Posts tonen met het label Marhe Usha. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marhe Usha. Alle posts tonen

zaterdag 22 maart 2014

Spelregels schrijfwedstrijd Sori yu talenti verscherpt

Clark Accord en Usha Marhé
De voorbereidingen van de tweede editie van de Clark Accord Sori yu talenti-schrijfwedstrijd is wederom in volle gang. Een enthousiaste werkcommissie van jongeren is bezig met de op komst zijnde activiteiten. De foundation werkt aan vernieuwing en verbetering van de doelstellingen van Clark Accord Foundation. Ze is van mening dat de schrijfwedstrijd een project is voor jongeren wat ook door hen moet worden gedragen. Dit zegt voorzitter Mavis Accord.

Artistieke educatie is zeer belangrijk voor de creatieve geest en het emotionele intellect van het individu. Dit gebeurt in de vorm van onder andere schilderen, muziek, spoken word, verhalen vertellen of verhalen schrijven.

...liefde, kracht en respect...

Thema
Het thema van de tweede editie van de schrijfwedstrijd is ‘Liefde, kracht en respect’. Drie kernwaarden van Clark Accords levensmissie. De schrijver van De koningin van Paramaribo, zijn debuutroman, genoot van het leven, hij hield van mensen, had respect voor hen en was verliefd op de natuur van in het bijzonder switi Sranan.

‘Schrijven maakt me vrij en zorgeloos’, was zijn motto. Accord was van huis uit geen schrijver. Als verpleegkundige en later als visagist had hij maar een doel voor ogen: hoe bereik ik de innerlijke mens en hoe zet ik mijn fantasie om in realiteit. Na jaren onderzoek werd zijn droom in 1999 werkelijkheid: de schrijver Clark Accord werd geboren!

Korte verhalen
De foundation heeft voor 2013 weer een mooi en gevarieerd tribuut in petto. Jongeren vanaf 15 t/m 30 jaar mogen weer dingen naar de felbegeerde Sori yu talenti-trofee en een geldbedrag van 500 euro. De trofee is een waardevol kunstwerk, speciaal ontworpen door een Surinaamse kunstenaar en gemaakt van duurzaam Surinaams hout.

De inzendingen moeten korte verhalen zijn. Het ingezonden verhaal moet minimaal 2000 woorden en niet meer dan 3000 woorden bevatten. Het thema van het verhaal moet liefde zijn. De uitslag van de schrijfwedstrijd is op 6 april 2013. Dit gebeurt met een heuse buku prisiri, een Surinaams boekenbal waar auteurs, debutanten, uitgevers en kunstzinnige mensen uit Suriname in een informele, feestelijke sfeer samenkomen.

Kwaliteit
De foundation legt de nadruk op kwaliteit en ze zal deze keer een strengere selectie maken uit de inzendingen. De verhalen zullen door een preselectie gaan, voordat deze goedgekeurd worden voor deelname aan de wedstrijd. De inzendingen zullen door een leesteam eerst op stijl en grammatica worden gescreend.

Daarom vraagt de foundation de deelnemers voldoende tijd te besteden aan hun verhaal door zo min mogelijk verhalen in te zenden met taal- en stijlfouten. Els Moor heeft een heel mooi doordenkertje geformuleerd tijdens onze schrijftraining: Als je een blouse in de winkel koopt en zij heeft vlekken, wat doe je dan? Met andere woorden als je wil dat je verhaal gelezen wordt door publiek, is het niet meer van jou. Dus moet je ervoor zorgen dat het foutloos is.

De verhalen kunnen per heden worden opgestuurd naar caf_pr@hotmail.com. 

Surinamerivier. Foto © T. Vaessens

zaterdag 25 januari 2014

Read my World 2014: De preview

Hedendaagse literatuur in de Caraiben



Op 1 februari presenteert Read my World in het Bijlmer Parktheater twee van de drie curatoren van het aankomende Read my World Festival 2014. Ruel Johnson, dichter en auteur (Guyana), en Sharda Ganga, theatermaakster, columnist en socioloog (Suriname) introduceren de hedendaagse Caraibische literatuur zoals zij die lezen. Beiden maakten ze een selectie van auteurs die er in hun optiek op dit moment in het bijzonder toe doen. Het zijn vaak jonge, nog onbekende auteurs, maar vol talent.

Samen zullen zij in gesprek gaan met journalist Maarten Westerveen over auteurs als Mosa Telford (toneelschrijfster, Guyana), Vladimir Lucien (dichter, St.Lucia), Shivanee Ramlochan (dichter en criticus, Trinidad), Sarah Bharat (journalist, Guyana), Joan Hillhouse (schrijfster, Antigua), Shakirah Bourne (roman- en scenarioschrijfster, Barbados), Davlin Thomas (toneelschrijver, regisseur, Trinidad & Tobago), Kendel Hippolyte (dichter, toneelschrijver, regisseur, St.Lucia), Keegan Maraj (spoken word, Trinidad & Tobago), Sheldon Shepherd (dub poet, muzikant, acteur, onderdeel van collectief NoMaddz), Adrian Green (spoken word, Barbados), Amba Chevannes (toneelschrijver, Jamaica) en Francis Urias Peters (toneelschrijver, muzikant en componist, Grenada).

Daarnaast zal rapper en spoken word-artiest Gikkels (Bijlmerstyle) present zijn. Met zijn ritmische en historisch en politiek bewuste spoken word-teksten zal hij de avond openen en afsluiten. Ook UNOM, spoken word artiest van Poetry circle nowhere, zal zijn “I-tell-you-like-it-is” stukken de wereld in komen sturen.
De Surinaamse journalist en schrijfster Usha Marhé zal een column voordragen over het grensgebied tussen journalistiek en literatuur.
De avond wordt verder aangekleed door Jazz-duo 2Souled, bestaande uit Andro Biswane en Lushell Young.

Bijlmer Parktheater, Amsterdam Zuid-Oost

Zaterdag 1 februari 2014
Aanvang: 20:00
Entree: 8,50 euro.

Over de deelnemers
Ruel Johnson (1980) is verhalenschrijver en dichter in Guyana. Voor zijn meest recente verhalenbundel Collected Fictions ontving hij de Guyana National Prize. Omschreven als de beste van zijn generatie Caraibische auteurs, schuwt hij ook het politieke debat niet en weet hij zich regelmatig in het middelpunt van de Guyanese politieke discussie te plaatsen.

Sharda Ganga is theatermaakster, columniste en sociologe. Met haar organisatie Projekta onderwerpt ze de hedendaagse Surinaamse samenleving structureel aan kritisch onderzoek, dat ze vervolgens gretig toepast en uitwerkt in haar schrijfwerk.

Gideon Everduim, alias Gikkels, is rapper, spoken word artiest en politicus. Afgelopen jaar mengde hij zich actief in het debat over sociaal profileren en racisme bij de politie. Eerder richtte hij ook al een eigen lokale politieke partij op onder de naam Bijlmerstyle.

UNOM wordt geïnspireerd door zijn moeder, filosofieboeken, Zero 7, door de liefde, Jules Deelder, door wijze uitspraken van Bob Marley, Bill Clinton en Gandhi, door het existentialisme en soms simpelweg door 1 blik, 1 woord of een gebaar. Dat is genoeg om zijn pen te doen grijpen en een van zijn steeds bekender wordende “I-tell-you-like-it-is” stukken de wereld in te sturen. Stiekem ook nog begaafd met een zangstem en een flinke dosis ritme.

Usha Marhé is journalist, schrijfster en columnist. Bewustwording en empowerment lopen als een rode draad door haar werk heen. Met haar eerste (non-fictie) boek over incest in de Surinaamse samenleving (Tapu Sjén/Bedek je schande) doorbrak zij de ongeschreven Surinaamse code van stilzwijgen, van tapu sjén. In de short stories van haar tweede boek ‘Dulari – de weg van mijn naam’ (fictie) laat zij de veerkracht van vrouwen zien. Marhé organiseerde in 2000 samen met het Tropeninstituut een 5-daags programma over traditie en vernieuwing. In 2008 was ze gast van het internationale literaire programma Winternachten in Nederland, en in 2010 van een internationale schrijversconferentie in Suriname. www.ushamarhe.nl

Maarten Westerveen (Groningen, 1981) studeerde Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij werkt sinds 2007 voor de VPRO, eerst bij Geert Maks ‘In Europa’, daarna voor het cultuurprogramma De Avonden en nu voor Nooit meer slapen. Westerveen heeft een aantal radiodocumentaires en een hoorspel gemaakt en verzorgde in 2012 een Marathoninterview.

vrijdag 3 januari 2014

Interview met Usha Marhé (3 en slot)

Foto @ Charl Danoe

Je bent recentelijk voor een langere periode naar Suriname teruggekeerd. Vanwaar die keuze?
Ik was toen 20 jaar in Nederland. Ik heb er nooit zo lang willen blijven, maar omstandigheden hebben anders beslist. Plotseling ben je dan 20 jaar niet in je geboorteland. Ik liep al een tijdje met de gedachte rond om te remigreren en ik wilde voor langere tijd in de buurt van mijn nanie zijn. Dus heb ik dat gecombineerd door zes maanden te gaan om onder andere uit te zoeken of remigreren voor mijn ontwikkeling zinvol is. Fysiek en emotioneel voel ik me geweldig in Suriname, maar voor mijn schrijfwerk en alles wat daarmee samenhangt was de conclusie destijds dat het onverstandig zou zijn. Voor mij blijft het voorlopig ‘twee landen één gevoel’.

Welk advies zou je de mensen willen meegeven die een terugkeer naar Suriname overwegen?
Ga eerst een half jaar of langer daar wonen voordat je een definitieve beslissing neemt. Je ziet pas hoe het echt is als je weer onderdeel bent van de maatschappij. En als je de stap neemt, wees je bewust van de realiteit: noch Nederland, noch Suriname is voor honderd procent een paradijs. En zoals Roué Verveer het in een eerder interview tegen jou zei: je moet je ervan bewust zijn dat je van een eerste wereldland naar een derde wereldland terug gaat. Maar als je de stap neemt: ga er volledig voor.

Matapica. Foto @ Settie


Wat mis je het meest aan Suriname?
De warmte, de rivieren, het gekwaak van de kikkers in de avonduren, het gefluit van vogeltjes al voordat de zon opkomt, baden in de regen, de prachtige bloemen en bomen, de vertrouwdheid van dat waarmee je bent opgegroeid en natuurlijk mijn nanie, de persoon in mijn leven met wie ik een sterke verbinding heb. Ik heb mijn tweede boek en mijn bedrijf Bara Babe aan haar opgedragen.

Je bent een tijdje geleden gestart met je onderneming Bara Babe. Zou je ons daar wat meer over willen vertellen? Vanwaar dat idee eigenlijk?
Jaren geleden plaatste ik een keer een foto van zelfgebakken bara’s op Facebook. Echte bara’s, zoals ik van mijn nanie heb geleerd om ze te maken. Sang, als je zag hoeveel reacties daarop kwamen van vrienden uit Suriname, Nederland en elders! Wat bleek: die vrienden vertelden mij dat je noch in Suriname, noch in Nederland nog echte, smakelijke bara’s kunt vinden in de winkels. Aangezien ik ze nooit koop, wist ik dat niet. Toen bleek dus dat bara soulfood is voor heel veel mensen. Ik ben me erin gaan verdiepen en had heel veel lol om samen met mijn vrienden op Facebook van alles te bedenken, zij kwamen met het idee dat ik een bedrijf moest beginnen, en zo is uiteindelijk ook de naam Bara Babe bedacht. Ik vond het wel spannend om het ondernemerschap uit te proberen, maar voordat ik officieel zou beginnen, wilde ik eerst dat mijn nanie me haar asirbaat, haar zegen zou geven. Dus heb ik in Suriname bara’s voor haar gebakken om te proeven, en ze gaf toen haar goedkeuring. Van het een kwam het ander en uiteindelijk heb ik het bedrijf in september 2011 bij de KvK ingeschreven. Je kunt sindsdien vers gemaakte, ouderwets lekkere bara’s bij mij bestellen. Ik maak ze zelf. (Red: www.barababe.nl)
 
Ghugheri (kikkererwten), bara's en appelchutney
Ik heb je appelchutney geproefd, hoe ben je op het idee voor appelchutney gekomen?
Bij bara hoort natuurlijk ook spicy chutney. Maar in Nederland heb je geen manja- of birambiebomen om chutney te maken. Ik dacht aan de lessen van onze voorouders, die uit verre landen in Suriname aankwamen en het moesten doen met wat er daar was. Zo hebben de Indiase voormoeders ons de bara en chutney doorgegeven en werd onze bara een typische Caraïbische snack. Dus ben ik zure appels als vervanging van manja gaan gebruiken, en dat levert zeer smakelijke chutney op. Ik ben er trots op dat ik kan zeggen dat mijn bedrijf als eerste aanbieder deze ambachtelijke appelchutney op de markt heeft gebracht.

Wat denk je het meest te missen aan Nederland als je zou terugkeren?
Italiaans, Thais en Indiaas eten, de verbinding met de rest van de wereld, de open communicatie, het diverse aanbod van kunst en cultuur in theaters en andere cultuurhuizen, de toegang tot boeken en informatie, de anonimiteit die voor een schrijver best wel prettig is, de vele culturen die er zijn. En dat het aanvragen en verkrijgen van simpele dingen als een paspoort of een document goed geregeld is, je bent niet afhankelijk van de goodwill van een ambtenaar. En natuurlijk Amsterdam, waar ik woon, het is een bijzondere enclave binnen de nogal provinciaalse kleinheid van Nederland.

Heb je in Nederland ooit met discriminatie te maken gehad?
Seksisme en racisme komen overal voor, dus ja, maar ook in Suriname heb ik ermee te maken. In Nederland kom ik het als zwarte vrouw tegen, als uitsluitingmechanisme wat betreft werk en kansen. En in Suriname kom ik precies hetzelfde tegen, maar dan zoals de maatschappij mij daar ziet, als hindostaanse vrouw. De invalshoek is net anders, maar de gevolgen zijn hetzelfde. Uitsluiting. Zo is mij in Suriname ooit gezegd dat ik geen discussieprogramma - naar het voorbeeld van de Oprah Winfrey Show - op televisie mocht presenteren, omdat het politiek gezien niet kon dat iemand met een hindostaans uiterlijk een nationaal boegbeeld van change zou worden. Tsja… In Nederland is de variatie daarop dat men onbewust denkt dat een zwarte vrouw nooit moderner kan zijn en denken dan een wit persoon.
 
Foto @ Sami Edlinnienogti
Heb je politieke ambities?
Ehm… nee, niet echt, want om mee te doen zou ik lid moeten worden van een politieke partij. In een politieke carrière moet je vooral nazeggen wat die partij dicteert en moet je je houden aan de hiërarchie in die partij. Dat druist helemaal in tegen mijn nieuwsgierigheid en onafhankelijke manier van denken.

Stel dat je voor één keer tot president van Suriname zou worden verkozen. Wat zou je dan als eerste hebben aangepakt?
Een sterke, moedige vrouw als president van Suriname. Wauw… Ik hoop dat nog mee te maken voordat ik doodga. Maar misschien is het al geweldig als we meemaken dat een vrouw ooit de leider van een politieke partij wordt. Maar nee, president ga ik niet worden, al fantaseer ik er wel regelmatig over wat er aan leiderschap nodig is, want Suriname heeft werkelijk alles om er een fantastisch land van te maken. Kun je je voorstellen hoe krachtig een maatschappij is, waarvan de fundering wortelt in zelfkennis, zelfvertrouwen, samenwerking, dankbaarheid voor al het moois wat het land ons biedt, en een rechtvaardig rechtssysteem? In zo’n maatschappij gedijt corruptie niet, want het grootste deel van de bevolking zal er dan geen behoefte meer aan hebben omdat zij weten dat op een normale manier aan hun behoeften voldaan zal worden. De omslag naar zo’n fundering is het resultaat van een langdurig proces van bewustwording. Onderwijs speelt daar een belangrijke rol in. Suriname heeft een moedige en bezielende leider nodig die niet dogmatisch en autoritair is, die niet etnisch denkt en handelt, en die van zijn partij geen gang maakt die het land in gijzeling houdt. Een president die durft het verkiezingsstelsel eindelijk in een rechtvaardiger, moderner stelsel te veranderen, ook als dat zou inhouden dat de president die dat doet zijn eigen positie in een volgende ronde zou kwijt raken. Een president die moedig genoeg is om Suriname te transformeren van een zielloze consumptiemaatschappij in een gezondere, bezielde productiemaatschappij. En een president die durft om de ontwikkeling van de ‘groene potentie’ van Suriname voorrang te geven, wat ons in de regio uniek zou maken en het toerisme een voorsprong zou geven. Zoetwater, zonne-energie en andere groene zaken als exportmiddel. Ik kan nog even doorgaan, want er zijn zoveel dingen te doen in ons land. Wat ik zeker zou doen als ik die vrouw zou zijn die president zou worden, is de manier waarop grond wordt verdeeld flink aanpakken. Ik zou met mijn regering en het parlement bekijken hoe je oneerlijke deals terug kunt draaien, en zou laten onderzoeken hoe het mogelijk gemaakt kan worden dat elke Surinamer bij zijn 21ste verjaardag eigenaar kan worden van een eigen stuk grond, tegen een zeer zacht prijsje. Als basis om zelf verder te sparen en te bouwen. Ik geloof erin dat als je mensen vooruitzichten geeft, ze daar energie van krijgen en enorm hun best doen om iets van hun leven te maken. Dat komt de hele maatschappij ten goede. Want mensen die down zijn omdat ze steeds maar moeten hosselen en struggelen om aan hun basisbehoeften te komen, hebben geen energie meer om aan de opbouw van het land mee te werken, integendeel worden ze alleen maar boos en verbitterd. Ja, ik droom van de vele mogelijkheden die ik zie.
 
Grani voor de bigisma
Voor wie heb je een enorme bewondering?
Voor al onze Surinaamse voorouders, die in moeilijke omstandigheden toch kans hebben gezien iets achter te laten waarop hun kinderen en kleinkinderen voort konden bouwen, waardoor wij nu zijn waar wij zijn, we stand on their shoulders. Voor mensen als mijn nanie en Nelson Mandela, en nog zoveel andere mensen die against all odds van niets naar iets zijn gegroeid op eigen kracht. Mensen die niet konden steunen op naam en faam, maar die iets wilden doen en bereiken om van deze wereld een betere wereld te maken, en begrepen dat ze eerst zichzelf moesten verbeteren en dat integriteit daarbij een grote rol speelt.

Heb je in het leven bereikt wat je voor ogen had/hebt?
Wat ik voor ogen had als 18-jarige is in 1982 in rook opgegaan, want in december van dat jaar ging de duisternis aan in Suriname. Niet dat er sindsdien niks goeds is gebeurd, maar die duisternis overschaduwt sindsdien alles. Mijn generatie, de huidige veertigers, zou nu het bestuur van het land vormen, als we niet waren weggejaagd toen we tieners en twintigers waren. Door alles wat sinds de decembermoorden is gebeurd, is het grootste deel van de bevolking maar vooral deze generatie getraumatiseerd geraakt, een trauma dat onze verdere levensloop en keuzes heeft bepaald. We moesten met z’n allen bij de dag leren leven en surviven. Wat op mijn pad kwam heb ik opgepakt, en van daaruit heb ik nieuwe keuzes gemaakt. Als ik terugkijk heb ik ondanks alle tegenslagen iets goeds van mijn leven kunnen maken door naar inspirerende voorbeeldfiguren te zoeken, door mijn kwaliteiten te ontwikkelen en er een vast vertrouwen in te hebben dat er altijd iets beters mogelijk is. Wat Suriname betreft hoop ik van harte dat we allemaal mogen meemaken dat het licht weer aan gaat.
 
Mark Jong Pin. Foto @ Jacco Breedveld
Wat vind je van het hele gebeuren rond de amnestiewet?
Het is politieke interventie in eerlijke rechtsgang. Het misbruiken van de wet en democratische instituten om een eerlijke rechtsgang te ontlopen en dwars te zitten is in mijn ogen een grote schuldverklaring. Het is een bewijs van manipulatief leiderschap en van machtsmisbruik.

Hoe zie je Suriname in het jaar 2050?
Ik hou van Suriname, die liefde maakt dat ik in mijn geboorteland zal blijven investeren, en uiteindelijk zal mijn as ook in een Surinaamse rivier worden gestrooid, maar de liefde maakt mij niet blind. Ik denk ook dat je juist uit liefde voor je land en je gemeenschap kritisch moet blijven. Ons land is een prachtige opeenstapeling van mogelijkheden, van natuur, van gecombineerde culturen. Maar als wij ons collectief denken niet veranderen, dan zal er geen change komen, want dan zullen de structuren niet veranderen en zal het in 2050 zijn zoals het nu is. Dertig jaar geleden liepen de straten onder water, nu lopen diezelfde straten nog steeds onder water. Als je wilt dat de toekomst anders wordt dan moet je dingen in het nu veranderen, to create a new history of behaviour, zodat je over dertig jaar kunt zeggen dat de straten niet meer of bij hoge uitzondering onder water lopen.

Welke persoonlijke boodschap zou je willen uitdragen?
Lees en blijf lezen! Kijk verder dan angst, kleur, geslacht, afkomst, religie, landsgrenzen… bevrijd jezelf van die hokjes, dan zul je zien hoeveel ruimte er in jezelf vrijkomt, en hoeveel mogelijkheden je plotseling ziet voor samenwerking en opbouw. Bob Marley zong het zo: ‘Emancipate yourself from mental slavery, none but ourselves can free our mind.’ De auteur Marianne Williamson geeft de richting van dat emancipatieproces mooi weer: “As we let our own light shine, we unconsciously give other people permission to do the same. As we are liberated from our own fear, our presence automatically liberates others.”


Tenslotte woordassociatie:
Politiek - Gebrek aan integriteit
Sport - Onmisbaar voor een gezonde geest en lichaam
Religie - Ik ga liever uit van spiritualiteit
Werk/Carrière - Trots en dankbaar, maar vergankelijk
Vrouwen - Krachtige wezens die meer kunnen dan ze denken
Bouterse - Afbraak. Jammer, jammer, jammer…
Ouders - Hebben vanuit hun beperktheden en mogelijkheden hun best gedaan
Geld - Energie
Vriendschap - Onmisbaar
Burgerlijke staat - Single
Nederland - Groei
Suriname - Thuis
NoSpang.com - Vriendschap


Meer informatie over Usha Marhé op haar website: http://www.ushamarhe.nl/

donderdag 2 januari 2014

Interview met Usha Marhé (2)

Usha Marhé. Foto @ Navin Kisoensingh
Welke titels heb je recentelijk gelezen?
Ik ben nu bezig met Het korte leven maar wonderbare leven van Oscar Wao van de Dominicaanse auteur Junot Diaz. Daarvoor heb ik Mevrouw Verona daalt de heuvel af van de Belgische schrijver Dimitri Verhulst gelezen, en daarvoor twee boeken van de Chileense schrijfster Isabel Allende: Het eiland onder de zee en Het negende schrift van Maya.

Waarom lees je dat soort boeken?
Door te lezen kun je gratis reizen. En het zijn stuk voor stuk prachtige verhalen. De boeken van schrijvers als Isabel Allende, Junot Diaz, Julia Alvares en Edwidge Danticat fascineren mij enorm, omdat ik via hun werk veel meer leer over het Caraïbisch gebied, waar Suriname sociaalhistorisch deel van uitmaakt. Zo leer je dat Suriname niet uniek is qua recentelijke ontwikkelingen. Je herkent veel van de dynamiek van de Surinaamse situatie vanaf de staatsgreep in 1980 terug in een boek als Het feest van de bok van Mario Vargas Llosa. De titel verwijst naar de bijnaam ‘de bok’ van Rafael Trujillo, die hij kreeg vanwege zijn seksuele driften. Hij heerste langer dan dertig jaar als een wrede dictator over de Dominicaanse Republiek, je kunt zeggen dat hij de Hitler van het Caraïbisch gebied is geweest. Trujillo haatte zwarte mensen, in 1937 gaf hij de opdracht tot de genocide van ongeveer 20.000 zwarte Haïtianen, bij de Dajabón River, een oversteekplaats tussen Haïti en de Dominicaanse Republiek, die ook bekend is onder de naam Massacre River. In de roman Land voor de levenden van Edwidge Danticat beleef je deze periode en de massamoord mee. Er is dus al heel lang een zeer gespannen relatie tussen deze twee landen.
Rafael Leonidas Trujillo

 Als je dat leest in die romans, dan begrijp je ineens waarom er zoveel Dominicanen en Haïtianen naar landen in de regio zijn gevlucht, ook naar Suriname. En dan begrijp je ook waarom een recent nieuwsbericht van november 2013 zoveel deining veroorzaakt binnen de Caricom. Door een vonnis van het Constitutioneel Hof van de Dominicaanse Republiek dreigt dit land ruim 250.000 personen hun nationaliteit te ontnemen, voornamelijk mensen van Haïtiaanse origine die in de Dominicaanse Republiek zijn geboren. Trujillo is in 1961 vermoord, zijn heerschappij heeft diepe sporen achtergelaten en zal nog heel lang gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het land. Mijn fascinatie ligt in de herkenning met de Surinaamse situatie tijdens de dictatuur van de jaren ’80 en de nasleep die we tot de dag van vandaag voelen. Het is niet precies zo bij ons gebeurd, maar de dynamiek is wel hetzelfde. De angst die de maatschappij verlamt en vergiftigt, de censuur en zelfcensuur, de verdwijningen, de verharding die samen gaat met de verarming van normen en waarden, het systeem van verklikkers, de schaamteloze corruptie, de uitschakeling van organen als de vakbond, het manipuleren van wet en recht, het is allemaal heel herkenbaar.

Ga je over die periode ook een verhaal schrijven?
Heb ik al gedaan. Het laatste verhaal in mijn tweede boek Dulari – de weg van mijn naam speelt in die tijd in Suriname. Via de personages beleef je die tijd mee.

Wat is de reden geweest naar Nederland te vertrekken?
Mijn journalistieke nieuwsgierigheid werd niet echt gewaardeerd door het autoritaire gezag in Suriname, destijds het militair bewind dat aan de touwtjes trok, ook al hadden we in 1987 verkiezingen gehad. Toen ik achter elkaar van twee personen uit het militaire kamp het ‘dringende advies’ kreeg het land te verlaten voor mijn eigen veiligheid, kon ik het gevaar niet meer negeren, ook al was ik kapot van verdriet dat ik weg moest.

Vind je dat Suriname onafhankelijk had moeten worden?
Ik heb daar jarenlang over nagedacht, en ben nu tot de conclusie gekomen dat ik die vraag niet meer zo belangrijk vind, omdat het een feit is dat niet meer terug gedraaid kan worden. Wat voor mij belangrijk is, is om te kijken naar het patroon waarbinnen de formalisering van de onafhankelijkheid heeft plaatsgevonden. Dat patroon is namelijk voorspellend voor de toekomst. In het Engels zegt men: the best predictor of future behavior is past behavior. Als je tussendoor geen pas op de plaats maakt voor zelfreflectie en om van je fouten te leren, dan is dat inderdaad zo. Kijk, het was logisch dat Suriname ooit onafhankelijk zou worden. En hoe je het ook wendt of keert, alle kaarten lagen goed bij de onafhankelijkheid, we bulkten van het geld en de kansen om ons als land en volk te ontwikkelen waren legio. Helaas hebben de keuzes van egoïstische politici ons naar geldverspilling, zakkenvullerij en een staatsgreep toe geleid. Alleen maar afbraak. En natuurlijk moeten we kritisch naar de koloniale periode kijken, maar als je die periode gebruikt om je eigen fouten goed te praten, dan ben je fout bezig. Ik weet dat mensen graag met hun vingertje naar Nederland wijzen - wat overigens een hinderlijke Nederlandse gewoonte is, die Surinamers ook hebben -, maar het wordt tijd dat Suriname ziet dat het zelf verantwoordelijk is voor de keuzes die er sinds 1975 zijn gemaakt. Sinds we onafhankelijk zijn geworden, is er in wezen niet zoveel veranderd, alleen de mensen door wie we worden uitgebuit zijn van kleur en gezicht veranderd. We zitten als maatschappij gevangen in een slachtoffercultuur. De periode van de kolonisatie is voorbij, maar de structuur van de slavenmaatschappij is nog geheel actief.
 
Officierswoningen Fort Zeelandia, Paramaribo
Speelt slachtofferschap ook een rol in jouw werk als schrijfster?
Jazeker. Ik heb het jarenlang bestudeerd om het te kunnen doorgronden. Het thema van mijn eerste boek Tapu Sjén is incest en in bredere zin seksueel misbruik. Via de uitwerking van dit thema krijg je een diepgaand beeld van het patroon van slachtofferschap waar onze maatschappij van doortrokken is, en hoe dat nog steeds van generatie op generatie wordt doorgegeven. We hebben daardoor als maatschappij ook veel last van post traumatische stress, zonder dat we het door hebben. Dat zie je onder andere terug in het dagelijkse verkeersgeweld. Slachtofferschap is een reactiepatroon dat je als mens en als maatschappij kunt ontgroeien door bewust verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen keuzes en handelingen. Door ruimte voor zelfreflectie creëer je ruimte voor inzicht en verbetering.
 
Veel verkeersslachtoffers in Suriname
Wat is je grootste ergernis in Suriname?
Ik vind het treurig hoe men zich in het verkeer gedraagt, een auto lijkt wel een moordwapen te zijn geworden. Voor zo’n kleine bevolking heeft Suriname veel verkeersslachtoffers. In 2011 waren er 206.052 geregistreerde voertuigen in het land, en dat op een bevolking van ongeveer een half miljoen mensen en met een wegennetwerk dat er totaal niet op berekend is. Baap re baap… Dat is vragen om problemen. Het rijgedrag is helemaal tegengesteld aan het idee dat de Surinamer van zichzelf heeft: vriendelijk, behulpzaam en vredelievend. Dus echt niet hé.
Winter brrrr

Wat is je grootste ergernis in Nederland?
De winter. Brrrr…. Ik zal daar nooit aan wennen, van mij mag dat jaargetijde worden overgeslagen.

Wat zijn je hobby’s?

Fotografie, soms doe ik ook betaalde opdrachten. Ik hou van lopen, en kijk graag naar documentaires, comedies en films. Varen over de Surinaamse rivieren heeft voor mij iets magisch. Koken vind ik erg leuk, ik eet geen vlees, dus probeer ik voor de variatie best wel vaak nieuwe recepten uit.

[wordt vervolgd]

Interview met Usha Marhé (1)

Foto © Usha Marhé
Bewustwording en empowerment lopen als een rode draad door het werk en leven van de Surinaamse schijfster Usha Marhé. Met haar eerste, taboedoorbrekende boek Tapu Sjén/Bedek je schande – Surinamers en incest trok zij veel aandacht. Een kennismaking met deze inspirerende schrijfster.

Usha wil je ons vertellen waar je geboren bent?
Ik ben geboren in het Sint Vincentiusziekenhuis in Paramaribo, dichtbij de St. Alphonsiusstraat waar mijn ouders toen woonden.

Hoe wil jij je jeugd in Suriname het beste beschrijven?
Zoet en zuur. Ik heb herinneringen die me kracht geven, en herinneringen die me pijn doen. De uitkomst van de optelsom is dat ik zeer blij ben dat ik in Suriname ben geboren en getogen.

Wat is voor jou typisch Surinaams?
Een negatieve associatie: de communicatie over het algemeen, en in het bijzonder je niet aan afspraken houden en ook niet tijdig afzeggen als je niet meer komt of niet melden dat het later wordt. Positieve associaties: het eten, en de mengelmoes van culturen inclusief de bijbehorende talen maken dat ik mij erg rijk voel. Die culturen en talen zijn als een ‘galaxy’ die je verbinden met zoveel interessante en mooie landen in de wereld, zoals onze herkomstlanden India, Ghana, Indonesië, China, en met soortgelijke landen qua geschiedenis zoals Mauritius en Guyana. Door bijvoorbeeld Hindi, Chinees en Bahasa Indonesia te kennen heb je als Surinamer aansluiting op landen met samen meer dan 2 miljard bewoners!

Vanwaar eigenlijk je interesse in schrijven?
Ik heb altijd van lezen en verhalen gehouden, ik was thuis de boekenwurm. Ik kon via al die verhalen mijn horizon verbreden, zo voelde het. Het lezen heeft mij geholpen te ontsnappen aan de autoritaire opvoeding en het autoritaire schoolsysteem die toen normaal waren in Suriname, maar die voor mij een benauwend keurslijf vormden. Eigenlijk voedde ik mezelf op door zoveel mogelijk te lezen. Hoe ik van lezen naar schrijven ben gegaan, kwam door toeval. Vanaf de vijfde klas lagere school wilde ik kinderrechter worden, ik vond dat volwassenen in Suriname niet goed omgaan met kinderen en wilde voor kinderen opkomen, als kinderrechter. Ik zat toen op de Zinniaschool. In de jaren ’80 zat ik op het Miranda Lyceum. Na 8 december 1982 durfde ik geen rechten meer te studeren, omdat juist mensen die zich daarmee hadden bezig gehouden waren vermoord. In 1986, mijn laatste schooljaar, was er een inval van militairen op het Lyceum [Dit moet zijn op het Openbaar Atheneum (HAVO-I) - red. CU], studenten werden achterna gezeten door gewapende mannen. Ik zal nooit vergeten hoe angstig we toen waren en hoe we van het schoolerf renden om niet in hun handen terecht te komen. De school werd toen twee maanden gesloten door het militair bestuur van het land, we moesten het hele schooljaar volmaken in de tijd die overbleef. Na het behalen van mijn VWO-diploma wist ik door al deze gebeurtenissen eigenlijk niet wat ik wilde doen. Ik woonde toen al zelfstandig, werkte en begon met een avondstudie op het IOL (Instituut voor de Opleiding van Leraren), maar dat was zo saai dat ik ermee ben gestopt. Het volgende schooljaar begon ik op de AHKCO (Academie voor Hoger Kunst en Cultuur Onderwijs) met de studie tot maatschappelijk werkster, ik wist dat ik iets wilde doen met en voor mensen. Intussen was ik op zoek naar een nieuwe baan. Bij het nieuwsagentschap SNA zocht de hoofdredacteur naar iemand die hij kon opleiden, en die goed was in talen en vlot was as in mensen durfde aan te spreken. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Via een training on the job ontdekte ik mijn schrijftalent, de hoofdredacteur was net als ik blij verrast. Ik maakte mij het vak ook snel eigen omdat ik van nature nieuwsgierig ben en van verhalen hou, mijn karakter, leesgierigheid en levenshouding vielen heel goed samen met het beroep van de journalistiek. Al dat lezen kwam me nu erg goed uit, het hielp me met het begrijpelijk formuleren van berichten. Voordat ik solliciteerde had ik er nooit eerder aan gedacht om iets met journalistiek of schrijven te doen. Ik ben vreselijk blij dat ik via dit ‘toeval’ mijn talent ontdekte, en heb veel gedaan om het verder te ontwikkelen.

Intussen heb ik twee gepubliceerde boeken op mijn naam staan en heb ik veel bedrijven en mensen geholpen hun boekjes of andere publicaties vorm te geven en te publiceren. Met mijn eerste boek Tapu Sjén, over Surinamers en incest heb ik het taboe op praten en schrijven over incest binnen de Surinaamse samenleving doorbroken.

Zit er nog een boek van je aan te komen?
De schema’s voor nieuwe boeken staan in mijn pc, en intussen heb ik nog een idee ontwikkeld voor iets wat een short story of ook een boek moet worden.

Wanneer komen die boeken uit?
Ik kan geen exacte datum noemen. Maar er komt zeker weer een verhaal of een boek. Na het publiceren van mijn tweede boek heb ik besloten een aantal jaren bewust afstand te nemen. Het schrijven van fictie slokt je helemaal op, jarenlang. Je geeft je sociale leven op en je moet ervoor waken om niet te verdwijnen in die parallelwereld waaruit de verhalen komen, de personages worden je familie en lijken net echt. De scheidslijn met de realiteit kan flink vervagen omdat je steeds bij je personages in die parallelwereld vertoeft, je bent en wordt hen, want je moet precies weten wat ze denken en wat hun volgende gedachte of handeling zal zijn, om het verhaal te kunnen schrijven. Sommige auteurs raken verdwaald in die parallelwereld, dat is o.a. met Bea Vianen en Edgar Caïro gebeurd. Zij zijn mijn schrijfvoorbeelden wat Surinaamse auteurs betreft. Maar hierin zijn zij voor mij een waarschuwing: neem afstand na elk boek. De publicatie van een boek, de reacties die erop volgen, de golven die zo’n boek in de maatschappij veroorzaakt, dat alles verandert je leven en je bewustzijn, zeker als je een geëngageerde schrijver bent, ik denk dat het vergelijkbaar is met de geboorte van een kind. Beide boeken veranderden mijn leven compleet, in goede zin. De laatste tijd voel ik de schrijfkriebels weer komen.

[vervolg klik hier]

[van Nospang.com


vrijdag 20 september 2013

Surinamers en incest anno 2013

door Usha Marhé

Er ging een schokgolf door de Surinaamse samenleving heen (zowel in Suriname als in Nederland) toen vorig jaar bekend werd dat André Pakosie was opgepakt wegens het seksueel misbruiken van zijn dochter. Vanaf de eerste berichten is zijn naam voluit genoemd. Zeer waarschijnlijk omdat hij een bekende is in de Surinaamse gemeenschap, van wie je zou denken dat hij beter zou moeten weten. Pakosie is natuurgenezer, eigenaar van een fytotheek in Utrecht, schrijver, marrondeskundige en kapitein van de Aukanisi in Nederland, een functie die hij in december 2012 per brief heeft neergelegd. De verbijstering en het ongeloof in de Surinaamse gemeenschap maken dat men nog steeds niet makkelijk over zijn arrestatie praat. Maar het is toch echt waar. De bewijzen en berichten liegen er niet om.
 
André Pakosie. Foto © Ruud Voest
André Pakosie (58) is op 19 oktober 2012 in zijn woonplaats Utrecht opgepakt en zit sindsdien vast in de gevangenis. Hij is officieel aangeklaagd wegens: 1. verkrachting, 2. ontucht met een minderjarige met misbruik van gezag, 3. verspreiding, vervaardiging, invoer, uitvoer en bezit van kinderporno. Het staat vast dat Pakosie incest met zijn dochter heeft gepleegd: er is op video vastgelegd hoe hij zijn dochter misbruikt, de politie heeft meerdere opnames gevonden in zijn computers, die bij zijn aanhouding in beslag zijn genomen.

Seksueel misbruik is machtsmisbruik. “De essentie van seksueel misbruik is dat een der partijen (het slachtoffer) gedwongen wordt tot seksuele handelingen door een ander (de dader), die vanwege zijn of haar positie fysieke en/of psychologische macht over het slachtoffer uitoefent en hem/haar daardoor kan dwingen de seksuele handelingen te ondergaan. Alle vormen van seksuele handelingen, waarbij het slachtoffer het gevoel heeft dat zij/hij ertoe gedwongen is of wordt, zijn samen te vatten onder de noemer seksueel geweld.” (*)

“Onder seksueel geweld vallen ook incest, verkrachting en aanranding. De handeling waarbij een vrouw door een man met geweld de bosjes wordt ingesleept en fysiek wordt gepenetreerd, wordt doorgaans verkrachting genoemd. Bij aanranding wordt ook geweld gebruikt om ontuchtige handelingen te ondergaan of te plegen. De begrippen incest en verkrachting worden door incestslachtoffers vaak in één adem genoemd, omdat incest nog geen wijdverbreid begrip is. Incest is seksueel misbruik door verwanten.” (*) Het gaat hierbij om het seksueel misbruik van minderjarigen door verwanten. (Ook het misbruiken van meerderjarigen is strafbaar, maar valt onder andere wetgeving.) ‘Verwanten’ zijn zij die ‘het sociale verband van familieleden of personen die de rol van familieleden vervullen’.

Pakosie heeft officieel drie kinderen met zijn – overleden – eerste vrouw. De dochter van Pakosie die aangifte heeft gedaan, is inmiddels 21 jaar oud en afkomstig uit een relatie die na het overlijden van zijn eerste vrouw begon. Het misbruik vond plaats van 2003 tot en met 2010. De incest begon op de twaalfde jaardag van het meisje en heeft zeven jaren geduurd, tot haar negentiende.

De medeverdachten zijn Suzette H. (48), de moeder van het meisje, en Truus K. (52), de tweede vrouw van Pakosie. Zij wisten van het misbruik, hebben Pakosie geholpen door weg te kijken en zijn ook behulpzaam geweest bij het misbruik. Pakosie en Truus K. hebben zelfs samen het meisje misbruikt, wat volgens berichten te zien is op een van de in beslag genomen opnames. Wie de persoon achter de camera is, moet nog duidelijk worden. Suzette H. zou ook actief hebben geparticipeerd en vaker boos zijn geworden als het meisje tegenstribbelde wanneer haar vader haar wilde misbruiken.

Beide dames wordt door het OM (Openbaar Ministerie) verweten ‘gelegenheid, middelen, inlichtingen te hebben verschaft en/of behulpzaam te zijn geweest bij het misbruiken van het meisje’. Suzette H. wordt ook verweten haar dochter tot seks met haar vader te hebben gedwongen. Mogelijk zijn er meerdere mensen bij het misbruik betrokken. Verspreiding, vervaardiging, invoer en uitvoer van kinderporno doe je niet in je eentje. En mogelijk zijn er meerdere slachtoffers. De politie is dat allemaal aan het onderzoeken. Een team van politierechercheurs uit Nederland gaat in september en oktober verder onderzoek doen in Suriname. Het rechtshulpverzoek hiertoe is door de autoriteiten in Paramaribo gehonoreerd.

Pakosie wilde niet bij de zitting van 22 april aanwezig zijn. Op die datum werd besloten dat hij in voorlopige hechtenis blijft zolang de zaak voortduurt. Zijn medeverdachten Suzette H. en Truus K. mogen de zaak in vrijheid afwachten, en zijn op 22 april wel op de zitting verschenen. Suzette H. las – volgens een verslag in dagblad De West – toen een verklaring voor. Ze vertelde de rechter dat ze in 1987 op 22-jarige leeftijd ‘in één keer moeder werd van drie kinderen.’ Suzette H. refereerde aan het begin van haar relatie met Pakosie, die op dat moment al drie kinderen had met zijn inmiddels overleden eerste vrouw, die een tante van Suzette was. Drie jaar later kreeg Suzette een dochter met Pakosie. Die dochter is het slachtoffer in deze zaak. Truus K. wordt als tweede echtgenote van Pakosie genoemd, waaruit geconcludeerd kan worden dat Suzette H. niet officieel met Pakosie is gehuwd.


Volgens het verslag in De West heeft Suzette H. laten weten diep getroffen te zijn en dat haar hart is gebroken door het verwijt van het OM dat ze zich niet goed van haar zorgplicht zou hebben gekweten. Ze verklaarde ook dat haar ouders zwaar lijden onder deze zaak en dat haar moeder in Suriname als gevolg daarvan zelfs een beroerte heeft gehad.

Het OM heeft om hechtenis van Suzette H. verzocht, maar de rechtbank heeft zowel Suzette H. als Truus K. de ruimte gegeven de zaak als vrije burgers af te wachten. Het OM vindt de rol van beide vrouwen in het strafproces even zwaar belast, omdat ze geen informatie prijsgeven en niet meewerken aan het onderzoek. Ook heeft het OM het vermoeden dat Truus K. een machtspositie heeft ten opzichte van Suzette H. Volgens dagblad De West heeft deze zaak veel aandacht onder Nederlandse juristen: de ingewikkelde gezinsconstructie is van grote invloed op deze casus.

De zaak is onlangs op 8 juli voorgegaan en pro forma behandeld, dat wil zeggen dat partijen afstemming hebben gepleegd over de verdere behandeling van de zaak. De volgende pro forma zitting is op 25 september. Het ziet er niet naar uit dat er dit jaar een vonnis wordt geveld, mede vanwege het uitgebreide onderzoek dat in zowel Nederland als in Suriname nog moet plaatsvinden.

Incestdaders zijn gewone, normale mannen, die heel goed weten wat ze doen. Alles wordt goed uitgekiend en voorbereid om het misbruik ongestoord te kunnen laten plaatsvinden, zonder te worden ontdekt. Dat blijkt weer uit deze zaak. Meestal wordt het misbruik niet ontdekt en blijven slachtoffers in stilte lijden. Vooral als het om mannen als Pakosie gaat, met een invloedrijke maatschappelijke positie, is men geneigd eerder de dader dan het slachtoffer te steunen. Men is loyaler aan de bekende figuur, aan wie meer macht wordt toegeschreven. En in de Surinaamse maatschappij is men vanwege de nog steeds zeer traditionele rolpatronen over het algemeen loyaler naar mannen, ook al weet men dat zij daders zijn. Men zou beter moeten weten: integriteit en moreel besef zouden zwaarder moeten wegen dan zaken als maatschappelijke positie en bekendheid.

God zij dank is de dochter van Pakosie en Suzette H. zo sterk geweest dat zij aangifte heeft kunnen doen. Zij zal veel steun en hulp nodig hebben om het misbruik en het verraad te verwerken, daar zal ze de rest van haar leven mee bezig zijn. Want dat is een van de meest pijnlijke dingen in deze zaak: haar vader, haar moeder, haar stiefmoeder, allen hebben haar actief misbruikt en verraden. En zeer waarschijnlijk wisten ook anderen in de naaste familieomgeving hiervan. Laten wij haar met zijn allen veel licht en liefde sturen.

[van De Waterkant, donderdag 11 juli 2013]



(*) Tapu Sjén/Bedek je schande – Surinamers en incest, Usha Marhé, Uitgeverij Van Gennep

donderdag 2 mei 2013

Doe-theater: Lachen, huilen, bevrijden

V.l.n.r. Adeiye Tjon, Annika Ockhorst, Thea Doelwijt, Enero Moestalam, Gerda Havertong, Mariëtte Moestakim, Mike Ho-Sam-Sooi. Foto © Usha Marhé

door Usha Marhé

Wijlen Henk Tjon, één van de oprichters van het Doe-theater, heeft de presentatie van een mooi boekwerk over dit theater op 9 december 2012 niet meer mee kunnen maken.  Lachen, huilen, bevrijden – De weerspiegeling van de Surinaamse samenleving in het werk van het Doe-theater, 1970-1983 is geschreven (en onderzocht) door Annika Ockhorst. Met medewerking van Thea Doelwijt, de andere oprichter van het theater, die er wel was en het eerste exemplaar in ontvangst mocht nemen. Het boek is uitgegeven door het KITLV. Tijdens de presentatie brachten oud-spelers van het Doe-theaters Mike Ho Sam Sooi, Gerda Havertong en Mariëtte Moestakim samen met Adeiye Tjon (de zoon van Henk Tjon) op gitaar begeleid door Enero Moestalam enkele stukken uit het vroegere repertoire ten gehore. Enero Moestalam verving Harto Soemodihardjo, die van te voren de stukken met hem had doorgenomen. Harto is ook een oud-speler van het Doe-theater en in Nederland vooral bekend als leider van de begeleidende band in de tv-show van Jörgen Raymann.


Met de cabaret-musical Land te koop namen Thea Doelwijt en Henk Tjon het Surinaamse en Nederlandse publiek in 1973 mee op ontdekkingsreis door Suriname. Na het succes van deze voorstellingenreeks richtte het duo een vast gezelschap op: het Doe-theater. In de tien jaar die volgden groeide dit theatergezelschap uit tot een begrip in Suriname. Het Doe-theater streefde een professionele en eigen theatervorm na waarin alle Surinaamse culturen zichzelf konden herkennen en waarmee de bevolking bewust werd gemaakt van misstanden in de samenleving. Door deze combinatie van professioneel, multicultureel en maatschappijkritisch theater verwierf het Doe-theater zichzelf een unieke plek in de culturele geschiedenis van Suriname. In 1983 hield het Doe-theater op te bestaan, vanwege kritische stukken over het militair regiem in Suriname.
Het boek Lachen, huilen, bevrijden beschrijft het reilen en zeilen van het Doe-theater tegen de achtergrond van een veelbewogen Surinaamse geschiedenis. Interviews met voormalige Doe-theaterleden en andere betrokkenen en Surinaamse en Nederlandse krantenartikelen. Foto’s, liederen, theaterteksten en de bijgevoegde documentaire op dvd Libi Span van Jan Venema geven een levendig beeld van het Suriname van toen. Te koop bij het KITLV.

[overgenomen van Usha Marhé’s blogspot]

zondag 2 september 2012

Usha Marhé


Portret van de Surinaams-Nederlandse schrijfster Usha Marhé, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 156 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

zaterdag 3 maart 2012

Herdenking Anil Ramdas

Anil Ramdas. Foto: © Klaas Koppe
door Annemiek Onstenk

Met een witte kaars, een sigaret en een glaasje water onder zijn portret stond een volle Balie op 2 maart stil bij het leven en werk van de onlangs overleden Anil Ramdas. Vrienden en collega’s organiseerden een herdenking voor de journalist, schrijver, programmamaker, Hindoe van stand en nog veel meer. Een maatschappelijk afscheid dat ergens over ging, een bloemlezing van zijn werk, met o.a. een voordracht van Ramdas’ Brief aan mijn jongere ik uit 2006 door Roger Goudsmit, fragmenten van zijn talkshows Het Blauwe Licht en ZOZ en een bespreking van zijn laatste boek Badal. Behalve erudiet (‘Peter van Ingen had in Zomergasten waar Anil te gast was, moeite om hem bij te benen.’) was Ramdas een geëngageerde, soms zelfs woedende presentator, die de teloorgang van tolerant Nederland nauwelijks kon verdragen. Ook andere tegenstrijdigheden passeerden de revue. Zo maakte hij stijl tot motto van zijn werk en hield hij een beschavingsideaal hoog, maar zette PVV-stemmers weg als ‘white trash’.

Ramdas bleek (voor mij), naast alles wat hij al deed, ook een wegbereider te zijn geweest voor de Bollywood-film in Nederland.

Het eerbetoon was inhoudelijk voorbereid door onder andere presentator Pieter Hilhorst, met medewerking van Amar Soekhlal, Usha Marhé, Stephan Sanders, Sjoerd de Jong, Mohammed Benzakour, Chris Keulemans, Manon Uphoff, Asis Aynan, Sadik Harchaoui en zang van Denise Jannah.

Eigenlijk was de herdenking een ouderwets goed en geestelijk voedzaam avondje Balie. Bedankt!

[van de blogspot van Annemiek Onstenk, 3 maart 2012]

Voor een indringend gesprek van Stephan Sanders met Anil Ramdas bij de OBA klik hier.


zaterdag 21 januari 2012

Usha Marhé: van schrijfster tot Bara Babe

De Surinaamse schrijfster Usha Marhé heeft altijd nog een andere grote passie gehad: Bara. Aan de rokken van haar grootmoeder leerde ze de kneepjes van het bereiden van de bara.

Toen ze een keer op Facebook zei dat ze lekkere bara's had gemaakt, waren de reacties overweldigend. Tot aan Curaçao wilden ze bij haar bestellen.

Nu heeft ze een eigen zaak: Bara Babe.

Patrick Dorder ging proeven, klik hier

zondag 8 mei 2011

Dochters van Durga

Durga Puja-Maa, foto @ Arindam Thokder

Op 7 mei is bij uitgeverij Augustus verschenen Dochters van Durga, Op zoek naar de godinnen van India van Marnel Breure. Zij zal het eerste exemplaar van haar boek aanbieden aan schrijfster Usha Marhé. Marhé publiceerde onder andere over de goddess power van Hindoestaanse vrouwen. Marnel Breure trekt van de bron van de Ganges – voor hindoes de moedergodin – naar de monding van de rivier bij Calcutta. Onderweg sluit ze vriendschap met vrouwelijke heiligen, hoeren, actievoersters, schrijfsters, transseksuelen en andere hemelbestormers die geen genoegen nemen met de bestaande orde. Tijdens haar omzwervingen keert Breure telkens terug naar de vrouw in de heilige stad Varanasi die haar helpt met het ontwikkelen van haar eigen spirituele vermogens: ook in de westerse reizigster schuilt een godin die tot leven wil worden gewekt.

Marnel Breure verblijft regelmatig in West-Afrika en India om zich te verdiepen in de wisselwerking tussen cultuur en religie. In 2006 publiceerde ze Het land van Legba (Voodoo in Afrika).

Tanushree Dutta


zondag 10 oktober 2010

Literair festival Wan tru puwema

In november vindt in Suriname het literaire festival Wan tru puwema plaats. Het programma omvat o.a. scholenbezoeken, een schrijversconferentie te Berg en Dal en twee publieksavonden.

Het programmaboekje is nu al beschikbaar. Veertien buitenlandse auteurs en vijftien Surinaamse auteurs staan er in. Uit Aruba komen Olga Buckley en Munye Oduber, uit België zijn het Kaat Vrancken en Els Beerten, uit Zuid-Afrika Diana Ferrus, Tanya Chan-Sam, Florence Filton, uit Nederland komen Clark Accord, Karin Amatmoekrim, Usha Marhé (foto rechtsboven) en Raj Mohan en ook de uit India afkomstige schrijfster Pushpati Awasthi, verder nog uit Curaçao Ini Statia (foto rechtsonder) en Roy Evers.

De programmaboekjes zijn gratis verkrijgbaar via de Schrijversgroep 77. Op 4 november is er een discussieavond in Tori Oso en op 5 november een feestelijke afsluitingsavond in Divalisfeer, ook in Tori Oso. In de volgende nieuwsbrieven zal meer info gegeven worden over de publieksavonden. Info: 520513/ 8912005

Discussies

In het kader van Wan Tru Puwema is er op 4 november een discussieavond. De discussies staan onder leiding van Rappa, o.a bekend van zijn satirische politieke stukken en Arlette Codfried, die in haar verhalen en columns regelmatig gewetensvragen verwerkt. De discussies gaan over Taal en Leven, en dan vooral de meertalige levenssituatie. Aan de discussies doen de volgende auteurs mee: Florence Filton (Z-A), Clark Accord (Ned), Roué Hupsel (Sur), Ini Statia (Cur), Roy Evers (Cur), Pushpita Awasthi (Ind), Kaat Vrancken (Be), Usha Marhe (Ned). Er zullen twee discussieronden gehouden worden. Vrije toegang. Start 20.00 u, Tori Oso.

Feestavond

De afsluiting van Wan Tru Puwema, op 5 november, staat in het teken van licht. Het is op die dag Divali. Er zullen landepresentaties worden verzorgd. Alle deelnemende landen verzorgen een presentatie. De regie is in handen van Tolin Alexander. Vrije toegang. Start 20.00 u, Tori Oso.