![]() |
| Bernardo Ashetu |
Den Haag,
een avond begin jaren tachtig. Het appartement van Jozef Eijckmans (1907 –
1996).
De dichter
veert plotseling op uit zijn leunstoel, loopt naar de boekenkast en plukt een
boek uit een rij. Hij bladert even en leest dan voor.
Ik ben
sprakeloos. Wat een schitterend gedicht. De maker, Bernardo Ashetu, ken ik
niet.
'Het is een
vriend, hij woont in Den Haag, zegt Jozef. Ik drink af en toe koffie met hem.
In de cafetaria waar hij altijd zit. Hij zit daar maar en leest. Een stille,
kwetsbare man. Hij praat met niemand. De cafetariabaas houdt een oogje in het
zeil, zodat hij niet gepest wordt of zo.'
De bundel
waaruit Jozef Eijckmans voorlas heet Yanacuna
(1962, uitgegeven als dubbelnummer van de Antilliaanse
Cahiers). Ik heb het voorgelezen gedicht nadien zelf een aantal malen
gelezen, als ik Eijckmans weer eens bezocht.
En toen…
deed de tijd zijn onvermijdelijke werk. Jozef Eijckmans overleed, zijn
boekenbezit verdween en de titel van het gedicht dat zo’n indruk maakte,
ontglipte me. Af en toe kwam de gedachte aan het sublieme gedicht en de stille
dichter in de cafetaria bij me op. Ik zocht dan her en der naar de Antilliaanse
Cahiers en naar een spoor van Ashetu. Steeds tevergeefs.
In 2007
verandert dat. Ik zie een bundeltje aangekondigd (Dat ik zong, Sandwichreeks, redactie Gerrit Komrij). Ha, denk ik,
gedichten van Ashetu opeens binnen bereik. Ik krijg het boekje in handen, maar
‘het’ gedicht staat er niet in.Via internet kom ik erachter dat er
belangstelling is ontstaan voor het werk van Ashetu. De belangstelling moet het
helaas doen met de 37 gedichten van Dat
ik zong. Meer is er niet.
De kennismaking
met de poëzie van Bernardo Ashetu blijft me bezighouden. Die vondst van Jozef
Eijckmans, dat prachtige gedicht… ik moet
het weer vinden. Beslommeringen houden mij een tijdje af van het hogere,
maar als ik het eens niet kan laten om op Bernardo Ashetu te googelen voltrekt
zich een wondertje. Eind 2011 verschenen: Dat
ik je liefheb, ruim 100 gedichten van Ashetu (gekozen en uitgeleid door
Michiel van Kempen). Ik bestel, haal op en sla open. Het veertiende gedicht
herken ik onmiddellijk.
Wacht
lang
Kleed je aan
en wacht bij
de brug.
Wacht lang.
Wacht tot de
eerste ster opkomt.
Dit huis zal
leeg zijn
en de hele
straat zal leeg zijn.
Roep m’n
naam
en houd
rekening met een kleine
beweging in
de modder langs de
gracht en
wacht tot ’t licht
van alle
sterren de hemel mooi
en
bedwelmend heeft gemaakt.
Wacht op me
bij de brug.
Wacht lang.
Bernardo
Ashetu (pseudoniem van Hendrik George van Ommeren) werd in 1929 in Paramaribo
geboren als zoon van een Surinaamse vader en een Europese (Joodse) moeder. Hij
overleed in 1982 in Den Haag.
Bernardo Ashetu,
Dat ik je liefheb, Uitgeverij In de
Knipscheer, Haarlem, 2011.
[van de blogspot Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie]

















