Posts tonen met het label Zunder Armand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zunder Armand. Alle posts tonen

maandag 31 maart 2014

Zunder: “Surinaams museum moet plaatsmaken voor NRCS”

Bezoekers van de conferentie '400 jaar commerciële relatie Nederland Suriname', die zondag in de Palmentuin werd gehouden, luisteren aandachtig naar NRCS-voorzitter Armand Zunder en andere sprekers. Foto © Irvin Ngariman 

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - Na de eerste bedreiging met ontruiming voor Carifesta, wordt het Surinaams Museum in Fort Zeelandia wederom bedreigd met uitzetting. Armand Zunder, voorzitter van de National Reparations Committee Suriname (NRCS), stelde zondag dat het een schande is dat anno 2014 het gebouw dat symbool staat voor het vele kwaad dat de zwarte bevolking is aangedaan, nog steeds beheerd wordt door een “stelletje conservatieve Nederlanders”.

Zunder sprak in de Palmentuin, waar een conferentie werd gehouden met het thema '400 jaar commerciële relatie Nederland Suriname'.


"Wij gaan het voorstel naar de regering geleiden dat daar de Nationale Reparations Commissie Suriname komt te zitten, en dat op de plaats waar de galg eerst was een mausoleum komt die vierentwintig uur wordt bewaakt door het Nationaal leger." Naast dit plan noemde Zunder nog een aantal prioriteiten die de NRCS de regering wil voorleggen. Eén daarvan is onderzoek en vastlegging van de historie van de Inheemsen en de tot slaaf gemaakten en deze historie laten opnemen in de schoolboeken. "Want de uitspraak van een van mijn rastabroeders recent is helemaal waar. Wat zij nu leren is his-story, ze moeten our-story leren", aldus Zunder.


[uit de Ware Tijd, 30/03/2014]

zaterdag 30 november 2013

Discussie rond perspectief Leusden-tentoonstelling

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo - Econoom Armand Zunder is niet blij met de tentoonstelling Smart van een Slavenschip Scheepsramp op de Marowijne die vanaf begin november te zien is in Fort Zeelandia. De expo die in het kader van 150 jaar afschaffing van de slavernij naar Suriname gehaald is door de Nederlandse ambassade, vertelt niet de totale historie en is volgens de econoom een slachtofferverhaal.


De expositie Smart van een Slavenschip – Scheepsramp op de Marowijne maakt gebruik van audio visuele beelden en de platen vervaardigd in Nederland voor de tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum Amsterdam. Het is een overgenomen tentoonstelling dat het verhaal van het schip Leusden vanuit een bepaald perspectief beziet.

"De geschiedenis van de tot slaafgemaakte begint bijvoorbeeld niet met slavernij. Dat is een historie van tienduizenden jaren waarin Afrikanen piramides gebouwd hebben, wetenschap ontwikkeld hebben en veel meer. De slavernij is slechts 500 jaar van die geschiedenis." Ook is volgens Zunder niet verteld dat de Nederlandse regering deels eigenaar was van het gezonken schip Leusden en dat het land rijk is geworden door slavernij en slavenhandel.

Massamoord
Volgens Zunder is ook de naam incorrect. "Het is geen scheepsramp, het is massamoord op ongeveer 700 tot slaafgemaakten. De kapitein van het schip heeft massamoord gepleegd toen hij besloot de luiken dicht te spijkeren terwijl de gevangenen nog in het ruim waren."
Ada Korbee die door de Nederlandse ambassade is aangetrokken om de tentoonstelling in Suriname op te zetten, is het eens met Zunder dat het verhaal vanuit een bepaald perspectief verteld is. "Maar het is een tentoonstelling die we hebben overgenomen van het Scheepvaartmuseum in Nederland. Hun museale belangstelling gaat dan ook uit naar het schip en we hebben wel wat kleine dingen aangepast, maar de teksten uit de panelen kunnen we niet veranderen natuurlijk."

Cultuurbeleving
Volgens Zunder is het meer dan jammer dat Suriname het besef en het geld niet heeft om zulke projecten zelf te initiëren. "Je krijgt een situatie waarbij wie betaalt bepaalt. De Nederlandse ambassade betaalt en bepaalt daarmee de cultuurbeleving in dit land. En dat doen ze op steenworp afstand van het Kabinet van de President", roept Zunder geïrriteerd.
De econoom kan het ook niet verkroppen dat kinderen die een rondleiding krijgen naast elkaar geplaatst worden om te aan te voelen hoe het eraan toe ging op zo een slavenschip. "Dat is vragen om trauma's. Dat moet je niet doen."
Zunder vergelijkt de slavernij met de Joodse holocaust wanneer hij zegt: "Zie je al dat Joodse kinderen gebracht worden naar Auschwitz en in de gaskamer geplaatst worden zodat ze kunnen ervaren wat hun voorouders hebben meegemaakt?"

Jongeren in Auschwitz, 2010


Volgens Mildred Caprino, geschiedenisdocent op het Instituut voor de Opleiding van Leraren, haalt Zunder dat uit de context. "Wat gedaan wordt, is dat kinderen gesensibiliseerd worden voor wat zich heeft afgespeeld tijdens de slavernij. Daarvoor worden didactisch verantwoorde manieren gebruikt. De Joden hebben ook hun gedenkmonumenten waar ze een steen zetten toch?"
Volgens Korbee gaat de Nederlandse ambassade geen discussies uit de weg. "Daarom komt er in de tweede week van januari een debat bij de tentoonstelling. Daar mag iedereen aan meedoen en dan komen ook de gevoelige onderwerpen ter sprake."

[uit de Ware Tijd, 29/11/2013]

zondag 30 juni 2013

Bewustwording centraal bij 150 jaar ‘Keti Koti’

Schoolkinderen hebben zich uitgedost voor de herdenking 150 jaar afschaffing slavernij.



De viering van ‘Keti Koti’ (afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863) is vandaag ingeluid. Al vroeg in de ochtend was te merken dat dit jaar de 150ste herdenking intensief zal worden beleefd. Er is een nationale commissie in het leven geroepen voor de herdenking van diverse jubilea, met een budget van ruim SRD 1.5 miljoen.

Deze commissie heeft landelijk ruim 160 activiteiten geregistreerd die vanaf vandaag plaatsvinden. “Maar dat is wat we hebben geregistreerd. Ik ben er zeker van dat het aantal activiteiten het drievoudige hiervan zal zijn”, zegt Elviera Sandie, secretaris van de commissie.

Sfeer al aanwezig 
Op vrijwel alle basisscholen is dit jaar veel aandacht besteed aan Keti Koti. Opvallend was dat veel meer leerlingen en leerkrachten gekleed gingen in traditionele Afrikaanse klederdracht. Enkele scholen hebben een optocht gehouden compleet met drumband. In de binnenstad heerst er een sfeervolle drukte en er worden op het Onafhankelijkheidsplein de laatste voorbereidingen getroffen voor het opzetten van podia en andere installaties.

Aan de Waterkant en de Palmentuin worden zoals gewoonlijk de meeste activiteiten gehouden. Ook dit jaar worden er ceremonies gehouden bij het plakkaat van Kodjo, Mentor en Present, op het plein dat naar deze Afrikaanse helden is vernoemd. Daarvoor zal de stoet van verschillende organisaties zich verzamelen bij het beeld van Kwakoe aan de dokter Sophie Redmondstraat.

Bezinnen 
Armand Zunder, onderzoeker naar het slavernijverleden van Suriname, vindt dat er alles aan gedaan moet worden opdat deze dag niet meer wordt gevierd, maar herdacht. Hij merkt op dat de Nederlandse kolonisator 383 jaren lang gezorgd heeft voor één van de ergste dieptepunten in de geschiedenis van het land. De nadruk moet vooral worden gelegd op de sociaal-economische, culturele, fysieke en mentale schade, waarvan volgens Zunder er nog altijd geen goed begin is gemaakt die te herstellen.
“Ik ben geen voorstander van een viering, maar van bezinning, over wat de positie is van de Afro-Surinamer. Wat doen we na 1 juli, hoe gaan we om met de mentale slavernij waarin we nog altijd verkeren en hoe moet onze houding zijn naar de toekomst”.



Zunder vindt dat het al lang tijd is voor een echte nationale conferentie waar deze en andere zaken goed worden besproken en de Afro-Surinamer in het bijzonder tot het volle bewustzijn komt dat niet kan worden vastgehouden aan een viering. “We moeten naar de toekomst kijken. Hoe die achterstand weg te werken. Ik geef eenieder mee dat deze dag er is om te bezinnen, en te zorgen dat we samen komen tot hogere hoogten, persoonlijk, voor de groep en voor de Surinaamse natie”, zegt Zunder.

Zowel hij als Iwan Wijngaarde van de Federatie van Afrikan Srananman, wijst er op dat in 1863 er geen afschaffing is gekomen van de slavernij. “De slaven moesten nog tien jaar op de plantages werken. In 1873 kwam pas de sociale vrijheid”, zegt Wijngaarde. Hierover houdt de organisatie zaterdag twee lezingen. De eerste heet ‘het gejubel en gejuich in 1863’, verzorgd door Jerry Egger. De tweede lezing wordt verzorgd door Lila Gobardhan met als titel ‘Wat is er gebeurd in 1873’. De lezingen worden gehouden in de botanische tuin aan de Previenlaan.

[uit Starnieuws, 28 juni 2013]

zaterdag 22 juni 2013

Konmakandra opgeluisterd met toegift McLeod


 
Auteur Cynthia McLeod vertelt over de aankomst, ontscheping en veiling van slaven tijdens de Kon makandra georganiseerd door de Universiteitsbibliotheek. Hierbij las ze een stukje uit haar nieuwe roman Tutuba, het meisje van de Leusden voor. Foto © Claudio Barker.

door Audry Wajwakana

Paramaribo - Zuchtend en hoofdschuddend luistert het publiek aandachtig naar het verhaal over het gezonken slavenschip Leusden. Tijdens de konmakandra van de Universiteitsbibliotheek in verband met de jubileumherdenkingen slavernij en immigratie, leest schrijfster Cynthia Mc Leod een stukje voor uit haar nieuwe roman Tutuba, het meisje van de Leusden.
Mc Leod vertrekt morgen naar Nederland waar ze de activiteiten voor de herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij zal bijwonen.

Tentoonstelling
Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam heeft het slavenschip de Leusden nagebouwd en laat dat zien tijdens de tentoonstelling die woensdag wordt geopend en waar McLeod aan meedoet. "Het is zodanig in elkaar gezet, dat je het gevoel hebt dat er echte mensen daar liggen." Er zijn vijfhonderd genodigden, die opgesplitst zullen worden in groepen van honderd, waarbij Mc Leod ook een stukje van haar roman in het ruim zal voorlezen. Van de ongeveer zevenhonderd vervoerde 'slaven' overleefden zestien het zinken van het schip. Het verhaal wordt vanuit het perspectief van het vijftienjarige meisje Tutuba en de kapitein van de Leusden verteld. De tentoonstelling loopt tot september 2014. "Tijdens de rondleiding met de directeur van het museum vroeg ik hem of de tentoonstelling ook in Suriname gehouden kan worden. Hij heeft enthousiast "ja" geantwoord, dus we moeten hier met vertegenwoordigers van het Directoraat Cultuur praten en kijken waar de tentoonstelling komt te staan", zegt Mc Leod.

Onthulling
Tijdens de konmakandra deed Mc Leod ook de onthulling in het bezit te zijn van een kopie van de Memorie van Toelichting die hoorde bij het wetsontwerp voor de afschaffing van de slavernij. Volgens dat document werden plantage-eigenaren niet alleen gecompenseerd met driehonderd gulden per slaaf. "Maar in hetzelfde wetsontwerp is opgenomen dat de vrijgekomen mensen het geld dat gemoeid ging met hun vrijlating aan de Staat terug moesten betalen", onthulde Mc Leod. Die onthulling ging gepaard met uitroepen van afschuw.
Rudolf van Lier

Mc Leod vertelde ook hoe zij aan die informatie is gekomen. "Ongeveer tien jaar geleden werd ik door een vrouw benaderd die in het bezit is van het oude document. Daarin las ik dat de slaven hun eigen vrijheid terug moesten betalen." Hiervoor is een soort belasting ingevoerd, waarbij elke volwassen man vanaf zijn achttiende jaar vijf gulden en vrouwen drie gulden per jaar moest afstaan aan de Staat. "Professor Rudolf Jacob van Lier heeft uitgerekend dat tijdens de periode van het Staattoezicht, inderdaad 18.000 florijn hiervoor geïnd is", zegt Mc Leod. Omgerekend komt dat volgens de econoom Armand Zunder neer op euro 175.996,40.



[uit de Ware Tijd, 22/06/2013]

zaterdag 8 juni 2013

Eigen helden identificeren voor herschrijving geschiedenis

door Audry Wajwakana

Paramaribo - Mindset is nodig om de eigen geschiedenis van een voormalig kolonie te herschrijven. Geschiedenis gaat niet alleen over het verleden. Zij gaat ook over de juiste informatie geven aan de volgende generatie. Dit gaven de inleiders Stephen Small en Sandew Hira het publiek mee bij de lezing ‘Public memory and indentured labour’, donderdagavond in het Lalla Rookh gebouw, waar het nieuwe museum over de geschiedenis van Hindostaanse contractarbeiders komt te staan.

Sandew Hira geeft tijdens zijn inleiding bij de lezing 'Public Memory and indentured labour' aan dat belangrijk is om te kijken naar de vele manieren waarop de geschiedenis tot nu toe is beschreven. (Foto: Stefano Tull)

Stephen Small van de Universiteit van Amsterdam, die vanwege de Internationale conferentie van de Anton de Kom Universiteit in Suriname is, beschreef zijn onderzoekingen naar slavenmusea in Amerika. Hierbij stelde hij enkele vragen over de totstandkoming van de geschiedenis zoals beschreven in verschillende Europese en Amerikaanse boeken en musea. "Meestal worden de verworvenheden van de Europese landen aangehaald. Men beschrijft en romantiseert over de architectuur, mooie huizen, mooie tuinen en kandelaars. Maar hoe die werkelijk tot stand zijn gekomen, daar schrijven de Europeanen liever niet over", stelt hij. Tal van deze vormen zijn opgenomen in de geschiedenis, waardoor voormalige koloniën door de geschiedschrijving opnieuw zijn gekoloniseerd.


Volgens Hira zijn enkele Surinaamse wetenschappers in de afgelopen zes jaren bezig geweest met onderzoekingen en documentaires om de geschiedenis te herschrijven. Hierbij noemde hij Maarten Schalkwijk en Armand Zunder. "Het publiceren hierover maakt dat mensen hun eigen geschiedenis leren kennen. Maar, eenieder heeft de rol om die te veranderen", zegt Hira. De helden uit de geschiedenis moeten geïdentificeerd worden en opgenomen worden in de geschiedenisboeken.

De lezing werd georganiseerd door de Nationale Stichting Hindostaanse Immigratie in verband met het jubileumjaar 140 jaar Hindostaanse Immigratie. Na de lezing mocht het publiek een kijkje nemen in het toekomstige museum. Stichtingsvoorzitter Farid Ketwaru, zegt voor een grotere uitdaging te staan om het museum met oude spullen van de immigranten te vullen. Het opzetten van het gebouw heeft zes jaar in beslag genomen. "En dit zonder overheidsmiddelen", zegt Ketwaru trots bij de rondleiding.

[uit de Ware Tijd, 08/06/2013]

maandag 3 juni 2013

Instituut voor onderzoek eigen geschiedenis

door Audry Wajwakana

Paramaribo - De herdenking van 1 juli en het slavernijverleden heeft alleen zin als deze dag tot verandering van de sociaal maatschappelijke positie van Afro-Surinamers bijdraagt. Na 150 jaar is de tijd rijp voor het herschrijven van de Surinaamse geschiedenis.

Het debat over het slavernijverleden heeft heel wat controverse geleverd. Armand Zunder zegt dat niet 1 juli 1863 herdacht moet worden, omdat die door de kolonisator is opgedrongen. Van rechts naar links de panelleden Armand Zunder, Iwan Wijngaarde, Serena Holland, Rachel van der Kooije en Leo Atomang. Foto © Irvin Ngariman.

Dat is de conclusie uit het debat 'Herdenking slavernijverleden zin of onzin', eerder deze week in de Mantel. Henk Herrenberg, voorzitter van de Herdenking Jubileumcommissie, stelde het panel en publiek voor om op de regering een beroep te doen fondsen beschikbaar te stellen voor onderzoek van de slavernijgeschiedenis. In het verlengde daarvan kunnen toekomstgerichte projecten ontwikkeld worden.



Zinvol
Het debat dat op Facebook al voor heel wat controverse heeft gezorgd, werd door een twintigtal mensen bezocht. Serena Holland, Iwan Wijngaarde, Rachel van der Kooije, Leo Atomang en Armand Zunder waren de panlleden. Ze vonden het debat wel zinvol om de afschaffing van de slavernij te herdenken. Vooral als er nieuwe feiten naar boven komen en deze in geschiedenisboeken worden opgenomen, vindt Van der Kooije. "Want we kunnen onszelf pas ontwikkelen, als we ons verleden kennen", pleitte zij in haar betoog. "Zolang er duurzame activiteiten aan de herdenkingen worden gekoppeld ziet zij het nut van herdenking wel in", zegt Holland. Vooral het promoten van ondernemerschap, onderzoeksprojecten en behoud van de cultuur met al haar elementen voor de doelgroep. "Als je herdenkt, moet je groeien naar een eenheidsgedachte in toekomst- en ontwikkelingsgericht denken", vindt zij.

Zunder heeft de ervaring met zijn eigen onderzoeksprojecten dat er weinig tot geen gelden vrijgemaakt worden om geschiedenis en cultureel onderzoek vast te leggen. "Over tien jaar moeten we niet meer hierover praten. Anders wordt onze achterstand met het Caribisch Gebied veel groter. Want daar hebben ze de boodschap wel begrepen", stelt hij.

Herrenberg die als belangstellende in het publiek zat, was het niet met het panel eens dat er geen gelden vrijgemaakt worden. "Ik zit allang in zulke organisaties en heb alle stadia meegemaakt. Als voorzitter van de jubileumcommissie valt het mij op dat niemand een project indient om onderzoek te laten doen. Kom met concrete projecten naar de regering en dan zult u in aanmerking komen voor het geld", riep hij de aanwezigen op.

Het panel en publieke debaters vinden dat liever een instituut in het leven geroepen wordt om fondsen voor onderzoek beschikbaar te stellen. Het debat werd door Slavernij online georganiseerd.

[uit de Ware Tijd, 31/05/2013]


zondag 14 april 2013

Kunstenaars willen competitie voor ontwerp slavenmonument

door Tascha Samuel
Slavernijmonument in Gorée, Senegal. Foto © Michael Shalter

Paramaribo - De Green Hearts Foundation (GHF) van Winston Wirht heeft het initiatief genomen om te zorgen voor de financiering van het project van de Stichting Nationaal Monument Slavernij Verleden. Dit houdt in het werven van fondsen voor het opzetten van het monument ter herdenking van de slavernij.
De stichting heeft besloten dat het ontwerp van kunstenaar Erwin de Vries, dat 400.000 US dollar kost, het monument zal worden dat zal verrijzen op een plek in Suriname. Velen vragen zich echter af waarom er is gekozen voor het ontwerp van deze kunstenaar en er geen nationaal contest is gehouden voor het ontwerpen van het monument.

Richtlijnen en criteria
"Jaaa. Dat vind ik ook", antwoordt ontwerper en kunstenaar Hennah Brunings, als haar gevraagd wordt over de mogelijkheid van een nationaal contest. Het feit dat het ontwerp van de Vries gewoon een kopie is van het monument dat in Nederland staat, valt bij haar ook niet in goede aarde. Volgens de kunstenares zou dit nationaal monument gemaakt moeten worden onder strenge voorwaarden met duidelijke richtlijnen. De jury moet deskundig zijn. Ook zou men niet moeten schromen om kunstenaars van Surinaamse afkomst in diaspora te betrekken. Het kunstwerk moet in ieder geval de natie aanspreken. "Ik ben deel van de natie, mijn overgrootmoeder was een slavin."

Erwin de Vries met zijn ontwerp voor een slavernijmonument in Suriname.
 Foto © Michiel van Kempen


Staat van dienst
Armand Zunder geeft aan dat het ontwerp zeker niet hetzelfde als het in Nederland staande kunstwerk is. "Het is niet zo dat er zomaar gekozen is voor het ontwerp van de Vries. Hij is de enige met zo een staat van dienst. De Vries heeft een trackrecord voor het ontwerpen van monumenten van dit kaliber en ook dit thema. Daarnaast is hij Surinamer", stelt Zunder. Hij geeft aan dat een mogelijke internationale verkiezing minimaal twee jaar in beslag zou nemen. "Ik heb er geen bezwaar tegen. Het is juist goed. Het is ook grani geven aan een grote kunstenaar van eigen bodem", stelt Zunder resoluut.

Het slavernijmonument op het eiland Gorée, Senegal


Liever open call
"Wanneer krijgen wij dan een kans", vraagt kunstenaar Marcel Pinas zich af. "Met alle respect voor de kennis en prestaties van de Vries. Ik heb niks tegen hem, en dan hoef ik het niet te maken, maar wanneer krijgt de jonge generatie dan de kans", vraagt Pinas. Ook hij stelt voor dat er liever een open call was geweest. Hij benadrukt dat daarbij goede criteria en een kundige jury van groot belang zijn. Pinas vindt het niet eerlijk dat er met een monument van groot nationaal belang op dergelijke wijze is omgegaan. De kunstvisionair stelt dat hij ervaart dat je vaak niet aan bod komt als je geen connecties hebt. Hij verwijst daarbij naar de totstandkoming van het logo van Carifesta. Er is hiervoor ook geen competitie of iets dergelijks uitgeschreven.

[uit de Ware Tijd, 12/04/2013]

donderdag 30 juni 2011

'Suriname Nederlandse creatie’

Paramaribo - Econoom en consultant Armand Zunder houdt vandaag een lezing over de winsten van het Nederlandse bedrijfsleven in de koloniale periode tot 1940.

De voordracht, met de titel Suriname als een Nederlandse creatie en geldmakerij van allure in de koloniale tijd wordt door de opleiding geschiedenis van de Anton de Kom Universiteit georganiseerd en vindt plaats in de IGSR-aula. Zunder publiceerde in 2010 het boek ‘Herstelbetalingen’, waarin hij betoogt dat het Nederlandse bedrijfsleven grote winsten heeft gemaakt in de periode van de plantageeconomie. Hiermee ontkracht hij het beeld dat Suriname een verliespost was voor Nederland.



Armand Zunder


Zunder zal betogen dat de mensenrechten van de voorouders van de huidige Surinamers op systematische wijze zijn geschonden. Dit proces heeft volgens Zunder niet alleen bestaan uit fysieke acties, maar de toenmalige bezetters hebben systematische vernederingstactieken en verdeel- en heersconstructies bedacht en toegepast, die tot de dag van vandaag nog van invloed zijn. Op basis van zijn onderzoek zal Zunder ook een pleidooi houden voor compensatie door de Nederlandse regering voor wat hij noemt de grove schending van mensenrechten en de uitmergeling van de Surinaamse economie. De lezing wordt georganiseerd in het kader van de lezingencyclus van de masteropleiding Geschiedenis van het Institute of Graduate Studies and Research (IGSR), waarbij de mogelijkheid wordt geschapen om over bepaalde aspecten van de geschiedenis een wetenschappelijke discussie te voeren. De lezing is interessant voor docenten en studenten geschiedenis van de universiteit en het IOL, alle geschiedenisleerkrachten en vooral voor economen. Het onderzoek van Zunder is een poging om de Surinaamse geschiedenis vanuit een Surinaams perspectief te benaderen.

[uit de Ware Tijd, 30 juni 2011]

dinsdag 29 maart 2011

De winst van een slavenmaatschappij

door Deryck J.H. Ferrier MSc.

Voor de hedendaagse discussie met betrekking tot vereffening van de ereschuld aan de nabestaanden van de tot slaaf gemaakten als gevolg van het kolonialisme, is er onder meer een duidelijk beeld nodig van de baten en de kosten van het koloniaal proces. Noodzakelijk voor de discussie zijn de bevindingen betreffende de wijze waarop de verschillende elementen van koloniale activiteiten met elkaar verbonden zijn, en wat zij in financieel opzicht voor en met elkaar hebben betekend voor de betrokkenen in het proces. Daartoe behoren slavenhandelaars, plantage-eigenaren en andere slavenexploitanten, financiers, handelaren en kooplieden die zich ten koste van dwangarbeid verricht door ontmenste slaven hebben kunnen verrijken. Met op de achtergrond daarvan het aandeel uit de opbrengsten van koloniale exploitatie dat de Staat zich kon toeëigenen middels inning van reguliere belastingen. Belastingheffingen op kapitaal dat verkregen werd door dienstverlening aan en handel in goederen voortgebracht door de kolonie. Daartegenover komen natuurlijk ook de kosten te staan die de Staat heeft moeten maken om het koloniaal proces en de onderdrukking in de koloniale gebieden mogelijk te maken en in stand te houden.
.

De kern van de studie is zoals Zunder zelf in de proloog van het boek zegt: ‘... het inzichtelijk maken van de aard en omvang van de economische aspecten van het kolonialisme in Suriname. [...] Wat heeft Nederland in de loop van drie eeuwen plantage-economie van de kolonie Suriname gemaakt?’ En elders: ‘Wat hebben de slavenhandel en de kolonie Suriname in de loop van drie eeuwen de Nederlandse belanghebbenden opgeleverd?’
De studie van Armand Zunder, Herstelbetalingen, was gericht op het verkrijgen van objectief zicht op de ontwikkeling en kwantificering van kosten en baten. Die zijn essentieel om te kunnen begrijpen hoe de diverse actoren van het kolonialisme voordeel hebben kunnen trekken uit de slavenhandel, de exploitatie van plantages middels slavenarbeid, de verhandeling van aldus voortgebrachte goederen en het daarmee samenhangend economisch dienstbetoon.
Zunder beschrijft in grote lijnen hoe het kapitaal dat in Suriname werd voortgebracht, emigreert van de kolonie naar het land van de kolonisator. Hij gebruikt hiervoor beschrijvingen en cijfers en een methode van realistisch redeneren die in wetenschappelijk opzicht als volstrekt aanvaardbaar wordt erkend.Het interessante van Zunders werk is dat er veel verwijzingen zijn naar officiële en wetenschappelijk degelijk onderbouwde studieresultaten van anderen, die hij combineert met zijn eigen bevindingen. Daardoor onstaat uiteindelijk een logisch opgebouwd betoog, met een wetenschappelijk verantwoorde onderbouwing, dat zich gemakkelijk laat lezen en begrijpen. Gecombineerd met de gekwantificeerde resultaten van zijn eigen onderzoek naar de kapitaalstromen, komt een venieuwend inzicht tot stand met betrekking tot de aard en de omvang van de bijdragen van de kolonie Suriname aan de materiële welvaart van zowel de stad Amsterdam als de provincie Zeeland in de periode van de Verenigde Provinciën, en na 1815 van de Staat der Nederlanden.Juist omdat Zunder zijn bevindingen spiegelt aan de conclusies van anderen die zich een beeld hebben proberen te vormen van de economische betekenis van koloniale slavenmaatschappijen voor de Europese kolonisatoren, zijn de uitkomsten van zijn studie opvallend en origineel. Bovendien geeft de wijze waarop hij zijn afwijkend standpunt illustreert - middels kwantitatieve data met betrekking tot de financieel-economische betekenis van Suriname voor de kolonisator - meer rechtvaardiging aan zijn conclusies, vragen en twijfels over de wetenschappelijke correctheid van de bevindingen en opvattingen van andere auteurs die vaak lijnrecht tegenover zijn eigen conclusies staan. (Het betreft, onder meer, werken van auteurs als J. Wolbers, R.A.J. van Lier, R.M. Nanan Panday, P. Emmer, J. van der Voort, G. Oostindie, A. van Stipriaan, A. van der Woude en H. van der Kuilen).
.
Is Suriname een verlieslatend wingewest geweest voor Nederland? - zoals door de voornoemde auteurs vaak wordt beweerd. Zunder is van mening dat er voor een oordeel over de vermeende armlastig-, verlieslatend- en geldverslindendheid van de kolonie Suriname in de eerste plaats gedegen studie gemaakt behoort te worden. Een studie van de reële waarde van de vanuit Suriname aangevoerde goederen op de Amsterdamse markten enerzijds, terwijl er anderzijds gelijktijdig een objectieve analyse behoort te worden gemaakt van de betalingen voor door Nederland aan de kolonie geleverde goederen en diensten.
In een dergelijke analyse dient vooral aandacht besteed te worden aan de controle die door kooplieden-bankiers en andere financiële hoogwaardigheidsbekleders werd uitgeoefend op de geld- en goederenstromen in beide richtingen, én aan de voordelen die zij middels deze controle-uitoefening door de jaren heen hebben genoten.
In zijn boek geeft de auteur de databronnen en de systematiek aan die voor een dergelijke benadering in overweging genomen kunnen worden. En hij doet voor hoe deze benadering in de praktijk uitwerkt. Met zijn bevindingen als grondslag bestrijdt Zunder effectief en overtuigend de gevestigde opvattingen over de geldverslindendheid van de kolonie Suriname. Gevestigde opvattingen die het onder meer doen voorkomen alsof Suriname als verlieslatende entiteit de Staat der Nederlanden en zijn staatkundige voorgangers altijd veel meer geld heeft gekost dan het voor hen heeft opgebracht.
Zunder komt tot de conclusie dat de instandhouding van de kolonie Suriname nimmer een last kan zijn geweest voor de schatkist van de kolonisator.Met een hele serie cijferreeksen betreffende de omvang en de waarde van de goederenproducties door Suriname aan Europa geleverd, bewijst hij het tegendeel. Hij toont aan dat, zelfs indien de goederenstromen van de slechtste jaren worden gekapitaliseerd - zonder de normale door Stad en Staat geheven belastingen - de staatsontvangsten uit door Suriname voortgebrachte kapitaalgoederen op jaarbasis altijd aanzienlijk groter zijn geweest. Groter dan de middelen die de Staat der Nederlanden en Nederlandse ondernemers hebben besteed aan de kolonie, in de vorm van investeringen, subsidies, administratie- en defensiekosten.
.De meeste zogenaamde gezaghebbende auteurs hebben volgens Zunder nooit grondig en structureel naar de migratie van kapitaal gekeken. Deze auteurs hebben verder de indruk gewekt dat na de Amsterdamse beurscrisis van 1773 de export van de plantageondernemingen zo goed als tot stilstand zou zijn gekomen. Dit is beslist niet juist. De kolonie bleef grondstoffen produceren voor export naar Nederland, maar de plantages ontvingen steeds minder voor de producten. De slaven kregen uiteraard niets terug voor de van hen afgedwongen arbeidsinzet.
In de periode 1683-1940 is er volgens Zunders berekeningen in totaal voor meer dan 1.7 miljard aan migratie van kapitaal in de vorm van import van grondstoffen, in Nederland terechtgekomen. De kapitaalmigratie in de periode 1683-1773 bedroeg - volgens Zunder - het equivalent van circa 600 miljoen Nederlandse guldens en in de periode 1774-1939 het equivalent van circa 1.1 miljard. De bestedingen van Nederland aan de kolonie Suriname in de voornoemde perioden blijken tezamen slechts een fractie te bedragen van de belastingontvangsten die opgestreken werden uit de verhandeling van de uit Suriname geleverde goederen.
.Nederland heeft ook in de periode voor 1667 een groot aandeel gehad in de aanvoer van slaven naar het tegenwoordige Brazilië. De West-Indische Compagnie (WIC) had haar koloniale activiteiten in die periode hoofdzakelijk op Noordoost-Brazilië en West-Afrika gericht, en niet op Suriname. Er zijn aantoonbaar heel wat Nederlandse ondernemers en ondernemingen - vooral rederijen en kooplieden-bankiers - geweest die in die periode en de jaren daarna actief betrokken zijn geweest in de lugubere slavenhandel, die hun enorme winsten heeft opgeleverd.
De omvang van deze winsten kan volgens Zunder globaal op enkele miljarden guldens worden geschat. Naar hedendaagse opvattingen over de verwerpelijkheid van de slavenhandel, zou het vorengestelde al meer dan voldoende aanleiding kunnen vormen voor ‘Wiedergutmachung’ in de vorm van materiële compensatie aan de nazaten van de tot slaaf gemaakten, voor het leed dat hun voorouders werd aangedaan.

Mede vanwege de nauwkeurige beschrijving van de uitgangspunten die essentieel zijn om de context te kunnen begrijpen waarbinnen het koloniaal proces zich heeft voltrokken, kan het werk van Zunder als een ideaal referentiedocument worden aanbevolen. Aan historici, journalisten, studenten en anderen die zich om welke redenen dan ook willen verdiepen in de financiële, economische en sociale aspecten van de slavernij, slavenhandel en koloniale producties. En dan met name de suiker-, koffie-, cacao- en katoenproducties van Suriname en hun betekenis voor de Nederlandse economie en welvaart in de periode tussen 1700 en 1940.
Het is wellicht aanbevelenswaardig om het ‘Zunder rekenmodel’ - meer gedetailleerd uitgewerkt - in een aparte publicatie uit te geven, om het ook voor anderen hanteerbaarder te maken in studies die betrekking hebben op procedures voor de identificatie van de kapitaalwaarden van goederen- en dienstenproducties.

De inhoud van Zunders Herstelbetalingen biedt naast een alleszins relevante kwantitatieve grondslag ter rechtvaardiging van de claim tot ‘Wiedergutmachung’, ook een objectieve referentie voor de inschatting/vaststelling van de omvang van de eventuele herstelbetalingen aan de gemeenschappen van nabestaanden van enkele honderdduizenden tot slaaf gemaakte Afrikanen en tienduizenden onderbetaalde Aziatische contractarbeiders, voor de dwangarbeid in de loop van 196 jaren verricht.
Met de gebundelde presentatie van zijn studieresultaten heeft Zunder zonder twijfel zijn doel bereikt, namelijk te komen tot rechtvaardiging van claims tot ‘Wiedergutmachung’; door middels systematische en kwantitatieve analyse de economische en financiële implicaties van het kolonialisme voor Suriname en de in Suriname tewerkgestelde slaven zowel cijfermatig als structureel inzichtelijk te maken. En hij verdient daarvoor een waardig compliment.

Armand Zunder, Herstelbetalingen. De “Wiedergutmachung” voor de schade die Suriname en haar bevolking hebben geleden onder het Nederlands kolonialisme, 495 pp. Den Haag: Amrit, 2010. ISBN 978- 90-74897-55-6
Naschrift: Jammer dat zo’n belangrijke studie slecht tot boek gebonden is. Bij intensief gebruik raakt het binnenwerk los van het omslag. Heel jammer! [- Red. ‘dWTL’]

vrijdag 1 oktober 2010

Houdt Zunder de nazaten een worst voor?

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Armand Zunder is de nieuwe autoriteit op het gebied van herstelbetalingen na de slavernij. Internationaal, vooral in de Caribbean, wordt hij gevraagd hierover spreekbeurten te houden. Zoals hier bij de Schrijversgroep'77 in Tori Oso.

Ik heb mij aangemeld voor het panel als tegenstander. Ik geloof niet in de reparatiefunctie van geld als doekje voor het bloeden, voor leed dat vier eeuwen geleden mijn voorouders aangedaan is. Hoe zorgvuldig Zunder ook in talloze archieven zijn cijfers en rekenmodel heeft samengesteld, ik heb toch het gevoel dat hij de nazaten een worst voorhoudt. Zou iedereen de moeite nemen zijn boek zo nauwgezet te lezen als ik? Of zullen ze stilhouden bij het woord "betaling" en zich rijk rekenen? Het klinkt als de droom van de rijke suikeroom die je onverwachts een enorme erfenis in de schoot werpt.
Ik geloof niet in deze sprookjes. Wat niet wegneemt dat ik met Zunder eens ben, dat het een misdaad tegen de menselijkheid betreft.

Ieder van ons heeft wel een of meer voorouders, die tot slaaf gemaakt zijn, of die contractarbeiders waren. Of zelfs slaveneigenaren..... Wat moet ik met twee Afrikaanse grootmoeders, een blanke Portugees-joodse en een Chinese grootvader? En tot overmaat van ramp ben ik al 40 jaar getrouwd met de nazaat van Zeeuwen.

De door Schrijversgroep77 georganiseerde avond was mager bezocht. Het onderwerp is taai, het boek 500 pagina´s dik en te duur voor de doorsnee Surinamer.

We nemen onze plaatsen in. Ismene heeft de avond omlijst met gedichten van Hindoestaanse jongeren, van Sombra en Celestine Raalte, van ons, van Alphons Levens. Dat neemt de angel uit het onderwerp. Maar ik ben mijn tekst vergeten, dus ook mijn gedicht.

Zunder opent de avond met een tamelijk chaotische inleiding met tekstdia´s die onleesbaar zijn. Te kleine letter, veel te vol en als je het moeizaam ontcijfert praat hij er steeds tussendoor. Wim sist mij toe dat het nog onduidelijker is dan het boek. Zunder is echter over tijd met zijn verhandeling, dus als ik na de pauze moet aantreden, kan ik meteen in de aanval. Ik heb een vijftal vragen voor hem die hij straks zal beantwoorden.

Ik zeg hem dat zijn ondertitel “Wiedergutmachung” mij op het verkeerde been heeft gezet, en aangezien ik maar één goed been heb, is dat dubbel erg. De zaal lacht.

Ik vraag hem welke categorie Surinamers hij voor ogen heeft voor herstelbetaling. Of hij een nazaat van de slaven van de plantage Sarah in Coronie is, want dat wij dan buren waren, omdat mijn voorouders op Leasowes woonden. Of het gaat om de rechtvaardiging van een misdaad tegen de menselijkheid (dus om de morele aspecten) en of dat is op te lossen door middal van een economische vergoeding?Is deze vergoeding niet gebaseerd op een speculatieve en demagogische berekening, vgl. het piramidespel, een theoretisch model dat onjuist is.

Herstelbetalingen hebben voor mij een symbolisch karakter, omdat leed niet in cijfers is uit te drukken. Ik wil daarom ook financiële genoegdoening hebben. En de cijfers in het Zunder rekenmodel drukken niet het doorstane leed van de tot slaaf gemaakte Afrikanen uit.

Een aantal mensen in de zaal is het met mij eens. Zunder belooft mij te antwoorden als zijn medestander, Helmut - een universitair docent, het woord heeft gevoerd. Wij gaan de pauze in. Als die om is, blijkt de zaal flink uitgedund.

Zunder is het met een aantal van mijn stellingen eens. Hij geeft toe dat je leed niet cijfermatig kunt uitdrukken. Maar dat ik geen genoegdoening wil, zal anderen er toe brengen mijn deel over te nemen. Juist, dan gaat het dus om het geld en niet om het leed. Maar zijn model is slechts een aanzet, zegt hij. Hij nodigt anderen uit hiermee verder te gaan.

Iemand in het gehoor heeft de cijfers nagerekend en onjuistheden opgemerkt. Zunder geeft dit toe en zal het bij de tweede druk met de uitgever bespreken. Op de vraag of dit zijn promotieonderzoek is, zegt hij dat het een uit de hand gelopen hobby is, waar hij vier jaar in gestopt heeft.

Een handjevol mensen discussieert over de cijfers, een paar oudere dames knikkebollen. Als wij Zunder de hand geschud hebben en het pand verlaten, blijken alle weglopers op het terras achter een dyogo te zitten.

cat 29/9 2010


Illustratie: voor- en achterzijde van een Surinaamse wisselbrief uit 1863 (klik op afbeeldingen voor groter formaat)

donderdag 15 juli 2010

Nederlands slavernijverleden leidt tot verhitte discussies

Keti Koti (donderdag 1 juli), de dag waarop Surinamers en Antilianen de afschaffing van de slavernij vieren, is nog maar net een week voorbij of intellectuelen rollen over elkaar heen over het Nederlandse slavernijverleden. Vooral ‘slavernijprofessor’ Piet Emmer weet de aandacht op zich gericht.

Toen emeritus hoogleraar in de geschiedenis van Europese expansie dr Piet Emmer (Universiteit Leiden) zijn boek Who abolished slavery? Resistance and accomodation in the Dutch Caribbean (2008) publiceerde, kwam hem dat naast lofprijzen op felle kritiek te staan. Toen hij uitgerekend op de ‘Dag der Vrijheden’ (Keti Koti) in een publicatie in de Volkskrant aan zijn boek refereerde, wist hij de discussie over het Nederlandse slavernijverleden opnieuw aan te jagen. Intellectueel Nederland kroop weer in de pen om hem goed van repliek te dienen. Zij benadrukten hún visie op de slavernij nog duidelijker op bijeenkomsten. Wat stuit deze criticasters zo tegen de borst dat zij een reactie niet kunnen nalaten?

Politiek correct
Om te beginnen zegt Emmer in het stuk dat Surinamers en Antilianen de afschaffing van de Trans-Atlantische slavenhandel en slavernij te danken hebben aan ‘de kliek deftige, oude, blanke, mannelijke leden van Europese en Amerikaanse parlementen’. ‘Moet je daar een feestelijk gezicht bij trekken?’, vraagt hij zich af. Hij voert aan dat de opstanden van de tot slaaf gemaakten – behalve die in Haïti - vrijwel niets hebben bijgedragen aan het besluit een punt achter de slavernij te zetten. Emmer vindt studies, die het slavenverzet als belangrijkste oorzaak van de afschaffing van de slavernij noemen, maar ‘politiek correct’.

Sociaal-historicus Michaël Deinema, promovendus in sociale geografie en Hebe Verrest, universitair docent ontwikkelingsstudies, beiden verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, haasten zich 4 dagen later in dezelfde krant bezwaar te maken tegen de opvattingen van Emmer. ‘Emmer ziet enkele cruciale en bekende feiten over het hoofd die de gangbare "politieke correcte" interpretaties ondersteunen’, stellen ze. Zij wijzen op de abolitionisten die zich juist door het ‘zwarte verzet’ hebben laten inspireren. ‘Was het toeval dat de eerste golf van het Britse abolitionisme uitbrak net nadat in 1791 de slaven in Saint Domingue in opstand waren gekomen?’ Zo noemen

zij meerdere opstanden in andere ex-koloniën die van grote invloed zijn geweest op de beweging van abolitionisten zoals de beroemde opstand van François Dominique Toussaint Louverture (afbeelding hierboven), die als vrijgemaakte negerslaaf in opstand kwam tegen de Franse kolonisten in Haïti.

Een dag later deed Anil Ramdas, publicist, in NRC Handelsblad er nog een schepje bovenop. Hij vindt het slavernijdebat ‘harteloos en rancuneus’ en noemt Emmer ‘landskampioen zakelijk spreken over de slavernij.’

Koe Bertha
Het is niet de eerste keer dat Piet Emmer het vuur aan de schenen krijgt gelegd. Sandew Hira, historicus en auteur van het boek Decolonizing the mind (2010) wist niet wat hij hoorde toen Emmer de afschaffing van de slavernij als een ‘typisch kenmerk van de Westerse beschaving’ bestempelde. ‘Als de afschaffing van de slavernij een typisch kenmerk is van de Westerse beschaving, dan kan de invoering daarvan geen typisch kenmerk zijn van diezelfde beschaving’, betoogt Hira. Verbolgen is hij over Emmers stelling ‘dat Afrikaanse slaven het brandmerken als een bewijs zagen dat hun nieuwe eigenaar voor hen zou zorgen.’ Emmer zegt geen enkel bewijs te hebben gevonden dat tot slaaf gemaakten het brandmerken als gruwelijk en pijnlijk ervoeren. Deze interpretatie is een gruwel in de ogen van Hira. ‘Is dit serieuze wetenschap van de Universiteit Leiden? Een hoogleraar die zich bezighoudt met slavernijgeschiedenis en die zwarte mensen beschrijft zoals je koe Bertha beschrijft, die stelt dat ze geen notie van vrijheid hadden en dankbaar waren voor hun brandmerk, die concludeert dat ze graag in slavernij wilden leven?' vraagt hij retorisch. 'Die hoogleraar is geen wetenschapper, maar een racistische kwakzalver’, aldus Hira. .



Waar is Emmers bewijs?
Aan de kring van ‘Emmercritici’ kan ook Stephen Small worden toegevoegd. Small werd op 29 juni benoemd tot bijzonder hoogleraar Nederlands Slavernijverleden en erfenis aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. ‘Ik geloof niet dat hij voldoende onderzoek heeft gedaan om tot zulke conclusies te komen. Mijn vraag aan hem is: waar is je bewijs? En zijn je bevindingen gebaseerd op de zienswijze van de witte gemeenschap of heeft de zwarte gemeenschap hier ook aandeel in?’
Small gaat vanaf september één dag in de week onderzoeken hoe men in Nederland omgaat met het slavernijverleden. Hoe denkt men over deze donkere periode in de Nederlandse geschiedenis? Hoe wordt daarover gediscussieerd in boeken, het dagelijkse leven, op school, in de kunst en cultuur sector en in de media? ‘Ik ben specifiek geïnteresseerd in de mening van de zwarte gemeenschap. Juist hún bijdrage maakt het onderzoek wetenschappelijker, rijker en meer humaan.’
De recente en geruchtmakende studie Herstelbetalingen van Armand Zunder is Small niet ontgaan. ‘Zijn boek opent de deur voor het debat over wie nu echt van de slavernij hebben geprofiteerd. Boeken als dat van Zunder zijn belangrijk voor het slavernijdebat’, zegt Small.

‘Witte studies’
De vraag is waarom de overwegend ‘witte studies’ een totaal ander beeld geven van het Nederlandse slavernijverleden dan zwarte onderzoekers? ‘Zij presenteren dit deel van het verleden bewust als fabel dan als systeem van onderdrukking en uitbuiting’, weet Hira. ‘Opvattingen zoals het mijne circuleren in tegenstelling tot in Nederland reeds langer in wetenschappelijk Amerika. Zunder is bijvoorbeeld de eerste die het onderwerp van reparaties in Nederland op de agenda zette.’ Small is het hartgrondig met hem eens. ‘Nederland loopt goed achter op landen zoals Brazilië en de Verenigde Staten.’ Daarmee wil hij niet beweren dat de situatie in die landen perfect is. ‘Maar je ziet dat landen met goed georganiseerde zwarte sociale bewegingen het veel beter doen. Neem als voorbeeld de civil rights movement in the Verenigde Staten die de universiteiten en intellectuelen hebben gedwongen om beter onderzoek te verrichten. Nederland heeft in zijn onderzoeken de zwarte gemeenschap totaal genegeerd.’

Piet Emmer was niet bereikbaar voor een reactie.

[Bron: Wereldjournalisten, 7 juli 2010]

'De Surinaamse geschiedenis is in hoge mate vervalst'

Nederland moet de Surinaamse gemeenschap zeker 50 miljard euro betalen voor het leed dat hen is aangedaan tijdens de slavernij. Dat zei econoom en auteur van het boek Herstelbetalingen Armand Zunder in Vereniging Ons Suriname in Amsterdam. Spijt betuigen is niet genoeg.

Nadat de transatlantische slavenhandel en slavernij in 2001 op de antiracisme conferentie in het Zuid- Afrikaanse Durban door de Verenigde Naties tot een misdaad tegen de menselijkheid werden verklaard, heeft de Surinaamse econoom Armand Zunder niet stilgezeten. Hij dook in de archieven en kwam ruim 10 jaar na dato met zijn boek Herstelbetalingen. ‘De transatlantische slavernij was een keiharde business’, zei Zunder gisteren in Vereniging Ons Suriname tijdens de presentatie van het boek. Daarmee zette hij de toon voor het 500 pagina’s tellende betoog voor erkenning en rechtsherstel.

‘Van miljoenen mensen is tijdens de transatlantische slavernij het leven verwoest. Nederland is Suriname ingegaan, heeft genocide gepleegd onder de inheemsen en heeft mensen uitgebuit op plantages. Hele generaties zijn gedehumaniseerd uit winstoogmerk’, zegt Zunder.

‘The Dutch Best Kept Secret’
Zunder noemt de bevindingen uit zijn studie ‘The Dutch Best Kept Secret’. Onder toeziend oog van Surinaamse intellectuelen, jong en oud, ontsluierde hij dit volgens hem best bewaarde geheim. ‘Het beeld van Suriname als armlastige kolonie is onjuist. Suriname was in tegenstelling tot wat het overgrote deel van de Nederlandse historici melden een winstgevend wingewest voor Nederland. Suriname is echt een kroonjuweeltje geweest in de Nederlandse koloniale geschiedenis.’ Zunder uit harde kritiek op de zogenaamde ‘Surinamekenners’. ‘Waarom zijn zij hier zo zuinig en zo onduidelijk mee omgegaan? Deze informatie heb ik gewoon uit Nederlandse archieven. Ik constateer dat zij bewust of onbewust hebben meegewerkt aan het verdraaien van de feiten.’



Kooplieden-bankiers
De grote profiteurs van de slavernij zijn volgens Zunder de zogenaamde kooplieden-bankiers, regenten en elite geweest. Daar ging het grote geld naartoe. Zij hielden contacten met de plantageondernemers in de kolonies en verstrekten ‘negotiatieleningen’. Deze leningen waren een hypotheek waarbij tot slaaf gemaakten, grond en opbrengsten van de plantages als onderpand dienden. Mensen zoals Jan Deutz, Johan Bok en Dirk Leuveling staan op een lijst van 84 bankiers die dergelijke leningen verstrekten. Zunder schrijft dat Suriname 2 ‘seats’ had op de Amsterdamse stapelmarkt. ‘Amsterdam was toen het zakencentrum van de wereld. Suriname was destijds veel bekender dan het nu is.’

Koningshuis
Ook de rol van het koningshuis neemt de econoom onder de loep. Zo blijkt uit bronnen dat Prins Maurits van Oranje 50.000 florijnen heeft bijgedragen als aandeel in de West Indische Company (WIC). Koning Willem I, die de Nederlandse Handels Maatschappij (NHM) oprichtte – dat later werd omgezet in ABN Amro –, mag zich voegen in het rijtje van profiteurs. Mensen als Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck plaatst Zunder onder een vergrootglas. ‘Sommelsdijck investeerde 68.000 florijnen in de plantage-economie. Een eeuw later verkocht zijn familie dit aandeel voor maar liefst 770.000 florijnen. Sommelsdijck was, nu de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij zijn uitgeroepen tot een misdaad tegen de menselijkheid, dus een misdadiger.’

‘Zundermodel’
Met het ‘Zundermodel’ rekende de econoom uit dat Nederland minimaal 50 miljard schuldig is aan Suriname. Daarvoor keek hij naar de eindwaarde van de migratie van kapitaal uit Suriname en het humane leed dat de Surinaamse gemeenschap is aangedaan. Hij doet dit door de waarde van kapitaalgoederen – dus ook slaven – om te zetten in de waarde van nu. Zijn uitgever AMRIT/IISR, bij monde van Dew Baboeram, zei later dat het bedrag kan oplopen tot wel € 15 biljoen. ‘De bedragen kunnen ongelooflijk groot worden. Een slaaf zou nu € 2 miljoen waard zijn. Als je dat vermenigvuldigt met het aantal slachtoffers in Suriname dan kom je makkelijk op € 15 biljoen uit.’

‘Wiedergutmachung’
Zunder noemt de transatlantische slavenhandel en slavernij de ‘Black Holocaust’. Plantages vergelijkt hij met concentratiekampen. ‘De slavernij was 60 keer erger dan de Joodse Holocaust. De slachtoffers van de slavernij kregen geen enkele vorm van compensatie.’ Wie wel een betaling tegemoet zagen waren de plantageondernemers. Zij kregen per slaaf 300 florijnen. ‘Viervijfde daarvan waren de kooplieden-bankiers. Het typische van dit alles is dat het geld in tegenstelling tot de heersende gedachte uit Indonesië kwam.’ Zunder stelt voor dat Nederland net zoals de Duitse regering het systeem van ‘Wiedergutmachung’ hanteert. Niet alleen afstammelingen van slavernij slachtoffers komen volgens zijn stappenplan in aanmerking voor compensatie, maar ook de contractarbeiders die onder het Nederlandse kolonialisme hebben geleden.

De criticaster roept Nederland op de hand in eigen boezem te steken. ‘Na de 1ste en 2de wereldoorlog kreeg Nederland de gelegenheid zichzelf weer op te bouwen. Er zijn herstelbetalingen geëist van de Duitse overheid en er kwam Marshallhulp die ten grondslag ligt aan de huidige sociale voorzieningsstaat. ‘Suriname kreeg maar 3 miljard ontwikkelingsgeld. Dat is een druppel op een gloeiende plaat. Als Nederland zichzelf een beschaafde natie noemt, dan moet zij in de spiegel durven kijken.’ Tot nu toe heeft de voormalige kolonisator tot 3 keer toe spijt betuigd. ‘Maar spijt is niet genoeg. Je moet de guts hebben om wat achter je ligt op een degelijke manier goed te maken.’

Bouterse en 50 miljard?
Hoe realistisch is het dat de Surinaamse gemeenschap straks een bedrag op de rekening krijgt gestort? Zunder presenteert een batterij aan maatregelen. Ten eerste moet de Surinaamse regering om rechtsherstel vragen bij het Internationale Gerechtshof. Ook moet er een bewustwording komen onder de Surinaamse gemeenschap. De Surinaamse regering moet het onderwijs curriculum wijzigen en een monument voor eenheid en verzoening eisen. Daarnaast moet de Nederlandse regering stoppen met de kop in het zand te steken en dit taboeonderwerp ter sprake brengen. Zunder: ‘Het zal dus van beide regeringen afhangen. Maar realisme kun je echter niet berekenen.’

Je kunt je afvragen hoe veilig eventuele schuldbetalingen in handen zijn van een regering onder leiding van Bouterse, die heeft bewezen de democratie met de voeten te treden. Daarover zegt Zunder ‘dat het programma van de Megacombinatie goede kansen biedt voor de implementatie van het plan voor rechtsherstel. Ook heeft hij begrepen dat Jenny Simons, de tweede NDP favoriet, de ambitie heeft zich met dit vraagstuk te bezigen. Zunder: ‘Daarmee heb ik niet gezegd dat de 50 miljard in goede handen is van de Megacombinatie. Er moet een commissie worden geïnstalleerd die zal toezien op doelmatige besteding van de reparaties.’ Hoewel de studie van Zunder diepgaand is, heeft hij zijn inziens ‘enkel de deur met een kier opengezet’. ‘De Surinaamse geschiedenis is in hoge mate vervalst. Mijn boek zie ik als een invitatie aan vooral Surinaamse academici om vervolg onderzoeken te doen’, aldus Armand Zunder.

Het eerste exemplaar van Herstelbetalingen werd overhandigd aan Barryl Biekman, voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden. Biekman noemde het boek een 'heldendaad'.


[Bron: Wereldjournalisten, 21 juni 2010]

Foto: Dominique Snip

donderdag 17 juni 2010

Herstelbetalingen, slavernij en kolonialisme

Op 27 juni 2010 wordt bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam een internationaal symposium gehouden: Herstelbetalingen, Slavernij en Kolonialisme. Tijdens het symposium presenteren wetenschappers uit diverse landen papers over dit thema.

Het symposium wordt geopend door Prof. Dr. Humphrey Lamur, die toonaangevende studies heeft verricht op het gebied van slavernijgeschiedenis.

Drs. Armand Zunder, econoom, presenteert de resultaten van een diepgaande studie over de omvang van herstelbetalingen voor het kolonialisme in Suriname.

Veronique Helenon, Associate Professor aan de Florida International University maakt een vergelijking tussen de discussie over herstelbetalingen in Frankrijk en de Verenigde Staten.

Fernne Brennan, Senior Lecturer aan de University of Essex behandelt de discussie in Engeland en gaat in op de juridische aspecten van herstelbetalingen.

Ramon Grosfoguel, Associate Professor aan de University of California Berkely maakt een vergelijking tussen herstelbetalingen voor de Joodse en de zwarte holocaust.

De dagvoorzitter van de conferentie is de Surinaamse econoom en historicus Sandew Hira.

De voertaal tijdens het symposium is Engels.

Organisatie
Het symposium wordt georganiseerd door de Vereniging Ons Suriname en het International Institute for Scientific Research (IISR) met ondersteuning van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee)

De toegangsprijs voor het symposium bedraagt 10 euro.
Aanmelding vooraf is verplicht.

Meer informatie en aanmelden voor het symposium: www.iisr.nl
telefonisch: 070-36 36 728
per email: info@iisr.nl

Datum: zondag 27 juni 2010
Tijd: van 10.00 tot 17.00 uur
Plaats: Vereniging Ons Suriname
Zeeburgerdijk 19-21
1093 SK Amsterdam

Herstelbetalingen

Op zondag 20 juni 2010 wordt het boek van Armand Zunder, Herstelbetalingen; De 'Wiedergutmachung' voor de schade die Suriname en haar bevolking hebben geleden onder het Nederlands kolonialisme gepresenteerd bij de Vereniging Ons Suriname. Het eerste exemplaar van het boek wordt aangeboden aan Barryl Biekman, voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden. Armand Zunder wordt geïnterviewd door Rudy Lion Sjin Tjoe.

Armand Zunder. Foto © Henk Hendriks
Geert Wilders gijzelt de publieke opinie met zijn bewering dat de immigratie van niet-westerse etnische groepen Nederland 7,2 miljard euro per jaar kost.

Nederland moet Suriname ten minste 50 miljard euro betalen voor de schade die Suriname heeft geleden onder de Nederlandse slavernij. Dat concludeert de Surinaamse wetenschapper Armand Zunder in zijn boek ‘Herstelbetalingen’ De 'Wiedergutmachung' voor de schade die Suriname en haar bevolking hebben geleden onder het Nederlands kolonialisme

In het boek gaat Zunder in op de volgende aspecten:
-Wat heeft Nederland verdiend aan de kolonisatie van Suriname?
- De genocide op de Inheemsen, de misdaad tegen de menselijkheid gedurende 250 jaar slavernij en de gedwongen arbeid tot 1940 door geimporteerde contractarbeiders op de plantages in Suriname.
-Tenslotte de uitgemergelde staat van de Surinaamse economie die Nederland na het kolonialisme heeft achtergelaten.

Herstelbetalingen: 50 miljard euro
Zunder heeft uitgerekend dat Nederland 50 miljard euro zou moeten betalen aan Suriname en aan haar bevolking voor het menselijke leed dat ze heeft veroorzaakt tijdens het kolonialisme en de bedragen die betaald hadden moeten worden als compensatie voor het werk dat is verricht.

Kolonialisme en Wetenschap
De studie van Armand Zunder is om verschillende redenen zeer belangrijk. Voor het eerst plaatst een wetenschapper het thema herstelbetalingen in de context van de Nederlandse koloniale geschiedenis zo scherp op de wetenschappelijke en maatschappelijke agenda. Hiermee introduceert Zunder een belangrijke vernieuwing in de Nederlandse koloniale geschiedenis. Zunder opent met deze studie de deur van een kamer vol taboes. Waar andere wetenschappers ervoor terugdeinzen om de aard van slavernij te analyseren, gaat Zunder vele stappen verder. Hij fileert de verschillende traditionele opvattingen over slavernij en kolonialisme op basis van uitgebreide kwalitatieve en kwantitatieve gegevens en toont hun enorme zwakte aan.
Zunder legt verbanden tussen het beleid van de kooplieden-bankiers en de regentenelite in Nederland – met name in Amsterdam - en de creatie van de kolonie Suriname. Tot nu is vaak de Surinaamse samenleving beschreven als een op zichzelf staande samenleving die weliswaar verbonden was met Nederland, maar meer als een last dan een lust. Op basis van een gedegen kennis van de Nederlandse geschiedenis en feitenmateriaal uit de archieven legt Zunder de verbanden bloot, die door anderen verzwegen of niet gezien zijn.

Economische geschiedenis
Zunder’s studie is de meest uitgebreide studie van de historische ontwikkeling van de Surinaamse economie. Zijn statistische bijlage bevat economische gegevens (kwalitatief en kwantitatief) die tot nu toe moeilijk beschikbaar waren. Zunder maakt een vertaling die vaak afwezig is in de Surinamistiek: de verbinding tussen wetenschappelijke analyse en beleid. Hij maakt een uitgebreide uitwerking van hoe de resultaten van zijn studie vertaald kunnen worden in een beleid m.b.t. herstelbetalingen.

Datum: zondag 20 juni 2010
Aanvang: 15.00 uur
Plaats: Vereniging Ons Suriname
Zeeburgerdijk 19-21
1093 SK Amsterdam
Aanmelden: info@veronsur.org
Entree: vrij