Dit is de vroegere versie van Caraïbisch uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren.
Sinds vrijdag 23 mei 2014, 18.00 uur wordt deze blogspot niet meer geüpdate. U kunt deze plek nog wel blijven bezoeken, maar voor actuele berichten dient u te gaan naar de nieuwe site!
Sandra Soemita is het met de kop van het artikel eens.
“Hiermee”, zegt ze, “ zet ik een beeld neer zoals ik Willy Soemita zie. In zijn
rol als vader. Met mijn verhaal heb ik dan een beeld wereldkundig gemaakt”.
Terwijl Sandra dit zegt, tovert zich een glimlach op haar gezicht. Tovert? Als
je Sandra een beetje kent, dan ken je haar gezicht. Open, en vriendelijk.
Altijd.
Ik vroeg Sandra om met mij in gesprek te gaan over haar
vader. “Niet over zijn politieke loopbaan of geleverde politieke prestatie”,
zeg ik haastig. “Niets over politiek”. Ik wilde gewoon weten wat voor vader schuil
ging achter de politicus Soemita. Hij stapte in de voetsporen van zijn vader. Iding
Soemita, Sandra’s grootvader. Dat wist ik al. En ik weet ook nog precies, hoe
Sandra die dag reageerde. We zaten aan mijn donkerbruine eettafel, midden in
mijn woonkamer en smulden die dag, met meerdere gasten van mosselen. Een deel was
gekookt in witte wijn. Een deel in bier. Sandra zat recht tegenover mij, keek
me aan en moest eventjes nadenken. Zag ik een lichte twijfel? Niemand had haar
eerder gevraagd wat voor vader Willy Soemita was. Dat hoorde ik haar denken. En
misschien twijfelde haar koppie, maar haar pretoogjes verraadden haar
enthousiasme. Kort daarna was het: hand erop! Sandra en ik hadden een deal.
Iding Soemita
Die woensdagavond trotseerde ik die krachtige wind. Guur. Een
oostenwind. Onherkenbaar vermomd, door capuchon, muts en roodgrijze wollen
sjaal druk ik op het afgesproken tijdstip op de deurbel.
In Sandra’s woonkamer is het aangenaam warm en stijlvol
ingericht. En er heerst een serene rust. Een voorwaarde om ongestoord in
gesprek te blijven. Terwijl een pot geurige thee napruttelt luister ik vol
interesse naar een dochter die zorgvuldig naar woorden zoekt. Woorden die
ervoor moeten zorgen dat van pappa een beeld wordt neergezet zoals zij hem kent.
“Streng”, zegt ze. “Ouderwets in de opvoeding. Toegewijd. Verantwoordelijk.” Ze
herhaalt nogmaals dat papa streng was. “Aan zijn houding kon je aflezen wat hij
bedoelde. Daar is mijn vader goed in. Nonverbaal. Zijn lichaamstaal spreekt
boekdelen. Maar hij is vooral erg ijdel. Hij is al drie keer uitgeroepen tot
man van het jaar. Het ging om ‘welldressed’. Kleding en presentatie”. Voor mij
zit een dochter die trots uitstraalt. Zonder te interrumperen luister ik
verder. “Hij heeft een walk-in-closet, en alles moet altijd passend. Met zijn
dochters gaat hij graag shoppen. En hij gaat elke twee weken naar de kapper”. Sandra
lacht breeduit, vult onze glazen aan met heerlijke rode wijn en presenteert
hierbij verleidelijke hapjes. Willy Adang Soemita is geboren op 1 maart 1939 in
Commewijne. Daar heeft hij de lagere school doorlopen. Bijna letterlijk citeer
ik Sandra.
Willy en Iding Soemita en hun echtgenotes
“Mijn vader komt uit een nest van zeven. Twee jongens. Vijf
meisjes. Mijn vader is de oudste. Zijn ouders hebben hem behoorlijk verwend. Hij
werd ‘anders’ behandeld. Iding, mijn opa, besprak alles met hem. Hij werd meer
betrokken en kreeg meer verantwoordelijkheden. Een aparte treatment. Misschien
gebeurt dit in meer gezinnen. Je weet toch? Zijn eten werd apart gezet. Altijd.
Of hij kreeg als eerste. Ik ken mijn vader als een hartelijke man. Hij beschikt
over een charismatische uitstraling. Toon je interesse, dan staat hij voor je
open. Met mijn vader kan ik goed sparren. Urenlang praten wij over wat de
wereld bezighoudt. Politiek is zijn ding. Ook daarover spar ik graag met hem.
Hij leest graag en analyseert snel. Hij is vaak naar Mekka geweest. Hij is een
Imam en kent Arabische gebeden uit het hoofd”. ”Sandra”, zeg ik knipogend, “ik
zoek een onhebbelijkheid”. “Huishoudelijk werk”, roept ze spontaan en gaat,
alsof ze goed wakker is, rechtop zitten. “Hij houdt er echt niet van. Mijn
moeder heeft hem verwend. Alleen zij mocht voor hem koken. Zij kent zijn
lievelingsgerechten”. “En,” zeg ik, “werd jij door je pa verwend?” Terwijl
Sandra zichtbaar teruggaat in de tijd vertelt ze zachtjes: “Mijn
verjaardagswens kwam uit. Een schommel. Voor mijn achtste. Die dag, ik zat in
de schoolbus, passeerde een vrachtwagen met daarop een schommel. Maar in
tegengestelde richting. Toen ik thuiskwam bleek dié schommel mijn cadeau”. Toch
slokte de politiek hun vader op. “We moesten hem altijd delen. Maar als wij hem
nodig hadden, was hij er.”
"Huil niet wanneer de zon schijnt, opdat je de sterren niet ziet."
Toen men mij vroeg of ik genegen zou zijn een boek te schrijven over het leven van de journalist Jozef Slagveer, realiseerde ik mij terdege, dat het gewoon geen eenvoudige taak is een dergelijk moeilijk onderwerp op boeiende wijze te behandelen. Maar deze beklemming verdween spoedig toen ik overdacht wat ik in zijn dagboek zou kunnen opnemen. Het was of er in mijn geest een luikje openging, waaruit een stroom van herinneringen te voorschijn kwam.
Het geeft het verhaal van een dichterschrijver-journalist, dat te snel - of misschien te laat opgroeide, de beschrijving van een leven dat veel tragedie bevatte, niet alleen voor hem - maar ook voor velen die hem dierbaar waren. Ik heb het niet gemakkelijk gevonden de deuren van het verleden te openen en dingen te vertellen die de meeste mensen zelfs aan vrienden niet zouden willen openbaren, of schrijven, om door vreemden te worden gelezen.
Waarom schrijf ik deze korte biografie. Er zijn verschillende redenen. Om te beginnen geloof ik dat het schrijven mij zal helpen mezelf klaarheid te verschaffen aangaande mijn houding tot de wereld om mij heen. Ik geloof dat het ertoe zal bijdragen mijn rechtschapenheid in eigen ogen te herstellen. Maar ook dat het anderen zal helpen. En dit rechtvaardigt naar ik meen, het openen van de deuren van een verleden, dat mij, die het doorleeft heeft, soms - wanneer ik er op terugzie, volkomen ongelooflijk onbestaanbaar voorkomt.
Ik heb lang nagedacht over de manier hoe het levensverhaal van de journalist Jozef Slagveer te beginnen. Ik zou kunnen aanvangen op het ogenblik van hilariteit, toen hij in 1968 debuut maakte met zijn novelle
De verpletterde droom
Ik zou dan ook kunnen beginnen op het afschuwelijke moment, toen hij voor een open venster stond met tijden van verschrikking en vernedering. Misschien is de juiste manier om het te vertellen zoals het gebeurde. Jozef heeft nooit zijn eigen leven geleefd; het werd bepaald voor hij geboren was.
Zijn ouders waren hopeloos verzot op de kerk. Zijn moeder die positieve denkbeelden had over invloeden voor de geboorte, bracht zoveel tijd in de kerk door als ze maar kon. Ze wenste dat Jozef naar het klooster ging - en omdat zij het heilig beeld van Sint Jozef in de kerk tot vereren toe bewonderde, werd hij naar hem genoemd toen hij eindelijk op 25 januari 1940 ter wereld kwam: Jozef Hubertus Maria. Zijn vader had hem een andere toekomst bedacht. Zijn droom was hem als een grote dichter-schrijver te zien. Jozef heeft vaak getracht de oorsprong van de sterke liefde van zijn ouders voor de dichtkunst op te sporen. Misschien was dat het gevolg van onvervulde dromen, waarvan hij als kind nooit iets geweten heeft. Zijn vader, een man met een sterke wil en toch een gemoedsmens, voelde dat schrijvers degenen zijn met werkelijk talent. Hoe dan ook, zover als mijn herinnering teruggaat was de dichtkunst zijn leven.
Mary's Hope, Coronie. Kerk van Maria Onbevlekte Ontvangenis
Wat Jozef in zijn kinderjaren het meest voor voelde was angst en eenzaamheid. Hij was bang zijn ouders te ontstemmen. Hoewel ze veeleisend waren en veel van hem hielden. Hun toewijding aan zijn loopbaan was voor hen steeds de wonderpoort. Zijn gevoel van eenzaamheid was moeilijk te verklaren. Hij was eenzaam, waarom wist hij niet. Hij voelde zich altijd ontoereikend, en hield nooit van de jongen die hij was.
Op de Sint Antonius-school te Mary's Hope, een basisschool, die hij in zijn jeugdjaren bezocht, werd hij altijd Hubert genoemd. In zijn geboorteplaats Totness, stond hij bekend als Hubertus. Als ik in de tijd terug kijk, weet ik dat hij reeds op zijn vijftiende kon dichten. Het eerste gedicht in zijn jonge jaren was:
Totness
hier ben ik
geboren
tussen de
erebogen
van de
kokospalmen
uit de
schoot
van een
negerin
hier
klonken
de eerste
vreugde‑
kreten van
mijn vader
en de
vroedvrouw
terwijl
mijn huilen
moeders
hijgen
eenzaam
begeleidde
hier wil ik
sterven
met
erebogen
van
kokospalmen
dit is mijn
land
mijn eigen
land
niemand die
me
dit
ontnemen kan
Jozef heeft een grote liefde gehad voor Totness. Na de basisschool vertrok hij naar Paramaribo om de Mulo-school te bezoeken. Op de Sint Paulusschool had Jozef nog de dromen van zijn moeder om het priesterambt te bekleden. Na zijn middelbare school (AMS) vertrok hij naar Nederland, met de bedoeling het kloosterleven in te gaan. Maar in Nederland ontdekte hij al gauw dat het niet zijn roeping was. Voor Jozef was het dan ontzettend moeilijk zich zelf te ontvluchten. Hij liet zich toen inschrijven op de Academie en Werkcentrum voor Expressie en ontving een journalistenopleiding aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Na zijn opleiding in de journalistiek ging hij werken bij verschillende dag- en weekbladen en hij debuteerde als dichter in 1959 in de dichtershoek van het Algemeen Handelsblad in Nederland. Ook studeerde hij M.O.-Nederlands en schreef schetsen voor het dagblad Trouw. Hij was tevens hoofdredacteur van Djogo, orgaan van het Surinaams Verbond.
Jozef Slagveer keerde in 1967 terug naar Suriname en werkte op de Hoofdafdeling Pers- en Voorlichting van het ministerie van Onderwijs. Tijdens zijn loopbaan als pers- en voorlichtingsman aan dit ministerie, is hij zich gaan wijden aan het theaterleven. In de jaren 1967 en 1969 schreef hij verschillende toneelstukken die hij heeft laten opvoeren. Enkele van zijn stukken werden in zijn geboortedistrict opgevoerd.
Zijn trots verzette zich er tegen ooit zijn gevoelens te laten blijken. Hij leerde zijn angst en afkeer maskeren met voorgewende onverschilligheid en een manier van doen als sprak eigenlijk alles vanzelf. Hij zocht het avontuur nimmer, maar was er zich van bewust, dat het altijd op de loer lag om hem te overrompelen. De meest alledaagse dingen eindigden bij hem dikwijls in hevige gebeurtenissen. Hij werd voorzichtig en trachtte vooraf te peilen of er in een bepaalde daad mogelijkheden voor emotionele belevenissen verborgen zaten. Het had echter geen zin dit te doen, want op de een of andere manier wist het avontuur hem toch weer te vangen. Zijn vader was opgetogen en zijn moeder bezorgd, hij zelf in het begin gealarmeerd, later berustend. Zo kreeg hij de roep nergens voor terug te deinzen, hoewel hij in werkelijkheid gevecht op gevecht met zichzelf moest leveren om de situatie de baas te blijven.
Eerste persbureau in Suriname
Na zijn ontslag als Pers- en Voorlichtingsman aan het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling, begon hij met een nieuwsagentschap. Het was het eerste Algemeen Persbureau in Suriname. Het persbureau Informa werd in 1971 een feit. Het was de eerste keer in zijn leven, dat hij bewust toegaf aan iets, waarvan hij vooraf wist, dat het loerende avontuur een kans zou krijgen. Aan de Heerenstraat waar hij met zijn persbureau begon, publiceerde hij het Informa-bulletin en het weekblad Aktueel. Daarnaast verzorgde hij een informatief radioprogramma, onder dezelfde naam van het weekblad Aktueel.
[Aanvulling redactie CU: na de militaire coup van 1980 werd Slagveer perswoordvoerder voor de militairen. Hij werd door hen vermoord bij de decembermoorden van 1982.]
Desi Bouterse en Jozef Slagveer
De beste journalist in Suriname
Jozef was een van de beste journalisten in Suriname. Hij was een journalist met een open blik. Hij was altijd als eerste bij het nieuws. Jozef heeft tijdens de regeerperiode van NPK-2, waar Henck Arron de leiding had, een financieel schandaal aan de grote klok gehangen. Willy Soemita, toen minister van Landbouw, belandde in de gevangenis. Het Soemita-dossier Smeergelden affaire die de journalist Jozef Slagveer publiceerde, viel als een slag bij de toenmalige NPK-regering. Jozef was radicaal en schreef de dingen zoals ze zijn. Hij werd daardoor niet overal met een glimlach ontvangen. Hij ging vaak uit op de achtergrond van het nieuws en wist zich nooit uit het veld te slaan.
Zijn publicaties
Jozefs eerste gedichtenbundel was een ode aan zijn geboorte district Coronie. Kosoe dron verscheen in 1969.
Hierna verschenen de volgende publicaties: De verpletterde droom Sibi busi Cocaïne doodt Paramaribo Een vrouw zoals ik De nacht van de revolutie enz.
8 december 1982
Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Suriname. Jozef die het toenmalige militairbewind kompleet ondersteunde, werd samen met 14 andere burgers op barbaarse wijze vermoord door de militaire machthebbers. Zijn dood is een schok geweest voor de journalistiek in Suriname, niet alleen maar ook voor de Coronianen. Na zijn dood, was de persvrijheid in Suriname opgehouden te bestaan, en werd pas in 1991 tijdelijk hersteld. Suriname heeft na de dood van deze bekende journalist nooit meer een persbureau gehad. Ook de jurist Riedewald, en Gonçalves, districtsgenoten, werden gerekend tot de slachtoffers van de decembermoorden.
[van Coronianen in beeld, website Coronie]
Bouterse en Horb laten Slagveer onder druk een verklaring afleggen
Leiden - Om de ontwikkeling van Suriname versneld te doen plaatsvinden, moeten politieke partijen hun wantok (taalgroep) ontstijgen. De etnische scheidslijnen moeten doorbroken worden en partijleiders moeten verder kijken dan hun eigen enge belangen. Etnische verzuiling belet nationale ontwikkeling.
Tot deze conclusie kwam de Surinaamse jurist Hugo Fernandes Mendes in zijn lezing ‘Politieke cultuur en leiderschap in Suriname’, tijdens de laatste Van Lier-lezing georganiseerd door de Werkgroep Caraïbische Letteren. De tweejaarlijkse lezing werd vrijdag gehouden op de Universiteit Leiden.
Fernandes Mendes zag dit positieve vooruitzicht zich nu al ontwikkelen bij de VHP. Tijdens de laatste partijverkiezingen werd Chandrikapersad Santhoki met een duidelijk overwicht kandidaat-voorzitter om vervolgens met groot verschil de voorzittershamer over te nemen. ‘Een verhelderend transparante partijdemocratie’, noemde de inleider deze nieuwe politieke ontwikkeling in Suriname.
Karakteristiek
‘In Suriname legt de partijvoorzitter geen politieke verantwoordelijkheid af voor zijn daden, hij wordt niet weggestemd.’ Fernandes Mendes staafde deze stelling door Jagernath Lachmon, Ronald Venetiaan en Willy Soemita als voorbeeld te nemen. ‘Het is karakteristiek voor Suriname: een lange zit met slechte resultaten. Lachmon is de langstzittende partijvoorzitter geweest in de wereldgeschiedenis.’ De daaropvolgende actie van Santhoki keurde hij wel goed. Santhoki begon Surinamers in diaspora te interesseren in investeringen in hun geboorteland. Vroeger was de VHP slechts tijdens de verkiezingen een partij van alle hindostanen maar na de verkiezingen werd het een partij van Lachmon en enkele welgestelde hindostaanse families. ‘Santhoki is niet als de vorige VHP-leiders. Alleen moet hij nog zijn “wantok” ontstijgen om een nationaal leider te zijn’, betoogde Hugo Fernandes Mendes. Hij ziet ondanks de antinationale partijpolitiek van Suriname dat dit kenmerkende leiderschap wel etnische onrusten heeft weten te voorkomen zoals in andere Caraïbische landen. Het merkwaardige van zijn betoog is net zo goed van toepassing op de NDP van president Desi Bouterse. De partij heeft zich vanaf de oprichting afgezet tegen de oude op etnische leest geschoeide partijen hetgeen, zij het gestaag, heeft geresulteerd in de meest overtuigende overwinning in 2010 sinds het herstel van de democratische rechtstaat. ‘De oude politiek heeft de tweede kans sinds 1987 niet benut’, constateerde Fernandes Mendes, die enige hoop put uit de gedachte dat het raciale leiderschap op termijn op z’n retour is. Dat Fernandes Mendes moeite heeft met de persoon Bouterse heeft in zijn beleving alles te maken met zijn veroordeling in Nederland voor drugshandel en het feit dat hij hoofdverdachte is in het decemberproces. ‘Het is het ultieme faillissement van de politiek dat iemand als Bouterse met zijn verleden in drugs en coups heeft kunnen winnen.’
21 DNA-zetels
Dat de vooruitzichten op economisch vlak voor Suriname goed te noemen zijn, is volgens Fernandes Mendes te danken aan het opgezette beleid van de regering-Venetiaan in samenwerking met de toenmalige president van de Centrale Bank van Suriname, André Telting. ‘Zij kozen voor monetaire stabiliteit. Desondanks, Suriname blijft onvoorspelbaar.’ Dat die toekomst onzeker is, heeft ook te maken met onder andere het ontbreken van de anti-corruptiewet en de belangenverstrengeling van politici. Assembleelid Paul Somohardjo van coalitiepartij Pertjajah Luhur is beleidsadviseur op het ministerie van LVV, dat hij als parlementariër kritisch zou moeten volgen.Ronnie Brunswijk van A Combinatie heeft ook een dergelijke functie op het ministerie van Sociale Zaken. De beide mannen verdienen een dubbel inkomen voor werkzaamheden die niet voltijds verricht worden. De politieke belangenverstrengeling is niet nieuw. Jopie Pengel had ten tijde van zijn minister-presidentschap vier departementen onder zich en toucheerde vier afzonderlijke salarissen. ‘Er werd toen niet geprotesteerd’, was zijn conclusie. De moeizame relatie met Nederland is afgebouwd. ‘Wat driehonderd jaar niet met Nederlandse ontwikkelingshulp lukte, lijkt nu met de zuid-zuidrelatie (China en Brazilië) en eigen intellectuelen wel te gaan lukken’, merkte een vrouw in het publiek op. Zij noemde daarbij Staatsolie, waar het wel gelukt is om met eigen inspanning succesvol te zijn. Een ontwikkeling die door referent historicus Hans Ramsoedh onderstreept werd. Hij is van mening dat het aantal politici in Suriname drastisch moet worden verminderd. De Districts- en Ressortraden vindt hij overbodig en het aantal leden van de Nationale Assemblee moet teruggebracht worden tot 21.
R.A.J. van Lier, naar wie de lezing is vernoemd, was van 1949 tot 1980 buitengewoon hoogleraar in de Sociologie en Cultuurkunde van Suriname, de Nederlandse Antillen en het Caraïbisch gebied aan de Rijksuniversiteit Leiden.
Zondag 10 oktober 2010, de dag waarop werd herdacht dat 250 jaar geleden het traktaat is getekend waarbij de zelfhernomen vrijheid van de Marrons werd bezegeld door het koloniaal bewind, was de uitgelezen dag voor onze ‘Popie-Des-Pres’ om zijn ultieme droom, het herschrijven van de Surinaamse geschiedenis, den volke bekend te maken. Had hij al niet in 1980 zo’n droom? Toen werd het een grandioze mislukking, nu zál en móet hij slagen, want zo’n kans komt nooit meer terug!
Als militair stond hij z’n mannetje, want zijn gewelddadig optreden ten tijde van de standrechtelijke vonnissen van 8 december 1982 en de Binnenlandse Oorlog van 1986-1992 heeft onnoemelijk veel bloed doen vloeien, het heeft Suriname echter een decennia-lange economische depressie bezorgd en de Surinamers een angstpsychose die zijn werking nog steeds doet gelden. Toen ons land in elkaar zakte van ellende was Bouterse wel gedwongen zijn droom (voorlopig) op te geven.
Links: Ronnie Brunswijk
Oprichting NDP heeft nergens een belletje doen rinkelen
Toch was Bouterse niet verslagen, maar wat hem als militair en als dictator niet was gelukt zóu en móest hij op een andere manier realiseren. Hiertoe richtte hij in 1987 de Nationaal Democratische Partij (NDP) op als vehikel voor de “Vier Vernieuwingen” van zijn mislukte revolutie, te weten die van de bestuurlijke, de sociaal- maatschappelijke, de sociaal-economische en de educatieve orde. Waar charisma en een vlotte babbel hem niet ontzegd kunnen worden, heeft hij –handig gebruik makend van eerder genoemde angstpsychose en zonder intimidatie te schuwen– kans gezien om binnen de kortste keren zijn politieke partij tot de grootste van het land te maken.
Links: Willy Soemita
Het is de oppositie-partijen te verwijten dat zij –waarschijnlijk ook nog altijd gehypnotiseerd door “Bevel”– de nieuwe rampspoed niet hebben zien aankomen en dat zij al die tijd verzuimd hebben om criminele elementen in onze maatschappij uit te sluiten van enige overheidsfunctie. Integendeel werden en worden criminele elementen in onze samenleving gekoesterd, getuige Desie Bouterse, veroordeeld voor handel in cocaïne en vervolgd voor de 8-december-moorden, Ronnie Brunswijk, verdacht en/of veroordeeld voor bankroof en cocaïnehandel, Willy Soemita, veroordeeld voor het aannemen van steekpenningen, en Paul Somohardjo, voorwaardelijke veroordeeld vanwege schending van de eerbaarheid – om er zomaar een paar te noemen.
Rechts: Paul Somohardjo
“Firma List & Bedrog”
Nu de Firma List & Bedrog van Bouterse aan de macht is, zitten wij, het volk van Suriname, met de gebakken peren. De toekomst zal het nog moeten leren, maar rooskleurig ziet het er niet uit. De gretig door de NDP rondgestrooide verkiezingsbeloften kunnen uiteraard niet worden waargemaakt. Integendeel, Bouterse heeft onder druk van zijn Minister van Financiën om te beginnen de implementatie van FISO II moeten temporiseren, en zo zullen er ongetwijfeld nog meer tegenslagen voor deze regering volgen. Het enige positieve dat hierover valt te zeggen is dat Bouterse vooralsnog luistert naar deze minister.
Links: Mr. Dr. Walther Donner
Maar dan komt Popie-Des-Pres weer op de proppen, want op 10 oktober is hij aan het raaskallen geslagen over herschrijving van onze geschiedenis (lees hierover Mr. Dr. Walther Donner op Starnieuws van gister als ook het ook daar gepubliceerde artikel van Diederik Samwel over het 10 oktober monument, beiden ook hier overgenomen), immers verzet tegen de voormalige kolonisator maakte en maakt hem nog altijd populair. Bovendien kon hij het daarbij toch weer niet laten om met geld te smijten door 10 oktober tot een nationale vrije dag te verklaren, iets waarvoor hij kennelijk dacht geen toestemming van zijn Minister van Financiën en/of de DNA nodig te hebben, want de rekening wordt toch eerst later gepresenteerd. Evenmin bleek hij te weten dat VP Ameerali ongeveer gelijktijdig op een receptie van het Ministerie van Regionale Ontwikkeling liet weten er geen voorstander van te zijn om verschillende herdenkingsdagen tot nationale vrije dagen te verheffen.
Schandelijke schending intellectuele eigendom
Laatste “vuiltje” van onze Popie-Des-Pres is de “opknapbeurt” van Plein 10 oktober, in aller ijl georganiseerd en betaald door het Ministerie van Openbare Werken (Ramon Abrahams moet tenslotte zijn dankbaarheid jegens zijn weldoener tonen), de aldaar niet verlengde arbeidscontracten hebben kennelijk wat financiële speelruimte opgeleverd. Maar nog het meest schandalige aan deze actie is dat de ontwerper van het monument, Marcel Pinas, niet is betrokken bij deze "rehabilitatie", waarmee hij het absoluut niet eens kan zijn. Maar wat kun je verwachten in een land waarin men z’n voeten afveegt aan intellectuele eigendom, getuige de recente onzindelijke commotie rond de Stichting Auteursrechten Suriname (Sasur)?