Posts tonen met het label Sidoel Stanley. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sidoel Stanley. Alle posts tonen

zaterdag 10 mei 2014

34ste Festival del Caribe gewijd aan Suriname


Het Cubaanse La Casa del Caribe verantwoordelijk voor de voorbereidingen en de organisatie van het Festival del Caribe/Fiesta del Fuego heeft samen met een Surinaamse afvaardiging van de Presidentiële Commissie die speciaal voor dit doel in het leven is geroepen, een aantal vergaderingen gehad die hebben gekeid tot dee lancering van de 34ste editie van dit festival dat dit jaar gewijd is aan Suriname. De lancering vond plaats op 15 april in een cultureel centrum in Havanna.

De avond begon met een cultureel optreden van Surinaamse studenten, alsmede met de participatie van vele hoogwaardigheidsbekleders uit Cuba, leden van het Corps Diplomatique en vertegenwoordigers van de lokale en internationale pers.
Directeur Stanley Sidoel van Cultuur ging in op de openingstoespraak van Directeur Verges van het organiserend comité en gaf in zijn toespraak een gedetailleerd overzicht van de culturele bijdrage van Suriname aan het welslagen van dit bijzonder festijn in de maand juli van dit jaar.
De avond werd afgesloten met het optreden van het Cubaanse orkest, Los Caribenos, dat in haar repertoire diverse Surinaams–Cubaanse nummers heeft opgenomen.

De lancering van de 34ste editie van het Festival del Caribe is geslaagd te noemen en de delegaties van beide landen zullen hun activiteiten voortzetten in de komen de dagen in Santiago de Cuba, alwaar het festival zal worden gehouden.


Website www.Fiestadelfuegosuriname.com
Er is ook een Facebook pagina.

zaterdag 16 november 2013

Bouw oorlogsmonument doorgedrukt: 'Het is powerplay van Herrenberg'

door Audry Wajwakana

Paramaribo - “Met de voortzetting van de bouw van het oorlogsmonument aan de Waterkant worden bestaande wetten overtreden”, reageert Johan Roozer, secretaris van Commissie Monumentenzorg Suriname furieus. Volgens Roozer heeft de commissie ‘Monument van de gesneuvelde militairen 1986-1992’ niet de juiste instanties bewandeld en is het stuk, om het monument te bouwen, wild geoccupeerd.

Aan de Waterkant werken arbeiders aan het 'Monument van de gesneuvelde militairen 1986-1992'. Het nieuwe monument ligt op enkele meters afstand van het Monument der Gevallenen.  Foto: Stefano Tull.


Slaan figuur
Hij geeft aan dat de Waterkant valt onder de Werelderfgoedlijst van Unesco die door Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname wordt beheerd. Bij eventuele veranderingen, ook het plaatsen van monumenten, moet de beheerder eerst op de hoogte gesteld worden. Die koppelt terug met de Unesco. "Gesneuvelde militairen in de binnenlandse oorlog en de Waterkant hebben totaal niets met elkaar te maken. Internationaal slaan wij weer een modderfiguur en wordt hiermee bewezen dat effectief communiceren nog altijd een slecht ontwikkelde eigenschap is van bepaalde Surinamers", zegt hij fel. "Ik heb geen moeite met geen enkele monument, maar laten we nu eindelijk volgens de geldende regels werken. Dit is powerplay van Herrenberg", zegt Roozer.

Brieven
In een brief naar directeur Stanley Sidoel van het Directoraat Cultuur en het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling wees Monumentenzorg eind vorige maand op het effect van dergelijke handelingen op de positie van Suriname op de Unesco Werelderfgoedlijst. Het ministerie van Openbare Werken (OW), die voor de bouw van het monument zorgt, staakte vorige week zaterdag dientengevolge de bouwwerkzaamheden. Per brief liet OW-directeur Mark Rommy de commissie 'Monument van de gesneuvelde militairen 1986-1992' toen weten dat er geen toestemming is verleend van instanties voor de bouw. Henk Herrenberg heeft de toestemming uiteindelijk bij het Kabinet van de President gekregen, waarna OW donderdag de werkzaamheden hervatte. Deze handeling komt op het moment dat Suriname op de vingers is getikt door de Unesco over het uitblijven van maatregelen om zijn plaats op de Werelderfgoedlijst te behouden.

Henk Herrenberg

Actoren
Minister Ashwin Adhin van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling waaronder het Directoraat Cultuur valt, blijft op de vlakte over het onderwerp. Volgens hem is het nog onduidelijk wie toestemming moet geven. "We gaan dit na met de verschillende actoren en kijken welke afspraken gemaakt zijn", geeft hij aan. Directeur Stephen Fokke van Stichting Gebouwd Erfgoed die de beheerder is van de Werelderfgoedsite, is met verlof en heeft via zijn secretaresse laten weten voorlopig niet in de publiciteit te treden. In een eerder interview gaf hij echter aan dat de overheid voldoende bewust is van de impact van zulke handelingen op de kwaliteit van de Werelderfgoedsite. Maar "de overheid speelt don man met ons". Alle veranderingen van het Onafhankelijkheidsplein en de Waterkant dienen met Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname opgenomen te worden. Hoewel minister Soewarto Moestadja leden van de Commissie Monument Gesneuvelde Militairen en Burgers tijdens de Binnenlandse Oorlog woensdag heeft geïnstalleerd, is de bouw van het monument maandag 28 oktober aangevangen.

[uit de Ware Tijd, 16/11/2013]

dinsdag 17 juli 2012

Carifesta 2013, Ivan Graanoogst & Ben Mitrasingh

door Joshua Taytelbaum
Presentatie Carifesta XI, midden Ivan Graanoogst,
 links Stanley Sidoel


Gister werd Suriname verblijd met een vooruitblik op Carifesta XI, het periodieke inter-Caraïbische cultuurfestival, dat in augustus 2013 door en in Suriname zal worden georganiseerd. De Carifesta-commissie, voluit het Carifesta ‘Host Country Management Committee’ (HCMC), onder leiding van Ivan Graanoogst gaf een toelichting op de bestaande plannen. Samen met directeur Stanley Sidoel van Cultuur benadrukte Graanoogst dat het gaat om een investering die vooral een economisch spin-off effect moet hebben. De organisatie verwacht dat enorm veel geld in omloop zal komen in de horeca en het hotelwezen. Volgens Graanoogst is daarom een te investeren bedrag van SRD 17 miljoen niet veel te noemen.

Hoog ‘déjà-vu’-gehalte

Het festival krijgt dit jaar een geheel nieuw karakter wat opzet en organisatie betreft. Gezien de regionale integratie waar vooral Suriname en de rest van de Caricom lid-landen zich voor willen inzetten met landen in Zuid- en Latijns-Amerika, wordt het een Caricom/Unasur cultureel festival. Carifesta 2013 krijgt een ruim cultureel karakter, wat dat ook moge inhouden. De mogelijkheden voor diverse culturele ontwikkelingsgerichte evenementen worden ruim gecreëerd. In het nieuwe model moet Carifesta een dynamischer karakter hebben. Sidoel zegt dat afgerekend gaat worden met alle ad hoc-elementen. Binnen de Caricom wordt ook een permanente organisatie opgezet voor het evenement. Vager had de presentatie niet kunnen zijn.
Geen redden meer aan...

Het festival krijgt volgens Graanoogst dit jaar een geheel nieuw karakter wat opzet en organisatie betreft. Gezien de regionale integratie waar Suriname en de rest van de Caricom lid-landen zich samen met landen in Zuid- en Latijns-Amerika voor gaan inzetten, wordt het een Caricom/Unasur cultureel festival. Op Carifesta 2013 zal veel aandacht besteed worden aan het cultureel erfgoed van Suriname. Graanoogst zegt dat hiervoor gesprekken zullen komen met de eigenaren van de historische panden om na te gaan hoe ze kunnen worden opgeknapt. Hij beklaagt zich erover dat de meeste van deze panden in een vervallen staat verkeren en dat geen gezicht is voor het land. Er zal worden nagegaan of er een apart budget voor het renoveren van deze gebouwen kan worden aangeboord, zegt Graanoogst, kennelijk zonder zich te realiseren dat hij op die manier nog niet één pand gerenoveerd krijgt voor augustus 2013.

Het feit dat Graanoogst van stal is gehaald om Carifesta 2013 (beter) gestalte te geven, heeft –gehoord de presentatie – bitter weinig opgeleverd. En als iets een “ad hoc-element” is (waar Sidoel vanaf wil), dan is het wel Graanoogst’s losse flodder over aandacht voor het cultureel erfgoed van Suriname. Hij beklaagt zich over de vervallen staat waarin veel historische panden verkeren, maar dat doet hij 32 jaar te laat. Gesprekken met de eigenaren is gewoon een lachertje, want alleen geld helpt, en dat hebben de eigenaren – in welke vorm dan ook – nooit gezien. En met een budget van SRD 17 miljoen kun je misschien wel een paar panden renoveren, maar dan heb je nog geen Carifesta. Dit alleen al is genoeg om te weten dat Graanoogst nooit maar dan ook nooit directeur van Staatsolie mag worden. Het is voor iedereen beter dat hij als zaakgelastigde naar China wordt verbannen. Wél blijven we nog uitkijken naar een concreet plan met bijbehorende begroting.

Ben Mitrasingh, het ‘enfant terrible’ van de Surinaamse cultuur

Niet verrassend kwam vandaag het eeuwige ‘enfant terrible’ van de Surinaamse cultuur, Benjamin S. Mitrasingh, in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Stichting Cultuureducatie, met ditmaal niet onterechte kritiek. Hij is echter de verpersoonlijking van de Surinaamse onmacht om iets te doen met onze cultuur. Zijn stichting, de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname (SGES) en de Stichting Monumenten Zorg Suriname (SMZS) en wellicht nog een paar goedbedoelde stichtingen, zijn allemaal papieren tijgers die nog te schor zijn om in de marge te blaffen. In dit licht bezien verdient het nog bewondering dat Mitrasingh überhaupt nog blaft, alhoewel, daarvoor kennen we onze Ben. Cultuur klinkt goed, maar verkoopt niet!
Benjamin S. Mitrasingh

Mitrasingh wijst er terecht op dat de 8e in 2003 in Suriname gehouden Carifesta –die overigens minder dan de helft van SRD 17 miljoen heeft gekost– géén goed plan en géén goede begroting had, zodat de beleidsmakers ook niets hebben kunnen evalueren. Zónder een plan en zónder een degelijke begroting, aldus Mitrasingh, zeggen ze nu al dat Carifesta 2013 SRD 17 miljoen gaat kosten. Maar sinds mensenheugenis kijkt de doorsnee Surinamer naar een triest cultuurbeleid met verkrotte monumenten, geen nationaal museum, geen conservatorium, geen dansschool en ook geen respectabele kunstacademie. Helaas heeft Mitrasingh in zijn eerdere functie van Directeur Cultuur daarin ook niet enige verandering kunnen brengen.

vrijdag 16 december 2011

Afgelopen Carifesta’s economisch niet duurzaam

door Claudine Saaki


Paramaribo - Carifesta, zoals het tot nu toe is georganiseerd, beantwoordt niet meer aan de doelstellingen. Het festival is economisch niet duurzaam en heeft geen ontwikkeling gebracht in onder meer kunst en cultuur in het Caribisch Gebied. Voorts is de Caricom-gemeenschap niet dichter naar elkaar toe gegroeid. “Tot deze conclusie zijn cultuurdirecteuren van de Caricom-landen gekomen na evaluatie van de afgelopen tien Carifesta’s”, zegt Stanley Sidoel, directeur Cultuur op het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling in gesprek met de Ware Tijd.



Strategisch plan
De directeuren waren eerder deze maand in het land. Volgens Sidoel hebben verschillende Caribische landen, die de voorgaande jaren waren belast met de organisatie, gefaald om het festival tot een succesvol evenement te maken. “Het werd eentonig, mensen geloofden er niet meer in.” Om deze neergang te stoppen en problemen structureel aan te pakken, hebben de Cultuurdirecteuren in 2004 een draft ‘Carifesta strategisch plan’ opgesteld, dat intussen is goedgekeurd door de Caricom-staatshoofden. Het plan voorziet in de installatie van een taskforce die de leiding heeft in de implementatie ervan. Deze aanpak die binnenkort daadwerkelijk van start gaat, moet ertoe leiden dat de Caricom-gemeenschap opnieuw geloof krijgt in Carifesta. Het evenement, dat sinds 1972 wordt georganiseerd, heeft onder meer als doel door middel van kunst en cultuur de Caribische eenheid te etaleren en het Caribisch Gebied positief te presenteren aan de wereld.

Transformatie
De organisatie van het festival is in 2013 in handen van Suriname. Het thema is dan‘Culture for development’. In 2003 was Suriname al voor het eerst de gastheer. Sidoel heeft de prevoorbereiding van het komende festival in handen. “We willen transformeren van een traditioneel concept naar een economisch, vatbaar en duurzaam evenement.” Het concept moet dan vooral inspirerend en innovatief zijn. “De kunst- en culturele sector moeten Carifesta een boost geven. Het moet een algemeen educatieve waarde hebben. Het is ook de bedoeling dat mensen door dit festival gaan beseffen wat voor waarde kunst en cultuur heeft”, zegt Sidoel. Hij hoopt dat er met de implementatie van het strategisch plan de elfde Carifesta in Suriname een succes wordt. Hij is zich ervan bewust dat daarvoor alle expertise uit de kast gehaald moet worden. Het raamwerk van dit plan, inclusief de nieuwe aspecten die Suriname eraan zal toevoegen, is al goedgekeurd. Het document met bijbehorend rapport wordt volgend jaar overhandigd aan president Bouterse. Die zal, zegt Sidoel, een managementteam installeren die de verdere details van het festival uitwerken.

Sidoel: “Het gaat erom dat Suriname deze keer zal tonen wat het allemaal te bieden heeft, dat wij het groots kunnen aanpakken en succesvol kunnen zijn.” Met het oog op de economische aspecten concludeert de cultuur-directeur dat Suriname veel potentie heeft. De ‘waarde’ van het land ziet hij niet alleen in de diverse artiesten, maar onder meer ook in de historische binnenstad die in al zijn facetten zal worden gepresenteerd aan de toeristen en de doorsnee bezoeker. Op programma staan voorts grote concerten waarvoor bekende artiesten lokaal en uit de regio gecontracteerd zullen worden. “Bij Carifesta gaat het eigenlijk om het beste van het beste te showen. Het is tevens een promotie van de culturele industrie, dus willen wij dit duidelijk naar voren brengen”, zegt Sidoel. De cultuur- ministers en de cultuur-directeuren worden tussen januari en maart op de hoogte gehouden van de implementatie van het strategisch plan.

Uitzendrechten
Het komende festival duurt tien dagen, verdeeld over twee weekenden. Andere onderdelen, naast de grote openings- en sluitingsceremonie, zijn activiteiten voor beeldende kunst en een ‘grand market’. De kosten zijn geraamd op minimaal SRD 15 miljoen. Sidoel was secretaris-generaal van Carifesta 2003 en heeft ervaring met de organisatie. Voor het komende festival heeft hij onder meer de accommodatie van de artiesten in beeld gebracht en de veiligheidsmaatregelen uitgewerkt. Over de uitzendrechten voor het festival wordt intussen gebrainstormd. Volgens Sidoel kan Suriname de buitenwereld beter bereiken als de beelden via de Caribische televisie stations worden uitgezonden naar de rest van de wereld. De beslissing over dit aspect wordt genomen door het nog in te stellen managementteam.

[uit de Ware Tijd, 16/12/2011]

dinsdag 4 januari 2011

Platform voor Surinaamse podiumkunsten op komst

Suriname krijgt binnenkort een platform voor podiumkunsten om het cultuurbelang van de sector beter te kunnen uitdragen. Dit voornemen is vandaag gepresenteerd tijdens een bijeenkomst op het directoraat Cultuur van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov).

Tot de initiatiefnemers behoort Marlène Lie-A-Ling van dans- en balletschool Marlène. Volgens Lie-A-Ling kan een land zich door culturele uitingen het beste presenteren in het buitenland. "Een mooie dansuitvoering blijft een tijdje in gedachten en kan je in je hart treffen. Hetzelfde geldt voor toneel. In Suriname hebben we zoveel aan cultuur te bieden. Daar moeten we veel meer gebruik van maken en nu is het zaak om de krachten zo veel mogelijk te bundelen."

Het is de bedoeling dat het platform zich op scholen gaat manifesteren en zich in de Caribische regio presenteert. Door eenheid te brengen binnen de podiumkunsten zijn betere resultaten te behalen. Vooral voor de Surinaamse danswereld moet het platform een stimulans betekenen.

Voor het platform worden alle belanghebbende organisaties benaderd. Ook de overheid heeft hierin een belangrijke rol te vervullen. Stanley Sidoel, onderdirecteur Cultuur bij het Minov, staat alvast vierkant achter het nieuwe platform: “Wij vinden dit een prima initiatief dat we van harte zullen ondersteunen.”

[uit Starnieuws, 4 januari 2011]

zaterdag 27 november 2010

Stanley Sidoel

door Armand Snijders

Zijn collega-directeuren van andere ministeries denken dat hij de leukste overheidsbaan van Suriname heeft. Als directeur Cultuur, onderdeel van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov), is Stanley Sidoel (47) immers bij ieder cultureel feestje en iedere boekpresentatie aanwezig. “Dat zijn de leuke dingen waar ik graag bij ben”, geeft hij toe. “Maar voordat zo’n evenement plaatsvindt, hebben we enorm veel werk moeten verzetten.”

Met cultuur had Sidoel tot een jaar of tien geleden niet zoveel op, zo geeft hij toe. Geboren en getogen in een redelijk traditioneel Javaans gezin met acht kinderen op Blauwgrond, had hij echter al snel door dat er meer was dan een Javaanse gemeenschap. “Ik ben echt Javaans opgevoed; mijn ouders zijn west-bidders, die doorgaans als conservatief bekend staan. Maar ik moet toegeven dat ik eigenlijk een hele liberale opvoeding heb gekregen, vooral van de zijde van mijn moeder. Mijn vader werkte keihard als timmerman en was vooral druk bezig brood op de plank te brengen. “Mijn moeder vond het volgen van een opleiding heel belangrijk, ze stimuleerde dat. Boi, ik moest niet met rode cijfers thuiskomen, dan kreeg ik ervan langs. Niet dat ik een pak slaag kreeg, maar ik werd een paar dagen lang flink onaardig bejegend en kreeg echt straf. Zo van ‘dat reisje buiten de stad mag je niet doen’. En regels waren regels: om zes uur moest je in bad, dus dat was ook zes uur. Was je dan nog buiten aan het voetballen, dan kwam ze je daar persoonlijk weg halen.


Lees vervolg in Parbode door hier te klikken

maandag 2 augustus 2010

De Groeten uit Paramaribo: Afscheid van Carla en Evert Middelbeek

door Ricardo. E. Meyer

Beste vrienden,

Vrijdag 23 juli j.l. wipten ik onderweg naar een onderhoudende voorstelling van Jörgen Raymann in Thalia, samen met een vriendin, even binnen bij een afscheidsborrel waarvoor ik was uitgenodigd, hetgeen resulteerde in het volgende.

Ik maak er geen gewoonte van mijn "Groeten Uit Paramaribo" te besteden aan het komen en gaan van mensen die even in Suriname neerstrijken om na een poosje weer te vertrekken. Al helemaal niet aan bakra's die, zo lijkt het, even in mijn leven opdoken en die ik misschien nooit meer terug zal zien. Het is niet eens zo zeer vanwege de positieve indruk die ik van dit gedreven stel had en nog steeds heb, dat ik aan hun vertrek een "Groeten Uit" besteed. Met groot genoegen trouwens, want het gaat helemaal niet om mij maar om Suriname, om Commewijne en om Nieuw Amsterdam. Met z'n allen zijn we dit pionierskoppel, dat via Herstel Amsterdam voor twee jaar was aangetrokken om ons enige Openluchtmuseum nieuw leven in te blazen, meer dank verschuldigd dan ik in woorden kan uitdrukken. Sterker nog, ik vind en hopelijk gauw genoeg velen met mij, dat Evert en Carla Middelbeek bij uitstek kwalificeren voor een fikse Presidentiele onderscheiding. Maar goed, oordelen jullie zelf maar.

Begin april 2008 werd ik door kennissen gevraagd hun onder bijzondere architectuur gebouwde royale villa te Palm Village Commewijne voor tenminste twee jaar voor ze te verhuren. De oplevering stond voor de deur en ze zouden zelf pas over een aantal jaren in Suriname komen wonen.

Ik had de aankondiging nauwelijks via internet de ether in geslingerd of ik kreeg een reactie van een vriendin in Amsterdam dat ze mijn bericht had doorgestuurd naar een collega die op het punt stond met zijn vrouw naar Suriname te vertrekken om directeur te worden van het Openluchtmuseum te Nieuw Amsterdam, niet ver van Palm Village. Nog geen week later, ergens tegen het einde van april 2008, stonden de Middelbeeks bij mij op de stoep en ik gaf ze nog dezelfde dag een rondleiding in het pand Palm Village 269 en het beviel ze. Alleen wilden ze het huis gemeubileerd huren. Als je dan na overleg met de verhuurder wordt gevraagd om de villa alsnog i.o.m. de Middelbeeks te willen meubileren en zo aan ze te verhuren en dat naar tevredenheid van alle betrokkenen per augustus van datzelfde jaar wordt gerealiseerd, dan ben je al gauw geneigd tevreden over te gaan tot de orde van de dag, wat ik daarna eigenlijk ook deed. Toch was en bleef ik nieuwsgierig hoe Evert en Carla, wat ze ondertussen voor mij waren geworden, er vanaf zouden brengen. Vandaar dat ik sinds augustus 2008 met of zonder gezelschap, een regelmatige bezoeker werd van het Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam.

Telkens als ik er kwam was er weer minstens één concrete verbetering waarneembaar. Het Openluchtmuseum had al gauw iets van een uit haar as herrezen Fenix en de bezoekersaantallen bleven maar stijgen. Jong en oud, toerist en Surinamers uit binnen- en buitenland wisten hun weg te vinden naar deze in meer dan oude glorie herstelde cultureel-educatieve attractie.
Het stichtingsbestuur bleek er naast Evert een gratis en gedreven vrijwilliger als bonus bij te hebben gekregen. Behalve Evert zelf was zijn vrouw Carla met minstens evenveel drive bij het museum aan de slag gegaan en regelmatig kwamen er experts uit Nederland en van elders over om op een of ander specifiek terrein hun bijdrage te leveren.

Mijn laatste bezoek aan het Openluchtmuseum was voor de officiële opening van de tentoonstelling Schaafijs en Wilde Bussen, over straatkunst in Suriname, waar ik begin 2010 met wat intimi naar toeging. Een zeer geslaagde tentoonstelling waar alsnog vele duizenden bezoekers op af kwamen.

Per mei 2008 begonnen Evert en Carla aan hun klus.
Evert: "Van te voren was niets geregeld en we moesten direct op zoek naar huisvesting, een robuuste auto, Surinaams geld, etc. Dankzij een Surinaamse collega in Amsterdam en Ricardo Meyer lukt het de huisvestingskwestie binnen een paar dagen op te lossen. Een goed begin! "
Wat de Middelbeeks in Nieuw Amsterdam aantroffen was een vervuild, niet onderhouden, verloederd museum en gedemoraliseerde medewerkers. Joost mag weten waarom ze toch "volop potentie" zagen in hun medewerkers. Evert: "Vanaf dag één zijn we met ze gaan praten en zelf aan de bak gegaan. Gewoon bij het begin begonnen, laten zien dat we er volledig voor wilden gaan en dat we er vertrouwen in hadden. De medewerkers waren aanvankelijk afwachtend. Eén medewerker zei bij de kennismaking: ‘U moet mij geen hand geven, ik ben een arbeider.’ We hebben direct duidelijk gemaakt dat wij als collega’s ons best wilden doen om er samen met hun wat van te maken en dat daarvoor iedereen wat ons betreft even belangrijk was. Al heel snel veranderde de stemming. Als wij ergens mee begonnen, bijvoorbeeld het leegruimen en wegsjouwen van allerlei vuilnis uit een cel, dan werd dat al spoedig spontaan overgenomen. En zo konden we dan weer aan iets anders beginnen, met hetzelfde effect." Zo vervolgt Evert, die op 24 juli 2010 met mij terugblikte op zijn tropenjaren in Commewijne.

"Een klein deel van de medewerkers liet blijken niet mee te willen werken. Zij wilden de zaak houden zoals het al een aantal jaren was: een weliswaar verloederde puinhoop, maar voor sommige individuele medewerkers ook met een hoop vrijheid en in ieder geval zonder enige werkdruk. Zij werden voor de keus gesteld: of positief en net als wij en de collega’s meewerken, of iets anders gaan zoeken. Even goede vrienden. Een deel van de medewerkers koos voor het laatste, helaas ook gedwongen als men de oude houding niet wilde laten varen." Zo vervolgt Evert zijn nauwelijks bij te benen betoog.

Evert en Carla lieten volgens goed Nederlands gebruik hun inzichten en verworvenheden niet alleen fysiek waarneembaar maar ook op schrift achter. Ten eerste de meest recente inhoudelijke beleidsnota over de toekomstige koers van het museum en ten tweede een overdrachtsdocument voor Everts opvolger. "Indrukwekkend", was de eerste en enige kwalificatie die bij mij opkwam bij kennisname van dit helder uitgeschreven en rijkelijk met cijfers geïllustreerde documenten van amper 4 pagina's A4.

Gevraagd naar de 'do's and don'ts' voor de naaste toekomst, vervolgt Evert ...
"De meest fundamentele ‘do’ is de continue focus op resultaat, zowel in inhoudelijke zin (krachtige doorontwikkeling van de museale functies, het worden van een topmuseum in de Caraibische regio) als de exploitatie (bezoekersaantallen en bezoekerstevredenheid).
De meest essentiële don't is verwaarlozing van het belangrijkste kapitaal: de mensen in het veld. Er moet stevige doelgerichte leiding zijn met optimale betrokkenheid van alle medewerkers. Iedereen moet beseffen dat ze werken voor de bezoekers en dat hun werk een bijdrage moet leveren aan de verdere groei van het aantal bezoekers en de bezoekerstevredenheid. En als het nodig is, dan moet je als management niet bang zijn om in te grijpen en te corrigeren, zoals in het begin helaas noodzakelijk was. We hebben heel plezierig afscheid genomen van het medewerkersteam. Het was ontzettend leuk om deze principes bij ons afscheid terug te horen: ‘Wij zijn allemaal belangrijk, we moeten het samen doen, het Openluchtmuseum is van ons’. Verder is het essentieel om de bedrijfsvoering en de financiën heel strak te monitoren en te verantwoorden. Alleen op die manier kan je resultaat en succes meten."

Tenslotte vraag ik de Middelbeeks nog hoe zij Suriname hebben ervaren en of ze blij zijn dat de klus er voor hun op zit. Carla verheugt zich er in elk geval op dat ze binnenkort weer regelmatig contact zal hebben met haar kinderen en kleinkinderen. "Suriname was een bijzondere ervaring en ik mis land en volk van Suriname en ons museum nu al en we komen dan ook zeker terug." Zo verzekert Carla mij bij ons afscheid in Broki. Evert sluit aan met de woorden: "Suriname is een prachtig, fascinerend land met een ongelooflijk hartelijke en gastvrije bevolking. Wij hebben met volle teugen genoten van de mogelijkheid om hier te mogen werken en te proberen er samen met de Surinaamse medewerkers en het grote lokale netwerk iets van te maken."

De joviale Evert heeft zaterdag via de mail ook voor mij nog wat mooie afscheidswoorden: "Mede namens Carla wil ik je hierbij nogmaals danken voor het bijzondere, plezierige contact. We hopen nog veel van je te horen en je te gelegener tijd in Nederland of Suriname ook weer persoonlijk te ontmoeten. Intussen het allerbeste met alles." Nog meer van hetzelfde denk ik dan maar.

Beste vrienden,
De nieuwe museumdirecteur komt in vergelijking met de Middelbeeks terecht in een gespreid bedje. Toch zal hij het volgens mij nog behoorlijk zwaar krijgen de boel in stand te houden. De grote vraag lijkt dan ook of hij over de managementvaardigheden en de 'drive' beschikt om hetgeen hij heeft geërfd van de Middelbeeks in stand te houden en door te ontwikkelen.
Omdat nu reeds vaststaat dat hij i.t.t. Evert zijn salaris zelf zal moeten verdienen uit de exploitatie van het museum, zal deze opvolger met nog meer energie dan zijn voorganger aan de bak moeten. Ik wil niet pessimistisch bij jullie overkomen, maar eerlijk geschreven: ik hou mijn hart vast en raad het stichtingsbestuur van het Openluchtmuseum en Stanley Sidoel van het Directoraat Cultuur van het ministerie van Onderwijs aan om de zaak in het begin nauwgezet te monitoren. De toekomst zal het leren.

Mijn welgemeend advies aan jullie, beste vrienden, ligt hiermee voor de hand. Bezoek ons Openluchtmuseum zo spoedig mogelijk. Zelfs in een hele dag slaag je er niet in alles te zien, laat staan als er een leuke tentoonstelling loopt. Weet dat je er behalve als museumbezoeker ook welkom bent als recreërende cultuurbarbaar. Aan Carla & Evert die op 27 juli op het vliegtuig stappen wens ik van hieruit wel thuis en ontzettend bedankt voor jullie indrukwekkende prestatie voor volk en vaderland.

Tan bun, waka nanga koni.
En voor jullie allemaal wederom ...
De Hartelijke Groeten Uit Paramaribo

De foto's zijn van de afscheidsborrel op vrijdag 23 juli j.l.

maandag 19 juli 2010

Robbert Enfield exposeert in Fort Zeelandia, Paramaribo

Hometown | 2005

Van vrijdag 30 juli t/m woensdag 4 augustus 2010 exposeert de Surinaamse schilder Robbert Enfield (1969) recent werk onder de titel Timeless Childhood. Enfield heeft zijn eerste schildersvorming ondergaan aan het bekende Nola Hatterman Instituut, tegenwoordig Nola Hatterman Art Academy geheten, in Paramaribo. Hij is van dezelfde ‘lichting’ als Marcel Pinas en George Struikelblok, die evenals Enfield hun opleiding hebben voortgezet aan het Edna Manley College for Visual and Performing Arts te Kingston, Jamaica. Enfield woont en werkt op Tortola, British Virgin Islands.

Generation blames generation | 2010

De titel Timeless Childhood is bepaald niet willekeurig, deze is ontleend aan Enfield’s jeugd, waaraan hij ‘time and again’ zijn inspiratie ontleent. Enfield zegt hierover: “Ik denk dat die periode in een mensenleven heel bijzonder is, de jeugd is een tijd waarin je een andere kijk op de wereld hebt. Als ik daaraan terugdenk komen er ontelbaar veel gedachten en gevoelens in me op. Die gedachten en gevoelens onderzoek ik en ik stel mezelf vragen, en de neerslag daarvan uit ik door middel van mijn kunst. Als inspiratiebron is die periode voor mij bijna onuitputtelijk, omdat je een herinnering op zoveel verschillende manieren kunt interpreteren en teruggeven. Ook kan ik het heden met die jeugdige ogen bekijken en interpreteren, hetgeen weer tot iets heel nieuws leidt. In dit opzicht is mijn jeugd inderdaad eindeloos en tijdloos.”

Family reunion | 2010

De titels van zijn schilderijen zijn op deze wijze verklaarbaar: Brotherhood, Generation blames generation, My life time, Look up to, Delightful future, Flower of tomorrow, Miscommunication, The positive and negative Life, Family Reunion, Playing, Past Present Future.

The positive and the negative life | 2010

Enfield werkt met niet-traditionele materialen, zogeheten ‘mixed media’ zoals touw, kranten, flip flops, houtlijm, karton gecombineerd met acryl verf, ‘open acrylic’, glaskorrels, clear tar gel, etcetera. Zijn schilderijen zijn half abstract, verlengde ledematen, vertikaal geplaatste ogen, voorgevormde patronen en kleren, vereenvoudigde menselijke en dierlijke vormen keren regelmatig terug in zijn werk. Zijn kleurgebruik is onconventioneel, zo hanteert hij kleurtechnieken uit de ‘Urban art’, waaraan ook het gebruik van letters en cijfers is ontleend. Enfield: “Ik hou van de vrije beweging van de Urban art.”

Delightful future | 2010

Timeless Childhood zal op vrijdag 30 juli a.s. om 19.30 uur worden geopend door Stanley Sidoel, directeur Directoraat Cultuur van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov) van Suriname.

Plaats: Fort Zeelandia, Paramaribo;
Openingstijden: van zaterdag 31 juli t/m woensdag 4 augustus 2010 van 11.00 tot 15.00 uur en van 19.00 tot 21.00 uur.