle Ecury en Eardly van der Geld

Op donderdag 28 november kon het publiek in de Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam Zuidoost kennismaken met de nieuwste Caraïbische boeken en hun schrijvers. Maar liefst acht schrijvers en een uitgever kwamen aan het woord in tafelgesprekken met Michiel van Kempen. Een foto-impressie.

Journaliste Jeannette van Ditzhuijzen opende de avond met een portret in woord en beeld van Músika Curaçao, een boek over Antilliaanse muziek met schitterend fotowerk van Sinaya Wolfert, waarvoor Jeannette de tekst schreef.

V.l.n.r. Michiel van Kempen, Leo Balai, Janny de Heer, Karin Amatmoekrim


De Antilliaans-Nederlandse schrijfster Giselle Ecury ging in op de familiebanden die aan haar romans binden, en dan met name aan haar nieuwe roman De rode appel. Eardly van der Geld schreef een roman over wat het slavernijverleden voor nu betekent: Curaçaos bloed; hij gaf een blik in de plannen die hij heeft om net nog met onderwerp door te gaan.

Janny de Heer


Karin Amatmoekrim bekende dat zij na alle commotie rond haar roman over Anton de Kom., De man van veel, het boek nog altijd exact zo zou schrijven. Historicus Leo Balai vertelde gepassioneerdieerd over het slavenschip Leusden en de moord op meer dan 650 slaven. Janny de Heer vertelde over de lange weg die zij ging om onderzoek te doen voor haar historische roman over het 19de-eeuwse Suriname Gentleman in slavernij.



Ricardo MacNack

In de laatste ronde spraken Ricardo MacNack en uitgever Franc Knipscheer. Ricardo MacNack vertelde levendig over zijn jaar in de DDR, waar hij ervaring op moest doen om een drukkerij op te zetten en hoe er tegen hem als vreemdeling werd aangekeken; Vervlogen dagen was daarvan het gevolg. Uitgever Franc Knipscheer van uitgeverij In de Knipscheer vertelde hoe de crisis ook voordelen kan bieden aan uitgeverijen die hun nek uitsteken.

Saxofoniste Sanne Landvreugd gaf een mooie muzikale sfeer met werk van onder meer de Braziliaan Jobim.

Eardly van der Geld

Karin Amatmoekrim

Jeannette van Ditzhuijzen, Giselle Ecury, Eardly van der Geld
Franc Knipscheer


Saxofoniste Sanne Landvreugd
Het publiek


zaterdag 30 november 2013

Discussie rond perspectief Leusden-tentoonstelling

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - Econoom Armand Zunder is niet blij met de tentoonstelling Smart van een Slavenschip Scheepsramp op de Marowijne die vanaf begin november te zien is in Fort Zeelandia. De expo die in het kader van 150 jaar afschaffing van de slavernij naar Suriname gehaald is door de Nederlandse ambassade, vertelt niet de totale historie en is volgens de econoom een slachtofferverhaal.


De expositie Smart van een Slavenschip – Scheepsramp op de Marowijne maakt gebruik van audio visuele beelden en de platen vervaardigd in Nederland voor de tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum Amsterdam. Het is een overgenomen tentoonstelling dat het verhaal van het schip Leusden vanuit een bepaald perspectief beziet.

"De geschiedenis van de tot slaafgemaakte begint bijvoorbeeld niet met slavernij. Dat is een historie van tienduizenden jaren waarin Afrikanen piramides gebouwd hebben, wetenschap ontwikkeld hebben en veel meer. De slavernij is slechts 500 jaar van die geschiedenis." Ook is volgens Zunder niet verteld dat de Nederlandse regering deels eigenaar was van het gezonken schip Leusden en dat het land rijk is geworden door slavernij en slavenhandel.

Massamoord
Volgens Zunder is ook de naam incorrect. "Het is geen scheepsramp, het is massamoord op ongeveer 700 tot slaafgemaakten. De kapitein van het schip heeft massamoord gepleegd toen hij besloot de luiken dicht te spijkeren terwijl de gevangenen nog in het ruim waren."
Ada Korbee die door de Nederlandse ambassade is aangetrokken om de tentoonstelling in Suriname op te zetten, is het eens met Zunder dat het verhaal vanuit een bepaald perspectief verteld is. "Maar het is een tentoonstelling die we hebben overgenomen van het Scheepvaartmuseum in Nederland. Hun museale belangstelling gaat dan ook uit naar het schip en we hebben wel wat kleine dingen aangepast, maar de teksten uit de panelen kunnen we niet veranderen natuurlijk."

Cultuurbeleving
Volgens Zunder is het meer dan jammer dat Suriname het besef en het geld niet heeft om zulke projecten zelf te initiëren. "Je krijgt een situatie waarbij wie betaalt bepaalt. De Nederlandse ambassade betaalt en bepaalt daarmee de cultuurbeleving in dit land. En dat doen ze op steenworp afstand van het Kabinet van de President", roept Zunder geïrriteerd.
De econoom kan het ook niet verkroppen dat kinderen die een rondleiding krijgen naast elkaar geplaatst worden om te aan te voelen hoe het eraan toe ging op zo een slavenschip. "Dat is vragen om trauma's. Dat moet je niet doen."
Zunder vergelijkt de slavernij met de Joodse holocaust wanneer hij zegt: "Zie je al dat Joodse kinderen gebracht worden naar Auschwitz en in de gaskamer geplaatst worden zodat ze kunnen ervaren wat hun voorouders hebben meegemaakt?"

Jongeren in Auschwitz, 2010


Volgens Mildred Caprino, geschiedenisdocent op het Instituut voor de Opleiding van Leraren, haalt Zunder dat uit de context. "Wat gedaan wordt, is dat kinderen gesensibiliseerd worden voor wat zich heeft afgespeeld tijdens de slavernij. Daarvoor worden didactisch verantwoorde manieren gebruikt. De Joden hebben ook hun gedenkmonumenten waar ze een steen zetten toch?"
Volgens Korbee gaat de Nederlandse ambassade geen discussies uit de weg. "Daarom komt er in de tweede week van januari een debat bij de tentoonstelling. Daar mag iedereen aan meedoen en dan komen ook de gevoelige onderwerpen ter sprake."

[uit de Ware Tijd, 29/11/2013]

maandag 11 november 2013

Caraïbisch Vers!


Op donderdag 28 november 20.00 uur kan het publiek in de Bibliotheek Bijlmercentrum in  Amsterdam Zuidoost kennismaken met de nieuwste Caraïbische boeken en hun schrijvers. In een flitsend programma met beeld en geluid gaat Michiel van Kempen (bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam) in gesprek met maar liefst negen schrijvers:
Karin Amatmoekrim

* Karin Amatmoekrim: zij schreef een roman over een uiterst delicaat moment in het leven van de Surinaamse publicist, vrijheidsheld en geschiedschrijver Anton de Kom: De man van veel. Het boek deed al veel stof opwaaien: gaat het liggen of dwarrelt het door?

* Leo Balai baarde als historicus groot opzien met zijn proefschrift over het slavenschip Leusden, een wetenschappelijke studie waarvan inmiddels een editie voor het grote publiek is verschenen: het gruwelijke verhaal van de koelbloedige moord op een schip vol slaven.

* Jeannette van Ditzhuijsen is bekend van verschillende boeken over de Antillen, maar presenteert nu voor het publiek het schitterende fotoboek over de Antilliaanse muziek Músika Curaçao van Sinaya Wolfert, waarvoor Jeannette van Ditzhuijsen de tekst schreef.

* Giselle Ecury, Antilliaans evengoed als Nederlands, voegde een nioeuwe roman toe aan haar oeuvre: De rode appel, een roman over de morele, psychologische en seksuele groei van Elisabeth.

* Eardly van der Geld schreef een actuele roman over de gevolgen van het slavernijverleden: Curaçaos bloed.
Giselle Ecury

*  Janny de Heer schreef een forse roman over een Duitse immigrant in het 19de-eeuwse Suriname: Gentleman in slavernij. Voor het boek verrichtte zij uitgebreid historisch onderzoek in  tal van archieven, maar wat telt is het romanverhaal.

*  Ricardo MacNack tekende voor het boek Vervlogen dagen in de voormalige DDR, een van de vele curiosa uit de Surinaams-Nederlandse letterkunde: een dagboek van een stage tussen 1982 en 1983 in het socialistische Oost-Duitsland.

*  Frank Ong-Alok maakte een multimediaal prenten-, liedjes- en verhalenboek met cd voor kinderen van 0 tot 100 jaar, veertien liedjes en zes verhalen onder de titel Bloemies.
Stephan Sanders. Foto © Jan van Breda

* Stephan Sanders, tv-journalist en columnist van Vrij Nederland, schreef een aangrijpend relaas van zijn moeizame vriendschap met Anil Ramdas, een uiterst persoonlijk In memoriam onder de titel: Iets meer dan een seizoen.

U kunt boeken aanschaffen in de boekenstands en de schrijvers zullen hun werk signeren.

De muzikale begeleiding wordt verzorgd door Sanne Landvreugd.
  
 
Sanne Landvreugd
Foto © Michiel van Kempen
Datum: donderdag 28 november
Aanvangstijd:  20.00 uur
Locatie: Bibliotheek Bijlmercentrum, Frankemaheerd 2, Amsterdam Zuidoost

Toegang gratis; reserveren gewenst via brc@oba.nl / 020-6979916

Organisatie: OBA en Werkgroep Caraïbische Letteren






dinsdag 5 november 2013

Veel onbekend over wel en wee slavenschepen

‘De bemanning was gewoon koopwaar’

door Euritha Tjan A Way


Paramaribo - Hij windt er geen doekjes om, de moord op 680 gevangenen aan boord van het slavenschip Leusden heeft hem getroffen. Onderzoeker Leo Balai kwam de grootste scheepsramp in de geschiedenis van slavenschepen per toeval tegen. “Het trof mij dat er behalve een paar zinnen niets zinnigs meer is gezegd hierover.” “Waar wel veel correspondentie over is, is de dat de bemanning die het heeft overleefd recht meende te hebben op bergingsloon. Zij zijn namelijk met gevaar voor eigen leven wel op zoek gegaan naar een kistje met een hoeveelheid goud dat zich in het ruim bevond.” Maar over de mensenlevens vind je niets meer dan een paar regels.”

Leo Balai geeft aan welke tuigen zoal gebruikt werden om de slaven in toom te houden. Een daarvan is een voorwerp waarmee de monden van de slaven werden opengehouden om het eten letterlijk door de strot te drukken. Het was dus nooit de bedoeling dat de gevangenen aan boord van de slavenschepen dood gingen. Foto:  Stefano Tull.


Boeien en vrouwen

Balai hield zaterdagavond een lezing over zijn onderzoek naar de Leusden in de binnenplaats van het Fort Zeelandia. Hoewel de gruwel die de slavernij voorstelde de rode draad was door de lezing, roept Balai vooral op tot meer onderzoek. "Er is al veel onderzoek gedaan naar slavernij zelf, maar heel weinig naar het wel en wee op slavenschepen", meent Balai. Hij noemt daarbij de boeien en de vrouwen. "Waren de mensen werkelijk de hele reis geboeid? Het zijn ijzeren boeien waar je voeten aan kapot gaan. En werden de vrouwen werkelijk verkracht en zo vaak?"
Slavenketting

Hij legt uit dat de algemene veronderstelling was dat de slaven aan boord van zo een schip slecht werden behandeld. "Maar als je kijkt naar de feiten, dan zie je dat maar vijftien procent van de gevangenen het loodje liet. Het was niet in het belang van de eigenaar van de slaven om ze te laten sterven. Dan had je verlies", legt Balai uit. Hij geeft ook aan dat de gevangenen op de Nederlandse schepen niet verzekerd waren. "Het gemiddeld verlies werd gewoon ingerekend in de prijs."
Het vermoeden dat het de bedoeling was dat de slaven bleven leven, wordt versterkt door de journalen van de schepen die aangeven wat er allemaal werd ingeladen vanuit Afrika. "Zakken limoenen om in het water te zetten van de slaven en zakken tamarinden om op te zuigen om scheurbuik te voorkomen. In het ruim bevonden zich ook levende kippen en varkens voor voeding", doet schrijfster Cynthia McLeod een duit in het zakje.

Kapitein
Waarom dan de onverschilligheid van de West Indische Company (WIC) wanneer zoveel 'koopwaar' verloren gaat? "De kapitein heeft het goed kunnen verkopen. Hij gaf de volgens mij volstrekt absurde reden dat hij de luiken deed dichtspijkeren terwijl het schip aan het zinken was omdat hij vreesde voor een aanval op de bemanning", legt de onderzoeker uit. Saillant detail is dat de kapitein van de Leusden wel is aangesproken door de WIC voor een twijfelachtig verblijf thuis bij een ongetrouwde weduwe.

De lezing van Balai was onderdeel van de tentoonstelling Smart van een slavenschip. Scheepsramp in de Marowijne georganiseerd en opgezet door de Nederlandse Ambassade. Hoeveel het geheel heeft gekost wil de Nederlandse Ambassade niet kwijt aan de Ware Tijd. Duidelijk is wel dat het budget van 70.000 euro voor het jaar 2013 in verband met de herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij, voor een groot deel hieraan is besteed.
Balai is verrast dat de tentoonstelling die na zijn onderzoek is gekomen ook werkelijk zo groot in Suriname is opgezet. Dat toont volgens hem dat Nederland werkelijk iets goed te maken heeft met Suriname. "Ze willen de zwarte bladzijde volgens mij ook werkelijk schoonvegen." Tijdens de lezing werd ook de gepopulariseerde versie van het proefschrift van Balai ter verkoop aangeboden.


[uit de Ware Tijd, 05/11/2013]

maandag 4 november 2013

Nederland toont ‘zwarte bladzijde’ via tentoonstelling Leusden

door Audry Wajwakana

Paramaribo - Met de tentoonstelling Smart van een slavenschip. Scheepsramp in de Marowijne in het Fort Zeelandia krijgen bezoekers een beeld van het verloop op en de ondergang van het slavenschip Leusden. In de indringende expo is ook de rol van Nederland in de slavenhandel zichtbaar gemaakt. De expo werd vrijdagavond officieel door de Nederlandse Ambassade in de persoon van zaakgelastigde Ernst Noorman geopend. De Ambassade organiseerde dit geheel om wat zij noemt ‘de zwarte bladzijde van de slavernij’ ook in Suriname te tonen.

Ook Cynthia Mc Leod, die haar novelle Tutuba baseerde op het Leusden-verhaal, bezocht de expositie

 Voorafgaand aan de officiële opening bracht du uma Elly Purperhart een plengoffer bij de trap die leidt naar de tentoonstelling. Ze dankte onderzoeker Leo Balai voor het naar boven halen van het verhaal van de Leusden. Ook vroeg ze de Almachtige om bezoekers die met het slavernijverleden geconfronteerd zullen raken, te beschermen, te begeleiden en kracht te geven. De ramp met het slavenschip Leusden, waarbij 680 gevangen en geroofde Afrikanen omkwamen, heeft in de tijd toen het gebeurde nauwelijks aandacht getrokken en is ook nooit opgerakeld. Dit was het geval totdat Balai deze ramp bij toeval ontdekte en er jarenlang onderzoek naar deed. Na bijkans 270 jaar heeft hij met zijn onderzoek het gebeuren op de Leusden boven water gehaald. Het verhaal heeft zo een impact gehad dat het Scheepsvaartmuseum Amsterdam besloot in verband met de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij het verhaal middels de tentoonstelling De Zwarte Bladzijde te belichten.

 
Gevangengenomen Afrikanen werden als handelswaar gezien en hadden toen geen naam. In het geïmproviseerde ruim hangen foto's op een kaartje van hun nazaten. Een bezoeker lijkt onder de indruk van het gepresenteerde. Foto: Irvin Ngariman.
Vergeten
Leo Balai zegt in zijn toespraak niet te kunnen vermoeden dat zijn boek zo een grote impact zou hebben. "Ik hoop dat we verder komen met het onderzoek van deze toch wel verschrikkelijke geschiedenis, waarvan ik vind dat het deel moet zijn van ons collectief geheugen van zowel mensen in Nederland als in Suriname en ook in Afrika", zegt Balai. Nederlands zaakgelastigde Noorman onderstreepte de kwalijke rol van Nederland in de slavernijgeschiedenis. "We mogen niet vergeten dat onze voorouders in staat waren vrijheden van mensen af te nemen en hoe beschamend het is geweest dat slavernij goed werd gepraat", zegt hij.

Bezoeker Rita Ravenberg ervaart na de rondgang in het geïmproviseerde schip heftige emoties. "Het dringt nu pas tot me door wat onze mensen hebben beleefd. De informatie heb ik tot me genomen en ik zal familie en vrienden deze tentoonstelling aanbevelen", zegt ze bij de uitgang. Voor Pim de la Parra is de expo erg indrukwekkend en beklemmend tegelijk. Vooral het gedeelte van het ruim met nummers. "Dat gedeelte speelt nog tot de dag van vandaag. Deze expositie gaat over het verleden, maar zij is te relativeren met het heden, waar we nog steeds te maken hebben met mensenhandel. Slavernij betekent niet allen zwart wit, maar het is een menselijk verhaal." De tentoonstelling loopt tot eind januari 2014.

[uit de Ware Tijd, 04/11/2013]

dinsdag 24 september 2013

Slavernij in Afrika: overwinnaars en slachtoffers

Zondag 22 september werd de grote tentoonstelling Slavernij verbeeld in de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam afgesloten met een debat over wat er voorafging aan de Middle Passage, de overtocht van Afrikaanse mensen naar de Nieuwe Wereld: de slavernij in het continent Afrika. Hoe schrijven we die geschiedenis en welke rol speelt daar de orale geschiedschrijving in? Hoe kwamen de slavenhandelaren aan hun slaven? Hoe lang bestond er al Afrikaanse slavernij? Zijn de Afrikaanse volkeren mede schuldig aan de slavernij, of moeten we dit zien als een historisch gegeven: de Ashanti voerden oorlog en de overwonnenen werden tot slaaf gemaakt?

Marcel van Engelen, auteur van Het kasteel van Elmina, de Ghanees-Nederlandse journaliste Alberta Opoku, en historicus Leo Balai, auteur van Het slavenschip Leusden; moord aan de monding van de Marowijnerivier, debatteerden onder leiding van Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren.

Natuurlijk waren er uiteenlopende meningen, al dan niet vanuit het standpunt van de roots-zoekers/ de nakomelingen van de slachtoffers van die tijd, of vanuit een meer neutraal geschiedenis-beschrijvend standpunt, of zelfs vanuit de "overwinnaars" van toen. Emoties spelen in zo'n debat altijd een rol. Maar gedachte-uitwisselingen als deze kunnen er niet genoeg zijn.

Een foto-impressie door Bert Reinders.


Het panel, v.l.n.r. Marcel van Engelen, Alberta Opoku, Leo Balai en discussieleider Michiel van Kempen

Garrelt Verhoeven, hoofdconservator Bijzondere Collecties

De zaal was amper groot genoeg voor de grote belangstelling

Marcel van Engelen

Alberta Opoku

Een interventie van "Mister Anansi"

Edmund Neus aan het woord

Carl Haarnack werd bedankt als mede-organisator en rondleider van de tentoonstelling

Saté-time!


Napraten met Henk Dijs en Frank Consen
Leo Balai vertelt over het slavenschip Leusden

Jong en nog jonger woonden de middag bij
Een afsluiting waar de innerlijke mens zich goed bij voelde


vrijdag 20 september 2013

Aangrijpende novelle Tutuba gepresenteerd

door Stuart Rahan

De nieuwe novelle Tutuba van Cynthia McLeod is woensdag gepresenteerd in het Bijlmer Parktheater. Historicus Leo Balai, bekend van het historisch onderzoek naar het slavenschip Leusden, mocht als eerste de boeken ontvangen. Tutuba is geschreven naar aanleiding van zijn onderzoek.


Gerda Duttenhofer (r) kreeg als goede vriendin van schrijfster Cynthia McLeod enkele exemplaren van de novelle Tutuba. Foto: Peter Sanches


Bij deze gelegenheid was speciaal aanwezig de Surinaamse radiopersoonlijkheid Gerda Duttenhofer, die ook enkele exemplaren in ontvangst mocht nemen. Het boek is ook vertaald in het Engels. Op 19 november 1737 vertrok het slavenschip Leusden van Elmina, Ghana met een lading van 700 geroofde en gevangen Afrikanen, die als slaaf zouden worden verkocht in Suriname. Een van hen was het vijftienjarige meisje Tutuba.

Op 1 januari 1738, na een gunstige reis van zes weken, liep de Leusden op een zandbank in de Marowijnerivier en verging. De voltallige bemanning wist zich te redden, maar de 664 gevangenen in het ruim kwamen jammerlijk om omdat de bemanning de luiken had dicht getimmerd. Bij toeval overleven Tutuba en vijftien anderen deze vreselijke ramp. Haar verhaal en het relaas van de kapitein worden beschreven in deze aangrijpende historische novelle van Cynthia McLeod.

[uit de Ware Tijd, 19/09/2013]

door Diederik Samwel

Geen vrolijk boek

 McLeod vertelde dat ze het verhaal in drie weken tijd ‘in grote lijnen’ had geschreven tijdens een verblijf op Bonaire. Daar vergezelde ze een van haar kleinkinderen die daar haar Nederlands staatsexamen moest afleggen. Een bizarre ervaring, vond McLeod. Ze was daar omringd door 16- en 17-jarigen terwijl zij in haar hoofd bezig was met het levensverhaal van een meisje van dezelfde leeftijd dat bijna 300 jaar eerder de gruwelijkste dingen had meegemaakt.


Cynthia Mc Leod en Leo Balai. Foto: Peter Sanches

McLeod vertelde tijdens de presentatie dat ze in de loop der jaren nogal eens de kritiek had gekregen dat ze in haar bestseller Hoe duur was de suiker een te mild en te genuanceerd beeld had geschetst van het slavernijverleden. ‘Alsof het allemaal wel meeviel binnen de verhoudingen tussen blank en zwart. Mijn verhaal zou eigenlijk veel te mooi zijn. Nou, laat ik jullie dit zeggen: Tutuba is geen vrolijk boek.’

Beter geworden

Overigens schreef McLeod Tutuba tot twee keer toe. Na aankomst vanuit Bonaire op Zanderij bleek haar laptop te zijn verdwenen. Mét het manuscript. En dan kon haar kleindochter haar nog zo vaak voorhouden dat ze het document minstens elke dag naar zichzelf had moeten mailen, zo verstandig was ze dus niet geweest. ‘Ach, misschien is het wel ergens goed voor geweest en is het boek er juist beter op geworden.’ McLeod is volgende week woensdag aanwezig bij de première van de speelfilm Hoe duur was de suiker waarmee het Nederlands Filmfestival wordt geopend. Op 4 oktober presenteert ze Tutuba in Paramaribo, bij Vervuurt aan de Waterkant.

[uit Starnieuws, 19 september 2013]

woensdag 18 september 2013

Debat: de Afrikaanse rol in de geschiedenis van de slavernij


Leo Balai, Marcel van Engelen en Alberta Opoku in gesprek over slavernij

Gratis toegang tentoonstelling Slavernij Verbeeld en zondagmiddagsalon

 
Marcel van Engelen
Op zondagmiddag 22 september spreken Leo Balai, Marcel van Engelen en Alberta Opoku met elkaar over de Afrikaanse rol in de geschiedenis van de slavernij. De tentoonstelling Slavernij verbeeld is in het weekend van 21 en 22 september gratis te bezoeken.


Alberta Opoku

Marcel van Engelen is schrijver van Het Kasteel van Elmina, Alberta Opoku is journaliste en schrijfster. Leo Balai is historicus en auteur van een proefschrift over het slavenschip Leusden.  Hun gedachtewisseling over de Afrikaanse rol in de geschiedenis van de slavernij vindt plaats met als gespreksleider Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam.

Programma
•             16.00–16.10 uur: Welkom door Garrelt Verhoeven, hoofdconservator Bijzondere Collecties
•             16.10–16.45 uur: Een goed gesprek, tussen Marcel van Engelen en Alberta Opoku, gespreksleider Michiel van Kempen
•             16.45–17.15 uur: Publieksvragen
•             17.15–18.00 uur: Afsluitende borrel met Surinaamse hapjes
 
Michiel van Kempen
Tentoonstelling gratis
Deze zondagmiddagsalon markeert het einde van de tentoonstelling Slavernij verbeeld. De tentoonstelling is in het weekend van 21 en 22 september gratis toegankelijk. Openingstijden in het weekend: 13–17 uur.

Rondleidingen
Op zondag 22 september geeft Denie Kasan rondleidingen over de tentoonstelling. Ze beginnen om 14.00 en 14.45 uur. Deelname is gratis, maar aanmelding is gewenst (zie beneden).
Leo Balai



Kortingsactie
Het themanummer over slavernijgeschiedenis van tijdschrift De Boekenwereld is dit hele weekend voor een actieprijs van € 7,50 (i.p.v. € 12,50) verkrijgbaar in de museumwinkel.


Aanmelden
Aanmelding voor de zondagmiddagsalon wordt op prijs gesteld: receptie-otm@uva.nl of 020–5257300.

www.bijzonderecollecties.uva.nl


woensdag 21 augustus 2013

Tutuba – Het meisje van het slavenschip Leusden

Voor het eerst sinds in 2005 Die Revolutie niet begrepen…! verscheen is er weer een nieuw boek van Cynthia Mc Leod. Een week voor de feestelijke première van de verfilming van haar beroemdste roman Hoe duur was de suiker? – als openingsfilm va het Nederlands Film Festival – presenteert uitgeverij Conserve met trots haar historische novelle Tutuba – Het meisje van het slavenschip Leusden.

De presentatie vindt op 18 september plaats om 14.30 uur in het Bijlmer Parktheater, Anton de Komplein 240, 1102 DR Amsterdam-Zuidoost. Het eerste exemplaar van het boek zal worden uitgereikt aan dr. Leo Balai, aan wie het boek ook opgedragen is. Hij schreef een proefschrift over het slavenschip Leusden, dat strandde en zonk in de Marowijnerivier op het grensgebied tussen Suriname en Frans Guyana.
Wij hopen dat u daarbij onze gast wilt zijn en verzoeken u voor 13 september uw komst te vermelden via ons e-mailadres info@conserve.nl. Vanwege de te verwachten drukte graag ook of u alleen komt of met meerdere personen.

De flaptekst van het boek vertelt in het kort de inhoud:

Op 19 november 1737 vertrok vanuit Elmina (Ghana) het slavenschip Leusden met een lading van 700 geroofde en gevangen Afrikanen, die als slaaf zouden worden verkocht in Suriname.  Eén van hen was het vijftienjarige meisje Tutuba.
Op 1 januari 1738, na een gunstige reis van zes weken, liep de Leusden op een zandbank in de Marowijnerivier en verging. De voltallige bemanning wist zich te redden, maar de 664 gevangenen in het ruim kwamen om, omdat de bemanning de luiken had dicht getimmerd. Bij toeval overleefden Tutuba en vijftien anderen deze vreselijke ramp.
Haar verhaal en het relaas van de kapitein worden beschreven in deze aangrijpende historische novelle van Cynthia Mc Leod.

Er zijn maar liefst drie edities van het boek:


Tutuba – Het meisje van het slavenschip Leusden, 116 pagina’s
Eerste druk, gebonden met stofomslag, ISBN 978 90 5429  357 6 € 13,00
Tweede druk, paperback gebrocheerd, ISBN 978 90 5429  356 9, € 10,00

Tutuba – The Girl from the Slave Ship Leusden, 118 pagina’s,  in het Engels vertaald door Gerald Mettam, ISBN 978 90 5429 358 3, € 11,50 



Bij uitgeverij Conserve verschenen eerder vier historische romans van Cynthia Mc Leod, alsmede een studie over Elisabeth Samson; een boek over slavernij in samenwerking met Carel de Haseth en samen met Hennah Draaibaar een reisboek over Paramaribo.

Ter gelegenheid van de verfilming van haar historische roman Hoe duur was de suiker? door Jean van de Velde, die dit najaar in première gaat en gevolgd wordt door een 4-delige tv-serie bij de VARA, is  een speciale filmeditie van dit boek.verschenen.

Voor meer informatie over Tutuba.of Cynthia Mc Leod kunt u zich wenden tot uitgeverij Conserve, postbus 74, 1870 AB Schoorl, telefoon 072-509 3693, fax 072-509 4370, e-mail info@conserve.nl en website www.conserve.nl