Posts tonen met het label kinder- en jeugdliteratuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kinder- en jeugdliteratuur. Alle posts tonen

dinsdag 13 mei 2014

Kinderboek van Ludgarda Lont-Steba

Ludgarda Lont-Steba heeft een nieuw kinderboek geschreven, haar derde: Sifras. Ze was er afgelopen zondag mee te gast bij het radioprogramma FiriFM van Flos Rustveld.

Sifras
Ludgarda Lont-Steba.
Uitgeverij 4FUSE, 2009
ISBN 9990408653, 9789990408652
Geïllustreerd, gebonden
Omvang 39 pag.
Te bestellen: sifras@ziggo.nl

Ludgarda Lont-Steba

zaterdag 10 mei 2014

In Memoriam Carla Jessurun

door Cynthia Mc Leod

Carla Jessurun, de vrouw die het verhaal van Ko-jan-die –ban- da- kotjie bekend maakte.
Misschien zijn er niet veel mensen  meer in Suriname, die Carla Jessurun gekend hebben, maar iedereen die na 1955 in Suriname op de basisschool is geweest, kent het verhaal van Ko-jan-die –ban-da- kotjie, want Carla kende het en ze kon het zo kostelijk vertellen.

In 1949 bij de oprichting van de Surinaamse Kweekschool was Carla Jessurun één van de eerste studenten en zij behaalde ook als één van de eersten de Onderwijzersakte. In 1955 werkte het Ministerie van Onderwijs aan de vernieuwing van het lees onderwijs op de Basisschool. Surinaamse kinderen zouden voortaan verhalen lezen die zich afspeelden in de eigen leefwereld en eigen belevingssfeer. Geen verhalen meer over Hollandse kinderen die ijsbloemen van de ramen veegden en een sneeuwman maakten. Na Loes en Mama in de eerste klas volgde een eigen Leesboekserie voor de hogere klassen.  In de vorm van een prijsvraag stimuleerde het Ministerie van Onderwijs  Surinaamse leerkrachten om verhalen, geschikt voor de leesboekjes, in te sturen. Carla schreef het verhaal van Ko -jan –die-ban-da-ko-tjie en het werd met de titel “Waarom  oude mensen gebogen gaan” gepubliceerd in het leesboekje voor het Derde Leerjaar in de Leesboekserie Wij en de Wereld, welke in 1956 in gebruik werd genomen.

Dertig jaar later, in 1986, was het Ministerie van Onderwijs opnieuw bezig met de vernieuwing van het leesonderwijs op de basisschool en de werkgroep besloot om de populairste verhalen uit Wij en de Wereld op te nemen in de nieuwe serie.  Uit de enquète bleek dat het verhaal van Carla Jessurun tot de top 10 behoorde en zo werd het wederom gepubliceerd in de nieuwe serie Van Hier en Daar en Overal.  Vanaf 1956 heeft in Suriname dus elk schoolkind dit verhaal gelezen.

Carla is er niet meer maar ze zal in onze herinnering blijven als de vrouw van het leuke verhaal Surinaamse verhaal van  “Ko-jan-die-ban-da-ko-tjie.” 



[Carla Gertrude Jessurun werd 81 jaar en werd op 19 april 2014 in Amsterdam gecremeerd - red. CU]

Reacties op het kinderboekenfestival Albina

Reacties van medewerkers en bezoekers
 
Dorus Vrede
(Dorus Vrede, bekend om zijn verhalen over het binnenland en zijn gedichten, was medewerker op het Kinderboekenfestival te Albina. Samen met anderen maakte hij onder meer muziek.)

‘Je zou toch vandaag in Saint Laurent moeten zijn!’ Moeder keek Sherida boos aan. ‘Voorlopig gaat het niet, mama.’ ‘Waarom niet? Je moet de groenten aan de Franse kant verkopen. Daar verdienen we euro’s mee.’
‘Het Kinderboekenfestival is in Albina. Ik moet erbij zijn. Dus na Kinderboekenfestival.’ Moeder maakte een tyuri. Maar ze liet Sherida met rust. Misschien had haar dochter toch gelijk.
Sherida trok haar schoolkleren aan en ging naar school. Met haar klas ging ze naar het festival. Ze bezochten verschillende stands. In een van ze werd over groei gesproken. ‘Met groeien bedoelen we niet alleen maar lichamelijke groei. Het is je verstand dat ook moet groeien. Dan ben je in staat om jezelf beter te ontwikkelen’.
Aan het eind van de bijeenkomst vormde Sherida een groep met andere meisjes. Ze zouden met jongeren in Albina praten over onderwijs, kinderarbeid, tienerzwangerschap en hiv-aids.
Na het festival vertelde Sherida haar moeder wat ze van plan was te doen. Ze zou vooral nooit meer verzuimen. Moeder glimlachte en zei: ‘Pikin y’a leti ye’ (kind, je hebt gelijk, hoor).

(Ine van Niel, poppenkastspeelster op alle festivals:)
Ine van Niel

2014,  poppenkastspel: thema groeien
Een vrolijk en blij meisje zingt, met vijf vingers hier en vijf vingers daar, het groeiliedje. De meeste kinderen kennen het en zingen dus mee. Na drie keer zingen komt er een pestkop en plaagt haar om d’r grote neus en lange oren, bigi noso nanga langa yesi. Ze jaagt hem weg en daarna wordt ze nog door twee anderen geplaagd. Huilend loopt het meisje weg en gaat het aan de juf vertellen. Ze zegt erbij dat mama haar gezegd heeft aan de juf te vertellen als ze geplaagd wordt. De juf houdt later de kinderen in haar klas voor dat het belangrijk is om het aan grote mensen te vertellen als je geplaagd wordt of lastig gevallen. Dan volgt het ‘groeiverhaal’ van juf: wat heb je nodig om te groeien? Eten en drinken, slapen en spelen, boeken en vooral elkaar om te groeien en dus mag je niet pesten maar moet je juist lief zijn voor elkaar.
In de pauze valt een van de plaaggeesten, en door wie wordt die geholpen? Door het meisje! En juf gebruikt dit weer om het samenwerken, samen doen, samen delen aan de kinderen voor te houden en ze laat alle kinderen beloven dat ze niet meer zullen pesten!
(In de poppenkastvoorstellingen van Ine zijn mensen dieren. Hier is het meisje een awari, de pestkoppen een meisjes-koe en twee hondjes en de juf (uiteraard) een konkoni!)

(Meningen van enkele leerlingen die het Kinderboekenfestival bezochten:)
Stephany Biswane: Wel, ik vond het leuk en alle onderwerpen waren interessant om te luisteren en om mee te doen aan de spelletjes die men ons leerde. En ik was met de klassenvoogd naar verschillende stands gegaan en het was leuk om nieuwe dingen bij te leren.
Gabriella: Ik vond het erg leuk, vooral de stand van de vlinders en stand 21, ‘Lees je wijs!’. Voor mij is tot nu toe alles best. Ik hoop dat ze alle jaren naar Albina komen om dit te organiseren en eigenlijk moeten ze niet alleen boeken verkopen, maar ook spelletjes.
1 hoogwaardigheidsbekleder met kinderen

Joann Sabajo: Ik vond het leuk en het was spannend en we hebben verschillende spelletjes gedaan en we deden mee. Ze vonden ons geweldig flink en ze waren trots op ons. In de ochtenduren zijn we met onze klassenvoogd gegaan. En in de middaguren was de officiële opening en iedereen was aanwezig. De ‘hoge’ gasten waren de districtscommissaris van Marowijne en de directeur van de SVB-Bank van Moengo.
(Bestaan er wel ‘hoge’ gasten? Zijn alle geïnteresseerde gasten niet even hoog? - Red. ‘dWTL’)


zaterdag 19 april 2014

Door lezen leer je het leven kennen!

Albina aan de Marowijnerivier

door Els Moor

Van 2 tot en met 4 april was het Kinderboekenfestival in Albina. Het was, net als de twee vorige in Nickerie en Paramaribo, weer een groot succes. Veel, veel scholen uit Albina en omstreken, zelfs helemaal van Stoelmanseiland, waren gekomen en de leerlingen genoten.

Het was héél goed dat het festival ook in Albina gehouden werd. Sinds het geweld en de vernielingen tijdens de Binnenlandse Oorlog (1986-1992), is Albina - eens een mooi en rustig grensplaatsje aan de Marowijnerivier tegenover het Franse Saint Laurent - erg veranderd en niet in positieve zin. Met de wederopbouw werden de verschillen tussen arm en rijk, commercie en criminaliteit steeds groter. Albina is nu een druk plaatsje met veel chinese winkels, maar ook veel werklozen en kinderen en jongeren die niet naar school gaan. De criminaliteit is enorm gegroeid, waarbij drugsgebruik en illegale drugshandel een grote rol spelen. Liefde en zorg voor de eigen plaats heeft men verloren. Albina is een slordig dorp geworden met hopen vuil en afval op straat, op het strand bij de rivier en wat helemaal verschrikkelijk is, veel glasscherven op de bodem van de rivier. Een lekker bad nemen is gevaarlijk geworden! Albina heeft zijn aantrekkingskracht volledig verloren.
Albina

De vele schoolklassen, ook veel van het mulo, die in de ochtenduren het festival bezochten voor activiteiten waren over het algemeen wel positief. Het zijn de kinderen die het wél zullen redden, mede dankzij veel goede leerkrachten. Zij genoten, gingen zitten lezen in een stand met boeken en kochten ook boeken.

Tussen vijf en acht uur liepen de bezoekers rond, veel gezinnen, loslopende jongeren, maar ook geïnteresseerde volwassenen. Ze bezochten stands, deden mee aan activiteiten en konden de eerste en laatste avond de musical van Sandra Purperhart en Annelies den Boer (uit Albina) bezoeken, getiteld Marwina gaat naar school, die aansluit bij de problematiek van Albina van vuil in het dorp en niet naar school gaan. Marwina gaat uiteindelijk wel naar school... en bereikt heel veel! Veel kinderen werkten enthousiast mee, van klein tot groot, en dansten en zongen. De gespeelde dc, ditmaal van Marowijne, in wit pak, ontbrak weer niet!
Op een van de avonden, het was rustig, kwam een moeder van vier dochters een praatje maken in mijn stand, ‘Lees je wijs!’, waar veel Surinaamse kinder- en jeugdboeken liggen uitgestald. ’s Morgens komen er klassen en wordt met boeken gewerkt, ’s middags kunnen bezoekers ze bekijken of ze gaan zitten lezen.

Ravage na rellen in Albina


Met deze bezoekster raak ik in gesprek. Meteen al vertelt ze dat een van haar dochters meedoet aan de musical. Wat vindt ze van het Kinderboekenfestival? Is lezen belangrijk voor kinderen? Haar hoofd schiet omhoog bij deze vragen. ‘Ja, lezen is heel belangrijk. Je gaat het leven begrijpen en zo kun je meewerken aan de ontwikkeling van je dorp of stad. Je ziet verschillende kanten van de maatschappij. Hier in Albina is heel veel nodig om de criminaliteit te verminderen. Van buitenaf moeten jongeren kunnen leren hoe ze zich moeten gedragen. Ik vind het erg goed van al die mensen van het Kinderboekenfestival dat ze ons weghalen van de slechte kanten van het dorp.’ Deze vrouw maakte me een belangrijke doelstelling op een kernachtige manier duidelijk!
Hilli Arduin

De volgende ochtend, weer werkend met leerlingen en leerkrachten, veel van de muloschool ook, werd me bevestigd dat het lezen van en het samen praten over boeken en verhalen een sterk middel tot bewustwording is. In een nog in ontwikkeling verkerend land als Suriname is dit van groot belang. Door over situaties te lezen en erover na te denken of met elkaar erover te praten, leer je je eigen situatie beter kennen. Als een boek of verhaal je echt boeit, kom je erop terug. Wat me op geen enkel Kinderboekenfestival overkwam, noch in de stad, noch in andere districten, gebeurde hier: kinderen, jongeren en leerkrachten kwamen ‘s middags terug om in de stand, rustig op een stoel zittend, boeken te lezen. Enkele kinderen kwamen iedere middag. Zelfs een paar jongens! Ze lazen eenvoudige, herkenbare boekjes, zoals de Amaisa-serie. Een meisje las alle vijf Amaisa-boekjes op één avond. Ook het prachtig uitgevoerde boek van Hilly Arduin, Aboikoni, ging door veel handen en werd gelezen.

Kinderen bezoeken het kinderboekenfestival Albina

Heel jammer is het dat de scholen, ook in de dorpen, over het algemeen geen of weinig Surinaamse kinder- en jeugdboeken hebben. Geen schoolbieb hebben ze, of een met Nederlandse boeken die de kinderen nog niet begrijpen. Zelfs het prachtige boek van Ismene Krishnadath, Seriba in de schelp, dat nota bene op Galibi speelt, kennen ze niet. Ook Okorié en Agambé, over een jongen uit een inheems dorp en een uit een marrondorp ontbreekt. En indiaanse verhalen, boeken waarin ze al vastgelegd zijn, hebben ze niet en veel vooral Kalinha-verhalen zijn nog niet uitgegeven.
Daar moet gauw verandering in komen! Alle Surinaamse kinderen moeten hun eigen boeken kunnen lezen!

Avonturen met jeugdboeken

Illustratie van Goenoh Soerodimedjo in Avontuur bij de grote rivier van Natasia Agard

Muloleerlingen en zesde klassers van Albina en omgeving beleefden avonturen op het Kinderboekenfestival. Er waren spannende spelen, uitdagende opdrachten, het ontcijferen van een geheimschrift bijvoorbeeld en avonturen met boeken. Enkele voorbeelden:

Avontuur bij de grote rivier van Natasia Agard gaat over de verzieking van het bos en de dieren doordat de goudzoekers met kwik werken. De dieren houden een krutu en eensgezind besluiten zij de goudzoekers weg te jagen. Dat gebeurt. De klas splitst in tweeën, de ene helft bestaat uit alle soorten dieren, de andere uit goudzoekers. En hoe de dieren die mannen verjagen en nog lang achter ze aan rennen - harde dierengeluiden makend - over het festivalterrein, dat zullen ook de bezoekers niet gauw vergeten.

En dan van Sherida Sabajo’s Okorié en Agambé, over twee jongens, een uit een inheems en een uit een marrondorp langs dezelfde rivier. Ze verdwalen toevallig op dezelfde dag in het bos en komen elkaar tegen. Hoe vinden ze hun dorpen terug? De telefoonboom brengt redding. Ze slaan er keihard op... het geluid klinkt door het bos, de vaders horen het en vinden hun zoon. Van twee kanten komen ze. Hoe die twee verdwaalde jongens slaan op die wortels... en hoe hard de klas dat laat klinken. Het geluid klinkt door het hele festival. En dan die blijdschap als de jongens gevonden worden! Spannend, beeldend en vooral herkenbaar voor kinderen uit het binnenland.

De vierde klas mulo van Albina luistert naar ‘Witte lelies’ uit de bundel Carrousel van Marylin Simons, voor oudere jongeren en volwassenen. Het is een zielig verhaal over twee jonge geliefden die hun kindje verliezen, dat niet aankunnen en niet meer kunnen communiceren. In een prachtige stijl geschreven. ‘Ronny had me nog nooit geschijnd’... zo begint het verhaal en bij die eerste zin gaan alle hoofden omhoog! Na afloop zegt een jongen dat hij het verhaal niet mooi vindt, omdat het zielig is. Dan volgt een gesprek over het leven, dat toch ook vaak zielig is. Waaraan de juf actief en gedreven deelneemt. Kalm gaan de leerlingen weg na afloop. Op hun gezichten staan emoties te lezen.

Tot slot: in een van de boeken van Cobi Pengel, Wolkje en de groenhartboom is een deel van de thematiek hoe mensen hun bewoonde wereld vervuilen en hoe een groenhartboom daaronder lijdt. Aan het eind trekken alle groenhartbomen hun wortels uit de grond en vliegen naar hun familie in het binnenland. Daar houden ze een krutu: hoe pakken we die smerige mensen aan. Twee meisjes mogen meevliegen op de takken van de groenhart, maar ze verstaan de bomen niet. Het zal niet lekker zijn wat de bomen van plan zijn met de mensen. Een zesde klas uit Albina volgt het verhaal. Ze knikken, en knikken... ‘Willen jullie ook een krutu houden?’ vraagt juf. ‘Ja, en we willen ons dorp schoonmaken.’ En dat wordt afgesproken: in de afgelopen week al zijn de leerlingen de straat opgegaan met materiaal om het vuil van de straten te verwijderen... vooral bij bomen, ook een groenhart?
Zo zie je dat boeken aanzet kunnen geven tot emoties en ook tot daden. Je herkent het leven, je denkt erover na en wie weet... verandert er iets ten goede!


dinsdag 15 april 2014

Juryrapport Miep Diekmann Thesisprijs 2014

De Miep Diekmann Thesisprijs werd uitgereikt op de vriendenmiddag van IBBY, afdeling Nederland, in het Nationaal Archief, Den Haag, vrijdag 11 april 2014
Juryleden Miep Diekmann Thesisprijs: Jant van der Weg, Coosje van der Pol en Sanne Parlevliet

Jant van der Weg-Laverman, jurylid, leest het juryrapport  
Eigenlijk is het vreemd dat er niet eerder een prijs werd vernoemd naar Miep Diekmann. Een prijs voor grensoverschrijdende jeugdliteratuur bijvoorbeeld, voor jeugdliteraire kritiek of voor vertalingen. Een prijs voor het behartigen van schrijversbelangen, of voor de promotie van het goede kinderboek. Op alle fronten van de jeugdliteratuur zijn wij schatplichtig aan de inzet van deze auteur. Niet voor niets wordt Miep Diekmann, samen met Annie M.G. Schmidt en An Rutgers van der Loeff, ook wel de ‘moeder’ van de naoorlogse jeugdliteratuur genoemd. Wie een prijs wint met deze naam tooit zich met een jeugdliteraire guirlande die verwachtingen wekt.

 De eer ging naar het jeugdliteraire onderzoek. Want naast al haar andere activiteiten was Miep Diekmann een van de eersten die zich, al in de jaren zestig, beijverde voor wetenschappelijke aandacht voor het kinder- en jeugdboek. Toen al pleitte zij voor een leerstoel kinder- en jeugdliteratuur. Ook kinderboeken moesten bestudeerd worden op de universiteit, vond zij. Alleen zo konden bijvoorbeeld critici opgeleid worden om op een gefundeerde en professionele manier jeugdliteratuur te bespreken.

De masterthesissen die werden ingestuurd voor de prijs laten zien dat het pleidooi van Miep Diekmann nog altijd zijn vruchten afwerpt. Acht literatuurtheoretische en -historische scripties van zes verschillende universiteiten in Nederland en Vlaanderen dongen mee. Jeugdboeken over de Tweede Wereldoorlog werden geanalyseerd op de beeldvorming rond collaboratie en verzet, sprookjesfiguren op leeftijd werden in een typologie geplaatst en de plaats van aandacht voor kinderliteratuur in Vlaanderen werd bepaald. Er is ecokritisch gepionierd in Vlaamse initiatieromans en er is een generatie Assepoesters onderzocht. Onderzocht is hoe dubbeltalenten hun identiteit en verleden vormgeven in autobiografische prentenboeken en hoe jonge vertellers en focalisatoren de discrepantie tussen het zien en het begrijpen van traumatische gebeurtenissen verbeelden. Bovendien is, heel toepasselijk, de betekenis van Miep Diekmann voor de jeugdliteratuur uiteengezet in een heuse biografie.

Miep Diekmann feliciteert de winnaars van de naar haar vernoemde prijs.
De onderwerpen zijn uiteenlopend, maar voor elke thesis geldt dat deze gedegen is opgezet en uitgewerkt. Alle thesissen zijn bovendien opvallend goed geschreven. We hopen dan ook van harte dat de schrijvers hun pen willen blijven inzetten voor de jeugdliteratuur.
Drie thesissen sprongen eruit. Alle drie onderscheiden ze zich door de diepgaande en creatieve analyse. Aan twee thesissen mogen we namens IBBY-Nederland een eervolle vermelding uitdelen (en daaraan verbonden een geldbedrag van 250 euro). Eén thesis krijgt de prijs (en daarmee ook nog 750 euro).

Miriam van den Nieuwenhof, Kyra Fastenau en Marloes Schrijvers
Graag geven we de eerste eervolle vermelding aan Kussen en koel water. Initiatieromans en ecocriticism van Miriam van den Nieuwenhof van de Universiteit Tilburg. Niet eerder werden Vlaamse initiatieromans vanuit een ecokritisch perspectief bekeken. Miriam van den Nieuwenhof laat mooi zien hoe in vijf jeugdromans van Marita de Sterck natuur en volwassen worden met elkaar verbonden zijn. Ze heeft een heldere schrijfstijl en bouwt haar thesis goed op. Vernieuwend vonden wij hoe zij de stedelijke omgeving in haar analyse betrekt en daarmee de definitie van ecocriticism oprekt. 

De tweede eervolle vermelding gaat naar Kyra Fastenau van de Universiteit Leiden voor haar thesis Traumatic events seen through innocent eyes. Juvenile focalisators and narrators in adult literature. Kyra Fastenau onderzocht vier romans met een kind als focalisator en verbond daarbij de narratieve theorie van Mieke Bal met Ernst van Alphens trauma theorie. Bijzonder aan deze thesis is dat zij geen kant-en-klaar model toepaste, maar op basis van bestaande modellen, begrippen en theorieën haar eigen model ontwierp. Haar heldere analyse laat zien hoe het perspectief van een kind een defamiliarizerend effect kan hebben op een volwassen lezer en daarmee het schokeffect van een traumatische gebeurtenis kan bewerkstelligen.

Miep Diekmann
De Miep Diekmann Thesisprijs 2014 gaat naar Life writing through text and image in children’s literature. A multimodal analysis of authenticity and dual address in autobiographical picture books van Marloes Schrijvers van de Universiteit Tilburg. Marloes Schrijvers onderzocht vier autobiografische prentenboeken en laat zien hoe de wisselwerking tussen tekst en beeld in deze prentenboeken wordt ingezet om het verleden en het ‘zelf’ van de auteur te construeren. Zij schroomt niet kritisch ‘in gesprek’ te gaan met andere onderzoekers en bestaande theorieën en op basis hiervan een nieuwe, eigen definitie van het concept authenticiteit te ontwikkelen. Overtuigend zet zij uiteen dat  het autobiografische prentenboek als een apart genre binnen life writing beschouwd zou kunnen worden. Marloes Schrijvers bewerkstelligt hiermee op bewonderenswaardig goed beargumenteerde wijze een uitbreiding van een genre dat momenteel sterk in de belangstelling staat, en levert hierbij ook meteen een analyse-instrument. Haar thesis laat volgens ons het beste de volwaardigheid van de jeugdliteratuur als wetenschappelijk onderzoeksobject zien. En dat is immers waar het Miep Diekmann al een halve eeuw geleden om te doen was.

De Miep Diekmann Thesisprijs werd uitgereikt op de vriendenmiddag van IBBY, afdeling Nederland, in het Nationaal Archief, Den Haag, vrijdag 11 april 2014; IBBY = International Board on Books for Young People.
foto’s © Matthijs Kamphoff


zaterdag 5 april 2014

Kinderen Marowijne leven zich uit tijdens boekenfestival

Kinderen van Marowijne tonen hun talenten op het podium. (Foto © KBF)


Talentvolle jeugdigen uit Marowijne hebben op het podium laten zien wat ze kunnen. Onder hen waren er presentatoren, vertellers, zangers, drummers, toneelspelers, rappers, dansers, muurschilders, musicalspelers, dichters en schrijvers. Ook ouders die met hun kinderen zijn meegereisd vanuit verschillende dorpen in het Boven Marowijne- en Tapanahoniegebied hebben tijdens het kinderboekenfestival kennis genomen van educatieve activiteiten die hun kinderen doen groeien, meldt het Kinderboeken Festival (KBF).

Meer dan drieduizend kinderen hebben het festival in de ochtenduren bezocht - van peuters, kleuters, basisschoolleerlingen, VOJ- en VOS-leerlingen. In het middagprogramma participeerden woensdag ruim 800 bezoekers, donderdag 1000 en op de slotmiddag vrijdag bezochten 1200 kinderen en volwassenen het kinderboekenfestival op Albina. Enkele festivalactiviteiten waren opvoering van de musical Marwina gaat naar school onder leiding van Annelies den Boer-Aside en Sandra Purperhart, de activiteiten van het Nucleus Centrum Albina, de gastschrijver Peter Vervloed en filmproducent Peter Lammerts van Stichting Mondiall. Eftee Books verzorgde een Karaoke-activiteit, Gerrit Barron van Boekhandel Afaka leverde een bijdrage aan het festival. Er was een workshop voor opvoeders 'In liefde opgroeien doet levenslang bloeien'.

Geconstateerd is dat de jeugd van Marowijne weinig educatieve activiteiten heeft, waardoor hun belangstelling vaak naar minder positieve bezigheden uitgaat. Yvonne Caprino, Agnes Ritfeld en Karin Blufpand van het KBF uitten hun ernstige zorg hierover tegenover districtscommissaris Theodorus Sondrejoe en gaven aan dat als er niet onmiddellijk geïnvesteerd wordt in educatieve activiteiten die op structurele basis in het district plaatsvinden, er een gebrek aan goed gevormde, voorbeeldige jeugdigen zal zijn, die leidinggevende posities kunnen overnemen! De verwachting is dat beleidsmakers en functionarissen van het ministerie van Onderwijs, van Jeugdzaken en van Regionale Ontwikkeling zich ernstig over groei en ontwikkeling van Marowijne zullen buigen, stelt de organisatie.

[van Starnieuws, 5 april 2014]


woensdag 2 april 2014

Albina fleurt op met komst kinderboekenfestival

Jongeren van Albina lopen langs het versierde terrein voor het Kinderboekenfestival in Albina dat woensdag begint. Foto © Hugo den Boer 

door Hugo den Boer

Albina - Albina is altijd levendig, maar met de komst van het Kinderboekenfestival (kbf) van 2 tot en met 4 april ziet het centrum er voor een week fleurig uit. Het voetbalveld naast de kazerne is in zes dagen omgetoverd tot een kleurrijk festivalterrein met tenten en vlaggen.

Het dagelijkse leven van Albina is even uit zijn ritme. Op het veld dat doorgaans wordt gebruikt voor voetbaltrainingen en ontspanning, werden vanaf vorige week onaangekondigd meerdere tenten geplaatst. Vooral veel volwassenen dachten dat er een groot muziekevenement of kermis werd opgebouwd. De kinderen waren echter op de hoogte van het boekenfestival dat vooral via de scholen was gepromoot.

De organisatie verwacht naast duizenden leerlingen, vanuit Albina en Moengo ook ruim vierhonderd leerlingen van scholen langs de Marowijne-, Tapanahony- en Lawarivier. De leerlingen worden opgevangen in nieuw gebouwde lokalen die nog niet in gebruik genomen zijn vanwege afwezigheid van elektriciteit.

Het kbf heeft vandaag al een 'soft' opening. De vertelwedstrijden worden dinsdag afgewerkt. Ook komen de eerste groepen van kinderen uit verre dorpen al overnachten om woensdag vroeg te kunnen deelnemen. De officiële opening met genodigden vindt woensdagmiddag op vijf uur plaats.


[uit de Ware Tijd, 01/04/2014]

zaterdag 29 maart 2014

Curaçao voor kinderen met lef

Foto © Charlotte Doornhein

Willemstad - Een boek vol spelletjes waarvoor lef nodig is. Daar moet je natuurlijk iets voor doen. Solmarilies (6), Keanu (4), Roxeny (4) en Nathan (6) hebben woensdag aangetoond zo’n boek waard te zijn. Ze werden uitgedaagd door schrijfster Charlotte Doornhein om lef te tonen midden op de Pontjesbrug. Het viertal speelde drie spelletjes op de brug. Ze maakten een tekening op de wiebelende brug, maar die moest wel hetzelfde zijn als de tekening die ze eerder op de kade hadden gemaakt.
Verder probeerden ze zo lang mogelijk op één been te staan en volgden in een rechte lijn een spoor van klinknagels. Extra moeilijkheid bij die laatste opdracht was dat ze niet opzij mochten gaan voor tegenliggers op de brug.

Uiteindelijk wonnen ze alle vier een exemplaar van het spelletjes- en activiteitenboek Curaçao voor kinderen met lef van Doornheim. Het boek is voor kinderen van 4 tot 14 jaar en is verkrijgbaar bij de boekhandels.

[uit Antilliaans Dagblad, 29 maart 2014]

‘Anansitori zijn niet bedoeld voor kinderen’

Gerrit Barron
Interview met Gerrit Barron

door Jerry Dewnarain & Christine F. Samsom

... een opmerkelijke uitspraak aan het eind van ons interview met de kinderboekenschrijver Gerrit Barron. ‘Anansi is een oplichter, een dief. De tori over hem werden/worden verteld door volwassenen op onder andere ded’oso en zijn bedoeld als agersitori.’ We staan op het punt Tori Oso te verlaten na een twee uur durend interview waar de twee redacteuren van de Ware Tijd Literair hebben geluisterd naar de woordenstroom van deze bekende Surinamer-in-hart-en-nieren.

Vorig jaar vierde Gerrit Barron zijn veertigjarig schrijversjubileum. Wat heeft hem gestimuleerd om schrijver te worden? We hoeven ons interview niet te beginnen met de vraag: ‘Wie’s je vader, wie’s je moeder?’ Hij begint zelf te vertellen: ‘Schrijver word je niet zomaar. Het heeft alles te maken met je wordingsgeschiedenis. De ervaringen om je heen hebben je beïnvloed.’


Hij werd in 1951 geboren in Moengo in een gezin van elf kinderen uit Coroniaanse ouders, met voorouders uit onder andere India en St. Lucia. Zijn vader is werkzaam bij Suralco als security guard en in zijn vrije tijd als landbouwer. Gerrit woont als tiener midden in de ‘apartheid’, de klassentegenstellingen in het bauxietstadje Moengo van de jaren zestig. Daar vertelt hij indringend over. Met het verzet daartegen is zijn nationalistische kijk op de Surinaamse samenleving begonnen. Na het mulo - waar hij kennis maakt met het werk en de persoon van Dobru en waar hij zich al bezighoudt met het schrijven van gedichten, maar ook met toneel, dans en voordracht - vertrekt hij naar de stad om op het Algemeen Pedagogisch Instituut (API) voor onderwijzer te studeren. Hij maakt de grote stakingen van 1973 mee met als dieptepunt de dood van de vakbondsman Abaisa en publiceert in dat zelfde jaar zijn eerste gedichtenbundel, Falawatra.

In 1974 vertrekt hij naar Nederland, haalt er zijn hoofdakte en werkt als remedial teacher. Veel gezinnen verlaten in die tijd vóór de onafhankelijkheid Suriname. Hij merkt hoe de Surinaamse kinderen worstelen met het onderwijs in Nederland. Er zijn geen boeken voor hen. Voor het eerst komt het idee bij hem op om boeken te gaan schrijven voor het Surinaamse kind.


Toch debuteert Barron met poëzie voor volwassenen: Falawatra (1973), Bloeddruppels op mijn kussensloop (1975) en Surinamensje in powesi (1977). Na terugkeer in 1977 komt hij het volgende jaar uit met zijn eerste kinderboek, Een lach en een traan, mede geïnspireerd door de regisseur en poppenkastspeler Henk Zoutendijk. Sinds 1978 schrijft hij voor kinderen en wordt de meest gelezen auteur van Suriname. Een lach en een traan (1978) gaat over het alledaagse leven van kinderen in een gezin, maar Barron beschrijft het verhaal met pedagogisch vermanende vinger, zoals eigenlijk in al zijn kinderboeken te merken is. Het gezin bestaat uit vader Johan, hindostaan, moeder Thea, creoolse (wat nadrukkelijk vermeld wordt) en hun vier kinderen: een meisje van zeventien, drie jongens van respectievelijk vijftien, elf en tien. De jongsten, Harold en Kela, zijn nogal eens ondeugend en halen allerlei kattenkwaad uit. Maar alles komt steeds weer goed, want het is een leuk gezin en bij de Soravasinghs ‘wordt er meer gelachen dan boos gekeken.’

Titri en Toto (1979) is voor kinderen van de laagste klassen die net hebben leren lezen. Het is een verhaaltje over aka, Surinaamse roofvogels. Barron wil hiermee zijn jonge lezers ook bewust maken van de flora en fauna van Suriname. Via de Stichting Kinderkrant verscheen Bij Anoekoe in het dorp (1980). De twee jongens uit Een lach en een traan, Harold en Kela Soravasingh, gaan in het Surinaamse binnenland logeren en beleven er allerlei avonturen. Het is een vlot leesbaar verhaal van 31 bladzijden. De overzichtelijke bladspiegel, de duidelijke letter en niet het minst de tekeningen van Paul Woei maken dit boek aantrekkelijk voor kinderen. Er gingen meer dan 20.000 exemplaren van over de toonbank van winkels naar scholen.

Een boek voor wat oudere kinderen is Barrons Kamla en de vergulde man (1981). Oom Tapi vertelt een fantastisch verhaal aan Kamla en Astrid over de indianen en hun hoofdman Lindo - een vergulde man - en de witte veroveraar Jan Pieter Jansen. De koning is er nog steeds maar heeft zich onzichtbaar gemaakt. ’s Nachts droomt Kamla. Ze wil Lindo zoeken en wordt geholpen door de bakru (geest) Kimpo en heel wat dieren als sneki, owrukuku, aboma, anyumara, aasgier en schildpad.

Avonturen van Kira en Kisa (1984) is bedoeld voor kleine kinderen. In het bos krijgt een kapasi (gordeldier) vijf jongen in het hol van de slang. Als het bos brandt wordt een jong door een roofvogel gevangen, de moeder wordt de prooi van de jager die ook nog twee andere kleintjes vangt en meeneemt. Alleen Kira en Kisa blijven over. Ze moeten zich nu grotendeels zelf redden, graven een groot hol, zoeken eten, enzovoort. Ze proberen de twee gevangen kapasi te bevrijden, maar dat mislukt.

Het geheim van de Goslar (1984) is een spannende detective. Harold en Kela gaan bij hun oom en tante in Paramaribo logeren. Ze leren de stad kennen via een buurjongen Steven. Deze heeft een papier van de kapitein van de Goslar uit 1940. Steven vertelt over het zinken van het schip midden in de Surinamerivier toen de wereldoorlog ook naar Suriname oversloeg. Wat was er allemaal aan boord? Wat had de Duitse kapitein te verbergen? De drie jongens besluiten op onderzoek te gaan. Barron schreef met dit boek een gefantaseerd verhaal dat van historische gegevens gebruik maakt: het is een traditionele detective in Surinaamse setting. Barron verwerkte ook enkele politiek-sociale elementen. De eigen omgeving is natuurlijk iets wat de jeugd aanspreekt.

Het wrak van de Goslar in de Surinamerivier. Foto © Raw Fotografie


Opgevoed met westerse helden als Tarzan en Winnetou uit Amerikaanse kinderboeken en de olifant Babar uit de Franse kinderliteratuur, streeft Gerrit Barron doelbewust naar het creëren van eigen helden met wie Surinaamse kinderen zich kunnen identificeren in het proces van dekolonisering: Boni, Barron, Jolicoeur. Hij ziet het kinderboek als een middel om je eigen identiteit te ontdekken, trots te zijn op jezelf. ‘Daarom’, zegt hij, ‘zijn mijn boeken meer familieboeken, waarin niet alleen kinderen, maar alle gezinsleden zich kunnen herkennen.’ Nationalisme is voor Barron geen gepasseerd station. Daarin heeft Dobru hem geïnspireerd. Wie zijn wij? Kennen we ons land? Harold en Kela, de twee kinderen die in verschillende van zijn boeken voorkomen, brengt hij van het district Saramacca naar de stad: Het geheim van de Goslar, vandaar naar het binnenland: Bij Anoekoe in het dorp en naar Fort Buku in een binnenkort te verschijnen boek.

Behalve in Avonturen van Kira en Kisa gaat het ook in Titri en Toto en Het verhaal van Bati en Dew onder andere over de natuur van Suriname, maar ook saamhorigheid en medeleven spelen een belangrijke rol, zoals ook in De kinderen van Sadoema, waarin bakru-kinderen met een beperking blijken te zijn die hulp nodig hebben. Alle kinderboeken van Barron noemen is ondoenlijk. Het zijn er in ieder geval heel veel! Als extra verrassing geeft hij de laatste jaren bij elk boek een poster cadeau, als alternatief voor de Donald Duck-, Dora- en Assepoester-posters die in zoveel kinderkamers aan de muur hangen. In alles merk je het: Gerrit Barron wil kinderen én volwassenen trots maken op het eigene.

Hij is blij met het jaarlijkse Kinderboekenfestival, al spreekt hij liever van een Kinderfestival met het boek als thema. Bereiken we ons doel, namelijk van het kind een leisibakru maken? En wat doet het Minov? Barron verwijt het Minov een groot gebrek aan visie, het eigene komt in het onderwijs weinig of niet aan bod. In alle landen om ons heen worden kinderboeken van eigen bodem op school gebruikt, in Suriname niet. Het Minov is een conservatief bolwerk, waar teveel mensen zitten die ons onderwijs zien als een verlengstuk van het Nederlands onderwijs. Ten slotte, er is nog zoveel meer te zeggen over deze ‘lusumbe’ (duizendpoot). Zo heeft hij naast zijn bakru om kinderboeken te schrijven, ook spelletjes uitgegeven als Taxibo, die hier spelen. En hij heeft iets met plattegronden en landkaarten, waarin helden van Suriname een speciale plaats innemen en gebergten een nieuwe, Surinaamse naam krijgen. Zijn boodschap geeft hij ook door via zijn radiostation in Moengo, ‘Barrons Omroep Bedrijf’ (BOB).

Voor Barron geldt: ‘Sabi Su’ fosi, bifo yu kari kari ‘I love Su’!

vrijdag 28 maart 2014

Bencho ta Rebeldia

Bencho ta rebeldia - Olga J. Buckley

Bencho wordt een tiener en gaat zich steeds meer verzetten. Hij vindt dat hij goed doet op school en zodoende moet iedereen hem met rust laten. Desondanks schrikt hij van zichzelf een keer dat hij met vuistslagen op de lessenaar van Meneer Willems slaat. Hoe zal het met Bencho verder gaan. Zal hij een middenweg kunnen vinden en de uitdagingen die hem te wachten staan kunnen aangaan?

Olga Buckley
Olga J. Buckley werkte jarenlang in het onderwijs op Aruba. Daarnaast schrijft zij kinderboeken en ook gedichten. Het eerste boek in de Bencho-serie is in 2006 verschenen met als titel Bencho ta dual. Vlak daarna in 2008 kwam Bencho ta gana un bais uit. Olga heeft twee dichtbundels uitgebracht Curashi (2002) en Sin wak patras (2008). Als dichteres nam zij in 2005 deel aan het literair festival Crusa Lama; het variant van de Nederlandse “Winternachten” op Aruba en Curaçao.

Olga Buckley is een fervente voorstander van het voorlezen aan opgroeiende kinderen. Vandaar dat ze in 2007 het project “Bon Nochi Drumi Dushi” voor het stimuleren van het voorlezen in het leven riep. De Stichting “Bon Nochi Drumi Dushi” geeft aandacht aan het voorlezen aan jonge kinderen door onder andere families thuis te bezoeken om voor te lezen en ouders te informeren over het belang van het voorlezen. De stichting heeft een serie van DVD’s uitgebracht zodat ouders ook zelf aan de slag kunnen.

Papiamento | hardcover | 85 pagina’s | UNOCA | Aruba | 2013

ISBN  978 99904 1 8279




 .

woensdag 26 maart 2014

Surinaamse districtenvoorleeskampioenschappen

 Op zaterdag 22 maart werd er een start gemaakt met het jaarlijkse Surinaamse voorleeskampioenschap voor de districten, van Stichting Bibliotheek Sheros. Evenals het vorig jaar vindt de voorselectie plaats in alle tien districten. De leerlingen van het basisonderwijs mogen voor een jurypanel lezen en er worden twee finalisten gekozen die hun district op de finale dag zullen vertegenwoordigen. De finalisten werden Charemy van Muliei van OS Afaka en Willems Randy van de Shri Mahadevam School. Dhonre Shaiestanas van de Shri Rudra-school werd uitgeroepen tot meest gedurfde leerling van het district Wanica.



Vanaf dit jaar organiseert Stichting Bibliotheek Sheros ook jaarlijks het VOJ literair kampioenschap. De voorselectie van Wanica werd ook op zaterdag 22 maart gehouden .De finalisten werden : Rohan Mansha en Caransa Adipi, studenten van Mulo Schotelweg . Zij zullen op 26 juli in de finale het district Wanica vertegenwoordigen. Alle tien districten komen aan de beurt en het laatste district is Coronie op 28 juni.



Stichting Bibliotheek Sheros organiseert deze kampioenschappen jaarlijks om het lezen onder onze kinderen te stimuleren en positief te ondersteunen.Van het jaar zijn de gekozen thema's educatie en gezondheid. De slogan is: educatie en gezondheid gaan hand in hand. De stichting wenst samen met haar sponsoren alle leerlingen heel veel succes toe.


dinsdag 25 maart 2014

Musical Lezen verbindt schrijver en kind

Sandra Purperhart
door Jetty Polanen

De Nationale Stichting Kinderboekenfestival Suriname heeft als goede gewoonte om ieder festival te openen en af te sluiten met een musical. De musicals worden geschreven, samengesteld, geproduceerd, ingestudeerd en verzorgd door Sandra Purperhart die zo al heel wat prachtige musicals op haar naam heeft staan. Sommige musicals gaan over het district waar ze worden opgevoerd. Er is een prachtige musical over Brokopondo met als hoofdrolspeelster Kopro Kanu. Er is er een over Sipaliwini, Commewijne en Nickerie. Maar Sandra heeft ook musicals gemaakt naar aanleiding van een boek. Twee jaar geleden werd Alleen op de wereld opgevoerd, het thema van het Kbf was toen de klassiekers, boeken die altijd gelezen zullen worden en die nooit uit de tijd raken.

Dit jaar heeft Sandra Purperhart voor het Kbf-Paramaribo het boek Lezen verbindt schrijver en kind als uitgangspunt gekozen. Het boekje is door de Stichting Projekten uitgegeven in 2000, inderdaad 14 jaar geleden, en het wordt nog steeds gelezen!!! Een Surinaamse klassieker dus.

Lezen verbindt... is een bundel met een aantal gedichten en korte verhalen van verschillende schrijvers. De kinderen die de lezertjes uitbeeldden, noemden in het kort een paar werken, maar de musical ging over het verhaal ‘De groente-oorlog’ van Orlando Emanuels. U kent het verhaal allemaal vast nog wel: de groenten, het ei en de kokosnoot vechten over wie het belangrijkst in de keuken is. Wie kan absoluut niet gemist worden? Wie is de smaakmaker? Het gevecht is oeverloos want iedereen vindt zichzelf net even belangrijker en net een beetje meer onmisbaar dan de ander. De kleine rode peper doet daar nog een schepje bovenop maar dan zegeviert het gezonde verstand: ‘Iedereen is even belangrijk en we kunnen niet zonder elkaar. Samen zorgen we ervoor dat mensen gezond kunnen opgroeien.’

Maar hiermee was de musical nog niet afgelopen. Het prachtige, unieke, klassieke en zeer actuele gedicht van Shrinivási werd toen niet alleen belicht maar ook uitgebeeld: een grote Surinaamse vlag omhulde alle kinderen op het podium. Het was werkelijk een aangrijpend moment dat in woorden minder duidelijk is dan in beeld. En met dit prachtige gedicht sloot de musical ‘Lezen verbindt schrijver en kind’ af:

Ik zou jullie willen binden
tot één volk
zonder dat dit een sprookje blijft
want in woord zijn wij surinamer
maar in daad nog steeds neger
hindoestani, javaan of chinees

kon ik jullie huid veranderen
je hart genezen
in één volmaakt gebed
het zoveelste verzoek:

loop niet blind door dit land meer
speel met kinderen die je bloedgroep niet dragen
spreek de talen van al onze volken
zoals je eet het menu van de wereld

ik zou jullie willen binden
tot één volk
zonder dat dit een sprookje blijft.

Shrinivási (in: Een weinig van het andere. In de Knipscheer, 1984)


zondag 23 maart 2014

De gloednieuwe Surinaamse kinderboeken!

door Marja Themen-Sliggers en Jaïr

Hieronder bespreken we de kinderboeken die recent verschenen zijn, onder meer die welke gepresenteerd werden op het Kbf in Paramaribo.


‘Ik kan...! Kan jij ook!?!’
Een mooi uitgevoerd boekje, met aantrekkelijke foto’s van een bijdehand meisje dat veel kan. De titel is uitnodigend en maakt benieuwd naar verrassende dingen die een kind misschien kan, anders dan andere kinderen. Jaïr had het boekje snel uit en was heel gauw klaar met zijn commentaar: ‘Niet uitdagend, er komt niets uit van mijn nieuwsgierigheid.’ Maar let wel, grasmaaien met een tractor is niet voor elk kind weggelegd. Zij kan dat, maar wel samen met de tuinman. Kan jij ook!?! Een peuter of kleuter kan geboeid worden door de eenvoudige dingen, maar dan is de tekst wel ingewikkeld. Hoe omschrijf je bijvoorbeeld ‘een tikkeltje verlegen’ als tekst bij een foto van moeder en dochter, die zo uit een familiealbum lijkt te komen. Mijn indruk van het boekje is dat het inderdaad mooi en leuk is als familie-fotoalbum, om te laten zien wat dochtertje/ kleindochtertje allemaal kan en doet, maar nauwelijks boeiend om breed te verspreiden.
Soecy Gummels (tekst en foto’s): Ik kan...! Kan jij ook!?!, lay-out: Latoya Briel. Wageningen: Teslar Productions, 2013. ISBN 978-99914-52-03-6


‘Ik heb ... Wat heb jij!?!’
Dit boekje moet een serie vormen met Ik kan...! Kan jij ook!?! Het ziet er heel anders uit, niet zo mooi. Met tekeningetjes in plaats van foto’s.
Het was lastig om Jaïrs commentaar te krijgen. ‘Ik weet niet of ik dat wel mag zeggen’, vroeg hij zich af. Na enig aandringen en (wederom) de verzekering dat het gaat om de mening van kinderen bij de stukjes over kinderboeken kwam het eruit: ‘Gewoon... plaatjes zijn gewoon, de rest heeft mij helemaal niet verrast.’ Inderdaad loopt er veel parallel in zijn leven met het boekje, ook een broertje en een zus, ook twee oma’s en een opa, ook speelgoed, een mooi huis met tuin..., maar dat hebben lang niet alle kinderen zo probleemloos, zo vanzelfsprekend. Het is een boekje dat gebruikt kan worden door opvoeders om kinderen te leren dat het leven niet voor alle kinderen zo rooskleurig is, maar dan zouden er ook items moeten zijn van kinderen die helemaal niet veel hebben. Het thema ‘groeien’ van het Kbf zou dan gebruikt kunnen worden, immers sommige kinderen moeten groeien tegen de verdrukking in en dat kost veel energie, vaak zelfs verdriet. Zoals het boekje nu is, is het nogal elitair.
Soecy Gummels (tekst en lay-out): Ik heb ... Wat heb jij!?! Wageningen: Teslar Productions, 2013. ISBN 978-99914-52-02-9


 ‘Happy’s wens’
 Een leuk idee om tijdens het Kbf een reclameboekje uit te geven van Godo. Immers sparen heeft ook groeien in zich, je kapitaal dat groeit, je spaarrekening die met je mee groeit. Jaïr weet wat een godo is, dus hij vindt het leuk dat het over bijen gaat, maar hij vindt het raar dat bijen zo groot als mensen worden en toch voelsprieten houden en strepen op hun lijf. En hoe zit dat met een mamabij? Dat kan toch niet? Bij bijen gaat het toch om de koningin? Verder vraagt hij zich af waarom Happy helemaal naar Parijs moet voor een lekker ontbijt, met een plaatje van een Franse ‘bistro’ en met het menu in het Frans! Samen zochten we naar de clou, misschien omdat flink sparen alles binnen bereik brengt, ook een reisje naar Parijs? Een punt waar op gelet moet worden is de bijentaal in dit boekje, het gebruik van zzz en sss in een woord kan voor kinderen, vooral beginnende lezertjes verwarrend zijn. Zo’n zin bijvoorbeeld: ‘Zzzzo zzzo zzzo’, zoemt mamabij, ‘ik heb een zsssuperbij idee.’
Consuela John: Happy’s wens, in opdracht van GODO, illustratie, ontwerp & print: Studio TMC. z.p, z.j. Geen ISBN

‘Torbie en Zandy’
Altijd belangrijk, een boekje over de zeeschildpadden, die bedreigd zijn. En mooi de tekeningen van Gerold Slijngard. Jaïr vindt ‘Torbie en Zandy’ op twee punten leerzaam: zorg dat de zee niet vervuild wordt, want daar hebben de zeeschildpadden last van en raap geen eieren, want dan sterven ze uit.
Dat komt er zeer vlot uit! Jaïr houdt van leerzaam. Het verhaal is niet erg helder (waar komt ineens dat hert vandaan?). En er mocht best meer informatie over ons land, met name over Matapica gegeven worden. Wat mij betreft mag er ook meer fantasie aan te pas komen, wat meer ‘jus’. De tekeningen van Gerold Slijngard zijn wél heel levendig en fantasievol! Op de achterflap staat: ‘Oma Aiti vertelt haar verhaal’..., maar dat komt binnenin nergens tot uiting.
Alwin Breinburg: Torbie en Zandy, illustraties Gerold Slijngard. z.p., z.j.. ISBN 978-99914-7-251-5

De volgende drie boekjes zijn tot stand gekomen tijdens het Kbf 2013, een serie Kinderen tekenen welzijn. Tijdens de festivals is met de kinderen nagedacht over ‘welzijn en milieu’. Vanessa Paulina, een schrijfster en tekenares uit Aruba, heeft aan de hand van gesprekken samen met de kinderen tekeningen gemaakt. In alle drie de boekjes zijn de mooie illustraties van Vanessa Paulina gebruikt in combinatie met de tekeningen van schoolkinderen. Heel leuk! Jammer dat slechts in één van de boeken de namen van de kinderen en hun school zijn genoemd. Het is niet duidelijk wat de volgorde van de boeken moet zijn; er wordt twee keer gesproken van ‘eerste deel’.


Puppie’s verhaal
 Een verhaal over een jong hondje dat gestolen wordt en bij een baas terechtkomt die helmaal niet goed voor dieren is. Geen welzijn voor puppy dus. Gelukkig vindt zijn oude baasje hem terug en komt hij weer in zijn eigen nest. Hij vindt welzijn terug. De illustraties van Vanessa Paulina zijn prachtig, levendige plaatjes van een jong hondje, in combinatie met kindertekeningen. Welzijn speelt een rol in het boek, niet letterlijk, maar de kinderen kunnen erover praten. Puppy krijgt welzijn terug, maar zijn baasje ook: het geeft je immers een heerlijk gevoel als je met je eigen hondje kan spelen.
Vanessa Paulina (tekst): Puppie’s verhaal, lay-out: Jessica Polanen. z.p.: Stichting Projekten, 2013. Geen ISBN


‘Tocht over de rivier!’
 Dit boek is gemaakt tijdens het Kbf te Atjoni in 2013. Kinderen uit het binnenland die zich in de vakantie vervelen maken een plan om de rivier op te gaan en een schat te zoeken. Ze vinden geen schat, wel een enorme hoop troep, vuil dat gestort wordt in de dorpen langs de rivier en zich ophoopt. Er komt een mooi plan uit voort: vuilnistonnen en milieubewustzijn. Nog beter dan een schat! De grote tekeningen van Vanessa Paulina maken dat je het verhaal meebeleeft.
Vanessa Paulina (tekst, illustratie en samenstelling): Tocht over de rivier!, lay-out: Jessica Polanen. z.p.: Stichting Projekten, 2013. ISBN 978 99914 52 22 2


‘Wat word ik later?’
Het kiezen van een goed beroep vormt de basis voor jouw latere welzijn. Het boekje geeft een scala aan beroepen die door de kinderen gezien worden als toekomstmogelijkheid, en die ze noemen in de gesprekken over wat je kan doen als je groot bent. Veel bekende beroepen worden besproken met tekeningen van Paulina en de kinderen, piloot natuurlijk en verpleegster en bakker en dierenarts en nog veel meer... en... Marian wil astronaut worden!
Zeven boekjes dus, waarvan drie uitgegeven door Stichting Projekten (PCOS). Jammer dat ze allemaal de realiteit als basis hebben. Geen fantasie, die de creativiteit van kinderen prikkelt en nieuwe werelden opent. 
Vanessa Paulina (tekst en illustraties): Wat word ik later?, lay-out: Jessica Polanen. z.p.: Stichting Projekten, 2013. Geen ISBN


Enkele activiteiten tijdens het Kinderboekenfestival

Indra Hu

door redactie de Ware Tijd Literair m.m.v. Indra Hu

In stand ‘de Rijstkorrel’ van schrijfster Indra Hu werden niet alleen leerlingen en leerkrachten bij het voorlezen betrokken, maar ook ouders die mee waren gekomen als begeleiders. Direct nadat de leerlingen de stand binnenkwamen, werden ze ‘begroet’ met het thema en de slogan van het Kbf 2014. Er werd ook een link gelegd tussen ‘Het levensverhaal van de rijstkorrel’ en ‘groei’. Daarna werd het verhaal, dat op rijm is geschreven, voorgelezen, maar het laatste woord werd daarbij niet gezegd. De leerlingen moesten door goed te luisteren en na te denken het woord raden. Wat vonden ze dat leuk om te doen! Hierna kregen de leerlingen en de anderen een beurt om voor te lezen. Het verhaal is verteld door de rijstkorrel zelf, die een hoed op heeft en dus beeldden de lezers ook de rijstkorrel uit door zelf de hoed te dragen. Dat ging zo gezellig dat zelfs de buren er ‘last’ van hadden. Wat Hu hiermee wil bereiken is dat de kinderen niet bang moeten zijn om iets te presenteren. ‘Je groeit als je bezig bent en dus ook zij leren om zonder vrees voor “vreemden” te presenteren. Door stimulatie van leerkrachten en ouders en ook het Kbf-gebeuren, worden kinderen vrijer en gevoeliger voor alles wat met lezen, voorlezen en creatief bezig zijn te maken heeft.’

Ook ’s middags ging het er reuze gezellig aan toe. Samen met Marja Themen-Sliggers, die namens Huize Betheljada aanwezig was op het Kbf, was afgesproken dat bezoekers stand nr. 88 op een speurtocht mochten bezoeken. Geblinddoekt kwam de ene na de andere duwer van de rolstoel op aanwijzing van degene die erin zat aan in de stand. De bedoeling hiervan was, dat kinderen ook konden ‘ervaren’ hoe het was om te leven met een handicap, in dit geval als je niets ziet en dus blind bent. ‘Heel eng’, zei Soraya van negen, ‘je ziet niets en weet niet waar je gaat. Ik begrijp de mensen die blind zijn veel beter nu. Je moet wachten op hulp van anderen.’
Foto © Stichting Bokemei

‘Ja, en precies daar gaat het om: opgroeien kan je niet alleen, denk aan de wereld om je heen. Heel vaak in het leven heb je de ander nodig om je te helpen je doel te bereiken’, zei Indra Hu.