Posts tonen met het label Nankoe Lucia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nankoe Lucia. Alle posts tonen

vrijdag 16 mei 2014

De slaaf is weggevlogen, maar…

Beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis

door Jeroen Heuvel

Wat is de waarheid? Abel zal op deze vraag iets anders antwoorden dan Kaïn of dan Eva. Wat in het politiebericht staat, zal voor dader en slachtoffer feitelijk zijn, maar wat de een heeft bewogen en wat de ander heeft beleefd, en of de dader zich misschien eigenlijk als slachtoffer ziet en het slachtoffer als dader – “ja, maar hij is begonnen” – zal discutabel zijn want wie spreekt de waarheid? Omdat de beleving in de ziel voor iedereen anders is, omdat het verhaal van ieder individu een andere kleur heeft, omdat helden schurken kunnen zijn, lijkt het onmogelijk dat iedereen het eens is over de motieven van gebeurtenissen. Ook zijn er mensen die de gebeurtenis betwijfelen.
De slaaf vliegt weg, verbeelding van Elis Juliana, 
siert de kaft van het boek


In december 2013 is er bij LM Publishers in Nederland een boek gepubliceerd, De slaaf vliegt weg, beeldvorming over slavernij in de kunsten. Het is een bundeling van tot essays bewerkte lezingen van een in 2009 gehouden internationaal symposium over de verhouding tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis en enkele (fragmenten van) literaire teksten die gerelateerd zijn aan de slavernij in het Caraïbisch gebied. Het betreft een inleiding plus elf essays, zeven literaire teksten – van bijvoorbeeld Ini Statia, Ina Césaire en Fausten Charles – en verschillende afbeeldingen van kunstwerken, van Remy Jungerman, Ras Ishi Butcher, Letitia Brunst en anderen. Het boek is samengesteld door Lucia Nankoe en Jules Rijssen.

Het onderwerp van het symposium is erg belangrijk en interessant. Het bewustzijn over het gezamenlijk verleden is nog veel te sluimerend en moet, willen we vooruit komen, door ons worden gewekt; het gesprek over de slavernij, de rassendiscriminatie, de koloniale uitbuiting, blijft nodig zolang er niet een geschiedenisboek kan worden geschreven waarover partijen het allemaal eens zijn. Met andere woorden moeten we achteruit blijven kijken totdat het duidelijk is waar we naar toe willen, want uiteindelijk moeten we toch vooruit.

In de inleiding stellen de redacteuren dat romanschrijvers en verhalenvertellers met collega-schrijvers, vakwetenschappers en lezers debatteerden over het bovengenoemde thema. De vraag kan gesteld worden of historische romans een rol vervullen in de beeldvorming over het slavernijverleden, en zo ja welke. “Juist omdat het om een mentaal proces gaat, is het moeilijk precies aan te geven hoe het ons gedrag beïnvloedt. Maar die beïnvloeding vindt wel plaats.”

Sprekers waren naast de redacteuren onder meer Michiel van Kempen, Ernest Pépin, Quito Nicolaas, Cynthia Mc Leod, Rihana Jamaludin en Fausten Charles. De lezing van Michiel van Kempen moest van de redactie zo drastisch worden ingekort, dat de auteur zijn inhoud op onaanvaardbare manier zag worden aangetast en hij trok zijn stuk in.

In het essay van mederedacteur Jules Rijssen worden enige redeneerpatronen uit de debatten over de slavernij geanalyseerd. Als informatiebron golden artikelen uit vier kranten: de VolkskrantHet ParoolTrouw en NRC Handelsblad. Kranten uit de Nederlandse maatschappij en dus, op het gevaar af me op glad ijs te gaan begeven, bastions van witte bolwerken, “De interesse voor de redeneerpatronen kwam toen uit de analyse bleek dat journalisten vaak kozen voor het model om nazaten aan het woord te laten in combinatie met citaten en interviews met witte deskundigen uit voornamelijk de (internationale) universitaire en de museale kringen en de schrijverswereld.” Ik denk dat het interessanter zou zijn geweest om tijdschriften en dergelijke te hebben genomen bestierd door mensen die bewust station Huidskleur achter zich hebben gelaten. Rijssen noemt de worstelingredenering, die vooral de nazaten van de slaven gebruiken, de ‘slechte maatschappelijke positie’-redenering om de schuld van de huidige zwakke maatschappelijke positie aan het verleden te wijten, al dan niet met de eis om financiële genoegdoening. Witte mensen gebruiken de ‘het is al lang geleden’-redenering al dan niet met de ‘ver weg of ik was er niet bij’-variant of die van de ‘ontwikkelingshulp als compensatie’.

Schwarzkopf van Natasja Kensmil

De titel van de bundel is gebaseerd op een afbeelding van Elis Juliana, geïnspireerd op het verhaal, de overtuiging, dat een in Afrika geboren mens, tot slaaf gemaakt, naar Curaçao getransporteerd, terug kon vliegen naar zijn moederland, mits hij geen zout had aangeraakt. Afgezien van de vraag of iemand kan vliegen, hetzij fysiek, hetzij mentaal, moet worden stilgestaan bij het woord ‘slaaf’.
‘Slaaf’ is een label, niet een kwaliteit; het is een door de maatschappij, ofwel door de medemens gemaakte definitie, niet inherent aan het wezenlijke van de mens die zo genoemd wordt. – Dat de mens zich wel kan gedragen naar die definitie wordt hier niet betwist. – Het is een label zoals er zoveel anderen bestaan, zonder het te willen bagatelliseren, president, boef, loverboy, professor. Mandela, bijvoorbeeld, is in de eerste plaats de mens die voor gelijke rechten en respect heeft gestreden, de maatschappij heeft hem tot gevangene gemaakt, tot president, maar die labels zijn toestanden.

Het verhaal Twelve years a slave laat zien hoe een mens, een vrij mens, Solomon Northup, door anderen tot slaaf wordt gelabeld. En hoewel de tijd die de mens Nortup – wat een afgrijselijke ironie, die naam – in slavernij heeft moeten overleven schier onbeschrijfelijk onmenselijk is geweest en vernederend en van onuitwisbare invloed op de rest van zijn vrije leven en dat van zijn naasten, net als het leven van iedere slaaf, voor hem of haar dat op zijn of haar leven is of is geweest, op het moment dat je slaaf af of president af bent, ben je in wezen geen slaaf meer op filosofisch en spiritueel gebied, hoezeer psychologen en artiesten terecht kunnen verdedigen dat een ex-president nog heel veel invloed kan ondervinden van diens voormalige toestand, omdat de maatschappij die ex als dusdanig beschouwt en behandelt.

In hoeverre kan een label verlammend werken. In hoeverre is een gevangene nog een gevangene als hij zijn straf heeft uitgezeten en vrij is? De kans is groot dat hij niet gemakkelijk een werkgever gaat vinden, als die naar zijn cv vraagt. De kans is groot dat de maatschappij hem met de nek aankijkt. Maar misschien wordt hij een zelfstandige ondernemer, of gaat hij ergens wonen waar niemand van zijn verleden op de hoogte is. En in hoeverre ondergaan (klein)kinderen van een vrij verklaarde gevangene de invloed van diens gevangenschap? Geen mens kan zijn verleden veranderen, maar een ieder kan wel invloed hebben op zijn toekomst. Deze zienswijze spreekt niet uit de hier besproken bundel.
Guillermo Rosario - Mi nigrita

 “Sinds de slavernij wordt de zwarte mens beoordeeld op zijn huidskleur”, zo luidt de titel van de bijdrage van Glenn Helberg. Waarom wordt deze zwarte (no offence, geen ironie bedoeld) bladzijde uit de geschiedenis, of liever gezegd dit zwarte hoofdstuk, nog steeds aan huidskleur gerelateerd? Maakt die huidskleur ook uit in een land waar geen witte, rode of gele mensen wonen, maar alleen bruine? Is er in zo’n land geen onrecht, uitbuiting of enige vorm van moderne slavernij? Ik denk van wel, net zoals er in een land waar slechts witte mensen wonen veel misdaad tegen de mensheid is en onrecht onuitroeibaar lijkt te zijn. Wie huidskleur of ras als motief of reden gebruikt, is, van welke kant je het ook bekijkt, feitelijk een racist.
Ons slavernijverleden is een heel gevoelig thema, dat was in de discussie over de historische betrouwbaarheid in de film Tula, the revolt duidelijk. De makers hadden de objectieve waarheid geweld aangedaan door als uitgangspunt in de film te veronderstellen dat het niet mogelijk is geweest om van het kleine eiland Curaçao te ontsnappen of te vluchten, terwijl het een feit is dat er bijvoorbeeld in Coro mensen, tot slaaf gemaakte mensen, gevlucht uit Curaçao waren die daar leiders van opstanden zijn geweest. En het subjectieve beeld dat regisseur Jeroen Leinders en producent Dolph van Stapele van Tula hebben gegeven werd door de kijkers heel verschillend beoordeeld. Door de ogen van de auteurs Pierre Lauffer, Elis Juliana en Guillermo Rosario en toneelschrijver en regisseur Pacheco Domacassé lijkt het wel alsof er meerdere Tula’s zijn geweest, zo verschillend heeft iedereen deze nationale held verbeeld. Andere voorbeelden van controversiële films zijn Django, unchained en Lincoln. In de Verenigde Staten lopen de gemoederen meer dan 150 jaar na dato nog steeds hoog op als het over John Brown gaat, abolitionist en held volgens de een maar terrorist en verrader volgens de ander.

In De slaaf vliegt weg zijn de bijdragen nogal voorspelbaar van karakter. Het had beter “De slavernij is niet gevlogen” als titel meegekregen.

zondag 16 maart 2014

Toni Morrison in een Caraïbische anthologie?

Keti koti Paramaribo

door Jules Rijssen en Lucia Nankoe
Lucia Nankoe

In de Ware Tijd Literair van 1 maart 2014 verscheen met als titel ‘Vlieg terug naar Afrika’ een recensie van Hilde Neus over het boek De slaaf vliegt weg onder redactie van Lucia Nankoe en Jules Rijssen (Arnhem: uitgeverij LM Publishers, december 2013). [Klik hier]

Jules Rijssen

Een gemiste kans van de recensent om een unieke publicatie te bespreken, hoe de doorwerking van de slavernij wordt verbeeld in het werk van hedendaagse Caraïbische kunstenaars. Het is een gemiste kans indien de inleiding tot de bundel die als sleutel dient niet goed wordt gebruikt oftewel gelezen. Natuurlijk kan de bundel gelezen worden zonder de inleiding te raadplegen en dan wordt de lezer geconfronteerd met het thema doorwerking en verbeelding van de slavernij in verschillende kunstgenres te weten: poëzie, het korte verhaal, essays, fragmenten van historische romans, biografische portretten, storytelling, theater, cinematografie. Verschillende genres die over hetzelfde thema gaan, want dat is de essentie van een anthologie, zoals we weten.
George Padmore

De lezer maakt in De slaaf vliegt weg ook kennis met het denkwerk van Caraïbische en Afrikaanse filosofen én letterkundigen die bij velen uit het Caraïbisch Gebied onbekend (gebleven) zijn. Bijvoorbeeld het denkkader van de grondleggers van de invloedrijke Négritude-beweging die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in Parijs opbloeide met Caraïbische vertegenwoordigers in de personen van George Padmore (Trinidad), Aimé Césaire (Martinique), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana). De invloed van deze beweging was en is nog steeds terug te vinden in artistiek werk van verschillende kunstenaars en niet alleen bij hen die afkomstig zijn uit het Caraïbisch Gebied. In onze bundel is er ook prachtig werk opgenomen van Léon-Gontran Damas en van Ina Césaire; ja, de talentvolle dochter van Aimé.

Ook wordt er geschreven door de auteur Ernest Pépin (Guadeloupe) over de visie van de in 2011 overleden Caraïbische denker en essayist Édouard Glissant (Martinique), over de identiteit en ontwikkeling van de Caraïbische cultuur. Glissant bedacht hiervoor het concept Antillianité. Zijdelings wordt het denkwerk over meervoudige Caraïbische identiteiten van de onlangs overleden Brits-Jamaicaanse socioloog, cultuurwetenschapper en grondlegger van de British Cultural Studies - ook bekend als The Birmingham School of Cultural Studies - Stuart Hall aangestipt.
Édouard Glissant

Het is wederom een gemiste kans dat de recensent de inleiding niet goed heeft gelezen en daardoor de opzet van de bundel versmalt tot slechts de vraag welke rol historische romans vervullen in de beeldvorming met betrekking tot de slavernijgeschiedenis. Dat was daadwerkelijk het onderwerp van het symposium uit 2009 in de Muiderkerk te Amsterdam. We hebben op pagina 8 aangegeven, met het oog op 150 jaar afschaffing Nederlandse slavernij (sommigen onder ons praten liever over 140 jaar), het thema van de beeldvorming op te rekken naar kunst in het algemeen. En niet alleen de historische roman te beschouwen, omdat deze slechts één cultuurbron is. De lezer wordt op het verkeerde been gezet door de recensent doordat ze vermeldt welke teksten ontbreken in plaats van aan te geven wat er wel wordt gepresenteerd. Waarom de magnifieke Noord-Amerikaanse Toni Morrison in een Caraïbische anthologie opnemen?

Nicolaas Porter - Facing truth

De mens krijgt culturele informatie vanuit verschillende kunstbronnen van waaruit beïnvloeding uitgaat. Op basis van deze beïnvloeding en ontstane (positieve of negatieve) beeldvorming wordt vaak het debat gevoerd. En niet alleen aan de keukentafel, onder de markt of bij de bushalte. Maar ook op heuse maatschappelijke en wetenschappelijke podia. Daarnaast hebben wij ook aangegeven dat kunst fungeert als doorgeefluik én bewaarders [sic] van nationale en individuele identiteiten en idem herinneringen.

De bloemlezing De slaaf vliegt weg richt zich niet slechts op kenners. Neen, met de bundel willen wij ook de lezer bereiken die geen of geringe kennis heeft van het wetenschappelijke debat over bijvoorbeeld de complexe processen van beeldvorming en taal die zich in ons denken voltrekken. En met dat doel hebben wij gepoogd dit in begrijpelijk taalgebruik te beschrijven.

Maar ook hier constateren wij dat de recensent de theoretische discussie over beeldvorming verengt en versimpelt. Ze schrijft: ‘Mijns inziens betekent het begrip beeldvorming binnen het literaire kader het ontstaansproces van een beeld (in fictie) over een persoon of groep mensen dat niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid of de feiten overeen hoeft te komen. Als de samenstellers bedoelen dat beeldvorming een visualisatie is die bestaat uit het vertalen van een gedachte naar een beeld of uitdrukkingsvorm, dan klopt de bundel wel.’
Foto Anabella

In onze Caraïbische bundel komen literaire kaders en verschillende kunstgenres ter sprake. Daarnaast bespreken we in onze beschrijving over beeldvorming de kunstzinnige wereld en de realiteit van het leven van alledag. Mede vanuit dát perspectief moet de inleiding tot de bloemlezing gelezen worden. Hiermee overstijgen we de gedachte dat (literaire) kunst een weerspiegeling is van de samenleving en de actualiteit. Ten derde gaan wij ook in op de kracht en invloed van taal. Want taal beïnvloedt niet alleen in hoge mate onze gedachten maar stuurt ze ook aan.

Ten vierde, nog een gemiste kans om thema’s als familie, taal, overleveringen, tradities, opvoeding, opleiding, levensvisie, en -houding, geschiedenis, politieke verhoudingen en samenleving die de kunstenaars in de bundel beïnvloeden en hoe deze aspecten terugkomen in hun werk niet aan te halen.

Hilde Neus bespreekt geen van de bijdragen uit De slaaf vliegt weg diepgaand en haalt alleen Surinaamse auteurs aan op Suzanne Diop na.

Het beoordelen en appreciëren van het werk vraagt dus het nodige van de lezer en/of toeschouwer om overeenkomsten en parallellen tussen verschillende Caraïbische landen te zien.

De slaaf die terugvliegt naar Afrika behoort daardoor tot één van de denkconstructies die tot op heden opgaat voor grote delen van het immense Caraïbisch Gebied dat zich uitstrekt tot de metropolen van West-Europa en de Verenigde Staten.

Ten slotte: ‘terug naar Afrika’, is dat cynisch bedoeld door de recensent, vroeg een lezer over de kop. Ziedaar de sturing van taal!

Wij hebben een Caraïbische bloemlezing samengesteld met bijdragen van beeldend kunstenaars als Letitia Brunst (Suriname), Frank Creton (Suriname), Remy Jungerman (Suriname), Natasja Kensmil (Nederland), Elis Juliana (Curaçao), Ras Ishi Butcher (Barbados) en literaire bijdragen van Rudy Bedacht (Suriname), Ina Césaire (Martinique), Fausten Charles (Trinidad), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana), Gilda Dannarag (Suriname), Margot Dijkgraaf (Nederland), Suzanne Diop (Senegal), Glenn Helberg (Curaçao), Rihana Jamaludin (Suriname), Cynthia Mc Leod (Suriname), Lucia Nankoe (Suriname), Quito Nicolaas (Almere), Anil Ramdas (Suriname), Jules Rijssen (Suriname), Ernest Pépin (Guadeloupe) en Ini Statia (Aruba). En de vertalers: Carmen Lie, Henne van der Kooy en France Olivieira. Het woord is nu aan de lezers!

Nederland, 9 maart 2014


maandag 3 maart 2014

Vlieg terug naar Afrika

Henk Vos - Vliegende man (brons)

door Hilde Neus

De meest indrukwekkende versie die ik ooit las van de slaaf die terugvliegt naar Afrika, is in de roman De hemelvaart van Solomon van de zwarte Amerikaanse auteur Toni Morrison. Het is het verhaal van Macon Dead, wiens zoon beweert dat zijn opa Solomon kon vliegen en als een adelaar weggezeild is naar Afrika. Het is jammer dat dit verhaal niet is opgenomen in De slaaf vliegt weg (samenstelling Lucia Nankoe & Jules Rijssen). Maar ook de vermelding van het motief in het verhaal over Tata Colin van Ruud Mungroo zou hier niet hebben misstaan. Dit motief van de titel van de bundel komt verder voor als afbeelding van Elis Juliana, met een kleine verklaring erbij. De kern wordt gevormd door lezingen, gepresenteerd op het internationale symposium over de relatie tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis. Waar en wanneer deze bijeenkomst werd gehouden staat in een noot vermeld; in de Muiderkerk in 2009. De centrale vraag is of en welke historische romans een rol spelen in de beeldvorming over het slavernijverleden. En hoe ze doorwerken in de hedendaagse discussies en in de persoonlijke beleving van de nazaten. De samenstellers proberen deze vragen in de inleiding te beantwoorden. Ze slagen daar maar deels in, omdat er veel voorbeelden aangehaald worden die allerlei kunstvormen bevatten, maar geen historische romans zijn. Het artikel van Suzanne Diop, ‘Het Eerste Internationaal Congres van Zwarte Schrijvers en Kunstenaars’ (pp. 29-33) is zo’n voorbeeld dat niet over historische romans gaat. (Kijk ook naar het onterechte gebruik van hoofdletters in de titel!)

Mijns inziens betekent het begrip beeldvorming binnen het literaire kader het ontstaansproces van een beeld (in fictie) over een persoon of groep mensen dat niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid of de feiten overeen hoeft te komen. Als de samenstellers bedoelen dat beeldvorming een visualisatie is die bestaat uit het vertalen van een gedachte naar een beeld of uitdrukkingsvorm, dan klopt de bundel wel. Dan is de opname van veel stukken in de bundel, zoals de verhouding tussen etnische groepen getoond in de film Wan Pipel, wel verantwoord. Er zijn natuurlijk allerlei gevoelige zaken die uitvloeiselen zijn van de slavernij, en zodra die gevisualiseerd worden heb je ook een bepaalde vorm van beeldvorming.
Michiel van Kempen. Foto © Sanne Landvreugd

De inhoud van de bundel werkt dus vervreemdend omdat je van de auteur, zelf literatuurwetenschapper, een andere insteek zou verwachten. En zeker als dan blijkt dat er allerlei stukken zijn opgenomen die niet op het symposium voorbij zijn gekomen, terwijl de bijdrage van M. van Kempen, die er wel bij was, vanwege een tekort aan beschikbare redactionele ruimte is teruggetrokken. Dan roept dit vragen op.
Bij zo een titel en inleiding waren mijn verwachtingen anders. Dat neemt niet weg dat de stukken bijna allemaal iets met de slavernij te maken hebben, maar het gevaar is dat de lezer met zo een gevarieerde waaier aan informatie toch blijft zitten met vragen over de context. Je kunt die dan op internet opzoeken, maar is dat de bedoeling van de bundel? Al in het eerste stuk, van Nankoe zelf (‘Reverence’) heeft ze het binnen vier pagina’s over Toussaint Louverture, Edwi[d]ge Danticat, de kunstenaar Basquiat, de zanger Maxwell en de Neville Brothers, auteur Simone Schwartz-Bart en de kunstenaar Frankétienne. Alles wordt even aangestipt en daardoor mist het stuk diepgang.

Cynthia Mc Leod vraagt zich in haar bijdrage af of het aan te bevelen is dat de lezer zich een beeld vormt van de geschiedenis via historische romans. Daar wil ze zich, ondanks de geweldige verkoopcijfers van bijvoorbeeld Hoe duur was de suiker?, niet over uitlaten. ‘Dat zou de uitkomst van het symposium moeten zijn’, is haar mening.

Ik denk dat een symposium over dit onderwerp ook geen uitsluitsel kan geven, daarvoor is het onderwerp te breed en te gecompliceerd. Wel is duidelijk dat historie in vele vormen verwerkt kan worden, letterlijk en figuurlijk. In literatuur, schilderijen, beelden, poëzie en zang, alle denkbare kunstvormen. En door over de slavernij na te denken en die uit te drukken in kunst, kunnen de nazaten van de slaven tevens aan een stukje rouwverwerking doen. En de nazaten van de slavenhouders kunnen zich plaatsvervangend schamen na zich verwonderd te hebben over de verschrikkingen die in die tijd plaats hebben gevonden. Eenieder doet dat op zijn eigen manier. Dat blijkt wél duidelijk uit de inhoud van deze bundel. Met bijdragen van onder meer Anil Ramdas, Rudy Bedacht, Remy Jungerman en Rihana Jamaludin, om maar wat Surinaamse auteurs in deze bundel te noemen.

Lucia Nankoe & Jules Rijssen (samenstelling): De slaaf vliegt weg. Beeldvorming over slavernij in de kunsten. Arnhem: LM Publishers, 2013. ISBN 978-94-6022-274-0

donderdag 12 december 2013

De slaaf vliegt weg

Beeldvorming over slavernij in de kunsten

De kern van de bundel vormen enkele tot essays bewerkte lezingen op het in september 2009 te Amsterdam gehouden internationale symposium over de relatie tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis, georganiseerd door stichting Podium Kwakoe en het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfgoed (NINsee).

Sprekers waren Lucia Nankoe, Michiel van Kempen, Ernest Pépin, Quito Nicolaas, Cynthia Mc Leod, Rihana Jamaludin, Fausten Charles. Suzanne Diop was afwezig maar stelde haar essay ter beschikking. De lezing van Michiel van Kempen moest van de redactie zo drastisch worden ingekort, dat de auteur zijn inhoud op onaanvaardbare manier zag worden aangetast en hij trok zijn stuk in. Dagvoorzitter was Margot Dijkgraaf.

In het publieke debat worden vaak historische romans aangehaald om standpunten te verdedigen, vooral van succesvolle Caribische auteurs als Edgar Cairo, Lou Lichtveld/Albert Helman, Frank Martinus Arion en Carel de Haseth, waarin het Nederlandse slavernijverleden aan de orde komt. Die auteurs gelden dan als autoriteiten en worden geciteerd in allerlei discussies.

Spelen romans en andere kunstgenres werkelijk een rol in de beeldvorming over het slavernijverleden, en zo ja welke? Welke rol hebben ze in de hedendaagse discussie over de doorwerking ervan in het algemeen en in de persoonlijke beleving van de nazaten van de in slavernij gebrachte Afrikanen?

In deze bundel verwijzen ook beeldend kunstenaars als Frank Creton, Remy Jungerman, Letitia Brunst, Natasja Kensmil, Elis Juliana en Ras Ishi Butcher naar de geschiedenis waarin het thema slavernij centraal staat. Literaire bijdragen zijn van de hand van Rudy Bedacht, Ina Césaire, Léon-Gontran Damas, Gilda Dannarag,

Lucia Nankoe en Jules Rijssen nodigen u – mede namens alle auteurs en beeldend kunstenaars – uit voor de boekpresentatie van De Slaaf vliegt weg, die plaats zal vinden op vrijdag 13 december 2013 in het Stadsarchief Amsterdam (Vijzelstraat 32, 1017 HL Amsterdam). Inloop: 15.30 uur, aanvang 16.00 uur
Organisatie: NiNsee (Het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis). Aan/afmelding: info@ninsee.nl

Na de presentatie is er gelegenheid tot het kopen van het boek.

zaterdag 3 augustus 2013

Humor, weemoed en ontroering in Jouw mooie kapitein

Subliem acteerwerk van Maikel van Hetten

 door Carlo Jadnanansing

Een stoel, een kapmes, een afgedragen jas, een matras op de grond en een cassetterecorder op een wankele tafel, vormden het povere decor van het toneelstuk Jouw mooie kapitein dat op 25 juli 2013 in Surinaamse première ging in theater Unique.

De airconditioning was uitgedaan om het geluid beter tot zijn recht te doen komen. De daardoor ontstane drukkende tropisch hitte versterkte de emotioneel geladen sfeer die het stuk opriep. Er was maar één speler, de Haitiaanse gastarbeider Wilnor, werkzaam in Guadeloupe, verpersoonlijkt door de in Nederland wonende Surinaamse acteur Maikel van Hetten.

Maikel van Hetten

Toch was er een constante dialoog in het door de Franse schrijfster Simone Schwarz-Bart geschreven werk. Dit komt omdat Wilnor via een cassetterecorder communiceerde met zijn in Haïti wonende vrouw Marie-Ange (stem van de bekende Curaçaose zangeres Izaline Calister).
De prachtige Nederlandse vertaling is van de hand van Lucia Nankoe, een in Nederland wonende literatuurwetenschapper en expert in de Caribische literatuur, naar wier idee het drama is gemaakt. Het thema van het stuk is universeel en tijdloos. Het is het eeuwige verhaal van een man uit een arm land die om zijn gezin te verzorgen in een rijk land gaat werken met achterlating van huis en haard. De problemen die daarbij ontstaan hebben eveneens een universeel karakter. Hoe zit het met de huwelijkstrouw in de periode van de scheiding door middel van een latos (living apart together overseas) relatie?  “Een vrouw heeft een man nodig en een man heeft een vrouw nodig. Dit is de wet van het leven, teneinde te bewerkstelligen dat het leven voortgang vindt”, aldus de boodschap van het stuk.

Als Marie-Ange per cassetterecorder opbiecht dat ze – zij het onder druk – bezweken is voor de charmes van de koerier die haar de enveloppe met geld moest brengen, breekt de hel los voor Wilnor. Hij kan zijn emoties nauwelijks de baas, maar weet zich op bewonderenswaardige wijze te herstellen. Hiermee toont hij inderdaad een waardige kapitein te zijn die het schip van het leven op kundige wijze weet te besturen.

Van Hetten geeft op unieke wijze niet alleen met woorden, maar nog meer door zijn robotachtige maar ritmische dansbewegingen, uitdrukking aan zijn emoties. Zijn dans lijkt pijlen af te vuren op het publiek, die rechtstreeks het hart treffen. Het literaire taalgebruik is eveneens doeltreffend.
“Scheiding is als een oceaan, waarin menigeen verdrinkt”.


“Tussen waarheid en verdichtsel ligt een glibberig pad”
Van Hetten is er geslaagd vanaf hij het podium betrad, zijn kapmes op de grond wierp,  en een slok nam uit de bijna lege fles met rum, tot aan het einde van het  één uur durende theaterstuk, de aandacht van het publiek vast te houden.

Tijdens de discussie die na het stuk volgde, zei Lucia Nankoe dat zij getroffen was door de waardigheid en vergevingsgezindheid van de hoofdpersoon. De Caribische man zou naar haar zeggen op een voetstuk geplaatst zijn.

Dat een toneelstuk voor verschillende interpretaties vatbaar is, is duidelijk gebleken. Anders dan Nankoe waren enkelen van mening dat Wilnor wel begrip getoond heeft voor het overspel en de daardoor ontstane zwangerschap van zijn vrouw, maar dat het geenszins zijn bedoeling was naar haar terug te keren. Hij zou haar alleen het beste hebben toegewenst en dus slechts afstand gedaan hebben van wraakgevoelens waar velen last van hebben.

Hoe het ook moge zijn, Van Hetten heeft als Wilnor een personage neergezet dat het publiek afwisselend liet lachen en ontroerde. Nu onze oudste theatergezelschap Thalia zich primair lijkt toe te leggen op het verhuren van haar accommodatie, is het voor het theaterminnende publiek een verrassing om op een dergelijk stuk van hoog niveau vergast te worden, ook al moet het van overzee komen. Het verzoek om voorstellingen voor de middelbare-schooljeugd kon door Nankoe niet worden ingewilligd, daar de speler en technici binnen enkele dagen weer moeten vertrekken.
Merci beaucoup au beau capitain Wilnor et toute la organisation!

[uit Dagblad Suriname, 30-07-2013]


maandag 29 juli 2013

Première Jouw mooie kapitein weekt emoties los

door Jerry Dewnarain

Paramaribo - In een vol Theater Unique heeft het publiek ongetwijfeld kunnen genieten van Jouw knappe kapitein. Het theaterstuk van Simone Schwarz-Bart Ton beau capitaine, door Lucia Nankoe vertaald in Jouw knappe kapitein, is donderdag in première gegaan.

"Ik vond het stuk niet mooi", zei een bekende advocaat tijdens de discussie die na de opvoering plaatsvond. Niet mooi, omdat het ons confronteert met de harde realiteit van armoede en uitbuiting van onder andere Haïtianen. De tekst, de productie en de opvoering vond ik wel prachtig. Maar nee, ik word er droevig van."

Eenzaamheid
De voorstelling presenteert het hoofdpersonage Wilnor Baptiste, die als veldarbeider werkt op Guadeloupe, terwijl zijn vrouw Marie-Ange achterblijft op Haïti. Gedurende hun lange scheiding communiceren zij met behulp van cassettebandjes. Eenzaamheid, scheiding en ontheemding zijn de thema's die steeds naar voren komen gedurende de gesprekken tussen Wilnor en zijn vrouw. Ook de ruimte heeft een belangrijke functie in de voorstelling. De kleine kamer van Wilnor ademt een sfeer van armoede en soberheid. De enige meubelen in de kamer zijn: een stoel, een oude krat en een matras op de vloer. Dit doet denken aan een cel in een gevangenis, wat tegelijkertijd ook het thema eenzaamheid benadrukt. Ver weg van zijn land en familie lijkt Wilnor wel veroordeeld tot een eenzaam leven.

Groot en waardig
Het stuk is verdeeld in twee delen: in het eerste deel luistert Wilnor naar de stem van Marie-Ange via de cassettebandjes en geeft af en toe lachwekkende commentaren. In het laatste deel is Wilnor aan het woord wanneer zijn krachtige stem als reactie wordt vastgelegd op de band. Het toneelstuk, gaat van start wanneer Wilnor terugkeert naar huis van de zware arbeid. Het is dan avond. Hij gaat op zijn enige stoel zitten en haalt uit zijn tas een cassetteband die door zijn vriend uit Haïti is gebracht. Hij luistert naar zijn vrouw Marie-Ange. Haar eerste woorden zijn liefdevol: 'Hallo, hallo Wilnor Baptiste', wat lijkt op een telefoongesprek. Uit het gesprek blijkt uiteindelijk dat Marie-Ange zwanger raakt van de vriend van Wilnor die haar het geld van haar man uit Guadeloupe brengt. Desondanks accepteert Wilnor de pijnlijke daad van zijn vrouw en hij lijkt haar die te vergeven. Dit maakt dat haar kapitein Wilnor een man is met een mooi hart. Een hardwerkende man in een vreemd land die toch groot en waardig blijft voor zijn vrouw.

Aan de discussie hebben meer mannen deel genomen dan vrouwen. Een notaris zei: "Ik vind dat het stuk de zwarte man niet op een voetstuk plaatst, maar dat er juist een loopje met hem wordt genomen. Dit blijkt uit fragmenten van de tekst waarbij je wel moest lachen." De première kreeg een staande ovatie van het publiek. Het stuk is zaterdag nog te zien in Theater Unique.

[uit de Ware Tijd, 27/07/2013]

vrijdag 19 juli 2013

Jouw Mooie Kapitein in Suriname

Opvoering van het literair toneelstuk Ton Beau Capitaine: pièce en un acte et quatre tableaux (Seuil, 1987),  in het Nederlands vertaald als Jouw Mooie Kapitein, in Suriname.
Het Caribisch gebied heeft een rijke vertel- en literaire traditie en kent een groot aantal literaire prijswinnaars, waaronder Nobelprijzen. Veel voorkomende thema’s in de Caribische literatuur zijn het ver van huis wonen en werken van kostwinners en ook hoe mensen en hun families zich ver van hun geliefden handhaven. Dit theaterstuk vertelt van een Haïtiaanse man die als landarbeider op het eiland Guadeloupe werkt om er de kost te verdienen. Hij communiceert met zijn geliefde echtgenote in Haïti via cassettebandjes. De vrouw horen we wel in de opvoering, maar we zien haar niet.
Simone Schwarz-Bart; foto @ Catherine Millet

Jouw Mooie Kapitein heeft al lange tijd ons hart gestolen. Vandaar dat we verheugd zijn in samenwerking met  de organisatie voor Gemeenschapswerk NAKS en de Nederlandse Ambassade in Paramaribo het theaterstuk op te kunnen voeren in Suriname.

We stellen het zeer op prijs indien u één van de opvoeringen op donderdag 25 juli, vrijdag 26 juli of zaterdag 27 juli 2013 om 19.30 uur wilt bijwonen.

Vanwege de beperkte capaciteit van de zaal is toegang alleen mogelijk na aanmelding via NAKS cultorgnaks@yahoo.com of joronk@hotmail.com; telefoon: 499033

Jouw Mooie Kapitein door Simone Schwarz-Bart
Naar een idee en vertaling van Lucia Nankoe

Plaats: Theater Unique, Frederik Derbystraat 23-25 (voorheen Rust en Vredestraat)
Datum: donderdag 25 juli 2013, vrijdag 26 juli 2013 en zaterdag 27 juli 2013.
Aanvang: 19.30 uur; duur: één uur.
Entree: SRD 25,-.

Vertaling, inleiding en dramaturgie: Lucia Nankoe
Acteur en regie: Maikel van Hetten
Vrouwenstem:  Izaline Calister
Techniek: Brian Maston en Ewald van Es
Muziek: Jacques Schwarz-Bart
Productie: José Komen

maandag 15 april 2013

A Sranan tori e opo/Het Surinaamse verhaal beurt op

Op zaterdag 20 april 2013 organiseert de Stichting voor Surinaamse Genealogie een nieuwe konmakandra. Het Surinaamse Verhaal gaat over de persoonlijke levensgeschiedenissen van mensen die in het koloniale Suriname hun leven opgebouwd hebben. Het wordt verteld en verbeeld door negen verhalenvertellers: familieonderzoekers, actieve donateurs van de Stichting voor Surinaamse Genealogie, schrijvers en wetenschappers. Moderatoren zijn Lucia Nankoe en Jean Jacques Vrij.

Plantage La Prospérité, Para, 19de eeuw


Ochtendprogramma:
10.30 uur Welkomstwoord, terugblik en vooruitblik door de voorzitter van de SSG, Pieter Bol
10.50 uur Yvette Forster presenteert het programma van de nationale herdenking en viering 150 jaar afschaffing slavernij (29 juni t/m 1 juli 2013 in Amsterdam)
11.00 uur Chris Polanen, dierenarts, schrijver en columnist.
11.15 uur Chan Choenni, bijzonder hoogleraar Hindostaanse migratie aan de VU, bijdrager aan
Sarnami Hindostani 1920-1960. Het verhaal van mijn par adja en par adji, mijn overgrootvader en -moeder van vaders kant.
11.30 uur Nathaly Pengel-Wong, oud onderwijzeres en maatschappelijk werkster en actief
donateur van de SSG. Het verhaal van de plantage La Prosperité en de Pengels in het district Para.
11.45 uur Dennis Lee Kong, ICT-er en actief donateur van de SSG. Het verhaal van mijn stammoeder Laurentia Kerpens en haar nageslacht.
12.00 uur Gelegenheid tot het stellen van vragen aan de vier verhalenvertellers.
12.15 uur Lunch (voor eigen rekening) met volop gelegenheid tot onderling netwerken. De heerlijke Surinaamse broodjes en hapjes worden verzorgd door John Lo-A-Njoe

Plantage Peperpot. Foto @ Settie


Middagprogramma:
13.30 uur Lisa Djasmadi, cultureel antropologe, secretaris Stichting Comité Herdenking
Javaanse Immigratie en schrijfster van De Stille PassantenPersoonlijke verhalen die de veerkracht van de Javaanse migranten in de periode na de contractarbeid illustreren.
13.45 uur Roline Redmond, actief donateur van de SSG, schrijft aan een kroniek van het
geslacht Doorson, als vervolg op een verhalenbundel over dezelfde familie.
Het verhaal van de generatie van mijn grootmoeder Paulina Wijks en haar voorouders.
14.00 uur Marie-Claire Fakkel, actief donateur van de SSG. Het verhaal van Lady Smith en mevrouw Fakkel, twee vrouwen, een eeuw na elkaar geboren.
14.15 uur Janny de Heer, actief donateur van de SSG en schrijfster van boeken over Curacao
en Suriname. Het verhaal van de bijzondere familie Horst.
14.30 uur Rosemarie Smeets, sociaal pedagoge, schrijfster van “Suriname-kleurboek” en actief
donateur van de SSG. Het verhaal van Jacob en Max Pinas.
14.45 uur Gelegenheid tot het stellen van vragen aan de vijf verhalenvertellers.
15.00 uur Gezellig samenzijn en netwerken.
16.00 uur Einde van de bijeenkomst

Gedurende de hele bijeenkomst is er gelegenheid om een bezoek te brengen aan de door de SSG
georganiseerde fototentoonstelling en aan de als vanouds aanwezige boekenstands. Deze keer is
er ook een stand van het CBG. Tevens verkoop en signeren van boeken, geschreven door onze
donateurs.

Het Ministerie van Financiën in Paramaribo. Foto @ Stagram


Locatie: Christus Triumfatorkerk Juliana van Stolberglaan 154, 2595 CL Den Haag
(Ingang om de hoek via De Carpentierstraat)
Entree : Donateurs gratis, niet donateurs € 7,50
(bij ter plekke donateur worden à € 25,- per jaar, is de toegang gratis)
Inloop : Vanaf 10.00 uur

Hoe is de Christus Triumfatorkerk bereikbaar?
Het adres is: Juliana van Stolberglaan 154 / hoek Laan van Nieuw Oost-Indië
2595 CL Den Haag (Bezuidenhout). Ingang om de hoek via De Carpentierstraat
NS: Vanaf Centraal Station Den Haag is het ongeveer 15 minuten lopen, of tram 2 of 6.
Vanaf Station NOI is het ongeveer 10 minuten lopen, of bus 23 of tram 2.
Auto: Parkeren in de straten rondom de kerk is gratis op zaterdag!
Voor een uitgebreide routebeschrijving zie: www.christustriumfatorkerk.nl

maandag 24 december 2012

Jouw Mooie Kapitein, Simone Schwarz-Bart


Simone Schwarz-Bart
                     
Op vrijdag 11 januari wordt het toneelstuk Ton Beau Capitaine: pièce en un acte et quatre tableaux (Seuil, 1987), in het Nederlands vertaald als Jouw Mooie Kapitein door Lucia Nankoe, opgevoerd in Amsterdam.

Het Caribisch gebied heeft een rijke vertel- en literaire traditie en kent een groot aantal literaire prijswinnaars, waaronder Nobelprijzen. In de Nederlandse theaters is deze traditie naar onze mening ten onrechte onderbelicht gebleven. Veel voorkomende thema’s in de Caribische literatuur zijn het ver van huis wonen en werken van kostwinners en ook hoe mensen en hun families zich ver van hun geliefden handhaven.

Het stuk Jouw mooie kapitein vertelt van een Haïtiaanse man die als landarbeider op Guadeloupe werkt om er de kost te verdienen. Hij communiceert met zijn geliefde echtgenote in Haïti via cassettebandjes (een vorm van contact die veel voor komt bij mensen die niet geleerd hebben te lezen en te schrijven).
De vrouw horen we wel in de opvoering, maar we zien haar niet.



Datum: vrijdag 11 januari 2013,
Aanvang: 20.30 uur (zaal open 20.00 uur)
Duur: één uur
Entree: €10,-

Inleiding: Lucia Nankoe
Acteur: Maikel van Hetten
Vrouwenstem:  Izaline Calister
Techniek: Brian Maston en Ewald van Es
Muziek: Jacques Schwarz-Bart
Productie: José Komen

                       Jacques Schwarz-Bart


Klik hier om  kaarten te bestellen

woensdag 4 juli 2012

Who More Sci-Fi Than Us?

Vrijdag 25 mei is de tentoonstelling Who More Sci-Fi Than Us, hedendaagse kunst uit de Cariben feestelijk geopend door Lucia Nankoe (literatuurwetenschapper/ publicist) met de speech: 'Het Fort is ingenomen door Kunstenaars.' 


Lucia Nankoe. Foto: Mike Bink



Het Fort is ingenomen door kunstenaars

door Lucia Nankoe


 
De Caribische expositie die vanaf vandaag in Amersfoort van start gaat, is getiteld: Who more sci-fi than us. Deze titel verwijst naar een voetnoot uit een roman van de Dominicaanse schrijver Junot Diaz getiteld: Het korte en wonderbare leven van Oscar Wao. De hoofdpersoon uit het boek - Oscar - is verslingerd aan allerlei verhaalvormen zoals historische romans, games, stripverhalen, films, animatiefilms. Zowel oude als nieuwe vertellingen bekoren hem en maken hem mede daardoor tot een buitenstaander, een buitenaards wezen, die er ook fysiek anders uitziet dan zijn leeftijdgenoten. Oscar is zowel een held, als een anti-held.

De spelregels in deze roman zijn duidelijk: het fictieve verhaal wordt gehoord, maar in de kleine letters wordt het echte gruwelijk verhaal verteld over de geterroriseerde bewoners in de Dominicaanse Republiek onder het bewind van dictator Trujillio, tot zijn dood in 1961. De vorm van de vertelling voegt een adembenemende extra dimensie aan het werk toe.

"Who is more sci-fi than us" , zegt Junot Diaz. Zijn hoofdpersoon Oscar gaat regelmatig vanuit de V.S. Naar de Dominicaanse Republiek op familiebezoek. Hij geniet dan van de schoonheid van het eiland, maar in de suikerrietvelden ervaart hij ook de wrede kant van het dictatoriaal regime.

De titel van deze tentoonstelling Who is more sci fi than us vat in zekere zin de kunstwerken samen die hier tentoongesteld zijn. Het roept associaties op bij de gepresenteerde beelden. Hier kunnen we genieten van de verschillende kunstvormen en tegelijkertijd 'lezen' we het politieke en sociale verhaal dat daaraan ten grondslag ligt. Ook hier is sprake van meerdere lagen. Het grensgebied tussen fantasie en werkelijkheid wordt keer op keer onderzocht.

Een mooie illustratie van connotaties waarbij tekst en context nauw verweven zijn treffen we ook in het boek A Small Place van de schrijfster Jamaica Kincaid:

Antigua

“You are a tourist and you have not yet seen a school in Antigua, you have not yet seen the hospital in Antigua, you have not yet seen a public monument in Antigua. As your plane descends to land, you might say, what a beautiful island Antigua is - more beautiful than any other islands you have seen -” Toeristen die de Caribische eilanden en het Caribisch gedeelte van het vasteland bezoeken, zien meestal slechts de buitenkant. De dubbelheid, de schijnbaar badinerende toon van bovenstaande alinea uit A Small Place, heeft een heftiger impact dan op het eerste gezicht lijkt.

Eenzelfde scherpe blik met een ondertoon van ironie, treffen we ook aan in de tekeningen, schilderijen, foto’s, sculpturen, films en animaties in deze tentoonstelling. Een gefragmenteerde verzameling, denkt u wellicht, maar bij denkers als Edward Braithwaite uit Barbados en Edouard Glissant uit Martinique staat het concept fragmentatie centraal in hun werk. De meer dan 30 kunstenaars hier aanwezig tonen hun veelzijdigheid in allerlei uitingsvormen. Beeldend kunstenaar Tony Monsanto uit Curaçao noemt één van zijn werken 'créolité makes us strong' waarmee hij reflecteert op de huidige tijd, zonder het pijnlijk verleden terzijde te schuiven.

Reeds eerder, dat wil zeggen aan het begin van de 20ste eeuw waren Caribische kunstenaars op zoek naar eigen uitingsvormen en smolten ze tradities uit andere continenten samen om zo hun eigen beeld van de omringende wereld te creëren. Om u maar enkele grootheden te noemen:

Aimé Césaire uit Martinique, de dichter die bejubeld werd door de Franse surrealist André Breton heeft de literaire scene van het Franstalig gebied grondig beïnvloed.

Léon-Gontran Damas bezingt met zijn poëtische creaties de Guyanese Bonis en Saramaccaners. Hier volgt een gedicht uit zijn bundel Névralgies:


Il n'est plus bel hommage

Il n’est plus bel hommage
à tout ce passé
à la fois simple
et composé
que la tendresse
l’infinie tendresse
qui entend lui survivre


Een liefdevol en teder beeld spreekt uit bovenstaand gedicht, een eerbetoon aan het verleden en om met één van de werken van Jungerman te spreken: Promise. Deze kunstenaar is een veelbelovende zoektocht aangevangen naar de relatie tussen abstract geometrische kunst en de esthetiek van de Marrons, de bewoners uit het binnenland van de Guyana's.

De eerste Nobelprijswinnaar literatuur uit de regio Saint-John Perse, geboren in Guadeloupe, gebruikt in zijn poëzie schitterende beeldende taal. Of neem de andere Nobelprijswinnaar, de Trinidadiaanse V.S. Naipaul die in zijn klassiek geworden roman A House for Mister Biswas de Caribische verbeelding ons laat toespreken. Derek Walcott uit St. Lucia en Frankétienne uit Haiti beheersen de verbale kunst en schuwen evenmin de visuele uitingsvorm. Ze zijn zowel schrijver als schilder.

Kunstenaars maken ook meer gebruik van hun moedertaal, zoals beeldend kunstenaar en auteur Frankétienne, die schrijft in het Haïtiaans Creools. Edgar Cairo uit Suriname, schrijft in het Sranan, een Creoolse taal, die hij vermengt met neologismen die rechtstreeks naar zijn culturele erfenis verwijzen. Verschillende kunstdisciplines worden aan elkaar gekoppeld, waardoor een nieuwe taal ontstaat die meerdere lagen heeft.
Edouard Duval Carrié

In de tentoonstelling zult u kunsticonen aantreffen zoals Edouard Duval Carrié uit Haïti die ons keer op keer verrast met zijn kunstwerken. En wat te denken van de jongere generatie zoals Ebony Patterson en Renee Cox uit Jamaica, Wendell Mcshine uit Trinidad, Sheena Rose uit Barbados, Mario Benjamin uit Haïti en de veelzijdige Hew Locke uit Guyana? Deze generatie kunstenaars kiezen voor een nieuwe taal. Ze putten daarbij uit verschillend cultureel erfgoed. Remy Jungermann, Marcel Pinas, Charl Landvreugd - een mooi trio uit Suriname - maken daarbij gebruik van verschillende materialen o.a. metaal, hout, lappen katoen, blauwsel, pimbadoti.

De ketenen zijn afgeworpen en de taal van de kunsten wordt niet meer nageaapt. Het Fort is ingenomen door kunstenaars. Het Caribisch kunstenaarsschap brengt een gedurfd meesterschap voort en curatoren van musea deinzen er niet voor terug om deze authenticiteit te tonen.

Om de Surinaamse dichteres Joanna Schouten–Elsenhout te citeren:

Mi Dren

Yere mi sten
Lek’wan griyo e bari
A baka den bigi krepiston

Een lamento in versregels waarin een apocalyptisch beeld uit het verre of nabije verleden wordt geschetst. Op de tentoonstelling in Amersfoort is 'The Afro-Curse Exorcizing Machine' van Tirzo Martha hier een mooi visueel voorbeeld van.

Pauline Melville

"Who is more sci-fi than us", zegt Junot Diaz. Schrijfster Pauline Melville uit Guyana verwoordt het zo: “Wij in dit deel van de wereld, koesteren een diepe wens voor de leugen, met al haar consequenties en verwikkelingen. Wij nemen de leugen serieus.” Escapisme wordt dan een stijlmiddel en de relatie tussen het fictieve en feitelijke discours blijkt versmolten te zijn. Alle denkbare schildersstijlen van abstract tot hyperrealistisch worden opgezocht en verkend. De grenzen vervagen en verrassen zoals in het werk van David Bade uit Curaçao, Ryan Daniel Oduber uit Aruba en Michael Mcmillan uit St Vincent.

Misschien kunnen we spreken van de kunstenaar als flexwerker, een flexkunstenaar, in zoverre hij dit niet altijd was, schijnbaar onbekommerd en toch zeer bewust, zigzaggend langs genres, disciplines, taal, stijl zonder enige beperking als een zeedier van eiland naar land. En als hij gevangen gehouden wordt dan nog is er een frisse impuls die op een overtuigende manier een visueel en tekstueel verhaal brengt.

Luistert u naar de dichter Nicolas Guillén uit Cuba met El Caribe uit El Gran Zoo:

En el acuario del Gran Zoo, nada el Caribe. Este animal marítimo y enigmático tiene una cresta de cristal, el lomo azul, la cola verde, vientre de compacto coral, grises aletas de ciclón. En el acuario, esta inscripción: «Cuidado: muerde».

Nogmaals: De Caraibe

In het aquarium van de Grote Dierentuin
zwemt de caribe.
Dit raadselachtig zeedier
heeft een kam van christal,
een blauwe rug, een groene staart,
zijn buik is van compact koraal
en hij heeft grijze vinnen
van cycloon.
Op het aquarium staat geschreven:
‘Pas op, hij bijt.’

Who is more sci-fi than us?

woensdag 15 februari 2012

Gens de la Caraïbe et Maryse Condé


Maryse Condé
Les sociétaires de Gens de la Caraïbe ont choisi pour l'année 2011, à l'image d'une soirée léwoz de mettre l'écrivaine Maryse Condé au centre d'une ronde de danseurs et joueurs de gwoka. Ce léwoz s'entendrait dans tous les grands fonds de Guadeloupe, les mornes de la Martinique, les ravines de Cuba, les campagnes de la Jamaïque mais aussi dans les imaginaires de ceux qui résident en Afrique, en Europe, en Asie, en Amérique latine et d'autres ailleurs.

Ses romans de Heremakhonon (1976) à En attendant la montée des eaux (2010) nous emmènent de l'empire malien aux villes et communes réelles imaginaires de Guadeloupe, Cuba, Jamaïque ou du Panama pour aborder des questions sensibles de société.

Fidèle à son image « d'auteure qui dérange », Maryse Condé aime « mettre en lumière ce que les gens aiment cacher » et se défend d'écrire des romans militants, même si elle se présentait aux élections régionales en 1992 sur la liste du parti indépendantiste. Elle confiait à Françoise Pfaff dans une série d'entretiens parus chez Karthala en 1993 que ses personnages étaient « des anti-héros, des gens pas très sûrs d'eux et pas très sympathiques, pensant qu'il ne faille pas que les gens soient parfaits pour qu'on les aime. Ils sont ce qu'ils sont. »

Parmi les thèmes de prédilection de Maryse Condé, figurent les préjugés de couleurs, les conséquences de l'esclavage, les absurdités de nos sociétés et ses romans n'oublient jamais de parcourir notamment la Caraïbe des petites aux grandes Antilles avec toujours une mention au peuple haïtien.

Pour ces raisons et d'autres encore, Gens de la Caraïbe consacrera plusieurs pages de son site à Maryse Condé en 2011 pour vous donner, entre autres, envie de la lire ou la relire.

Etape 1. Mise en ligne de témoignages
Gens de la Caraïbe publie des témoignages de personnes qui ont croisé Maryse Condé ou ont été touché es par son oeuvre.

Etape 2. Maryse Condé en langues

Maryse Condé a été traduite en douze langues- sauf le créole! (allemand, brésillien, espagnol, italien, anglais, japonais, hollandais, américain, suédois, polonais, roumain, hébreu). Parmi les derniers romans parus en langue étrangère vient de paraître la traduction de « Victoire, les saveurs et les mots » en allemand (« Victoire, ein Frauenleben im kolonialen Guadeloupe », janvier 2011).

Le mois de mai vibre au rythme des commémorations de la mémoire de l'esclavage et des traites négrières, et la date du 10 mai a par ailleurs été proposé par Maryse Condé et le CPMHE qu'elle présidait en 2001. Nous avons donc choisi, avec l'autorisation de son éditeur allemand Litradukt de publier sur notre site, un extrait de « Victoire, les saveurs et les mots » qui aborde la question de la relation Noirs/Blancs, autrement dit, du racisme, thème récurrent dans les écrit de Maryse Condé.

Lire le portrait de Maryse Condé rédigé par Anais Jones pour GdC en 2007

Dernier ouvrage paru en France : « En attendant la montée des eaux », Editions Lattès, 2010 - Lire la chronique d'Ayelevi Novivor, en français , en español.

Merci à Gerty Dambury, Valérie Eugène, Philippe Calodat, Louis-Philippe Dalembert, Céline Guillaume, Fraucke Gewecke, Karole Gizolme, Milan Lescot, Ayelevi Novivor, Ineke Phaf-Rheinberger, Peter Trier, les Editions Mercure et Laffont qui ont apporté leur contribution à ce dossier. Merci également à tous ceux qui ont apporté leurs témoignages.

Credit photo : © Mercure

vrijdag 10 februari 2012

Krik? Krak! Kri, Kra!: Franstalige Caraïbische literatuur

door Els Moor

Suriname maakt deel uit van het Caraïbisch Gebied, op het vasteland van Zuid-Amerika. Waarom zijn wij niet Latijns-Amerikaans? Alle andere landen werden gekoloniseerd door Spanje of Portugal (Brazilië) en het Spaans of Portugees is er de taal. Frans-Guyana, Suriname en Guyana zijn gekoloniseerd door respectievelijk Frankrijk, Nederland en Engeland en de talen van die landen zijn er de officiële taal.

Deze drie landen horen dus bij de Caraïbische eilanden, die - met uitzondering van het Spaanstalige Cuba, de Dominicaanse Republiek en Puerto Rico - Frans, Nederlands of Engels zijn of waren. Met deze landen en eilanden heeft Suriname een stuk geschiedenis gemeen - met de Nederlandse Antillen ook de taal, hoewel het Papiaments daar een veel sterkere rol heeft dan het Sranan bij ons - en culturele kenmerken. Geen wonder dat ook de literatuur van de Caraïbische landen en eilanden veel gemeenschappelijks heeft wat betreft thematiek en in andere opzichten.

‘Krik? Krak!’ is de titel van een verhalenbundel van Edwidge Danticat (1969). Zij is afkomstig uit Haïti en woont in de Verenigde Staten. Kri, Kra! Proza van Suriname (1972) is een bloemlezing, samengesteld door Thea Doelwijt. ‘Krik? Krak!’, ‘Kri, Kra!’, het is de aanhef van orale tori, ook van Anansitori. De verteller riep het en de hoofden van de luisteraars gingen omhoog, Haïtiaanse, Surinaamse: Caraïbische!

Grote thema’s in de Caraïbische literatuur zijn onder andere: slavernij en koloniale geschiedenis, ras en kleur, klassentegenstellingen, Afrika, religie, identiteit, gender en de trek naar metropolen zoals Londen, Parijs, Amsterdam en de Verenigde Staten. Die thema’s herkennen wij ook.

In dit artikel richten we ons op de Franstalige Caraïbische literatuur, van Martinique, Guadeloupe en Frans-Guyana. Deze drie zijn nu delen van Frankrijk in tegenstelling tot Haïti dat in 1804 onder invloed van de Franse Revolutie al onafhankelijk werd en een totaal andere geschiedenis beleefde, vol machtswellust, onderdrukking, corruptie en armoede. De literatuur van Haïti is zeer interessant met figuren als René Depestre (1926), een dichter die in zijn werk evolueert van zeer militant tot beschouwend. In 2002 kwam in vertaling van René Smeets in Nederland een bundel uit met een keuze uit Depestres poëzie. Hij heeft om zijn werk in de gevangenis gezeten en woont nu in Zuid-Frankrijk. Voor ons is ook het werk van Edwidge Danticat belangrijk: gedichten, twee romans, en verhalen, geschreven in het Engels en vertaald in het Nederlands.

Maar het interessantst is het werk van Kettly Mars (1958). Ondanks gewaagde thema’s in haar romans, bijvoorbeeld over het schrikbewind van de Duvaliers, woont ze nog in Haïti en schrijft ze over de worsteling met het bestaan van haar landgenoten. Ze is een laureaat van het Prins Claus Fonds vanwege haar gedurfde onderwerpen. Haar laatste roman, Wrede seizoenen, speelt in de woelige jaren zestig, is in het Nederlands verschenen bij uitgeverij De Geus. Kettly Mars was aanwezig bij de presentatie; Lucia Nankoe ook. Zij is zeer enthousiast over de roman en ook over de schrijfster als mens.

Léon Gontron Damas
Terug naar de literatuur van Martinique, Guadeloupe en Frans-Guyana. Die heeft een duidelijke indeling in periodes. Uiteraard eerst een orale fase. Veel van die verhalen zijn gelukkig overgeleverd en later vastgelegd. De slimme helden waren in de slaventijd vaak dieren. Zoals bij ons Anansi de slimmerik is, hebben Martinique en Guadeloupe hun Compé Lapin (konijn). Uiteraard zijn er ook laitori en odo overgeleverd. Dit zijn getuigenissen van slaven, die voor de rest niets achterlieten. In de tweede helft van de 19de eeuw ontstaat er een Antilliaanse poëzie, die later ‘hangmatliteratuur’ wordt genoemd, met suiker- en vanillegeur. Je zou ook kunnen zeggen ‘literair exotisme’, de natuur en samenleving gezien door een Franse bril. Langzaam maar zeker ontwaakte echter een bewustzijn van het eigene, van het neger zijn, met als oorsprong Afrika. In de twintiger jaren van de 20ste eeuw komen er lokale protestdichters, jonge anti-burgerlijke kunstenaars. Ze hadden via tijdschriften ook contact met Haïtiaanse kunstenaars. Die hadden relaties in de Verenigde Staten en zo bereikte hen de beweging van Amerikaanse zwarten, ‘Black is beautiful’, terug naar Afrika. Met als grote figuren Marcus Garvey en E. du Bois. Mede onder invloed hiervan ontstond de Négritude-beweging. Studenten in Parijs vonden elkaar en werden de grote dichters van de beweging: Leopold Senghor uit Afrika zelf, Aimé Césaire uit Martinique en Léon Gontran Damas uit Frans-Guyana.

Césaire is wel de grootste dichter van de Négritude. Hij had een brede visie en emotionele kracht. Zijn meest bekende werk is Cahier du retour au pays natale (Logboek van een terugkeer naar mijn geboorteland) in proza en poëzie. Behalve gedichten en proza schreef hij drama. Hij was auteur en politicus en werd burgemeester van Fort de France. De leukste is Léon Gontran Damas, die in zijn poëzie de spot drijft met de Franse burgerlijkheid. De Surinaamse dichter die al vroeg verwantschap toonde met de Négritude is Eugène Rellum (1896-1989). Zijn gedichten zijn vooral verwant aan die van Léon Gontran Damas uit ons buurland. Ook de Curaçaoënaar Frank Martinus Arion voelde zich aangetrokken tot de Négritude, getuige zijn bundel Stemmen uit Afrika (1957). De beweging ‘Wie Eegie Sanie’ zit eveneens op de lijn van ‘eigenheid’, zij het niet zo Afrikaans.

Na de Tweede Wereldoorlog is de terug-naar-Afrika-droom gaan slijten. Vooral opstandige jonge dichters en kunstenaars gaan begrijpen dat de Antillen een heel andere werkelijkheid vertegenwoordigen dan Afrika. De stroming Antillianiteit komt dan op. De centrale figuur hierin is Edouard Glissant (1928-2011), schrijver en dichter van Martinique. Zijn visie op de rol van de schrijver is: meewerken aan de genezing van een zieke maatschappij. Geëngageerde literatuur dus. Schrijvers zoeken naar het ware gezicht van hun land. Het verleden blijft een belangrijk thema, ook kleurvooroordelen, het leven op het platteland en de trek naar de stad.

Belangrijke schrijvers van de moderne Franstalige Caraïbische literatuur - van wie de werken in het Nederlands zijn vertaald - zijn Maryse Condé (1936) uit Guadeloupe, het echtpaar Simone en André Schwartz-Bart (zij van Martinique, hij Fransman van joodse afkomst), en Patrick Chamoiseau (1953) van Martinique. In de komende maanden zullen we werk van hen bespreken. Vooral ook in verband met keuzes ‘voor de lijst’ van de scholieren. Mijn favoriet is De oude slaaf en de bloedhond (2001) van Patrick Chamoiseau, uitgegeven door De Geus in de vertaling van Eveline van Hemert (die naar Suriname kwam om Surinaams-Nederlands te leren en dat gebruikte bij haar vertaling van het gecreoliseerde Frans van Chamoiseau). Lucia Nankoe is de samensteller van de bundel met Caraïbische verhalen, De komst van de slangenvrouw en andere verhalen van Caribische schrijfsters (Van Gennep-Novib-Ncos, 1998). Een herdruk is gewenst, want het is inspirerende leesstof voor iedereen die wil kennismaken met de Caraïbische literatuur.

zaterdag 4 februari 2012

Lucia Nankoe in gesprek met Hein Eersel

De Caribische literatuur in tekst en context in Galerie Sukru Oso

Op donderdag 26 januari organiseerden de heren dr. Hein Eersel, mr. Carlo Jadnansing en dr. mr. Edwin Marshall een causerie over de Caribische literatuur. De gastspreker was Lucia Nankoe. Zij trad in dialoog met Hein Eersel en het publiek.

Tori Oso

De dialoog begint met de vraag van Hein Eersel, taalkundige, aan Nankoe welke literatuur gerekend mag worden tot de Caribische literatuur. Nankoe laat duidelijk blijken dat zijn geen voorstander is om de Caribische literatuur in te delen vanuit een geografisch optiek. Deze kenner van de Caribische literatuur kiest evenmin voor een historische indeling.

Volgens Nankoe is de tijd aangebroken om naar stromingen te kijken, want achter deze stromingen gaan ook veel ideeën, gedachtes en verwachtingen schuil. “Er moet eerder gekeken worden wat er is geschreven en welke stromingen aanwezig zijn”, vindt deze literatuurwetenschapper. Heel duidelijk en met veel enthousiasme onderbouwt Nankoe haar mening. Zo vrij als een vis zich in het water voelt, zo vrij en boeiend vertelt Nankoe over de geschiedenis van de Caribische literatuur waarin de vele literaire stromingen aan de orde komen. Zij geeft veel voorbeelden van schrijvers die thuishoren bij de verschillende stromingen. Ook worden de thema’s bij elke stroming kort belicht.

De Négritude

Zij begint met de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw waarin auteurs uit de verschillende Caribische eilanden toentertijd Afrika idealiseerden. Alles wat Caribisch Gebied was, was Afrika. Afrika was het moederland, Europa, Azië enz. telde niet mee. Frank Martinus Arion met zijn boek Stemmen uit Afrika is een duidelijk voorbeeld hiervan.

Er was een opkomst van auteurs die zich in een beweging, de Négritude, bundelden met name uit het Frans Caribische eiland Martinique. Deze Négritude-schrijvers stelden Afrika centraal in hun werken.

Gedurende de dialoog kwam Nankoe enkele keren terug op het thema Afrika. “Wat je ziet in de Caribische literatuur is aan het begin van de twintigste eeuw en zeker in Londen en met name Parijs dat er studenten uit de verschillende koloniën bijeenkomen.” Deze aanstaande ‘zwarte’ intellectuelen gaan op zoek naar hun verleden. Uit Martinique is bekend geworden Aimé Césaire (Martinique, 26 juni 1913-17 april 2008). Uit Frans-Guyana kwam Léon-Gontran Damas (28 maart 1912-januari 1978). Uit Afrika, Senegal, Léopold Sédar Senghor (9 oktober 190620 december 2001), die later ook nog president wordt. Zij richtten op de Négritude-beweging.

Deze beweging is volgens Nankoe heel erg belangrijk in de literaire geschiedenis van het Caribische Gebied. Er ontstaat zodoende een link tussen Frans-Guyana (Damas) en de rest van de Frans Caribische eilanden (o.a. Cesairé) en een link met Afrika via Senghor. Afrika werd geïdealiseerd, het moederland, maar dit was de eerste aanzet om het Caribische Gebied te herwinnen of te hervinden. Een belangrijke thema hierbij was het idealiseren van de zwarte vrouw. Alle zwarte personages in hun werken waren de mooiste vrouwen of zwarte godinnen. De gedichten van René André de Rooy (Paramaribo, 1917) staan bekend om de verheerlijking van de zwarte vrouw.

Négritude in Suriname: een voorbeeld

Met deze thematiek (Négritude) toonde ook de Surinaamse Eugène Rellum zich verwant aan dichters uit de négritude-beweging en dan met name met de van Cayenne afkomstige Léon Gontron Damas. Een van de bekendste gedichten over de Surinaamse neger zou ‘Negerschap’ worden:

Negerschap

is als bloeiende vanille

hoog in de bomen van het bos;

in wijde omtrek

laat de geur niemand los,

hij dwingt een ieder

om naar hem

omhoog te kijken


Antillanité

Langzamerhand verandert de ‘Back to Africa’-gedachte in de Antillianiteit (Antillanité) met als bekende schrijver Eduard Glissant (21 september 1928 3 februari 2011). Hij is de absolute grote denker die pleit voor het Antilliaan zijn. Daarom moet, volgens Nankoe, deze schrijver uit Martinique zeker op de leeslijst voorkomen van studenten. “Wij zijn niet meer Afrika, India, en China, wij zijn Antillianen! Daar schrijft Glissant over.”

In Suriname lijkt gedurende de jaren ‘60 en de eerste helft van de jaren ‘70 het merendeel van alle schrijvers - en zeker van alle dichters - er zich terdege rekenschap van gegeven te hebben dat hun inzet een ernstig en concreet realiseerbaar doel diende: de strijd voor de onafhankelijkheid van Suriname! De maatschappelijke betrokkenheid van auteurs was ook altijd groot, maar vanaf het einde van de jaren ‘60 zijn alle maatschappelijke ontwikkelingen praktisch van dag tot dag te volgen in vooral de poëzie. De auteurs identificeerden zich met hun land in de meest letterlijke zin. Eugène Rellum:

Sranan na mi,

mi na Sranan.

Suriname ben ik;

ja, ik ben Suriname.

In dit opzicht was de literatuur van Suriname helemaal in lijn met de massa van niet-westerse letteren.


Creolité

Vervolgens komt de nieuwe generatie van auteurs. Hun stroming wordt de la Creolité genoemd. Bekende auteurs zoals Patrick Chamoiseau (Martinique, 1953), Jean Bernabé (Martinique, 1942), Raphaël Confiant (Martinique, 1951). “Dat zijn drie wilde jongens die gigantische veel schrijven. Zij schrijven niet alleen gedichten en of romans. Zij gaan verder. Zij probeerden bepaalde gedachtengoed te verwoorden”, weet Nankoe dit op een humorvolle manier het publiek mee te delen.

In het Frans Caribische Gebied komen de auteurs op het punt dat de natuur belangrijk werd. Uit de andere taalgebieden zou er een raakvlak getrokken kunnen worden om te kijken welke auteur binnen deze stroming past, “want er zijn nog steeds mensen die leven vanuit de literaire ervaring met de Afrika-gedachte”’, eveneens met de ‘India-gedachte’”, volgens Nankoe.

“Dit betekent dus dat de we het Caribisch Gebied de indeling van letterkunde in talen zouden moeten loslaten, concludeert Eersel. “Een regio met een eigen cultuur, een eigen geschiedenis die tot uitdrukking komt in minimaal vier talen: het Engels, het Spaans, het Nederlands en het Frans. Nankoe vult aan, dat tegenwoordig ook het Frans Creools een erkende taal is. Vooral Haïti schijnt hele goede schrijvers in deze taal voort te brengen.

Thema’s

De thema’s die vaak dan nog aan de orde komen zijn: het slavernijverleden, de koloniale geschiedenis, ras, kleur, exodus naar de metropool etc. Eersel geeft een mooi voorbeeld van de Cubaanse dichter Nicolás Guillén (Nicolás Cristóbal Guillén Batista, 10 juli 190216 juli 1989). In een van zijn mooiste gedichten ‘Balada de los dos abuelos’ probeert hij een duidelijke tegenstelling tussen blank en zwart op te lossen in het mulat zijn.

Ook de klassentegenstellingen komen aan de orde. De Surinaame Dobru heeft het over de bakadyari. Dobru doorbreekt het taboe door het naar buiten brengen van het leven op de bakadyari (achtererven) te beschrijven. Maar niet dit alleen, hij doorbreekt ook het taboe op winti en dat is zeker een groot verdienste van deze grote Surinaamse dichter geweest!


Lucia Nankoe (links), Renate de Bies & Hein Eersel

Tekst en context


Nankoe vervolgt haar gesprek door te vertellen dat auteurs op gegeven moment naar de metropool (moederland) gaan: Parijs, Londen en Amsterdam. Zij geraken ver weg van de Caribische ervaring. De vraag is in hoeverre zijn deze auteurs nog Caribische auteurs. Als voorbeeld wordt de jonge schrijver Karin Amatmoekrim genoemd. Deze schrijfster is geboren in Suriname, maar is opgegroeid in Nederland. In hoeverre is zij nog een Surinaamse auteur? Want in sommige romans zijn deze auteurs weggeraakt van de Caribische context, want hun verhalen spelen dan ook in Europa af.

En als je verweg bent geraakt van de Caribische cultuur, ben je dan nog een Caribische auteur of een Nederlandse auteur?, werpt Nankoe deze vraag op aan de aanwezigen. Misschien een leuk onderwerp voor een volgende causerie! Nankoes babbeltje in Sukru Oso heeft ongetwijfeld zelfs de aanwezige leek in de Caribische literatuur op deze avond absoluut een interessant beeld over de Caribische literatuur gegeven!

[uit DWT, 28-01-2012]

Foto's: Carmen Lie (behalve die van de Arion, Cesaire en Rellum)