Posts tonen met het label seksualiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label seksualiteit. Alle posts tonen

zaterdag 19 april 2014

Massagesalons en seksindustrie in vizier Belastingdienst

Paramaribo - De Belastingdienst heeft de gehele seksindustrie met haar vele massagesalons in het vizier. Dit wordt vernomen van de directeur der Belastingen Cornelis (Tony) Van Dijk. Er wordt reeds opgetreden, beklemtoont van Dijk. De Belastingdienst heeft geen moreel oordeel over de activiteiten die plaatsvinden en of zaken al dan niet legaal geschieden, maar kijkt alleen of ...

er inkomen wordt genoten. Voorts gaan velen er van uit dat pas als er winst wordt gemaakt, men zich moet wenden tot de Belastingdienst, hetgeen onjuist is. Zodra inkomsten worden gegenereerd, dient men alle verdiensten op te geven.

"Voor de Belastingdienst is het niet van belang of iets legaal dan wel illegaal is. Zolang op het grondgebied van Suriname inkomen wordt genoten, koppelt de wet daaraan de verplichting tot het betalen van belasting", benadrukt Van Dijk, die er op wijst dat het 't prerogatief van het Ministerie van Justitie en Politie is om te onderzoeken of iemand legaal is of al dan niet rechtmatig activiteiten ontplooit.
 
Dit protserige bordeel verrees onlangs in Paramaribo. Foto © Hijn Bijnen
In de massagesalons is er niet zelden sprake van kwesties zoals mensenhandel en minderjarigen die al dan niet onder dwang als prostituee worden ingezet. Voorts zijn er vele illegale Brazilianen in Suriname werkzaam in de seksindustrie en in de goudmijnen. Van Dijk bevestigt dat er ongetwijfeld veel meer Brazilianen in Suriname zijn dan het officiële aantal van iets meer dan vijfduizend dat het Algemeen Bureau voor de Statistiek heeft geregistreerd.

Braziliaansen van nachtclub Diamond in een carnavalsoptocht.


Dit baseert hij op zijn eigen inschattingen die hij heeft gemaakt tijdens de operaties die de Belastingdienst onlangs in het achterland heeft uitgevoerd. Hij onderstreept echter dat het werkelijke aantal illegale en legale Brazilianen voor zijn dienst niet relevant is. "Justitie kijkt naar de rechtmatigheid, of de persoon of iemand legaal is, maar voor de Belastingdienst is dat niet van belang", onderstreept de topman van de Belastingdienst.

Zijn dienst houdt zich puur met het vraagstuk bezig of er inkomsten worden gegenereerd. Dit is eveneens het geval bij de eigenaren van de skalians. De vraag of de werknemers die op de skalians in de Marowijnerivier al dan niet illegaal bezig zijn, is voor de Belastingdienst niet interessant. Van belang is dat de skalianhouders eindelijk over de brug komen en aan hun belastingverplichtingen voldoen. "En we zijn binnenkort terug in het gebied", verzekert Van Dijk.

[van nospang.com, vrijdag, 18 april 2014]


zondag 30 maart 2014

"Aanranding van 'uitdagende' vrouwen is terechte straf"

"Ik verdien het niet om verkracht te worden."

Het aanranden van "uitdagende vrouwen" is voor een meerderheid van de Brazilianen "een terechte straf". Dat blijkt uit een peiling van de overheid die deze week werd gepubliceerd. Dit maakte heftige reacties los bij president Dilma Rousseff en activisten op sociale media.


In totaal werden 3.810 mannen en vrouwen ondervraagd. Liefst 65,1 procent antwoordde affirmatief op de vraag of "vrouwen die kleren dragen waarbij delen van hun lichaam te zien zijn, het verdienen om aangerand te worden?" Daarnaast oordeelde 58,5 procent dat er minder aanrandingen zouden zijn als de vrouwen zich beter zouden gedragen.

Geweld
President Dilma Rousseff liet via Twitter weten dat de Braziliaanse samenleving nog een hele weg heeft af te leggen en ze riep de regering en de samenleving op om samen te strijden tegen geweld tegen vrouwen. Op Facebook publiceerden vrijdagavond (lokale tijd) al 20.000 vrouwen een weinige verhullende foto van zichzelf met daaronder de boodschap: "Ik verdien het niet om aangerand te worden".

Cultuurclash

Volgens journaliste Nana Queiroz geeft dit de paradox in de Braziliaanse samenleving weer tussen hun sensuele cultuur en het conservatieve katholicisme. Vorige zomer uitte de Katholieke Kerk nog hevige kritiek op een wet van Rousseff die vrouwen beter moest beschermen tegen seksueel geweld. De Kerk zag hierin een eerste stap naar de legalisering van abortus. Tot nu toe is abortus in Brazilië enkel toegestaan in geval van aanranding, tot de foetus slechts 8 weken oud is of als de moeder in levensgevaar is.

[van DeMorgen.be, 29/03/14 − Bron: Belga]





zaterdag 29 maart 2014

Trinidadiaanse minister ontslagen wegens onzedelijk gedrag

Mogelijk de stewardess in kwestie
Dr. Glenn Ramadharsingh, minister van sociale ontwikkeling van Trinidad, is per direct ontslagen door premier Kamla Persad-Bissessar. Zij adviseerde de president van Trinidad om de minister te ontlasten van alle taken, nadat een stewardess van Caribbean Airlines een klacht tegen hem indiende. Op 16 maart zou de minister tijdens een binnenlandse vlucht onzedelijk gedrag hebben vertoond tegenover deze stewardess. Hij betastte haar borsten toen hij haar badge vastpakte. De badge was vastgespeld op haar bloes.
Zeker de viespeuk in kwestie

Haar protest over dit gedrag viel niet in goede aarde bij de minister, die haar bedreigde met ontslag. Dit voorval bereikte de pers nadat onderzoeksjournalist Denyse Renne het politieonderzoek over dit onzedelijk gedrag publiceerde.

[uit Dagblad Suriname, 28 maart 2014]

zondag 23 maart 2014

Seksualisering etnische jongeren


door Faitha Avnan

We leven in een maatschappij waarbij eenzijdige seksueel getinte uitingen in de media steeds vaker voorkomen. Die uitingen zouden de houding en het gedrag van jongeren met betrekking tot seksualiteit negatief kunnen beïnvloeden. De Rutgers Nisso groep deed samen met Equality daarnaar onderzoek.

In 2008 is reeds een eerder onderzoek naar seksualisering en jongeren uitgevoerd door de Rutgers Nisso Groep, Het Nederlands Jeugdinstituut en MOVISIE. Aan dit onderzoek hebben echter te weinig respondenten met een etnische achtergrond deelgenomen, waardoor er geen conclusie over deze jongeren tot stand kwam. De Rutgers Nisso Groep heeft samen met E-Quality daarom een tweede onderzoek uitgevoerd naar de invloed van seksualisering op jongeren met een etnische achtergrond.

Aan het onderzoek hebben 320 jongens en 508 meisjes met verschillende etnische achtergronden deelgenomen. Er is onderzocht naar seksueel (grensoverschrijdende) houdingen en gedrag, ongelijkheid tussen sekse, het lichaamsbeeld, zelfbeeld en psychosociaal welzijn.

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat media een belangrijke rol spelen in de mentaliteit en het gedrag van etnische jongeren. Eenzijdige en seksueel getinte opmerkingen worden overgenomen door jongeren. Zo worden meisjes al snel ‘hoer’ genoemd en jongens ‘players’.

Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse jongeren vormen een risicogroep. Uit het onderzoek komt naar voren dat zij het meest beïnvloedbaar zijn door media. Uit bijna alle uitkomsten blijkt dat voor deze groep de verbanden met mediagebruik en de perceptie van mediabeelden het sterkst zijn. Dit komt doordat de mediaopvoeding van huis uit een negatieve werking heeft. Mediabeelden worden door ouders bekritiseerd en weggezapt. Ook wordt over seksualiteit in Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse gezinnen niet of nauwelijks gesproken, waardoor de jongeren geen interesse lijken te hebben voor seks.
 Een groot deel van deze jongeren geeft aan druk te voelen binnen de vriendenkring om er goed uit te zien en ervaringen te hebben met seks.

Opvallend is dat er voor jongeren met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond weinig verbanden lijken te zijn tussen mediagebruik en houding en gedrag ten aanzien van seksualiteit.  



[van Wereldjournalisten, donderdag 16 april 2009]

zaterdag 1 maart 2014

Seks en de Citadel

De buikdans in 20ste-eeuwse films stond meestal symbool voor exotische erotiek.
Foto © Gail Tibbon/AFP/Getty Images

Seks als gespreksonderwerp in de Arabische wereld is als een citadel: het lijkt totaal ontoegankelijk, maar als je goed kijkt zijn er vele sluipwegen naar binnen.

Shereen El Feki schreef er een boek over: Seks en de Citadel. Ze doet hierin verslag van het onderzoek dat zij een aantal jaren deed naar het intieme leven in de Arabische regio. Seks binnen het huwelijk, seks onder vrijgezellen, maagdelijkheid, homoseksualiteit, prostitutie – dit alles passeert de revue en wordt in de context geplaatst van de recente opstanden en roep om democratisering in het Midden-Oosten.El Feki brengt daarbij op sprankelende wijze het verband tussen intieme relaties en de politiek aan het licht: ‘The sexual and the political are intimate bedfellows’,

In samenwerking met uitgeverij De Geus en debatcentrum De Nieuwe Liefde in Amsterdam organiseert het Grote Midden Oosten Platform  op 3 maart een publieksbijeenkomst met El Feki. Zij wordt geïnterviewd door Hassnae Bouazza en gaat in gesprek met het publiek.

Maandag 3 maart: De Nieuwe Liefde in Amsterdam
Dinsdag 4 maart: De Groene Waterman in Antwerpen
Woensdag 5 maart: Savannah Bay in Utrecht
Donderdag 6 maart: NIMD in Den Haag


Voor informatie en kaartjes, ga naar De Nieuwe Liefde.



 .

dinsdag 25 februari 2014

Een Surinaams recept tegen overspel

Dresi/kruiden in Suriname. Foto © J. van Leeuwaarde

door Marjolijn van Heemstra

De man van Ria heeft een probleem. Met monogamie. Ria heeft een oplossing die in het Surinaamse dorp waar ze woont heel gewoon is: een vaginaal stoombad.
Ria zit al zeker tien minuten met gespreide benen op de plank. Ze heeft me net gierend van het lachen voorgedaan hoe haar man Roy vanavond zal klaarkomen. Schreeuwend, met zijn ogen stijf dichtgeknepen. Nu staart ze peinzend naar de grond.

Ria heeft een probleem. Of eigenlijk heeft haar man een probleem. Met monogamie. En aangezien hij in de stad werkt en Ria hem alleen in het weekend ziet, als hij naar zijn dorp hier aan de rivier komt, is ze als de dood dat hij zijn heil bij andere vrouwen zoekt.

Ik kwam in dit dorp op weg naar de Voltzberg in Suriname, waar we opnames maken voor een volgende voorstelling. Toen ik vroeg of iemand hier nog een oplossing had wees iedereen naar de hut van Ria.

Want Ria heeft een oplossing gevonden voor haar probleem: een dagelijks vaginaal stoombad. Niks nieuws in dit Marrondorp. Wel nieuw is de combinatie van kruiden die Ria gebruikt. Nieuw en geheim. Ze heeft lang gezocht naar de juiste combinatie, die waarmee ze Roy bij zich kan houden. Ze probeerde van alles. Bijvoorbeeld de Paranamklem, die de man het gevoel geeft dat hij klem zit tijdens de seks. En ook de wasidoekoe (alsof je het met een handdoek doet). Niks hielp. Roy was er altijd na een dag alweer vandoor terwijl zijn weekend toch twee-enhalve dag duurt.

Tinde van Andel zoekt kruiden op de markt in Accra. Foto © C. van der Hoeven


Een oud vrouwtje gaf haar dit geheime recept. Kruiden mengen, kokend water eroverheen en dagelijks vijftien minuten stomen. De eerste keer dat ze het gebruikte bleef Roy het hele weekend en meldde hij zich maandag ziek. Nu wil iedereen van haar weten wat ze gebruikt. Ze vertelt het niet. Straks pikken ze Roy van haar af. Maar als ik het echt wil weten mag dat. Ik ben toch niet Roy's type. Veel te wit en weinig vlees. Ze lacht zo hard dat ze bijna van de plank valt.

Ze steekt een mollige vinger met een lange paarse nagel in de lucht en begint op te sommen: "Grote pinya. Klein swietboontje. Papegaaiennagel. Hoor je me?", vraagt ze streng.

Ik vraag of het niet handiger zou zijn als Roy het probleem zou oplossen door minder vreemd te gaan. Ze kijkt me stuurs aan vanaf haar plank. Dat vindt ze een typische opmerking voor een witte, zegt ze. "Voor jullie moet de oplossing altijd van een ander komen. Aanpassen dit, aanpassen dat. Waarom niet gewoon doen wat je kan? Zo is iedereen blij."

Ze slaat haar grote ronde handen op de plank en even denk ik dat ze me de badkamer uit zal zetten. Maar ze laat haar stoombad niet door mij verpesten.

Ik kijk naar de geruite doek over haar schoot, naar haar treurige ronde gezicht. Ik wil zeggen dat Roy het niet waard is, dat een man die alleen maar bij je blijft als je elke dag met je benen wijd boven dampende kruiden hangt misschien wel geen leuke man is. Maar Ria wacht op Roy, niet op mijn adviezen.

Of het wel gezond is, durf ik snel te vragen. Ze schudt haar hoofd en klakt met haar tong. "Je bent net die witte dokter, een vrouw die hier was, die begon over scheuren en schimmels. Als je van hem houdt is hij een paar scheurtjes waard. Ik vroeg die dokter: hoe lang ben je van huis? Een maand, zei ze."

Ria schudt meewarig haar hoofd.

"Eindstand heb ik haar een zakje meegegeven. Voor als ze haar man weer zou zien."
Marjolijn van Heemstra
Foto © Thomas Huisman



Marjolijn van Heemstra is schrijver en theatermaker. Ze zoekt oplossingen voor prangende problemen.


[uit Trouw, 13/10/12]


Sexy Suriname


Suriname en seks, is als latex op een fetish feestje. Onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar waar wij in Nederland heilig zweren bij seksspeeltjes om de boel wat spannender te maken. Doen de Surinamers ’t op een iets andere manier. Zij zoeken hun toevlucht meer in huis tuin -en keukenwerk.

Boegroe. Foto © Metropolis
Fuck seksspeeltjes!
Van chemische troep moeten veel Surinamers niets van hebben. Dus als je wat probleempjes ervaart met het omhoog krijgen, dan neem je geen Viagra, maar Biti! [sic - red CU] Een kruidendrankje om de potentie te verhogen. Maar dat is natuurlijk kinderspel vergeleken met het echte werk. Namelijk: de boegroes! Boegroes zijn kogeltjes in je lul. Geen echte natuurlijk,  maar gevijlde dominostenen in de vorm van een kogeltje. Deze worden geplaatst onder de penishuid. Handmatig met een fijn geslepen tandenborstel. Althans, in de Surinaamse gevangenis dan, waar de hele boegroe-hype ontstaan is.

Black stone
Waarom in godsnaam? Zo'n fine getunede Boegroe-lul is voor de vrouwtjes een enorm genot. Binnen no-time is het hoogtepunt krijsend en al bereikt. Ook zo’n levensechte dildo? In Nederland kun je hiervoor gelukkig gewoon bij de piercingshop terecht. Overigens niet zonder gevolgen, de kogeltjes kunnen de punani van binnen behoorlijk beschadigen!
Wat gebruiksvriendelijker, en minder pijnlijk, is de Black Stone. Een steen die de penis verdooft. En dus uren mee geknald kan worden. De steen werkt als volgt: je maakt de steen vochtig, wrijft de pielemuis ermee schoon, wacht 15 minuten, spoelt ‘m af en tadaa: de ultra penis is ready to rambo.

Hyptis lanceolata, een van de  kruiden voor vaginale
behandelking. Foto © Pierre Grard
Supersonischeflamoes!
Ook de vrouwen moeten eraan geloven. Géén kogeltjes of stenen voor hen, maar een faya watra! Ook wel vaginaal stoombadje genoemd. Het effect: een superstrakke flamoes, alsof je voor het eerst ontmaagd wordt. De Surinaamse mannen en vrouwen zweren erbij. Deze faya watra is overigens niet puur alleen voor het genot. Ook de baarmoeder krijgt een flinke opknapbeurt. Daarbij zou het korte metten maken met kraamkoorts en baarmoederontstekingen.

Gevaarlijk water
Veel Surinaamse vrouwen gebruiken het badje na de menstruatieperiode. Een ongestelde vrouw in Suriname wordt namelijk als onrein beschouwd. Het badje zou de vrouw weer rein maken. Maar er zijn er ook een hele hoop die zich hier dagelijks aan wagen. Soms zelfs twee keer per dag.
Wat velen niet weten, is dat zo’n badje levensgevaarlijk is. Het tast de natuurlijke zuurgraad aan en droogt het de vagina enorm uit. Tijdens het stoten kunnen hierdoor wondjes en ontstekingen ontstaan. Deze droogheid zorgt er ook voor dat condooms sneller schuren, wat de kans op soa’s en hiv vergroot. Sommige gaan echter nog veel verder. Die wassen hun flamoes met Dettol!

Alles, maar dan ook écht alles, wordt in het werk gesteld om het seksuele genot te vergroten. Hoe, klinkt echter niet bepaald lichaamsvriendelijk. Mocht je deze wijze toch ambiëren, gebruik dan iets wat minder schadelijk is, een komkommer bijvoorbeeld.

[van spuitenenslikken.bnn.nl]


maandag 24 februari 2014

Tay Hori promoot sterke gezinnen en relaties

Creools echtpaar ca. 1900.
Kerncollectie Fotografie,. Museum Volkenkunde.
Minister Soewarto Moestadja wil exemplaren van het boek Tay Hori van Carl en Jane Breeveld via het Centraal Bureau van Burgerzaken en het Nationaal Bureau Genderbeleid ter beschikking stellen van de gemeenschap. Hij ziet raakvlakken tussen de beleidsgebieden van deze afdelingen en de tips voor gezonde relaties en sterke gezinnen in het boek.

Onder het ministerie van Biza vallen onder meer huwelijken, de bevolkingsadministratie en genderbeleid, vandaar dat de schrijvers aan Moestadja een exemplaar van het boek hebben overhandigd, zegt het ministerie. Carl en Jane Breeveld begonnen met het geven van hun tips in het tv-programma Gaan voor Goud. Met 52 gouden tips aan echtparen hopen zij een bijdrage te leveren aan het gezond en sterker maken van relaties en gezinnen.

“Dit moet een aanzet zijn voor mensen om te gaan praten over hun relatie en daaraan meer inhoud te geven. Als er geen gezonde gezinnen zijn, belanden mensen vaak genoeg in de criminele sfeer. Dat betekent dat a oso no seti”, aldus Breeveld. 

[uit Starnieuws, 22 januari 2014]


zondag 9 februari 2014

Motyo/hoeren in de literatuur


door Els Moor

Vijftien jaar is het geleden dat De koningin van Paramaribo van Clark Accord uitkwam bij uitgeverij Vassallucci te Amsterdam. De eenendertigste druk is van oktober 2011 bij Nijgh en Van Ditmar in dezelfde stad. Op 31 mei van dat jaar overleed Clark Accord aan darmkanker. Heel triest, een groot verlies voor de literatuur van en over Surname.

De koningin van Paramaribo is niet alleen in Nederland en Suriname veel gelezen. De roman verscheen ook in andere talen. Vanwaar die grote belangstelling en populariteit? Een belangrijke oorzaak is het onderwerp, de thematiek. Clark laat zien dat een motyo ook een mens is, niet slechts een seksueel object. Een mens met eigenschappen, goede en minder goede, zoals hulp geven aan wie dat nodig hebben en snel agressief worden. Ze was een vrouw die zich in al haar pracht en praal liet zien en haar vak beheerste als geen ander. Ze werd dan ook terecht ‘de koningin van Paramaribo’ genoemd. Accord heeft de gegevens over Maxi Linder tijdens zijn onderzoeksperiode in Paramaribo gebaseerd op mondelinge informatie van veel mensen die haar gekend hebben. Het resultaat is een ontroerend en aangrijpend topboek over een onderwerp dat wereldwijd moeilijk ligt in de literatuur.

De vraag rijst: zijn er meer Surinaamse auteurs die dit onderwerp aandurfden? Die zijn er, niet veel, maar ze geven steeds een ander aspect van het hoerenleven. Dobru (1935-1983), dichter, schrijver en politicus, schreef vanuit een sociaal perspectief. Zijn verhaal ‘Wiesje: ik schaam me soms diep’ uit de bundel Tori boto (1976) gaat over het sociale contact van de schrijver met een vrouw, Wiesje, uit zijn buurt, met wie hij gesprekken heeft. Wiesje is een motyo. Ze heeft drie kinderen, ‘bedrijfsongevallen’, die ze goed wil verzorgen. Ze doet haar werk om armoede te overbruggen. Als Dobru haar op een avond als ze op de stoep van een straat zit vraagt of het vlot, zegt ze: ‘Tot nu toe niets, maar ik ben blij dat jij er bent, laten we binnen gaan zitten. [...] Soms heb ik geen zin, dan wil ik liever praten met iemand, maar de mannen hebben altijd zo’n haast.’ (p. 30).

Bea Vianen is eveneens een sociale schrijfster. Haar romans over Surinaamse mensen zijn vaak taboe doorbrekend. Ze houdt ons een spiegel voor. Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972) speelt voor een groot deel in een internaat in de stad. Richenel, een jongen uit Commewijne, woont daar. Het internaat staat voor beperking van vrijheid. Armoede is een belangrijk thema in deze roman. Als hij in de grote vakantie thuis is, ontdekt Richenel dat zijn moeder veranderd is. Ze draagt mooie kleren, ze geeft hem geld (dat ze nooit had) en gaat ’s avonds het huisje uit. Hij denkt er veel over na en op een avond: ‘In het donker aan de inham van de rivier ging hij op zijn hurken zitten en gooide telkens een, willekeurig van de grond gegrepen dor takje naar het kabbelende water. Ze is een hoer, dacht hij. Zijn eigen, zijn eigen, zijn bloedeigen... (p.127). We zien dat bij Clark Accord een jong meisje hoer wordt vanwege frustraties. Bij Bea is het een moeder die motyo wordt. Wiesje en Richenels moeder oefenen het vak uit om met hun kinderen te kunnen overleven.

En dan Marylin Simons met haar bundel Carrousel (2003), waarin veertien verhalen, allemaal uit het leven gegrepen, gevoelig, maar niet sentimenteel, onthutsend en toch liefdevol. Hoewel Marylin veel onderwerpen aankaart die in onze samenleving vaak taboe zijn, komt de motyo er niet in voor. Is dat zo? In ‘Blaka Nene’ (pp. 73-82) vertelt een meisje over haar leven met haar grootmoeder, ‘moesje’, bij wie ze woont, nadat haar moeder ze vanuit de stad bij Moesje heeft gebracht. Soms komt de moeder haar halen en mag ze een dagje genieten van de stad. Als ze tien jaar wordt komt moeder naar hen toe en organiseert een prachtig feestje. Moesje wordt ziek en moeder komt vaker, maar gaat altijd weer weg... en dan sterft Moesje. Waar moet het kind naar toe? Het verhaal eindigt als het in een vliegtuig zit, op weg naar een tante. Marylin Simons laat vragen opkomen bij de lezers, maar geeft er geen antwoorden op. Een vraag die we onszelf vanaf het begin stellen: ‘Is de moeder een motyo?’ Ik denk van wel.

Hoeren in de wereldliteratuur. Ik dacht na naar aanleiding van gelezen boeken, sloeg veel naslagwerken op die de thematiek van werken geven met een korte inhoud. Nergens hoeren! Is het ook wereldwijd een moeilijk onderwerp? Internet maakte me niet veel wijzer.

Zelf bewonder ik de Columbiaan en Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez (1927). Zijn bekendste werk: Honderd jaar eenzaamheid. Al zijn werk is beeldend, vol humor en fantasie in combinatie met herkenbare werkelijkheid. De ongelooflijke maar droevige geschiedenis van de onschuldige Erendira en haar harteloze grootmoeder (1975) is een novelle. De titel zegt al wat de thematiek is. Die grootmoeder gebruikt haar kleindochter, een beeldschoon en heel jong meisje, als handelswaar. Ze laat haar met veel mannen gaan en verdient daar hopen geld mee. Een half indiaan, half Europeaan - heet nota bene Odysseus - wordt verliefd op Erendira. Er gebeurt van alles en Odysseus wil niets liever dan grootmoeder vermoorden. Helemaal aan het eind van het verhaal lukt dat en dan... ‘maar ook toen holde ze door met het goudvest, voorbij de droge winden en de middagen waar geen einde aan kwam, en nooit heeft iemand meer iets van haar gehoord noch enig spoor van haar droevig lot gevonden.’

De laatste en korte roman van Márquez heeft zelfs hoeren in de titel: Herinnering aan mijn droeve hoeren (2004). Een oude man trakteert zichzelf via een hoerenwaardin op zijn negentigste verjaardag op een piepjonge maagd. Dan wordt hij voor het eerst van zijn leven echt verliefd, maar het meisje doet bijna niets anders dan slapen, omdat ze overdag ook nog in een fabriek werkt. Een prachtig boek over de liefde en de naderende dood. Een bijna 80-jarige schrijver over een negentigjarige vrijgezel die een onstuimig leven achter de rug heeft... en rust vindt!


Foto © Amex Photography

zaterdag 1 februari 2014

Zwerver trekt broek omlaag in bijzijn vrouwen

Een zwerver heeft vandaag twee wandelende vrouwen op oneerbare wijze lastig gevallen. In de straat achter het gebouw van De Nationale Assemblee (DNA), nabij de Waterkant, trok de man zijn broek plotseling naar beneden.

Tijdens die vulgaire actie liet hij zijn geslachtsdeel zien, dat overigens in ‘gespannen toestand’ was. Op dat moment deed de man bovendien op hoge toon een verregaand seksueel voorstel aan het hevig geschrokken tweetal.

Het is de laatste tijd wel vaker voorgekomen dat vrouwen op de openbare weg worden lastig  gevallen door ongure personen. Dinsdag nog werd een interieurverzorgster tijdens het lopen naar haar werkgever in het noorden van Paramaribo, seksueel bejegend door een zwerver. Bij die gelegenheid ging de aanrander naast de vrouw lopen en greep zonder toestemming  even haar derrière vast.


[van GFC Nieuws, 31 januari 2014]

dinsdag 28 januari 2014

De mysterieuze verdwijning van iemand die een middagje ging snorkelen


Daniel Putkowski’s derde roman over Aruba

door Wim Rutgers

Daniel Putkowski
Het zal u misschien onwaarschijnlijk voorkomen, maar de weinig bekende Amerikaan Daniel Putkowski – tienduizend hits op Google -  is een bestselling auteur op Aruba. Of hij door Arubanen gelezen wordt of door toeristen valt te bezien, maar de plaatselijke boekhandel floreert er wel bij. Putkowski heeft tot nu toe vijf romans gepubliceerd, waarvan er drie over Aruba gaan. Hij is afgestudeerd aan de New York University’s Tisch School of the Arts en woont afwisselend in Philadelphia en Aruba.

In 2008 verscheen het tot nu toe populairste boek An Island Away waarin San Nicolas en daarvan vooral Charly’s bar en de bordelen centraal stonden. Alcohol vloeit er rijkelijk en het sperma druipt van de pagina’s af, of om de verteller te citeren: ‘Men are good for two things: a cock and a wallet. The first thing makes a mess, and the second thing pays to clean it up.’ Toen in 2011 zijn tweede ‘Arubaanse’ roman Under a Blue Flag verscheen als vervolg op de vorige, heb ik dat deels gelezen, maar ik haakte af op meer van hetzelfde. Dus daarover kan ik verder niets zeggen.


Toen ik laatst – weer -  een paar uur vertraging had om naar Curaçao te vliegen, heb ik op de airport de derde roman, Dark Currents, aangeschaft om de wachttijd te doden en ik moet u bekennen dat ik daar geen spijt van heb. Het verhaal in deze roman is losjes gebaseerd op de verdwijning van de Amerikaanse Dark Currents volgt is een fantasierijke whodunnit zoals een detective verhaal betaamt.
Robyn Gardner
Robyn Gardner toen ze met haar partner Gary Giordano op 2 augustus 2011 ging snorkelen aan de oostpunt van het eiland in de buurt van Baby Beach. Zover het historische aspect. Wat daarop in deze roman

Dark Currents bevat niet minder dan vier beurtelings vertelde maar steeds weer in elkaar grijpende verhaallijnen, waarin de verschillende hoofdrolspelers van het drama afwisselend aan de orde komen. Dat veroorzaakt dat de lezer steeds meer weet dan de afzonderlijke verhaalpersonages – een aangename ervaring.

Prostitutie in San Nicolas
Vier verhaallijnen
De twee snorkelaars Kathy Barrow en Glenn Hogan zijn de twee protagonisten van het drama, maar wie van de twee is er nu eigenlijk dader en wie uiteindelijk slachtoffer? Geen van tweeën is zonder schuld aan een misdaad, maar wel op heel verschillende manieren… Op beiden wordt afwisselend gefocust.
Het is ten derde aan de politiemannen Calenda en Bakker en het Openbaar Ministerie in de persoon van Everts om de mysterieuze verdwijning van Kathy op te lossen, maar wat is daarbij vaststaand feit en wat speculatieve interpretatie? Netten worden uitgeworpen en steeds verder gespannen maar sluiten zich niet.
Tenslotte ruikt en benut de achttien jarige Diario fotograaf Romy Tromp de kans van zijn leven met al zijn lokale contacten de talrijk opdravende buitenlandse pers te snel en te slim af te zijn en daardoor de politie behulpzaam te zijn en het machtige televisiekanaal GNN met zijn medewerkers en de Judge Nadine Show. Zelfs de FBI komt om zich met de zaak te bemoeien.

Samen leveren deze vier lijnen een aangenaam en afwisselend beeld op en betekent deze derde roman een vernieuwing van het thema van de auteur. Hij veroorlooft zich daarbij uiteraard grote vrijheid waarbij de – nog - nooit opgeloste historische verdwijning van Robyn Gardner niet meer dan de aanleiding vormt. Dat procedé hadden we ook al gezien toen de Nederlandse auteur Marion Pauw in Drift (2006 ) schreef over de in 2005 verdwenen Natalee Holloway. Dat is de vrijheid van de romanschrijver. Die mag zijn fantasie vrijelijk de loop laten, maar het is in dit geval wel jammer dat Putkowski door al zijn verhaaldraden zo expliciet uit te werken, daardoor zo weinig aan de fantasie van de lezer overlaat. Dat is met name nogmaals het geval bij het slot van het verhaal.
De uiteindelijke winnaar van de tragedie blijkt Diario fotograaf Romy Tromp die de afloop van het drama in geuren en kleuren live mag brengen in de populaire Judge Nadine Show.

Toen de verlate vlucht op de airport eindelijk werd aangekondigd, was ik al een heel eind gevorderd in het verhaal. Dat ik het daarna later thuis toch weer heb opgepakt en niet - zoals de tweede roman - maar heb gelaten voor wat het was, komt door de plot en de stijl die mij als lezer steeds het verhaal in trok. Misschien moet ik nu de tweede roman van Daniel Putkowski toch maar eens in zijn geheel gaan lezen.


Daniel Putkowski: Dark Currents; A Novel of Aruba inspired by actual events.
Hawsewr Press
2012
319 pagina’s
ISBN 978 0 9815959-3-1



[uit Antilliaans Dagblad, 18 januari 2014]

zondag 12 januari 2014

Lewd and proud: How Rihanna brought the moves and sexuality of the Caribbean dancehall to leafy Twickenham

Hold on tight! Rihanna didn't hold back as she performed
 at London's Twickenham Stadium on Saturday night
by Donna McConnell

Appearing on stage to song Phresh Off The Runway just before 9pm, Rihanna didn’t keep the audience waiting too long – unlike the killer lines at the toilets in the stadium.
Dressed in Riccardo Tisci’s baroque style ‘batty rider’ shorts with a matching cloak of invincibility it was soon very clear that Rihanna was not going to struggle to project her personality in that huge space.
Rihanna announced after the first song: 'What's up London? Are you enjoying yourself? Well good, we are only getting f**king started.’

Racy! Rihanna didn't hold back as she performed at London's Twickenham Stadium on Saturday night, despite having her parents and brothers in the audience

Hold on tight! Rihanna didn't hold back as she performed at London's Twickenham Stadium on Saturday night

The girl from Barbados soon broke out her signature moves, the gyrations seen in the dancehalls and carnivals of the Caribbean. Complete with dancehall queen crotch-grabbing and slapping, the uber-sexual singer who has enjoyed massive worldwide success since moving to the US as a 16-year-old seeking success, rattled through three of her hottest numbers; Phresh Off The Runway, Birthday Cake, and Pour It Up as she kicked off her stadium show.

Like the dancehall and carnival queens of the Caribbean, Rihanna is very aware of her sexual power - onstage at least. She constantly thrusted and wined and touched herself in a fashion instantly recognisable to those familiar with Jamaican dancehall culture – but admittedly it might have proved confusing to some of the younger members of the audience.

Rihanna displayed an effortless rhythm and sensuality that completely worked with her music, and entranced the audience. Songs such as Say My Name and Rude Boy were grinded out on stage, and thankfully she had a very well rehearsed band featuring Nuno Bettencourt, best known for his role as the lead guitarist of rock band Extreme to give things an extra gear.

Bad gal: The 25-year-old singer certainly didn't seem to be on her best behaviour, and instead put on a particularly racy display involving plenty of crotch-grabbing and swearing

Bad gal: The singer certainly didn't seem to be on her best behaviour, and instead put on a particularly racy display involving plenty of crotch-grabbing and swearing

And a troupe of dancers that let’s face it, nobody was watching, as all eyes were on Miss Robyn Fenty as she popped her booty and dipped it low.

It’s that mix of Caribbean swagger and pop music that gives Rihanna her edge and realising where her strengths lie, she certainly plays to them.
Not many Caribbean girls make it to be global pop stars. Rihanna has much in common with Jamaican born Grace Jones who came before her. She is fearless, lewd at times, foulmouthed, edgy and a fashion trendsetter.
Strutting her stuff: The Diamonds singer opted for a sexy ensemble for her performance, teaming thigh-high leather boots with a sheer top and a visible bra


While her oversharing on Instagram can be wearing, as a performer she has come of age.  Twickenham was like a mini-carnival as fans and even grown men attempted to copy the carnival queen’s gyrations while dancing in the crowd. Vocally she represented, and has certainly improved since the Loud Tour.

Her joy at performing to a sell-out crowd at Twickenham Stadium was touching and she brought her whole family to see her upgrade to the big time asking the crowd to say her name which she said would make her mother cry. She might also have cried at her daughter’s potty mouth too.
The ascendance of her career comes at a time when she has been through the emotional mill due to her rekindling of doomed relationship with Chris Brown, who now appears to have rather publicly returned to his ex-girlfriend Karreuche Tran.

During song Talk That Talk when Rihanna sang the line ‘And you will never get a girl like me’ perhaps in reference to Brown she added a very loud: ‘Oh hell no!’
Working it! Evidently not at all bothered by her family members in the audience, the pop superstar writhed around on stage in a particularly racy display
Working it! Rihanna put on a performance that felt like a carnival.
Rihanna in Bob Marley-shirt in Barbados

Rihanna’s visit comes a few weeks after pop behemoth Beyonce hit the UK. Beyonce had a huge, tightly rehearsed and professional show, and there’s no doubting her work ethic and skill. But what Rihanna lacks in routines she makes up for in mere presence, moves you can actually copy and use on the dancefloor and that onstage sensuality beloved by all her fans.
The concert concluded with her biggest hits Only Girl in the World, Where Have You Been, We Found Love, and ballads Stay and Diamonds.
At 25 Rihanna is selling out stadiums, cranking out hits and still has some years to go before she has to put down the batty riders. A charmed life indeed.

[from Daily Mail Online,16 June 2013]


zaterdag 11 januari 2014

Oonya Kempadoo over de uitdaging van het schrijven

Oonya Kempadoo. Foto © Bags End
door Desiree Seebaran

De Guyanese schrijfster Oonya Kempadoo woont in Grenada. Ze vertelt in dit interview waarom het schrijven van haar derde roman All Decent Animals zoveel tijd in beslag nam, en over haar passie voor maatschappelijk ontwikkelingswerk. Oonya groeit op in een ‘alternatief’ gezin: haar ouders waren een soort hippie-socialisten die hun kinderen thuis zelf onderwijs gaven, met een internationaal curriculum. Daardoor werd ze iemand die de wereld wil onderzoeken, die probeert te zien wat niet gezien mag worden, zegt ze zelf.

‘Ik ben mijn ouders echt dankbaar voor het internationale perspectief dat ze ons hebben bijgebracht. Dat geeft mij het gevoel dat ik overal kan wonen, dat ik overal naar toe kan gaan en dat ik alles kan doen wat ik maar zou willen. Ik denk ook dat het me een innerlijke verplichting heeft gegeven om bij te dragen aan de samenleving, ongeacht waar ik ben.’

In Buxton Spice speelt seksualiteit een belangrijke rol. In die periode zocht Kempadoo naar literatuur over hedendaagse Caraïbische vraagstukken en ongeromantiseerde levens. ‘Praten over seksualiteit is iets dat we in het Caraïbisch Gebied enorm omzeilen. Maar ik schreef er niet over om een statement te maken. Eerder om trouw te willen blijven aan de stem van het kind en aan delen van mijn eigen achtergrond - in mijn opvoeding werden we aangemoedigd om te discussiëren en te debatteren, en om op een heel liberale en experimentele manier over dingen te praten. Ik denk dat sinds het verschijnen van Buxton Spice seks in fictie meer is verkend en onderzocht, maar dan in een meer politiek correcte taal.

Mijn tweede boek, Tide Running, kwam uit in 2001. Ik werkte toen al aan All Decent Animals, maar dat liet ik liggen want ik voelde dat het een groter boek was dan ik kon schrijven als een derde roman. Maar ik denk vooral omdat ik schrijven toen nog als tamelijk vanzelfsprekend beschouwde. Misschien had ik er ook niet voldoende respect voor. Ik wilde op een directere manier bijdragen aan de Caraïbische samenleving en ik begon met maatschappelijke ontwikkelingsprojecten. Daarbij was ik ook nog steeds bezig een balans te krijgen tussen de druk van een parallelle carrière om daar een inkomen uit te krijgen en het schrijven. Want elke carrière vraagt een bepaalde hoeveelheid toewijding om het goed te kunnen doen. Met mijn consultancywerk kwam ik op een punt waar ik voelde dat ik moest kiezen tussen schrijven en maatschappelijk onderzoekswerk. En de keuze was schrijven, hoewel dat mijn leven wel moeilijker maakt.

St. George's, Grenada
Uiteindelijk, in 2010, legde ik al het andere werk neer en keerde terug naar All Decent Animals om het af te maken. Ik heb geaccepteerd dat ik altijd zal blijven schrijven - omdat ik ook blijf schrijven wanneer ik probeer om het niet te doen. Dus ik ga door met het zoeken naar creatieve manieren om het schrijven van fictie te verbinden met sociale ontwikkeling. Waar ik echt naar toe wil is grotere betrokkenheid bij het onderwijs en als beleidsmaker voor sociale ontwikkeling. Deze forums betrekken gewoonlijk geen kunstenaars. De maatschappij ziet schrijvers als kunstenaars en kunstenaars worden vaak alleen maar als entertainment beschouwd, niet als wetenschappers die van invloed kunnen zijn op besluiten die zijn gebaseerd op de realiteit. Maar multitasken kan ik niet. In elk geval niet in combinatie met het schrijven van fictie, nee. Alleen maar om weer terug te komen in de personages vraagt al zo enorm veel hoofdruimte. Ik schrijf nog steeds op de ouderwetse manier, met pen en papier. Typen is de eerste ronde van redactie. Ik wil zo waarheidsgetrouw zijn als ik maar kan met de personages, met hun omgeving, met details, met beelden, geluiden, aanrakingen, smaken.

Welk boek het moeilijkst was om te schrijven? Elk nieuw werk is iets op zichzelf, dus er is geen antwoord op die vraag. Ik denk dat dat de uitdaging is van het schrijven: gaandeweg verruim en verleg je je grenzen. Je duwt jezelf en je verbeeldingsvermogen echt naar nieuwe plekken’.

[uit Caribbean Airlines, May/June 2013. Vertaling/ bewerking: Chandra van Binnendijk]

zaterdag 4 januari 2014

Ga mee naar Suriname, daar kun je rijk worden

door  Nina Jurna

Rocinha
Voor de gemiddelde bewoner van de sloppenwijk Rocinha in Rio de Janeiro, is Suriname geen compleet onbekend land. De meeste bewoners uit deze grootste sloppenwijk van Latijns-Amerika komen uit dezelfde streek als de Brazilianen die naar Suriname trekken: het arme platteland in het noordoosten van Brazilië. Ze trokken in de jaren zeventig en tachtig naar de steden Rio de Janeiro en São Paulo om hun geluk te beproeven, terwijl streekgenoten hun heil zochten in de goudsector in Frans-Guyana en Suriname. “Mijn oom zei: ‘ga mee naar Suriname, daar kun je snel rijk worden’.” 

Nathan Bonifacio (35) staat bij de ingang van Rocinha naast zijn scooter. Achter hem staan nog minstens twintig scooters opgesteld. De bestuurders dragen oranje jasjes met het opschrift  ‘Mototaxi’ en laten de motor van hun scooter draaien. Voor twee reais (vier Surinaamse dollar) rijden deze scooterboys je rond in de wijk en naar het hoogste topje van de berg, met uitzicht over Rio de Janeiro. “Opschieten, anders neem ik die dame met de boodschappen mee”, roept Nathan en geeft gas. Spring snel achterop, dan begint het avontuur in Rocinha.
Rocinha

Behendig manoeuvreert Nathan zijn scooter over de steile smalle weg de wijk in. Rocinha ligt tegen een van de heuvels rondom Rio de Janeiro aan. We passeren moeders met kinderen, marktkraampjes met levende kippen, mannen die aan een bar staan en pure cachaça (rum) drinken om tien uur ’s ochtends. Kinderen spelen midden op straat een potje voetbal. Voor ons komt een enorme bus aangereden, maar Nathan laat zich niet afschrikken. Hij geeft gas en slingert soepel om de bus heen, verder naar boven de wijk in. Rocinha is de grootste sloppenwijk van Latijns-Amerika. Er wonen bijna driehonderdduizend mensen, meer dan in Groot-Paramaribo. En dat aantal stijgt nog steeds.
“Mijn vader komt uit Maranhão. Hij kon niet lezen en schrijven toen hij hier kwam in de jaren zeventig. Wij, mijn broers en ik, zijn hier geboren”, zegt Nathan. Zijn vader vond werk als klusjesman en werd later een van de vele portiers rondom de luxe flats bij de stranden Copacabana en Ipanema. Vanaf Rocinha nog geen half uur met de bus. Lezen leerde hij beetje bij beetje. “Zijn handschrift doet denken aan een kind van tien.”
 
Brazilianen in Suriname
Armen
Bij het hoogste punt heb je een prachtig uitzicht over de Cidade Maravilhosa, de wonderbaarlijke stad, zoals Rio de Janeiro ook wel genoemd wordt. De zon schittert over de Atlantische Oceaan, die vandaag blauwer dan ooit lijkt. In de verte pronkt het beroemde Jezusbeeld, met wijd open armen. “De armen hebben het mooiste uitzicht over de stad. Vroeger wilden de rijken hier wonen om hun villa’s te bouwen, maar in plaats daarvan hebben de armen hier hun krotten gebouwd”, zegt Nathan lachend.
Rocinha is een op zichzelf staande, eigen wereld. Een stad in een getto, zou je kunnen zeggen. De wijk ontstond rond 1920 en is opgebouwd door gelukszoekers uit het armste gebied van Brazilië, het noordoosten. De trek van het platteland naar de stad, die nog tot ver in de jaren tachtig doorging, deed de bijna duizend favelas, de sloppenwijken van Rio, verder uitdijen.
Braziliaansen in Suriname

Florerende seksindustrie
Uit het noordoosten trokken ook duizenden Brazilianen naar Frans-Guyana en Suriname, om daar in de goudvelden of de florerende seksindustrie geld te verdienen.  Staten als Pernambuco, Para, Piaiu, of Paraiba horen bij de armste gebieden van Brazilië. Meer dan 75 procent van de bevolking hier is analfabeet. In Pernambuco zijn honderden suikerplantages waar nog een verkapte vorm van slavernij heerst. Voor maar vijfhonderd reais per maand (negenhonderd srd), met tienurige werkdagen, wordt daar onder extreem zware omstandigheden met de hand suikerriet gekapt. Na een week controleert een opzichter of de werknemers genoeg hebben gekapt. Zo niet, dan wordt er op hun loon gekort. Grootgrondbezitters in de staat Para hebben macht over hun werknemers. Die bouwen vele schulden op bij hun baas, als ze niet aan hun vaste lasten kunnen voldoen. Een juk waar je vaak pas onderuit komt door weg te trekken, met de hoop op een beter leven in de grote steden. Of, zoals sinds de jaren negentig massaal gebeurt: naar Frans-Guyana of Suriname. “Ik heb twee ooms in Frans-Guyana. Een andere oom is vanuit Frans-Guyana naar Suriname vertrokken, omdat de goudmijn waar hij werkte illegaal was en er jacht wordt gemaakt in Frans-Guyana op illegale garimpeiros. Hij heet Leonardo Nascimento Filho. Er gaan verhalen in de familie dat hij rijk is en niet van plan is om terug te komen naar Maranhão”, zegt Nathan. “Ik kan hem geen ongelijk geven. Hier zou hij de zoveelste Braziliaan in een sloppenwijk zijn.”
 
Een Braziliaanse zwartrok in Suriname lijkt de Hitlergroet te brengen
Drugs
De situatie voor de Brazilianen in Suriname lijkt, ondanks spanningen en geweld rondom de goudvelden, een stuk veiliger dan in favelas als Rocinha. Veel sloppenwijken, ook deze, zijn thuishavens van rivaliserende bendes die de handel in drugs domineren. Hoewel nog geen drie procent van de bewoners in Rocinha rechtstreeks met de drugshandel te maken heeft, is de aanwezigheid van het heersende kartel met de naam Amigos dos amigos (vrienden van vrienden) goed zichtbaar. Vooral als de schemer valt. Groepen jongeren, vaak bewapend, struinen dan de straten af. Ze werken voor de plaatselijke drugsbaas, ‘Nem’, die de scepter zwaait in Rocinha.
Braziliaanse kerk in Suriname

Overdag is Rocinha een grote gezellige drukke buurt met schoolgaande kinderen, vrouwen die boodschappen doen en mensen in de rij bij de bank. Nathan liep tot een paar jaar geleden ook met een geweer rond, toen hij nog de persoonlijke lijfwacht was van de toenmalige bendeleider, de voorganger van Nem. “Ik werkte als traficante, drugsdealer. Ik was tien jaar lang zijn persoonlijke lijfwacht. Ik heb dingen meegemaakt en gezien die verder gaan dan films zoals Cidade de Deus of Tropa de Elite. Ik kon de wijk niet uit of ik zou opgepakt worden. Mijn vriendin en ik konden nooit een avondje naar de bioscoop en zelfs het strand was al riskant. Geld had ik genoeg, maar geen vrijheid.” In die tijd ontmoette hij ook zijn oom, die met kerst even terug in Brazilië was. “Wat indruk maakte, was dat hij met een zak vol speelgoed terugkwam voor de neefjes en nichtjes,  met drie mobiele telefoons en een flatscreentelevisie. Ik dacht: ‘je gaat als goudzoeker naar een onbekend land en komt terug met zoveel dure spullen. Dan moet het daar wel heel goed zijn’.” Zijn oom wilde Nathan toen meenemen om hem uit het drugscircuit te halen. “Hij zei: ‘ga mee naar Suriname, daar kun je rijk worden’.”
São Paulo. Foto © Rowan Sims

Dat zich in Frans-Guyana en Suriname inmiddels blijvend vele duizenden Brazilianen hebben gevestigd en er straten, zelfs woonwijken zijn waarop de Brazilianen zichtbaar hun stempel drukken, zoals de Anamoestraat of Prinsessestraat in Paramaribo-Noord, is volgens Nathan meer dan logisch. “Wat is het alternatief? Het is hier al overbevolkt, de sloppenwijken puilen uit. Een nieuw land, een nieuwe toekomst, waar je met duizenden landgenoten bent. Er is nauwelijks geweld, hetzelfde klimaat als het noordoosten en nog veel mogelijkheden. Brazilianen zijn harde werkers. Ze pakken alles aan, als er maar geld mee is te verdienen. In Brazilië is het leven keihard. In een samenleving waar het vreedzamer is, zijn wij succesvol. Bovendien heb je daar geen rivaliserende drugsbendes zoals hier. Hier weet je dat er iedere dag iemand vermoord kan worden die je lief is.”
 
Een Braziliaanse priester in Suriname
Verlost
Nathan ging niet in op het aanbod van zijn oom, maar stapte wel uit het drugscircuit. Met hulp van de immens populaire kerk ‘Assembleo de Deus’, een charismatische christelijke stroming die ook in Suriname populair is onder de Brazilianen. “Ik ben naar mijn baas gestapt en heb uitgelegd dat ik mijn leven in dienst van God wilde stellen. Eerst geloofde hij me niet, maar toen hij zag dat ik daadwerkelijk naar de kerk ging en bekeerd was, kreeg ik toestemming. Ik heb geluk gehad, want veel jongens lukt het niet om eruit te stappen.” Tegenwoordig werkt Natan nog steeds als bewaker, maar nu op een particuliere school in de rijke, nabijgelegen wijk Gavea.
Een ander groot voordeel voor de Brazilianen in Suriname is, dat ze in Suriname de mogelijkheid hebben om hun sociale klasse te ontstijgen. Brazilië is een klassenmaatschappij.  Een handjevol extreem rijken bezit het grootste deel van de landbouwbouwgronden en heeft veel politieke invloed. Onder voormalig president Luiz Inácio ‘Lula’ da Silva lukte het ruim 25 miljoen Brazilianen vanuit armoede op te klimmen naar de middenklasse met speciale gezinsuitkeringen, de zogenoemde bolsa familia. Maar er leven nog altijd twintig miljoen Brazilianen in extreme armoede. Het merendeel woont in het noordoosten. Nathan: “Mijn oom schijnt een auto te hebben. Als hij in Maranhão was gebleven of naar Rocinha was gekomen, zou het hem als ongeschoolde man nooit zijn gelukt een auto te kopen. Lula heeft veel gedaan, maar niet genoeg.”

Het Braziliaanse model Luiza Freyesleben. Foto © Ford Models

Schoonheid
In een van de vele zijstraatjes van Rocinha, de Via Apia, poseert de beeldschone Gabriella (15) tussen het rondslingerende vuil. Fotograaf Jean Ribeiro ontdekte haar op straat, in de krioelende menigte van brommers, mensen en volgestampte marktkraampjes. Jarenlang werkte hij voor glossy magazines in Brazilië en maakte fotoshoots voor grote winkelketens zoals Lojas Americanas, de Braziliaanse variant van Kirpalani. “Allemaal interes-sant werk, maar toen ik voor het eerst in deze sloppenwijk kwam, viel ik als een blok voor de prachtige vrouwen en de filmische sfeer. Dit is een totaal andere wereld.” Onlangs heeft Jean ‘Studio Libra’ geopend, het eerste modellenbureau in deze sloppenwijk.
“De vrouwen hier zijn zo mooi vanwege de mix die hier is ontstaan. In het arme noordoosten heb je veel mensen met Indiaanse en blank-Europese roots. Je ziet dat duidelijk in staten als Para en Pernambuco. Maar in Bahia wonen weer overwegend mensen van Afrikaanse afkomst. Al deze verschillende mensen zijn hiernaartoe getrokken en je hebt daardoor een bijzondere mix gekregen. En schitterende vrouwen.”
Het Braziliaanse model Lais Ribero

Het doel van Ribeiro is om de modellen in hun eigen leefsituatie te fotograferen. Schoonheid in de sloppenwijken, zeg maar. Dus maakt hij de omgeving waar Gabriella in poseert niet mooier, maar fotografeert hij haar in de rommel. “Dit is onze realiteit, waarom moeten we ons daarvoor schamen?”
Gabriella moet eraan wennen dat ze nu plotseling model is. Ze zit nog op school en laat zich pas na schooltijd fotograferen; studeren gaat voor. Haar ouders komen uit Belém. Van haar vader heeft ze al jaren niets vernomen.  “Hij is vertrokken naar Frans-Guyana of Suriname om daar te gaan werken. ‘Je vader werkt in het goud’, zegt mijn moeder altijd. Waar precies, weet ik niet. Hij stuurt nog steeds af en toe geld, maar ik heb hem al jaren niet gezien.”
Over Suriname herinnert ze zich het nieuws uit 2009, toen er rellen uitbraken in Albina tussen de lokale bevolking en de Braziliaanse goudzoekers. Er vielen doden en Braziliaanse vrouwen deden aangifte van verkrachting. “Je zag dat toen hier ook op het journaal. Ik dacht: Zit mijn vader erbij? Inmiddels weet ik dat hij nog leeft. Maar contact hebben we niet.”

Brazilianen in Suriname

  
Vredespolitie
Sinds 2009 worden de Braziliaanse sloppenwijken schoongeveegd met het oog op het WK (2014) en de Olympische Spelen (2016) die in Brazilië worden gehouden. Het leger en de politie proberen de drugsdealers uit de wijk te krijgen, om er vervolgens een eenheid te plaatsen van de zogenoemde ‘Vredespolitie’. Dit zijn speciaal getrainde politieagenten, maar met een menselijker en socialer gezicht. Door de favelas te ‘pacificeren’, zoals dit proces genoemd wordt, ontstaat er een leefbare situatie. Het streven is om geweld en drugs uit de wijken te verbannen, zodat Rio de Janeiro veiliger wordt voor de geplande festiviteiten. Wijken zoals Cidade de Deus (Stad van God), ooit een van de beruchtste sloppenwijken en het decor van de beroemde gelijknamige film, zijn nu rustig. De laatste grote inval in een sloppenwijk was vorig jaar november, toen het leger en de politie met tanks Vila Cruzeiro en Complexo Alemão introkken om de drugsbendes op te jagen. Rocinha is nog niet gepacificeerd en in handen van drugsbendes, maar de burgemeester van Rio de Janeiro, Eduardo Paes, heeft aangekondigd dat binnen een paar maanden ook Rocinha wordt binnengevallen en schoongeveegd.


[uit Obsession, 30 november 2013]