Posts tonen met het label Tjong-Ayong Carry-Ann. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tjong-Ayong Carry-Ann. Alle posts tonen

dinsdag 20 mei 2014

Osopasi gepresenteerd



door Cary-Ann Tjong-Ayong

De avond begon weinig hoopvol met een flinke regenbui.
De groene tuin vol fruitbomen zag er uitnodigend uit met honderden
afgevallen blozende manja’s onder de oude boom en nog tientallen aan draden hangende in afwachting van een windvlaag.
Wij werden welkom geheten door Els Tjon Joe Wai en Marisa Piepelenbos, onze gastvrouwen,die de sfeer hadden bepaald met grote schalen fruit van het erf op de ruwhouten tafels: manja, pomerak, appeltjes, pomme de citerre, kersen in diverse tinten rood en een wit emaillebekkentje met de naam Betsy in blauw , gevuld met kleine oranje palulu.
Rijen stoelen en een kleine tent met de geluidsinstallatie stonden uitnodigend klaar. De gasten konden komen.
Als eerste was daar Celestine Raalte, opgewekt als altijd. Zij zou een van de vier
Presentaties verzorgen, naast Tolin Alexander, Bongo Charley, Pieter van der Hijden en Ronald Snijders.



De mensen begonnen in groepjes binnen te komen.
Daar was de eregast, Hein Eersel, die het eerste exemplaar zou krijgen.
Het was voor mij een hele eer deze taalkundige autoriteit mijn boek te mogen aanbieden. Jaren geleden had ik hem in Amsterdam horen praten en was aangenaam getroffen door zijn taalkundige virtuositeit. Van zo iemand had ik graag les gehad.
Ronald Snijders arriveerde en iedereen begon verwachtingsvol te praten.
Het duurde  even, maar toen opende Els de avond en kon Ronald deze influiten op zijn geheel eigen enthousiaste manier. Het publiek was enthousiast en klapte op de maat mee.
Pieter hield zijn inleiding met een leuke verwijzing naar fietsenmaker Junker in de Klipstenenstraat waar je terecht kunt voor elk schroefje, moertje en veertje uit de jaren 50. Hij vroeg zich af of het soms een foute Duitser was die met ticket naar Paraguay  per ongeluk in Paramaribo terecht was gekomen en daar een zaak was begonnen. “Maar het is een hele aardige man”, vergoelijkte hij.
Daarna gaf Tolin zijn visie op Kallianni’s liefdevolle omgang met de binnenlandbewoners, die hem zeer aanspreekt.
Bongo Charley omlijstte de lezing van enkele fragmenten en het gedicht “Nocturne”.
Een zeer ingenomen Hein Eersel belichtte het begrip “oso” uit de titel. Van Trefossa tot dedeoso alata.
Hierna kon men een gesigneerd exemplaar aanschaffen bij een drankje, een knabbeltje en een babbeltje, wat nog uren doorging.

Cat, 19 mei 2014

zaterdag 17 mei 2014

Gezond leven met kruiden





door Carry-Ann Tjong-Ayong


Het duurde wel even voor wij een afspraak hadden om de Surinaamse kruidentuin van Dennis Tounaar te bezoeken. “Minimaal 5 personen”, hield hij vol. Alle familieleden en vrienden waren al geweest, soms meer dan eens.
Anderen konden niet op de voorgestelde dag.


Waarom dit quotum zo belangrijk was zouden we daar in “Pikin Sranan” met milde toegeeflijkheid ondervinden. Ondergedompeld in de aangename sfeer van
vriendelijkheid, een warm zonnetje, een geurige beker groene Marva thee zaten we in het luchtige houten gebouwtje in de achtertuin, aan lange houten tafels.
Met z’n drieën en nog zes andere mensen, net als wij samengevoegd tot een handzame groep zodat de uitgebreide lunch kon worden voorbereid door
de vriendelijke dames van het team.


Ondertussen krijgen we tijdens de kennismaking en de rondleiding van alles te horen over de tuin waar verrassend bekende, maar door ons vergeten kruiden groeien. Elk blad is eetbaar, heeft een heilzame toepassing.
Van de papaya, olijf, kers, citrus.  tayerblad met groene of rode nerf, bitawiwiri, gomawiwiri.
Tomaatjes. Niet die grote, ronde, opgeblazen gekweekte, die waterig smaken.
Die kleine, onregelmatige, met een heerlijk aroma. Puur natuur.
En dan al die kruiden. Marva of malve, gedroogd heilzamer dan vers.
Muntbasilicum. We leren dat er in Suriname minstens vier soorten basilicum   bestaan. Heerlijk geurend en lekker in de sla.
Maar de absolute topper is de Moringa Oleifera, een zusje van de grotere Acacia.
Met fragiele ronde blaadjes aan takjes. “De beste boom op onze planeet”, legt Dennis bezield uit.


Columns van CAT

Osopasi is de nieuwste publicatie van Carry-Ann Tjong Ayong. Het boek bevat een selectie van haar columns. De presentatie is op zondag 18 mei in het sfeervolle Sukru Oso aan de Cornelis Jongbawstraat 16a. Er zijn voordrachten en optredens van Tolin Alexander, Bongo Charley, Celestine Raalte, Pieter van der Hijden en Ronald Snijders.

U bent van harte welkom. Aanvang 19.00u.

zondag 23 maart 2014

Kersten moet van ons blijven

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Zodra ik in Suriname ben is er een demonstratie die mijn aandacht trekt. Nu is het de verkoop van het warenhuis C. Kersten en Co, dat al 245 jaar van de EBG is. Hier hebben mijn ooms in de “Gele Kost” , het internaat, gezeten, hun schoolopleiding gehad en mijn oom Leo heeft jarenlang als boekhouder met strenge hand de financiën beheerd. Toen ik in Groningen studeerde, kwam ik in mijn vakanties naar huis en had er een vakantiebaantje.

Mijn hele familie was Anitri, Hernhutter. Ik was net als mijn broers en zusjes in de aangrenzende Grote Stadskerk gedoopt door ds Polanen met zijn bulderende stem, waardoor ik de kerk bij elkaar brulde. Later als schoolmeisje liep ik met Ouma Carootje op zondagmorgen naar de kerk, een wit strohoedje op mijn vlechtjes en op mijn zestiende deed ik in Zeist mijn geloofsbelijdenis.

Maar in mijn schooltijd fietste ik regelmatig naar Kersten voor schriften en ander schoolmateriaal in opdracht van de concïërge, die zo mijn spijbeluitstapjes authorizeerde.


Dit alles schoot door mij heen, toen ik woensdagmiddag tussen de demonstrerende gelovigen op de stoep bij Kersten zat en luidkeels “Voorwaarts Christenstrijders!” zong. Het pand is verkocht aan de groep Chinezen, zonder medeweten van de coordinatiegroep, die vooral de grond als heilig beschouwd, naast de kerk. De banken die voor het geld moeten zorgen zijn bovendien nog in gebreke gebleven. Een dialoog met twee overgekomen leden van het Uniteitsbestuur lijkt onmogelijk. Dus staat de groep demonstranten onder leiding van Carl Breeveld strijdvaardig te betogen. Geen Chinees hoogbouwmonster op onze grond.

Cat 19/3 2014

maandag 10 maart 2014

In memoriam Joan Ferrier

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Joan Ferrier met achter haar koningin Máxima en nauwelijks
zichtbaar koning Willem-Alexander, tijdens de 1 juli-viering 2013
in het Amsterdamse Oosterpark. Foto @ Michiel van Kempen
Joan.
Zij werd geboren onder de hoede van mijn vader. Haar ouders waren goede vrienden van ons. Reeds maanden zagen wij tante Edmé met haar groeiende buik bij ons op het balkon of in de tuin zitten. Ik mocht de zachtgekleurde flanellen onderzettertjes voorzien van een geborduurd randje. Trots was ik.

Het kleine meisje arriveerde. “ Ze heet Joan”, zei tante Edmé. Naar haar vader, wist ik. Nieuwsgierig keek ik naar het kleine poppetje met korte zwarte krulletjes.  Zij groeide voorspoedig, een pittig ding dat toen zij ging praten heel wijs bleek.

Zij leerde vlot en was heel geïnteresseerd in alles. Die brengt het ver, zei men. En dat bleek ook toen zij na haar studie orthopedagogiek van alles opzette met migrantenjongeren, later werd zij de stuwende kracht achter E-Quality voor emancipatie van vrouwen en zat zij diverse organisaties voor Suriname voor.

Dat zij het laatste decennium ernstig ziek was heeft het grote publiek nooit gemerkt. Joan was overal met haar tomeloze energie.
Joan Ferrier en haar zus Cynthia Mc Leod-Ferrier

Op 8 maart Internationale Vrouwendag nam zij voorgoed afscheid. Juist op deze dag als symbool voor haar nooit aflatende strijd voor vrouwenrecht.

Wij zullen haar missen, de Ferriers, de Tjong-Ayongs en al die anderen.

Cat, 9 maart 2014


zaterdag 22 februari 2014

Internationale Workshop Creatief Schrijven

Op woensdag 12 maart is er in Tori Oso in Paramaribo een bijzonder interessante workshop over creatief schrijven vanuit een bepaald engagement.  De inleidsters van deze workshop zijn Ming Holden (USA), Karin Lachmising (Suriname ) en Carry-Ann Tjong-Ayong (Sunriname/Nederland).

Ming Holden is een award-winning schrijfster en ontwikkelingswerker. Haar  non-fictieve debuut, The survival girls,  over een groep vrouwen in een vluchtelingenkamp in Nairobi, heeft veel belangstelling getrokken. Zij is als vrijwilligster actief geweest in Mongolië, Rusland, Ecuador, Bolivia en de USA. Schrijven over mensen in humanitaire nood is voor haar een goede manier om de aandacht op deze problematiek te vestigen. Momenteel probeert zij met een crowd-funding project fondsen te generaliseren om meer bekendheid te geven aan de situatie van Syrische vluchtelingen in Turkije.  

Karin Lachmising debuteerde vorig jaar met haar poëziebundel Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt. De bundel kreeg lovende kritieken in De Ware Tijd Literair. Met gevoelige poëzie toont Karin haar engagement met de milieuproblematiek van ons land, die vooral binnenlandbewoners in een pijnlijke positie manoeuvreert.

Carry Tjong Ayong werd in Nederland bekend als activiste. Zij vertegenwoordigde de politieke partij GroenLinks in de provinciale Staten. Als gevolg van een hersenbloeding werd zij in 2000 halfzijdig verlamd. Dat maakte haar niet minder geëngageerd. Zij zet zich in voor binnenlandbewoners in Suriname, houdt voordrachten, schrijft poëzie en kinderboeken.

De workshop duurt van 18.00 – 21.00u en is bestemd voor participanten met enige ervaring in creatief schrijven. Deelname is vrij, maar in verband met het beperkte aantal plaatsen, moet men zich wel registreren. Dit kan via schrijversgroep77@gmail.com of telefonisch 520513, 8784120 of 8912005. De workshop wordt gesponsord door de Amerikaanse Ambassade.  

vrijdag 3 januari 2014

Carry-Ann Tjong-Ayong - Osopasi

Mijn land mijn land zit in mijn bloed
Stuwt door mijn aderen
Kookt in mijn hart
Klopt zo gestadig met een ritme
Dat mijn voeten dansen doet
Al loop ik jarenlang niet meer
Dat mij doet lachen op de markt naar
Koopvrouw die mij frisse groente biedt
Naar koopman die een verse vis
Op handen weegt en zegt : “Die wacht op U!”
Mijn land is als het kind dat lachend
Naar de vogels kijkt en naar ze wuift
Als zij weer opvliegen
Mijn land is twintig honden die in koor
een rondje blaffen door de stad
het is de oude tamarindeboom die kromgegroeid
nog schaduw biedt
het is de fayalobi struik, die bloedrood liefde druipt
mijn land is gouden zon en blauwe lucht
en grijze regenruis en milde vlucht
mijn land is kinderlach en ouderzucht
mijn land is levenslust en lief en leed
mijn land is alles wat je nooit vergeet....


Osopasi. Foto © Carry-Ann Tjong-Ayong

dinsdag 31 december 2013

Gesloten

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Al 22 jaar kopen we in de binnenstad van Utrecht op het Neude, lekkere Surinaamse broodjes bij Abbi/ Rinia. Broodje kip, broodje bakkeljauw, barra. Heerlijk, net als thuis!
Vandaag, 31 december 2013 is het de laatste dag, want Rinia Djoewan stopt er mee. Niet vrijwillig, legt zij uit. Gedwongen door de gemeente, die opeens de huur van de standplaatsen met 640 % verhoogde. Dit kan Rinia niet opbrengen. Zij kreeg het niet eens persoonlijk te horen, maar via via. Een verhoging van 125,- naar 800,€ exclusief gas licht en water is te veel voor de Javaanse, die door de crisis ook al haar halve omzet kwijtraakte.
“De klap komt ook emotioneel hard aan” zegt Rinia. Ook wij behoren tot de vaste klanten en zijn ontzet. Wij begrijpen de beweegredenen van de gemeente niet. Ook de Italiaanse kraam van broodje Mario die er nog langer staat, moet verdwijnen. Deze kramen horen bij de binnenstad vinden de Utrechtse burgers.


Rinia probeert nog iets anders met de kraam te doen. Maar of dit zal lukken?

zaterdag 28 december 2013

Carry-Ann Tjong-Ayong - De Koperen Long

Jan Engelman (1900–1972) schreef zijn gedicht ‘En Rade’, vocalise voor cavalcanti, en als jonge HBS-leerling was ik verrukt over het ritme hierin. Dus koos ik vaak dit gedicht om in de klas voor te dragen.


En Rade
vocalise voor Cavalcanti



Groen is de gong
groen is de watergong
waterwee, watergong
groen is de gong van de zee

Sulina, Braïla
Sulina, Brest
Sulina, Singapore
achter de vest

stem die mijn slaap doorzong
waterklok, watertong
koperen long van de ree

Sulina, Braïla
Sulina, Brest
Sulina, Senegal
wijd van het nest

hang die mijn ziel doordrong
waterdroom, watersprong
loeiende gong neem mij mee

Sulina, Braïla
Sulina, Brest
Sulina, Zanzibar
buiten is best

groen is de gong
groen is de watergong
waterwee,watergong
groen is de gong van de zee


En voor


Vera Janacopoulus

Ambrosia, wat vloeit mij aan?
uw schedelveld is koeler maan
en alle appels blozen

de klankgazelle die ik vond
hoe zoete zoele kindermond
van zeeschuim en van rozen .........


Deze maand werd ik met nog 99 andere dichters gevraagd een concert in Rasa bij te wonen en daarop geïnspireerd, net als bij Vera Janacopoulus, een gedicht te schrijven. Ik koos 'Cubanísimo', vanwege mijn jeugdherinneringen aan Celia Cruz en la Sonora Matancera en mijn latere reizen naar Cuba. Het is een inspirerende manier om muziek en literatuur te verbinden. Mijn gedicht werd:


Cubanísimo

Trompetten schetteren door de nacht
Verbinden heden met verleden
oprechte landman uit
Cubita isla bonita van mijn jeugd
Dansende godenzoon
die de verschoppelingen van de aarde
de gouden bal toewerpt uit woeste stromen
Celia Cruz, Venus Nubiense dorada
negrita cantante oprijzend langs palmenstrand
por todos adorada
toen bazuinen mijn tropennachten
doorboorden in hymnen zonder woorden
Ernesto Che nog niet “presente” op de
postzegels bij het grote plein waar vlakbij
die andere Ernesto zijn mojitas dronk
de salsa in alle huizen klonk en
retro Amerikaanse sleeën
het straatbeeld domineerden
Fidel Fidel scandeerden
Borinquen, isla bonita met la
Sonora Matancera
Batista werd verdreven
José Martí weer kwam tot leven
Ay Guantanamera
Fidel fidelísimo
omnipresente
toen en tot in eeuwigheid?

20 december 2013                     

 
Carry-Ann Tjong-Ayong



zondag 15 december 2013

December 2013: IM Nelson Mandela en André Loor

door Carry-Ann Tjong-Ayong

December 2013 zal altijd in mijn geheugen gegrift staan. In een week tijd verloor ik twee mannen die ik zeer bewonderde en van wie ik veel heb geleerd. 5 december 2013 Nelson Mandela in Zuid-Afrika. 10 december André Loor in Suriname.

Nelson Mandela in 1961. Foto @ Eli Weinberg
Nelson Mandela kende ik uit het nieuws in de jaren ’60 toen ik in Groningen studeerde. Ik was zeer onder de indruk van de apartheid en de strijd die daartegen werd gevoerd. Ik las er over en wilde ook ertegen vechten. Jaren later woonde ik in Utrecht en werkte bij de lokale omroep. “Ga jij maar naar Amsterdam om een programma te maken zei Rocky, mijn mentor. Hij wist dat ik overal binnenkwam. En zo kwam het dat ik na afgewezen te zijn door het Amsterdamse ANC, ik via de achterdeur het balkon van de schouwburg op het Leidseplein bereikte en Nelson Mandela een hand kon geven. Hij was de dag na mijn verjaardag vrijgekomen.Later die dag interviewde ik ook Wim Kok. De razende reporter had het weer geflikt.

André Loor
Veel eerder leerde ik in Suriname André Loor kennen. Ik zat op de Calorschool, toen nog in de barakken op Jacobusrust gevestigd. We kregen een nieuwe geschiedenisleraar en daar was hij. Een 22-jarige boeroe in een wit pak op de motorfiets. Zijn blonde haren wapperend in de wind. Alle meisjes keken nieuwsgierig toe, alle jongens afgunstig.
Meneer Loor was vrolijk, geestig en kon boeiend vertellen. Als de bel ging bleef iedereen zitten luisteren.
Toen ik met mijn broers en zus in 1955 naar Nederland vertrok kwam hij op ons afscheidsfeest en danste met ons. “Doe je best op school!” was zijn advies.

Jaren later zag ik hem terug in Utrecht. Hij was inmiddels getrouwd, had dochters en was historicus geworden. Wij luisterden gretig naar de radiouitzendingen over Suriname en zijn nog steeds boeiende verhalen.

En in september van dit jaar signeerde hij zijn laatste boek voor mij. Hij wist nog wie ik was.

Rust zacht, meneer Loor!
Rust zacht, Madiba!

Cat, 13 december 2013



vrijdag 4 oktober 2013

Carry-Ann Tjong-Ayong - Oktoberregens

mild als de douche die zweet verdrijft
ruisend als de zijden rokken van mijn moeder op weg naar een receptie
haar zachtbruine schouders gepoederd en besproeid met “Quelque Fleurs”
de geur die altijd om mijn herinneringen zal blijven zweven
zo zijn de oktoberbuien
Hard roffelend als knikkers op zinken daken of nieuwe plaatmateriaal
verhalen zij van kleine kinderen dicht tegen elkaar gekropen in Mammy’s grote bed
waar het blad met kroesjes thee met melk en de schaal koekjes
een intiem tintje geeft aan het middaguur
zo zijn de oktoberbuien
en later naar buiten rennen en baden in de regen, glijden op een palmbootje naar de toen nog schone goot de grote mensen lachend toekijkend vanaf het balkon
in gemakkelijke broek en huisjapon
gereed om ons op te vangen en onder de douche te zetten,

die mild is als de oktoberregenbui.

Surinamerivier. Foto @ Karel Donk

Keti Koti Tafel 2013

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Gisteren zaten wij aan aan de vijfde Keti Koti Tafel in Parnassos, Utrecht. Een zaal vol gekleurde en enkele blanke mensen in hun kleurigste kleding zaten aan lange gedekte tafels met kleurige lopertjes, waarop kleine koperen bakjes met cocosolie en doosjes met stukjes kwasibita. De Keti Koti Tafel ter herinnering aan de afschaffing van de slavernij 150 jaar geleden.

Keti Koti Tafel. Denise Jannah zingt. Exact in het midden Mercedes Zandwijken. naast haar in het geel Neske Beks.

Mercedes Zandwijken leidde de maaltijd in. Zij refereerde aan de Joodse sederavond, het ramadanfestival met de iftarmaaltijd, waarmee de moslims het vasten doorbreken, de dialoogtafels na de moord op Theo van Gogh en de inspiratie die zij hieruit opdeed voor de Keti Koti Verzoeningstafel als ritueel voor de herdenking van het Surinaamse slavernijverleden en de viering van de vrijheid.

Mercedes Zandwijken

De maaltijdgasten vonden op hun plaats een blad met spelregels voor een dialoog, een handleiding met “a Tori”, het verhaal voor de Keti Koti Tafel, waarin het doel werd uiteengezet, stil te staan bij het slavernijverleden door het verrichten van verschillende symbolische handelingen, voor tijdens en na de maaltijd, die in het teken staan van het vergroten van  het bewustzijn over ons eigen handelen en onze eigen gevoelens  in relatie tot het slavernijverleden. Het uiteindelijke doel van de Verzoeningstafel is de viering van de vrijheid, het herdenken van de dappere strijd van onze voorouders tegen het systeem van slavernij, en stilstaan bij het positieve dat we kunnen halen uit de kracht van het vruchtbare verzet tegen de onderdrukking.

De tafel werd geopend met een vooroudergebed door Orsine Walden en een
Openingszang van een mannenkwartet. Tussen de gangen door was er een voordracht over kawinamuziek met demonstraties en het gedicht Wan bon van Dobru.

De belangrijkste deelnemers aan de tafel zijn de jongeren, met wie samen betekenis wordt gegeven aan het verleden en de toekomst. Het streven is grootbrengen van een trotse zelfbewuste nieuwe generatie. De tafel staat open voor iedereen due zich betrokken voelt bij deze thematiek. Men gaat met elkaar in gesprek, bekenden, onbekenden, zwart en wit.

De maaltijd bestond uit drie gangen:
Voorgerecht Pindasoep met tomtom
Hoofdgerecht Heri heri, diverse aardvruchten, bakkeljauw, bananen, groenten
Nagerecht Bojo van cassave en cocos

Heriheri

Voor de symbolische handelingen werd gebruik gemaakt van:
Kwasibita, ter herinnering aan de bittere tijden uit het verleden, onder het
                     zingen van een treurlied
Kokosolie, ter herinnering aan de brandende pijn bij het brandmerken.
                    De pijn wordt weg gewreven
Suikerriet, de zoete vrijheid waarin we nu leven
Ballonnen en spelden, met lawaai wordt de pijn verjaagd. De 21 ballonnen die
                                          doorgeprikt worden symboliseren de 21 kanonschoten bij de afschaffing van de slavernij.

Teksten:
Vooroudergebed
Teksten om aspecten van de slavernij te verklaren
Liedjes die betrekking hebben op de slavernij
  
Vragen die gesteld worden voor en na elke gang zijn bijvoorbeeld
1.     waarom houden we een vooroudergebed
2.     waarom zijn we bijeen
3.     waarom dekken we voor een onverwachte gast
4.     waarom geven we A Tori door voor we hem openen
5.     waarom kauwen we op kwasi bita
6.     waarom smeren we elkaars armen in met kokosolie
7.     waarom prikken we ballonnen door
8.     waarom kauwen we op suikerriet
9.     waarom luisteren we aandachtig naar elkaars verhaal

Suikerriet

De dialoog wordt gevoerd met aandacht voor de verschillen en overeenkomsten. Na het hoofdgerecht wisselt iedereen van plaats en tafel.

Men was het er over eens dat deze Keti Koti Tafel aangenaam en respectvol was gevierd en navolging verdient, niet alleen in het openbaar maar in ieders huis. Mercedes Zandwijken heeft een waardevolle trend gezet.

Cat, 30 sept. 2013 

zaterdag 21 september 2013

Nine eleven

Atjonie

door Carry-Ann Tjong-Ayong

11/9 is voor ons geen doomsday.
Wij rijden naar Atjonie over de nu glad geasfalteerde weg met nog herinneringen aan 14 jaar geleden, toen wij hobbelend en buitelend in een tot bus omgebouwde oude vrachtauto van de bloemenveiling Aalsmeer zaten, met een groep medereizigers, de enorme bagage opgestapeld in een hoek, manden, reistassen, vormeloze bundels, zakken, en andere “lay”. Onze voeten steunden op een palet om de gaten in de vloer te maskeren, maar dat verhinderde niet, dat het rode stof en als het had geregend, de rode modder zich een weg baande naar onze kleren.

Nu glijden wij over de weg en zijn een paar uur later aan de oever van de Surinamerivier met de rijen korjalen en de gezellige drukte van gaande en komende reizigers. Veel Marrons, kleurig gekleed, vooral de vrouwen, die steeds moderner en sexier worden. Jongens met veelkleurige haren verplaatsen winkelwaren op hun steekwagentjes. Hier en daar een “bakra”-stel met rugzak, zoekend naar verder vervoer.

“Mami yu doro!” Drie mannen komen verheugd op mij af en schudden mij de hand, omhelzen Wim. De boot ligt al tegen de oever op een gunstige plek, waar zij mij straks, over een andere korjaal, met rolstoel en al zullen tillen.
Eerst nog een biertje drinken met Wim, de bagage in de boot zetten, water kopen, benzine halen. De vaste rituelen voor het vertrek. “Mami un dé”.
We kunnen vertrekken.

De euforie van het opspattend water, het zoemen van de buitenboordmotor,
De eeuwig groene woudwanden, die mijn verborgen religieuze gevoelens naar boven halen. Meneer Gullith kon zo mooi vertellen op de Stähelinschool.



Tegen 16.00 uur zijn we bij Masiakriki en leggen aan bij de trap van Masia Paati, het eiland aan de overkant. Hier zullen we logeren in de primitieve traditionele hut met pina dak, kunstig gevlochten en heerlijk koel bij de naderende oktoberhitte.  De aarden vloer is bestand tegen kalebassen water en de lage deur kan ‘s nachts open blijven, zodat je vanuit je hangmat op de maanverlichte rivier kan kijken. We gebruiken geen klamboe, want hier zijn geen muskieten. Het balkonnetje aan de waterkant, waar ik graag zit te schrijven, wordt helaas langzaam verorberd door houtluis en moet binnenkort vervangen worden.

Het is bijna volle maan, munkenki, en voor de hut kun je ’s avonds heerlijk in het maanlicht zitten praten met een  drankje. Geen smog, geen stadslawaai, maar gesjirp van krekels, gekwaak van padden, ver gebrul van babun, en af en toe een vrouwenstem van oever tot oever. Het is hier heerlijk slapen.

Toch heeft mijn bezoek dit keer een wrange smaak. Het overlijden en de rituelen rond de begrafenis en puru blaka van kabiten Allifons zijn aan mij voorbij gegaan. Ik was net in die maanden tussen december en juli niet in Suriname en daarna was het Carifesta en de bigiyari van mijn zuster. We maken nog net de puru blaka van de eerste vrouw van Allifons mee. Zij is zes weken in eenzame opsluiting in haar hut gebleven om te rouwen met als menselijk contact alleen iemand die haar de maaltijden brengt. Nu wordt zij naar Pikin Slee gebracht waar zij in in het geheim een kruidenbad krijgt, waarna zij weer aan het gewone leven mag deelnemen.

Wij mogen haar bezoeken.  Ik schrik als ik de eens zo trotse, statige vrouw, oud, grijs en kromgebogen, bijna op handen en voeten haar hut uit zie komen. Dat doet verdriet en eenzaamheid met je, denk ik geëmotioneerd. Tradities en rituelen hebben hier de tijd overleefd.

En weer laat ik mij door het hele dorp voeren, om al mijn vrienden en bekenden te groeten, een praatje te maken, handen te schudden met de mensen, die na veertien jaar als familie zijn geworden. De jongste zoon van Allifons kijkt mij treurig aan. “Aduú ...” omhelzen wij elkaar op zijn Saramakkaans.

cat, 18/9  2013


dinsdag 6 augustus 2013

Carry-Ann Tjong-Ayong - Osopasi

Mijn land mijn land zit in mijn bloed
Stuwt door mijn aderen
Kookt in mijn hart
Klopt zo gestadig met een ritme
Dat mijn voeten dansen doet
Al loop ik jarenlang niet meer
Dat mij doet lachen op de markt naar
Koopvrouw die mij frisse groente biedt
Naar koopman die een verse vis
Op handen weegt en zegt : “die wacht op U!”
Mijn land is als het kind dat lachend
Naar de vogels kijkt en naar ze wuift
Als zij weer opvliegen
Mijn land is twintig honden die in koor
een rondje blaffen door de stad
het is de oude tamarindeboom die kromgegroeid
nog schaduw biedt
het is de fayalobistruik, die bloedrood liefde druipt
mijn land is gouden zon en blauwe lucht
en grijze regenruis en milde vlucht
mijn land is kinderlach en ouderzucht
mijn land is levenslust en lief en leed
mijn land is alles wat je nooit vergeet.....

cat 27 juli 2013


zondag 4 augustus 2013

Carry-Ann Tjong-Ayong - Aitkanti

Drie rouwberichten in een korte tijd.
We moesten op 2 juli mijn tante Rine Tjong-Ayong – Nahar begraven.
Veel vrienden en familieleden kwamen haar de laatste eer bewijzen.
Deze week overleed tante Betje Wiebers, moeder van 13 kinderen en vijf generaties nakomelingen. Betreurd door velen.
En vanmiddag hoorden we dat mevr. Gisela Goedhoop – van Trigt, de jongste van  de acht gisteren is overleden aan een hartstilstand. Ze was gevallen en had veel pijn.
 
Foto @ Michiel van Kempen
Ik vraag mij af of mijn komst naar Suriname een hogere bedoeling had nu ik keer op keer in een rouwdienst zal staan. Dat had ik niet voor ogen toen ik op 8
maart 2009 de acht ouderen interviewde voor Aitkanti. Dat zij de honderd zouden halen leek toen nog ver weg. Drie bigiyari  maakte ik nog mee. De rest van de vrouwen werd tegen de honderd. Het is wel een ode aan de sterke Surinaamse vrouw en moeder gebleken. Door dit boekje zijn deze acht vrouwen uit de vergetelheid gehaald.

Charlotte Eleonore Louise Oosterhuis–Ferrier 2 januari 1912
Emmy Charlotte Goedschalk–Balinge 1 maart 1912
Esseline Louise Gummels 16 oktober 1912 -
Nelly Antje Rijssel 8 maart 2010
Francis Rine Gertrude Tjong-Ayong-Nahar 21 maart 2012
Gisela Elfriede Goedhoop–van Trigt 6 september 1921
Elisabeth Betje Wiebers 3 maart 1916
Anna Maria Zandwijken 10 januari 1906

leven voort in de gedachten van alle Surinaamse vrouwen die 8 maart Internationae Vrouwendag vieren.

Cat 17 juli 2013

Carry-Ann Tjong-Ayong - Het lege-nestsyndroom

Ze zijn er uit
het nest is leeg
waarop wij weken gretig wachten
De moeder heeft ze trouw verzorgd
De vader vloog steeds heen en weer
met piertjes of
verschoonde steeds hun  veertjes
nu kijk ik naar een slordig nest
waar uitwerpselen worden geloosd
waar slordig en verdord groen
weer naar beneden hangt
zien wij de jonkies op het ijzer van het raam verpozen
en moeder nog de nazorg van een pier verschaffen
wat weer met gretig kwetteren wordt aanvaard
het nest is leeg
zien wij met weemoed aan

cat 2/8 2013


Illustratie: Miklos Pöcs

donderdag 1 augustus 2013

De verpleegsters van ’s Lands Hospitaal


door Carry-Ann Tjong-Ayong

Deze foto is uit de jaren ’30, maar kwam pas dit jaar onder mijn ogen. Verrast zag ik een versie van mijzelf met een streng kapsel met twee cebollas op de oren. De jonge vrouwen waren allemaal in keurig verpleegstersuniform met witte schort gekleed. Zij droegen lange witte kousen. Ik herkende diverse vriendinnen van mijn moeder. Ze stonden met een heer in militair uniform en een oudere vrouw in vijf rijen op de monumentale trap van het Militair Hospitaal. De lichting van de verpleegsters van ’s Lands Hospitaal waar mijn ouders allebei werkten voor zij trouwden.

De meeste vrouwen op de foto leven niet meer en mijn ouders zouden, als zij nog leefden, dit jaar 101 geworden zijn, evenals tante Nita Alrack en tante Esje Gummels, die zo ongeveer de laatst levenden zijn. Het was een sterk jaar van gedisciplineerde vrouwen en mannen. Zo vind je ze niet meer. Maar ik heb goede herinneringen aan tante Nelletje Rijssel, tante Friede Arlaud, tante Jet Directie, tante Alice Amstelveen, Zr. Lievendag, Zr. La Parra, en al die anderen die Suriname gezond hielden in de jaren ‘30 tot na de oorlog.

cat 28/7 2013

woensdag 31 juli 2013

Carry-Ann Tjong-Ayong - Gedicht

’t Is de korjaal die zachtjes spetterend de rivier hier oversteekt
’t zijn de waterstraaltjes kletsend langs de bootrand in de kreek
‘t is ‘t gebed van vrome hindoes klaaglijk wenend in de nacht
’t is het huilen van de honden naar de buidelrat op jacht
het zijn de krekels, de cicaden, siksiyuru, nachtgeluid
‘t is het ritselen van de bladeren, van de zachte vogelfluit
dat is mijn land, mijn nachtelijk land, mijn tropenland

cat 28/7 2013

Dan Paati



dinsdag 30 juli 2013

Carry-Ann Tjong-Ayong - Smullen in de tropen

Eten in Paramaribo

In Paramaribo kun je heerlijk eten. En ook zeer gevarieerd. Wij koken al jaren niet meer zelf. Wij gaan naar de hoek, of steken de Mahonylaan over, waar op een steenworp afstand Bryan, Roy, Muntje en Tini heerlijk Chinees, Creools en Javaans koken.
Iets verder weg is Rita’s rotishop aanbevolen voor roti en bara, of kookt Roline creools, met gehakt gevulde sopropo, moksi alesi, heriheri van bananen, cassave, napi, zoete patate en bakkeljauw, of bruine bonen met rijst en zoutvlees en kip. Grietibanasoep, okersoep, cassavesoep, maar ook rijst met pom en pastei, pindasoep met tomtom kun je ook bij Het Park bestellen. En voor een prijs die zo laag is dat je meermalen per dag heerlijk kunt eten met twee personen.

Foto @ Travelpoint Suriname

Naar de markt gaan we voor fruit, papaja, bacoven, ananas, pommerak, en af en toe verse bladgroenten. Gezond en lekker. Verse pompelmoes verschaft mijn broer

Die paar pondjes extra drink ik weg met glazen ijswater de hele dag door. Als ik tenminste geen peper gemberbier in de ijskast heb of een fles vers zuurzaksap dat smelt op de tong. Daarvoor moet je bij ouma End op de Tourtonnemarkt zijn, op zondagmorgen.

En als je chic en duurder wil eten, ga je naar Spice Quest in de Dr. Nassylaan of bij Dok 204 of Log House aan de Anton Dragtenweg.

Ach opa Dragten uit mijn jeugd, die bij Ouma Gravenberch en tante Lien in huis woonde  in de Gravenstraat en altijd luisterde naar mijn gebabbel als ik uit school kwam. Dat hij beroemd was, wist ik toen nog niet, toen ik mijn pindabanketjes, naast hem opknabbelde.

En nu eet ik  mijn bami voor de televisie bij het debat over amnestie dat al dagen duurt......


Cat 4/4  2012

Carry-Ann Tjong-Ayong - Amandla!

Mijn vindingrijkheid bracht mij steeds weer op het pad van bekende mensen en met hen in gesprek. Een microfoon in de hand deed de rest.
Zo stond ik op 11 maart 1990 voor de deur van de Stadsschouwburg in Amsterdam te wachten op de komst van mijn held Nelson Mandela, die net was vrijgelaten en Amsterdam bezocht. Herhaalde verzoeken aan het Nederlandse ANC voor een interview hadden tot afwijzingen geleid. Ik slenterde de hoek van het gebouw om en ontdekte de achterdeur. Een vriendelijke man vroeg naar mijn perskaart.
“Ja dat is ook wat,” zei ik verontwaardigd “die had ik vanmorgen nog niet gekregen!”
“Ik ga wel even zoeken,” zei de man, “hoe heet je?” Ik noemde enthousiast mijn naam en volgde hem maar meteen de trap op naar boven. Daar zag ik Emile Esajas die mij naar het balkon wenkte. “Nelson Mandela komt er zo aan!” Net op tijd dus.
Even later kwam de grote man de deur binnen, voorafgegaan door Winnie. Ik kreeg van beiden een hand. Mijn dag kon niet meer stuk. Ik zwaaide vanaf het balkon naar de duizenden Nederlanders op het Leidseplein.
Amandla!