Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
zaterdag 14 september 2013
Drie kunstenaars, drie technieken
woensdag 14 november 2012
Bureau Annette de Vries
Onder de naam Bureau Annette de Vries houdt de Surinaamse auteur Annette de Vries zich bezig met het schrijven van fictie en non fictie, manuscriptbegeleiding en redactie. Zij schreef de romans Scheurbuik (2002) en Drijfhout (2010), die uitkwamen bij uitgeverij Atlas/Contact. Daarnaast publiceerde zij korte verhalen. Op dit moment werkt zij aan haar derde roman, Het Vogelhuis, waarvoor zij een werkbeurs kreeg van het Nederlands Letterenfonds.
Annette de Vries studeerde af aan de Amsterdamse Toneelschool (1978) en de opleiding Docent Drama (1984). Van 1984 tot 1992 werkte zij aan de opleiding Theaterdocent, als stafdocent en mentor. Haar ervaring met drama, een van de drie pijlers van de literatuur, leerde haar hoe een goed verhaal wordt opgebouwd en wat het uitwerken van thema, personages en conflict inhoudt. In haar jaren als speldocent verfijnde zij de vaardigheid mensen te begeleiden tijdens een creatief proces. En het schrijven van romans en verhalen verschafte haar diepgaand inzicht in een andere pijler van de literatuur: proza. In opdracht van het Nederlands Letterenfonds beoordeelt zij romans en geeft zij manuscriptbegeleiding aan beginnende auteurs.
Vanaf 1984 publiceerde zij met enige regelmaat in tijdschriften of verzorgde zij de tekst voor kleine uitgaven. U kunt bij haar een lijst opvragen van publicaties.
donderdag 3 mei 2012
Annette de Vries
Portret van de Surinaams-Nederlandse schrijfster Annette de Vries, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 28 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto op groot formaat is ook te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.
maandag 26 december 2011
De lezer geeft zich gewonnen
Met haar tweede roman Drijfhout heeft Annette de Vries (foto links) de kwaliteit van haar succesvolle debuut Scheurbuik (2002) bevestigd en daarmee het algemene probleem dat zo vaak optreedt bij een tweede roman overwonnen. In deze roman presenteren drie vertellers hun verhaal over een drie
Het zich in het Surinaamse grensplaatsje Albina afspelende verhaal is een familieroman in dubbele zin, omdat ze niet alleen over een familie gaat maar het begrip familie zelf thematiseert: wie is familie en wat betekent het familie van elkaar te zijn?
‘Wij zijn de meest diepe zin van het woord familie van elkaar, omdat we dezelfde geschiedenis meetorsen. Of we het met elkaar kunnen vinden of niet is niet zo belangrijk. Het is niet ons goede of slechte contact dat ons tot een familie maakt. Het is dit verhaal dat ons bindt.’ (p. 307).
Dat verhaal speelt zich af in twee landen en in twee tijden: het verleden in Suriname, het heden in Nederland. Twee vrouwen, een uit Nederland en een uit Frans Guiane, de een wit en de ander zwart, beiden kunstenaar, beiden ernstig teleurgesteld in het leven doordat ze in de steek zijn gelaten door de partner, beiden in verwachting van een dochter en een zoon en tenslotte beiden naar Suriname gevlucht en daar als ‘drijfhout’ komen aandrijven: de ‘bazin’ om er te trouwen en er te gaan wonen en het ‘dienstmeisje’ om er een nieuw bestaan op te bouwen, beiden ‘gered’ door de bamhartige maar halfslachtige pensionhouder Eddy, maar beiden met aanpassings- en acceptatieproblemen in het kleine grensplaatsje, waarbij de onderlinge naijver en zelfs haat tussen de twee vrouwen onoverkomelijk blijkt, waarna de ene repatrieert naar Nederland en de ander sterft.
Dat wat er allemaal is gebeurd in het verleden en hoe dat heeft kunnen gebeuren, leren we als lezer aan de hand van de verhalen van drie vertellers (twee mannelijke en een vrouwelijke) die in de drie delen van de roman achtereenvolgens in wisselende volgorde hun verhaal doen en elkaar na jaren weer ontmoeten. De twee vrouwelijke antagonisten Jacoba en Nadine krijgen zelf geen stem en worden door het wisselende perspectief van de anderen beschreven.
Het verleden blijft spoken en kan niet genegeerd of uitgewist worden. Het verhaal begint schokkend als Hortence in de Oude Kerk in Amsterdam tijdens een feestje uit woede en wraak op de grafzerken van de in de kerk begraven koloniale slavenhouders danst, maar in feite op het graf van haar stiefmoeder. Zo wordt een persoonlijk onverwerkt verleden tot metafoor van een historische katharsis. Drijfhout is naast een familieverhaal ook een ode aan de Marowijne en aan het pittoreske grensplaatsje Albina van weleer:
‘Tien jaar later kwam ook Albina zoals wij het hadden gekend, aan haar einde. Het werd verwoest tijdens de binnenlandse oorlog tussen het leger van Bouterse en het junglecommando van Brunswijk. (...) Op het NOS journaal zagen we pension Marowijne, samen met alle andere statige, koloniale huizen langs de Marowijnerivier, in vlammen opgaan. Oom Eddy snikte als een kind.’ (p. 254).
Annette de Vries slaagt er in deze gecompliceerde familiegeschiedenis te vertellen in een stijl waaraan de lezer niets overblijft dan zich eraan gewonnen te geven. Het einde van de roman biedt de expliciete ontknoping die wat mij betreft zowel beknopter als minder nadrukkelijk had gekund, ook al omdat er actuele politieke zaken bij betrokken worden die in het verhaal als weinig functioneel beter achterwege hadden kunnen worden gelaten. Aan het einde blijft voor mij de intrigerende vraag in hoeverre de familierelatie tevens impliciet als de relatie tussen de twee landen Nederland en Suriname gelezen kan worden. Wat ik echter wel zeker weet is dat Annette de Vries met Drijfhout er volkomen in geslaagd is het niveau van haar romandebuut te bestendigen, zo niet te over
treffen.Annette de Vries, Drijfhout. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2010. 316 p., ISBN 978 90 450 0917 9, prijs € 19,90.
[uit Oso, jrg. 2011, nr. 2]
maandag 23 mei 2011
‘Als gezin werden we nagekeken’
Henry de Vries (1967) is kind van een Nederlandse moeder en een Surinaamse vader. ‘Voorbijgangers vroegen of ze mijn vaders haar mochten aanraken.’

Vriendinnen dachten dat we in Suriname in een boom gingen wonen
‘Mijn moeder groeide op in Wittenburg, bij het Oostelijk havendok in Amsterdam. Ze was enig kind; haar ouders hadden een feestartikelenzaak. Als ze buiten speelde, zag mijn moeder grote schepen uit de West en de Oost de haven binnenkomen. Ze fantaseerde dat ze op een dag zelf weg zou varen op z o’n boot.
Op het Thorbeckeplein was een dancing, de Palace, waar af en toe een Surinaamse studentenband optrad. Mijn moeder kwam daar graag met een vriendin, en op een van die avondjes vroeg mijn vader haar ten dans. Hij was naar Nederland gekomen om te studeren, samen met zijn broer Erwin. Hun vader was een man van stand in Suriname, een succesvol handelaar en waarnemend gouverneur, die witte pakken droeg en rondreed in een Ford T. In Suriname waren beroepsopleidingen voor rechten, handel en geneeskunde, maar mijn vader wilde iets anders. Hij koos voor fysische geografie aan de Universiteit van Amsterdam.
Toen hij mijn moeder tegenkwam, zat mijn vader nog middenin zijn studie. Zij had de opleiding fysiotherapie afgerond. Het was gelijk dik aan tussen die twee, ze waren heel verliefd. De ouders van mijn moeder accepteerden mijn vader probleemloos; dat had ook anders kunnen gaan, want Surinamers waren nog een zeldzaamheid in Nederland. Op straat vroegen mensen mijn vader soms of ze zijn haar even mochten aanraken.
Na twee jaar trouwden mijn ouders. Annette en Gerard werden geboren. Mijn vader studeerde af. Toen wilde hij terug naar Suriname om daar les te gaan geven; dat was altijd zijn plan geweest. Mijn moeder wilde graag mee. Vriendinnen aan wie ze het vertelde dachten dat ze in een boom ging wonen. In Paramaribo betrokken mijn ouders een groot huis, met een tuinman en een dienstmeisje. Het was echt nog een koloniale samenleving, en het feit dat mijn vader een witte vrouw had deed hem in aanzien stijgen. Het was een mooi leven, maar mijn moeder had heimwee. Na een paar jaar nam ze Annette en Gerard mee op ‘groot verlof’, zoals dat heette. Ze logeerde bij haar ouders, zag alle Amsterdamse plekken terug die ze zo gemist had en besefte toen dat het een luchtspiegeling was. Niets was meer hetzelfde. Ze keerde terug, en kreeg in Suriname nog twee kinderen. Dat waren Bert en ik.
Eind jaren zestig werd het onrustig in Suriname. Mijn vader was een van de leiders van de grote lerarenstaking van 1969. Na de val van de regering werd hem door het nieuwe bewind een baan aangeboden als hoofd onderwijszaken onder de gevolmachtigd minister van Suriname in Den Haag. We verhuisden met het hele gezin naar Nederland.
In Nederland beginnen mijn herinneringen pas. Ik kende Suriname niet, maar er ging bij ons thuis geen dag voorbij zonder dat het genoemd werd, bij elke maaltijd wel een keer, op een toon vol heimwee. Toen ik tien was, gingen we er voor het eerst naartoe. Het was een openbaring. Mijn ouders werden voortdurend aangesproken op straat – fantastisch was dat, ze bleken zoveel mensen te kennen. ‘Komen jullie terug?’ werd er vaak gevraagd, en zo ontstond er een plan: in 1979 zouden we teruggaan. Maar dat is nooit gebeurd. Eerst werd het uitgesteld, en daarna kwam de militaire coup. Toen durfden mijn ouders het niet meer aan. Vooral voor mijn moeder was dat zwaar; ze had zo gehoopt op een terugkeer, ze had het zich al helemaal voorgesteld. Maar toen het onverstandig bleek, ging de knop bij mijn ouders ook echt om. Het laatste wat ze wilden was een leven zoals dat van de moeder van mijn vader, ‘oma Suriname’, die eind jaren zestig als weduwe naar Nederland gekomen was. Oma’s flatje was een klein Suriname. Ze ‘las’ de rijst door elk korreltje te inspecteren, en wandelde elke dag op en neer naar de Albert Cuypmarkt om daar Surinaamse groenten te kopen.
Als kind ben je je er niet van bewust dat je vader zwart is en je moeder wit. Het drong met een schok tot me door tijdens een vakantie in een aartsconservatief Duits dorpje. Daar werden we als gezin opeens nagekeken. In Nederland waren er ook wel incidenten. Mijn broer Gerard, die van ons vieren het lichtst van kleur is, ging een keer een jas kopen met mijn vader, en toen ontstond er verwarring omdat de verkoper niet begreep dat ze familie van elkaar waren. Gerard is dat nooit vergeten."
Vreemd hoe die dingen gaan: zijn werk voerde hem dit jaar al drie keer naar Suriname. Hij is hoogleraar op het gebied van tropische huidziekten. Gisteren maakte hij kapucijners met rijst erbij, net zoals zijn moeder het doet.
[uit NRC Weekblad 39, 2010]
Tussen Passaat en Noordooster: proza en poëzie
| Foto's © Michiel van Kempen |
In de OBA vond op zaterdag 21 mei een intieme Caraïbische literaire avond plaats. Vier schrijvers presenteerden hun boek: Aart G. Broek zijn dichtbundel Het lichten van de jaren, Giselle Ecury haar bundel Vogelvlucht, Pim Wiersinga presenteerde de roman Drijfhout van Annette de Vries en De Benjamin introduceerde zijn roman 38!. De avond was georganiseerd in samenwerking met de Werkgroep Caraïbische Letteren en de presentatie was in handen van Igma van Putte-de Windt.
Dichter Aart G. Broek kreeg als eerst het woord. Hij vertelde over de reacties van recensenten die hij tot nu toe kreeg op zijn bundel Het lichten van de jaren (2010, In de Knipscheer). Van de inhoud kreeg het publiek geen proeve, wel deelde Broek aan het eind een kopietje uit van een gedicht dat niet in de bundel is gekomen omdat het daar volgens de uitgever niet in paste. Of het publiek zich daarin kon vinden? Dat kan ieder voor zich bepalen door de bundel te lezen.
Schrijfster Giselle Ecury droeg vervolgens voor uit eigen werk, onder andere uit haar nieuwste dichtbundel Vogelvlucht, maar ook uit haar vorige bundels en romans. In lyrische bewoordingen nam ze het publiek dan weer mee naar de branding, de rotsen, de cactussen en de eeuwige wind op haar geboorte-eiland Aruba, dan weer bleven we dicht bij huis, en speelde de poëzie in Amsterdam.
De nieuwe roman van Annette de Vries, Drijfhout (2010, Uitgeverij Atlas), werd gepresenteerd door collega-schrijver en journalist Pim Wiersinga. Met lovende woorden sprak Wiersinga over de roman en las er enkele indrukwekkende passages uit voor.
Marcel van Philips presenteerde 38! (2010), een roman over drie vrienden in New York, die allen kampen met een vroege midlife-crisis. Van Philips schrijft onder het pseudoniem De Benjamin en gaf eerder – ook in eigen beheer - het boek Licht Gebroken uit.
De avond werd afgesloten met prachtige muziek van Sanne Landvreugd (altsaxofoon) en Pablo Nahar (pluk- en strijkbas).
zaterdag 21 mei 2011
Annette de Vries in de OBA

Eind vorig jaar verscheen bij uitgeverij Atlas de roman Drijfhout van Annette de Vries. Vanavond bespreekt Pim Wiersinga het boek op een bijeenkomst van de Werkgroep Caraïbische Letteren in de Openbare Bibliotheek Amsterdam aan de Oosterdokskade (vlakbij Amsterdam CS). Aanvang 19.30 uur. Ook boeken van De Benjamin, Giselle Ecury en Aart Broek worden daar gepresenteerd. De presentatie is in handen van Igma van Putte-de Windt. Voor de muzikale ondersteuning zorgen Sanne Landvreugd, altsaxofoon, en Pablo Nahar, pluk- en strijkbas. Voor meer informatie over de avond en over Annette de Vries klik op een van de labels onder dit bericht. Op de foto: Annette de Vries op de dansvloer bij de Vereniging Ons Suriname, 5 juni 2002. Foto: @ Frank Consen.
maandag 11 april 2011
Boekpresentaties bij Werkgroep Caraïbische Letteren


Op zaterdag 21 mei a.s. worden maar liefst 4 boeken gepresenteerd onder auspiciën van de Werkgroep Caraïbische Letteren.
Het gaat om twee romans: Annette de Vries met: Drijfhout (besproken door Pim Wiersinga) en De Benjamin met 38!.
En twee dichtbundels: Giselle Ecury met Vogelvlucht en Aart Broek met Het lichten der jaren.
Muzikale omlijsting: Sanne Landvreugd, altsax, en Pablo Nahar, contrabas.
De bijeenkomst vindt plaats in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdokskade
(allernaast het CS)
Aanvang: 19.30 uur
Voor meer informatie over deze vier boeken, klik op de labels onder aan dit bericht.
zaterdag 5 februari 2011
Drijfhout, tweede roman van Annette de Vries
In 2002 debuteerde Annette de Vries met Scheurbuik, dat zich evenals de in 2010 verschenen roman Drijfhout in Suriname afspeelt. Drijfhout heeft opnieuw een verhaal opgeleverd over de eigen omgeving, waarin de Surinaamse lezer zich thuis kan voelen omdat er veel herkenbare elementen zijn en het verhaal alleen daarom al plezierig is om te lezen.
Annette de Vries (rechts) met Maria Cuartas y de Marchena (chef kabinet burgemeester van Amsterdam), bij het erediner voor Derek Walcott in 2008. Foto: @ Bert Nienhuis
Drijfhout is een verhaal over ontheemden. Eddy, het centrale personage in het verhaal, is na een kortstondige relatie in Nederland met de blanke Nederlandse Jacoba getrouwd, die haar zoontje Barend meebrengt naar Suriname en zwanger is van het tweede kind van de man met wie ze eerder getrouwd was. Eddy ontfermt zich bovendien over de eveneens zwangere Frans-Guyanese creoolse Nadine, die op een donkere regenmiddag, kort voor de komst van Jacoba , over de Marowijnerivier zijn leven komt binnenvaren. Enkele tientallen jaren later kruisen de wegen van Eddy, Barend en Hortence (dochter van Nadine) elkaar opnieuw, nu in Nederland.
Tekeningen die Nadine ooit van Eddy maakte, vormen een opvallend leidmotief en zijn een prachtige vondst van Annette de Vries. Zowel in het verleden in Albina als in het heden tijdens de reünie in Rotterdam vormen zij hoogtepunten in het verhaal. De thematiek van de ontheemding is sterk, evenals de plot. Ik heb mij er dan ook over verbaasd dat een schrijfster die zo’n sterk thema en zo’n goede plot kan bedenken, niet de kunst verstaat deze steeds met functionele stof uit te werken, maar laat vertroebelen – en daardoor het verhaal laat verzwakken - door een schadende overdaad aan tekst, gewijd aan tal van niet relevante bijzaken. De bij alle auteurs bekende motto‘s ‘schrijven is schrappen’ en ‘kill your darlings’ schoten mij tijdens het lezen meerdere malen door het hoofd.
Het losbandige leven dat Jacoba in Paramaribo leidt na haar scheiding van Eddy is onnodig uitvoerig beschreven en is één van de delen in het boek die de plot aan kracht doen inboeten.
Eveneens een teveel aan tekst, bovendien ongeloofwaardig: Jacoba zadelt de dan zevenjarige Hortence op met haar eigen oninteressante levensverhaal. En als Hortence wat meer over Nadine, haar overleden moeder wil weten, belast Jacoba haar uitvoerig met een negatief beeld (p. 215 t/m 222).
In het laatste deel van het boek wordt tot vervelens toe de homoseksualiteit van Barend benadrukt. Niet nodig, het is niets bijzonders, iedereen accepteert het, zelfs de christelijke oom Eddy. En waarom die uitweiding over de dodenherdenking op 4 mei in Nederland? En waarom de Nederlandse politiek er in de persoon van de met name genoemde Pim Fortuyn bij betrokken? Het motief discriminatie dat hiermee gepaard gaat, leidt alleen maar af van de belangrijke onthullingen die aan het slot aan bod komen en had achterwege gelaten kunnen worden.
Enkele onjuistheden die gemakkelijk te controleren zouden zijn geweest: in 1970 was de vertrekhal van Zanderij nog niet airconditioned. De situatie van de club Oase, waar het gezin bij een kort verblijf in Paramaribo meteen gaat zwemmen, is niet correct weergegeven: men kon en kan er niet zonder lid te zijn zomaar met een gezelschap mensen binnenkomen. Het woord ‘boelen’ wordt enkele malen gebruikt. Voor zover bekend duidt dit schuttingwoord alleen maar de geslachtsgemeenschap tussen twee mannen aan. Neuken en naaien zijn de gebruikelijke schuttingwoorden voor geslachtsgemeenschap tussen mensen van verschillend geslacht. Als Baas Paulus, een oom van Eddy die op het erf van Eddy’s ouders woont, een vrouw mee naar huis neemt, zal hij dan ook niet ‘brullen’: ‘Als ik godverdomme in mijn eigen huis wil boelen, dan boel ik!’ (p.151) Taalgebruik en stijl van De Vries zijn afwisselend mooi en wat stijfjes. Bij het lezen van een zin als ‘Toen keerde ze zich om, hief haar hoofd en bood me haar lippen’ (p.195) waan ik mij in een meisjesroman uit de jaren vijftig.
De vorm van de roman is die van een wisselend perspectief. Oom Eddy, Hortence en Barend vertellen in flashbacks het verhaal. Deze vorm kan boeiend zijn. Een knap voorbeeld is Gabriel García Márques’ eerste korte roman Afval en dorre bladeren. De functie van de verschillende perspectieven is dat ze in elkaar grijpen als een legpuzzel. Verstrengeling mag niet de overhand krijgen. Bij het niet correct toepassen van deze vorm krijgt de lezer al gauw een rommelige indruk waardoor de aandacht verslapt. Dat is mij bij het lezen van Drijfhout meerdere malen overkomen.
De personages van Jacoba, Barend, Bas en Hortence blijven wat oppervlakkig. Nadine wordt beschreven als een krachtige persoonlijkheid, maar maakt verder geen ontwikkeling door. De centrale figuur ‘oom Eddy’ daarentegen wel. Eén van de hoofdstukken die vanuit zijn perspectief zijn geschreven, draagt de titel ‘De barmhartige Samaritaan’ en hij doet die naam alle eer aan bij het zich onfermen over het ‘drijfhout’. Hij is een goed mens met een christelijke opvoeding die hij in praktijk probeert te brengen. Des te verrassender is het als hij op een gegeven moment het ferme besluit neemt geen ‘bobo-Jantje’ meer te zijn en zijn christelijke principes overboord gooit om eindelijk zijn lichtzinnige echtgenote ontrouw te worden en toe te geven aan zijn liefde voor Nadine. Menige lezer zal opgelucht ademhalen: hij was te goed om waar te zijn. Eddy de ‘bobo-Jantje’ bestaat niet meer! Dit is een hoogtepunt (p.195 e.v.).
Evenals in Scheurbuik toont Annette de Vries in Drijfhout haar belangstelling voor magie. Dus ook de winti komt ter sprake. De fragmenten waarin magie een rol speelt, boeien en doen een zekere betrokkenheid van de auteur vermoeden. Zo vergelijkt zij ‘Ma Aisa’ met ‘moeder Natuur’. ” ‘Ma Aisa’ , de Surinaamse versie van moeder Natuur, is een mooie, gulle vrouw”, laat zij Barend zeggen (p.61). De tekeningen die Nadine maakt op het natte zand en de figuren op de grond van de open plek in het bos ademen magie.
Als Nadine Eddy’s leven over de Marowijnerivier komt binnenvaren, met op haar hoofd een tot een dakje gevouwen krant als bescherming tegen de regen, noemt hij haar ‘Une mademoiselle avec un accent circonflex’ (p.131). Hij komt daar nog eens op terug als hij een vergelijking maakt tussen de twee vrouwen en de symboliek overdenkt van hun verschijning in zijn leven: ‘En zoals Nadine een vrouw met een dakje was, zo droeg Jacoba een uitroepteken.’ Beeldend en origineel (p.152/153).
Als we de minpunten buiten beschouwing laten, heeft Annette de Vries haar lezers opnieuw verrast met een roman die niet zomaar een Surinaamse roman is, maar ook een goed verhaal, een verhaal over leven en dood, over eenzaamheid, liefde en teleurstelling, maar vooral een verhaal over mensen, met alle emoties en alle tekortkomingen die de mens eigen zijn. Drijfhout biedt de Surinaamse lezer de ruimte om zichzelf terug te vinden in een verhaal waarin bijna alles vertrouwd en herkenbaar is.

Annette de Vries
Drijfhout
Uitgeverij Atlas
Amsterdam / Antwerpen
ISBN 978 90 450 09179
[bespreking gelijktijdig verschenen in de Ware Tijd Literair]
dinsdag 11 januari 2011
Het verhaal achter auteur Annette de Vries
tijdens het schrijven te merken dat je personages, en de wereld waarin je ze hebt neergezet, een eigen leven gaan leiden. De volgende stap deelt zich aan je mee, in plaats van dat je hem hoeft te bedenken. Veel auteurs kennen dit verschijnsel. Maar schrijven is ook een manier om wat ik heb meegemaakt te beschrijven en te verwerken. Ik schrijf fictie, dus de manier waarop ik dat doe is altijd verhuld, maar er is ontegenzeggelijk een verband. En ik schrijf ook om mijn ontroering en verwondering over deze wereld, maar ook mijn woede, afgrijzen en humor, te uiten.Hoe verloopt jouw schrijfproces?
Vervolgens ga ik aan het werk. Ik schrijf van het begin naar het einde van het boek. Soms moet ik terug om dingen bij te werken of te veranderen, maar het grootste deel van de tekst blijft ongewijzigd. Zo ontstaan er, net als in de aarde, oude en nieuwe lagen. In Drijfhout is de droom van Hortence de oudste laag, al komt hij in het boek bijna tegen het einde, en de droom van oom Eddy de nieuwste. Gek, het boek ontstond dus tussen twee dromen.
Hoe is je tweede roman ontvangen?
Annette de Vries werd in 1954 in Amsterdam geboren uit een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder. Tussen 1955 en 1969 woonde zij in Suriname. De Vries studeerde in 1978 af aan de Toneelschool Amsterdam en in 1984 aan de opleiding Docent Drama. Zij werkte als actrice, dramadocent en regisseur. Van 1993 tot 1995 hield zij zich bezig met het schrijven van artikelen over toneelspelen en het boek De afstand tot de maan, amateurspelers en de basisvaardigheden van het acteren. Sinds 1995 is Annette de Vries werkzaam als adviseur culturele diversiteit in de kunsten, publicist, schrijver en (schrijvers)coach. Zij maakte deel uit van verschillende besturen en is medeoprichter en ex-secretaris van de Theaterwerkplaats Zuidoost. In die hoedanigheid werkte zij mee aan de totstandkoming van het Bijlmerparktheater. Haar debuutroman Scheurbuik verscheen in 2002 en najaar 2010 kwam haar tweede roman, Drijfhout, uit, beiden bij uitgeverij Atlas.
[overgenomen uit C-post]
zaterdag 8 januari 2011
Albina heeft prominente plek in roman Drijfhout
door Peggy BraderWie kan het zich nog herinneren? Albina was vroeger een beeldschone, idyllische plaats. En vredig. Dat is nu allemaal weg. De Vries: "Met Drijfhout wil ik een soort eerbetoon aan Albina brengen, ook omdat ik weet dat het er niet meer is." De schrijfster vierde als kind vaak haar vakanties in Albina en vond het stadje geschikt als decor voor haar roman.
Pensioneigenaar Eddy Blom probeert in Drijfhout het beste van de situatie te maken. Hij trouwt een Nederlandse vrouw, accepteert haar twee voorkinderen en laat ze halen naar Albina. Tegelijk ontfermt hij zich over een jonge alleenstaande moeder die is overgekomen uit Frans-Guyana. Eddy vergelijkt dit bijeengesprokkeld gezin achteraf met losse stukken drijfhout. Ondanks alle goede bedoelingen lukt het hem niet om er een hechte familie van te maken.
Iedereen een barst
Ieder mens heeft een breuk in zich, een barst, zegt De Vries. Zo ook de personages in Drijfhout. Ze had haar verhaal net af, toen ze toevallig een lied hoorde van de Canadese zanger Leonard Cohen. In Anthem zingt hij over een crack, een barst die in alles zit. De Vries moest meteen aan haar karakters denken. "Als je een breuk in jezelf hebt, ben je meer verbonden met wat wezenlijk is het leven, dan wanneer je geen breuk met je meedraagt."
Goede bedoelingen
Met zoveel ingewikkelde verhoudingen is er van een echt familiegevoel uiteraard geen sprake in het pension van Eddy. "Toch proberen de karakters elk voor zich, iets goeds te doen", zegt De Vries. Na 32 jaar ontmoeten drie van de zes mensen elkaar in Amsterdam om over deze geschiedenis te praten. Volgens De Vries hebben ze een enorme drijfveer om genezing te zoeken voor die barst. "Dit maakt dat ze intens leven, dat ze een streven hebben. Ze zijn eigenlijk gedreven om zichzelf te helen. En dat is voor mij licht, essentie."
Foto: @ Peggy Brader
maandag 18 oktober 2010
Verwikkelingen in Albina
Het verhaal van de nieuwe roman, Drijfhout, van Annette de Vries komt in grote lijnen hierop neer. Als de oudere danseres Jacoba breekt met haar man Daan, begint zij een relatie met de pensionhouder Eddy Blom, een godvrezend Surinamer uit het grensplaatsje Albina. Met haar zoontje Barend trekt zij naar Suriname, waar al gauw Bas wordt geboren. Maar wat begint als een idylle, blijkt gaandeweg een enorme vergissing. Jacoba en Barend verstaan zich slecht met Nadine, een Frans-Guyanese, die bedrogen is door haar Franse echtgenoot en door Eddy is opgevangen. Haar dochtertje Hortence groeit op met Bas – niet ver van de altijd wijze Ma Amimba ˗, maar de hooghartige Jacoba verruilt Albina voor een hippiebestaan in Paramaribo. Vele jaren na die gebeurtenissen komen enkele van de belangrijkste protagonisten bij elkaar in Nederland om openhartig hun verhaal te doen. Liefde en trouw blijken gedefinieerd in termen van huidskleur en de moeizame verhouding tussen voormalig kolonisator en gekoloniseerde. Traditie vecht met vrijheid en moderniteit, wantrouwen met overgave. Annette de Vries debuteerde in 2002 verdienstelijk met de roman Scheurbuik, de nieuwe roman is psychologisch nog fijner uitgewerkt, wat resulteerde in een mooie roman.Annette de Vries, Drijfhout. Amsterdam: Atlas, 2010
maandag 30 augustus 2010
Drijfhout: nieuwe roman Annette de Vries
Ooit
maakten Barend, Eddy en Hortence deel uit van een bijeengesprokkeld gezin, dat woonde aan de Marowijnerivier in het dorpje Albina in Suriname. Een schokkend sterfgeval maakte een einde aan hun wankele verbintenis. Met zijn moeder en broertje keerde Barend terug naar Nederland.Tweeëndertig jaar later schrikt Hortence op door een onverwacht telefoontje van Barend. Oude wonden gaan open. De drie personages proberen vertwijfeld de dramatische gebeurtenissen uit hun verleden te reconstrueren en eens en voor altijd vast te stellen of ze nu dader of slachtoffer waren.
De karakters in Drijfhout worstelen met de band tussen ouders en kinderen, liefde, klassenverschillen en het kunstenaarschap. Annette de Vries laat overtuigend zien hoe Surinamers en Nederlanders proberen verbitterde verhoudingen te herstellen.
‘Wil je ook een sigaar?’ vroeg ma Amimba.
Ik keek wantrouwig naar haar op. Zat ze mij voor de gek te houden? Haar gegroefde gezicht stond echter nog net zo vriendelijk als daarnet.
‘Nee, mevrouw. Ik mag geen sigaar. Ik ben nog maar een kind,’ zei ik plechtig.
Ma Amimba produceerde een diepe buiklach.
‘Jij bent geen kind meer, Barend. Daarvoor draag je een te zware last. Dus als je een sigaar wilt proberen, neem er dan één. Je kunt een paar trekjes nemen en je hoeft niet te inhaleren.’
Met een diep, onverklaarbaar gevoel van opluchting viste ik een sigaar zo dik als de pols van mijn broertje uit het doosje en stopte hem in mijn mond.
Annette de Vries, van oorsprong actrice en theaterdocent, debuteerde in 2002 met de rijke roman Scheurbuik, die warm is ontvangen en door de pers is vergeleken met de romans van V. S. Naipaul en Michael Ondaatje.






