Posts tonen met het label Termorshuizen Gerard. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Termorshuizen Gerard. Alle posts tonen

zaterdag 8 juni 2013

Het tragische leven van Marietje van Oordt

Marietje van Oordt
De levenswandel van de roemruchte Marietje van Oordt (1897-1974) is onderwerp van een nieuw onderzoek door Gerard Termorshuizen. De Indische pers schreef met regelmaat over haar dubieuze levenswandel. Door de ontmoeting in 2011 van enkele, in Nederland, wonende nazaten, kan Termorshuizen haar leven reconstrueren.

Meer dan een particuliere geschiedenis
Het verhaal dat Gerard Termorshuizen wil vertellen is meer dan een particuliere geschiedenis. Het schetst de sociaaleconomische positie van de ‘onderste lagen’ van de Indo-groep aan het begin van de 20ste eeuw. De strijd voor de emancipatie van de Indo is er een geweest van vallen en opstaan. Hoewel het aantal van hen dat doordrong tot de hogere functies bij het gouvernement en bedrijfsleven toenam, bleef het gros van de Indo’s tot de laagst betaalde werknemers horen. Waren die laatsten in ieder geval verzekerd van een geregeld inkomen, tienduizenden anderen leidden een armoedebestaan. Verstoken van een behoorlijke opvoeding en onderwijs, leefden zij van de hand in de tand of kwamen terecht in de criminaliteit of prostitutie.

Roemruchte verschijning
Al op jeugdige leeftijd zwierf Marietje – voortdurend veranderend van identiteit – rond over Java. Door de inventiviteit en allure waarmee zij tussen 1914 en 1930 haar beroep uitoefende, groeide zij uit tot een roemruchte verschijning in de kolonie. Het publiek volgde haar carrière via de Indische pers die gretig reageerde op elke zich aandienende snipper nieuws over haar.
Tot aan 1930 kunnen wij het leven van Marietje volgen in de Indische pers. Daarin worden we eveneens geïnformeerd over de steeds luider opklinkende kritiek op een maatschappelijk misstand. Onder verwijzing naar haar achtergrond en milieu was er – óók bij rechters – sprake van mededogen, gêne en schuldgevoel.

Prostituees in een bordeel in Kampong Kodja, 1948. Foto Nederlands Instituut voor Militaire Historie


Dankzij de ontmoeting in 2011 van enkele, in Nederland wonende, nazaten van Marietje, kunnen we nu ook – aan de hand van een familiearchief en mondelinge mededelingen – in grote lijnen haar bestaan na 1930 volgen. Deze familieleden hebben volmondig toegestemd in het gebruik van archiefmateriaal en foto’s. De familie was vrijwel onbekend met het bewogen leven van hun (over)grootmoeder.
Marietje van Oordt op latere leeftijd

De lezingen van de neerlandicus en historicus Gerard Termorshuizen vormen al vele jaren een populair onderdeel van het het Tong Tong Festival. Mede hierom heeft Termorshuizen zelf Stichting Tong Tong benaderd; hij wil graag dat deze bijzondere geschiedenis via onze kanalen een groot geïnteresseerd publiek bereikt. Daarom is het de bedoeling het sensationele verhaal van Marietje van Oordt niet alleen als boekje uit te geven, maar ook door middel van een tentoonstelling te vertellen. Zo kan een groot publiek meer te weten te komen over de sociale omstandigheden in de laatste halve eeuw van de Nederlandse kolonie.

maandag 4 maart 2013

Een nog niet in kaart gebracht land

door Jan Kuijk

Geen enkel bezwaar tegen de titel: Tropenstijl; Amusement en verstrooiing in de (post)koloniale pers. De ondertitel geeft immers aan waar het om gaat in dit verslag van het symposium dat in mei 2011 in Leiden is gehouden bij de presentatie van Realisten en reactionairen; de afronding van Gerard Termorshuizens imponerend standaardwerk over de geschiedenis van de Indisch-Nederlandse pers.
Openluchtamusement voor de Nederlandse Stoottroepen in Indië, 1947-48

Geen bezwaar dus. Alleen diende zich tijdens het lezen bij mij een alternatief aan, iets in de geest van: ‘Een nog niet in kaart gebracht land’. Dat is een optimistische gedachte, want dat betekent dat er nog veel te doen is en blijkbaar ook nog op een zo uitgestrekt terrein. Want het gaat in dit boek niet alleen om de journalistiek in het voormalige Nederlands-Indië. Ook Curaçao, Suriname en Zuid-Afrika komen langs. En dan dringt zich één conclusie op: er is nog veel uit te zoeken in het buitengaatse Nederland en daar wordt hier een begin mee gemaakt.

De titel van het boek suggereert dat het accent op de stijl ligt, de vorm waarin de in de tropen werkende journalist zich wilde (en vooral: kon) uiten. Wat dat betreft lijkt het boek vooral een door velen ondernomen uitwerking van de eerste stelling bij Termorshuizens proefschrift uit 1988 over P.A. Daum: ‘Dat zich in de Nederlands-Indische pers een zogenaamde ‘tropenstijl’ kon ontwikkelen, wordt vooral verklaard door de omstandigheid dat bedoelde pers de belangrijkste uitlaatklep vormde voor de in de koloniale maatschappij levende spanningen en frustraties’.

Het woord ‘tropenstijl’ is dus al zeker 25 jaar oud, maar kennelijk nog steeds niet rijp voor een korte definitie. Termorshuizen zelf heeft in elk geval in zijn eigen grote bijdrage een paar honderd woorden nodig als hij het tussenkopje ‘(Tropen)stijl’ heeft gebruikt. Duidelijk is dat het begrip een historische ontwikkeling heeft doorgemaakt. Zo vertrouwde Busken Huet uit Batavia in 1870 zijn kompaan Potgieter in Amsterdam toe dat de Indische dagbladschrijver iemand was ‘wiens kracht schuilt in de vijandschap die hij opwekt’. Weliswaar moderniseerden de koloniale samenleving en cultuur na 1900, maar het bestuur bleef autoritair en zo werden ook de daarmee samenhangende ‘in de koloniale samenleving levende spanningen en frustraties’ een blijvertje. Ik maak me sterk dat in de jaren twintig en dertig journalisten als Zentgraaff en Wybrands Huets uitspraak meteen zouden herkennen. De gekruide en persoonlijke stijl (een omschrijving van Termorshuizen) bleef een kenmerk en de aartsconservatief Karel Wybrands beschikte over het vermogen te schrijven ‘langs het prikkeldraad van de wet’.

Dat is allemaal mooi en soms prikkelend om te lezen, maar Termorsnhuizen heeft blijkens de op zijn betoog volgende bijdragen in de loop van de jaren zijn collega’s, vrienden en leerlingen ook op heel wat zijwegen gewezen. ‘(Tropen)stijl’ is dus een thema, waarop veel variaties mogelijk zijn. Twee voorbeelden.
Ellen de Vries

Het dichtst sluit Ellen de Vries aan bij het thema met haar verhaal ‘De geboorte van winied – de terugkeer van de satire in de Surinaamse pers’. Het is een even spannend als amusant relaas over de manier waarop drie journalisten (de Nederlandse Marie-Annet van Grunsven van de gpd en de nos, Wim Noordergraaf van de Volkskrant en de Surinaamse Nita Ramcharan van de Ware Tijd, met op de achtergrond Nita’s man Edward Troon) gezamenlijk in de onzekere en spannende tijd voor en na Bouterse de columnist winied tot leven brachten. Dat was hun manier om zo dagelijks een samenvatting te kunnen brengen van alle zaken die in Paramaribo van mond tot mond gingen en niet altijd geverifieerd konden worden. winied bleef lang een geheimzinnige en gezaghebbende onbekende. Zelfs de hoofdredacteur van de Ware Tijd wist enige tijd niet wie voor die rubriek verantwoordelijk was) en in 1989 riep Radio Rapar Winied zelfs tot ‘man van het jaar’ uit.



Fascinerend is Huub de Jonge’s verhandeling ‘Spot en provocatie’ (met als ondertitel ‘De strijd van het tijdschrift Aliran Baroe tegen misstanden in de Arabische gemeenschap in Indië’). Niet alle lezers zullen in staat zijn te toetsen in hoeverre de bijdragen in het tijdschrift voldoen aan de norm van de ‘gekruide stijl’, aangezien dit blad grotendeels in het Arabisch verscheen, maar de inhoud is duidelijk. De Jonge levert een interessante historische bijdrage over de pogingen tot inpassing van de Arabische minderheid in de koloniale samenleving; pogingen die ook in eigen kring niet altijd voor lief werden genomen, vooral wanneer de positie van de Indo-Arabische vrouw als een door haar man ‘letterlijke gekooide en figuurlijk geboeide echtgenote’ werd beschreven. Waren er geen belangrijker onderwerpen en wist de redactie wel waar ze aan begonnen was, zo kwamen de vragen. Zelfs het oude Nederlandse spreekwoord over de slapende honden die niet gewekt moesten worden, kwam hier goed van pas. Om het geheel samen te vatten citeer ik een andere stelling van Termorshuizen bij zijn proefschrift: ‘Wanneer men met de historicus Johan Huizinga van oordeel is dat de krant de “eigenlijke geestesuiting” is van een samenleving, kan men zich er slechts over verbazen dat er aan de geschiedschrijving van de Nederlands-Indische pers tot dusver zo weinig aandacht is besteed’.

Dat is niet vergeefs geschreven. Termorshuizen zelf heeft met zijn twee indrukwekkende handboeken van de Indisch-Nederlandse pers een woest en ledig landschap in kaart gebracht en daarmee Huizinga’s verbazing gedateerd. Zijn collega’s, vrienden en leerlingen bewijzen nu met de bundel Tropenstijl dat er elders een nog niet in kaart gebracht land op ontdekkers ligt te wachten.


Gerard Termorshuizen (red.), Tropenstijl; Amusement en verstrooiing in de (post)koloniale pers. Bundel opstellen opgedragen aan Gerard Termorshuiizen. Met bijdragen van Gerard Termorshuizen e.a. Leiden: KITLV Uitgeverij, 2011. 280 p., isbn 978 90 6718 385 7, € 19,95.

[uit Oso 2012.1]

maandag 30 mei 2011

Gerard Termorshuizen Officier bij afscheid

Symposium over Amusement in de Koloniale pers naar aanleiding van het verschijnen van het boek Realisten en Reactionairen - Een Geschiedenis van de Indisch-Nederlandse pers 1905-1942 door Gerard Termorshuizen, op vrijdag 27 mei 2011 in de Lorentzzaal van het Kamerlingh Onnes Gebouw, Steenschuur 25, te Leiden. Een foto-impressie van dit afscheid van Termorshuizen, waarbij hij benoemd werd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassa. Foto's: @ Hans Kleijn.
Uitgever Vic van de Reijt van Nijgh & Van Ditmar spreekt Gerard Termorshuizen (1e rij, geheel rechts) toe.
Thom Hoffmann, welingevoerd in Indische letteren

KITLV-directeur Gert Oostindie kwam Termorshuizen uitzwaaien

Violist Johnny Rahaket speelde Bach met een Moluks accent


Angelie Sens sprak over tekeningen in de Indische pers


Dagvoorzitter was Peter van Zonneveld (links)


Michiel van Kempen sprak over tweeëneenhalve eeuw amusement in de Surinaamse kranten

Elsbeth Etty had een hekel aan "die oerconservatieve Indische mensen"


Wim Rutgers betoogde dat er weinig te lachen valt met de Antilliaanse kranten

Op het schellinkje: Wilma Scheffers en Reggie Baay

donderdag 26 mei 2011

Afscheid Gerard Termorshuizen

Gerard Termorshuizen (rechts) met een van de sprekers, Olf Praamstra

Met een colloquium over het amusement in de koloniale pers en de presentatie van het tweede deel van zijn Indische persgeschiedenis neemt dr Gerard Termorshuizen morgen, vrijdag 27 mei, afscheid van het KITLV. Op het colloquium wordt ook door verschillende sprekers het Caraïbisch gebied onder de loep genomen.

Het volledige programma: klik hier.

Foto: @ Hans Kleijn

dinsdag 8 februari 2011

Het amusement in de koloniale pers

Op vrijdag 27 mei 2011 vindt in Leiden de presentatie plaats van Realisten en reactionairen; De geschiedenis van de Indisch-Nederlandse pers, 1905-1942 van Gerard Termorshuizen, met medewerking van Anneke Scholte. Aan die presentatie gaat een symposium vooraf, gewijd aan het amusement in de koloniale pers (Indië, Suriname, Antillen en Zuid-Afrika). Het symposium wordt georganiseerd door het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, Leiden en de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde, Leiden. Het programma is als volgt:

10.00 uur Ontvangst met koffie
10.30 uur Opening door Peter van Zonneveld
10.40 uur Gerard Termorshuizen: De Indischgast ‘zóó belust op schandaaltjes en personaliteiten’
11.00 uur René Vos: Hoezo tropenstijl, histoire intime en personaliteiten??? Verspreiding en receptie van Indisch krantennieuws in Nederland, ca. 1865-1930
11.20 uur Peter van Zonneveld: intermezzo
11.35 uur Harry Poeze: Veel ernst en weinig verstrooiing; Een Indonesische krant in Medan uit 1933
11.55 uur Huub de Jonge: Spot en provocatie. De strijd van het tijdschrift Aliran Baroe tegen misstanden in de Arabische gemeenschap in Indië
12.15 uur Thom Hoffman (acteur): intermezzo

12.45 uur Lunch

14.00 uur Olf Praamstra: ‘Kaatje Kekkelbek’, de Zuid-Afrikaanse pers en de literatuur
14.20 uur Wim Rutgers: Dicht en ondicht in en op de pers. Hoe Curaçaose periodieken hun lezers amuseerden

14.40 uur Theepauze

15.10 uur Michiel van Kempen: De Wirtenbergsche olyphant en het schriftje van Orlando. Amusement in tweeëneenhalve eeuw Surinaamse kranten
15.30 uur Angelie Sens: ‘Zonder Tom Poes zijn we onverkoopbaar!’ Getekende beelden in de Nederlandstalige Indische/Indonesische pers, ca. 1920-1957
16.00 uur Vragen en discussie
16.30 uur Sluiting

ca. 17.00 uur Presentatie Realisten en reactionairen; De geschiedenis van de Indisch-Nederlandse pers, 1905-1942. Sprekers o.a. Gert Oostindie en Vic van de Reijt

Plaats: Kamerlingh Onnes Gebouw (Lorentzzaal), Steenschuur 25. De Steenschuur (het verlengde van het Rapenburg) ligt op een kwartier loopafstand van het station. Parkeren is o.a. mogelijk op het parkeerterrein Haagweg. Daarvandaan rijdt een gratis busje naar de Steenschuur. De loopafstand is tien minuten.

Toegangsprijs voor symposium en presentatie: 25 euro inclusief lunch, koffie, thee en borrel. U kunt zich inschrijven op het bijgevoegde formulier.

De toegang tot de presentatie (omstreeks 17.00 uur), met afsluitende borrel, is gratis. Nadere informatie: tel. 0172-416272 (e-mail: secr.indletteren@12move.nl) of tel. 071-5272372 (e-mail: sitinjak@kitlv.nl)

zaterdag 1 mei 2010

De periodieke pers in (post)koloniale samenlevingen

Op vrijdag 21 mei 2010 organiseert de redactie van TS. Tijdschrift voor Tijdschriftstudies in Utrecht een symposium over (post)koloniale kranten en tijdschriften. Uit recente publicaties over de Indische en Surinaamse pers is gebleken dat de journalistiek in de Nederlandse koloniën een heel eigen dynamiek en problematiek kende. Kranten en tijdschriften vormen niet alleen een belangrijke bron van informatie over de koloniale geschiedenis; het medium van de (post)koloniale periodieke pers vormt in zichzelf een belangwekkend onderzoeksobject. Tijdens het symposium worden lezingen over de Nederlandse koloniën afgewisseld met bijdragen over andere (met name Franstalige) gebieden.

Programma:

* 9.30 uur: Registratie en welkom

* Sessie 1 (10.00-11:15 uur)
Keynote: Angelie Sens (directeur Persmuseum): 'Tijdschriften van onder de Kankantri en Klapperboom. De periodieke pers in Suriname en Nederlands-Indië/Indonesië.'
Désirée Schyns (Hogeschool Gent): 'Geschiedenis voor een groot publiek. De Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog (1954-1962) in Historia Magazine (1971-1974)'

* Sessie 2 (11.30-12:30 uur)
Adrienne Zuiderweg (Universiteit van Amsterdam): 'Nieuwsgaring in Batavia tijdens de VOC.'
Gerard Termorshuizen (KITLV): ‘"Indië is eigenlijk Europa geworden"; Over Indische kranten en tijdschriften (1900-1942).'

V.l.n.r. Pamela Pattynama, Inge Dharmowijono, Adrienne Zuiderweg

Lunchpauze

* Sessie 3 (13.30-14:45 uur)
Keynote: Ieme van der Poel (Universiteit van Amsterdam): 'Op zoek naar 20.000 doden: de vergeten geschiedenis van de Congo-Océan (1921-1934) door de ogen van de Franse koloniale pers.'
Emmanuelle Radar (Universiteit Utrecht): 'Louis Roubaud en Le Petit parisien: kritiek op het Franse kolonialisme begin jaren 1930.'

* Sessie 4 (15.00-16.00 uur)
Yasmina el Haddad (Universiteit van Amsterdam): 'Het literaire tijdschrift Al-Môtamid: eenheid in verscheidenheid.'
Fouad Laroui (Universiteit van Amsterdam): 'Souffles, een postkoloniaal tijdschrift met een grote blinde vlek.'

Plaats: Universiteit Utrecht, Drift 21, Sweelinckzaal.
Kosten voor deelname (i.v.m. lunch en koffie/thee) bedragen 10 euro, ter plaatse te betalen. Aanmelden kan tot 7 mei via redactie@tijdschriftstudies.nl.