door Willem van Lit
De laatste aflevering is een samenvattende beschouwing
van wat in dit hoofdstuk 5 is beschreven.
 |
| Foto Nicola Mercurio |
De titels van mijn hoofdstukken zijn in een aantal gevallen
spontaan ontstaan. Zoals bij dit hoofdstuk ook. Zonder nog exact te weten hoe
het verhaal zich zal ontrollen onder het voortlopen van mijn penpunt, schrijf
ik dan alvast een combinatie van woorden op en verwacht intuïtief dat ik daar
dan ook uitkom. Composities van een uitgesteld leven. Met de achterliggende
gedachte van de bijbehorende vertraging. Dat is een van de dingen die me
dikwijls is opgevallen als het gaat op de Nederlands Caribische eilanden. Het
is ook een ervaring die ik min of meer steeds zelf heb gehad en die ik niet kon
verklaren. Eigenlijk nog steeds niet kan verklaren. Dat begon in feite toen ik
in de jaren zeventig van de vorige eeuw voor de eerste keer gedurende langere
tijd op Curaçao verbleef met uitstappen naar omringende eilanden en Suriname.
Het leven dáár leek een voorlopige clausule te hebben. Het was alsof men steeds
ergens op zat te wachten; ikzelf ook. Het was het merkwaardig gevoel van
voorlopigheid: het echte leven moet nog beginnen en ik moet daarop wachten.
Voor mezelf weet ik dat aan het feit dat ik daar niet uit vrije wil naartoe was
uitgezonden en dat ik gewoon mijn tijd moest volmaken. Als ik terug in
Nederland zou zijn, dan kon ik mezelf wel herpakken. Dat gebeurde aanvankelijk
ook wel, maar na verloop van tijd groeide er een soort heimwee: ik wilde terug
en de tijd die ik weer in Nederland verbleef, begon ik langzaamaan te ervaren
als voorlopig. Ik moest hierbij soms denken aan het lied van Hildegard Knef;
zij zingt het verhaal van haar heimwee naar Berlijn, waar ze nog een koffer met
verhalen heeft achtergelaten. En ik ging terug, maar het gevoel ging niet weg.
Anderen werden dit op soortgelijke manier gewaar; dat merkte ik. Men sprak er
over op verschillende manieren. Ik begon boeken van Antilliaanse schrijvers te
lezen en ik merkte dat bij Van Leeuwen, Debrot en Marugg onder andere het thema
op diverse wijzen aan bod komen: zwerven, onrust, voorlopigheid of “bewolkt”
bestaan. In mijn eerste boek over de Caribische eilanden verwees ik naar
Marugg:
“wanneer zul je leven, als je nu niet leeft”? En ik
schreef op de flaptekst over het dilemma van een voortdurend uitgesteld leven
en de noodzaak tot het maken van een keuze.
 |
| Foto H.J. Kemperman |
Als je voortdurend op iets zit te wachten, pak je niets aan.
Je twijfelt. Je kunt niet goed plannen maken. Het is maar voor even. Je stelt
het echte leven steeds uit; dat is voor later. Bij deze instelling passen de
verhalen en ideeën over het migrantenvraagstuk, zoals dat bij verschillende
andere schrijvers naar voren komt, onder andere Ramdas, Naipaul, Rushdie en ook Van Kempen. Het idee en gevoel van ontheemding. Van Kempen voegde daar nog het idee
van de gidsfunctie van schrijvers aan toe: de constante neiging van
Antilliaanse en Surinaamse auteurs anderen, maar ook eigen mensen langs de
opmerkelijke punten van het Caribisch leven te loodsen terwijl je niet de
illusie moet koesteren te begrijpen waar het in wezen over gaat.
 |
| Anonieme foto van Facebook |
Steeds blijft die puzzel voor ogen: wat is er nu aan de hand
dat je – als je in aanraking bent geweest met het leven in de Cariben –
constant het gevoel van voorlopigheid of uitstel moet ervaren? En dat je de
ervaring van voortdurende stagnatie niet kan verklaren. Is het mogelijk daaraan
ooit te ontsnappen?
 |
| Foto Renee Middelkoop |
In dit hoofdstuk ben ik weer op zoek geweest naar een andere
invalshoek van het wezen van die stagnatie. Strijd, verzet, zuur antagonisme,
maar ook hallucinante fascinatie voor de omgeving; daar kwam ik in de vorige
hoofdstukken op uit. Dit was ook het vertrekpunt voor dit hoofdstuk. Het was
een andere zoektocht naar het wezen van die tegenstellingen die tussen en ín
mensen woedt, de strijd die te maken heeft met de angst ook nog eens overladen
te worden met het complex van schuld en schaamte. Dit zijn krachten die de
verhoudingen tussen mensen onder soms grote spanning zet. Ik zocht in dit
hoofdstuk verklaringen die gaan over de topoi van het insularisme, tribalisme,
het kritisch dualisme, het nationalisme, het utopische verlangen en de
krachtmeting van twee psychologische componenten die werkzaam zijn op het vlak
van de maatschappelijke huishouding: hebzucht en arrogantie tegenover afgunst
en woede.
 |
| Nicolaas Porter, Fa fa fa |
De angst voor het maken van keuzes blijkt voor een deel
zeker samen te hangen met de voortdurende strijd tussen de krachten vóór een
open samenleving en degenen die geloof hebben in en hopen op de beslotenheid
van sociale structuren en culturen. Dergelijke strijd die veel aandacht,
middelen, menskracht en mentale inspanning blijkt te vergen, komt ook voort uit
de dynamiek van schuld en schaamte. Hierdoor blijft de maatschappelijke
ontwikkeling achter. De stagnatie en het voortdurende uitstel van leven zitten
dus voor een gedeelte opgesloten in deze strijd. De tegenstellingen die hier
uit voortkomen, zijn niet typisch voor het Caribische gebied. Dat komt in meer
of mindere mate op veel plaatsen ter wereld voor. In het Caribische gebied
komen er nog wel een aantal specifieke elementen bij, die dit verschijnsel
verbijzonderen en krachtige maken qua werking: het insularisme, de thymotische
verwijzing naar slavernij en kolonialisme en de daaruit voortvloeiende krachten
van schuld en schaamte.
 |
| Nicolaas Porter - Marktman |
Uitgangspunt van denken in dit hoofdstuk is de tegenstelling
tussen de collectivistische en de open samenleving, zoals door Popper is
ontleed. Zonder een open samenleving is behoorlijk bestuur (good governance)
niet mogelijk; dit was een van de vertrekpunten in dit hoofdstuk. Popper zegt
dat het verzet tegen de open samenleving het gevolg is van de onbehaaglijke
druk van de voortgaande beschaving. De open samenleving dwingt mensen hun eigen
vrijheid met bijbehorend verantwoordelijkheidsbesef te aanvaarden door de
veranderingen die hierbij onvermijdelijk optreden in zichzelf te verwerken. Je
moet daarbij steeds kritisch blijven ten opzichte van andere ideeën en
opvattingen en deze blijven confronteren met je eigen keuzes. Je kunt je
hierbij nooit beroepen op de onwrikbare positie van afkomst, aard, cultuur, God
of geschiedenis. Aanvaarding van continue dynamiek en kritisch verantwoordelijk
blijven voor de keuzes die je zélf maakt, wil zeggen dat je je bewust bent van
het feit dat je wel gevormd bent door je geschiedenis, maar niet erdoor bent gedetermineerd
of bepaald. Je moet je werkelijkheid in samenhang met anderen zélf ontwerpen en
verwezenlijken. Het verleden is nooit bepalend voor de toekomst. In deze
dynamiek schuilt de aard van de tegenstellingen: het kritisch dualisme óf de
nostalgie en hang naar een geïdealiseerd verleden dat men als fatum willoos aan
zich verbindt.
 |
| Aruba. Foto Joe Fortin |
Het nationalisme is een vorm van het tribalisme, de
collectivistische hang naar een geïdealiseerd verleden, heroïek en
patriottisme. Dit heeft in Europa diepe sporen van grove ellende nagelaten, de
motor van de geschiedenis zoals sommigen propageren. Hierbij bedacht Karl Marx
de variant van de klassenstrijd, die in de uitwerking ervan op hetzelfde
neerkomt. Nationalisme kan utopische dimensies aannemen met neiging tot isolatie,
het onwerkelijke streven naar zuiverheid (purificatie) van geest en cultuur,
een gesloten orde van samen leven, dat totalitair van aard kan zijn met een
collectief ethisch kader en het ideaal van onbeweeglijkheid van cultuur,
waarbij sterke nadruk wordt gelegd op opvoeding en vorming. Er is geen ruimte
voor individuele ontplooiing. Een dergelijke opstelling leidt tot een
instabiele relatie met de omgeving (met andere buur-samenlevingen). Daarnaast
kan het leiden tot interne polarisatie van verhoudingen: ressentimenten van een
traumatisch verleden moet anders denken uitschakelen.
 |
| Îles du salut, Frans Guyana |
Het insularisme versterkt deze dynamiek naar binnen alleen
nog maar en het kan leiden tot grote instabiliteit, waarbij vooral eilanden en
eilandengroepen extra kwetsbaar zijn voor een dergelijk drang tot
collectivisme. In het Caribische gebied wordt onder verwijzing naar het
koloniaal knechtschap en het slavernijtrauma deze drang toegespitst op de
Afrikaanse erfenis. Een voorbeeld van deze tribale drang liet ik zien in het
verhaal over de tambú, de thesis van Girigori. Hij schetst een kennelijk
geïdealiseerde vorm van samenleven die hij – gebaseerd op een Afrikaans
verleden – de tambú noemt. Hij schetst exact het adagium van de utopie (Van
Obbergen): “het heden gaat zwanger van de toekomst, niettemin blijft de
reis in de toekomst een projectie van de tradities uit het verleden”. Verzetscultuur,
militante purificatie en een onbeweeglijke samenleving; dat zouden de elementen
zijn van de door Girigori genoemde ideaalsituatie.
 |
| Foto Charl Danoe |
Bij de voortgaande stagnatie van ontwikkeling zoekt men
dikwijls juist de tegenstellingen op: juist de drang tot het zich terugtrekken
in een gesloten samenleving komt dan naar voren; men wil zich afsluiten van
allerlei externe invloeden en men gaat de dialoog uit de weg. We kunnen in de
Caribische situatie de focus richten op de restanten van de Afrikaanse erfenis,
niet zozeer op de culturele overlevering maar op de effecten van die restanten
op de psychosociale en sociaaleconomische verhoudingen. Het is de manier waarop
mensen hun dagelijkse relaties vormgeven en beleven. De Afrikaanse erfenis is
te vinden in opvattingen, ervaringen, stemmingen, verhalen, methoden van samen
leven en de beleving van relaties in de maatschappelijke huishouding. Buiten de
opvallende (cultuur)elementen van onder andere voedselbereiding, dans en
muziek, een soms onverwoestbaar bruisend optimisme, zijn er ook sporen die
minder opvallend zijn. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over familie- en
gezinsverbanden, waarbij het matrifocale element naar voren komt. Een
dergelijke gerichtheid op de moeder steunt van oorsprong op traditioneel grote
familie- of clanverbanden. Deze gerichtheid is in zijn varianten nog steeds te
vinden zijn in de Caribische omgeving. David Signer beschrijft dit ook als deel
van het door hem zo genoemde Afrikaans hyperhumanisme. Dat is een
overweldigende en soms verstikkende gerichtheid op elkaar. Hyperhumanisme heeft
te maken met de niet de onderdrukken drang de persoonlijke relaties op te
zoeken. Men ‘claimt’ elkaar en daaraan ontkom je niet. Signer zegt dat bij deze
gerichtheid vooral afgunst en woede de leidende krachten zijn: je zult in
maatschappelijk opzicht nooit iets bereiken. Steeds staat je (immens grote)
familie achter je en je broers, zussen, vader, neven en nichten spreken je
voortdurend aan op het onvoorwaardelijke gebod álles te delen met wat je
verdient. Doe je het niet, dan word je behekst of vervloekt. Hierdoor is het
onmogelijk te sparen (kapitaal te accumuleren) en treedt er op maatschappelijk
niveau constant stagnatie op. Dergelijke mechanismen zijn collectivistisch van
oorsprong en aard. In de Caribische situatie zijn hiervan sporen terug te
vinden bij onder andere de volgende fenomenen:
 |
| Batik van Grenada |
- een zeer
sterk mensgericht leiderschap (zogenaamde peoplemanagers);
- het
constant doorbreken van formele structuren en het omzeilen van wet- en
regelgeving;
-
cliëntalisme en patronage in de politiek en het bestuur;
- het idee
dat werken je niets brengt;
-
‘bricolage’ bij politiek en bestuur;
- de neiging
het kwaad of onheil dat je treft, altijd aan iets of iemand buiten jezelf toe
te schrijven;
- traineren
van bestuurlijke besluitvorming om conflicten te vermijden (zoals bij het pokopokobeginsel);
-
persoonlijke begunstiging;
- het feit
dat in veel gevallen de persoonlijke relatie vóór de zaak of inhoud gaat;
-
bestendiging van koloniale verhoudingen door het mechanisme van de
afhankelijkheid van de gunst (als gift);
- een sterk
appél jezelf niet te onttrekken aan de stam of clan door onder andere het
oproepen van het ‘makamba-pretoe’-gevoel.
 |
| Jean Louis Gerôme, Slavenverkoop, 1884. Hermitage |
Bij dergelijke verschijnselen verwijst men dikwijls als in
een reflex naar kolonialisme en de slavernijperiode, maar er zitten zeker ook
andere invloeden in: het insularisme (met nationalistische trekken) en de
Afrikaanse erfenis.
Als deze patronen in de leefwijze en de huishouding worden
gestuurd door de mentale krachten van nijd en woede, dan staat hiertegenover
het complex dat onderliggend gereguleerd is door arrogantie (hoogmoed) en
hebzucht. Deze laatste krachten zijn de motor voor de werking van (dominante)
westerse sociaaleconomische structuren en cultuur. Dit westerse element is
eveneens expliciet aanwezig in de Caribische realiteit. Deze krachten zijn
verantwoordelijk voor een grote expansie met een enorme accumulatie van
kapitaal. Dit stelsel lijkt in de huidige sociaaleconomische crisis het ultieme
universeel egoïsme en zelfoverschatting te hebben verwezenlijkt: het
neoliberalistische deficit. Het was ook dit mechanisme dat in zijn
vroegkapitalistische vorm het delirium van verovering en mensenhandel
ontwikkelde. In de huidige tijd komt die hooghartigheid terug in impliciete
opvattingen van het sociaaldarwinistische type dat in zijn naakte vorm tot
extreme vernedering en beschaming heeft geleid (en dat nog steeds doet in de
neoliberalistische wezensvatting).
In het Caribische gebied staan beide complexen tegenover
elkaar: enerzijds dat van de hebzucht en arrogantie (ik noemde ze naar twee van
de zeven hoofdzonden avaricia en superbia) en anderzijds het complex van
afgunst en woede (invidia en ira) die het hyperhumanisme vertolken. Deze
voortdurende krachtmeting, die eigenlijk alleen maar impliciet wordt gevoerd,
is een andere dimensie van de pathetische omhelzing, de bestendiging van de
stagnatie.
 |
| Helmut Newton - A scene from Pina Bausch' ballet, 1983. |