door Nina Jurna
 |
| Rocinha |
Voor de gemiddelde
bewoner van de sloppenwijk Rocinha in Rio de Janeiro, is Suriname geen compleet
onbekend land. De meeste bewoners uit deze grootste sloppenwijk van
Latijns-Amerika komen uit dezelfde streek als de Brazilianen die naar Suriname
trekken: het arme platteland in het noordoosten van Brazilië. Ze trokken in de
jaren zeventig en tachtig naar de steden Rio de Janeiro en São Paulo om hun
geluk te beproeven, terwijl streekgenoten hun heil zochten in de goudsector in
Frans-Guyana en Suriname. “Mijn oom zei: ‘ga mee naar Suriname, daar kun je
snel rijk worden’.”
Nathan Bonifacio (35) staat bij de ingang van Rocinha naast
zijn scooter. Achter hem staan nog minstens twintig scooters opgesteld. De
bestuurders dragen oranje jasjes met het opschrift ‘Mototaxi’ en laten de motor van hun scooter
draaien. Voor twee reais (vier Surinaamse dollar) rijden deze scooterboys je
rond in de wijk en naar het hoogste topje van de berg, met uitzicht over Rio de
Janeiro. “Opschieten, anders neem ik die dame met de boodschappen mee”, roept
Nathan en geeft gas. Spring snel achterop, dan begint het avontuur in Rocinha.
 |
| Rocinha |
Behendig manoeuvreert Nathan zijn scooter over de steile
smalle weg de wijk in. Rocinha ligt tegen een van de heuvels rondom Rio de
Janeiro aan. We passeren moeders met kinderen, marktkraampjes met levende
kippen, mannen die aan een bar staan en pure cachaça (rum) drinken om tien uur
’s ochtends. Kinderen spelen midden op straat een potje voetbal. Voor ons komt
een enorme bus aangereden, maar Nathan laat zich niet afschrikken. Hij geeft
gas en slingert soepel om de bus heen, verder naar boven de wijk in. Rocinha is
de grootste sloppenwijk van Latijns-Amerika. Er wonen bijna driehonderdduizend
mensen, meer dan in Groot-Paramaribo. En dat aantal stijgt nog steeds.
“Mijn vader komt uit Maranhão. Hij kon niet lezen en
schrijven toen hij hier kwam in de jaren zeventig. Wij, mijn broers en ik, zijn
hier geboren”, zegt Nathan. Zijn vader vond werk als klusjesman en werd later
een van de vele portiers rondom de luxe flats bij de stranden Copacabana en
Ipanema. Vanaf Rocinha nog geen half uur met de bus. Lezen leerde hij beetje
bij beetje. “Zijn handschrift doet denken aan een kind van tien.”
 |
| Brazilianen in Suriname |
Armen
Bij het hoogste punt heb je een prachtig uitzicht over de
Cidade Maravilhosa, de wonderbaarlijke stad, zoals Rio de Janeiro ook wel
genoemd wordt. De zon schittert over de Atlantische Oceaan, die vandaag blauwer
dan ooit lijkt. In de verte pronkt het beroemde Jezusbeeld, met wijd open
armen. “De armen hebben het mooiste uitzicht over de stad. Vroeger wilden de
rijken hier wonen om hun villa’s te bouwen, maar in plaats daarvan hebben de
armen hier hun krotten gebouwd”, zegt Nathan lachend.
Rocinha is een op zichzelf staande, eigen wereld. Een stad
in een getto, zou je kunnen zeggen. De wijk ontstond rond 1920 en is opgebouwd
door gelukszoekers uit het armste gebied van Brazilië, het noordoosten. De trek
van het platteland naar de stad, die nog tot ver in de jaren tachtig doorging,
deed de bijna duizend favelas, de sloppenwijken van Rio, verder uitdijen.
 |
| Braziliaansen in Suriname |
Florerende seksindustrie
Uit het noordoosten trokken ook duizenden Brazilianen naar
Frans-Guyana en Suriname, om daar in de goudvelden of de florerende seksindustrie
geld te verdienen. Staten als
Pernambuco, Para, Piaiu, of Paraiba horen bij de armste gebieden van Brazilië.
Meer dan 75 procent van de bevolking hier is analfabeet. In Pernambuco zijn
honderden suikerplantages waar nog een verkapte vorm van slavernij heerst. Voor
maar vijfhonderd reais per maand (negenhonderd srd), met tienurige werkdagen,
wordt daar onder extreem zware omstandigheden met de hand suikerriet gekapt. Na
een week controleert een opzichter of de werknemers genoeg hebben gekapt. Zo niet,
dan wordt er op hun loon gekort. Grootgrondbezitters in de staat Para hebben
macht over hun werknemers. Die bouwen vele schulden op bij hun baas, als ze
niet aan hun vaste lasten kunnen voldoen. Een juk waar je vaak pas onderuit
komt door weg te trekken, met de hoop op een beter leven in de grote steden.
Of, zoals sinds de jaren negentig massaal gebeurt: naar Frans-Guyana of
Suriname. “Ik heb twee ooms in Frans-Guyana. Een andere oom is vanuit
Frans-Guyana naar Suriname vertrokken, omdat de goudmijn waar hij werkte
illegaal was en er jacht wordt gemaakt in Frans-Guyana op illegale garimpeiros.
Hij heet Leonardo Nascimento Filho. Er gaan verhalen in de familie dat hij rijk
is en niet van plan is om terug te komen naar Maranhão”, zegt Nathan. “Ik kan
hem geen ongelijk geven. Hier zou hij de zoveelste Braziliaan in een
sloppenwijk zijn.”
 |
| Een Braziliaanse zwartrok in Suriname lijkt de Hitlergroet te brengen |
Drugs
De situatie voor de Brazilianen in Suriname lijkt, ondanks
spanningen en geweld rondom de goudvelden, een stuk veiliger dan in favelas als
Rocinha. Veel sloppenwijken, ook deze, zijn thuishavens van rivaliserende
bendes die de handel in drugs domineren. Hoewel nog geen drie procent van de
bewoners in Rocinha rechtstreeks met de drugshandel te maken heeft, is de
aanwezigheid van het heersende kartel met de naam Amigos dos amigos (vrienden
van vrienden) goed zichtbaar. Vooral als de schemer valt. Groepen jongeren,
vaak bewapend, struinen dan de straten af. Ze werken voor de plaatselijke
drugsbaas, ‘Nem’, die de scepter zwaait in Rocinha.
 |
| Braziliaanse kerk in Suriname |
Overdag is Rocinha een grote gezellige drukke buurt met
schoolgaande kinderen, vrouwen die boodschappen doen en mensen in de rij bij de
bank. Nathan liep tot een paar jaar geleden ook met een geweer rond, toen hij
nog de persoonlijke lijfwacht was van de toenmalige bendeleider, de voorganger
van Nem. “Ik werkte als traficante, drugsdealer. Ik was tien jaar lang zijn
persoonlijke lijfwacht. Ik heb dingen meegemaakt en gezien die verder gaan dan
films zoals Cidade de Deus of Tropa de Elite. Ik kon de wijk niet uit of ik zou
opgepakt worden. Mijn vriendin en ik konden nooit een avondje naar de bioscoop
en zelfs het strand was al riskant. Geld had ik genoeg, maar geen vrijheid.” In
die tijd ontmoette hij ook zijn oom, die met kerst even terug in Brazilië was.
“Wat indruk maakte, was dat hij met een zak vol speelgoed terugkwam voor de
neefjes en nichtjes, met drie mobiele
telefoons en een flatscreentelevisie. Ik dacht: ‘je gaat als goudzoeker naar
een onbekend land en komt terug met zoveel dure spullen. Dan moet het daar wel
heel goed zijn’.” Zijn oom wilde Nathan toen meenemen om hem uit het
drugscircuit te halen. “Hij zei: ‘ga mee naar Suriname, daar kun je rijk
worden’.”
 |
| São Paulo. Foto © Rowan Sims |
Dat zich in Frans-Guyana en Suriname inmiddels blijvend
vele duizenden Brazilianen hebben gevestigd en er straten, zelfs woonwijken
zijn waarop de Brazilianen zichtbaar hun stempel drukken, zoals de Anamoestraat
of Prinsessestraat in Paramaribo-Noord, is volgens Nathan meer dan logisch.
“Wat is het alternatief? Het is hier al overbevolkt, de sloppenwijken puilen
uit. Een nieuw land, een nieuwe toekomst, waar je met duizenden landgenoten
bent. Er is nauwelijks geweld, hetzelfde klimaat als het noordoosten en nog
veel mogelijkheden. Brazilianen zijn harde werkers. Ze pakken alles aan, als er
maar geld mee is te verdienen. In Brazilië is het leven keihard. In een
samenleving waar het vreedzamer is, zijn wij succesvol. Bovendien heb je daar
geen rivaliserende drugsbendes zoals hier. Hier weet je dat er iedere dag
iemand vermoord kan worden die je lief is.”
 |
| Een Braziliaanse priester in Suriname |
Verlost
Nathan ging niet in op het aanbod van zijn oom, maar stapte
wel uit het drugscircuit. Met hulp van de immens populaire kerk ‘Assembleo de
Deus’, een charismatische christelijke stroming die ook in Suriname populair is
onder de Brazilianen. “Ik ben naar mijn baas gestapt en heb uitgelegd dat ik
mijn leven in dienst van God wilde stellen. Eerst geloofde hij me niet, maar
toen hij zag dat ik daadwerkelijk naar de kerk ging en bekeerd was, kreeg ik
toestemming. Ik heb geluk gehad, want veel jongens lukt het niet om eruit te
stappen.” Tegenwoordig werkt Natan nog steeds als bewaker, maar nu op een
particuliere school in de rijke, nabijgelegen wijk Gavea.
Een ander groot voordeel voor de Brazilianen in Suriname is,
dat ze in Suriname de mogelijkheid hebben om hun sociale klasse te ontstijgen.
Brazilië is een klassenmaatschappij. Een
handjevol extreem rijken bezit het grootste deel van de landbouwbouwgronden en
heeft veel politieke invloed. Onder voormalig president Luiz Inácio ‘Lula’ da
Silva lukte het ruim 25 miljoen Brazilianen vanuit armoede op te klimmen naar
de middenklasse met speciale gezinsuitkeringen, de zogenoemde bolsa familia.
Maar er leven nog altijd twintig miljoen Brazilianen in extreme armoede. Het
merendeel woont in het noordoosten. Nathan: “Mijn oom schijnt een auto te
hebben. Als hij in Maranhão was gebleven of naar Rocinha was gekomen, zou het
hem als ongeschoolde man nooit zijn gelukt een auto te kopen. Lula heeft veel
gedaan, maar niet genoeg.”
 |
| Het Braziliaanse model Luiza Freyesleben. Foto © Ford Models |
Schoonheid
In een van de vele zijstraatjes van Rocinha, de Via Apia,
poseert de beeldschone Gabriella (15) tussen het rondslingerende vuil.
Fotograaf Jean Ribeiro ontdekte haar op straat, in de krioelende menigte van
brommers, mensen en volgestampte marktkraampjes. Jarenlang werkte hij voor
glossy magazines in Brazilië en maakte fotoshoots voor grote winkelketens zoals
Lojas Americanas, de Braziliaanse variant van Kirpalani. “Allemaal interes-sant
werk, maar toen ik voor het eerst in deze sloppenwijk kwam, viel ik als een
blok voor de prachtige vrouwen en de filmische sfeer. Dit is een totaal andere
wereld.” Onlangs heeft Jean ‘Studio Libra’ geopend, het eerste modellenbureau
in deze sloppenwijk.
“De vrouwen hier zijn zo mooi vanwege de mix die hier is
ontstaan. In het arme noordoosten heb je veel mensen met Indiaanse en
blank-Europese roots. Je ziet dat duidelijk in staten als Para en Pernambuco.
Maar in Bahia wonen weer overwegend mensen van Afrikaanse afkomst. Al deze
verschillende mensen zijn hiernaartoe getrokken en je hebt daardoor een
bijzondere mix gekregen. En schitterende vrouwen.”
 |
| Het Braziliaanse model Lais Ribero |
Het doel van Ribeiro is om
de modellen in hun eigen leefsituatie te fotograferen. Schoonheid in de
sloppenwijken, zeg maar. Dus maakt hij de omgeving waar Gabriella in poseert
niet mooier, maar fotografeert hij haar in de rommel. “Dit is onze realiteit,
waarom moeten we ons daarvoor schamen?”
Gabriella moet eraan wennen dat ze nu plotseling model is.
Ze zit nog op school en laat zich pas na schooltijd fotograferen; studeren gaat
voor. Haar ouders komen uit Belém. Van haar vader heeft ze al jaren niets
vernomen. “Hij is vertrokken naar
Frans-Guyana of Suriname om daar te gaan werken. ‘Je vader werkt in het goud’,
zegt mijn moeder altijd. Waar precies, weet ik niet. Hij stuurt nog steeds af
en toe geld, maar ik heb hem al jaren niet gezien.”
Over Suriname herinnert ze zich het nieuws uit 2009, toen er
rellen uitbraken in Albina tussen de lokale bevolking en de Braziliaanse
goudzoekers. Er vielen doden en Braziliaanse vrouwen deden aangifte van
verkrachting. “Je zag dat toen hier ook op het journaal. Ik dacht: Zit mijn
vader erbij? Inmiddels weet ik dat hij nog leeft. Maar contact hebben we
niet.”
 |
| Brazilianen in Suriname |
Vredespolitie
Sinds 2009 worden de Braziliaanse sloppenwijken
schoongeveegd met het oog op het WK (2014) en de Olympische Spelen (2016) die
in Brazilië worden gehouden. Het leger en de politie proberen de drugsdealers
uit de wijk te krijgen, om er vervolgens een eenheid te plaatsen van de
zogenoemde ‘Vredespolitie’. Dit zijn speciaal getrainde politieagenten, maar
met een menselijker en socialer gezicht. Door de favelas te ‘pacificeren’,
zoals dit proces genoemd wordt, ontstaat er een leefbare situatie. Het streven
is om geweld en drugs uit de wijken te verbannen, zodat Rio de Janeiro veiliger
wordt voor de geplande festiviteiten. Wijken zoals Cidade de Deus (Stad van
God), ooit een van de beruchtste sloppenwijken en het decor van de beroemde
gelijknamige film, zijn nu rustig. De laatste grote inval in een sloppenwijk
was vorig jaar november, toen het leger en de politie met tanks Vila Cruzeiro
en Complexo Alemão introkken om de drugsbendes op te jagen. Rocinha is nog niet
gepacificeerd en in handen van drugsbendes, maar de burgemeester van Rio de
Janeiro, Eduardo Paes, heeft aangekondigd dat binnen een paar maanden ook
Rocinha wordt binnengevallen en schoongeveegd.
[uit Obsession, 30
november 2013]