Posts tonen met het label psychiatrie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label psychiatrie. Alle posts tonen

woensdag 11 september 2013

Duurzaamheid vereist waardig werk

Foto @ Kaija gmb Akash

Synergie in werk en leven vanuit een nieuw paradigma door Roy Bhikharie


In zijn dissertatie Managing paradigms to create work-life synergies (WLS) in executive counseling toont Roy Bhikharie aan dat waardig werk leidt tot rechtvaardigheid en harmonie in werk en leven. Helaas blijkt de International Labor Convention 142 (1975) over de ontwikkeling van mensenrechten te falen: barre arbeidsomstandigheden, zoals uitbuiting en stress, leidend tot gezondheidsklachten nemen alarmerend toe, met name in welvarende landen.
 
Roy Bhikharie
Dr. Roy Bhikharie is psycholoog, business counselor en deputy president van de United Nations Association Suriname.

Datum: dinsdag 1 oktober 2013, Erasmus Universiteit Rotterdam (vrije toegang)
Programma 16:00-16:30u | Inloop en welkom
16:30-17:15u | Presentatie door Roy Bhikharie
17:15-18:00u | Vragen en discussie
18:00-18:30u | Borrel

Plaats: Erasmus Expo-en Congrescentrum, zaal Aberdeen, M3-03, campus Woudestein, Rotterdam.


Voor meer info en deze middag bijwonen, stuur een e-mail naar Paul Quist, uitgever, info@quist.nl. U ontvangt dan meer informatie en een uitnodiging. Voor en na de presentatie (voertaal Nederlands) kunt u het boek aanschaffen.

zondag 18 augustus 2013

Trommelgeesten (12 en slot)

door Fred de Haas

Gebruik van medicinale en/of hallucinogene kruiden in de Curaçaose ‘magie’
Aloë vera

Zolang als de mensheid bestaat heeft men kruiden gebruikt voor geneeskundige en ‘magische’ doeleinden. Zaden, wortels en extracten van planten en kruiden werden ook gebruikt voor minder fraaie, zelfs criminele doeleinden, zoals het vergiftigen van mensen. Vijgenbladeren vermengd met tabak zijn een roesmiddel. De eik en de tamarinde zijn heilige bomen, ook bij de oude Kelten en Germanen. De aloë is een talisman. Wierook is een probaat middel om de boze geesten van het Oudejaar uit huis te jagen onder het uitspreken van de woorden ‘saka fuk’i aña bieu’ (=  het ongeluk van het oude jaar weghalen). Mijn vroegere buurvrouw deed dit elk jaar.

A.M.G. Rutten heeft in zijn boek Magische kruiden in de Antilliaanse folklore verslag gedaan van een etnofarmacologisch onderzoek dat hij in West-Indië heeft verricht in 1956/57. In zijn boek vind je talloze voorbeelden van planten en kruiden die het bewustzijn kunnen vernauwen, verruimen, verdoven en veranderen. Zo zijn er op Curaçao wel meer dan dertig plantensoorten die een psychedelische (= de geest beïnvloedende) uitwerking kunnen hebben. Yerba di glas en Hilo di diabel bevatten LSD-achtige verbindingen, de Barba di Yonkuman bevat looizuur en giftige narcotica, wortels en zaden van cactussoorten kunnen zeer hallucinogeen (= zinsbegoochelend) zijn. 
Yerba di glas

Het gegiste sap van de karakteristieke Curaçaose agave of Pita plant is roesverwekkend en het gebruik ervan niet van gevaar ontbloot. Rutten merkt op (p.122): ‘wie voor magische doeleinden zijn toevlucht zoekt tot de Antilliaanse flora loopt altijd kans op vergiftiging. Een aantal kruiden dat als medisch getinte ‘Golden Herbs’ (= gouden kruiden) wordt gepropageerd veroorzaakt reacties die ernstig zijn, maar waarbij de herkomst van de reactie niet wordt onderkend’. En: ‘Atropine en Hyoscine uit planten van de Nachtschadefamilie zijn bruikbare geneesmiddelen, maar ook beruchte hallucinogenen en criminele wapens’.
 
Bonaire - Kalksteenafzetting
Er zijn ‘magische’ kruiden of plantenextracten die je na gebruik ervan de indruk kunnen geven dat je in een andere wereld terecht komt, contact krijgt met het ‘bovennatuurlijke’ of zelfs de suggestie kunnen geven dat je ‘vliegt’. In de slaventijd vertelde men verhalen over slaven die ‘terugvlogen’ naar Afrika. Ongetwijfeld kwamen die verhalen voort uit ervaringen van mensen die bepaalde kruiden hadden gebruikt waardoor ze zware hallucinaties kregen. Een kwestie van pure zinsbegoocheling. Ook de Caiquetíos, de Indianen die vroeger op de Benedenwindse eilanden woonden, waren bekend met het gebruik van allerlei kruiden. Hun rotstekeningen zouden kunnen wijzen op ‘vliegervaringen’, te oordelen naar sommige afbeeldingen die de suggestie wekken van iemand die ‘opstijgt’.

De Afrikanen uit Senegal, Angola, Ghana en Nigeria kenden het bestaan van hallucinogene planten en brachten hun kennis hiervan mee overzee. De kennis van kruiden die Haïtiaanse Vodou-priesters hebben is fabelachtig. Wie kent niet de verhalen van mensen die in Haïti tot levende doden zijn gemaakt – zombis -  door hen te vergiftigen en te verlammen met o.a. sap van Dieffenbachia en extracten van de manzaliña? Dat soort praktijken geldt in het Wetboek van Strafrecht van Haïti als moord.

Kasha di huramentu (Kast met rituele benodigdheden). Foto © Michiel van Kempen


Ook sterke drank kan een belangrijke rol spelen bij bepaalde ceremoniën. Van oudsher was rum altijd een geliefkoosde drank om een psychodynamische sfeer te creëren. Ook in Montamentu kan het gebruik van rum een functie hebben.
Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat het gebruik van kruiden, drank, het uitspreken van bezwerende ‘religieuze’ formules, het spelen van ritmische muziek, een sfeer kan creëren die kan worden ervaren als ‘heilig’. Net als vele andere mensen is ook de Antilliaan zeer gevoelig voor dit soort zaken. Hun geest staat open voor invloeden van magische rituelen en de vraag is of er aanleiding is om hiermee rekening te houden in de reguliere gezondheidszorg.

Om deze vraag te beantwoorden neem ik u weer mee naar het artikel van Rose Mary Allen ‘Hende a hasi malu p’e’ (over volksgeloof in de Curaçaose cultuur).
 
De promotie van den ingebeelden zieken (1742),
 vertaling J.J. Mauricius. Collectie Michiel van Kempen
Le malade imaginaire?
De vraag is in hoeverre de moderne geneeskunst rekening kan en/of moet houden met cultureel bepaalde denkbeelden omtrent de oorzaken van bepaalde geestelijke aandoeningen.
Ik citeer de openingsregels van het hierboven aangehaalde artikel van Allen:
‘De gedachte dat cultuur een steeds belangrijkere rol speelt in de geestelijke gezondheid krijgt steeds meer gedaante. In de psychiatrie worden culturele factoren steeds meer in acht genomen bij het diagnosticeren en behandelen van geestelijke aandoeningen. De bewustwording over de rol van cultuur in de psychiatrie ontstond toen westerse samenlevingen te maken kregen met een groeiend aantal migranten uit verschillende culturen. Psychiaters werden er zich meer van bewust dat bij het behandelen van geestelijke ziekten men ook niet-Westerse ideeën in acht diende te nemen’.

Deze positieve en op zich sympathieke gedachte vraagt wel om enig kritisch commentaar.

Er zijn nogal wat mensen die heilig geloven in het feit dat een boze geest er de oorzaak van kan zijn dat zij zich niet goed voelen. Dat geloof in magische zaken is al heel oud en laat zich niet zomaar wegredeneren. Als een moderne geneesheer goed contact wil hebben met zo’n patiënt kan het van belang zijn dat hij/zij rekening houdt met het magische denken van de patiënt. Als de patiënt merkt dat zijn denkbeelden niet worden weggewuifd als zijnde primitief dan kan er een vertrouwensband ontstaan tussen dokter en zieke, waardoor het mogelijk is dat de moderne geneesmethodes van de dokter effect krijgen en de zieke openstaat voor een ‘moderne’ behandeling.
Foto © A. Veleryenkov

Mijns inziens kan een moderne geneesheer dat alleen doen als hij, voor de effectiviteit van zijn behandeling, gebruik wil maken van de culturele achtergrond van zijn patiënt zonder zelf in die denkbeelden te geloven. Een moderne arts is geen montadó, mysteriewerker of medicijnman en zal nooit en te nimmer geneeswijzen toepassen op basis van een vermeende ‘Creoolse spiritualiteit’, een geloof in ‘boze geesten’, ‘magische’ krachten of ideeën die afkomstig zijn uit een ver Afrikaans of Indiaans verleden. Dat er mensen zijn die deze ideeën aanhangen is één ding, maar of je erin moet meegaan is een tweede. Als een patiënt zijn/haar ziekte verklaart uit het effect van ‘hekserij’ of ‘brua’ hoef je de integriteit van de patiënt zelf niet in twijfel te trekken, maar zijn/haar ideeën des te meer.
Het lijkt me geen goed idee om ‘Creoolse spiritualiteit’ (wat dat ook moge zijn) op een voetstuk te zetten en te beschouwen als een manier van denken die bewaard moet blijven als een soort permanent cultureel erfgoed. Als iemand denkt dat de heilige Barbara in staat is om boze geesten te verjagen moet ie dat zelf weten, maar een moderne arts kan zich zo’n opvatting niet veroorloven.

Nabeschouwing
Hoewel we slechts kort hebben kunnen ingaan op verschillende Afro-Caribische godsdiensten hoop ik dat de lezer zich een idee heeft kunnen vormen van de wijze waarop deze religies in de Nieuwe Wereld een verandering hebben ondergaan en zijn geïntegreerd in het denk- en belevingspatroon van grote delen van de bevolking. De vraag naar de reden van het hardnekkig voortbestaan van deze ‘zwarte’ godsdiensten is alleszins gewettigd. De reden hiervan is m.i. dezelfde als die welke geldt voor alle godsdiensten.

Het is een eigenschap van de mens om steun te zoeken bij iets machtigers, iets ‘hogers’ dan hijzelf. Op het wereldse gebied wordt de mens beschermd door sociale en politieke instellingen met aan het hoofd functionarissen die door de hele bevolking of door een deel van de bevolking zijn gekozen of gewoon benoemd (burgemeesters, ministers, wethouders, een koning, enzovoorts).
Voor het geestelijk welzijn van de meeste mensen blijkt de wereldse bescherming echter niet genoeg te zijn. In dat geval kunnen allerlei godsdiensten en magische praktijken uitkomst bieden. Hoe bevredigender de antwoorden zijn die een godsdienst op vragen van een mens heeft, hoe populairder deze is. En dan is het te hopen dat de ‘bedienaren’ van de godsdienst in kwestie geen misbruik maken van hun geestelijke macht en dat er evenmin gebruik wordt gemaakt van godsdienst voor politieke doeleinden. Een gevaar dat o zo reëel is en waar de kranten dagelijks vol mee staan. 

In maatschappelijk opzicht kan religie voor mensen een heel belangrijke rol spelen. Godsdiensten kunnen mensen die een onopvallend leven leiden de mogelijkheid bieden om  ‘belangrijk’ te worden doordat hen een bepaalde functie wordt toegewezen. Bij Protestanten kan je ‘ouderling’ worden, bij Katholieken ‘pastor’, misdienaar, koster enz. Bij de Afro-Caribische religies is het niet veel anders. Vrouwen die in het maatschappelijk leven nederige arbeid verrichten kunnen ineens belangrijk worden in de ogen van de gemeenschap omdat ze ‘priesteres’of ‘medium’ zijn en mannen die in het gewone leven nauwelijks of niet opvallen kunnen ineens bekendheid krijgen en in aanzien stijgen omdat ze de ‘heilige’ trommels bespelen tijdens Vodou diensten.

Verder bieden godsdiensten ook de mogelijkheid om een latente nieuwsgierigheid naar het ‘bovenaardse’ te bevredigen en aan een brujo/a via het occulte om advies te vragen, een genezing te bewerkstelligen, een wraakoefening uit te voeren en wat je verder maar kan bedenken. We vinden dit in een milde vorm ook terug bij gevestigde godsdiensten als het katholicisme. Menigeen heeft wel eens een kaarsje opgestoken in de kerk om iemand te gedenken of in de hoop op een goed examenresultaat. En wat te zeggen van de zegen van de priesters, het vergeven van zonden, de transsubstantiatie (verandering van Brood en Wijn in het Lichaam van Christus. Overigens geen dogma), de Doop, het Heilig Oliesel, de ‘Zoon van God’, het door de straten dragen van beelden van Maria en andere heiligen... Zijn dat allemaal geen milde vormen van Brua? Wees eerlijk. De meesten van ons vinden al die zaken gewoon, omdat we eraan gewend zijn. Zo gewoon zijn ze toch niet? Toch geloven 1,2 biljoen mensen hier min of meer in. En wat te denken van de volgende uitspraak van een dominee van een Pinkstergemeente (‘Bida Nobo’) op Curaçao: ‘Christen worden is een proces. Eerst moet je je bekeren, daarna laat je je dopen met water en vervolgens word je gedoopt met de Heilige Geest wat spontaan of onder handoplegging kan gebeuren. Daarbij ontvang je gaven van de Geest zoals het spreken in tongen, het vertolken van tongen, profetie, het onderscheiden van goede en kwade geesten, het doen van wonderen of genezingen. […] Het spreken in tongen ‘wekt soms onbegrip bij buitenstanders op, omdat mensen die in tongentaal spreken emotioneel kunnen zijn en dat wordt wel eens verkeerd geïnterpreteerd. Het is bedoeld om de Heer te prijzen in een soort geheime gebedstaal’.

Is dat Brua of is dat geen Brua? De Pinkstergemeente voldoet in elk geval aan een diepgevoelde behoefte van een deel van de bevolking. Het is overigens de enige kerk op Curaçao die haar ledental zag verdubbelen van 3,5% in 2001 naar 6,6 % in 2011 (Central Bureau of Statistics Curaçao, Willemstad 2012).


Wat opvalt in de Afro-Caribische religies is dat ze allemaal bepaalde kenmerken met elkaar gemeen hebben. Er zijn veel rituelen met trance toestanden, er zijn mediums die – naar men gelooft -  met geesten kunnen communiceren, er is een Godsbegrip en een Opperwezen dat zich niet bemoeit met aardse zaken, er zijn godheden die tussen het Opperwezen en de mens in staan, er is een bepaalde structuur in de rituelen (al of geen Afrikaans gezang, het aanroepen van de goden, het brengen van offers, het dansen tijdens de dienst), er worden kruiden, tabak, drugs  en/of alcohol gebruikt, er is een dunne grens tussen religie en magie, religie en moraal zijn twee aparte zaken, je kan bovennatuurlijke krachten manipuleren, er is geen hiernamaals waarin je beloond of gestraft wordt, godheden hebben menselijke eigenschappen, meestal is er sprake van voorouderverering, men gelooft in reïncarnatie, het is mogelijk om zowel christelijk/katholiek te zijn en tegelijkertijd lid van een Afro-Caribische religieuze gemeenschap en bij haast al die erediensten is – vaak virtuoos – trommelspel onontbeerlijk.

De trommelgeesten kunnen de toekomst voorlopig nog met enig vertrouwen tegemoet zien. 

zaterdag 16 maart 2013

De slavernij is opgeslagen in het collectief geheugen

Kaart voor de Sociëteit van Suriname, door Lavaux, 1737


door Emma Veenstra

Soms is een kwestie na jaren nog steeds actueel [Bijeen, juni 2000]:
Op 1 juli herdenken de Surinamers opnieuw de afschaffing van de slavernij, nu 137 jaar geleden. Dan is het Keti Koti Dei, de dag dat de ‘ketenen verbroken’ werden. Een dag die voor Surinamers steeds belangrijker wordt, want de laatste tien jaar groeit de belangstelling voor het verleden dat de Nederlandse geschiedenisboeken tot nu toe nadrukkelijk verzwegen hebben en dat ook in het onderwijs nog steeds geen aandacht krijgt.

Het Afro Surinaams Cultureel Centrum (ASCC) in Amsterdam Zuidoost hield vorig jaar een speciaal congres over dit onderwerp onder het motto ‘Uit de as herrezen’. Eén van de meest opmerkelijke lezingen ging over de symbolen en rituelen van de slavernij. Spreekster was dr. Gloria Wekker, van huis uit antropologe en sinds 1994 universitair docent Vrouwenstudies aan de faculteit der letteren van de Universiteit van Utrecht. Begin jaren ’90 haalde zij het nieuws vanwege haar onderzoek naar de subjectiviteits- en seksualiteitsbeleving van Creoolse vrouwen uit Paramaribo, waarop zij in 1992 promoveerde  aan de Universiteit van Californië in Los Angeles.

Prof. dr Gloria Wekker

Dr. Wekker, geboren in Suriname maar vanaf haar eerste jaar in Nederland, was tot een fascinerende ontdekking gekomen. Terwijl er in alle Indogermaanse (lees: blanke) talen slechts één woord is om het ‘ik’ aan te duiden, bleken er in het Sranang Tongo, het Surinaams, enorme variatiemogelijkheden voorhanden te zijn om over jezelf te praten. Niet alleen in enkelvoud en meervoud, maar ook in de manlijke en vrouwelijke vormen en in de derde persoon. Daarmee toonde de antropologe aan, dat de zelfbeleving van Creoolse vrouwen is samengesteld uit verschillende delen die, afhankelijk van de situatie, naar believen kunnen worden ingezet en daarmee per definitie dynamisch en veranderlijk zijn. Een vorm van zelfexpressie die haaks staat  op het westerse ‘ik’, dat juist heel statisch is en suggereert herkenbaar, voorspelbaar en betrouwbaar te zijn. Hoe groot de impact van deze constatering is blijkt alleen al uit het feit, dat de westerse psychiatrie zich geen raad weet met Surinamers en andere nieuwkomers: veel vaker dan Nederlanders zouden zij lijden aan ‘schizofrenie’.

Tegeltableau van een Westindiëvaarder


Rituele degradatie
Het is een saillant voorbeeld van de wijze waarop het hele dagelijkse bestaan doortrokken is van vooronderstellingen, die niet getoetst (kunnen) worden aan een objectief referentiepunt.  Eenvoudig omdat de deelnemers van de betrokken samenleving niet eens beseffen dat het anders zou kunnen zijn dan het - in hun cultuur - is. Alleen een relatieve buitenstaander, iemand die geen deel uitmaakt van het heersende systeem of juist deel heeft aan meerdere systemen, kan eventueel wijzen op een gebrek aan logica. Gloria Wekker: “Zo zijn het bijvoorbeeld Amerikaanse historici geweest, die Nederland erop attendeerden hoe vreemd het was dat wij de vaderlandse geschiedenis en die van de koloniën gesplitst hadden. Daar waren wij ons niet eens van bewust!  Tot op heden zijn het twee aparte specialisaties gebleven, terwijl de welvaart van de Gouden Eeuw voor een belangrijk deel te danken was aan de enorme winsten, die Westindiëvaarders boekten bij het verschepen van duizenden Afrikanen naar de eigen koloniën en de rest van Amerika.”

‘Iedereen gaat er onbewust van uit dat de blanken beter zijn en dus recht hebben op betere banen’
Is het in dit licht niet extra opvallend dat, nu de Surinamers na meer dan een eeuw eindelijk een duik in hun eigen geschiedenis nemen, meerdere blanke historici zich haasten om te beweren dat het met de vermeende wreedheid onder Nederlandse slaveneigenaren reuze meeviel, en dat de meeste slaven heel goed behandeld werden door hun meesters?

Meriwether Lewis als slaveneigenaar


Gloria Wekker knikt. “Alsof de rituele degradatie van de zwarten er niet toe heeft gedaan! Kijk alleen al naar de plaatjes in de boeken van toen – uiteraard gemaakt door blanken. Dan zie je dat de blanke altijd zit, de zwarte staat, veelal met een paraplu om de meester tegen de zon te beschermen. Slaven mochten geen schoenen dragen, moesten naast de stoep lopen enzovoort. En dat is dan nog de meest ‘onschuldige’ vorm van wat men als een vanzelfsprekende maatschappelijke ordening beschouwde.  Er is ook sprake geweest van systematische mishandeling  en chronisch seksueel misbruik van vrouwen. Een dergelijk dagelijks bestaan, doortrokken van het besef niet over jezelf te kunnen beschikken, verdwijnt niet één twee drie alleen omdat je de slavernij afschaft. Generaties lang blijft dat opgeslagen in het collectieve geheugen en daar hebben we dus nog steeds last van. De Franse socioloog Bourdieu betitelt dit als onze ‘habitus’. Een reeks van onbewuste manieren van zijn en dingen doen, die als het ware in je cultuur liggen opgeslagen en die je, zonder dat te beseffen, doorgeeft aan de volgende generatie. Het gaat er nu dus om dat we, willen we echt iets veranderen, bekijken wat wij kunnen en mogen verwachten van onszelf en van witte Nederlanders. Een herdenkingsmonument kan daarbij helpen als aanzet. Maar het blijft een symbolisch begin. Daarnaast moet er veel meer gebeuren, niet in de laatste plaats in het onderwijs. Je kunt je geschiedenis pas verwerken als je hem kent en weet te duiden.”

Creoolsen op Plantage Laarwijk. Schilderij van Ludy van Huffel


Onmondig of eigenwijs
Behalve universitair docent is Gloria Wekker ook directeur van het expertisecentrum Gender, Etniciteit en Multiculturaliteit (GEM), dat onderwijsinstellingen adviseert bij de vraag hoe de huidige opleidingen beter kunnen aansluiten op onze multiculturele samenleving. Je kunt het onderwijs van nu onmogelijk nog schoeien op de leest van de jaren zestig, betoogt ze.  “Iedereen schijnt zich af te vragen hoe we al die minderheden kunnen assimileren, maar dat het systeem zelf zou moeten veranderen, is kennelijk geen optie.”
Ze is tegen oplossingen als het geven van meer voorlichting in de trant van boekjes waarin je kunt lezen dat je bij een bezoek aan Turken of Marokkanen eerst je schoenen uit moet doen. Het gaat veeleer over de vraag, hoe ras en etniciteit vorm aan ons denken geven. Want dit heeft ertoe geleid dat iedereen er onbewust van uitgaat dat de blanken ‘beter’ zijn en dus recht hebben op betere banen. “Dat leidt tot een ongelijke verdeling van goederen die wij allemaal begeren.” En dat niet alleen, het leidt ook en vooral tot een ongelijke waardering van mensen en hun culturen; de essentie van racisme. “Wat ik onder racisme versta? Dat je als blanke meerderheid de tv aanzet en elke avond opnieuw beelden ziet, die maken dat je blij bent tot de meerderheid te behoren. De ‘rest’ wordt niet of hooguit in negatieve zin vertoond. En wat voor televisieprogramma’s geldt, geldt ook voor het onderwijs.” Haar rastavlechten roeren zich plotseling heftig. “De huidige onderwijssituatie is in één woord deplorabel! Nog geen twee procent van de universitaire docenten behoort tot een minderheid, dat is een gotspe!   Daarmee weet je nu al dat er in de volgende generatie weer een tweedeling zal zijn. Want waarmee kunnen de kinderen van nu zich identificeren?”

Foto @ Steve Mc Curry

In Amerika, weet Wekker uit ervaring, biedt iedere school cursussen aan die ‘over jou’ als minderheid gaan. Lessen waarin je je eigen achtergrond herkent, met docenten uit je eigen cultuur. “Als je kinderen, zoals hier, het onderwijs onthoudt dat hen een fighting chance geeft, is dat fnuikend voor hun mogelijkheden.”
Daar komt nog bij dat het trauma van de slavernij er onder Surinamers toe heeft geleid, dat zij ook hun eigen kinderen veelal als ‘onmondig’ bejegenen. “Eigenwijsheid wordt in de opvoeding niet erg op prijs gesteld en al gauw als vrijpostigheid  bestempeld,” betoogt Wekker.  “Natuurlijk blijven beleefdheid en respect belangrijke kwaliteiten, maar als het de eigenheid van kinderen onderdrukt, werkt dat beslist niet in hun voordeel.” Misschien dat de doorsnee Nederlander daarom de illusie heeft dat het met de discriminatie hier wel meevalt?

Black Sheep. Foto @ Nicolaas Porter

- Onlangs was er een VPRO televisieprogramma waarin minderheden  hun licht over de Hollander konden laten schijnen. Een Surinaamse musicus zei toen: zorg dat je nooit een ‘boze neger’ wordt. Is er dan sprake van veel woede?
“Absoluut. Maar die woede moeten we zien om te zetten in iets constructiefs. Vergeet niet: wij zijn ook Hollanders! In die zin zijn wij Surinamers meervoudig. En zo leer je bijvoorbeeld dat je in Nederland meer bereikt met consensus dan met woede.”  En enigszins ironisch voegt zij daar aan toe: “het poldermodel!”

Ze zijn lui en dom
Al moet een mens zich soms verbijten. Vooral nu er sinds geruime tijd hevig gediscussieerd wordt over het ‘multiculturele drama’. “Met witte heren als Scheffer en Schnabel. Of zoals onlangs Kohnstamm, emeritus hoogleraar pychologie, die in de Volkskrant zei: ‘Ze missen een gen, we moeten ze meer werklust geven.’ En ook: ‘Ze zijn gewoon lui en dom.’
Dr. Wekker rommelt in een stapeltje papieren, drukt me dan een artikel in de hand dat kopt met ‘Privé roepen we wél dat die groep dommer is.’ Gloria: “Veel mensen werken keihard en dan horen ze: ‘Jullie missen een gen. We moeten proberen goede trambestuurders van jullie te maken.’ Nu is Kohnstamm met zijn opvattingen misschien wel erg extreem, maar sporen van dit denken zijn wijdverbreid. Dat denken zit diep in ons verankerd. Bij sommigen bedekt, maar het ordent wel de werkelijkheid.”

[van visie.org, 1 april 2012]

zaterdag 10 november 2012

Geniale psychopaten



De Engelse psycholoog Kevin Dutton schreef het fascinerende The Wisdom of Psychopaths, waarin hij beschrijft hoe psychopathische trekken tot succes kunnen leiden op verlerlei terrein. Het boek verscheen als De lessen van de psychopaat bij De Bezige Bij. Writers Unlimited presenteert op maandag 12 november een praatprogramma waarin forensisch psychiater en schrijver/dichter Antoine de Kom een gesprek tussen Dutton en strafrechtadvocaat Gerard Spong leidt. De live-kaarten zijn reeds uitverkocht maar via www.bibliotheekdenhaag.nl/live is het programma maandagavond vanaf 20.30 uur Nederlandse tijd rechtstreeks te volgen.

vrijdag 13 juli 2012

Niets vosachtigs is de mens vreemd

door Els Moor

Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf, zo luidt de titel van het onlangs verschenen boek van Antoine de Kom (1956). Die titel roept meteen vragen op. Hebben wij een ‘misdadig brein’? Zit het kwaad vanzelfsprekend in ons?

Wie weet wie de auteur is en wat hij doet, wordt extra nieuwsgierig. Anton de Kom was de grootvader van Antoine, die hij nooit gekend heeft, want Anton de Kom overleed in 1945 in een Duits concentratiekamp. Antoine werd in Nederland geboren en woonde van 1966 tot 1971 in Suriname, een periode die grote invloed gehad heeft op zijn latere leven. Hij komt nu nog vaak in ons land om zijn ouders te bezoeken die hier wonen. In Nederland studeerde Antoine medicijnen en psychiatrie en werd hij sociaal psychiater. Tot voor kort was hij werkzaam als forensisch psychiater bij het Pieter Baan Centrum in Utrecht, een psychiatrische observatiekliniek. In opdracht van het gerecht onderzocht hij verdachten middels gesprekken met hen om te proberen erachter te komen wat ten grondslag ligt aan hun misdaden.

Behalve psychiater is Antoine de Kom dichter. In 1991 kwam zijn eerste bundel uit, Tropen. Daarna volgden nog: De kilte in Brasilia (1995), Zebrahoeven (2001), Chocoladetranen (2004) en de lieve geur van zijn of haar (2008). De poëzie van Antoine is qua inhoud hecht verweven met het Caraïbisch Gebied. Zijn taal is creatief, klankrijk en contrasten spelen een belangrijke rol in de thematiek. ‘Mammoez’ is de titel van een verhaal van Antoine dat in 1994 verscheen in de Ware Tijd Literair van 4 en 11 juni en is opgenomen in de verhalenbundel Mama Sranan’(1999), samengesteld door Michiel van Kempen (pp. 464-471). Het is een uitermate boeiend en raadselachtig verhaal, waarin de ik-verteller een oude marronvrouw, Mammoez, observeert en achter het ‘hoe’ van haar leven wil komen, wat niet gebeurt. Eigenlijk lijkt dit verhaal al een soort voorbereiding op Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf. In het boek zoekt de psychiater immers ook naar het wezenlijke in tien verdachten.

Markies de Sade; fotografische verbeelding van Kate O'Brien

 De integriteit van een forensisch psychiater vereist uiteraard dat deze niet schrijft over nog levende verdachten en ex-verdachten die hij zelf in onderzoek heeft of had. Antoine de Kom heeft ervoor gekozen fictieve gesprekken te voeren met bekende misdadige figuren uit de wereldgeschiedenis en de literatuur. Tien heeft hij er voor het voetlicht gebracht, van wie de laatste, Robert Gabriel Mugabe (1924), Afrikaans dictator, nog leeft. Wie zijn die negen andere verdachten? De eerste is Hamlet uit het gelijknamige stuk van de grote toneelschrijver Shakespeare uit 1600 of 1602 die na de moord op zijn vader in een onzekerheid van ‘to be or not to be’ leeft en uiteindelijk een moord pleegt. Dan volgen de wrede Romeinse keizer Nero, de Franse Markies De Sade, bekend om zijn vele seksuele uitspattingen, de Romeinse machthebber Julius Caesar uit de eerste eeuw voor en de eerste eeuw na Christus, Sheik Osama Bin Laden, ons allen bekend door de aanslag van 11 september 2001, Reynaert de Vos, de Nederlandse Anansi, dan Adolf Otto Eichmann die een leidende functie voor de nazi’s had bij de vernietiging van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, Don Juan, legendarische vrouwenverslinder in de 17de eeuw die in de bekende opera van Mozart centraal staat, en als negende de enige vrouw en wel Susanna du Plessis, beruchte slavendrijfster in Suriname in de 18de eeuw.

Behalve dat de psychiater verslag doet van zijn ontmoetingen met de verdachten, zijn er in rode letters korte gesprekken van een ‘interviewer’ met de psychiater waarin deze zaken toelicht. Ook zijn er algemene hoofdstukken, bijvoorbeeld dat met de beschrijving hoe de psychiater het best de verdachte tegemoet kan treden.

Het Surinaams Ministerie van Binnenlandse Zaken,
 voormalig woonhuis van Susanna du Plessis

Vindt Antoine de Kom de basis van ‘het kwaad’? Iedere verdachte heeft wel een of meer kenmerken ervan, en uit de informatie over de verdachten wordt heel duidelijk dat een bron van het kwaad in de mens heel vaak ontspringt in de vroege jeugd door ontrouw van een of beide ouders ten opzichte van het kind. Ook verlangen naar macht of de drang die te behouden zijn belangrijke aanzetten voor het kwaad, alsmede haat tegenover medewezens. Ook door foute omstandigheden om je heen kun je misdadig worden. Dat zien we aan Susanna du Plessis binnen de 18de-eeuwse koloniale plantersmaatschappij in Suriname, waarin misdadig gedrag van plantage-eigenaren ten opzichte van hun slaven aan de orde van de dag was. Antoine de Kom haalt een mooie grap uit. Hij laat Susanna du Plessis begeleid worden door een ‘gids’, Hilde. Hij doelt daarmee uiteraard op Hilde Neus, van wie hij ook haar studie Susanna du Plessis. Portret van een slavenmeesteres (2003), als achtergrondliteratuur gebruikt.

Reinaert de Vos
Twee verdachten spreken mij erg aan: de Vos Reynaerde en Adolf Otto Eichmann. Reynaerde, de vos uit het 12de-eeuwse dierenepos wordt door Antoine nu eens als mens voorgesteld, dan weer als vos. R. is zo’n slimmerik dat hij zelfs de psychiater af en toe in de war brengt. Door zijn slimmigheid heeft R. zijn slachtoffers in de val gelokt. Zijn zwakke punt, zegt de psychiater hem, is ‘... een diepe haat tegen uw medewezens, en een onvermogen om uw kwade wellust te beheersen ...’. En de verdachte antwoordt: ‘... Ik ben een vos. Noemt u dat gestoord?’, waarop de psychiater zegt: ‘Niets vosachtigs is de mens vreemd. Maar het vosachtige in u brengt u in de problemen.’ De vos wil weten welk dier de psychiater zelf dan wel is: ‘Een schildpad’, antwoordt hij zonder te aarzelen, ‘hard van buiten, maar zacht van binnen, ik kan veel verdragen, kom langzaam maar gestaag vooruit, en ik blijf vriendelijk, ga geen gevecht aan. Als ik word aangevallen trek ik me even terug om weer buiten te komen als het veilig is’ (p. 113). Dit is een voorbeeld van de slimme humor die regelmatig opduikt in de verslagen over de verdachten. Uiteindelijk is Reynaerde natuurlijk toch de slimste. Als zijn neef Isengrin de Wolf is overleden en hij vraagt toestemming om de begrafenis bij te wonen, krijgt hij die. Wanneer de psychiater na zijn werk van Utrecht naar Amsterdam rijdt, wie ziet hij de snelweg oversteken? ‘Dan rent pal voor mijn auto een diep glanzende blauwe pauw angstig heen en weer, achtervolgd door een rossig type... dat is verdacht!’ (p. 119) Antoine de Kom heeft de humor en de kritiek op de middeleeuwse feodale maatschappij in het oorspronkelijke epos goed aangevoeld. Ik denk dat ie zelf ook wel iets vos-achtigs heeft!

Adolf Eichmann tijdens zijn proces in 1961
Adolf Otto Eichmann (1906-1962) was een Duitse SS-functionaris in het Derde Rijk en een van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de joden. Na de oorlog vluchtte hij naar Argentinië, van waaruit hij later ontvoerd werd. In 1961 begon in Israël een proces tegen hem en in 1962 werd hij veroordeeld en geëxecuteerd. De visie van Antoine op hem (ook uit geraadpleegde literatuur uiteraard) vind ik herkenbaar. Mensen maken foute keuzes, vaak zonder dat ze zich dat realiseren. Hij had van hogerhand een opdracht: de joden uit het land, eerst via gedwongen emigratie en later via massale vernietiging. Eichmann zelf heeft nooit iemand gedood. Hij was de organisator. Het was zijn ‘opdracht’. De laatste woorden van dit hoofdstuk komen uit Eichmanns aantekeningenboekje, vlak voor de terechtstelling: ‘organiseren is mijn vak’. Herkenbaar, toch?

Uiteraard dacht ik tijdens het lezen van de onderzoeken naar de verdachten vaak aan het gerechtelijk proces in ons land, dat de 8-decembermoorden onderzoekt met veel verdachten en een hoofdverdachte. Ik denk dat Antoine dit boek niet voor niets in 2012 heeft laten verschijnen. De hoofdverdachte heeft volgens mij veel van Reynaert de Vos en zijn medeverdachten hebben veel van de zakelijkheid, werken volgens opdracht, van Eichmann. Uiteraard zijn er veel meer overeenkomsten, maar de ruimte ontbreekt om daar hier dieper op in te gaan. Antoine de Kom had een interview voor het Nederlandse tv-programma ‘Buitenhof’ met Clairy Polak. ‘Waarom komt het proces in Suriname niet in het boek voor?’ vraagt ze. ‘Ik heb alle respect voor dit proces’, zegt hij, ‘het wordt zorgvuldig afgewikkeld; er wordt grondig en degelijk gewerkt. Ik ben ervan overtuigd dat er een uitspraak komt. Ik wil geen storende factor zijn daarin.’ De amnestiewet was nog niet afgekondigd toen Antoine de Kom dit interview had, maar zijn uitspraak over het proces geeft toch weer moed. Het kwaad, wat is het? In het begin van het boek stelt de interviewer deze vraag aan de psychiater. ‘Het is een opeenvolging van verwerpelijke, schadelijke keuzes. Ook als die een goed doel dienen.’ Niets vosachtigs is de mens vreemd!

Antoine de Kom: Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf. Amsterdam/Antwerpen: Em. Querido’s Uitgeverij BV, 2012. ISBN 978 90 214 4152 8

zondag 1 april 2012

Zit er nou Winti of iets anders achter?

door Patrick Dorder


Iemand is onder behandeling voor een psychose. Hij hoort de stem van zijn vader. De medici
denken dat hij aan schizofrenie leidt. Even later krijgt de man heel erge pijn in de onderbuik.
Wat blijkt? Zijn vader in Suriname is op dat moment overleden.

Situaties uit het leven gegrepen. Surinamers die een onduidelijk psychisch ziektebeeld hebben en zorgverleners die niet weten wat ze ermee moeten. Vaak komt er dan iemand van de familie achter dat Winti of andere culturele zaken de oorzaak zijn van de klachten. Het komt echter ook voor dat de familie denkt dat het iets met Winti te maken heeft, terwijl het niet zo blijkt te zijn. En soms is het een combinatie van beiden.

Lastige diagnose

Het onlangs verschenen boek Transculturele psychiatrie en diagnostiek van psychiater en
Wintideskundige Henri J.M Stephen wil een bijdrage leveren aan deze problematische diagnostiek. Zaterdag 31 maart presenteerde hij zijn boek op uitnodiging van de Surinaamse Vrouwen Bijlmermeer.

Stephen probeert al jaren beide werelden dichter bij elkaar te brengen. Hij wordt vanuit heel Nederland als vertrouwens persoon geraadpleegd en als deskundige ingeschakeld door ziekenhuizen, rechtbanken, strafinrichtingen en andere instituten op het gebied van lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg. Hij constateert dat er heel langzaam meer ontvankelijkheid in Nederland ontstaat voor een bredere kijk op mogelijke culturele achtergronden voor psychische problemen.

Winticonsulent
"Veel te langzaam, want we maken heel veel gevallen mee' vindt Ingrid Sporkslede. Zij is de enige officiële Winticonsulente, werkzaam bij Mentrum. een zorginstelling voor mensen met psychische klachten. Bij haar komen de mensen waarmee de reguliere Nederlandse zorgverleners geen raad weten of als een patiënt bijvoorbeeld zelf aangeeft dat de klachten iets met Winti te maken hebben. Sporklede kijkt dan samen met een 'gewone 'hulpverlener of er inderdaad sprake is van Winti-gerelateerde klachten. Is dat zo, dan verwijst ze, in samenspraak met de patient en de familie eventueel door naar een bonuman of andere winti hulpverleners.

[RNW, 31 maart 2012]

Foto: @ Patrick Dorder

woensdag 20 juli 2011

Discriminatie kan leiden tot depressie

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat discriminatie op basis van etnische afkomst een negatieve invloed heeft op de gezondheid.

Studies uit Engeland en de Verenigde Staten laten zien dat discriminatie samenhangt met een slechter ervaren gezondheid, gebruik van verdovende middelen, hoge bloeddruk en een minder goede psychische gezondheid. Uit onderzoek in opdracht van de GGD Amsterdam en het Academisch Medisch Centrum onder 15- tot 24-jarige Turkse en Marokkaanse jongeren uit Amsterdam blijkt dat allochtone jongeren die zich gediscrimineerd voelen, vaak depressieve symptomen vertonen. Zowel Turken als Marokkanen ervaren meer discriminatie als groep dan als persoon. Volgens het onderzoek is er een duidelijk verband tussen de mate waarin Turkse en Marokkaanse jongeren discriminatie ervaren en de mate waarin zij depressieve symptomen vertonen.

De onderzoekers merken wel op dat niet zonder meer gesteld kan worden dat discriminatie tot depressiviteit leidt.
Het is namelijk ook goed mogelijk dat personen die depressief zijn zich vaker gediscrimineerd voelen.

De onderzoekers adviseren kwetsbare jongeren weerbaar te maken tegen bepaalde vormen van discriminatie.

In Nederland heeft 55 procent van de volwassen Marokkaanse en 48 procent van de Turkse Nederlanders te maken (gehad) met discriminatie.

[Bron: Pharos]

Verband discriminatie en depressie (pdf)

Meer onderzoek naar discriminatie hier




Foto: @ Alma Mathijsen

donderdag 7 juli 2011

Psychologe: liefdesroman slecht voor vrouwen

Liefdesromannetjes leiden tot psychologische problemen bij vrouwen, stelde de Britse psychologe en schrijfster Susan Quilliam in een vakblad. De romans geven een onrealistisch en geïdealiseerd beeld van relaties. Ze stelt dat veel van de problemen die ze bij therapiesessies tegenkomt, door romantische fictie zijn beïnvloed.

De boekjes bieden volgens haar een vlucht uit de realiteit. Relaties zijn in werkelijkheid nooit perfect en vereisen veel werk, aldus Quilliam.

[ANP/RNW, 7 juli 2011]

woensdag 22 juni 2011

Negerboek verbrand bij Slavernijmonument


Amsterdam (RNW) - Bij het Slavernijmonument in het Oosterpark in Amsterdam is woensdagmiddag Het Negerboek verbrand. Dat wil zeggen een kopie van de titelpagina van het gewraakte boek.

Volgens Roy Groenberg, voorzitter van de Stichting Eer en Herstel is de Nederlandse titel van het boek beledigend en krenkend. Onder aanwezigheid van zo'n dertig sympathisanten, voornamelijk creoolse Surinamers, ging de kopie in vlammen om.

In de Surinaamse gemeenschap is discussie ontstaan over de Nederlandse vertaling van de roman The Book of Negroes van de Canadese schrijver Lawrence Hill. Na kritiek in de Verenigde Staten werd in dat land niet gekozen voor de Canadese titel maar voor Someone knows my name. Groenberg had graag gewild dat de Nederlandse uitgever ook voor een andere titel gekozen had.

Het Negerboek vertelt het verhaal van een meisje dat als slavin uit Afrika naar Amerika wordt gebracht en uiteindelijk in New York wordt vrijgemaakt. Ze gaat op die manier via Nova Scotia terug naar Afrika. De Engelsen registreerden in het 'book of negroes' 3.000 namen van slaven die vrijgemaakt konden worden en New York mochten verlaten. De slavenhouders werden gecompenseerd.

Als de Nederlandse uitgever de omslag van het gewraakte negerboek niet verandert is Groenberg van plan ook een boekverbranding te organiseren bij de uitgeverij Ailantus in Amsterdam.

[RNW, 22 juni 2011]

[Zie ook het bericht hieronder en andere vroegere berichten op deze blogspot, door op het label Groenberg te klikken]

donderdag 16 juni 2011

Norman de Palm geëerd door Capriles Kliniek

In het kader van de viering van het 75-jarig bestaan van Klínika Capriles in Willemstad waren er vier personen die de organisatie erkenning wilde geven voor hun bijdrage aan de ontwikkeling van de instelling: Gladys van Dal, voor haar bijdrage als vrijwilligster; Eric Wederfoort als eerste Curaçaose verpleegkundige binnen de kliniek – toentertijd nog Rustoord – voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van arbeidstherapie en verandering in de benadering van cliënten; Stanley Inderson voor zijn bijdrage aan de kliniek gedurende zijn periode als minister van Volksgezondheid, met name de invoering van de Lei di Labizjan; en Norman de Palm, een van de eerste Curaçaose psychologen, die als jonge psycholoog deel uitmaakte van een behandelingsproject – de zogenaamde therapeutische gemeenschap – wat naar de mening van menig professional op het gebied van psychiatrie beschouwd kan worden als één van de grootste successen van de psychiatrie op Curaçao. De keuzes in therapie klopten met de Antilliaanse cultuur en de nadruk lag op non-verbale therapieën. Zo waren er creatieve therapie, muziektherapie en educatieve programma’s die thema’s behandelden als sociale vaardigheden en seksualiteit. Werkelijk een programma dat tot op heden geldig, effectief en zelfs evidence-based is. Gladys van Dal, Eric Wederfoort en Stanley Inderson zijn tijdens de viering op 13 april geëerd. Vanwege een verblijf in het buitenland kon Norman de Palm er die dag helaas niet bij zijn. Daarom was er gisteren een kleine ceremonie in de Capriles Kliniek zelf, om hem alsnog te eren. Met het overhandigen van een plakkaat gaf directeur Waldi Oostburg uitdrukking aan de dank en waardering voor wat De Palm heeft betekend voor Klínika Capriles.

[uit Amigoe, 15 juni 2011]

vrijdag 4 maart 2011

Bibliotherapie om relatie te redden

door Dirk Leyman

Kan lezen een reddingsplank zijn bij relationele problemen? Volgens de bibliotherapeuten van de Londense School of Life zéker wel. Koppels die bepaalde boeken samen lezen, zijn in staat hun slabakkende huwelijk of hun aanmodderende liefdesaffaire weer op de rails te krijgen. "Een van de genoegens van het simultaan boeken lezen is dat je nieuwe aspecten van elkaar kunt ontdekken, of dat je een verbintenis terugvindt die gaandeweg verloren was gegaan", zo zegt bibliotherapeute Ella Berthoud.

[Lees hier verder]


Leestip van de redactie van Caraïbisch Uitzicht: Waar wordt de lucht gemolken? van Michael Slory


Op de foto linksboven: critica Els Moor en dichter Michael Slory

maandag 20 december 2010

'Schrijvers zijn makkelijk vatbaar voor depressies'

door Hans Cottyn

Schrijvers en kunstenaars zijn volgens een enquête op de Amerikaanse website Health.com bijzonder kwetsbaar voor depressies.

In de top tien van op dat vlak gevaarlijke beroepen bekleden schrijvers de zesde plaats, na gezondheidswerkers en gevolgd door leraren. Schrijvers kunnen volgens de site ten prooi vallen aan "onregelmatige verloning, onzekere werktijden en vereenzaming". Creatievelingen hebben bovendien vaker dan gemiddeld last van een wisselend gemoed. Volgens het onderzoek heeft 9 procent van de ondervraagden in die sector aangegeven een grote depressie te hebben gehad in het afgelopen jaar. Specialiste Deborah Legge ziet in deze jobcategorie vaker dan gemiddeld mensen met een bipolaire stoornis werken. "In veel gevallen kan die niet gediagnosticeerd zijn. Depressies zijn niet ongewoon bij hen die zich aangetrokken voelen om in de kunstensector te werken, en de levensstijl draagt daar vaak toe bij."

Schrijver Simon Brett kan zich helemaal vinden in deze vaststelling, zegt hij aan The Guardian. "Schrijven kan een fantastische therapie zijn, maar je graaft ook diep in jezelf. Als je fictie schrijft en personages creëert, dan is een zekere graad van zelfonderzoek en zelftwijfel onvermijdelijk." Dat schrijvers, niet zelden introvert van inborst, meer en meer voor het publieke voetlicht moeten treden, zorgt voor bijkomende stress, net als de economische zorgen die ze moeten torsen. Bovendien is de onzekerheid over hun werk zeer groot, aldus Brett. "Bijna iedere auteur die ik ken heeft dezelfde reactie na het afwerken van een boek: ze vallen ten prooi aan euforie die slechts 24 uur duurt. Meteen daarna komen alle negatieve gevoelens die ze zo goed hebben weggestoken weer naar boven, waarna ze zich bezatten, of depressief worden. Of de griep krijgen."


[uit NRC, dinsdag 14 december 2010].
.

vrijdag 12 november 2010

Schrijven: beheerste of onbeheerste gekte

door Ruth San A Jong

Ik zit al een poos te broeden op dit onderwerp en dacht het moet er maar eens van komen. Een blog geeft immers alle ruimte om te schrijven wat je wilt. Ik wil een ervaring delen die ik had met een ex-student op de school, die een psychose kreeg nadat die de uitslag van de beoordeling op zijn eindtekst van de docenten had gehoord.

De term psychose neem ik vrijelijk in de mond omdat ik ervaringsdeskundig ben. Mijn moeder heeft sinds mijn geboorte geleefd met een psychose en na 35 jaar ruik en voel je van wel vijf kilometer afstand of iemand die neigingen heeft. Deze student had hele geniale verhaalideeën, vooral tijdens de lessen, maar van echte productie, het schrijven dus, kwam het niet of nauwelijks. Het is een type die altijd grappen maakte en voor een aardige sfeer in de klas zorgde, was joviaal, behulpzaam naar andere studenten toe en wat al meer. Het meest opmerkelijke was dat hij altijd teksten produceerde die beelden en gedachten van zelfdoding opriepen. Een heel boeiend thema. De dood is fascinerend en beangstigend tegelijk, niet? Dat het een obsessie werd, had ik gevoelsmatig geconstateerd, maar daar praat je niet over. Je moet als directeur altijd de nodige afstand betrachten en niet te persoonlijk worden met studenten.

Mijn zakelijke partner van een Schrijversvakschool in Nederland had me ooit verteld dat de opleiding in Nederland op sommige studenten zo een grote impact had in hun privéleven, dat ze zelfmoord hadden gepleegd. Toen ze mij dat vertelde begon ik te rillen. Ik had het opmerkelijke gedrag besproken. Something was wrong en in een evaluatie moment met de mentrix van dat basisjaar had ik die opmerking gemaakt. We hadden er verder niets mee gedaan. Schrijvers observeren, schrijfdocenten observeren nog meer! Het waren soms werkelijk gedetailleerde, geniale en levensechte fragmenten. Auteurs geven behalve dat wat ze in hun omgeving meemaken, ook hun zielenroerselen op papier. En uiteraard zijn er fascinaties, je bent met een thematiek in je hoofd bezig, je moet het vorm geven op papier, je ‘radar’ is op scherp en je gaat tot het uiterste. Creatief schrijven of kunst in zijn algemeenheid geeft die ruimte.

Dus toen de eindtekst binnenkwam van deze student, lazen wij de tien pagina’s en vroegen ons af waar de auteur naar toe wilde met de tekst. Het was een relaas over een man die op bezoek was bij een psychiater. De psychiater heette dokter Poenie (Poenie betekent vagina in het Surinaams) en het was moeilijk om aan te geven waar het verhaal precies over ging en waar het naar toe ging. In elk geval hebben vier redacteurs de tekst gelezen en hadden onafhankelijk van elkaar dezelfde bevindingen. Er zat geen lijn in het verhaal, het stikte van de taalfouten (wel 4 in elke zin!), de schrijftechnieken die waren aangeleerd waren niet toegepast. Naast de eindtekstbeoordeling waren de observaties van het hele jaar dat deze student teveel grappen maakte in de klas, geen of weinig huiswerk maakte, wel verhaalideeën had tijdens de lessen, maar aan de hand daarvan hadden we toch geen goede inschatting kunnen maken of 1 jaar schrijftraining wel effectief was geweest. In een van de beoordelingen stond: “Er is bij sommige kunstenaars beheerste en onbeheerste gekte, ik denk dat van de laatste sprake is.” Dit hebben wij uiteraard niet meegenomen in de eindbeoordeling, want anders was er vast wel een mes in een van ons gestoken.

Het eindoordeel was dat hij voorwaardelijk over zou gaan, maar dan wel de aanwijzingen zou moeten meenemen. Van iemand die een jaar lang schrijftraining heeft gekregen wordt wel verwacht dat die minder taalfouten maakt en de elementaire schrijftechnieken toepast! Er was nota bene een interventie geweest van een neerlandica die de nieuwe spelregels had gegeven. Heel bewust, omdat er te veel fouten gemaakt door medestudenten werden in de interpunctie en dergelijke. Hij zei niets, ging weg met een zuur gezicht.

De volgende dag ontving ik een dreigbrief en een brevet van ongeschiktheid. Hij schold de docenten uit die zijn werk hadden besproken, dat wij hem niet kenden en wat al meer. Alles waar hij positief over was geweest het hele jaar door werd met de grond gelijk gemaakt en hij zou naar de kranten stappen. Ik antwoordde beleefd dat hij dat vooral mocht doen. Met zijn tekst in ons bezit zouden we dus ook naar de krant kunnen. We voelden ons helemaal niet geïntimideerd.

En toen kwam een zelfmoordbrief. Hij had een medestudent telefonisch gestalkt tot in de kleine uren. Die was als de dood geweest. Ik heb haar gewaarschuwd, mensen met een psychose concentreren zich maar op een ding en dat is zichzelf. “Als je de psychose voedt zal jij straks ermee opgescheept zitten.” Gelukkig luisterde ze naar me. Goed, ik schreef een formele brief dat hij zijn verweer kon doen en hij in een persoonlijk gesprek zijn klachten kon spuien. Bij die afspraak gaven wij hem de ruimte om alles te zeggen wat hij maar wilde. Mijn bestuur had ‘afschrijven ‘geadviseerd, we zijn niet in staat deze man tot schrijver te vormen. Dat hij maar op zijn eigen houtje verder moest gaan. Niet iedereen moet naar een schrijfopleiding om auteur te worden.

Een jaar later las ik op een literaire site dat hij had meegedaan aan een literaire prijs bij een uitgeverij en in de selectie was gevallen. Raad eens wat het thema was: “Schrijf een verhaal over je laatste einde”.

Wat ik wil illustreren met dit echt gebeurd relaas is dat kunst en schrijven heel diep gaan. De Schrijversvakschool is geen psychiatrische instelling maar een schrijversopleiding waar talent gevormd wordt. We hopen dan oprecht dat deze auteur zijn weg vindt en goed nagaat of schrijven wel echt iets is voor hem. Er zijn voorbeelden te over van Surinaamse auteurs die in psychosen geraakt zijn. En eigenlijk mag, moet je ook een beetje gek zijn om kunst te beoefenen, maar dan wel beheerst!!

maandag 20 september 2010

Waanzinnen: zachtjes knettert gekte in de letteren

met Suzanne Binnemans, Nico Keuning en Michiel van Kempen

Met een parafrasering van Jeroen Brouwers’ beroemde ‘Zachtjes knetteren de letteren’ haakt Mondiaal Literair in op het Madness & Art-festival dat het Haarlemse Dolhuys (nationaal museum van de psychiatrie) houdt van 24 september t/m 3 oktober 2010.

Suzanne Binnemans (België) is onder meer auteur van Hemel en hel (uit: Scheidslijnen) dat in de pers vergeleken werd met Dagboek van een gek van Gogol (NRC) en met het beroemde verhaal van Dr. Jeckill and Mister Hyde. Vormen van gekte spelen evenzeer een rol in haar andere romans Vertrekken en – recentelijk – Prooi.

Nico Keuning maakte naam met zijn biografie Angst voor de winter over de dichter en schrijver (Keefman) Jan Aerends [1925 – 1974]. Diens levensangst zou in 1974 eindigen met een zelfmoord op 49-jarige leeftijd.

Michiel van Kempen (prof. dr. M.H.G.) is bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam en is ook literair auteur van romans en verhalen. Zijn roman Plantage Lankmoedigheid werd bij verschijnen door de Standaard der Letteren tot de mooiste boeken van dat jaar gekozen als een ‘knap, humoristisch, mooi-geconstrueerd en intelligent debuut’. Vanavond gaat het vanzelfsprekend over ‘gekte in de Caraïbische letteren’.

Halverwege het programma vindt de voorpremière plaats van Witte dieren, een korte film van acht minuten van Marius Bruijn naar het gelijknamige verhaal van Jan Arends. Aansluitend op de vertoning wordt Marius Bruijn kort geïnterviewd door Peter de Rijk.

Talkshow met schrijversMondiaal Literair is een samenwerking tussen MCH en Uitgeverij In de Knipscheer. De maandelijkse schrijversavonden van Mondiaal Literair worden thematisch samengesteld, zoveel mogelijk naar aanleiding van recent bij Nederlandse uitgeverijen verschenen of te verschijnen boeken, die inhoudelijk grenzeloos zijn. Centraal staat het interview met de auteurs, soms in een gezamenlijk gesprek, meestal na elkaar. Uiteraard lezen een of meer schrijvers kort uit eigen werk. Uitgever Franc Knipscheer is de host van de avond. De interviews worden gehouden door Peter de Rijk.

Datum: woensdag 22 september 20.00 uur
Zaal open: 19.30 uur
Locatie: MCH, Lange Herenvest 122, 2011 BX Haarlem
De toegang bedraagt 5 euro, koffie en thee inbegrepen
Op vertoon van bibliotheekpasje kunt u gratis één introducé meenemen
Reserveren vooraf is wenselijk: 023 – 542 3540
http://www.mondiaalcentrumhaarlem.nl/