door Brede Kristensen
‘Mijn naam is
Kangkala, ik zorg voor verwarring, ik registreer roddel, ik vernietig
reputaties, ik onthul geheimen. Ik ben een schurk en een held, een slachtoffer
en een overwinnaar, in dezelfde huid.
Ik ben een echte-echte kaisonian.
Ik reduceer de machtigen door hen belachelijk te maken. Met hulp van pardodieën
stel ik hun absurditeiten aan de kaak. Wat zij zinvol vinden, maak ik zinloos.
Zin maak ik zinvol.’

Aldus begint de nieuwe en langverwachte roman van Earl
Lovelace Is just a Movie. Deze
ik-persoon, zanger, kaisonian oftewel calypsonian, doet zijn naam volledig eer
aan door te vertellen wat zich allemaal afspeelt in Cascadu, een kleine plaats
in Trinidad, een typisch menselijk plaatsje, zoals er miljoenen op deze planeet
zijn. Zoals de tambú op Curaçao, zo fungeert de calypso op Trinidad als het
muzikale kader van de vertelling. De calypso versterkt en verzacht, beschuldigt
en verontschuldigt en doet wat de Talmud adviseert: alles wordt leefbaar
wanneer je er een verhaal van maakt. De calypso zorgt dat we verder kunnen. ‘Ka
iso’, voortgang, vermoedelijk de oorspronkelijke naam van de muziek, is genomen
uit het Nigeriaanse Ibo. ‘We moeten verder’. Of het nu een misverstand, spot of
een bewuste keuze is, maar de latere naam voor deze muziek, ‘calypso’,
symboliseert het tegenovergestelde: niet verder kunnen. Toen Homeros’ held
Odysseus wegens schipbreuk strandde op het eiland Ogygia, ontmoette hij daar de
hemelse nymf Calypso. Calypso wilde hem niet loslaten en beloofde hem
onsterfelijkheid als hij bleef. Ze belemmerde hem terug te keren naar huis,
naar zijn geliefde Penelope. De ‘calypso’ als muziek staat dus voor
ambivalentie: vasthouden en loslaten, herinneren en voortgaan, alsook voor
relativering van het hemelse door het aardse en van het aardse door het
hemelse. Of beter, de innerlijke tweestrijd om de volgende stap in het leven te
nemen en het verleden achter te laten, omdat de twijfel over wat zinvol is niet
van ons wijkt.
Earl Lovelace
 |
| Earl Lovelace; foto @ Stefan Falke |
De in Trinidad geboren (1935), getogen en nog steeds
woonachtige Lovelace, heeft met grote tussenpozen schitterende romans
gepubliceerd. Salt was zijn laatste.
Daarin staat de legende centraal van Guinea John die als een vogel kon vliegen,
zich kon losmaken van determinerende omstandigheden en gaan waarheen hij wilde.
Daarom draait het. Als je teveel zout gebruikt, werkt het als preserveringsmiddel
waardoor je niet kan veranderen. Zout ging over mensen die zichzelf proberen te
vinden, die willen emanciperen maar blijven steken in na-aperij, rancune of
tegenafhankelijkheid. De lange kronkelende en verrassende zinnen in de roman
symboliseren de wegen die wij moeten afleggen om ‘ergens’ te komen, waar we
‘iemand’ kunnen zijn.
Nu is dan eindelijk Is
just a Movie verschenen. 350 Pagina’s lang blijf je je als lezer verbazen
over wat hier allemaal verteld wordt en hoe het verteld wordt. De meest gewone
dingen worden buitengewoon door de originele, elegante en vaak humoristische
wijze waarop ze beschreven worden met telkens onverwachte vergezichten van
betekenissen. Centraal in het boek staat de rebellie tegen de omstandigheden
waarin we verkeren. Iedereen rebelleert op de een of andere manier en vrijwel
altijd leidt rebellie tot ontnuchtering en desillusie, slechts af en toe tot
nieuwe creatieve inzichten. Er zijn eindeloos veel redenen om te rebelleren.
Onderdrukking en uitbuiting vormen de orde van de dag. En toch koesteren we
idealen en dromen we dromen. Maar er zijn ook eindeloos veel wegen om idealisme
en rebellie te onderdrukken: onderdrukking van anderen en niet te vergeten
zelf-onderdrukking. Politici werpen zich op als de grote voorvechters van die
idealen. Idealen zijn de brandstof voor hun carrière. Brandstof die uiteraard
in de kortst mogelijke tijd is opgebrand, een slagveld met gedesillusioneerde
lijken achterlatend. Maar zover laat Lovelace het net niet komen in deze
meeslepende roman.
Weefsel van verhalen
Eerste hoofdpersoon is Kankala, de calypsozanger, de
ik-persoon, die zich realiseert een beetje uit de tijd te zijn. Dromen zijn uit
de tijd, verdrongen door technologische ‘ontwikkeling’ en politiek
‘vakmanschap’ (jazeker, deze termen moeten we echt tussen aanhalingstekens
plaatsen). Mighty Sparrow zong
immers reeds: ‘Dreams gone, development takes over now’
 |
| Renaissance Shorelands, Port of Spain, Trinidad |
Thans is heel Trinidad in de ban van ‘ontwikkeling’. Maar
hij komt er al spoedig achter dat er helemaal niet zo veel is veranderd. Dat is
ook precies de boodschap van het boek. Zijn oude vriend Sonnyboy, de tweede
hoofdpersoon, een typische ‘badjohn’, besluit de aandacht te trekken als
politieke activist voor onduidelijke ‘black power’ idealen. Dat lukt hem niet.
De politie is helemaal niet bereid hem wegens verstoring van de openbare orde
op te pakken. Dat stelt hem teleur. Hij baalt van zichzelf en zijn
machteloosheid. En dat terwijl hij juist weer even dat gevoel kreeg ‘dat de
geschiedenis hem ging toebehoren’. Maar wanneer de leiders van een nieuwe
politieke partij, de Hard Wuck Party, een beetje te vergelijken met de hier op
Curaçao tot onze verbeelding sprekende partij UN-PO-CO uit de jaren 60, hem als
vertegenwoordiger kiezen, veert hij op. Ze koesteren hoge verwachtingen van
hem. Sonnyboy gaat er helemaal voor, om niet zo heel veel later zich maar
stilletjes terug te trekken. Zijn desillusie durft hij niet te verwerken, met
alle natuurlijke gevolgen van dien voor het verdere verloop van zijn leven. Van
een ietwat dubieuze vriend besluit hij een oude auto te kopen. Hilarisch zijn
de tragische lotgevallen van deze indrukwekkende brik die bijna continu panne
heeft. Als Sonnyboy, dagenlang wachtend op dat ene onderdeel dat zijn vriend
nodig heeft om hem weer op gang te krijgen, ontdekt dat er van zijn auto
slechts een casco op blokken over is, zou hij van teleurstelling in elkaar zijn
gezakt ware het niet dat zijn vrouw hem met ongekende creatieve liefde overeind
weet te houden.
Het weefsel van verhalen zit compositorisch subliem in
elkaar. De evocatieve kracht van Lovelace’ taal is bijna magisch. Na verloop
van tijd is het of je Cascadu als je handpalm kent, inclusief de bezongen
bewoners. Lovelace beheerst een scala van stijlen, van slapstick tot spanning,
van beschouwend proza tot ontroerende poëzie. Wanneer hij zich in een poëtische
beschrijving verliest is Lovelace mijns inziens op zijn best. Het was een van
deze poëtische episodes die hij voorlas op het BOCAS-festival in Trinidad
vorige maand. Onvergetelijk. Of neem de passage waarin hij beschrijft hoe
Claude zich op een avond bewust wordt dat zijn vrouw Arlene met wie hij al
zoveel jaren samen is, een vreemde is gebleven. Die is van een indringende en
aangrijpende diepte. Onuitwisbaar wordt het in het geheugen van de lezer
geprent. Dan begrijp je dat hij zonder aarzeling dit jaar de
BOCAS-literatuurprijs ontving.
Opstanding
Alles blijft fascinerend tot aan de dood van de schone
Dorlene die het hoofd van zoveel heren op hol heeft gebracht. Eerder ontkwam ze
ternauwernood aan een auto-ongeluk. Dat bezorgde haar een subtiel beschreven
mystieke ervaring, met als resultaat een koerswijziging in haar leven. Als zij
later sterft en in de kerk ligt opgebaard, blijkt ze nog te ademen. Rond haar
wonderbaarlijke opstanding ontspint zich een zeer bizarre loop van
gebeurtenissen. Mensen staan op en beginnen weer te dromen. Ze leven op, maar
de criminaliteit neemt toe. Een aftandse internationale criminoloog ziet hier
zijn theorie bevestigd. Crimineel gedrag wordt veroorzaakt door onvervulbare
dromen, stelt hij. Het advies aan de politici is ‘voorkom dat mensen dromen’.
Zo besluiten de politici markten te organiseren waar mensen hun dromen kunnen
verkopen. En dat wordt stevig gestimuleerd. Deze bizarre en korte episode in
het boek, die op mij niet overtuigend overkwam, loopt uit in een onzinnig
carnaval. Daarna herneemt alles zijn gewone loop weer en zijn we terug op aarde
en ook bij de kritische, subtiele en poëtische Lovelace. Maar ook de Lovelace
die politici op de schop neemt. In een interview stelt hij dat politici graag
willen dat iedereen ‘op gelijke wijze arriveert op aarde’, in beheersbare
omstandigheden. Luie, ijverige, slimme en domme mensen. Zolang iedereen maar
geplaatst kan worden is het oké.
Ik hoorde de calypso komen, zingt Kankala:
Big, big
party, rum, food and music hototo
They invite
people from Biche, Arima… and Oh-hi-oh-ho
But it is
only when they looking to make the toast
The party
realize that it forget to invite the host.
Muziek
Muziek maakt los en verbindt met idealen. Mondriaan
schilderde zijn op jazz gebaseerde ‘boogie woogies’, zijn vroegere strakke
lijnenwerk doorbrekend. Door Bach geïnspireerd schilderde Braque dynamische
stillevens. Poëzie kan al helemaal niet zonder muziek, is eigenlijk een vorm
van muziek. Hoe zit dat met de roman? Thomas Mann werkte jaren aan zijn magnum
opus Dr Faust, draaiend om de muziek
van Schönberg. Weinig lezers beleven plezier aan deze overgecompliceerde roman.
Dat komt dus wel overeen met Schönbergs muziek die door de meeste luisteraars
evenmin als plezierig wordt ervaren. In het Nederlandse taalgebied schreef
Maurice Gilliams de zwaar ondergewaardeerde roman Elias of het gevecht met de
nachtegalen. Een roman in sonatevorm. Muziek is daar de andere dimensie die de
dagelijkse relationele machtsdimensie onder spanning zet. Muziek inspireert tot
ontdekking, ontwikkeling en ontplooiing, maar zet ook de vlakke dagelijkse
realiteit onder spanning. Krek hetzelfde gebeurt in deze roman van Lovelace.
Ogenschijnlijk gemakkelijk en lichtvoetig draait alles om de calypso, die
gecompliceerder wordt naarmate meer wordt losgemaakt. Na de wederopstanding van
Dorlene loopt alles uit de hand, tot de dagelijkse praktijk de regie weer
overneemt. Of Lovelace’ niet aflatende kritiek op politici die verzuimen om ook
maar enig ideaal in praktijk om te zetten, fair is? Net als ‘gewone’ mensen
komen ze inderdaad meestal niet zo veel verder dan pappen en nathouden en als
alles spaak loopt een opstandje onderdrukken. Zo gaat ons leven ‘verder’. En
wat doen we met alles wat even losgemaakt werd? Is just a Movie, nietwaar?
De onsterfelijke, hemelse Calypso hield vast, terwijl het
dagelijkse leven, vlak en weinig muzikaal, in het teken van ‘ka-iso’ staat. Al
met al een buitengewone roman, die de lezer dwingt na te denken over de zin van
het zinloze.
Earl Lovelave, Is just
a Movie, Londen 2011; BOCAS-literatuurprijs 2012.
[uit Amigoe Ñapa, 23 juni 2012]