Posts tonen met het label Bouterse Desi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bouterse Desi. Alle posts tonen

woensdag 9 april 2014

'Geen Amsterdamse fietsen naar Suriname vanwege Bouterse'


Paramaribo - De gemeente Amsterdam stuurt geen tweewielers meer naar Suriname wegens het regime van Desiré Bouterse. Dit meldt het Nederlandse medium 'Metro' maandag. De gemeente Amsterdam stuurt jaarlijks ruim 1500 fietsen uit het Fietsdepot naar het buitenland en één land staat sinds een aantal jaren op een zwarte lijst door toedoen van het regime. Sinds Bouterse aan ...

de macht is in Suriname gaan er namelijk geen tweewielers meer die kant op. "Het Fietsdepot krijgt veel aanvragen van stichtingen en projecten in het buitenland die fietsen naar het buitenland willen brengen", zegt manager Pieter Berkhout van het Fietsdepot.

"Voor zover mij bekend, worden er alleen naar Suriname geen fietsen opgestuurd." De gemeente stuurt binnenkort wel een partij van 400 fietsen naar Jordanië. Deze tweewielers zijn weggeknipt in de stad en niet opgehaald door de eigenaren. "Steeds meer Amsterdammers weten ons de afgelopen jaren overigens wel te vinden. Het aantal fietsers dat naar het Fietsdepot in het Westelijk Havengebied kwam om zijn eigendom op te halen, steeg van 20 naar 50 procent", stelt Berkhout.

Fietsen op een korjaal op de Surinamerivier.
Fotyo © www.reisverslagen.net


"Dat is sterk afhankelijk van waar ze worden weggeknipt. Als je na het boodschappen doen opeens geen fiets meer hebt, ben je sneller geneigd om die op te halen dan wanneer die ongebruikt voor de deur stond." De gemeente Amsterdam heeft overigens eind 2010 de beslissing genomen om geen nieuwe samenwerkingsprojecten meer met Suriname uit te voeren. Aanleiding was de beëdiging van Desiré Bouterse als president.

Ook werd besloten dat Amsterdamse bestuurders of hoge ambtenaren geen werkbezoeken meer aan Suriname zouden afleggen. Omgekeerd gold dat eveneens voor Surinaamse bestuurders en ambtenaren. De gemeente Amsterdam liet toen voorts weten dat een dertigtal hulpprojecten in Suriname onder de loep werd genomen naar aanleiding van de beëdiging van Bouterse. Amsterdam zou wel blijven doorgaan met een beperkt aantal projecten, waarbij humanitaire aspecten of de volksgezondheid een belangrijke rol spelen.


[van nospang.com, 9 april 2014]

donderdag 13 maart 2014

Gevoelige kwesties

Sandew Hira
door Sandew Hira

De afgelopen twee weken in Suriname waren voor mij de meest inspirerende van de afgelopen jaren. Ik ben in een korte tijd veel ervaringen rijker geworden.
Op uitnodiging van Prof. Dr. Henri Ori geef ik colleges op de Anton de Kom Universiteit aan de studierichting Master in Education for Research and Sustainable Development in het vak Ontwikkelingstheorieën. In Europa en Amerika gaat de discussie over duurzame ontwikkeling veelal over de relatie tussen milieu en economie. Ik breng in de colleges de dimensie in van stabiliteit van sociaal-economische verhoudingen in landen die gekoloniseerd zijn geweest. Meer dan milieu zijn politieke, sociale, economische en etnische spanningen een bedreiging voor de duurzaamheid van een samenleving.
Henry Ori

Ik deed een oefening met de studenten met als doel om hun empathie, het vermogen om je in te leven in de gevoelens van een ander, te vergroten. De studenten moesten per etnische groep aangeven welke uitspraken als beledigend worden ervaren door die groep. Er was een discussie of Marrons een apart etnische groep zijn dan ‘Creolen’, want beide zijn Afro-Surinamers, mensen met een basis in Afrika.
Het gaat niet om het benoemen van vooroordelen. Dat klinkt neutraal. Het gaat om het benoemen van beledigingen. Je moet je realiseren dat het beledigend is om negatieve eigenschappen van een individu toe te kennen aan een groep en waarom mensen uit die groep het als een belediging ervaren.

Sheriva Truideman

De studentenpopulatie is behoorlijk gemengd. Er kunnen verschillende dingen gebeuren tijdens deze oefening. Niemand durft beledigingen te noemen uit vrees dat de ander zou kunnen denken dat je je eigen opvattingen daarmee verraadt. Sommigen formuleren de beledigingen met aarzelingen en omslachtige formuleringen, waardoor je niet to the point komt met als gevolg dat het wantrouwen tegen je eerder versterkt dan verzwakt wordt. Om een belediging te formuleren in de context van een oefening moet de moderator eerst een veilige en oprechte omgeving creëren die duidelijk maakt dat het doel is om de empathie te vergroten. En ze kwamen los: Chinezen zijn vies; Hindostanen zijn gierig, Creolen zijn lui, Marrons zijn achterlijk, Javanen zijn corrupt, Inheemsen zijn dom, witte mensen stinken.
We hebben lijstjes gemaakt per etnische groep. We hebben gebrainstormd over de vraag wat iemand uit een etnische groep als een compliment zou ervaren. We hebben gediscussieerd over theoretische vraagstukken over wat de essentie is van etnische identiteit.
Albert Roessingh - Javaans paar

En ik werd met de minuut optimistischer over de toekomst van Suriname. Het is mogelijk om gevoelige kwesties op een ontspannen en eerlijke manier onder ogen te zien. Je moet een open houding hebben om te willen luisteren naar de ander. Je komt dan te weten wat je niet weet.

Vorige week donderdag zat ik een bijeenkomst voor met de jurist Patricia Meulenhof en Robert Connell die onderzoek doet naar grondrechten van Marrons in Jamaica en Suriname. Ik had eerder in een column het vraagstuk aangekaart in hoeverre sinds de vredesverdragen de Marrongemeenschappen een staat zijn binnen een staat zijn en of er sprake is van een vraagstuk over soevereiniteit. Ik had niet door dat ik met de introductie van het begrip ‘soevereiniteit’ een heel gevoelige snaar had geraakt in de Surinaamse samenleving. Ik kwam er gauw genoeg achter. De zaal kwam los. “Wat is het doel van die vergelijking? Is het om marrons in een kwaad daglicht te stellen?”
Ik was verbaasd. Ik dacht dat ik een intellectuele discussie had aangekaart, maar er leeft een sentiment dat ik niet kende, namelijk dat Marrons veeleisend zijn en onterecht rechten claimen die anderen niet hebben. Mijn analyse had dat sentiment versterkt, zo bleek mij tijdens de discussie.
Patricia Meulenhof
De opmerkelijke en optimistische kant van de discussie is dat verschillende sprekers zich nadrukkelijk keerden tegen het concept van soevereiniteit. Later vroeg ik Patricia Meulenhof: “Wat willen de marrons nou precies?” Zij legde me uit dat de marrons net als in Guyana en andere landen willen dat de positie van tribale gemeenschappen in de wet wordt vastgelegd. Is dat onredelijk? Het lijkt mij niet.

Mijn optimisme werd versterkt door de reactie in de samenleving op oproepen van o.a. Brunswijk om alle marronpartijen te bundelen in een grote eenheid. Niemand maakte de marrons uit voor racisten. Als Santokhi een oproep zou doen aan alle Hindostaanse partijen om zich te bundelen in één grote Hindostaanse partij, zou hij onmiddellijk voor racist worden uitgemaakt. Hoe verklaar je dat verschil? Het laat zien dat er in de Surinaamse gemeenschap het idee leeft dat sommige etnische groepen achtergesteld zijn en het legitiem is om hun emancipatie te bevorderen door zich samen te bundelen. Marrons worden beschouwd als een achtergestelde groep en Hindostanen niet. Een oproep tot bundeling van Hindostaanse partijen zou niet gezien wordt als een poging om een einde te maken aan achterstelling, maar een poging om een begin te maken met etnische dominantie.

Foto Raw Fotografie
Een geweldige ervaring had ik bij de cursus Herschrijving van de Surinaamse gschiedenis die ik samen met Prof. Dr. Stephen Small verzorgde, Ik deed de eerste week en Stephen de tweede. De cursus werd georganiseerd door het Nationaal Archief Suriname (NAS). Soewarto Moestadja, minister van Binnenlandse Zaken en verantwoordelijk voor het archief, had zich persoonlijk gecommitteerd aan dit traject. Hij opende de cursus en plaatste het in het kader van het regeringsbeleid om de geschiedenis te herschrijven vanuit een gedekoloniseerd perspectief. Toen Stephen Small arriveerde heb ik met hem en Rita Tjien Fooh, directeur van het NAS, een ontmoeting op het ministerie gehad om de follow-up te bespreken. De follow-up bestaat uit vijf onderdelen: het opzetten van een nieuwsbrief voor de community van mensen die geïnteresseerd zijn in de herschrijving van de Surinaamse geschiedenis, het opzetten van een onderzoeksprogramma om wetenschappelijk onderzoek te bevorderen, het uitgeven van een serie bronnenpublicaties door het NAS om originele bronnen te ontsluiten, het publiceren van een boek op 8 maart 2015 over de positie van vrouwen in de Surinaamse geschiedenis en een follow-up cursus in 2015 waarin de geschiedenis van Suriname wordt vergeleken met de geschiedenis van andere landen.

Op de laatste dag van mijn cursusonderdeel kaartte ik een gevoelige discussie aan: hoe behandelen we 8 december in de Surinaamse geschiedschrijving? Er waren ongeveer 40 cursisten aanwezig met uiteenlopende opvattingen over 8 december. Hoe bespreek je in zo’n gezelschap deze super sensitieve kwestie? Rita Tjien Fooh had publiekelijk in de Ware Tijd aangekondigd dat gevoelige onderwerpen niet van de historische agenda moeten worden gehaald. Er zijn verschillende perspectieven die met elkaar in dialoog moeten gaan: “Maar we moeten eruit komen.”
Bij de bespreking had ik het volgende gesteld. Niemand mag een ander onderbreken. Je moet je eigen mening geven en hoef[t] niet in discussie te gaan. Dit is een begin, niet het einde van het traject over 8 december en geschiedschrijving.
Er was een ingetogen sfeer waarin de emoties als zware wolken boven het gezelschap hingen. Eén persoon plaatste 8 december direct in een groter kader: hoe zit het met Moiwana? Waarom alleen 8 december?
Een ander gaf aan hoe zwaar het op haar maag lag: “Ik was lid van de volksmilitie. Ik wil er voorlopig niet over praten.”
En zo waren er verschillende bijdragen vanuit verschillende invalshoeken. Diep in mij woedden verschillende emoties, maar er was één van vreugde. We zijn in staat om toch een tipje te lichten van de sluier op een taboe waarover we niet graag praten. Het was een klein onderdeel van de cursus, maar niet onbelangrijk.
Het Moiwana monument

Deze exercitie heeft me gesterkt in de overtuiging dat er een maatschappelijke oplossing moet komen voor 8 december en Moiwana. De spanning die op dit onderwerp ligt, kan vroeg of laat de stabiliteit van de samenleving bedreiging. Stel je voor dat bij de nieuwe verkiezingen Santokhi wint. Stel dat het 8 Decemberstrafproces leidt tot de uitspraak dat Bouterse schuldig is. Wat gaat Santokhi doen? Hij heeft twee opties.
De eerste is om de uitspraak te respecteren en Bouterse te laten arresteren. Wat gebeurt er dan? Wie dit soort sociale processen analyseert, weet dat het zal leiden tot een geweldsexplosie. Het vragen van buitenlandse hulp bij de arrestatie zal het probleem van geweld alleen maar verergeren.
De tweede optie is verraad te plegen aan iedereen die pleitte voor het proces. En dat verraad houdt in dat Santokhi zelf amnestie geeft om een geweldsexplosie te voorkomen.
Meer opties heeft hij niet. En beide opties zijn loose-loose-opties.

Zelfs als Bouterse morgen aan een hartaanval sterft, zal de spanning van 8 december en Moiwana niet verdwijnen uit de samenleving omdat er dan een erfenis is waarmee gedeald moet worden.
De amnestiewet van de regering is ook geen oplossing. De dader die zichzelf amnestie geeft heeft daarmee iedere morele basis verloren om die amnestie legitimeren. Je kunt jezelf niet vergeven voor een misdaad. Iemand anders moet je vergeven, als vergeving in plaats van waarheidsvinding aan de orde is.

Mijn conclusie is dat in de afgelopen 32 jaar de politiek geen oplossing heeft weten te brengen in dit probleem. Die oplossing moet van het volk komen. Ik pleit voor een oplossing gebaseerd op drie punten:
1. Intrekking van de amnestiewet.
2. Stopzetting van het 8 decemberproces.
3. Instelling van een waarheidscommissie van onderaf met de bevoegdheid om amnestie te verlenen.

Die punten roepen tal van vragen op, die we in de komende tijd ook moeten bespreken. Maar de kern van deze oplossing is dat we kiezen voor een bepaalde vorm van gerechtigheid. Gerechtigheid heeft twee dimensies: straf en waarheidsvinding. Soms kan waarheidsvinding louterend werken en straf overbodig maken.
Het doel van deze oplossing is dat in de samenleving een atmosfeer ontstaat waarbij grote delen van de bevolking erkent dat we 8 december en Moiwana niet afgesloten hebben, maar een afsluiting absoluut noodzakelijk is. De afsluiting houdt in dat mensen van verschillende kampen elkaar recht in de ogen kunnen kijken en tegen elkaar kunnen zeggen: we hebben het probleem samen opgelost via het mechanisme van waarheidsvinding. Het gaat niet om verzoening. Het gaat er niet om dat iemand spijt en berouw toont. Het gaat er om dat de waarheid boven tafel komt, met alle complicaties die horen bij waarheidsvinding. Maar aan het eind kunnen we tegen elkaar zeggen: we hebben het afgesloten en gaan samen verder. We hebben het mechanisme van geweldloosheid toegepast om een oplossing te bereiken.

Ik pleit al lang voor deze oplossing, maar het heeft tot nu toe geen maatschappelijke weerklank gevonden. De sessie met de cursisten van NAS hebben [heeft] me gesterkt in de overtuiging dat we een open houding moeten ontwikkelen over de kwestie.
Melvin Linscheer

Toeval bestaat niet. Kort na mijn aankomst in Suriname had ik een gesprek met een goede vriend van me. Na onze warme ontmoeting zei hij dat hij een boodschap voor me had van Melvin Linscheer, directeur Nationale Veiligheid. Linscheer wil een gesprek met me. Hij kent Linscheer heel goed.
Ik was stomverbaasd. Linscheer? Dat is toch de beul van het binnenland, de rechterhand van Bouterse. “No way”, antwoordde ik geschokt. Ik heb gezworen om me nooit in de positie te plaatsen dat ik in de nabijheid van Bouterse zou komen. Met Linscheer lijkt het alsof ik direct met Bouterse praat.
Ik heb veel respect voor mijn vriend. We delen gemeenschappelijke ervaringen en gaan lang met elkaar terug in de tijd. Hij legde me omstandig uit hoe zijn contact met Linscheer zich heeft ontwikkeld. De beeldvorming rond Linscheer is in zijn ervaring onjuist.
Wat is mijn beeld van Linscheer? Ik weet niet eens hoe de man eruit ziet. Ik had het idee van een sinister en duister type uit de onderwereld van veiligheidsdiensten, CIA, geweld en zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Later zou ik hem googelen en zag foto’s van hoe hij eruit zag.
Mijn vriend en ik spraken heel lang over zijn ervaringen met Linscheer. Zijn boodschap was: Linscheer zoekt naar oplossingen voor 8 december (Moiwana was niet in zijn verhaal opgenomen, zoals ik het heb leren opnemen door de bijdrage van een cursist).
“Wat verlies je om met hem te praten?”, zei mijn vriend. “Misschien moet je een open houding ontwikkelen in deze kwestie.”
Ik liet me overtuigen. Tegen het advies van mijn vrouw in en met veel tegenzin ging ik naar een ontmoetingsplaats die mijn vriend had georganiseerd. Ik kwam eerst aan. Ik was in een lege kamer met een bureau en twee stoelen naast het bureau. Linscheer kwam later binnen.

Bij de voorbereiding denk je veel na over hoe je het gesprek in wilt gaan en hoe je eruit wilt komen. Wat wil de man van mij? Ik ben een eenvoudige columnist bij een veelgelezen medium dat vecht om het hoofd boven water te houden. Ik heb geen macht, geen organisatie. Ik kan niemand opdragen om iets te doen. Ik heb alleen de kracht van het idee, zoals het idee van Decolonizing the Mind of het idee van een morele oplossing voor 8 december en Moiwana. Ik weet dat als een gedachte eenmaal maatschappelijk worteling vindt het transformeert van een idee naar een sociale kracht.
Hij kan met mij ook niet over iets onderhandelen. Ik wil geen geld, dus heeft het geen zin om me geld aan te bieden. Ik wil geen positie, dus kom daar niet mee. Wat valt er dan verder te bespreken?

Linscheer kwam binnen met een uitstraling van een intellectueel in plaats van een CIA-baas. Na plichtplegingen van beschaving en wat omcirkelende small talk begon hij met een analyse over zijn zorgen m.b.t. de langetermijnveiligheid van Suriname en de noodzaak van een structurele en fundamentele oplossing van de kwestie van 8 december (en Moiwana voor mij).
Hij zag de noodzaak in, kende mijn voorstellen uit mijn columns – hij leest al mijn columns - en stelde voor om een vertrouwensrelatie met elkaar te ontwikkelen om een oplossing te vinden. Ik luisterde, onderbrak hem af en toe met wat vragen en probeerde in te schatten: wie heb ik voor me en waarom zou ik hem vertrouwen?
Hij had één voordeel die mijn mind niet liet dichtklappen. Hij analyseerde als een intellectueel en stelde zich open voor discussie. Hij vroeg naar mijn mening en wilde niets van me hebben. Er was geen onderhandeling ergens over. Het was een gesprek over analyses.
We spraken bijna anderhalf uur over de spanningen in de Surinaamse samenleving en onze visies over hoe die op te lossen. We spraken lang over mijn oplossing en de praktische problemen hieromtrent. Hij stelde voor om onze gesprekken in de komende maanden te continueren en te proberen oplossingen te formuleren.
Ik stelde het volgende voor. Mijn oplossing is helder en duidelijk. De vraag aan jou is: wil je de mogelijkheden onderzoeken om een maatschappelijk draagvlak te scheppen voor deze oplossing? Dan hebben we iets om over te praten in de komende maanden. In dat proces kunnen wij dan een vertrouwensband opbouwen om die oplossingen te realiseren.
Hij antwoordde bevestigend. Hij wil de mogelijkheden onderzoeken.
Ik zei dat ik niets en niemand vertegenwoordig en alleen de kracht heb van ideeën. Ik zie dus geen geheim onderhandelingstraject, maar een publieke discussie. Ik stelde voor om ons gesprek in de openbaarheid te brengen via een column, die ik nota bene niet eens vooraf aan hem zal voorleggen hoewel hij daar recht op heeft, gegeven het feit dat het ook een verslag van zijn bijdrage aan het gesprek is. Hij had er geen probleem mee.
We wisselden onze gegevens uit en namen afscheid.

Hoe moet het nu verder?
Ik wil een maatschappelijke discussie die moet leiden tot een situatie waarin we 8 december en Moiwana een respectvolle plek geven in het leven en het geheugen van ons volk en het tijdperk van taboe en spanning kunnen afsluiten. Ik wil een maatschappelijke discussie over de drie punten. In beide kampen zullen er tegenstanders zijn, maar ik hoop dat voorstanders in beide kampen voor de drie punten oplossing zich in de komende maanden gaan buigen over dit idee.
Ik weet niet waar dit naartoe zal leiden. Misschien kost het Linscheer zijn kop als directeur Nationale Veiligheid omdat hij een oplossingsmodel overweegt dat zijn baas niet ziet zitten. Misschien krijg ik weer bedreigingen van mensen om mij een kopje kleiner te maken. Ik heb lang geleden al een besluit genomen over de vraag hoe om te gaan met angst voor de dood: liever staande te sterven dan knielend te leven.

Ik weet dat mijn ouders zich tegen mijn handelingen zouden keren, omdat hun verdriet een onmetelijke omvang had bereikt. Dat verdriet en die wetenschap draag ik met me mee.
Ik put kracht uit de Bhagvad Gita waar Arjuna in gesprek met Heer Krishna het dilemma tussen persoonlijke wensen en sociale verantwoordelijkheid trotseerde met de gedachte dat persoonlijke gevoelens ondergeschikt moeten worden gemaakt aan sociale plichten.
Ik put kracht uit de uitspraak van Mahatma Gandhi over oog-om-oog, tand-om-tand: een eye for an eye makes everyone blind.

Deze hele week ben ik bij mijn vrienden van Fundashon Museo Tula op Curaçao voor een traject van Decolonizing the Mind. Ik heb besloten om het contact met Linscheer voorlopig voor te zetten tegen alle emoties in mijn lichaam in die hiertegen pleiten.

[van Starnieuws, 10 maart 2014]

vrijdag 28 februari 2014

Commissie belicht oorzaken en gevolgen revolutie 1980

Studenten en jonge academici krijgen de kans om meer te weten over de zienswijzen over de revolutie van 25 februari 1980. De gevolgen die de revolutie heeft gehad en nog zal hebben voor de ontwikkelingen in Suriname komen aan bod tijdens het seminar over de oorzaken en gevolgen van de Revolutie 1980. 

De nationale commissie herdenking 25 februari 1980 heeft deze activiteit georganiseerd in verband met de 34ste jaardag van de revolutie. De voorzitter van de commissie die op 7 februari 2011 is ingesteld is Radjen Ramdien. De andere commissieleden zijn Glenn Dest, Borger Breeveld, Caroline Heilbron, Paul Lank en Geo Norden. De commissie heeft als primaire taak activiteiten te organiseren in het kader van de herdenking van 25 februari 1980.

Vijftien militairen onder leiding van sergeant Desiré Delano Bouterse hebben op 25 februari 1980 een omwenteling in ’s landsbestuur bewerkstelligd, waardoor de toenmalige regering buiten functie werd gesteld, zegt de commissie. “Net als in andere landen waar een revolutie heeft plaatsgevonden, zijn de meningen over deze revolutie ook in ons land nog verdeeld.” Volgens de commissie zien sommigen het als een mijlpaal en “een moment waarop Suriname zeggenschap kreeg over zichzelf.” Terwijl anderen het typeren als een moment van anarchie, zegt de commissie, “zijn beide partijen het erover eens dat deze dag een belangrijk keerpunt is in de jonge geschiedenis van Suriname.”

Tijdens het seminar dat morgen in de University Guesthouse wordt gehouden, zal Borger Breeveld praten over ‘Mediaverslaggeving ten tijde van de revolutie’ terwijl August Boldewijn het zal hebben over ‘Gebeurtenissen die hebben geleid tot de staatsgreep van 1980.’ Andere sprekers zijn Maya Manohar, Jules Wijdenbosch, Harvey Naarendorp en Amzad Abdoel.

[van Starnieuws, 27 februari 2014]


woensdag 26 februari 2014

Murder and Mayhem in Suriname



How a president's son tried to help Hezbollah attack the United States

by William Rosenau
  
Dino Bouterse thought he'd struck the deal of a lifetime. It was July 31, 2013, and the head of Suriname's counterterrorism force -- who also happened to be the president's son -- had been carefully cultivating what he hoped would become a lucrative relationship with a pair of Mexican drug smugglers. They had already piloted a "line" for shipping cocaine from Suriname, through Trinidad and Tobago, and on to Fort Lauderdale, Fla., but the Mexicans had in mind a vastly more profitable side venture: building a Hezbollah base in Suriname and arming the Lebanese militant organization against the Americans.


[Lees hier verder in FP Magazine, February 24, 2014]

dinsdag 25 februari 2014

Revo weekend en kranslegging

door Marcel Accord

Drie activiteiten die op weg naar 25 februari de aandacht trokken waren een Culturele manifestatie in Sana Budaya op vrijdag 21, een Revo prisiri kon makandra op Tammenga op zaterdag 22 februari en op zondag 23 februari een voertbal en slagbal knock out te Hannaslust. Op Tammenga sprak President Bouterse de buurtbewoners toe en te Sana Budaya sprak Minister Lackin de Cubaanse delegatie ter wier ere de avond in elkaar was gezet en de vele Hollandse stagaires en Surinamers, toe. In de nacht van maandag op dinsdag 25 februari vindt de gebruikelijke kranslegging op het Revo plein plaats.


Desi Bouterse (op een dubbele stoel) en Ingrid Waaldijk (enkele stoel)

Djaran kepang, Javaanse paardendans

Opvoering in Sana Budaya


Bouterse bij het Monument voor de Revolutie


Foto's: Marcel Accord/Facebook

zondag 9 februari 2014

Het kleine meisje in ‘Rubia’ zoekt liefde

Diana Gangaram Panday vertolkte 'Rubia' in Wan Pipel (1976). Foto © Jason Leysner 

Paramaribo - Diana Gangaram Panday (66), die de hoofdrol Rubia vertolkte in de film Wan Pipel, is na lang weer in Suriname. Mens & Maatschappij ging bij haar op audiëntie. Het werd open en openhartig gesprek over een ‘verbrijzelde ziel’. De klappen vielen sinds haar prille jeugd. “Toen al was ik Wan Pipel.”

"In de ogen ziet men de ziel", zegt Gangaram Panday. Op de vraag of ze iets erover kan zeggen, antwoordt ze: "Nou, ik weet niet of ik nog wel eentje heb. Mijn ziel is zo vaak verbrijzeld dat je zelf eraan gaat twijfelen. Als ik 's morgens mijn Bijbel lees, zeg ik huilend met pijnen: 'Heer, mijn ziel vindt geen rust, mijn ziel dwaalt nog. Nog steeds knijpt het, het doet pijn.'"
Diana Gangaram Panday als Rubia in Wan Pipel (1976)

Over haar bezoek aan president Bouterse zegt zij onder meer: "Nu er eindelijk een president is die echt iets voor me wil doen, wordt er gezegd dat hij me wil misbruiken. Hij wil mij huis en haard en een scootmobiel geven."

Maar nog belangrijker vindt zij vergiffenis en liefde van haar familie. "De hele wereld komt langs, maar wat heb ik eraan als mijn moeder niet komt; dan kan ik net zo goed stikken. Dat kleine meisje in mij huilt en wil stoppen met huilen."

[uit de Ware Tijd, 08/02/2014]


maandag 3 februari 2014

Reconstructie: Hoe Nederland een aanval op Suriname overwoog

Titiaan - David en Goliath

Nederland stond in 1987 op het punt om, met steun van Amerika, Suriname binnen te vallen en legerleider Desi Bouterse te arresteren. Lees de reconstructie uit de Volkskrant van 20 november 2010.

Suriname, zes jaar na de sergeantencoup van Desiré Delano Bouterse. Er heerst, sinds juli 1986, veel onrust in het land na de oprichting van het Nationaal Surinaams Bevrijdingsleger, beter bekend als het Junglecommando onder leiding van Ronnie Brunswijk. Het Surinaamse leger valt, als represaille voor acties van Brunswijk en zijn strijders, dorpen aan. De oud-kolonie staat aan het begin van de bloedige 'binnenlandse oorlog' die tientallen levens zal kosten.

Lees hier verder in de Volkskrant

vrijdag 31 januari 2014

President Bouterse op bezoek bij Fidel Castro in rijtje wereld- en regeringsleiders

Tijdens zijn verblijf op Cuba, vanwege een bijeenkomst van de CELAC (de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten), heeft president Desi Bouterse, in bijzijn van minister Winston Lackin van Buitenlandse Zaken, gisteren, donderdag 30 januari 2014, een bezoek gebracht aan de oud-Cubaanse leider Fidel Castro.

Bouterse, derde van links, luistert naar Fidel Castro. Foto: Alex Castro

Het Nederlandse persbureau Novum schreef gisteren dat tien wereldleiders een bezoek hebben gebracht aan Fidel Castro. De een na de ander kwam langs om de 86-jarige Castro, die in 2006 de macht overdroeg na een bijna fatale ziekte, de hand te schudden en met hem op de foto te gaan.

Castro sprak met zijn gasten over geschiedenis, wereldpolitiek en haalde herinneringen op aan de vorig jaar overleden Venezolaanse president en vriend van Castro, Hugo Chavez. De Argentijnse president Cristina Fernandez, de Braziliaanse president Dilma Rousseff, de Mexicaanse president Enrique Peña Nieto en secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon kwamen langs. Net als de leiders van Bolivia, Ecuador, Nicaragua, Uruguay, Jamaica en Saint Lucia. In het rijtje landen wordt door Novum Suriname ‘vergeten’.

Cuba-deskundige Philip Peters zegt dat de bezoeken aantonen dat Castro een van de belangrijkste figuren van de twintigste eeuw is. ‘Of je hem nu mag of niet, hij is een grote figuur in de geschiedenis van Latijns-Amerika en daarom bezoeken ze hem. Geen van de bezoekers bestuurt een éénpartijstaat. Geen van hen droomt ervan zijn economische beleid over te nemen. Maar ze bewonderen hem waarschijnlijk allemaal, omdat hij zich vijftig jaar tegen de Verenigde Staten heeft verzet.’

[uit Obsesssion Magazine, 31 januari 2014]


zondag 26 januari 2014

Actrice uit film Wan Pipel bij president Bouterse

Diana innig omhelsd door Bouterse
De door de zeer populaire Surinaamse speelfilm Wan Pipel bekend geworden actrice Diana Gangaram Panday was gisterochtend, donderdag 23 januari 2014, te gast bij president Bouterse. De ontmoeting vond plaats op zijn Kabinet.

Gangaram Panday vertolkte in de film de rol van Rubia. Ze blikt tevreden terug op het de ontmoeting en het gesprek met het de president en heeft haar waardering uitgesproken voor het feit dat hij tijd heeft kunnen vrijmaken om haar te ontvangen.

Een zogenoemde ‘ingewijde’ zegt op GFC Nieuws, dat de actrice vol lof is over de hartverwarmende en liefdevolle wijze waarop het Surinaamse staatshoofd haar tijdens de ontmoeting heeft behandeld.

Waarom de ontmoeting blijkt niet uit het GFC Nieuws-bericht.


Wan Pipel is een Surinaams-Nederlandse speelfilm uit 1976 van regisseur Pim de la Parra. De hoofdrollen worden vertolkt door Borger Breeveld, Willeke van Ammelrooy en Diana Gangaram Panday.

[uit Obsession/GFC Nieuws, 25 januari 2014]

vrijdag 17 januari 2014

Herinneringen aan Rolf van der Marck

door Jan Gajentaan

Vandaag is het precies een jaar geleden dat de in Suriname wonende Nederlandse “pensionado” en publicist Rolf van der Marck (1935-2013) plotseling kwam te overlijden. Zijn kritische pen wordt node gemist.
Rolf gaf op veel zaken commentaar en deed dat – zo bleek achteraf – niet alleen onder eigen naam, maar ook onder pseudoniemen zoals Janus Miraculus, Edgar Mampier, Jodocus Treffers, Joshua Taytelbaum, Stanley Li A Pau, John Sterkendam of Jules Koningverander.
Rolf van der Marck

Amsterdam, jaren zeventig
Voor mij is hier een bijzondere geschiedenis aan verbonden. Ik kende Rolf persoonlijk, maar realiseerde mij dat pas nadat hij was overleden. In de jaren zeventig was mijn vader in Amsterdam bevriend met de uit Roermond afkomstige Rolf. Mijn vader was dierenarts en Rolf werkte toen bij een uitgeverij. Rolf woonde met zijn charmante vrouw Trees en hun twee zoons in Amsterdam-Zuid, niet ver van mijn ouderlijk huis. Ik was van dezelfde leeftijd als Rolfs oudste zoon en kwam vaak bij hen thuis om te spelen. Het gezin herinner ik mij als sociaalvoelend, progressief en kunstzinnig.
Het was voor ons dan ook een grote schok, toen Rolf op enig moment zijn gezin verliet omdat hij had gekozen om samen te leven met een man. Zijn vrouw en kinderen zijn toen, als ik me dat goed herinner, elders gaan wonen. Ik heb ze nooit meer gezien. Rolf kwam daarna, in de late jaren zeventig, nog wel eens bij mijn ouders over de vloer. Ik herinner me hem als een erudiete en energieke man met een duidelijke mening. Sindsdien heb ik Rolf nooit meer ontmoet.

Kritische geest
Toen enkele jaren geleden een artikel over mij verscheen op GFC Nieuws van ene Rolf van der Marck, waarin ik flink werd aangepakt (hij vond mij niet kritisch genoeg over Bouterse en Brunswijk), dacht ik meteen terug aan de Rolf die ik kende. Ik schoof die gedachte snel terzijde: ik kon me niet herinneren dat de naam Van der Mark met een c werd geschreven (Marck) en ik wist niets van een vertrek van “onze” Rolf naar Suriname. Het kon niet dezelfde persoon zijn, dacht ik.
De publicist Van der Marck kwam op mij over als een Hollandse brombeer die heel wat te mopperen had over Suriname, maar hij deed dat op een originele wijze. Hij schreef onder meer over de verloedering van het cultuurgoed, over de soms gemakzuchtige houding van de overheid en over dubieuze onderwijsinstellingen op de vrije markt. Hij was sterk anti-Bouterse. Toch proefde je aan zijn stukken, dat hij opkwam voor de Surinaamse mens en het niet kon verdragen wanneer die mens zonder respect behandeld werd.
Zijn kritische houding werd niet door iedereen op prijs gesteld. Misschien was hij daarom ook genoodzaakt om onder pseudoniem te schrijven. Zo kreeg hij het aan de stok met Hubert Rampersad, die een kort geding tegen hem begon. Er kwamen ook persoonlijke aanvallen op Rolf, die op internet valselijk beticht werd van pedofiele praktijken. Ismene Krishnadath van Schrijversgroep ’77 probeerde hem in diskrediet te brengen op grond van die valse beschuldigingen.
In de laatste weken voor zijn dood, hadden we contact via Facebook en wisselde ik berichten uit met Rolf over zaken zoals cultuur, literatuur en politiek. We hadden vaak een vergelijkbare denkrichting. Zo stoorden we ons allebei aan sommige columns van Sandew Hira en diens Holocaust-vergelijkingen over het koloniaal verleden. Het kwam op ons niet “kosher” over om het leed van de ene groep uit te spelen tegenover de andere. In Rolf’s laatste artikel op GFC Nieuws ging hij stevig te keer tegen Sandew Hira, die hij een heksenjacht tegen het zionisme verweet.

Pas toen op zijn website SurinameStemt het overlijdensbericht verscheen en ik de namen van zijn zoons in Nederland zag staan, realiseerde ik mij dat de publicist Rolf van der Marck één en dezelfde persoon was als de Rolf die ik gekend heb in mijn jeugd. Toen begreep ik ineens hoe het kwam dat sommige critici van SurinameStemt (alter ego’s van Rolf zelf) heel wat van mij wisten, zoals het optreden van mijn grootvader vroeger als Sinterklaas, bij de intocht van Amsterdam.
Met Rolf en zijn leger aan pseudoniemen zijn in één klap heel wat critici heengegaan. Ik hoop dat zich de komende tijd veel nieuw Surinaams schrijftalent zal manifesteren, niet alleen met romans en gedichten, maar ook met kritische stukken in de media. Rolf zou er blij mee zijn. Ik herdenk hem als een creatieve geest, misschien soms onbegrepen, met een sterk gevoel voor rechtvaardigheid.


[van GFC Nieuws, vrijdag 17 januari 2014]

donderdag 12 december 2013

Persvrijheid, censuur en redactionele verantwoording

door Wilfred Leeuwin

Wilfred Leeuwin
Toen op dinsdagavond om 10 minuten over 7 de uitzending van het Jeugdjournaal werd beëindigd, had ik als journalist een bevredigend gevoel. Een journalistieke blunder en misstap was op een volwassen, verantwoorde en door de daarvoor aangewezen personen en instanties op een juiste manier aangepakt, opgelost en wat mij betreft afgesloten. De nasleep van het voorval dreigt evenwel een politiek geharrewar te worden, waarbij onjuiste accenten en foutieve uitleg over, persvrijheid, censuur en redactionele verantwoording, de boventoon dreigen te voeren. 

Censuur en persvrijheid 
Censuur is per definitie geen onvriendelijk woord en houdt in, controle uitoefenen op, in dit geval wat wel of niet als publicatie mag worden vrijgegeven. In de journalistiek hebben censuur en het recht op vrije meningsuiting/persvrijheid een hechte relatie met elkaar. Persvrijheid garandeert elk individu het recht, nieuws en informatie te verzamelen, ideeën te verwoorden en die middels beeld, geschrift, gesproken tekst en andere vormen van media, te publiceren. Censuur of beter gezegd controle hierop is de verantwoordelijkheid bij de beleving van het recht op vrije meningsuiting. Juist om in die beleving geen andere rechten, zoals ‘privacy’ en het aantasten van de goede naam van derden te beschadigen. 


De controle krijgt een tegenovergestelde en negatieve betekenis in het woord censuur wanneer de brenger van het nieuws de feiten verdraait, verzwijgt en verkleurt. Dit wordt zelfcensuur genoemd. Wanneer vanuit de overheid de publicatie van het nieuws, bij welk medium dan ook, belet, de feiten verdraaid of ongedaan maakt, is er sprake van opgelegd cesuur. Overigens moet met klem worden benadrukt dat het geenszins de taak is van de overheid controle uit te oefenen op het nieuws, ook niet bij de staatsmedia. Zelfcensuur vindt vrijwel dagelijks plaats bij de verschillende media.

Voor wat betreft (opgelegd) censuur, zijn er tal van voorbeelden, maar verwijs ik hier bewust naar slechts drie gepleegd door de ene en dezelfde overheid, uit twee verschillende regeerperioden, zo u wilt dezelfde overheid met twee verschillende gezichten. Het eerste is in de jaren tachtig, tijdens en na de staatsgreep en de daarop volgende militaire periode toen censoren op de verschillende nieuwsredacties werden geplaatst om het nieuws te controleren, voordat het werd gepubliceerd. In die periode zijn mediabedrijven ook gesloten en letterlijk weggeschoten. Het tweede voorbeeld is toen op 10 mei 2007 een uitzending van het programma Suriname Vandaag, ook door dezelfde overheid, maar nu met een andere politieke geaardheid uit de uitzending werd gehaald. Dit programma onderging hetzelfde lot in 2009. In alle drie gevallen is sprake geweest van censuur door de overheid, omdat niet haar belang werd gediend. Benadrukt moet worden dat het politieke belang, zeker dat van een zittende regering niet hetzelfde is als het algemeen belang. In een democratie is het slechts aan de rechter toebedeeld uit te maken wiens en welk belang of recht zou zijn geschaad. Deze voorbeelden zijn voor de journalistiek afgrijselijke dieptepunten, die internationaal ook als zodanig staan opgetekend.
Het STVS 10-minuten Jeugdjournaal

Afgaand op het moment en de omstandigheden waarop op maandag 9 december een uitzending van het Jeugdjournaal via de STVS uit de ether is gehaald, mag worden geconcludeerd en aangenomen dat op dat moment, wat de reden ook mag zijn geweest en wie dat ook zou hebben gedaan, er sprake is geweest van censuur door de STVS. Om de discussie gezond te houden is belangrijk daar niet bij stil te blijven staan. Het is juist het vervolg traject in deze kwestie die maakt dat achteraf, na hoor- en wederhoor en de acties die zijn ondernomen door de STVS en het Jeugdjournaal, er van censuur totaal geen sprake is en kan zijn geweest, maar een incident. Censuur wordt alleen opgelegd door een overheid, een gezagvoerder of aangewezen persoon of instantie. Door iemand die daarvoor de verantwoordelijkheid draagt.

In het onderhavige geval is de vermeende of in eerste instantie opgelegde censuur genomen door een onbevoegde medewerker bij de STVS. De verantwoordelijken bij de STVS, in dit geval zeker twee personen (Shirley Lackin als lid van het managementteam belast met de dagelijkse leiding bij de STVS en Borger Breeveld, lid van het managementteam), hebben in overduidelijke taal niet alleen deze handeling betreurd, afgekeurd en verworpen en zich verontschuldigd, maar is ook aan het Jeugdjournaal de gelegenheid gegeven het programma alsnog zonder inmenging van de STVS, in zijn geheel uit te zenden. Het Jeugdjournaal heeft niet alleen de gelegenheid gekregen dit te doen, maar heeft zelfs de ruimte gekregen haar doelgroep (kinderen) omstandig uit te leggen wat zich heeft voorgedaan. Sterker nog, in die uitzending is aan de doelgroep/kijkers een wat mij betreft goed item gepresenteerd over het onderwerp censuur. Lackin is ook nog in datzelfde programma in beeld verschenen om aan te geven dat de gepleegde censuur/ handeling nooit had mogen plaatsvinden.



Verantwoordelijkheid 
Lackin heeft uitgelegd dat alle programma’s die worden aangeboden, worden gescreend en bekeken om na te gaan of die geschikt zijn voor de uitzending. In de journalistiek is dit een normaal gegeven. Op alle redacties is dit de taak van de hoofdredacteur die de journalistieke verantwoordelijkheid draagt binnen het medium er op toe te zien dat het aangeboden programma, ingezonden artikel of ingesproken bericht, beantwoordt aan niet alleen de rechten van artikel 19 van de grondwet (het recht op vrije meningsuiting ) maar ook de plichten. Dit heeft niets te maken met censuur en het beknotten van de persvrijheid. Ook aan de redactie waar ik mijn journalistiek beroep uitoefen, worden artikelen aangeboden. Sommige doorstaan de journalistieke criteria, bij andere wordt de aanbieder aangegeven dat het stuk door de beugel kan mits hij enkele aanpassingen pleegt, terwijl sommige aanbieders met een nette maar kordate brief worden bedankt voor het opsturen van het stuk naar onze redactie, maar dat het niet geplaatst kan worden, omdat het niet voldoet aan de voorwaarden.

Gebruikmakend van het recht op vrije meningsuiting lijkt het mij een gezonde zaak dat de publieke opinie, rond censuur, persvrijheid en de redactionele verantwoordelijkheid, zich blijft ontwikkelen met positieve, rationele en vooral goed onderbouwde stellingen, zonder dat de begrippen bewust of onbewust uit hun context worden gehaald of een foutieve betekenis aan wordt opgehangen.

Wilfred Leeuwin is journalist.

[van Starnieuws, 11 december 2013]

P.s. Belangwekkend onderwerp. Maar zou de heer Leeuwin voortaan een journalistieke toon kunnen hanteren in plaats van deze quasi-juridische krullendraaierij – red. CU. Voor diegenen die de context niet kennen, even een toelichting:

In de uitzending van dinsdag was een kort stukje te zien van de herdenkingsdienst voor de slachtoffers van de Decembermoorden die maandag uitgezonden had moeten worden. Verder werd uitgelegd wat censuur is waarom dat niet goed is. Direct na de aankondiging van het item over de Decembermoorden was de uitzending gestaakt. Dit leidde tot verbazing en verontwaardiging bij de makers en veel Surinamers. De Surinaamse Vereniging van Journalisten sprak van censuur.

maandag 9 december 2013

Desi Bouterse and the legacy of Nelson Mandela

Portraits of Hope and Peace: Desi Bouterse and the legacy of Nelson Mandela, Gandhi, Martin Luther King and Malcolm X

Fotocollage © Tjebbe van Tijen, op basis van foto's van Hijn Bijnen


House of Orange / Trophy hunters attending funeral Nelson Mandela the grandson of the 1954 Pro Apartheid Prince Bernhard King Willem Alexander will go to pay hommage... after his mother had herself photographed with Mandela while on a state hunting party to South Africa in 1996. Full article on the Dutch Prince and his successful visit to South Africa in 1954 during the Apartheid regime can be read here.


[From Imaginarymuseum]

maandag 18 november 2013

Wiesenthal Center: “Accommodatie Hezbollah bevestiging terreurnetwerk in regio”

Dino Bouterse
De bekende internationale joodse mensenrechtenorganisatie Simon Wiesenthal Center ziet in de bereidheid van presidentszoon Dino Bouterse om Hezbollah- strijders te accommoderen, een bevestiging van een zich steeds verder uitbreidend Iraans en Hezbollah terreurnetwerk in Zuid-Amerika en het Caribisch gebied.
“Charges against the son of Surinam President validate our Center’s claims of an extensive Iranian-fostered terrorist sleeper network across Latin America and the Caribbean”, waarschuwt de organisatie in een gisteren uitgegeven verklaring.


[VP-16-11-2013/De West, 18-11-2013]

dinsdag 29 oktober 2013

Bikkel & Kagie: een stukje onverwerkt verleden temmen

door Walter Lotens

De jonge Nederlandse journalist Rudie Kagie vertrekt naar Suriname op een ogenblik dat geen enkele Nederlandse krant zit te wachten op een correspondent in de West. Dat was net voor de militaire coup van 25 februari 1980 waardoor 16 sergeanten onder leiding van een zekere Desi Bouterse de macht overnamen. Vanaf toen ging de aandacht van de wereld, en zeker van Nederland, uit naar dat landje waar nooit iets gebeurde en toch zeker geen staatsgreep. Kagie krijgt een opdracht van NRC-Handelsblad en beschrijft wat er gebeurt in dat gewezen wingewest van Nederland.

Fred Ormskerk in TRIS-uniform met echtgenote Silvy (l.) in de haven van Paramaribo, 1962.
Privébezit Henk Doorn


Een gewezen wingewest, Suriname voor en na de staatsgreep is ook de titel van het werk dat hij in 1980 schreef op basis van zijn dagbladreportages. Het is een goed geschreven boek van een journalist - hij bedankt de linkse Surinamer Sandew Hira voor zijn speurwerk en kritische zin - die niet onsympathiek stond ten aanzien van ‘onze jongens’ die op dat ogenblik van velen het voordeel van de twijfel kregen. Zijn verhouding met de militairen krijgt echter een heel andere wending wanneer hij verneemt dat Fred Ormskerk, een oud-militair van Surinaamse origine die net terug was in het land, in zeer verdachte omstandigheden om het leven was gekomen in de grootste kazerne van Paramaribo. Op een nacht in 1980 wordt hij onzacht van zijn bed geplukt en voor ondervraging overgebracht naar de Memre Boekoe-kazerne waar hij door leden van de Nationale Militaire Raad (Desi Bouterse, Chas Mijnals, Roy Horb en Stanley Joeman) aan een zeer hardhandig kruisverhoor wordt  onderworpen. De militairen verwijten hem een handlanger te zijn van het koloniale Nederland en verbieden hem, op gevaar van erger, om nog over het geval-Ormskerk te publiceren. Na die dreigementen pakt de Nederlandse journalist zijn koffer en verlaat via een sluipweg het land.


Fred Ormskerk op patrouille met het 3de Peloton A-compagnie in 1971. Foto Ger Loeffen

De dood van Fred Ormskerk werd afgedaan als een ‘incident’, ook door een voorzichtig Nederland dat het voordeel van de twijfel gaf aan de militairen. Door de Surinaamse ziekenhuisarts Albert Vrede die als patholoog-anatoom optrad werd een hersenoedeem als gevolg van inwerking van stomp geweld geconstateerd. Het stoffelijk overschot werd naar Nederland overgebracht, waar het op 19 mei 1980 opnieuw werd onderzocht, nu door dr. Jan Zeldenrust. Deze constateerde onderhuidse bloeduitstortingen en diverse versplinterde ribben. Ormskerk was Nederlands staatsburger, maar het toenmalige kabinet-Van Agt reageerde zeer omzichtig. In zijn antwoord op schriftelijke vragen van PvdA-kamerleden verzweeg minister van Justitie Job De Ruiter het door Vrede geconstateerde hersenoedeem en meldde hij slechts dat door Zeldenrust de doodsoorzaak niet definitief kon worden vastgesteld omdat deze nog op het sectierapport van Vrede wachtte, dat uiteindelijk slechts een zeer summier A4’tje bleek te zijn.

Als op 8 december 1982 vijftien prominente Surinamers worden doodgeschoten in het militaire cellencomplex van Fort Zeelandia, verliest het Bouterse-regime echter heel veel krediet en vervalt het voordeel van de twijfel ten aanzien van het militaire bewind in Suriname voor Nederland. ‘Op de vlucht neergeschoten,’ luidde het officieel en weinig vindingrijk. De toedracht van de zogenaamde decembermoorden werd gedurende vijf jaar diepgaand door de Surinaamse justitie onderzocht, maar nadat de hoofdverdachte Desi Bouterse Surinaams president is geworden, werd een  amnestiewet uitgevaardigd waardoor hij en de andere verdachten waarschijnlijk verder buiten schot zullen blijven. Ook de daders van de moord op Fred Ormskerk werden nooit opgespoord.
Daarom trekt Rudie Kagie, meer dan dertig jaar na de feiten en nu werkzaam voor Vrij Nederland - volop in het Bouterse-tijdperk -, opnieuw naar Suriname om meer te vernemen over wat hij in de ondertitel van zijn boek als de eerste politieke moord van het Bouterse-regime bestempeld.
Bikkel is het journalistieke onderzoek naar de dood van Fred Ormskerk, naar de omstandigheden van zijn overlijden, maar ook naar zijn drijfveren om in het Suriname na de militaire staatsgreep op te duiken en tevens naar de persoonlijkheid van deze bikkelharde militair, die vandaar de roepnaam ‘bikkel’ kreeg.

Ormskerk wordt omschreven als ijzervreter, driftkop, bloedfanatiek, streng maar rechtvaardig, keihard voor zichzelf (en zijn negen kinderen...), Spartaans, militair in het kwadraat en bovendien uitzonderlijk sterk. Iedereen, zo merkt Kagie op, sprak met veel respect over deze volbloed militair. Na het vertrek van de TRIS (Troepenmacht in Suriname) in 1975 treedt Ormskerk in dienst van de gloednieuwe Surinaamse KrijgsMacht (SKM), maar hij vindt dat de bevelhebber, kolonel Elstak, er een potje van maakt. En hij is niet de enige. Dat vinden Bouterse en zijn kompanen ook. Elstak wordt door velen een verwaande grappenmaker genoemd. De verhouding tussen Elstak en de (onder)officieren verslechtert al snel en is zeker een van de belangrijke redenen geweest die geleid hebben tot de militaire coup van 25 februari 1980. Op dat ogenblik was Ormskerk al uit dienst. Om persoonlijke redenen vertrekt hij in 1979 - hij is dan 56 jaar - met pensioen naar zijn gezin in Nederland. Maar deze militair-in-hart-en-nieren kan niet wennen in een keurige rijtjeswoning en zijn opvoedingsmethoden worden hem door zijn vrouw ook niet in dank afgenomen. Zij noemt hem 'totaal verslaafd' aan het leger en zó streng voor de kinderen dat die blij waren als hij er niet was (p. 54).

In Nederland hoort de gepensioneerde militair dat er een coup heeft plaatsgevonden in Suriname. Hij is in het geheel niet verbaasd, want al sinds 1979 circuleerden er verschillende initiatieven voor een staatsgreep. Ormskerk is integendeel zeer enthousiast. Zijn ‘jongens’ hebben het toch maar voor elkaar gekregen! En is hij niet een god voor die ‘jongens’? Hij belt met Suriname in de veronderstelling dat ze hem daar goed kunnen gebruiken, maar Bouterse zit niet op hem te wachten. Volgens auteur Kagie moet er toen iets in Ormskerk geknapt zijn en wordt hij van medestander tegenstander. Als hij na een aantal geheimzinnige besprekingen met andere tegenstanders van de NMR in Nederland plotseling zijn gezin meldt dat hij er even 'tussenuit' moet naar Parijs, is zijn vrouw blij. Ze heeft hem niet meer levend gezien. Een paar dagen later duikt hij op in Frans-Guyana, reist via Albina naar Paramaribo en wordt gearresteerd met al zijn coupplannen in zijn bagage.

Ormskerk wordt tijdens zijn verhoor op 1 mei geslagen en zodanig mishandeld dat hij overlijdt. De volgende ochtend wordt hij dood in zijn cel aangetroffen, waarna het militaire regime van Suriname meldde dat Ormskerk was omgekomen bij een vluchtpoging. Van een feitelijke couppoging is later niets gebleken.
Begrafenis Ormskerk; zijn weduw strooit
 bloemen over de kist

Rudie Kagie probeert aan de hand van zeer vele gesprekken met betrokkenen, zowel in Suriname als in Nederland, de gebeurtenissen van toen te reconstrueren – waarschijnlijk wilden de militairen hun vroegere instructeur niet doden en is de hardhandige ondervraging waaraan hij onderworpen werd uit de hand gelopen. De zwart-witte militaire logica waarvan Fred Ormskerk de vertolker was, is door zijn ‘jongens’ zeer goed toegepast en heeft hem zelf - o ironie - het leven gekost.
Rudie Kagie stond voor een zeer moeilijke opdracht. Hij geeft trouwens zeer eerlijk toe dat hij zich details van dertig jaar geleden niet goed meer herinnert. En er is niet alleen de slijtage van het geheugen, maar ook de ‘blinde muren’ waartegen je in Suriname als onderzoeker voortdurend aanbotst, zeker dan als je Nederlander bent. Het zou echter zeer onheus zijn om het werk van Kagie af te doen als het zoveelste betweterige boek van de zoveelste Nederlandse journalist die zijn licht laat schijnen over Suriname. Rudie Kagie is trouwens ook zeer kritisch voor het Nederlandse beleid dat om staatsredenen het vieze potje van de affaire-Ormskerk liever niet wilde openen. “Nederland had op zijn minst bij Suriname moeten aandringen op een grondiger onderzoek dan het simpele A4’tje waarmee de zaak werd afgedaan.” (p. 199)

Bikkel is een boeiend boek en tevens een uitzonderlijk document omdat in een land als Suriname onderzoeksjournalistiek nog steeds als een vies woord beschouwd. Het is een van de weinige publicaties over de zwarte bladzijden van de recente Surinaamse geschiedenis. “De zwartste bladzijden uit de geschiedenis zijn meestal de leerzaamste,” besluit Kagie. Kan een boek als Bikkel ook nu nog een maatschappelijk effect hebben, wetende dat de zaak uit 1980 is verjaard en dat het te laat is om de vermoedelijke daders nog voor het gerecht te slepen? In Nederland stelde het Kamerlid Harry van Bommel van de Socialistische Partij naar aanleiding van het boek schriftelijke vragen over onder andere de betrokkenheid van Hardjoprajitno. In Bikkel verklaren drie getuigen dat John Hardjoprajitno, één van de zestien onderofficieren van de militaire coup, betrokken was bij de dood op Ormskerk. Paul Bhagwandas en Roy Horb, allebei intussen overleden, zouden ook betrokken geweest zijn bij het verhoor dat Ormskerk fataal werd.

En in Suriname onder president Bouterse? Hoe werd daar het boek onthaald? Kagie trok in april 2013 naar Paramaribo om het boek te promoten. Er verscheen onder meer een positieve bespreking in de toonaangevende krant de Ware Tijd en de auteur werd ook geïnterviewd door Apintie-televisie en gaf diezelfde avond ook een lezing in literair café Tori Oso. Een lezing over een van die zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis waarbij de huidige president betrokken was. Zou ze indruk gemaakt hebben in het nieuwe Bouterse-tijdperk? Ik weet het niet, maar ik hoop dat het boek kringen maakt en dat het meer in Suriname dan in Nederland zal worden gelezen. “Alles gaat voorbij, behalve het verleden,” schreef de socioloog Luc Huyse in een boek over omgaan met een traumatisch verleden van geweld en burgeroorlog, zoals in Zuid-Afrika en Rwanda. “Het verleden temmen, daar gaat het steeds weer om. En, als het kan, rust brengen in het hoofd en hart van wie vandaag en morgen leeft. Maar wat voorbij lijkt, wijkt niet.” Dat gaat ook op voor Suriname, ook al probeert de huidige regering-Bouterse alle sporen van dat verleden uit te wissen.
Bikkel is de zeer lovenswaardige poging van een betrokken en zoekende einzelgänger om een stukje onverwerkt Surinaams verleden te helpen temmen en daarnaast is het ook nog een spannend boek geworden.

Rudie Kagie, Bikkel, Het verhaal van de eerste politieke moord van het Bouterse-regime, Bert Bakker, Amsterdam, 2012, 216 blz. ISBN 9789035137561

woensdag 23 oktober 2013

Kurt Nahar - Kadilak

Ik wil een Ka di lak
voor de first lady
een gepantserde hoge Hak
voor mijn zoontje opgesloten in de bak
een gepimpte kakker lak
ik wil een Ka di lak
de moderne Alibaba's
rijden niet meer op een paard
al zijn de centjes schaarst
ik wil , ik wil
een KA di lak in paars

wake up and Live @ Dad...


Cadillac van SRD 1,1 miljoen voor president Bouterse

De gepansterde Cadillac Escalade ESV-Limousine conversion 2013 die president Desi Bouterse voor SRD 1,1 miljoen heeft gekocht, is volgens Melvin Linscheer, hoofd Bureau Nationale Veiligheid (BNV), gekocht om presidenten van de Unasur te vervoeren. Dit verklaarde hij tijdens het programma Bakana Tori op SRS. Dagblad Suriname maakte contact met de directeur van het kabinet van de president, Eugene van der San, om een reactie op deze dure aankoop. Hij verwees de redactie naar Linscheer op SRS. Wat Linscheer als hoofd BNV niet weet, is of het voertuig al in Suriname is. Dat zal hij even natrekken.


[bericht uit Dagblad Suriname, 22 oktober 2013]

zondag 6 oktober 2013

Witwassende Christus past naadloos bij witwassende Bouterse

door Bram Grandia

God heeft een plan met Desi Bouterse, zei voorganger Steve Meye van Pinkstergemeente Gods Bazuin 10 jaar geleden. Sinds 1999 is Desi Bouterse een wedergeboren christen. Volgens Steve Meye is de oude Bouterse dood en is de nieuwe Bouterse opgestaan, zoals ooit Saulus Paulus (Handelingen 9) werd. Zoals Jezus bij de uitbuiter Zacheüs (Lukas 19:1-10) aan tafel ging en voor de omkeer van Zacheüs zorgde, ging Steve Meye met Bouterse zwemmen en zorgde voor de omkeer van Bouterse. Natuurlijk niet Steve Meye, maar God zelf deed het werk. De van huis uit Rooms Katholieke Bouterse heeft voor de Pinkstergemeente Gods Bazuin gekozen. Die kerk loopt hem niet voor de voeten, zoals de Evangelische Broedergemeente. De Pinksterkerk vergeeft hem zijn misdaden nog voor hij ze allemaal beleden heeft. De witwassende Christus past naadloos bij de witwassende Bouterse met zijn witwassende bisschop Steve Meye.


Bram Grandia is IKON-pastor


[van ikonpastoraat.nl, 23 juli 2010]



President memoreert halve eeuw Gods Bazuin Ministries


door Tascha Samuel

Paramaribo - Vijftig jaar Gods Bazuin Ministries werd uitbundig gevierd in het eigen kerkgebouw aan de Keizerstraat. Vele geestelijke en politieke leiders waren woensdagavond erbij tijdens de feestprediking. Deze viering werd extra luister bijgezet door de aanwezigheid van president Desi Bouterse. Bischop Steve Meye is al lang de persoonlijke geestelijke adviseur en vriend van de president.

"De bischop, hij zegt je gewoon wat hij je wil zeggen. Al lijkt dat soms niet zo vriendelijk", gaf Bouterse aan. Met deze uitspraak werd zijn persoonlijke band met Meye duidelijk benadrukt.

Alleen gebed

De president merkte op zeer veel waardering te hebben voor de radicale manier waarop Meye uitkomt voor wat hij gelooft, zonder aanziens des persoons. Daarnaast roemde hij de inzet van de gemeente binnen de maatschappij. Hij stond daarbij stil bij de vele goede werken die de gemeente verricht heeft door de jaren heen zoals het verschaffen van duizenden voedings- en schoolpakketten. Hij riep op tot een applaus om de stonfutu te eren vanwege zijn voorbeeldfunctie naar de jongeren toe.

Bischop Meye

De president stond ook stil bij het geestelijke werk van evangelisatie dat begon met wijlen vader Pudsey Meye. Hij haalde de kracht en noodzaak van gebed aan. "Alleen met gebed zal dit land gered worden", herhaalde de president krachtig onder veel bijval vanuit het publiek. Bouterse stelde dat Gods Bazuin Ministries inmiddels een niet weg te denken instituut is geworden binnen de samenleving die vele levens in positieve zin heeft veranderd.

Verdiensten

Tijdens deze bijzondere eredienst stond de bischop stil bij de geschiedenis en ontwikkeling van de gemeente. Er werden beelden getoond van zijn predikende vader. "Daar, ziet u waar ik het vandaan heb", verwees hij naar de radicale geloofswoorden van zijn voorganger. Meye gaf in zijn redevoering de vele verdiensten van de gemeente aan en legde uit dat daarbij geen enkele vorm aan financiële steun ontvangen is vanuit de overheid. "We hadden veel verder kunnen zijn als we hulp hadden gehad", lachte Meye, zijn blik richtend op het staatshoofd.


Speciaal voor deze gelegenheid fungeerde assembleelid Andre Misiekeba als MC. Na het formele gedeelte werd aan de hoogwaardigheidsbekleders en hoge geestelijke leiders de gelegenheid geboden om de felicitaties uit te brengen aan het bestuur en apostolisch team van de jubilerende gemeente.

[uit de Ware Tijd, 04/10/2013]

vrijdag 30 augustus 2013

Dino Bouterse in Panama gearresteerd

Dino Bouterse op de cover van Parbode
Dino Bouterse, de zoon van de Surinaamse president Desi Bouterse, is in Panama gearresteerd. De Amerikaanse politie zou in Panama een val hebben opgezet omdat Bouterse betrokken zou zijn geweest bij wapenhandel.
Dino Bouterse is al vaker betrokken geweest bij internationale criminele activiteiten. In 2005 werd hij veroordeeld tot 8 jaar cel voor drugs- en wapensmokkel. Daarvan zat hij maar 3 jaar uit.

Criminele activiteiten
Bouterse is actief in de goudwinning in Suriname, maar zijn naam duikt steeds weer op in verband met criminele activiteiten. Dino ziet zichzelf op termijn als opvolger van zijn vader als president.
De aanhouding komt voor zijn vader op een pijnlijk moment. In Paramaribo is Bouterse gastheer van veel Zuid-Amerikaanse staatshoofden. Die zijn daar bijeen voor het overdragen van de voorzittershamer van de samenwerkingsorganisatie UNASUR aan de Surinaamse president.
De opening van de bijeenkomst is een paar uur uitgesteld. Het is niet bekend of dat te maken heeft met de arrestatie in Panama.

Drugssmokkel
Dat de arrestatie valt op het moment dat Suriname regionaal in de schijnwerpers staat, lijkt geen toeval te zijn. Het is bekend dat de Amerikanen al geruime tijd vinden dat Suriname te weinig doet tegen drugssmokkel.
Het is een publiek geheim dat met name Dino door de buitenlandse inlichtingendiensten in de gaten werd gehouden.

[tekst van de NOS, 30 augustus 2013]


de Ware Tijd van 30 augustus 2013 meldt:

Paramaribo - In de zaak waarin Dino Bouterse (40), zoon van de president van Suriname, is aangehouden, is ook een zekere Edmund Quincy Muntslag door de Amerikaanse autoriteiten in verzekering gesteld. Beide mannen zijn vrijdagmiddag in een rechtbank in Manhattan, New York voorgeleid.

Muntslag zou met Bouterse hebben samengespannen om tussen december 2011 en deze maand cocaïnezendingen naar de VS te organiseren. Zo blijkt uit de ten laste legging waar de Amerikaanse krant New York Daily News inzage in heft gehad.Bouterse zou zich bij de smokkelpoging waarvoor hij nu is aangehouden ook hebben bewapend met een granaatwerper en andere vuurwapens.
Volgens de tenlastelegging zou Munstslag op 25 juli voorbereidingen hebben getroffen op een airport in Suriname om 10 kilo cocaine uit te voeren. Twee dagen later zou Bouterse de drugs die gestopt waren in een koffer op een internationale vlucht hebben gezet.

Vrijdag was nog onduidelijk wat de exacte route is geweest die de drugs heeft afgelegd om de VS te bereiken, zegt New York Daily News. Ook is onduidelijk op welk moment Bouterse de granaatwerper tevoorschijn heeft gehaald. "Tijdens en in verband met de drugssmokkel zwaaide de verdachte met vuurwapens waaronder een lichte anti-tankwapen, waarmee granaten kunnen worden gelanceerd en pistolen", staat in de tenlastelegging.

Antitankwapen

Bouterse wordt drugssmokkel en illegaal vuurwapenbezit ten laste gelegd en Muntslag wordt aangeklaagd voor cocaïnesmokkel. Ze riskeren gevangenisstraffen van maximaal levenslang, menen de autoriteiten.


zaterdag 17 augustus 2013

De relaties tussen Suriname en het Vaticaan


door Glenn Truideman

En onlangs mocht president Bouterse kennis maken met de paus die de vorige week in Brazilië was waar hij een deel van de Wereldjongerendagen bijwoonde. De relaties tussen Suriname en Het Vaticaan kunnen op twee niveaus worden bekeken. Het eerste niveau heeft meer te maken met de rooms-katholieke missie en de kerk in Suriname. Het andere niveau speelt zich af op het diplomatieke vlak.

De relatie tussen Suriname en de room-katholieke missie kent een heel lange geschiedenis. Die missie in Suriname is reeds in 1683 opgericht bij decreet van het centraal bestuur van de kerk in Rome. De Beknopte geschiedenis der katholieke missie in Suriname verhaalt over de vroege missie in Suriname. Een citaat uit een brief van Pater Wennekers (5 maart 1821):" (…): Ik heb gisteren den Directeur der plantage Toledo, waar ik die kinderen en de Creolen-mama gedoopt heb, gesproken. Toen ik hem naar Hanna, de Creolen-mama, vroeg, weidde hij sterk uit in den lof dier oude negerin, en zeide, dat hij zich niet genoeg over haar kon verwonderen ….. Tevoren moest zij schier elke week om leugentaal, dieverij, luiheid enz. geslagen worden. Eertijds ten uiterste onwillig en onbuigzaam, doet zij nu alles gedwee. Dit laatste had ik reeds van de eigenaar zelven en van diens deugdzame dochter gehoord." Plantage Toledo was eigendom van een Rooms-Katholieke Ier, Richard O'Ferrall. Uiteraard dient dit stuk te worden gelezen in de tijdgeest van toen. De missie was mede gestoeld op de opdracht om "alle volkeren de Blijde Boodschap te brengen en alle mensen te dopen in Gods Naam".

Interieur van de kathedraal. Foto © Charl Danoe

Ook in Suriname heeft de rk-kerk zich beziggehouden met de politiek. In vele landen speelt zij nog een actieve politieke rol. Dit heeft te maken met de sociale leer. Respect voor de menselijke waardigheid is het uitgangspunt. Die waardigheid moet beschermd worden, omdat ieder mens geschapen zou zijn naar het evenbeeld van God. Die sociale leer doet een beroep op alle mensen zich in te zetten voor een wereld waarin er respect is voor de menselijke waardigheid en waarin gestreefd wordt naar solidariteit en gerechtigheid. De christendemocratie (als politieke stroming) komt hieruit voort. In ons land werd de PSV als christendemocratische partij in 1946 opgericht door pater Weidmann en Coen Ooft. Hoewel de PSV nooit een grote partij is geweest, heeft ze vaker in coalitieverband deelgenomen aan regeringen in Suriname. De partijpolitiek zelf was dus geen aangelegenheid van de rooms-katholieke kerk.

Er zijn momenteel 178 staten die volledig diplomatieke betrekkingen onderhouden met de Heilige Stoel (Het Vaticaan, Rome). Behalve een bisdom in Suriname heeft de Heilige Stoel ook op landsniveau betrekkingen met Suriname. Ze wordt in Suriname vertegenwoordigd door aartsbisschop Nicola Girsoli. Hij is tevens nuntius, kerkelijke vertegenwoordiger die de rol van ambassadeur vervult. Dat is hij niet alleen voor Suriname, maar ook meerdere Caribische landen. En zo zal de Kerk ook haar mening hebben over internationale zaken. Een voorbeeld. In 2009 kwamen meer dan tweehonderd Afrikaanse rooms-katholieke bisschoppen bijeen. Ze riepen toen corrupte leiders op om op te stappen en berouw te tonen. Ze waren eigenlijk bijeen om zich te beraden over de bijdrage die de kerk zou kunnen leveren bij de bevordering van gerechtigheid en vrede in Afrika.



Ook de Surinaamse politiek heeft in het verleden met de nodige kritiek te maken gehad. Bij ons in Suriname vaardigde Desi Bouterse op 29 juni 1983 het Decreet B-10 uit. Daarin verbood hij 'geschriften in te voeren, door te voeren, te verhandelen, te verspreiden, in bezit te hebben, in voorraad te hebben, te produceren of te reproduceren, welke naar het oordeel van het bevoegde gezag de openbare orde en rust of de nationale veiligheid ernstig kunnen verstoren'. Nu was er ene pater Martinus Noordermeer die tijdens de kerkdienst kritiek op Desi Bouterse geleverd had. Op 29 augustus 1985 verklaarde Bouterse op een vergadering van de 25-februari-beweging (Stanvaste), dat het Hof van Justitie had gelast om de verblijfsvergunning van pater M. Noordermeer in te trekken. In een nota aan de Nederlandse ambassade stond dat Noordermeer "in het openbaar en wel tijdens een eucharistieviering op 27 augustus bij een schriftlezing met een passage in de Bijbel ten aanhoren van meerdere kerkgangers bepaald ernstige uitlatingen had gedaan, die als beledigend voor het militair gezag worden aangemerkt". In de nota herinnerde Bouterse eraan dat al eerder een pater was gearresteerd wegens belediging van het militair gezag maar dat toen "om opportunistische redenen" van strafvervolging was afgezien (in de zaak-Mulder).

Of neem nu het geval van de gewijzigde Amnestiewet. In de verklaring deden de Caribische bisschoppen een beroep op de Surinaamse rechtspraak dat er manieren worden gevonden om het strafproces tegen president Desi Bouterse en 24 anderen ongehinderd voortgang te doen vinden. De gewijzigde Amnestiewet zat hen niet lekker. Toen bisschop Wilhelmus de Bekker zich naar aanleiding van de Amnestiewet zich minder vleiend uitliet over de kiezers van de NDP, liet de NDP weten dat ze een brief gestuurd had naar paus Benedictus XVI. In de brief werd gevraagd om Bisschop De Bekker en pater Karel Choennie terug te roepen. De NDP heeft nooit een reactie van de paus gekregen. Overigens was ook niet de juiste diplomatieke weg bewandeld.

Bouterse bij de paus

De diplomatieke betrekkingen tussen het Vaticaan zelf en Suriname zijn altijd hartelijk geweest. In 2009 bracht toenmalig president Venetiaan een historisch bezoek aan paus Benedictus XVI. Het is de eerste keer dat een Surinaams staatshoofd officieel is ontvangen in het Vaticaan. "Venetiaan en de paus spraken over Suriname en de wereld. Ook de relaties tussen de katholieke gemeenschap en de Surinaamse overheid kwam aan de orde."


[uit de Ware Tijd, 03/08/2013]