Posts tonen met het label NTR. Alle posts tonen
Posts tonen met het label NTR. Alle posts tonen

donderdag 20 oktober 2011

Gemengde gevoelens bij de NTR-serie ‘De slavernij’



door Aspha Bijnaar, Gert Oostindie & Alex van Stipriaan

Morgenavond is op Nederland 2 alweer het laatste deel van de NTR-serie De slavernij te zien; de jeugdserie Slavernij junior draait nog een paar weken langer door. Onze instituten leenden hun prestige aan deze serie die een beschamende, en eeuwenlange, periode uit de Nederlandse geschiedenis wil vertellen aan een breed publiek. Als adviseurs zijn wij persoonlijk betrokken geweest bij de opzet ervan, maar de uitwerking ging buiten ons om, die zien ook wij nu pas op tv.
Het is goed dat de serie er is en wij horen vooral van een niet-ingewijd publiek veel positieve reacties. Maar er is ook heftige kritiek te horen, met name van hen voor wie deze geschiedenis meer vertrouwd is, wetenschappers incluis. En die kritiek is in sommige opzichten volkomen terecht.

De slavernij maakt niet alleen duidelijk hoe moeilijk het is om te gaan met een beschamend verleden, maar ook hoe moeilijk het is wetenschappelijke geschiedenis te vertalen naar publieksgeschiedenis. Het gaat niet alleen om het boven water krijgen van een verleden waarover heel lang is gezwegen of dat slechts eenzijdig is verteld. Het gaat ook om de vraag hoeveel ruimte je geeft aan het feit dat ook wetenschappers verdeeld zijn over heel veel van wat zich in het verleden precies heeft afgespeeld. En bovenal gaat het erom hoe die geschiedenis wordt verteld: objectiverend, relativerend, moraliserend? en vanuit welk perspectief of welke perspectieven?
De NTR heeft zichzelf dus de moeilijke opdracht gesteld een serie te maken over een lang verdrongen stuk geschiedenis dat onder historici veel debat oproept en in onze samenleving gevoelig ligt, getuige de commotie rondom de oprichting en onthulling van het nationale slavernijmonument in 2002, of de herhaalde verwijzingen naar de slavernij in de vaak stroeve Koninkrijksrelaties. Bovendien moest dit bij het grote publiek nog onbekende onderwerp zo aantrekkelijk worden gebracht dat kijkers niet meteen zouden doorzappen. Knap lastig, en het is mooi dat de NTR heeft doorgezet. Een professioneel gemaakte serie, uitgezonden op prime time en bedoeld om de historische stilte over dit onderwerp te doorbreken. Dat is in zoverre gelukt, dat de serie goed wordt bekeken en dat velen voor het eerst hebben kennis gemaakt met een geschiedenis die met een grote groep ‘nazaten’ wordt gedeeld. Maar juist bij die Nederlanders met Afrikaanse wortels is ook hartgrondige kritiek te beluisteren en wordt zelfs gezegd dat de serie een poging is het belaste verleden weer onder het tapijt te schuiven. Wij vinden veel van deze kritiek begrijpelijk.

Natuurlijk is de serie geen poging het slavernijverleden van Nederland weg te moffelen of te vergoelijken. Integendeel, de serie maakt duidelijk dat het slavernijverleden bij de Nederlandse geschiedenis hoort. Maar deze boodschap wordt inderdaad nogal lichtvoetig gebracht. Voor het grote verhaal worden terecht woorden gebruikt als ‘dramatisch’, ‘de hel’, ‘mensonterend’. Maar zodra wordt ingezoomd op concrete mensen, gebeurtenissen of afwegingen leidt de ook door ons bepleite keuze voor het geven van veel context nogal eens tot een overmaat van relativering, soms zelfs een beeld van harmonie. Dan lijkt alles nogal te zijn meegevallen; er viel “best leuk te leven” op een Surinaamse plantage, zoals het heet in de vierde aflevering; harde straffen waren nauwelijks aan de orde.

Natuurlijk, het sterftepercentage van Afrikanen was tijdens de overtocht naar het Caraïbisch gebied niet hoger dan dat van de matrozen, in Nederland hadden de armen het ook niet best, Afrikanen zelf waren de toeleveranciers van slaven aan de Europeanen, de plantages waren geen concentratiekampen, slavernij is van alle tijden… Allemaal waar, maar het geven van zoveel context schiet vaak zijn doel voorbij, zeker als dat gemoedelijk voortkabbelend wordt verteld.
Uiteindelijk berustte het hele systeem van de Nederlands-Atlantische slavernij op geweld, winstbejag en racisme. Natuurlijk was daar verzet tegen van de kant van de Afrikanen die als slaaf de oceaan over waren gevoerd, en van hun nazaten; voor zover wij weten komt dat morgen aan bod, op de valreep. Morgen zal dan ook de afschaffing van de slavernij aan de orde komen; en ook dat Nederland daar erg laat mee was, heel anders dan het gidsland dat Nederland graag in zichzelf ziet. Het blijft allemaal een wrede en beschamende geschiedenis, en dat verhaal is niet luchtig te verpakken. Zeker niet als we in aanmerking nemen dat de erfenissen daarvan vandaag nog altijd doorwerken; ook dat zal morgen, in de laatste aflevering, wel aan bod komen.
Die laatste aflevering moet dan wel heel veel bijspijkeren, als correctie op keuzes die eerder in deze serie zijn gemaakt. Te vaak is daar gekozen voor de relativerende toon, te weinig voor het tegengeluid, een ander perspectief, het debat. Onbedoeld toont De slavernij dus ook hoe moeilijk het kennelijk nog is om te gaan met een ‘lastige’ geschiedenis, ook voor professionals.


Dr. Aspha Bijnaar (NiNsee), prof.dr. Gert Oostindie (KITLV-KNAW en Universiteit Leiden), prof.dr. Alex van Stipriaan (Tropenmuseum en Erasmus Universiteit Rotterdam)

[uit de Volksrant, 15-10-2011]

dinsdag 18 oktober 2011

Slavernij & verleden, slavernij & heden


door Rolf van der Marck

Wat weet Nederland van slavernij? Wat wil Nederland weten van slavernij? In zijn algemeenheid –het heeft geen enkele zin hier te verbijzonderen– moet het antwoord op beide vragen ‘nee’ zijn. De Nederlander wéét niets en wíl niets weten van slavernij, voor hem is het gezeur, de slavernij is toch al in het midden van de 19e eeuw afgeschaft? Nou, wat zeuren ‘ze’ dan nog? Desondanks ben ik als bakra tien jaar geleden naar Suriname, één van die met een slavernijverleden beladen landen, geëmigreerd en dáár ben ik eerst te weten gekomen welk een enorme invloed de slavernij heeft gehad en nog altijd heeft op ‘de Surinamer’, zwart, wit, geel of bruin en alles er tussenin.

Suriname is eerst twee-en-dertig jaar zelfstandig en bevindt zich dus nog steeds in de postkoloniale periode en dat zal nog wel even duren ook. Een schrikbewind van drie-en-een-halve eeuw, dat autochtone bevolking, geïmporteerde slaven en contractarbeiders steeds letterlijk onder de knoet heeft gehouden schud je niet zo maar even van je af. En omdat Suriname nu eenmaal een wingewest was, moest en zou het profijtelijk zijn en daar draagt het tot op vandaag de sporen van. Wat er nog van de autochtone bevolking over was, werd te lui bevonden om te werken, dus er moesten arbeiders, slaven dus, worden geïmporteerd. Toen de slavernij eenmaal was afgeschaft moesten ‘dus’ opnieuw arbeiders worden binnengehaald, nu op contract, maar erg veel verschilde dat niet van slavernij.

Deze wordingsgeschiedenis van Suriname heeft geresulteerd in de demografische samenstelling van Suriname zoals wij die vandaag de dag kennen, bij benadering te weten Indianen (3%), Creolen (32%) en Marrons (10%), Hindostanen (35%), Chinezen (3%) en Javanen (15%). Naar religie verdeeld is 27,4% Hindu, 25,2% Protestant, 22,8% Katholiek en 19,6% Islam. De officiële voertaal is het Nederlands, daarnaast is Sranan een belangrijke voertaal (±70%) en in mindere mate het Sarnami (±27%). In totaal kent Suriname ruim 20 talen.

Tot midden/eind 19e eeuw was de situatie vrij overzichtelijk, de autochtone Indianen waren nauwelijks meer in tel noch in tal, de bevolking bestond uit een zeer kleine blanke elite en daarbuiten het werkvolk, de tot slaaf gemaakte Afrikanen. Wel kwam al vrij snel binnen die groep Afrikanen een verbijzondering tot stand, namelijk de uit slavernij gevluchte vrije Afrikanen, de Marrons, die zich in het binnenland vestigden. Eerst met de afschaffing van de slavernij werd het gecompliceerd. Enerzijds werden de vrijgegeven slaven verplicht nog tien jaar bij hun meester te blijven werken, anderzijds kwamen de contractarbeiders het land binnen, die aanvankelijk dan wel een vorm van dwangarbeid ondergingen, maar die na afloop van de contractperiode veelal werden gecompenseerd met grondbezit. Vermenging van ras was aanvankelijk nauwelijks aan de orde, ieder trok zich terug op de eigen cultuur.

(Philippos II van Macedonië, vader van Alexander de Grote, aan wie de spreuk ‘divide et impera’, ‘verdeel en heers’, wordt toegeschreven)

Zo is Suriname een etnische smeltkroes geworden zonder smeltpunt, want alhoewel naar mate de tijd voortschreed vermenging van ras al lang geen uitzondering meer vormde, zijn niet alleen de etnische scheidslijnen blijven bestaan, maar worden deze tot op de dag van vandaag gekoesterd. De voor zijn samenhang zoveel geprezen Surinaamse samenleving is in feite niet anders dan een ‘make beleive’ van mensen die zeggen elkaar te respecteren, maar die als het er op aankomt steeds weer terugvallen op de eigen groep, binnen de bestaande etnische scheidslijnen. Dat die scheidslijnen zijn blijven bestaan is in hoge mate te wijten aan het koloniaal bewind, dat steeds met succes een ‘verdeel en heers’ politiek heeft gevoerd om als kleine elite het gepeupel de baas te (kunnen) blijven. Ter illustratie van deze bestaande scheidslijnen moge dienen dat er een paar decennia geleden een beweging is geweest van mensen die grofweg het westelijk deel van Suriname tot een Hindostaanse staat wilde maken, en waarbij het oostelijk deel zou worden toegekend aan de rest van de Surinaamse bevolking. Kortom, Suriname is nooit een natie geworden en heeft ook nooit aan ‘natievorming’ gewerkt. Integendeel, in het voetspoor van de kolonisator heeft het bevrijde Surinaamse volk er nooit werk van gemaakt om de etnische scheidslijnen te slechten.

(no such thing as "wan pipel")

Dat is het bedrieglijke van die elkaar oh zo respecterende Surinamers, ze houden de schijn op, maar ze vertrouwen elkaar niet. In wezen is het land tot op het bot verdeeld. Dat is waar de slavernij tot op de dag van vandaag nog werkt, nog dagelijks voelbaar is, ook al is die dan bijna anderhalve eeuw geleden afgeschaft. Het is de buitenwereld die zeurt wanneer ze niet wil zien en erkennen dat Suriname nog niet heeft afgerekend met de slavernij.

De hier eerder gepubliceerde beschouwing van Peter Meel over de televisie-serie “De slavernij” vormde de aanleiding om míjn visie te geven op de dagelijkse beleving van de slavernij in Suriname.