 |
| Antoine de Kom. Foto © Tineke de Lange |
Afgelopen donderdag werd bekend dat aan Antoine de Kom de VSB Poëzieprijs is toegekend voor zijn jongste bundel, Ritmisch zonder string. Hieronder het integrale juryrapport.
De jury van
de VSB Poëzieprijs nomineerde uit honderd en vijftien ingezonden dichtbundels
die allen verschenen tussen 1 september 2012 en 31 augustus 2013 de bundels Jaja
de oerknal van Maria Barnas, De zon in de pan van F. van Dixhoorn, Bewegend
doel van Micha Hamel, Ook daar valt het licht van Miriam Van hee en Ritmisch
zonder string van Antoine de Kom.
Jaja de
oerknal
Maria Barnas
(De Arbeiderspers, 2013)
Jaja de
oerknal is meditatief van opzet. De thema’s draaien om gevoelens en
gewaarwordingen, angst en herinneringen, de creatieve vonk; de gedichten
verkennen de grenzen tussen wat beschreven wordt en wat verzwegen of impliciet
blijft, tussen omgeving en beleving. Die spanning wordt fraai in stand gehouden
dankzij het subtiel uitgebalanceerde taalgebruik: in klare, goed gedoseerde
formuleringen biedt Barnas vignetten die de lezer raken door hun mimetische
trefzekerheid, hun metaforische suggestiviteit en hun zuivere verwoording.
Barnas is
een beheerst en integer dichter. Dat frappeert de lezer allereerst op
stilistisch niveau: de vrije versvorm (de bundel hanteert er een rijke
schakering van) wordt nooit een vrijbrief voor vormeloosheid. Zinsbouw,
versregel en strofeopbouw bewegen soepel om elkaar heen; de enjambementen geven
steeds een ritmische of emotionele meerwaarde en wisselen op verrassende
momenten af met krachtige regels die door hun syntactische eenheid een grote
zeggingskracht krijgen.
Ook
inhoudelijk maakt Jaja de oerknal indruk door zijn evenwicht en
integriteit. Barnas kan lyrisch schrijven zonder ooit in effectbejag te
vervallen en thematiseert de eigen zielenroerselen zonder een zweem van
ijdelheid. Het is een bundel die tot herlezen uitnodigt, steeds weer imponeert
door Barnas’ voortreffelijke omgang met het medium taal en telkens nieuwe
bekoorlijkheden aanreikt.
De zon in
de pan
F. van
Dixhoorn (De Bezige Bij, 2012)
F. van
Dixhoorn leverde een bundel aan van hooguit twee gedichten. Het kan ook minder
zijn, want De zon in de pan is met durf volgehouden soberheid,
buitenissig en bewonderenswaardig.
Van Dixhoorn
lijkt pretentieloos: hier is geen dichter aan het werk die zichzelf wil
presenteren. De poëzie gaat voor de man. Zij is bovendien eigenzinnig en doet
geen handreiking aangaande haar betekenis, ze legt zichzelf niet uit. Er zijn
nauwelijks concessies aan het conventionele te vinden. Dit is bij uitstek
poëzie om de poëzie. Ze stelt de lezer de vraag wat die woorden op dat blad
doen. Het papier zelf is er bovendien niet enkel om de tekst te dragen, het
dwingt in het omslaan van de bladen het ritme van het gedicht te volgen. De
lezer ervaart zo een cyclisch gebeuren dat tegelijk in de klanken en de inhoud
van de taal plaatsvindt. Overigens biedt de bundel geen eenduidige instructies
over samenstelling of leesvolgorde – lof in dezen komt ook De Bezige Bij toe.
Dichter, taal, uitgever, papier en lezer nemen hier samen deel aan een poëtisch
ritueel.
De jury
besteedde aan het werk nu al haast evenveel woorden als de dichter. De zon
in de pan neigt naar nietsigheid, toch is de uitgave een dichterlijke daad
en levert ze de (her)lezer groeiende rijkdom op. Om kort te gaan: Van Dixhoorn
toont de Nederlandse poëzie de kunst van het minimalisme.
Bewegend
doel Micha Hamel (Atlas-Contact, 2013)
Bewegend
doel lijkt met zo'n gemak geschreven, zo evident is Hamels rijk en muzikaal
taaluniversum, dat het grenst aan machtsvertoon. Hier geen oerknal, maar
donkere materie; meer als uitgangspunt dan als metafoor: waar staan we nu
eigenlijk? De bundel is een plaatsbepaling. Waar staat de dichter? Waar de
moderne mens? De dichter als én versus de moderne mens. Aan de haren sleept hij
zichzelf en de lezer langs afgronden van het moderne bestaan. Vorm, vormpje en
het vormelijke worden ter discussie gesteld.
Het
perspectief is breed: elk miezerig moment of detail blijkt, haarfijn gefileerd,
wezenlijk;
Micha Hamel maakt poëzie van de klei die het leven tot in alle hoeken en gaten
vult (deze jongen doet wat met zijn algemene ontwikkeling). Met uiterste
precisie en gedetailleerdheid dicht hij daarbij van zijn gedichten alle hoeken
en gaten. Er is een ziekte, een leven en doodsdrift. Enig sentiment poogt Hamel
middels vaart, humor en vaardigheid te ontwijken; hij dendert maar door, deze
meester van de vermaakindustrie.
Hamel
bespeelt virtuoos vele registers; ook dat doet hij telkens met een grote
vanzelfsprekendheid, tot zijn slechtgezindheid en cultuurpessimisme over het
heden aan toe. Die thematiseert hij nooit op een opvallende of opzichtige
manier; zijn bundel biedt levende poëzie.
Ook daar
valt het licht
Miriam Van
hee (De Bezige Bij, 2013)
Miriam Van
hee beheerst haar vak dusdanig dat vorm en inhoud perfect samenvallen. In een
vrij eenvoudige stijl maakt ze in deze bundel optimaal gebruik van beelden,
ritme en enjambementen om de lezer mee te doen kijken naar een wereld waarin
mensen maar schaduwen zijn, mensen die veel onheil kunnen aanrichten maar toch
ons mededogen verdienen. Het vaak door haar gehanteerde vogelperspectief zorgt
voor afstand, het dwingende ritme voor betrokkenheid. Door het ritme te
veranderen zorgt ze voor dramatiek
in deze op
het oog zo ‘sur place’ geschreven gedichten. Verandering is dan ook een van de
thema’s van deze bundel. De dichteres wil iets vasthouden voor het kantelt. Ze
vindt een evenwicht tussen betrokkenheid op de wereld en individueel verlies,
tussen oog voor de grote geschiedenis en intimistische waarneming. Met veel
precisie en nuance roept ze zowel de gruwelen in Oost-Europa als de
landschappen en mensen uit haar eigen jeugd op. Ze vraagt zich telkens op een
subtiele manier af wat haar eigen beweegredenen zijn en die van anderen, en hoe
zich daartegenover te verhouden. De slotregel van een gedicht uit de cyclus
‘Nulpunt’ luidt: ik zocht een sleutel / tot beschrijving, niet van alles wat
verdwenen was / maar van een kleine poolse stad die overal kon zijn. Die
sleutel heeft de dichteres gevonden. Van hee is een vuurpijl: ze verlicht niets
maar herinnert ons eraan dat het licht bestaat.
Ritmisch
zonder string
Antoine de
Kom (Querido, 2013)
Door een
zintuiglijke en krachtige beeldtaal, vermengd met slang en folklore,
worden in Ritmisch zonder string vele werelden welhaast tastbaar.
Vreemde werelden, extravert, voluptueus, voelend, maar: ‘onze weefsels zijn nog
jong en als de maan wast worden wij dezelfde soortelijke massa wat wil zeggen
dat het vreemde aan ons inboet’. Dat is wat De Kom doet, het vreemde zijn
kracht ontnemen, zonder hang naar exotisme of oriëntalisme; hij staat midden in
de wereld van nu.
Knap weet De
Kom uit het korset van de dichtregel te breken. Zijn voortdurende gevecht met
de syntaxis geeft zijn taal spanning, vaart en energie. Soms klinkt die bijna
als rap, als bedoeld om naar te luisteren.
Voorbij de
beeldtaal en het spel van de dichter gaat een echte realiteit schuil,
een
realiteit die soms hard is. De Kom toont een diep verankerd engagement, waarin
– gelukkig – ook de spot gedreven wordt met de rol van de dichter.
De jury was
unaniem in het aanwijzen van Antoine de Kom als winnaar van de VSB Poëzieprijs
2014. In zijn bundel klinkt een nieuw geluid, waar wel nood aan is. Dit is
poëzie die erbij gebaat is zichtbaar te zijn in de wereld en veel wereld binnen
brengt, deze poëzie verdient een wereldse beloning.
Rotterdam,
januari 2014
Ahmed
Aboutaleb
Saskia de
Jong
Hilde
Keteleer
Joep
Leerssen
Jan Rock