Posts tonen met het label Palm Walter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Palm Walter. Alle posts tonen

zaterdag 8 maart 2014

Literaire middag in de Plantage in het teken van de Caribische letteren

Curaçao, Pontjesbrug. Foto @ Sanne Landvreugd

Op zaterdag 12 april is er een literaire middag in de Plantage, die in het teken van de Caribische letteren staat. Wanda Reisel en Walter Palm lezen niet alleen uit eigen werk voor, maar ook uit dat van Antilliaanse auteurs die zij bewonderen. Walter Palm reciteert onder meer zijn gedicht De mazurka en zal dat illustreren met CD-opnames van mazurka's van (zijn grootvader) Jacobo Palm en (zijn betovergrootvader) Jan Gerard Palm. Ko van Geemert vertelt over zijn net verschenen literaire, culturele gids Dushi Willemstad.

Walter Palm
Daarna kunt u kijken naar een aflevering van Literaire ontmoetingen, een televisie-uitzending uit 1963. Hierin ontmoet Hans Gomperts schrijvers en schrijfsters van de Nederlandse Antillen.

Datum: zaterdag 12 april 2014 
Tangosalon, Plantage Muidergracht 155, 14.30 uur.
Zaal open vanaf 14.00 uur. Toegang gratis voor leden van de Vrienden van de Plantage. Voor niet-leden  € 5. 

De boeken van de aanwezige (en van andere) auteurs zullen deze middag te koop zijn.

zaterdag 15 februari 2014

Een andere kijk op Mijn zuster de negerin van Cola Debrot (3 en slot)

door Walter Palm

De tweede vraag is in hoeverre deze novelle autobiografisch is, want de hoofdpersoon Frits Ruprecht is op dezelfde dag geboren als de auteur Cola Debrot, namelijk op 4 mei 1902.  


Zijn biograaf Jaap Oversteegen rept in de biografie Gemunt op wederkeer (1994) over Cola Debrot niet over een halfzus van Cola. Ook ontkende Cola Debrot dat hij ooit een halfzus heeft gehad. Als ik de biograaf van Cola Debrot en Cola Debrot zelf mag geloven, dan is Mijn zuster de negerin niet autobiografisch in de zin dat Cola Debrot een halfzus gehad heeft. Wel schrijft Jaap Overstegen dat Cola Debrot veelvuldig last had van depressies. Is Mijn zuster de negerin in die zin autobiografisch dat Cola Debrot net als Frits Ruprecht last had van depressies?

Een derde vraag is in hoeverre Mijn zuster de negerin nog actueel is. Deze novelle speelt zich af tegen de achtergrond van een etnisch gesegregeerde samenleving waarbij als erecode gold dat een vader de opleiding van zijn buitenechtelijk kind betaalde. De vraag is of Curaçao bijna tachtig jaar na het verschijnen van deze novelle nog steeds een etnisch gesegregeerde samenleving is. En de vervolgvraag is of deze erecode nog steeds actueel is.

Walter Palm (rechts), naast hem met open mond Gilbert Wawoe, en daarnaast Quito Nicolaas

vrijdag 14 februari 2014

Een andere kijk op Mijn zuster de negerin van Cola Debrot (2)

Landhuis Ascension, Curaçao
door Walter Palm


  • De vorm van Mijn zuster de negerin: een literaire thriller met  een magisch-realistische inslag

Mijn zuster de negerin is een spannende thriller met twee spanningslijnen.

Wat het spannend maakt is dat vanaf het begin van de novelle het onderscheid tussen feit en fictie wazig is. Stond de nicht van Frits Ruprecht nu echt achter de opengeklapte jaloezieën? Lagen zijn overleden ouders in het dichte huis naast elkaar met de ogen wijd open gericht naar het plafond? Was Karel nu echt zo vijandig tegen hem of had hij woorden gehoord die nooit uitgesproken waren?  Zweeft daar inderdaad de schim van Maria? Shakespeare zou zeggen “To be or not to be. That is the question”.

Wat het ook spannend maakt is dat Frits gaat twijfelen of Maria nu echt de dochter is van Theodoor zoals beweerd wordt. Hij vindt het verdacht dat zijn vader Alexander Ruprecht de opleiding van Maria heeft betaald. Dit is veelal een teken dat het zijn buitenechtelijk kind is.

Aan het slot van de novelle volgt de ontknoping. Nee, het is niet de schim van Maria die door het huis dwaalt. En ja, Maria is inderdaad de dochter van zijn vader, het is dus zijn halfzus.


Ook in de short story Don’t look now uit 1971 van de bekende thrillerschrijver Daphne du Maurier vervaagt de grens tussen realiteit en fictie. Deze short story gaat over een echtpaar dat een dochter verliest. In Venetië ontmoeten zij een helderziende die hen vertelt dat hun overleden dochter met hen in contact wil komen om hen te waarschuwen voor gevaar. Zij menen een schim te zien van hun dochter.        

De in 1935 gepubliceerde Mijn zuster de negerin heeft een magisch realistische inslag in de zin dat het zich afspeelt op het grensvlak van werkelijkheid en ingebeelde werkelijkheid. De dubbelzinnige perspectieven van deze novelle versterken de magische suggestie.

De koetsier Pedritoe die de jongen Frits Ruprecht verhalen vertelt over “prinsessen die zingen in den hemel, over het spook dat als witte ezel verschijnt met een blauwe ster tussen zijn rechtopstaande oren” versterkt de magisch realistische sfeer in deze novelle.

Ook in een gedicht als “Wie weet Malinda” dat geen deel uitmaakt van Mijn zuster de negerin,  is de magisch realistische sfeer aanwezig. Dit gedicht van Cola Debrot is ontleend aan het verhaal van Ma Linda dat op Bonaire wordt verteld. In dit verhaal ontmoet een jongeman op een begrafenis een mooie jonge weduwe met een diabolische maar tegelijkertijd engelachtige glimlach. Zij nodigt hem uit om haar op haar plantage te bezoeken. Als hij besluit om op haar uitnodiging in te gaan, kan hij de plantage niet vinden. Als hij het zoeken opgeeft en naar huis terugkeert, blijkt hij een oude man geworden te zijn met grijze haren, een gerimpeld gezicht en een duistere oogopslag.
 
Cola Debrot geschilderd door Carel Willink
Een van de beste vrienden van Cola Debrot was Carel Willink. Hij was getuige bij het huwelijk van Cola Debrot met Estelle in mei 1936. Deze bekendste magisch realistische Nederlandse schilder heeft in 1936, een jaar dus na het verschijnen van Mijn zuster de negerin, een intrigerend portret van Cola Debrot geschilderd


Slot

Na herlezing van Mijn zuster de negerin blijven drie vragen, waar ik zelf geen antwoord op heb, mij intrigeren, namelijk: (1) is  Mijn zuster de negerin met zijn magisch realistische inslag een voorloper van de magisch realistische roman zoals die in de jaren zestig in de Latijns Amerikaanse literatuur doorbrak met Cien años de soledad (1967) van  de Colombiaanse auteur en Nobelprijswinnaar  (1982) Gabriel García Márquez ?; (2) in hoeverre is deze novelle autobiografisch ?  en (3) wat is de actualiteitswaarde van deze novelle uit 1935?

Om bij de eerste vraag te beginnen. Gabriel García Márquez maar ook een schrijver als de Chileense auteur Isabel Allende die La casa de los espíritus (1982) schreef, zou niet vreemd opkijken van de passage in Mijn zuster de negerin waarin Frits Ruprecht wordt besprongen door “iemand of iets met gloeiende ogen” als hij in “Miraflores” de voormalige slaapkamer van zijn ouders binnen wil gaan.

Zo wist Gabriel García Márquez te vertellen dat hij als kind opgroeide bij zijn grootouders en dat hij een keer geen slaap kon vatten vanwege gesnurk in zijn slaapkamer. Toen hij zich daarover beklaagde bij zijn grootvader antwoordde die dat hij sliep in de slaapkamer van zijn overleden tante en dat die altijd hevig snurkte!  Alsof een snurkende overleden tante de gewoonste zaak ter wereld is. 


In de Nederlandstalige magisch realistische literatuur zijn De trap van steen en wolken (1940) van Johan Daisne en De komst van Johan Stiller (1960) bekende magisch realistische romans.

Maar schrijft Cola Debrot nu in de magisch realistische stijl of juist in expressionistische stijl met explosieve passages als: (a) “De door slaven opgetrokken muren zijn “Krijtachtig wit, als een gil in de doorzichtig-groene avond””; (b) als hij de voormalige slaapkamer van zijn ouders binnen wil gaan “was het of iemand of iets met gloeiende ogen uit de duisternis een sprong naar hem terug maakte, hem bij de schouders greep, hem in de oren gilde”; en (c) “Op het ogenblik, dat hij de deur voor de neus van Wantsjo wilde dichtsmijten, hoorde hij een gillen even onwerkelijk als daarstraks toen hij de deur opende van zijn moeders slaapkamer: “Maria is de dochter van uw vader !!””?

Bij de passage “De door slaven opgetrokken muren zijn “Krijtachtig wit, als een gil in de doorzichtig-groene avond”” dringt bij mij zich de associatie op met het gekwelde schilderij “De schreeuw” uit 1893 van de Noorse schilder Edvard Munch dringt zich bij de lezer op.  In dit expressionistisch schilderij staat tegen de achtergrond van een ondergaande zon een wanhopige figuur te schreeuwen. Het lijkt wel of de hele omgeving met hem mee schreeuwt.

[voor deel 3 en slot, klik hier]


donderdag 13 februari 2014

Een andere kijk op Mijn zuster de negerin van Cola Debrot (1)

Cola Debrot. Portret door Nicolaas Porter
door Walter Palm

Inleiding

Jules de Palm vertelde me eens een kostelijke anekdote over Cola Debrot. Cola Debrot en hij moesten eens iemand met de auto afhalen bij het Centraal Station in Amsterdam. Cola Debrot zat achter het stuur en Jules de Palm naast hem. Aangekomen bij het Centraal Station parkeerde Cola Debrot de auto pardoes en pontificaal voor de uitgang van het Centraal Station, terwijl dat uitdrukkelijk verboden was. Prompt werd hij daarop aangesproken door een agent. Cola Debrot wees toen naar Jules de Palm  en zei tegen de agent “Ziet u die man die naast mij zit? Dat is een gevaarlijke gek. Van hem moet ik de auto hier parkeren”. Verbouwereerd droop de agent af.

Bij het herlezen van Mijn zuster de negerin met het oog op mijn presentatie over dit boek op 9 november 2013 bij de “Dutch Caribbean Book Club” moest ik erg denken aan deze anekdote, want bij herlezing trok tot mijn stomme verbazing de labiele geestestoestand van de hoofdpersoon mijn aandacht en niet zozeer de rassenrelaties waar deze novelle uit 1935 om bekend staat.

Onderstaand ga ik eerst in op de inhoud van dit boek en vervolgens op de door de auteur gekozen vorm.


  • Beknopte inhoud van Mijn zuster de negerin: “Een zuster gevonden, een minnares verloren”

De dertigjarige hoofdpersoon Frits Ruprecht is na een afwezigheid van veertien jaar terug op zijn geboorte-eiland om zijn erfenis af te wikkelen. Aangezien zijn ouders zijn overleden en hij geen broer of zus heeft is hij de enige erfgenaam. De erfenis bestaat uit een woonhuis in de stad, het bijbehorend koetshuis met daarin geparkeerd de oude Ford en de plantage Miraflores.

Maar er is ook een andere reden waarom hij is terug gekeerd. Hij heeft genoeg van Europa waar hij als zestienjarige naar toe was gegaan. Hij wil “bij een negerin leven” en hij haatte “in Europa de bleke gezichten met hun visachtige kilheid, hun gebrek aan broederlijke en zusterlijke sympathie”.
...bleke gezichten, met hun visachtige kilheid...

Reeds op het schip waarop hij aankomt, overhandigt de notaris hem de sleutels van de stadswoning, het koetshuis en de plantage Miraflores. Achter zijn rug wordt gefluisterd dat hij zijn vader al veel geld heeft gekost en dat het niet lang meer zal duren alvorens hij ook deze erfenis er doorheen zal jagen. Een  uitnodiging van de notaris om bij hem thuis een hapje te eten met zijn vrouw en hun dochter Tonia, slaat Frits Ruprecht beleefd maar resoluut af.

Als hij het schip verlaten heeft en hij alleen op de kade staat moet de eerste opwelling  van “niets dan heerlijkheid” de nodige plaats inruimen voor een bepaalde sombere en wordt hij overvallen door zelfmoordneigingen (“Frits werd tegelijk bevangen door het gevoel maar dadelijk hara-kiri te zullen plegen”). Hij weet de zelfmoordneigingen te bedwingen en hij wandelt van de kade  naar zijn stadswoning. Onderweg verbeeldt hij zich dat zijn nicht die zo’n hekel aan hem had, hem weer staat uit te lachen achter een van die opengeklapte jaloezielatten.

Bij de stadswoning aangekomen doet zijn ouderlijk huis hem denken aan een mausoleum. Hij durft niet naar binnen te gaan, want volgens zijn gevoel waren zijn ouders niet begraven op het kerkhof, maar lagen zijn ouders “in het dichte huis naast elkaar met de ogen wijd open gericht naar het plafond”.

Hij stapt in de oude Ford van zijn vader en rijdt niet naar het kerkhof om het graf van zijn ouders te bezoeken, maar gaat naar “Miraflores”. Op weg stopt hij bij zijn jeugdvriend Karel die inmiddels districtmeester is geworden. De aanvankelijke amicale sfeer van het gesprek slaat om als Karel opmerkt dat hij graag had gezien dat Frits een schim was gebleven en nu niet in levende lijve voor hem had gestaan met jaloezie opwekkende verhalen over Europa. Deze opmerking schiet Frits in het verkeerde keelgat. Hij breekt het gesprek abrupt af en beent boos weg. Hij stapt in de auto en rijdt weg.

Als Frits vertrokken is, vraagt hij zich af of Karel inderdaad zo onvriendelijk was geweest of dat hij misschien woorden had gehoord die nooit zijn uitgesproken, want  behalve zelfmoordneigingen, heeft hij ook  hallucinaties.

Tegen zonsondergang komt hij aan in Miraflores. Rentmeester Wantsjo doet het hek voor hem open. De door slaven opgetrokken muren zijn “Krijtachtig wit, als een gil in de doorzichtig-groene avond”.

Aangekomen bij het landhuis schreide “diep in hem een oude, bijna dode stem” als hij denkt aan zijn moeder die vaak schommelde op het terras van het landhuis. Het gevoel dat hij nooit meer zijn moeder zou zien schommelen op het terras vervult hem van “een grote bijna misselijke leegheid”.

Hij loopt het landhuis binnen. Als hij de voormalige slaapkamer van zijn ouders binnen wil gaan “was het of iemand of iets met gloeiende ogen uit de duisternis een sprong naar hem terugmaakte, hem bij de schouders greep, hem in de oren gilde”. Doodsbleek slaat hij de deur van de slaapkamer dicht.

“Miraflores” is voor Frits Ruprecht “a trip down memory lane”. Jeugdherinneringen dringen zich op. Hij ziet nog voor zich hoe hij vroeger ging jagen met Karel die hem nu zo vijandig bejegent en hoe zijn nicht met haar helderblauwe ogen en goudkleurige haren hem vaak uitlachte.

Maar vooral moet hij denken aan Maria, de kleindochter van de rentmeester, die samen met hem is opgegroeid en waarmee hij vaak op een bankje in de palmentuin zat te luisteren naar koerende duiven.

Hij heeft gehoord dat Maria nu onderwijzeres is in de stad en dat zijn vader  haar opleiding had bekostigd. Hij vindt dat verdacht want waarom zou zijn vader de studie van Maria betalen. “Wat den mens het meest verraadt, blijft nog steeds zijn eigen hart”, merkt hij op. Was zijn vader ook de vader van Maria en niet Theodoor zoals de officiële vader van Maria heet. Ondertussen lijkt hij in het schemerdonker een schim van Maria te zien in het huis, maar dat kan niet, want Maria is onderwijzeres en woont in de stad. 

Voor alle zekerheid gaat hij in het achterhuis naar de voormalige slaapkamer van Maria. Tot zijn verbazing is zij daar. Zij is heel blij om hem te zien en zij is na veertien jaar een volwassen vrouw geworden. Maar net als zij intiem worden, klinkt er gerammel aan de voordeur. Frits gaat ontstemd naar de voordeur en treft daar Wantsjo aan. Boos laat hij hem niet uitpraten. “Op het ogenblik, dat hij de deur voor de neus van Wantsjo wilde dichtsmijten, hoorde hij een gillen even onwerkelijk als daarstraks toen hij de deur opende van zijn moeders slaapkamer: “Maria is de dochter van uw vader !!””  Na deze dramatische anticlimax blijft Frits onthutst en ontnuchterd  achter. En zo heeft hij een zuster gevonden, maar een minnares verloren.

[vervolg klik hier]

donderdag 23 januari 2014

Literaire Tertulia van Dutch Caribbean Book Club

Amateuristische lezing van Debrot door Walter Palm


Eerste druk 1935
door Henry Habibe

Op initiatief van Dutch Caribbean Book Club (DCBC) werd op 9 november 2013 in Den Haag voor de zoveelste keer aandacht besteed aan de bekende novelle Mijn zuster de negerin van Cola Debrot. Spreker, de heer Walter Palm, gaf daarvan wat hij zelf noemde ‘een andere visie’  dan de reeds bestaande. Hij deelde mee dat hij bij een herlezing van de novelle ‘tot zijn verrassing tot een andere kijk’ was gekomen, namelijk: ‘de labiele geestestoestand van de hoofdpersoon trok mijn aandacht en niet zozeer de rassenrelaties waar deze novelle uit 1935 om bekend staat’. Hierna volgde een samenvatting van het bewuste werk en kwam de spreker, na een vrij onsamenhangende uiteenzetting over wat hij als de ‘vorm’ beschouwde, tot de conclusie dat Mijn zuster de negerin een ‘magisch-realistische inslag’ heeft.

Opmerkelijk is dat het niet tot de spreker schijnt te zijn doorgedrongen dat het hier gaat om een raciaal thema (Négritude). De hoofdpersoon geeft – aldus Debrot - de voorkeur aan een negerin boven de blanke vrouw in Europa. Tegen het einde van het verhaal, nadat de hoofdpersoon een hele tijd gemijmerd heeft over het zwarte meisje uit zijn jeugd, voelde hij ‘onweerstaanbaar de drang in zich opkomen om naar de kamer van Maria [het negermeisje uit zijn jeugd] te gaan’. Debrot heeft dit thema op een hoogst eigen wijze behandeld.
Editie 1955

In plaats van de novelle aan een min of meer stilistische benadering te onderwerpen en zoveel mogelijk binnen een passende historische context, wijkt Palm daarvan af en gaat op zoek naar aspecten van psychologische aard (hallucinaties, zelfmoordneigingen) en  veronderstelt dat daarmee reeds van een ‘magisch-realistische inslag’ sprake is.  Hij gaat als volgt te werk. Nadat hij (aan het begin) als een tweede ‘reden’ had gegeven waarom de hoofdpersoon naar Curaçao teruggekeerd was, week hij af van het raciale thema en probeerde elders voorbeelden te vinden (dus uit andere werken) om daarmee de vermeende ‘magisch-realistische inslag’ van Mijn zuster de negerin te signaleren. Dit is wat ik een ‘extra-literaire vlucht’ zou willen noemen. De spreker verlaat immers de tekst, die hij zich voorgenomen had te bespreken. Zo verwijst hij naar een kort verhaal van Daphne du Maurier (‘Don’t look now’) omdat daarin sprake is van ‘het zien van een schim’. Meent hij misschien dat hij zodoende het Magisch Realisme reeds gedefinieerd heeft? Ook deelt hij mee dat het gedicht ‘Wie weet Malinda’ van Debrot ‘geen deel uitmaakt van de novelle’. Desalniettemin stelt hij (zonder het aan te tonen!) dat de ‘magisch-realistische sfeer’ uit dat gedicht ook in  de novelle aanwezig is.
Elfde druk

De spreker meende bovendien dat, aangezien Debrot bevriend was met de Nederlandse magisch-realistische schilder Carel Willink, zijn novelle ook elementen moet bevatten van het Magisch Realisme. Zonder deze literaire tendens te hebben gedefinieerd of minstens aan te geven wat hij daaronder verstaat, gaat hij over tot de volgende verkondiging: ‘Is Mijn zuster de negerin met zijn magisch-realistische inslag een voorloper van de magisch realistische roman, zoals die in de jaren zestig in de Latijns Amerikaanse literatuur doorbrak met Cien años de soledad van de Colombiaanse auteur Gabriel García Márquez?’ (Palm noemt ook La casa de los espíritus van Isabel Allende).

Uit Palms verhaal blijkt niet wat hij met ‘magisch realistische inslag’ bedoelde. De ene keer gaat hij bij Du Maurier te rade (wiens tekst uit 1971 dateert, terwijl die van Debrot uit 1935), een andere keer baseert hij zich op de ‘sfeer’ uit een heel andere tekst van Debrot, in de veronderstelling dat beide werken vanzelfsprekend dezelfde ‘sfeer’ moeten ademen. Het toppunt van deze ‘amateuristische’ benadering wordt aan het eind bereikt met de vrij groteske uitspraak: ‘García Márquez, maar ook (...) Isabel Allende (...) zouden niet opkijken van de passage in Mijn zuster de negerin waarin Frits Ruprecht wordt besprongen door “iemand  of iets met gloeiende ogen” als hij in Miraflores de voormalige slaapkamer van zijn ouders binnen wil gaan’. Beide Latijns-Amerikaanse auteurs zouden – volgens mij – juist in lachen uitbarsten bij het constateren dat Ruprecht de schrik te pakken had (‘… Doodsbleek smeet hij [Ruprecht] de deur weer dicht. Het angstzweet brak hem uit…’). In de werken van García Márquez en Allende gaat het juist niet om het zich distanciëren van de ‘mysterieuze’ verschijnselen, maar om een ‘zich daarin onderdompelen’ om die op een min of meer indringende wijze te omschrijven. Dat gebeurt soms aan de hand van sterk hyperbolische elementen.
Derde druk

Fantastische verhalen hebben altijd bestaan. Het Magisch Realisme is echter een postmodernistische stroming in de schilderkunst, die zich ook in de literatuur manifesteerde en wel aan het eind van de jaren veertig met werken als El Reino de este mundo van de Cubaan Alejo Carpentier. Men denke daarbij ook aan werken als Kafka’s De Metamorfose. Mijn zuster de negerin willen beschouwen als een novelle met een ‘magisch realistische inslag’ is louter een wishfull thinking van de heer Palm.

Er kan gesteld worden dat deze bijeenkomst van de Dutch Caribbean Book Club geslaagd was. Alleen was er niet voldoende gelegenheid om te discussiëren. Vooral het gesproken ‘In memoriam Jules de Palm’ door de bekende Arubaanse pianist Alwin Toppenberg omvatte veel interessante informatie over de Curaçaose schrijver. De moderator, Darlène Westmaas, kweet zich goed van haar taak. Er heerste een heel ontspannen sfeer onder het publiek. Het succes was mede te danken aan de inspanningen van de actieve voorzitter van Dutch Caribbean Book Club, Magda Lacroes.


dinsdag 14 januari 2014

Film over Frank Martinus Arion ook in Den Haag te zien

https://webmail.uva.nl/owa/14.3.174.1/themes/resources/clear1x1.gif

Voor het eerst te zien in Den Haag: de documentaire Frank Martinus Arion: Yu di Kòrsou. Extra film in het programma van Friday Night Unlimited, vrijdag 17 januari, Theater aan het Spui Den Haag. 

Regisseur Cindy Kerseborn maakte een prachtige documentaire over Frank Martinus Arion (Curaçao, 1936), de grote dichter en schrijver van het Nederlands Caribisch gebied, o.a. bekend van de roman Dubbelspel. In de film ziet u behalve de schrijver onder anderen bekende Antillianen als Trudi Martinus-Guda, Omayra Leeflang, Igma van Putte-De Windt, Jos de Roo, Walter Palm en Francio Guadeloupe. De documentaire was de afsluiting van het project Hommage aan Frank Martinus Arion. Cindy Kerseborn maakte met Yu di Kòrsou het tweede deel van haar drieluik over Surinaams-Caribische Nederlandse schrijvers. Voor iedereen die Curaçao, het Papiaments en het werk van Arion kent of wil leren kennen, een absolute aanrader.
Francio Guadeloupe

Aanvang totale programma 20.00 uur. 
Kaarten via www.writersunlimited.nl. 


zaterdag 2 november 2013

Dr Miguel Goede over de toekomst van SIDS

Lezing dr. Miguel Goede over de toekomst van SIDS na 10-10-10
 
Miguel Goede
Vereniging Antilliaans Netwerk organiseert op vrijdag 15 november 2013 een lezing met de heer Dr. Miguel Goede met als titel: De toekomst van de Dutch Caribbean Small Island Developing States (SIDS) na 101010; kritische reflecties.

Tijdens de lezing wordt in gegaan op de specifieke situatie van alle zes eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen. Aruba heeft net verkiezingen achter de rug en het IMF rapport ligt op tafel. Bonaire probeert haar draai te vinden. Het eiland is de ban van bestuurlijke schandalen en processen tegen politici. Curaçao is na 050513 in een existentiecrisis. Sint Maarten heeft net een aanwijzing gekregen op het gebied van goed bestuur. Saba en Sint Eustatius zijn stil. Wat is er daar aan de hand? Hoe gaat dit allemaal nu verder?

Dr Miguel Goede is wetenschapper, strateeg, auteur en managementconsultant. Zijn onderzoeksgebied is goed bestuur en duurzame ontwikkeling van globaliserende kleine eilanden (SIDS) in het Caribisch gebied (bron: www.miguelgoede.com)

Als moderator zal tijdens deze bijeenkomst optreden de heer Walter Palm, ere lid van de Vereniging Antilliaans Netwerk.

Datum: vrijdag 15 november 2013
Locatie: Amsterdam (VAN)
Aanvang: 20:00 uur. Inloop vanaf 19:30 uur
Entree: Leden gratis, niet leden 12,50 euro p.p., studenten 5 euro (op vertoon van collegekaart)
Vooruitbetalen via bankrekening 58.58.50.321, 10 euro p.p. t.n.v. Vereniging Antilliaans Netwerk

donderdag 24 oktober 2013

Literaire middag Dutch Caribbean Book Club

Het zout van Bonaire

Dutch Caribbean Book Club nodigt u uit voor een literaire middag op zaterdag 9 november 2013 van 12.00 tot 16.00 uur in Theater De Vaillant Den Haag. Heeft u de roman Mijn zuster de negerin van Cola Debrot gelezen? En wilt u deelnemen aan een boeiende discussie waarbij Walter Palm als discussieleider zal optreden? Bezoek dan deze literaire middag.
1e druk van Mijn zuster de negerin (1935)

Ook het boek Bonaire, zout en koloniale geschiedenis van Boi Antoin en Cees Luckhardt komt aan de orde. Cees Luckhardt geeft een lezing hierover. We zullen tevens stilstaan bij het heengaan van Jules de Palm. Alwin Toppenberg zal een ‘in memoriam’ uitspreken. In november bestaat Dutch Caribbean Book Club 1 jaar. We blikken terug op onze activiteiten en kijken vooruit naar onze bijeenkomsten in 2014. Dansgroep Caribbean Dance Flamboyan zal acte de présence geven met dansstijlen als de Seú en de onvergetelijke Remailo.

Aanmelden: dutchcaribbeanbookclub@gmail.com
Toegang: € 5,00
Datum: zaterdag 9 november 2013 van 12.00 tot 16.00 uur
Locatie: Theater De Vaillant, Hobbemastraat 120, 2526 JS Den Haag
Routebeschrijving: http://www.devaillant.nl/over-het-theater/adres-en-openingstijden/item172 Parkeren: In de omgeving van Theater De Vaillant kunt u van 9.00-24.00 uur alleen tegen betaling parkeren. Pinnen of chippen.

Bezoek onze website: www.dutchcaribbeanbookclub.wordpress.com





woensdag 21 augustus 2013

Ramon Todd Dandaré gaf lezing

Den kibra di marduga - aurora di un lenga crioyo: Papiamento was de titel van de lezing die lezing die Ramon Todd Dandaré Mag. Ling. op 20 augustus in het Arubahuis in Den Haag hield. Een fotoimpressie van Nico van der Ven.



Het wordt allemaal genoteerd door Olga Orman (links)


Met Alwin Toppenberg en gevolmachtig minister Edwin Abath

V.l.n.r. Walter Palm, Edwin Abath, Mirto La Croes, Igma van Putte

maandag 29 juli 2013

Enthousiaste viering van de vrijheid in Den Haag

door Otti Thomas

Op verfrissende wijze besteedde ook de regeringsstad Den Haag afgelopen vrijdag aandacht aan de afschaffing van de slavernij, 150 jaar geleden. Samen met de Openbare Bibliotheek zorgde Guisella Starink-Martha voor een afwisselend programma, dat scherp contrasteerde met de doorgaans eenzijdige focus op problemen in de Tweede Kamer, een paar honderd meter verderop.
De bijdragen uit de wetenschap en literatuur, traditionele en moderne Caribische muziek, dans en beeldende kunst waren samengebracht onder de titel ‘Geluid van de Vrijheid’. “In mijn beleving gaat echte vrijheid gepaard met stilte. Iets wat vanzelfsprekend is heeft geen geluid nodig om het te ervaren”, zei Melvin Statia, directeur van het Curaçaohuis, in zijn openingswoord. Maar vrijheid is niet vanzelfsprekend en daarom is er soms wel geluid nodig om de waarde van vrijheid te benadrukken, zowel lichamelijke vrijheid als geestelijke. “Er moet nog veel worden gedaan voor die mentale vrijheid echt begrepen en beleefd wordt op de eilanden, maar ook in dit deel van het Koninkrijk”, zei hij.
Valika Smeulders

Statia noemde meer kennis over de geschiedenis een belangrijke stap voor die bewustwording, waarmee hij tevens de tweede spreker introduceerde. Valika Smeulders presenteerde de eerste resultaten van haar onderzoek naar de rol van Den Haag in de slavenhandel. Zoals bekend werd hier de basis gelegd voor de slavenhandel en werd besloten tot de afschaffing ervan. Maar het was ook de stad van de rechtszaken, waarin slaven hun vrijheid eisten. Den Haag had bovendien – net als Middelburg, Rotterdam en Amsterdam – inwoners die geld verdienden aan de slavenhandel, waaronder de beleidsmedewerkers van verschillende ministeries. “Er is Haagse welvaart gebouwd op de onvrijheid van de Afrikaanse slaaf-gemaakten. En de slaaf-gemaakten hebben zich altijd verzet, onder meer door de regels aan te vechten, hier in Den Haag. Het is een deel van de geschiedenis dat verder uitgediept moet worden om ervan te leren en inspiratie uit op te doen”, zei Smeulders.

Rotsen
Ook in de voordrachten en bijdragen die volgden werd teruggeblikt op het slavernij-verleden, inclusief enkele tambú-nummers en optredens van dansgroep Chi Ku Cha. Van Walter Palm was er zijn gedicht ‘De Driemaster met drie masten, Liberté, Egalité en Fraternité’, over de Franse revolutie die na enige vertraging ook Curaçao bereikte. Izaline Calister zong ‘Lamento di Mosa Nena’ over de liefdesgeschiedenis van slaaf Buchi Fil. Kunstenaar Nelson Carrilho verbeeldde de zware strijd voor de vrijheid met bronzen beelden van slaven op een weg vol vervaarlijke pinnen.

Izaline Calister. Foto @ Michiel van Kempen

Maar meer dan een pijnlijke terugblik, was ‘Geluid van de Vrijheid’ vooral een ode aan de Caribische cultuur, die onlosmakelijk met het verleden verbonden is. Het onverwacht hoge aantal van meer dan 250 bezoekers, waaronder Hagenaars die eigenlijk alleen naar de bibliotheek kwamen om een boek te lenen, kon genieten van de Curaçaose wals door muziekgroep Tipiko Den Haag. Carilho maakte speciaal voor de expositie een kopie van zijn beeld ‘Carriers from Far’, om hiermee aan te tonen dat mensen hun cultuur altijd met zich meedragen. En Palm liet de spin Nanzi een overwinning behalen op Koning Zon. De bezoekers hadden het zo naar hun zin dat Calister tot twee keer toe om een toegift werd gevraagd, hetgeen ze beloonde met haar luidkeels meegezongen hit ‘Wow’i Kariña’. Het programma liep daardoor wel uit, maar ook dat past bij de Caribische cultuur.

Kade
r
‘Geluid van de Vrijheid’ omvat verschillende activiteiten in de Openbare Bibliotheek van Den Haag. Tot en met 25 augustus worden er schilderijen en beelden geëxposeerd van Nelson Carrilho, Felix de Rooy, Helen Martina, Boy Namias de Crasto, Hector Ceferino Raphaela en Wilson Garcia. Op 3 augustus is er een literaire middag met gedichten, verhalen en rap, en op 18 augustus volgt een optreden van Nueva Tradición. Op zondag 25 augustus wordt het programma feestelijk afgesloten met tambú-muziek.

[uit Amigoe, 22 juli 2013]


zondag 12 mei 2013

Walter Palm - De Driemaster

Op een driemaster
met drie masten Liberté, Egalité en Fraternité
stak de Revolutie de Atlantische Oceaan over
(...)
reisde met volle zeilen richting Curaçao
Met Tula als kapitein en Karpata als stuurman

Maar het schip leed schipbreuk
zonk naar de bodem van de zee
en daar bleef het liggen,

tot het op 1 juli 1863 naar boven steeg,
statig de haven van Willemstad binnen schreed
en met gouden letters schreef:

‘De slavernij is voorbij
Ook hier heeft de Revolutie
gezegevierd.’

Een Zweedse driemaster tijdens Sail Amsterdam 2010. Foto @ Michiel van Kempen


Biografie Walter Palm
 
Walter Palm
Walter Palm is op Curaçao geboren op 21 januari 1951. De familie Palm staat op het eiland bekend als dé muziekfamilie. Jan Gerard Palm, de betovergrootvader van Walter Palm, was de grondlegger van de Curaçaose muziek.
Walter Palm groeide op in een artistiek milieu. Zijn aristocratische grootvader Jacobo Palm was een prominente componist en met de bekende Curaçaose schrijver Pierre Lauffer trok hij in zijn jongensjaren op. Vanaf zijn jeugd was zijn ambitie om het artistieke domein van de familie Palm dat beperkt was tot de muziek, uit te breiden met literatuur.
Op twintigjarige leeftijd debuteerde hij als dichter in het Antilliaanse literaire tijdschrift Watapana.
Walter Palm is een multilinguaal schrijver die zowel in het Nederlands, Engels als Papiaments schrijft. Naast gedichten heeft hij ook essays, toneelstukken en korte verhalen gepubliceerd.
In 2001 werd hij, mede voor zijn literaire werk, benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. In 2005 werd hij als enige op Curaçao geboren dichter opgenomen in Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst (ISBN 90 5018 741 1; samenstellers Hans Warren en Mario Molegraaf; uitgeverij Balans in Amsterdam), de literaire eregalerij van Nederlandstalige dichters.


woensdag 27 maart 2013

Balie-avond ter ere van schrijver Frank Martinus Arion

Arion: de man, de vrouw, de poëzie

Frank Martinus Arion draagt zijn - met de in 1974 Van der Hoogtprijs bekroonde boek - Dubbelspel op ‘Aan vrouwen met moed’. Dit thema wordt van verschillende kanten belicht en is onderwerp van een debat in De Balie, Amsterdam, vrijdag 12 april.


Frank Martinus Arion ca. 1972


Moedige vrouwen versus macho-mannen, liefde, Curaçao en zijn eilandgenoten spelen een belangrijke rol in het literaire werk van Arion, die een groot aantal boeken en gedichten schreef, waaronder Dubbelspel. Wordt het machogedrag van de mannen in stand gehouden door de vrouwen?

Omslag Duitse vertaling Dubbelspel.


Een literaire en culturele avond met debat, voordrachten van essays en gedichten door: Aart G. Broek, Giselle Ecury, Walter Palm, Igma van Putte, Wanda Reisel, Collin Schorea en Paulette Smit.
Met zang en muziek van Margi Martinus en de Tambú-Papia-spelers.
Gespreksleider: Arjan Peters (literair redacteur De Volkskrant)

Arion is ook de auteur van Papiamentstalige poëzie en het Papiamentstalige schotschrift Martein Lopap
.

Deze Arion-avond is het tweede deel van een drieluik over Caraïbische schrijvers die literair en politiek van betekenis zijn voor hun land van herkomst en hun land van aankomst. De eerste uit de serie was Edgar Cairo.


Vrijdag 12 april 2013: 20.00 uur De Balie Amsterdam een literaire- en culturele avond ter ere van schrijver Frank Martinus Arion (1936); georganiseerd door Stichting Cimaké Foundation i.s.m. De Balie en uitgeverij De Bezige Bij.

De Balie
Kleine-Gartmanplantsoen 10
1017 RR Amsterdam
Reserveren: www.debalie.nl
Of: Tel. 020- 55 35 100 (vanaf 16.30 uur)
Entree: €10 / met korting: €7,50

maandag 11 februari 2013

Tula vijftien keer ontmoet

door Otti Thomas
Slavernijbeeld, Edsel Selberie, Tula Museum

Als Tula deze maand eens door de Breedestraat in Otrobanda zou lopen, dan zouden voorbijgangers hem ongetwijfeld vaak om hulp vragen. Steun, advies en inspiratie voor de strijd tegen discriminatie, waar ook in de 21e eeuw nog sprake van is. Het sterke punt van Topa Tula ofwel Ontmoet Tula is dat er vijftien heel verschillende varianten zijn op die ene vraag. De Stichting Simia Literario vroeg Antilliaanse en Arubaanse schrijvers om een gedicht of verhaal te leveren over de strijd van Tula, eventueel al eerder gepubliceerd, met oog voor de moderne tijd. Als de meest bekende leider van de opstand van 1795 geldt Tula nog altijd als een rolmodel, ook voor de huidige generatie jongeren, is de boodschap van het boek. “De strijd voor vrijheid en gelijkheid is nog steeds van kracht”, staat in het voorwoord van de samenstellers Olga Orman en Giselle Ecury, die tevens een aantal oorspronkelijk Papiamentstalige gedichten in het Nederlands vertaalden.
Het gemeenschappelijke uitgangspunt had kunnen leiden tot een eenzijdige bundel, waarin Tula keer op keer om hulp wordt gevraagd voor de strijd tegen discriminatie. Inderdaad lieten de meeste dichters zich inspireren tot een tekst waarin Tula’s moed en vastberadenheid als voorbeeld dienen voor de huidige generatie. Bijvoorbeeld Eerbetoon van Olga Orman, Slavenopstand van Eugènie Herlaar of Tula van Hilli Arduin.

Tula verloo
r
een zwijgende mass
a
verkwanselde zijn lichaa
m
voor valse belofte
s
hij stierf een harde doo
d

Een voorbeeldrol is ook weggelegd voor de hoofdpersonen uit Joan Leslie’s Ze zochten slechts liefde, waarin een slavin en slaaf gestraft worden omdat ze elkaar lief hadden, terwijl in Virginia, het enige verhaal in de bundel door de Arubaan Quito Nicolaas, een slavin door haar verzet aantoont dat ze zich gelijkwaardig voelt aan de slaveneigenaar.

Slavernijbeeld, Edsel Selberie


Minderwaardighei
d

Het zijn allemaal teksten over hetzelfde onderwerp, maar telkens met een andere invalshoek, waardoor Topa Tula geen eenzijdige bundel is. Frida Winklaar-Domacassé, Gerarda Lauf en Alida Kock richten zich allen tot Tula met een verzoek om hulp, maar Winklaar-Domacassé vraagt het indirect via de maan als stille getuige van Tula’s dromen, Lauf vraagt om wijsheid en leiding in het proces na de ontmanteling van de Nederlandse Antillen en de Arubaanse Alida Kock ziet een rol voor Tula in de strijd tegen de gevoelens van minderwaardigheid.

We veroordelen elkaar nog steeds,
 
op grond van ons uiterlijk.
 
We willen ons ras verbeteren,
 
adoreren het tokohaar
 
(...
)
Tula, wanneer kom je teru
g
om ons te bevrijden van onze slaafse mentaliteit
.

Libertá Rosario schrijft in de Slaaf in ons allemaal dat ook gebrek aan vrijheid door school, een relatie of werk als een vorm van dwang gezien kan worden.

Dankzij Tula leer ik om meer voor mezelf op te kome
n
en het is aan jou om te bekijken, waar jij je vrij van wilt maken.

De teksten waarin een originele insteek gecombineerd is met beeldend taalgebruik, maken de meeste indruk. De jonge dichter T. Martinus bijvoorbeeld laat Tula zelf aan het woord in Sin Awa den bo wowo. Martinus schetst Tula als vastberaden man met wijze uitspraken, die stof tot nadenken geven, al dringt de betekenis van de woorden misschien niet direct door tot de lezer.

Mijn afstand tot waar ik wil zijn,
 
kan ik meten aan de tijd die mij gegund i
s
om jouw oren te bereiken
.

Tula komt ook zelf aan het woord in M’a topa Tula van Laurindo Andrea, maar dan in een dialoog met de schrijver. De vrijheidsstrijder roept Andrea tot verantwoording en vraagt hem waarom hij in hemelsnaam in het land woont van de onderdrukker. Andrea antwoordt dat hij zich juist in Nederland thuis voelt en geaccepteerd wordt voor wie hij is, omdat er ondanks de strijd van Tula en anderen als Rosa Parks, Martin Luther King en Nelson Mandela nog steeds sprake is van een gebrek voor anderen. Maar ook Andrea zal de strijd voortzetten, belooft hij Tula.

Ik ben tot de conclusie gekome
n
dat ik de strijder ben.
 
De integere strijde
r
met respect, liefde en compassi
e
(...
)
mijn dromen waarmakend
 
om vrede met mezelf te sluite
n
en zo anderen blijvend te inspireren
.

Tula en de boodschap voor de huidige generatie zijn eigenlijk het minst aanwezig in het gedicht De Driemaster van Walter Palm, dat eerder gepubliceerd werd in zijn bundel Sierlijke krullen van plezier. Maar het beeldende taalgebruik, waar Palm bekend van is, zet kracht bij aan de hoopgevende boodschap dat de revolutie, ondanks enige vertraging, de Nederlandse koloniën uiteindelijk wel bereikt heeft.

Op een driemaste
r
met drie masten Liberté, Egalité en Fraternit
é
stak de Revolutie de Atlantische Oceaan ove
r
(...
)
reisde met volle zeilen richting Curaça
o
Met Tula als kapitein en Karpata als stuurma
n

Maar het schip leed schipbreu
k
zonk naar de bodem van de ze
e
en daar bleef het liggen
,

tot het op 1 juli 1863 naar boven steeg
,
statig de haven van Willemstad binnen schree
d
en met gouden letters schreef
:

‘De slavernij is voorbi
j
Ook hier heeft de Revoluti
e
gezegevierd.



Topa Tula is een uitgave van Simia Literario en uitgeverij Amrit.

[uit Amigoe, 9 februari 2013]

woensdag 19 december 2012

Walter Palm - De mazurka

Geboren en getogen
ben je in Polen.
Jouw ouders de volksdansen
mazur en kujawiak.  

Op de Noordoostpassaat
ben je in de tropen
komen aanwaaien
helemaal vanuit Polen.

De driekwartsmaat
je kompas, metamorfose
je kompaan, je scheepsmaat
op je reis vanuit Polen.

In tussenstop Parijs
gaf Chopin je een nieuw gewaad
veranderde je als “My fair lady”
van volksdans in salonmuziek.

Aangekomen vanuit Polen
in de tropen, werd je betoverd
tot een chique “ Belle Créole”
versierd met syncopes.

Jacobo Palm en vele anderen
wist je te inspireren en te bekoren
met je interessante symbiose
van Polen, Chopin en tropen.

Bevlogen artiesten,
levende en dode,
brengen een ode
aan je bewogen en eeuwig leven.


[Dit gedicht werd voor 't eerst voorgedragen op 15 december jl. tijdens het Koninkrijksconcert dat gewijd was aan de mazurka.]


dinsdag 6 november 2012

Colloquium IBS: Taal Tori: Kultura den Boka




Meertaligheid in Suriname, Curaçao en de Caraïbische diaspora

Amsterdam, 17 november 2012

Het IBS colloquium 2012 gaat over taal en onderzoekt de relatie tussen taal en cultuur anno 2012. Uiteraard staan hierbij de talen van Suriname en de voormalige Antillen centraal. Het uitgangspunt van het colloquium is  dat taal een performatieve handeling is. De nadruk komt dan te liggen op  de constante verandering waaraan taal onderhevig is en op de opvatting dat  zij  een afspiegeling vormen van wat er gebeurt binnen een gemeenschap.

Het IBS colloquium brengt taal en cultuur samen en toont daarmee de flexibiliteit en dynamiek van Caraïbische gemeenschappen in verschillende thuislanden én Nederland. Taal- en cultuurwetenschappers zullen laten zien hoe de vorm, structuur, betekenis en functie van de talen van de Caraïbische gemeenschappen samenhangen met de complexe culturele identiteiten van verschillende bevolkingsgroepen. Wat je zegt, hoe je iets zegt en in welke taal, hangt af van je gesprekspartner, de omgeving, je achtergrond, je taalvaardigheid en wat je precies wil overbrengen. Deze samenhang is niet statisch maar dynamisch.



Ochtendprogramma
Dagvoorzitter: Hebe Verrest
10.15 – 10.45 uur Ontvangst en koffie
10.45 – 11.00 uur Opening door Peter Sanches, Voorzitter IBS
11.00 – 11.25 uur Pieter Muysken: Meertaligheid in het Caraïbisch gebied en Suriname
11.25 – 11.50 uur Guiselle Starink-Martha: Kultura den boka: de constructie van een Curaçaose identiteit
11.50 – 12.15 uur Margot van den Berg, Kofi Yakpo, Bob Borges: Talen in contact in Suriname en Nederland
12.15 – 12.20 uur Performance Walter Palm
12.20 – 12.40 uur Vragenronde/slotdebat aan de hand van stellingen
12.40 - 13.40 uur: Lunchpauze
Tijdens lunch schrijft men oude/nieuwe/grappige/vergeten woorden op een muur, die vervolgens plenair besproken worden


Middagprogramma
Dagvoorzitter: John Schuster
13.40 – 13.45 uur Performance Tipiko
13.45 – 14.00 uur Gracia Blanker: Vergeten woorden
14.00 – 14.25 uur Sjaak Kroon: Meertaligheid in het onderwijs in Suriname
14.25 – 14.50 uur Ruben Severina: Meertaligheid in het onderwijs in Curaçao
14.50 – 15.10 uur Vragenronde/slotdebat aan de hand van stellingen
15.10 – 15.20 uur Afsluiting
15.20 – 15.35 uur Performance Walter Palm + Tipiko
15.35 – 16.30 uur Informeel samenzijn

Locatie: Het Tropentheater
Adres: Linnaeusstraat 2, Amsterdam
Entree: E10,00
(vanaf CS Amsterdam tramlijn 9)


Antiquariaat Buku zal als vanouds aanwezig zijn met een uitgebreide boekenkraam. Dit jaar zal, met het oog op de aanstaande herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij in 2013, als speciale actie het boek van Pater Rikken Ma Kankantrie, Een verhaal uit de Slaventijd voor de speciale actieprijs van eur15,-- worden aangeboden (normale winkelprijs eur25,--; zolang de voorraad strekt). Dit verhaal speelt in Paramaribo rond 1800 en verscheen als feuilleton in de krant in 1907.

maandag 17 september 2012

Tweede Kamer over Orchida Bachnoe

Het is, voor zover ons bekend, sinds 1989 (het debat over The Satanic Verses van Salman Rushdie) niet meer voorgekomen dat er in de Tweede Kamer in Den haag gedebatteerd werd naar aanleiding van een literair boek. Dit jaar gebeurde dat opnieuw naar aanleiding van Azijn in mijn aderen van Orchida Bachnoe. De schrijfster draagt a.s. zondagmiddag, 23 september, voor uit haar boek bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam (klik hier voor meer details). Hieronder reproduceren we de tekst uit de Handelingen van de Staten-Generaal.



 ah-tk-20112012-2955
ISSN 0921 - 7398
’s-Gravenhage 2012
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2011–2012 Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
2955
Vragen van het lid Arib (PvdA) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht over zelfdoding onder Hindostaanse meisjes (ingezonden 29 mei 2012).
Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 5 juli 2012). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 2802.
Vraag 1, 2
Heeft u kennisgenomen van het boek «Azijn in mijn aderen» over de hoge zelfdoding onder Hindostaanse meisjes?1 Herinnert u zich mijn eerdere schriftelijke vragen over zelfmoorden onder Hindostaanse, Turkse en Marokkaanse meisjes2 en suïcidaal gedrag van jonge migrantenvrouwen in Nederland3?
Antwoord 1, 2
Ja.

Foto @ Mednogorsk

Vraag 3
Wat vindt u ervan dat ondanks eerdere antwoorden op mijn schriftelijke vragen, namelijk dat er voldoende aandacht is voor deze problematiek, uit het boek blijkt dat dit niet waar is? Wat is uw mening over het ontbreken van voorlichting, deskundigheid en hulp inzake zelfdoding bij Hindostaanse meisjes?
Antwoord 3
Wat ik zorgelijk vind is dat deskundigen naar aanleiding van dit boek aangeven dat Hindoestaanse meisjes grote prestatiedruk en gebrek aan affectie en geborgenheid in de directie omgeving ervaren. Ik vind echter niet dat er te weinig voorlichting en deskundigheid is op het gebied van suïcide-preventie. Zoals ik al eerder in antwoorden op Kamervragen heb aangegeven is afgelopen jaren, sinds het verschijnen van de Beleidsagenda Suïcidepre-ventie (TK, 2010–2011, 22 894, nr. 296, pag. 6), meer geïnvesteerd in suïcidepreventie en verbetering van kwaliteit van zorg. Niet specifiek voor deze doelgroep maar voor alle doelgroepen. Uit de Trendrapportage GGZ 2008 blijkt dat allochtone vrouwen sterk emanciperen wat betreft zorggebruik bij psychische problemen. Via (anonieme) e-mental health, websites voor informatie en hulp (bijvoorbeeld www.suicidaalgedrag.nl die informatie geeft aan jonge migrantenvrouwen) en stichting 113-online kunnen deze meisjes op een laagdrempelige manier terechtkomen bij de hulpverlening. GGD Den Haag heeft in maart dit jaar samen met het Trimbosinstituut een toolbox suïcidaal en zelfbeschadigend gedrag ontwikkeld. De toolbox helpt hulpverle-ners om te gaan met jongvolwassenen en adolescenten die dit gedrag vertonen.

Orchida Bachnoe. Foto @ Jaap Pop

Vraag 4
Is het waar dat scholen geen of nauwelijks aandacht schenken aan de problematiek rondom de hoge zelfdoding onder jonge migrantenvrouwen in Nederland? Zo ja, wat is uw mening hierover? Zo nee, waaruit blijkt het tegendeel dan?4
Antwoord 4
Er is geen landelijk beeld of scholen aandacht besteden aan de problematiek rond zelfdoding onder jonge migrantenvrouwen. Hierdoor is het lastig om uitspraken voor scholen te doen ten aanzien van deze thematiek. Wel vind ik de situatie zodanig ernstig, dat ik de sector via de VO-raad zal wijzen op de beschikbare informatie en hulp, zoals beschreven in het antwoord op vraag 3. Niettemin ga ik ervan uit dat als de noodzaak hiertoe is voor scholen bijvoorbeeld als er sprake is geweest van zelfdoding van een (migranten)leer-ling(e), of als er spanningen en signalen hiertoe zijn, dat scholen met dit gegeven – vanuit hun zorgplicht- hier iets mee doen. Scholen kunnen de ruimte in het onderwijs benutten om naar eigen (professioneel) inzicht en vanuit hun eigen identiteit te bepalen hoe zij hieraan in het onderwijs vormgeven.
Vraag 5
Deelt u de mening dat een doelgroepspecifieke aanpak en voorlichting op middelbare scholen hard nodig is, naast adequate reguliere hulpverlening en toegankelijke geestelijke gezondheidszorg, om de hoge zelfdoding onder Hindostaanse meisjes en andere jonge migrantenvrouwen tegen te gaan? Zo ja, op welke wijze gaat u deze problematiek aanpakken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Zie mijn antwoord op vraag 4.

Foto @ Lohkee


Vraag 6
Beschikt u over recente landelijk cijfers betreffende het suïcidaal gedrag van jonge migrantenvrouwen in Nederland? Zo ja, om hoeveel meisjes gaat het? Onder welke bevolkingsgroepen doet dit verschijnsel zich voor? Zo nee, bent u bereid hiernaar onderzoek te laten verrichten?
Antwoord 6
Er zijn geen recente landelijke cijfers beschikbaar van het aantal suïcidepogin-gen onder bepaalde groepen migranten jonge vrouwen. Voor wat betreft het aantal suïcides en suïcidepogingen verwijs ik naar de jaarrapportage Vermindering suïcidaliteit 2011, die ik op 10 februari 2012 naar de Kamer heb gestuurd (TK 2011–2012, 22 894, nr. 309). Suïcidaliteit doet zich voor onder verschillende leeftijdsgroepen van de bevolking en dus ook onder jongeren bij jongeren. Uit de HBSC-studie naar schoolgaande jeugd (11–17jaar) uit 2002 bleek dat 11,2% er in het laatste half jaar wel eens over dacht een eind aan het leven te maken: 6,6% van de jongeren gaf aan dat zij zich in deze periode opzettelijk hadden verwond of een suïcidepoging hadden gedaan.
Vraag 7
Is het waar dat suïcide, na verkeersongelukken, de meest voorkomende doodsoorzaak onder jongeren is? Zo ja, welke oorzaak ligt daaraan ten grondslag? Zo nee, waaruit blijkt dat?

Foto @ Bharos Amedhu

Antwoord 7
In 2010 hebben 1 600 inwoners van Nederland een eind aan hun leven gemaakt. Zelfdoding concentreert zich in toenemende mate in de middelbare leeftijdsgroep. Voor 15–30 jarigen is het de belangrijkste doodsoorzaak. Van de 136 058 sterfgevallen in 2010, overleden er 211 in de leeftijd van 15 tot 20 jaar. Daarvan overleden er 46 als gevolg van wegverkeersongevallen en 49 als gevolg van suïcide (Bron: CBS). Dat suïcide een belangrijkere oorzaak is dan vroeger komt vooral door de flinke daling van andere doodsoorzaken, zoals kanker en verkeersongevallen. Er is niet één bepaalde oorzaak voor suïcide onder jongeren aan te geven. Naast psychologische factoren kunnen ook ingrijpende levensgebeurtenissen (echtscheiding, ziekte, seksueel misbruik) ondermeer een rol spelen.
Vraag 8
Bent u bereid om te bewerkstelligen dat er bredere aandacht komt rondom zelfdoding binnen het onderwijs opdat jongeren geleerd kan worden om te gaan met deze problematiek en het onderwerp bespreekbaar wordt? Zo ja, op welke wijze gaat u dat doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Zie mijn antwoord op vraag 4.
Vraag 9
Deelt u de mening dat veel professionals van hulpverleningsinstanties, zoals de jeugdzorg en de geestelijke gezondheidszorg, nog steeds onvoldoende geëquipeerd zijn om passende en verantwoorde zorg te bieden aan jonge migrantenvrouwen en met name Hindostaanse meisjes die te maken hebben met deze problematiek? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om professionals beter te equiperen om de hoge zelfdoding onder deze vrouwen en onder jongeren in het algemeen te beteugelen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Het verbeteren van de hulpverlening aan allochtone groepen is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van zorgaanbieders zelf. Het ZonMw programma «Diversiteit in het jeugdbeleid» versterkt middels onder andere academische werkplaatsen, handreikingen en praktijkprojecten, de kennis en vakmanschap in de praktijk van de preventieve ontwikkelingsgerichte jeugdsector. De eerder genoemde toolbox is specifiek gericht op suïcidaal en zelfbeschadigend gedrag. Het kenniscentrum Mikado adviseert en helpt bij het toegankelijk maken van de zorg aan migranten. Zeer binnenkort verschijnt ook de, door het veld, ontwikkelde multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling suïcidaal gedrag. De richtlijn zal een tevens een bijdrage leveren in het verbeteren van de hulpverlening van mensen met suïcidaal gedrag.


1 Boek «Azijn in mijn aderen» van Orchida Bachnoe.
2 Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 918 (zie bijlage).
3 Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2009–2010, nr. 244 (zie bijlage).
4 De Volkskrant, «Bollywood verheerlijkt zelfdoding», 23 mei 2012 (zie bijlage).

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, Aanhangsel 1-3

Orchida Bachnoe en Walter Palm. Foto @ Michiel van Kempen